Inhoudsopgave W
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

W5H

Bevel zoals dat op het niveau van de leidinggevende korporaal en groepscommandant wordt uitgegeven en antwoord geeft op de vragen: Wie & Waarmee, Wat, Waarom, Waar, Wanneer en Hoe.

Het model W5H schetst niet alleen de relevante zaken uit de omgeving waarin wordt opgetreden (W5), ook hoe (H) wordt opgetreden. In het activiteitenplan moet duidelijk zijn aangegeven wie wat, waar, hoe, wanneer en waarom doet.

Het model W5H is een middel om de procedure van de commandovoering (CoVo) inzichtelijk te maken en wordt gebruikt voor de opmaak en de uitgifte van zowel het waarschuwingsbevel als het bevel. Het plan moet op de juiste wijze aan het personeel worden overgebracht.

Het model W5H:

► geeft een algemene schets van wat er moet gebeuren;
► verdeelt de deeltaken over de groepsleden die er op dat moment wat betreft kennis, inzicht, conditie en vaardigheden het meest geschikt voor zijn;
► geeft, voor zover dit van belang is, de eigen taak van de groepscommandant aan;
► geeft aan hoe de voortgang wordt gecontroleerd;
► geeft aan wat de eisen zijn zodat de opdracht kan worden gereed gemeld of het tijdstip dat de opdracht gereed moet zijn.

Voordat de groepscommandant zijn bevel mondeling uitgeeft:

► zorgt hij* voor een maquette, schets, stafkaart, kaartvergroting (blow-up), operatie-oleaat of ICT-middel dat het operatiegebied en de omgeving verduidelijkt;

► oefent hij, zo nodig, de bevelsuitgifte door gebruik te maken van een - ervaren - groepslid als klankbord (rehearsal);

► controleert hij of iedereen van zijn eenheid aanwezig is (appŤl)

► stelt hij zich op de hoogte van de stand van zaken van de werkzaamheden die voortkwamen uit het waarschuwingsbevel;

► geeft hij een terreinoriŽntatie aan de hand van een van de aangehaalde middelen;

► legt hij uit wat hij gaat doen, wanneer er tijd is voor vragen (ter verduidelijking) en vertelt hij de huishoudelijke mededelingen;

 

* Waar "hij / zijn" staat kan evengoed "zij / haar" worden gelezen.

   

Wat

What

Activity

Waar

Where

Location (Point or Area)

Wanneer

When

Time

Wie

Who

Actor (Target Audience & Actor)

Waarom

Why

Effect (Theme)

Hoe

How

 

Het W5H model. Bron: Doctrinepublicatie 3.2.2 (Commandovoering), 2011, pagina 160 t/m 162.

Het W5H model
Bron: Doctrinepublicatie 3.2.2 (Commandovoering), 2011, pagina 160 t/m 162.

Ook gewondenmeldingen kunnen, met behulp van een verbindingsmiddel, worden uitgevoerd volgens het model W5H. In een Intelligence Report (INTREP) wordt altijd een antwoord gegeven op de vragen W5H.

Terug naar Boven

 

WAADVERMOGEN

Met een voertuig door ondiep water kunnen verplaatsen: hierbij is de diepte van het water afhankelijk van de specificatie 'waadvermogen' van het voertuig.

Doorwaden houdt in dat een voertuig zonder gebruik te maken van speciale uitrusting noch van bijzondere preventieve handelingen van de chauffeur of bemanning een waterloop kan overwinnen. Tot een aangegeven diepte kan het voertuig te water gaan, bijvoorbeeld bij een amfibische landing, waarbij wielen of rupstracks in contact blijven met de grond.

Doorwaden is derhalve iets anders dan varen.

Terug naar Boven

 

WAARMERKING

Authentisierung, Authentikator (Abfrage und Antwort).
authentication, authenticator (challenge and reply).
authentification.

fgekort: wmk. Synoniem: authenticatie.

Waarmerken is het bekrachtigen van de echtheid, geldigheid of oorsprong van een document door het aanbrengen van een merkteken. Het merkteken is een handtekening of paraaf (vervanging van de handtekening die bestaat uit de eerste letter(s) van de naam).

Een voorbeeld van waarmerking aan de onderzijde van een geschreven bevel

Het merkteken wordt in de regel aangebracht door het hoofd van de sectie die stafverantwoordelijk is voor opstellen van het bevel, op bataljonsniveau in de regel de Sectie 2 (Inlichtingen) of 3 (OperatiŽn). Deze functionaris is ook belast met de opmaak (steller).

De waarmerking staat, ter linkerzijde van de naam en rang van de commandant, aan de onderzijde van het bevel. De bijlagen van het bevel worden gewaarmerkt door de stafofficier die verantwoordelijk is voor het functiegebied.

Documenten die zijn voorzien van waarmerking moeten in hardcopy worden bewaard; overige documenten kunnen digitaal worden bewaard, maar moeten op elk moment beschikbaar kunnen worden gesteld.

In het kader van verbindingsveiligheid geldt waarmerking, indien een waarmerkingssysteem beschikbaar is, ook bij berichtgevingen over de radio. Hier is waarmerking een veiligheidsmaatregel ter bescherming van een verbindingssysteem tegen misleidende uitzendingen. De maatregel bestaat uit een verborgen waarmerking (uitdaging versus tegenuitdaging), zoals die ook wordt genoemd in de IK 11-7 (Memorandum voor Radiotelefonie):

Uitdaging
(challenge)

Procedure waarbij de ontvanger ertoe wordt gebracht zich door waarmerking als behorend tot de eigen (bevriende) partij te identificeren:

"Waarmerken... over"

Tegenuitdaging
(countersign)

Versluierde uitdaging door de ontvanger met het correcte antwoord, als identificatie van de zender van het bericht:

"Waarmerking... is... "

Waarmerking is verplicht na een opdracht tot waarmerken; na berichten waarin - in klare taal - radiostilte wordt bevolen, opgeheven of verbroken; of na berichten die onverwachte gegevens bevatten of anderszins als vijandelijke meldingspoging kunnen worden opgevat.

Terug naar Boven

 

WAARNEMEN

Systematisch en voor de duur van de opdracht gericht en onafgebroken observeren van een gebied op of onder het maaiveld, op of onder water en/of in de lucht door kijken, luisteren of (bij waarnemen gedurende een langere periode) inzet van elektronische, optische of andere middelen.

Waarnemen heeft als doel de karakteristieke kenmerken, feiten, structuur en samenhang te leren kennen, opdat zoveel mogelijk de bedoelingen en bewegingen van de vijand duidelijk zijn.

Waarneming bepaalt de posities van eigen of vijandelijke eenheden, waardoor vroegtijdige rapportage en alarmmaatregelen mogelijk worden. Door het waarnemen van militaire en industriële installaties, overige objecten, terreindelen of troepenbewegingen wordt de vijand (uiteindelijk) beperkt in zijn vrijheid van handelen.

Waarneming geschiedt in de regel vanuit een gedekte opstelling voorin het gevecht, dan wel achter de voorste lijn eigen troepen (VLET), zoals een observatiepost (OP) of lying-up position LUP. Fysieke, visuele waarneming alleen mogelijk is bij een vrije 'line of sight'. Voorbeelden van waarneming door inzet van elektronische, optische of andere middelen zijn:

AWACS (Airborne Warning and Control System)

geluidmeetsystemen

luchtfotografie

radar

sensoren

Unmanned Aerial Vehicles (bijvoorbeeld Sperwer)

Van de generieke term 'waarnemen' zijn specifieke waarnemingsvormen afgeleid:

Nederlands

Engels

Betekenis

Monitoren

Monitoring

Gericht op het actief volgen van activiteiten van bepaalde gebeurtenissen en/of partijen

Toezicht houden

Supervision

Gericht op het zich houden aan een verplichting, zoals opgelegde sancties, overeenkomsten of verdragen

Verkennen

Reconnaissance

Gericht op het visueel waarnemen of op enig andere wijze het gewenste of ongewenste gedrag te detecteren om gegevens te bekomen over terrein, vijand en/of weer

De techniek van het fysiek, visueel waarnemen kent de volgende aanwijzingen in het gebruik:

► Geduld: overhaaste waarneming ziet details over het hoofd.
► Letten op afwijkingen op de basisprincipes van camouflage: shape (vorm), shine (glans en schittering), shadow (schaduw), silhouette (zichtbare omtrek en rechte lijnen) en spacing (uit elkaar plaatsen).
► Letten op geluid, licht en sporen.
► Waarnemen in een rustig tempo: hoe groter de afstand tot het waar te nemen object of hoe kleiner het object, des te rustiger er dient te worden waargenomen.
► Waarnemen van links naar rechts, van voor naar achter en van boven naar beneden.
► Waarnemen vanuit de schaduw in plaats van de zon: de pupil blijft groot, waardoor de kwaliteit van het waargenomen beeld beter is.

De tactische tekens voor verschillende soorten waarnemingsposten zijn:

Waarnemingspost

Gevechtspost
Waarnemingspost ten behoeve van verkenning

Waarnemingspost ten behoeve van voorwaartse waarnemers (Forward Air Controllers)

Waarnemingspost met NBC-consignes

Zie: post met CBRN-consignes.

 

Terug naar Boven

 

WAARNEMINGS- EN LUISTERPOST

Feldposten; stehender Spahtrupp.
standing patrol; Observation Post/Listening post (OP/LP).
patrouille en attente.

Voorheen: post te velde. Afgekort: WLP.

De WLP is soort patrouille, in dit geval een statische.

De patrouille fungeert als vooruitgeschoven positie en wordt uitgebracht in het kader van gebieds- of objectbewaking ter beveiliging van het eigen optreden. Voor dezelfde taak kunnen ook beveiligingspatrouilles en verkenningselementen worden ingezet.

De WLP verzamelt inlichtingen over activiteit en/of nadering van vijandelijke grond- en/of luchtstrijdkrachten en geeft die a.s.a.p. door in de hiŽrarchieke lijn. Vijandcontact en overige bijzonderheden worden door middel van RADUSA. gemeld.

Eisen van de WLP:

► Biedt vuur- en zichtdekking

► Doel of terrein kan onder waarneming worden gehouden

► Gedekt te bereiken en verlaten

► Locatie meer dan 500 meter buiten eigen werklocatie

► Minimaal ligsleuf; idealer is gevechtsdekking (schuttersput)

► Minimale bezetting is twee personen; idealer is drie (ťťn neemt waar, ťťn begeeeft zicht te ruste en ťťn slaapt); meest ideaal is zes (drie in WLP, drie onmiddellijk daarachter in onderkomen en op afroep beschikbaar).

► Niet op locaties met markante terreinkenmerken, zoals alleenstaande bomen en struiken, bosranden, heuveltoppen en kruispunten

► Uitgerust met hulpmiddelen voor duisternis en verminderd zicht

► Verbindingen gegarandeerd

► Vrij gebruik van wapens

Een WLP is de "ogen en oren" van de eigen eenheid en wordt in de regel voor langere tijd, vaak tenminste voor 24 uur, uitgebracht.

De locatiekeuze van de WLP vindt plaats aan de hand van kaartstudie dan wel een verkenning. De groepscommandant van de WLP bepaalt de exacte locatie ter plaatse. Eenmaal op locatie wordt aan de bezetting van de WLP het VEITONO verstrekt, welke wordt doorverstrekt bij het rouleren van de WLP-bezetting.

Werkzaamheden aan en in de WLP worden onder vuur- en zichtdekking of tenminste achter een camouflagenet uitgevoerd. De WLP-bezetting maakt een afstandsregistratiekaart (ARK) en plaatst eventueel struikeldraadlichtseinen en aanvullende beveiligingsmiddelen. De groepscommandant maakt een roulatieschema voor de bezetting van de WLP en een contingency plan in het geval dat de WLP voortijdig moet worden losgelaten. Bij het afbreken van de WLP worden alle sporen gewist, zoals afval, fysiek en ontlasting.

De WLP kan aanvullende taken krijgen in het kader van:

luchtnabijbeveiliging

■ CBRN-consignes (afwachtingsgebied en verzamelgebied)

■ vuurleidingshulpmiddel

Zie ook: afstandsregistratiekaart (ARK), afwachtingsgebied, bereden, ligsleuf, luchtnabijbeveiliging, patrouille, patrouille te voet, RADUSA, schuttersput, uitgestegen, VEITONO, verzamelgebied en vuur- en zichtdekking.

Terug naar Boven

 

WAARSCHUWINGSBEVEL

Vorbefehl (VorBef).
warning order (WO, WARNO, WARNORD).
ordre préparatoire; ordre d'avertissement.

Afgekort: wabvl (foutief: wabev).

Bevel dat in het besluitvormingsproces voorafgaande aan de uitgifte van het feitelijke bevel opgenomen kan zijn.

Het waarschuwingsbevel - dat op schrift, mondeling of gedicteerd kan worden uitgegeven - heeft tot doel een ondercommandant zo vroeg mogelijk op de hoogte te stellen van een komende actie, opdat zowel de commandant als zijn ondercommandant - ieder op zijn eigen niveau en in zijn eigen rol - de mogelijkheid hebben de beschikbare tijd efficiŽnt te benutten om de nodige voorbereidingen te treffen.

Het waarschuwingsbevel wordt uitgegeven in de vorm van het NAVO-5-paragrafenbevel of W5H; voorheen gebeurde dit aan de hand van het K.V.P.O.R..

Naast alle beschikbare informatie (informeren = motiveren = activeren) wordenin het waarschuwingsbevel in ieder geval de opdracht aan de eenheid en de plaats en tijd van de bevelsuitgifte aangegeven.

Nadat aan de ondercommandant het waarschuwingsbevel is uitgegeven, kan hij zijn eigen besluitvormingsproces opstarten of, wanneer dat reeds is opgestart, bijwerken.

Zie ook: bevel, K.V.P.O.R. en trappen van voorbereiding.

Terug naar Boven

 

WALIBI

Eigenlijk: YAP-4442.

Naar aanleiding van verkeersongeval met een 'gewone' YAD-4442 tijdens de koudweeroefening SNOW FALCON van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel in Noorwegen, waarbij op 9 februari 1998 sergeant-majoor Tettero en soldaat Nieuwenhuysen om het leven kwamen, heeft Defensie zich herbezonnen op het personenvervoer met vrachtwagens.

De YAP-4442, bijgenaamd "Walibi".

Als gevolg daarvan is de YAP-4442 ontwikkeld: een YAD-4442 met personeelsvervoermodules en roll bars: stevige metalen staven in de kooiconstructie op de laadruimte van de YAD-4442 om verwondingen tegen te gaan wanneer het voertuig onverhoopt mocht kantelen. Daarmee is de viertonner afdoende aangepast voor het vervoer van personen.

De personeelsvervoersmodules hebben een gelijkenis met de beschermde constructie van het karretje uit de achtbanen zoals die onder andere worden aangetroffen in attractiepark Walibi World in Biddinghuizen (Flevoland), vandaar de bijnaam "Walibi".

Zie ook: YA-4442.

Terug naar Boven

 

WALS-RADAR

Betekenis: Waarschuwingsradar Luchtmobiele Stinger.

Draagbaar, tweedimensionaal radarsysteem dat tijdige en relevante luchtdoelinformatie verschaft. Omdat het systeem rondom ± 20 km zicht heeft, wordt de onderscheppingskans van een helikopter of vliegtuig door de Stinger-schutter vergroot en de kans op verrassing van eigen troepen beperkt.

De effectiviteit van de Stinger-wapens wordt hiermee verhoogd ten opzichte van visuele waarneming, mede omdat het systeem over de mogelijkheid beschikt vriend en vijand te onderscheiden.

De Stinger-pelotons van 11, 12 en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault zijn sinds 2000 samengevoegd in 11 Luchtverdedigingscompagnie ‘Samarinda' Regiment van Heutsz, zo ook de WALS-radarsystemen.

Zie ook: Stinger.

 

De Waarschuwingsradar Luchtmobiele Stinger (WALS)

Terug naar Boven

 

WAPENROK

Waffenrock, Waffenkleid.
tunic, coat of mail.
tunique militaire, cotte d'armes, cotte de mailles.

Zinnebeeld van de krijgsmacht; gedateerde benaming voor het soldatenuniform.

Wapenrok komt bijvoorbeeld voor in gezegden als:

"de wapenrok dragen" (in dienst zijn; onder de wapenen staan)
"'s Konings wapenrok aantrekken" (soldaat worden)

De wapenrok diende de drager vooral herkenbaar te maken en, soms ook, te beschermen. Terwijl de gewone Romeinse soldaten een korte, lederen lenden- of schaamschort droegen, bestond de wapenrok van de Romeinse legeraanvoerders uit een krijgsmantel (imperatoria paludamentum).

GeÔntroduceerd door de kruisvaarders in de tweede helft van de 12e eeuw, droegen de ridders in de Middeleeuwen een mouwloos, linnen overkleed (jurk) met heraldische kentekens dat tot halverwege de dijen reikte.

Deze wapenrok droegen vooral ridders met status tijdens het gevecht boven de organieke wapenrusting, vaak het harnas. Het dragen van een overkleed voorkwam ook dat het harnas te veel warmte van de zon opnam.

Volgens het Militair woordenboek (1861) van H.M.F. Landolt ontstond de naam 'wapenrok' pas in Pruisen na het bestijgen van de troon door koning Frederik Willem IV in 1840.

Het 'Handbuch der Uniformkunde' (1896) van Richard KnŲtel beschrijft de wapenrok als "een militaire uniformjas, waarvan de schoot tot halverwege de dijen reikt.”

De wapenrok was met name dat deel van de wapenrusting dat de romp moest beschermen. Voorbeelden hiervan zijn harnas, kuras en maliŽnkol(der), allemaal van staal.

Terug naar Boven

 

WAR AMONGST THE PEOPLE

Letterlijk: oorlog tussen de mensen.

Militairen treden in gewapende conflicten tussen en rondom burgers in bewoonde gebieden op. Hieronder bevinden zich zowel onschuldige burgers als opponenten. Daarnaast vindt het conflict plaats onder het alziend oog van de media. De gevolgen zijn ingrijpend. Burgers worden in toenemende mate slachtoffer van gewapend geweld: "Civilians are the targets, objectives to be won, as much as an opposing force."

Het waarschuwende paradigma is afkomstig van de Britse generaal b.d. Rupert Smith en wordt beschreven in zijn boek ‘The Utility of Force. The Art of War in the Modern World’ (2005). Smith was onder andere commandant van het BIH Command bij UNPROFOR in Sarajevo en plaatsvervangend SACEUR.

Mensen in het algemeen zijn volgens Rupert Smith het middelpunt van de oorlogvoering, niet de opponent. De klassieke, conventionele, industriŽle oorlogvoering, waarin een beslissende overwinning tot de mogelijkheden behoorde (“trial of strength”) bestaat niet meer. Oorlogvoering is fundamenteel veranderd, zo ook de gevolgen hiervan.

Het gaat er niet meer om de opponent te verslaan en de wil op te leggen, centraal staat het creŽren van voorwaarden voor stabilisering en staatsvorming waaraan de meerderheid van de burgers zich wenst te committeren (“to win the clash of wills”). Zelfs na een wapenstilstand of overwinning worden conflicten voortgezet en dienen westerse krijgsmachten het op te nemen tegen een opponent die in staat is plotseling op te duiken en zich onder te dompelen in de samenleving.

De strekking van Rupert Smith is dat westerse krijgsmachten slecht zijn voorbereid op de ‘war amongst the people’. Dat blijkt niet alleen uit de oorlogen in Algerije en Vietnam, recenter zijn Irak en Afghanistan schoolvoorbeelden.

Volgens Rupert Smith zijn de zes trends van een 'war amongst the people':

Locatie

Amongst the people

Gevecht vindt plaats tussen de mensen i.p.v. op het slagveld

Doel

Ends are conditional; to effect intentions

Scheppen van omstandigheden waaronder een oplossing wordt gevonden i.p.v. forceren van een beslissing

Partijen

Non-state groupings

Strijdende partijen zijn bondgenootschappen tegenover groepen i.p.v. staten

Inzet

Fight not to lose the force

Krachtsbehoud i.p.v. alles riskeren

Tijd

Timeless

Strijd lijkt eindeloos te duren

Innovatie

New use for old weapons and organizations

Steeds nieuwe toepassingen voor wapens en organisaties

Terug naar Boven

 

WAR DIARIST

Operationeel dagboekschrijver.

In Nederland een relatief onbekend fenomeen. De Directeur Operaties van de Defensiestaf kan in overleg met het coŲrdinerende Operationeel Commando (CLAS, CLSK of CZSK) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) bepalen dat aan een operatie een dagboekschrijver wordt toegevoegd.

De directeur van het NIMH stelde een behoefte voor een poule van 24 operationeel dagboekschrijvers, militairen met een universitaire achtergrond op het gebied van geschiedenis, politicologie of een vergelijkbare discipline. De militairen worden in de rang van kapitein of majoor uitgezonden.

De operationeel dagboekschrijver is lid van de staf en noteert alle fases van het operationele besluitvormingsproces. Tijdens de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan maakte de dagboekschrijver dan ook deel uit van de commandant van de Task Force Uruzgan (TFU, 2006-2010). In Uruzgan waren dit bijvoorbeeld Daan Boissevain, Richard van Gils, Sanne Westmaas, Serge Blom en Sven Maaskant.

De dagboekschrijver neemt deel aan alle relevante stafbesprekingen en (de)briefings en leest en ordent brondocumenten (inlichtingenrapporten, patrouilleverslagen e.d.). Het gaat hierbij uitdrukkelijk om de feiten, niet om gevoelens van het personeel of sfeerimpressies. Als schaduw van de commandant schrijft de operationeel dagboekschrijver embedded, in de tegenwoordige tijd oorlogsgeschiedenis. Het credo is: 'We weten nog niet wat we in de toekomst willen weten', waardoor een zo divers en compleet mogelijk archief wordt samengesteld. Hiermee is de dagboekschrijver de archivaris van de complete verslaglegging uit het inzetgebied.

Terwijl geschiedkundigen in de regel in het voltooid verleden werken, begeeft de als operationeel dagboekschrijver optredende historicus van de nieuwste militaire geschiedenis zich in een complex en dynamisch politiek-militair krachtenveld. Als eigenaar van het dagboek beslist de commandant, hierin geadviseerd door de dagboekschrijver, wat er wel en niet in komt.

De war diarist gaat niet alleen mee om naderhand de politieke verantwoording te kunnen laten duiden. Het dagboek dient ook als het externe korte- en langetermijngeheugen van de commandant van de missie, die kan terugkijken hoe hij en zijn staf eerder in de missie tot een besluit kwamen, overeenkomsten in eerdere gebeurtenissen onderkent en daar lessen uit trekt (lessons learned).

Na de missie komt het dagboek bij het NIMH in de kluis te liggen. Aan de hand van het dagboek kunnen historici de missie later – met voldoende afstand tot het onderwerp en ingegeven door de vragen die in de toekomst leven – analyseren. In retrospectief onderzoek kan zo een missie worden gereconstrueerd.

De dagboekschrijver dateert van het Staatse leger in de 17de eeuw: militaire historici die zorgen voor de feitelijke weergave van zaken tijdens een missie. De geallieerden in de Tweede Wereldoorlog kenden de war diarist, maar na WO II werd die functie in Nederland opgeheven.

Als gevolg van de politieke implicaties na de val van de enclave Srebrenica (Dutchbat-III, 1995) is dit besluit herzien: Defensie wilde voortaan het geheugen van de krijgsmacht bij missies laten vastleggen. De informatie die de onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) na ‘Srebrenica’ nodig hadden, was chaotisch verspreid en slecht vindbaar, waardoor het eindrapport later dan gepland verscheen.

Toen in 2003 Nederlandse militairen voor de International Security Assistance Force (ISAF) naar de Afghaanse hoofdstad Kabul werden uitgezonden, gingen er opnieuw schrijvers mee om alle relevante informatie te verzamelen en de feiten altijd beschikbaar waren.

Als gevolg van de algemene archiefregel binnen Defensie, worden de dagboeken – die nu geheim zijn – na 25 jaar overgedragen aan het Nationaal Archief. Hierop zijn uitzonderingen van toepassing, zoals informatie die de operationele veiligheid alsnog in gevaar kan brengen (procedures en tactieken) en/of wet- en regelgeving van andere NAVO-lidstaten.

Nadere bepalingen over de rol van de dagboekschrijver worden beschreven in CDS Aanwijzing A-157, terwijl CDS Aanwijzing A-158 eisen stelt aan de archiefvorming tijdens operaties.

Terug naar Boven

 

WARGAMING

Kriegsspiel; Konfliktsimulation.
jeu de guerre.

Nederlands: geÔntegreerde operatieanalyse (GOA).

In het Tactisch Besluitvormingsmodel (TBM) is wargaming, vanaf brigadeniveau, een mogelijkheid van de commandant om in stap 5 - analyse van de eigen mogelijkheden (courses of action, COA's) - een operationele analyse te laten uitvoeren door de gehele staf, geleid door de chef-staf.

In wargaming wordt het verloop van een operationele situatie, in het heden of in de toekomst, op diverse manieren gespeeld ťn in beelden zichtbaar gemaakt. De dynamische simulatie van de werkelijkheid vindt plaats met behulp van specifieke regels, data, methoden en procedures.

Vanuit hun specifieke gezichtspunten brengen de verschillende stafofficieren, waar dit nodig of relevant is, hun vakkennis in bij het vaststellen van de eigen mogelijkheden in het mogelijke operatieverloop. Hun bijdragen objectiveren de operationele analyse. In de staf kunnen verder personen worden aangewezen die zorg dragen voor het inbrengen van de opponent (in de regel het Hoofd Sectie 2) of andere relevante actoren.

In de regel is wargaming gebaseerd op het 'actie en consequentie'-model - het steeds herhalende proces van actie, reactie en tegenactie - en wordt ze dikwijls ondersteund door computerprogramma's.

Afhankelijk van de behoefte van de commandant kan bij wargaming ook de aanwezigheid en/of actieve deelname van ondercommandanten en zelfs vertegenwoordigers van relevante andere actoren worden overwogen.

Evenals andere operationele analyse-mogelijkheden die in stap 5 kunnen worden overwogen, moet ook wargaming antwoord geven op de vragen:

► Welke voor- en nadelen, kansen en risico's zijn verbonden aan de COA's?

► Welke COA biedt de grootste kans op succes?

Wargaming is zeer bruikbaar voor de analyse van de eigen mogelijkheden, mits er voldoende tijd aan wordt besteed. Hoewel wargaming de meest tijdrovende vorm van de operationele analyse is, biedt ze talloze voordelen:

► is zeer geschikt om de complexiteit van problemen te verminderen

► levert tijdens de uitvoering van de operatie tijdbesparing op

► verhoogt het tempo van de operatie

► verbetert de synchronisatie van inzet van middelen

Na de besluitvormende fase (einde stap 5) heeft de commandant voldoende inzicht gekregen in de diverse COA's om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over de manier waarop de opdracht in zijn ogen, met de meeste kans op succes, kan worden uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

WARMTELETSELS

Verzamelnaam voor letsels die kunnen optreden als gevolg van warmte, zowel bij normale warmweeromstandigheden als in warmweergebieden.

Warmteletsels kunnen worden onderverdeeld in:

Hitteflauwte  
Hittekramp Tekort aan zouten
Warmteuitputting Tekort aan vocht
Hitteberoerte Tekort aan warmteregulatie

HITTEFLAUWTE

Hitteflauwte wordt veroorzaakt door de stuwing van warmte in het lichaam, vochttekort en een lage bloedsuikerspiegel. De verschijnselen van hitteflauwte zijn flauwvallen, vaak na de inspanning, een koele, vochtige huid en een zwakke pols. De rectaal gemeten temperatuur is lager dan 39° Celsius.

HITTEKRAMP

Hittekramp wordt veroorzaakt door gebrek aan zout. De verschijnselen van hittekramp zijn pijnlijke spierkrampen en/of –trekkingen. De rectaal gemeten temperatuur is lager dan 39° Celsius. Daarnaast kan de huid zowel koel als warm en zowel droog als vochtig zijn.

Bron: de Vliegende Hollander, 64e jaargang, nummer 10, november 2008.

WARMTEUITPUTTING

Warmteuitputting wordt, behalve door gebrek aan zout, veroorzaakt door langdurige blootstelling aan hitte, dehydratie en ophoping van stofwisselingsproducten.

De verschijnselen van warmteuitputting zijn extreme moeheid en dorst, desoriŽtatie, angst, agressie en in rust een snelle, zwakke pols (sneller dan 100 per minuut). Daarnaast kan de huid zowel koel als warm en zowel droog als vochtig zijn. De rectaal gemeten temperatuur ligt tussen 39° en 40° Celsius.

HITTEBEROERTE

Hitteberoerte wordt veroorzaakt door een stoornis van het warmteregulatiecentrum in de hersenen door langdurige belasting aan hitte en uitdroging.

De verschijnselen van hitteberoerte zijn hoofdpijn, misselijkheid, bewustzijnsstoornissen, bizar gedrag en cardiovasculaire collaps. De huid is warm, droog en rood. De rectaal gemeten temperatuur is hoger dan 40° Celsius.

De behandeling van warmteletsels is eenvoudig. Zowel bij hitteflauwte als -kramp moet de patiŽnt op een koele plaats worden gelegd; de patiŽnt moet drinken, liefst ORS, sportdrank of zoutoplossing. Zijn kleding moet worden losgemaakt en uitrusting afgedaan. Bij warmteuitputting moet de patiŽnt daarnaast worden besprenkeld met water; ook moet een arts worden gewaarschuwd; de patiŽnt moet zo snel mogelijk worden afgevoerd. Bij hitteberoerte kan de patiënt alleen door specialistische hulp overleven (zuurstof- en infuustherapie en geforceerde koeling).

Bij warmte zorgt roken voor:

vaatvernauwing, m.n. van de slagaders

afname van de bloeddoorstroming, m.n. in extremiteiten en uitstekende lichaamsdelen

afname van de warmte-afgifte

toename van de kerntemperatuur

meer kans op uitdroging (dehydratie), m.n. hitteberoerte of warmte-uitputting

Ter voorkoming van warmteletsels geldt dat moet worden overgedronken (niet te veel!) ťn, indien mogelijk, 10 à 14 dagen moet worden geacclimatiseerd.

Verder geldt:

Houd elkaar in de gaten (buddysysteem)

Pas de kleding aan (hoofd bedekt houden)

Pas het werk- en rusttijdenschema aan

Zorg voor een goede lichamelijke conditie

Beperk alcohol en roken

Zie ook: reddingsdeken.

Terug naar Boven

 

WARNS, SLAG OM

Op 26 september 1345, in de late middeleeuwen, valt Graaf Willem IV van Holland en Zeeland met een grote legermacht Friesland binnen. Met 2.800 ridders, waarin bijna de gehele adel van Holland en Henegouwen was vertegenwoordigd, vaart hij over de Zuiderzee en splitste zijn leger in tweëen.

In de ochtend van 26 september komt het grootste deel van de vloot onder leiding van Graaf Willem IV bij Laaksum aan wal. Het kleinere contingent, onder leiding van zijn oom Jan van Henegouwen, landt bij het Sint Odulfus-klooster te Stavoren.

Als het Hollandse leger vervolgens naar Stavoren optrekt, duikt op de weg van Scharl naar Stavoren ineens het ongeregelde verbond van vrije Friezen op, die niets van een centraal machtsapparaat van de Hollandse adel moeten hebben en baas in eigen huis willen blijven.

Het rebelse gewest Friesland slaagt erin de legermacht uiteen te laten vallen. De Hollanders vluchten alle kanten op en worden letterlijk terug de Zuiderzee in gedreven: 1.800 ridders sneuvelen, onder wie Graaf Willem IV zelf. Heden ten dage wordt te Warns het daar gelegen pad van Scharl naar Stavoren “De forkearde wei” (“De verkeerde weg”) genoemd.

Bron: de Volkskrant, 28 september 1996.

Ieder jaar op 26 september wordt de Slag om Warns herdacht als teken van het Friese 'nationalisme'. Langs de weg van Laaksem naar Stavoren aan de oever van het IJsselmeer aan De Rode Klif (It Reaklif) staat een zwerfkei-monument met de tekst “Leaver dea as slaef” (“Liever dood dan slaaf”) dat aan de Slag om Warns herinnert.

Terug naar Boven

 

WAR PENSIONS COMMITTEE

In het Nederlands: oorlogspensioenencommissie. Afgekort: WPC. In 1952 door de medische subcommissie van het Pact van Brussel opgestelde schaal die in de praktijk door medici (arbo-, bedrijfs- of keuringsartsen) wordt gebruikt als meetinstrument om bij lichamelijke letsels – bijvoorbeeld aan bovenste ledematen, zenuwstelsel en urogenitaalstelsel – aan te geven welke mate van invaliditeit het letsel wordt geacht ten gevolge te hebben. De beoordeling van de letselschade (mate van invaliditeit) is sinds 1 januari 1953 ook in gebruik binnen de Nederlandse krijgsmacht. De WPC-schaal is te vinden in een bijlage (‘Ontwerp invaliditeitsschaal’) van MP 31-101-1170.

Het verlies van de milt kan bijvoorbeeld leiden tot een invaliditeitspercentage van 30. Later kan aan de militair een invaliditeitspensioen (MP 32-500-1400) worden uitgekeerd als hij omwille van dienstongeschiktheid wordt ontslagen. Toch kan het zijn dat de militair in de burgermaatschappij gewoon aan het werk kan, omdat hij niet arbeidsongeschikt is. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen dienstongeschiktheid (het niet kunnen functioneren als militair) en arbeidsongeschiktheid (het niet meer kunnen werken).

Subjectieve bevindingen van de betrokkene of zijn staat van dienst spelen bij de vaststelling van de mate van invaliditeit geen rol. Ook houdt de War Pensions Committee-schaal geen rekening met het verlies van arbeid (arbeidsongeschiktheid). Arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld op grond van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en, sinds 1 januari 2006, op grond van de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).

Met invaliditeit wordt volgens de WPC bedoeld iedere vermindering van de anatomische integriteit of functionele capaciteit van het individu; met invalide zijn het lijden aan enige vorm van invaliditeit. De invaliditeit wordt gewaardeerd door het vermogen tot het volbrengen van de normale levensfuncties van de invalide te vergelijken met die van een niet-invalide. De waardering daarvan wordt bepaald door de algemene graad van verlies aan arbeidsvermogen tengevolge van de invaliditeit en niet door het overgebleven arbeidsvermogen in een bepaald bijzonder beroep. De mate invaliditeit kan oplopen van 10 tot 100%.

Het Ministerie van Defensie heeft ten behoeve van de WPC-schaal een adviescommissie en hanteert hiertoe het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen (MP 31-101-1170).

Terug naar Boven

 

WARSCHAU PACT

Afgekort: WP. Ook: Pact van Warschau. Duits: Warschauer Pakt. Engels: Warsaw Treaty Organization (WTO). Frans: Pacte de Varsovie. Organisatie van communistisch georiŽnteerde satellietstaten in Oost-Europa rond de voormalige Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog.

Opgericht op 14 mei 1955, als reactie op de toetreding van de Bondsrepubliek Duitsland tot de NAVO op 6 mei 1955. De toetreding van Duitsland betekende op korte termijn twaalf extra beschikbare divisies voor de NAVO.

Deze landen waren: AlbaniŽ, Bulgarije, Hongarije, Oost-Duitsland (DDR), Polen, RoemeniŽ en Tsjecho-Slowakije. Hoewel JoegoslaviŽ wel degelijk binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie lag, was dit land formeel een niet-gebonden staat. Op 12 september 1968 gaf AlbaniŽ zijn lidmaatschap van het Warschau Pact op.

Tussen de NAVO en het Warschau Pact namen de spanningen vanaf het einde van de jaren '40 van de 20ste eeuw steeds verder toe. Tijdens de Koude Oorlog leek alles erop gericht de lidstaten van beide verdragsorganisaties voor te bereiden op een strijd op het Europese vasteland, met een enorme wapenwedloop als gevolg.

De NAVO ervoer een grote conventionele en nucleaire dreiging vanuit het Warschau Pact; binnen de NAVO bestond de overtuiging dat een confrontatie met het Warschau Pact vrijwel zeker zou resulteren in de inzet van (eigen) nucleaire- en of chemische wapens.

De consequenties hiervan waren dat in bondgenootschappelijk verband een geloofwaardig antwoord moest worden geformuleerd op deze dreiging ťn dat de eigen strijdkrachten beter beschermd moesten worden tegen de gevolgen hiervan.

Logo van de Warschau verdragsorganisatie van vriendschap, samenwerking en wederzijdse bijstand. Van links naar rechts de nationale vlaggen van Bulgarije, Hongarije, Oost-Duitsland (DDR), Polen, RoemeniŽ, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie.

Mogelijke assen waarover het Warschau Pact in het scenario van een invasie in Europa zou aanvallen.

De NAVO hield ernstig rekening met twee mogelijke hoofdaanvalsassen van de troepen van het Warschau Pact: een noordelijke via de Noord-Duitse laagvlakte, waar ook de Nederlandse troepen gelegerd waren, en een zuidelijke in de richting van het Ruhrgebied door de Fulda Gap.

De tekening is gemaakt door dr. Graham H. Turbiville jr. en verscheen in november 1976 in het tijdschrift Army.

Zie ook: Koude Oorlog en Legerplaats Seedorf.

Terug naar Boven

 

WATER

Veilig drinkwater is essentieel voor operationeel optreden. Ongezuiverd water - water dat niet correct is behandeld - kan ziekten als (para)tyfus, dysenterie, poliomyelitis, diarree en vele anderen overbrengen. Afhankelijk van plaats en omstandigheden kan water ook het middel zijn om ziekten als infectueuze hepatitis, schistosomiasis en amoebische dysenterie over te brengen.

Water is een eerste levensbehoefte...

Als voorbeeld: lessons learned uit de Amerikaanse operaties DESERT SHIELD en DESERT STORM leren dat eenheden onder woestijnomstandigheden rekening moeten houden met tenminste 26Ĺ liter per militair per 24 uur ('CALL Publication 93-1, 'Somalia. Operations Other Than War'). Een goed evenwicht tussen vocht dat het lichaam in- en uitgaat (via ademhaling, braken, ontlasting, transpiratie en urine) is van essentieel belang.

Water verwijdert afval- en gifstoffen uit het lichaam, houdt het niveau van het lichaamsvocht op peil en reguleert de lichaamstemperatuur. Onder normale omstandigheden zal het verlies aan lichaamsvocht per nacht alleen al zo'n 350 ml bedragen.

Verlies aan vocht zorgt voor prestatieverlies. Dat wordt immers niet alleen veroorzaakt door verlies aan massa (1% prestatieverlies per kg gewicht), ook door volumeverlies. Een vochtgebrek in het lichaam van 1% geeft een prestatieverlies van 10%.

Het lichaam reageert pas met bewuste zin in water (dorstprikkel) na een verlies van zo'n 1,5% van het lichaamsgewicht aan vocht (wat een prestatieverlies geeft van 15%). Het is dan ook af te raden te wachten totdat het lichaam op deze manier aangeeft dat sprake is van dorst. Daarom is het van levensbelang altijd water op de man te hebben, bijvoorbeeld in een CamelBak, jerrycan of veldfles.

Naast de dorstprikkel is ook donkergekleurde urine een sterke aanwijzing dat uitdroging (dehydratie) optreedt: te weinig gedronken en/of te veel vocht verloren.

De mens bestaat voor Ī 60 ŗ 70% uit water. Het is bekend dat een volwassene per dag minimaal 1Ĺ ŗ 2 liter vocht (zes tot acht glazen) dient te consumeren om goed te blijven functioneren: niet alleen water, ook frisdrank, fruit, groente, koffie, melk, limonade, soep, thee en vruchtensap. Ook bieten, fruit, wortelen e.d. bevatten grote hoeveelheden vocht.

In gebieden als jungles en woestijnen is het raadzaam om een paar maal veel water te drinken dan vele malen kleine hoeveelheden water te drinken.

Een handzaam rehydratiesysteem is de CamelBak: een rugzak met ingebouwde waterzak met drinkslang, zodat gemakkelijk kan worden gedronken. CamelBak adverteert niet voor niets met de slogan "Hydrate or Die" ("Drink of Sterf"). Bij gebrek aan een CamelBak of anderszins, kan een dorstgevoel tijdelijk worden onderdrukt door het zuigen op bijvoorbeeld een grindsteentje of knoop.

De behoefte aan rein water ten behoeve van consumptie, koken, wassen e.d. bedraagt bij een brigade - uitgaande van een gemiddelde van 3.000 militairen - ruim 60.000 liter per 24 uur. Dit is omgerekend twintig liter per militair per dag.

Zie ook: CamelBak, koudeletsels en warmteletsels.

Terug naar Boven

 

WATERBOORINSTALLATIE

Afgekort: WBI. De waterboorinstallatie - kostprijs Ä 1,5 miljoen, in delen te vervoeren op flatrackcontainers - wordt gebruikt om in het kader van Peace Support Operations en humanitaire operaties waterputten te slaan tot op een diepte van 300 meter. Daarbna kan het opgepompte grondwater voor waterzuivering worden aangeboden, waarna het water ter distributie kan worden aangeboden, onder andere ten behoeve van drink- en badwaswater.

Het gevechtssteunmaterieel wordt gebruikt door het waterboordetachement van het Bureau Geniewerken (BGNW) van 101 Geniebataljon. BGNW, het ingenieursbureau van Defensie, is hťt aanspreekpunt voor operationele infrastructuur en civiele werken.

Het twaalfkoppige waterboordetachement kan grondboringen verrichten om de watervoorziening voor de eigen troepen aan te leggen, een bijdrage te leveren bij humanitaire hulpverlening en is, binnen Nederland, gecertificeerd om op grotere diepten naar water te mogen boren.

De waterboorinstallatie is voor het eerst beproefd door een bouwmachinegroep van 13 Pantsergeniecompagnie in BosniŽ-Hercegovina (SFOR-7, 2000). Samen met een vergelijkbare Engelse eenheid zijn in december 2002 op het Artillerie Schietkamp tien brandblusputten geslagen, waaruit in geval van brand grondwater wordt onttrokken. De waterboorinstallatie is onder meer meegenomen in het kader van de Stabilisation Force in Iraq (SFIR, 2003-2005).

Specificaties:

breedte

2 meter 50

gewicht

32 ton

hoogte

4 meter

lengte

12 meter

vermogen (in boorbedrijf)

285 kW

Terug naar Boven

 

WATEROVERSTEEK

Het passeren van een grote waterhindernis (grote(re) wateroppervlakten, kanalen, meren, rivieren e.d.) tijdens een verplaatsing.

Een wateroversteek kan op verschillende manieren plaatsvinden, afhankelijk van het aantal mensen dat moet oversteken, de aanwezigheid van gewonden en zieken, de benodigde en beschikbare materialen voor het overschrijden, de operationele noodzaak om zo snel mogelijk aan de overzijde van het water te komen, de tactische situatie, de factor tijd en de omgevings- en watertemperatuur.

Het oversteken van een waterhindernis is onder meer mogelijk met een drijfpakket met gevechtsuitrusting door het water; met lijnen/touwen boven het water; met vaartuigen of geïmproviseerd vlot over het water; of met voertuigen doorwadend.

In een tactisch scenario moet bij de keuze voor een geschikte locatie voor een wateroversteek, rekening worden gehouden met onbestreken ruimten (zoals bochten in en geaccidenteerd terrein naast de waterhindernis), oeververbindingen (bruggen), camouflage (gedekte oversteekplaats), stroomsnelheid van het water en vijanddreiging.

Bij het doorschrijden van een waterhindernis met een drijfpakket is het doel om met droge uitrusting, onder andere kleding, aan de overzijde van de waterhindernis te komen teneinde de opdracht verder te kunnen uitvoeren. Voor het drooghouden kunnen onder meer bilaminaat parka, gore-tex bivvi bag, gore-tex hoes van de slaapzak, poncho(-liner), puptent, regenhoes van de rugzak en waterdichte zakken worden gebruikt; rugzak, uitrusting en persoonlijk wapen worden hiermee als pakket drijvend gehouden. Het drijfpakket zal als ‘dekking’ voor zich uit door het water worden geduwd met daarbovenop het persoonlijk wapen.

Bij het zo tactisch mogelijk oversteken van een waterhindernis dient, zo mogelijk,  gebruik te worden gemaakt van gore-tex broek en parka, thermisch ondergoed en waterschoenen.Chestwebbing / ops-vest en persoonlijk wapen worden met behulp van een musketon aan het handvat van de rugzak gezekerd.

Met inachtneming van de officiŽle regelgeving wateroversteek volgens de nota ‘Geneeskundige ondersteuning van militaire activiteiten’ van de Inspecteur Geneeskundige Dienst van 4 oktober 2004, moet bij een wateroversteek met drijfpakket of vlot tenminste een Algemeen Militair Verpleegkundige met gewondentransportmiddel, resuscitatieapparatuur (zuurstof) en verbindingsmiddel aanwezig zijn:

Daarnaast moet rekening worden gehouden met omgevings- en watertemperatuur. Bij watertemperaturen onder 10 graden Celsius mag personeel NIET doorwaden.

Zie ook: drijfpakket.

Terug naar Boven

 

WATERSNOODRAMP 1953

Grootste watersnoodramp uit de Nederlandse geschiedenis.


Als gevolg van springvloed en een noordwesterstorm stuwt in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 het water van de Noordzee op tot de recordhoogte van 4,5 meter boven Normaal Amsterdams Peil. Nadat de dijken zijn doorgebroken overstroomt een groot deel van Zeeland, westelijk Noord-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden.

De natuurramp kost aan ruim 1.800 mensen het leven.

Militair leidt de ramp in 1955 tot de oprichting van het Korps Mobiele Colonnes (KMC), dat enige tijd het vierde krijgsmachtdeel was.

De Koninklijke Landmacht verleent grootschalige bijstand. Ruim 15.000 militairen van de KL helpen mee met het bergen van de slachtoffers, dichten/versterken van de dijken, het herstellen van wegen en evacueren/redden van mensen en vee. Bijna alle hulpgoederen worden met behulp van militaire vliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht, Marine Luchtvaartdienst of buitenlandse luchtmachten ingevlogen of gedropt.

De hulp wordt deels samen met militairen uit andere NAVO-lidstaten uitgevoerd; BelgiŽ, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten assisteren met militairen bij de evacuatie van de slachtoffers.

Tijdens de bijstandswerkzaamheden komen 8 militairen om het leven.

Militairen legden na de watersnoodramp een nooddijk aan bij Zwingelspaan, een buurtschap van de gemeente Moerdijk in de provincie Brabant.

Met vele duizenden zandzakken en rietmatten creŽerden de militairen van de genie en 42 Bataljon Limburgse Jagers op de Zwingelspaansedijk een nooddijk. Aanvankelijk liep het water nog met grote hoeveelheden door een bres de Oude Fijnaartpolder in, maar de dijk hield het. Zo zorgden een gezamenlijke inspanning van militairen en burgers ervoor dat het dorp Fijnaart niet onder water kwam te staan.

Leden van het Korps Commandotroepen, die de beschikking hadden over twee stormboten, controleerden op de Kwartiersedijk en de Oude Heijningsedijk of de lokale bevolking geŽvacueerd was.

Terug naar Boven

 

WATERZUIVERINGSTABLET

Duits: Wasserentkeimungstabletten; Wasseraufbereitungstabletten. Engels: water purification tablets. Frans: comprimťs purification d'eau.

Minder dan 1% van het water ter wereld kan als drinkwater worden geconsumeerd; 80% van de ziekten ter wereld wordt overgebracht door water en waterborne eencelligen. Ziekteverwekkers zijn met name wormeitjes, parasieten (amoeben, protozoŽn - zoals Cryptosporidium - en cysten, zoals Giardia), bacteriŽn (buiktyfus, cholera en dysenterie, met name Vibrio cholerae, Escherichia coli en Salmonella typhi), virussen (adeno- en enterovirussen, hepatitis A en E) en allerhande sedimenten.

Waterzuivering is van levensbelang!

Op macroniveau verzorgt de genie de waterzuivering (bijvoorbeeld in missiegebieden), maar bij eenheden èn individueel is de militair zelf verantwoordelijk voor het zuiveren van (oppervlakte)water. Drinkwater moet veilig zijn en zodoende eerst worden gefiltreerd, gekookt of chemisch worden gezuiverd. Zeker voor militairen die zijn afgesneden van eigen troepen en/of Special Forces is het drinkbaar maken van vervuild of besmet water letterlijk van levensbelang. Hiervoor is de waterzuiveringstablet (NSN 6850-12-152-7462) een uitkomst: 2 tabletten  in 1 liter water zorgen na 20 minuten wachten voor drinkbaar water. Het werkzame bestanddeel van 17mg NaDcc (natrium-di-chloor-iso-cyanuraat) per tablet desinfecteert het water. Het water moet binnen 24 uur worden geconsumeerd.

Terug naar Boven

 

WAVE

In de Verenigde Staten: lift. In het kader van een air manoeuvre-operatie is een wave het aantal helikopters dat in één slag (met het maximale aantal helikopters) over één of meer tevoren vastgestelde luchtroutes verplaatst en op min of meer hetzelfde tijdstip op de eindlocatie arriveert.

Een wave is opgebouwd uit meerdere flights: twee of meer van hetzelfde type én in formatie vliegende helikopters onder leiding van een flightcommander. Het tijdstip waarop de eerste helikopter in de eerste wave vertrekt is Y-Hour.

Voor een wave én flights zijn onder meer van belang het aantal en type helikopters voor iedere slag, het aantal helikoptercrews, de af te leggen afstand en toewijzing én verdeling van de beschikbare helikoptercapaciteit, maar ook de beladings-, instijg- en vetrektijden.

De initiële inzet van een air manoeuvre-operatie wordt bij voorkeur massaal in één wave uitgevoerd om de tegenstander zo snel mogelijk een grote en bij voorkeur beslissende klap toe te brengen. De inzet van één wave – in principe zonder externe lading – betekent, met name bij een hoge dreiging, een snelle en verrassende uitvoering – bijvoorbeeld bij een raid.

Zie ook: flight en sortie.

Terug naar Boven

 

WD-1/TT

Feld(telefon)draht WD-1/TT.
field (telephone) wire WD-1/TT.
fil de campagne WD-1/TT; fil de tťlťphone WD-1/TT.

Afkorting voor: Wired Double, 1st version, Telephone/Telegraphy. Voluit: veldkabel WD-1/TT. Officieel: cable, telephone, electrical (infantry field wire, twisted pair, wire WD-1/TT).

Kabel voor veldtelefonie die sinds WO II in gebruik is. Onder statische omstandigheden zijn lijnverbindingen te velde en in achterwaarts gelegen gebieden eerste keus.

Met behulp van WD-1/TT en veldtelefoontoestellenn, zoals de TA-4881, kunnen verbindingen tot stand worden gebracht. Het begin van de veldkabel gaat via een gat aan de zijkant van de haspel naar een plaatje met twee aansluitcontacten waaraan de kabel bevestigd moet blijven.

WD-1/TT is samengesteld uit twee om elkaar gedraaide, geÔsoleerde aders.

Iedere ader bestaat uit vier vertinde koperdraden voor de elektrische geleiding en drie gegalvaniseerde staaldraden voor trekvastheid, beiden met een diameter van 0,28 mm. De treksterkte van de WD-1/TT is Ī 90 kg. Per 400 meter weegt WD-1/TT Ī 2,2 kg.

Omdat de koperdraden het signaal doorgeven, moeten die altijd ineengedraaid worden; om de koperdraden worden de staaldraden geÔsoleerd afgebonden om een werkbare verbinding te maken. Alle draden zijn aan de buitenkant geÔsoleerd met een laagje zink en aan de binnenkant met polyethyleen.

WD-1/TT wordt vervoerd op een haspel (metalen drum):

► DR-8

400 meter

► MX-306/G

800 meter

► RL-159/U

1.600 meter

► DR-4

2.000 meter

► DR-5

4.000 meter

De DR-8 kan met behulp van het haspelwerktuig RL-39 worden af- of opgerold: een borsthaspel met een draaibare as met handgrepen, draagriemen en een slinger voor het af- of -terugspoelen van de veldkabel.

De WD-1/TT aangesloten op de TA-4881.

Een fysiek beveiligde veldkabel kan door een opponent moeilijk worden afgeluisterd wanneer bij het leggen draadversperringen, elektriciteitsdraden en hoogspanningsleidingen, natte ondergrond (slechts relatief waterproof) en locaties die vuur trekken - zoals bruggen, kruisingen e.d., worden vermeden.

Behalve draadbreuken is de veldkabel nauwelijks storingsgevoelig.

Nadelen van WD-1/TT zijn de immobiliteit, kwetsbaarheid voor verkeer en vijandelijk vuur, het tijdrovende legwerk ( door lijnwerkers) en de noodzaak van fysieke beveiliging.

De geluidssterkte van het verbindinsgssignaal door WD-1/TT zwakt per kilometer slechts met 0,9 decibel (dB) af.

WD-1/TT kan op vele verbindingsmiddelen worden aangesloten, zoals de TA-4881 en het Multitel-systeem.

Ook kan WD-1/TT worden gebruikt worden voor het vervaardigen van een draadscherm voor verbindingen.

Zie ook: Multitel, veldtelefoontoestel TA-4881 (krekel) en verbindingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

WEBECO AUTOMAT 12/30 STOOMAUTOCLAAF

Webeco Automat 12/30 stoomautoclaaf

De Webeco is bij de Geneeskundige Dienst van de Koninklijke Landmacht in gebruik als sterilisator van medische hulpmiddelen, instrumentarium en materieel bij een overdruk van 2,1 bar (210 kPa) en een temperatuur van 134 graden Celsius.

Instrumentarium kan zowel onverpakt als enkelvoudig verpakt in papieren verpakking worden gesteriliseerd. Voor het steriliseren van instrumenten met nauwe holle ruimtes, poreus materiaal of vloeistoffen is de Webeco niet geschikt.

Deze draagbare tafelmodel-stoomautoclaaf is voorzien van een druk- en temperatuurmeter, timer om het sterilisatieproces at te tellen, diverse maatbekers en een inzetmand.

Voor de stoomopwekking mag uitsluitend aquadest (gedestilleerd water) of demiwater (gedemineraliseerd) water worden gebruikt.

Specificaties:

binnenmaten

12 x 10 x 29 cm

buitenmaten

34 x 41 x 48 cm

energiebronnen

  • netspanning (220 Volt/1.100 Watt)
  • vloeibare brandstof via brandersysteem (benzine, diesel, kerosine, petroleum, spiritus)

gewicht (inclusief brander)

24 kg

inhoud aquadest/demiwater

maximaal ± 200 ml

inhoud brandstoftank

½ liter

inhoud sterilisator

4,5 liter

lading inzetmand

maximaal ± 800 gram

maximale overdruk

2,5 bar (250 kPa)

maximale temperatuur

138 graden Celsius

sterilisatieproces

maximaal 20 minuten

Terug naar Boven

 

WEER

Wetter.
weather.
temps.

Het geheel van in onderlinge samenhang zichtbare meteorologische elementen dat het gevolg is van de toestand van de atmosfeer op een bepaalde plaats op een bepaald moment.

bewolking (cloud cover)

licht (light)

luchtdruk
luchtvochtigheid (humidity)

maanhelderheid en nachthelderheid

mist

neerslag (precipitation)

temperatuur (temperature)

wind (wind) ►windkracht, windrichting en windsnelheid

zicht (visibility) ► overdag en bij nacht

zonneschijn

In Nederland gelden:

neerslag per jaar

797 mm

zonneschijn per jaar

1.534 uur (≈ 64 dagen)

Dutchbat III in de sneeuw in Srebrenica.

Het weer is een onzeker element dat bijdraagt aan de situational awareness (SA). De weersgesteldheid is een belangrijke factor in militaire operaties en kan hieraan zelfs schade toebrengen.

In tegenstelling tot het klimaat is het weer redelijk voorspelbaar. Weersomstandigheden worden pas dominant wanneer extremen optreden, zoals hitte, koude en/of neerslag. Plaatselijk en tijdelijk zijn meteorologische afwijkingen denkbaar die het optreden bemoeilijken.

Meteorologische informatie zijn van strategisch en tactisch belangbestaat onder andere uit klimatologische informatie, weersverwachtingen en weersimpactmatrices (die de invloed van het weer op operaties en eenheden inschatten) is van strategisch en tactisch belang. Meteorologen (weerkundigen) leveren deze en andere meteorologische producten ten behoeve van (inter)nationale militaire operaties.

De voorbereiding op een missie begint met de Intelligence Preparation of the Battlefield (IPB), waarbij de omgeving van ťn de dreiging in een inzetgebied worden geanalyseerd. Hierbij is het weer een van de factoren (omgevingseffecten). De 'T' in OATDOEM licht de factoren terrein en weer, beiden elementen van gevechtsinlichtingen, nader toe.

Het weer kan van grote invloed zijn op militaire operaties. In Uruzgan verplaatst een patrouille zich in een zandstorm van de Forward Operating Base (voorpost) Volendam naar Camp Hadrian bij Deh Rawod. Het opwaaiende zand belemmert het zicht ernstig.

Gunstig gezinde weersomstandigheden voor eigen troepen vergroten de inzetbaarheid van middelen, de uitvoering van activiteiten, het vermogen om het terrein tactisch zo voordelig mogelijk te benutten en, in het algemeen, het voortzettingsvermogen van personeel en materieel.

Toch kunnen lokale weersomstandigheden grote effecten hebben op de toestand ter plaatse:

► bergachtig terrein beÔnvloedt in hoge mate de wind
► wateroppervlakten hebben grote invloed op de luchtvochtigheid, onder andere aan de kust
► beÔnvloeding van het weerbeeld is groot tijdens zonsopkomst en -ondergang

De weersomstandigheden hebben effect op (de begaanbaarheid van) het terrein. Commandanten dienen zich steeds bewust te zijn van de mogelijkheden en beperkingen die extreme neerslag, temperaturen en wind kunnen hebben op de inzetbaarheid van hun personeel en de kans van slagen van een operatie.

Specifieke vraagstukken in relatie tot het weer zijn bijvoorbeeld:

artillerie

► verticale windprofiel
► windsnelheid

grondtroepen

► heat stress
wind chill factor

logistiek

► invloed van luchttemperatuur op de maximale belading van vliegtuigen
► verwachte begaanbaarheid van onverharde wegen en landingsbanen

luchtsteun

► bewolkingshoogte
► hoeveelheid ijsafzetting
► onweersbuien
► verwachte zichtreductie

nachtzichtapparatuur/
sensoren van wapensystemen

► variaties in etmaaltemperatuur en achtergrondstraling

Voorbeelden van hoe het personeel tijdig kan worden voorbereid of gewaarschuwd voor het weer:

WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature)

In 1947 werd de Meteorologische Dienst Koninklijke Luchtmacht opgericht en gevestigd in de Van Helsdingenkazerne in Hilversum.

In 1992 werd deze gereorganiseerd tot de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG) en verhuisde naar de Vliegbasis Woensdrecht. De hoofdtaak van de LMG is het maken van weersverwachtingen voor eenheden van de Nederlandse krijgsmacht.

In 2005 automatiseerde de LMG haar netwerk van weerstations en koppelde het aan het landelijk raster van het KNMI. Daardoor ontstond een geintegreerd meetnet voor meteorologische waarnemingen.

In 2008 tekenden Defensie en Verkeer & Waterstaat een intentieverklaring tot samenwerking tussen Defensie en het KNMI.

Het mislukken van operatie Barbarossa, het Duitse offensief in Rusland dat op 22 juni 1941 begint, wordt voor een groot deel toegeschreven aan het weer.

Eerst veroorzaakt overvloedige regen in de herfst drassige en daardoor grotendeels onbegaanbare wegen. Daarna valt de Russische winter van 1941/'42 streng in. De Duitsers hebben juist een zachte winter voorspeld.

De belegering van Leningrad duurt uiteindelijk 900 dagen. In de winter van 1942/'43 kan het Duitse 6e Leger het beleg niet langer voortzetten, onder andere door de afwezigheid van winterkleding.

Daarnaast lijden de Duitsers zwaar onder de lange logistieke lijnen. Daarentegen kan de Russische verdediging gemakkelijk van proviand worden voorzien, omdat door de extreme vrieskou het Ladogameer, ten noordoosten van Leningrad, is dichtgevroren.

De weg over het bevroren Ladogameer is nog de enige manier tot contact tussen het omsingelde Leningrad en de buitenwereld.

Andere historische momenten:

1281

De kamikaze ("goddelijke wind") vernietigt de vloot van de Mongolen onder Kublai Khan (4.400 schepen en 140.000 man) en behoedt Japan voor een invasie op de kust van Kyushu. De tyfoon vernietigt de helft van de vloot.

 

1588

Een Spaanse armada van 130 oorlogsbodems en ruim 30.000 koppen onder Philips II en diens invasiepoging van Engeland hebben direct te lijden onder extreme stormwinden. Kort na het vertrek uit Lissabon in mei slaat de ene storm na de andere toe. Na enkele weken keert slechts de helft van de aanvalsvloot terug en blijken vele schepen onherstelbaar beschadigd.

 

1812

Tijdens de Russische veldtocht van Napoleon's Grande Armée valt voortijdig een zeer strenge winter in. Het blijkt een fatale vergissing in de Russische weersomstandigheden: uiteindelijk verliest Napoleon meer mannen aan de weersomstandigheden, hongersnood en ziekten dan aan de strijd tegen de Russen.

 

1815

De Belgische modder verhindert het verplaatsen van Napoleon's kanonnen bij Waterloo. Hierdoor stelt Napoleon de aanval uit tot 11.00 uur op 18 juni – in de hoop dat het maaiveld dan wat droger zou zijn – waardoor hij op het einde van de dag tijd tekortkomt. Het uitstel van enkele uren blijkt voor drie Pruisische korpsen onder maarschalk Von Blücher afdoende om Napoleons flanken te overrompelen.

 

1854

Tijdens de Krimoorlog wordt op 14 november op de Zwarte Zee de Franse oorlogsvloot getroffen door een ongekend zware storm en goeddeels verwoest. De Fransen verliezen hun belangrijkste oorlogsschip, ‘Henri IV’, onder kapitein Jehenne.

 

1859

Op 26 oktober wordt het prominente Britse oorlogsschip ‘Royal Charter’ in het Kanaal, aan de noordoostkust van Anglesey, op de rotsen geworpen. Ruim 450 mensen komen om het leven.

 

1917

De voorbereidende artilleriebeschietingen van de Slag bij Passendale in WO I hebben de afwatering van het landschap volledig ontregeld. Als het vervolgens begint te regenen, verandert het slagveld in een niemand ontziende modderwoestenij.

 

1950-‘53

De Nederlandse militairen die meedoen in het NDVN in de Korea-oorlog komen hardhandig achter de barre en bittere Koreaanse weersomstandigheden. Dankzij een verkeerde klimatologische inschatting komen de Nederlanders zonder winterkleding in Korea aan, terwijl temperaturen tot minus 20 graden Celsius gewoon zijn.

Het is moeilijk te bepalen wanneer de weersomstandigheden tactisch doorslaggevend worden: zowel eigen als vijandelijke troepen hebben er mee te maken. Proefondervindelijk wordt aangenomen dat de weersomstandigheden meer ten nadele van de aanvaller dan van de verdediger zijn.

De weersomstandigheden kunnen veel invloed hebben op de uitvoering van militaire operaties. Dat bewijst deze foto van een storm van woestijnzand, de harmattan, tijdens de missie MINUSMA in Mali.

© Hille Hillinga, 13 oktober 2014.

Terug naar Boven

 

WEGENMATTENLEGGER MLC-70

Duits: Faltstrassengeršt (FSG). Engels: quick-laying road surface. Een wegenmat is een oprolbare stalen mat die geschikt is als tijdelijke verharding, bijvoorbeeld voor omleidingen en waterovergangen.

Het MLC-70 wegenmatsysteem (Faltstrassenverlegesystem), in dienst sinds 1999 en geproduceerd door Krauss-Maffei en MAN Nutzfahrzeuge, is bedoeld voor het begaanbaar maken van slecht te passeren terreindelen. Door de geïmproviseerde wegbouw van de genie vergroten de wegenmatten de mobiliteit van de eigen troepen. MLC betekent Military Load Class (brugclassificatie).

De installatie van het wegenmatsysteem is geplaatst op een vrachtauto MAN SX 2000 15kN 8 x 8, de opvolger van de DAF YAK-616 wegenmat.

Op de installatie bevindt zich een opgevouwen mat die zich tijdens het leggen, tijdens het vooruitrijden van de vrachtauto, automatisch ontvouwt.

Een wegenmat bestaat uit zgn. zeskantplaten (sechseckige Stahlgussplatte), die samen aaneengeschakelde elementen vormen van 2,77 meter (lengte) bij 4,20 meter (breedte).

In totaal kan op deze wijze tot 50 meter aan wegversterkingsmateriaal aan elkaar worden gekoppeld. De rijbreedte van de rijmat of -plaat is dus 4,20 meter.

De zeskantplaten kunnen aan elkaar worden gekoppeld tot een wegenmat: een tijdelijke wegverharding.

Ouderwets wegenmat leggen met de DAF YAK-616 wegenmat, zichtbaar op de achtergrond.

De legtijd van één wegenmat van 50 meter is ± 10 minuten; het opnemen van een wegenmat van 50 meter neemt ± 20 minuten in beslag. Het laden van een nieuwe wegenmat met behulp van een Liebherr mobiele kraan FKM kost ongeveer een half uur.

Het handmatig corrigeren van de zeskanten platen van een wegenmat.

De wegenmatten kunnen voertuigen tot een gewicht tot 65 ton dragen. Op een wegenmat mag met een maximumsnelheid van 5 km per uur worden gereden. Wielvoertuigen tot MLC 32 en rupsvoertuigen tot MLC 70 mogen de wegenmat gebruiken.

Bij twee wegenmattenleggers behoort een Liebherr mobiele kraan FKM die de wegenmatten op- en af de vrachtauto hijst. Het systeem wordt bediend door twee militairen. De wegenmattenleggers maken deel uit van de ConstructiecompagnieŽn. Elke Constructiecompagnie heeft drie leguitrustingen en in totaal negen wegenmatten.

De wegenmattenlegger MLC-70 (foto's: Liejon Schoot).

Specificaties:

breedte voertuig met wegenmat

3 meter 03

breedte voertuig zonder wegenmat

2 meter 50

brugclassificatie voertuig

32

gewicht voertuig met wegenmat

28.800 kg

gewicht voertuig zonder wegenmat

19.600 kg

hoogte voertuig beladen

3 meter 60

hoogte voertuig onbeladen

3 meter 02

lengte voertuig

11 meter 37

In de nacht van 6 op 7 november 2013 hebben militairen van 102 Constructiecompagnie (101 Geniebataljon) een groot aandeel gehad in het wegtakelen van een ontspoorde, 40 ton zware goederenwagon in Borne op het spoorwegtraject Almelo-Hengelo.

Met behulp van twee wegenmattenlegger, 700 meter aan wegelementen - zoals zeskantplaten en stalen rijplaten - en een Liebherr mobiele kraan FKM legden de genisten in drassig weiland een noodweg naar het spoor aan. Over de tijdelijke wegverharding reed vervolgens een zware kraan naar de ontspoorde wagon.

Zie ook: wegenplaat (zeskantplaat).

Terug naar Boven

 

WEGENPLAAT

Voluit: wegenplaat KL 30/50. Ook genaamd: zeskantplaat. Duits: sechseckige Stahlgußplatte. Engels: hexagonal plate; hexagonal mat.

De zeskantplaten die aan elkaar gekoppeld worden tot een wegenmat.

De gietstalen wegenplaat, die 22 à 25 kg weegt, is constructiemateriaal dat door de genie wordt gebruikt om tijdelijke toegangswegen, oeververhardingen, parkeerterreinen e.d. te verwezenlijken dan wel kortstondig weg(del)en te verharden.

Door het verbeteren van de mobiliteit hebben eigen troepen geen of minder hinder van hindernissen.

De schakelbare zeshoekige (hexagonale) platen – de vorm van een sneeuwkristal – grijpen in elkaar en vormen samen een wegenmat (KL 30).

De wegenmat is een min of meer permanente wegverharding.

De zeskantplaten kunnen handmatig worden gelegd of met behulp van een mattenlegger.

Tegenwoordig zijn er civiel ook aluminium, glasfiber en plastic zeskantplaten beschikbaar. Deze zijn echter ontoereikend voor het zwaarwegend Defensiemateriaal (Military Load Class).

In 2011 is de 'gouden zeskantplaat' geherintroduceerd bij CRSV de Mineur, de cadettenvereniging voor aspirant-officieren van de genie.

Voor wegverharding kan ook gebruik gemaakt worden van rij- of ringplaten (Engels: pierced steel planking, PSP). Rijplaten zijn langwerpige, geperforeerde stalen platen die worden gebruikt om een tijdelijk rijspoor aan te brengen.

Zie ook: wegenmattenlegger MLC-70.

Terug naar Boven

 

WEGVERPLAATSINGEN

Het verschil tussen tactische en niet-tactische wegverplaatsingen is het element 'tactisch'.Tactisch wil in dit verband zeggen dat de wegverplaatsing plaatsvindt binnen het inzet- of operatiegebied.

NIET-TACTISCH

TACTISCH

 

Groepering

Zo veel mogelijk organiek

In een gevechtsvaardige groepering

 

Gebied

Niet in de gevechtszone in het inzetgebied

In de gevechtszone in het inzetgebied

 

Route

Over ťťn of meer marsroutes

Over ťťn of meer marsroutes of gedeeltelijk in het terrein

 

Vijandcontact

Gevechtscontact met vijandelijke landstrijdkrachten is niet of nauwelijks te verwachten

 

Gevechtscontact met vijandelijke landstrijdkrachten is te verwachten

Voorbeeld

Verplaatsen naar een verzamelgebied

Verplaatsen naar een afwachtingsgebied

Terug naar Boven

 

WEGWIJZER SOCIALE ZEKERHEID DEFENSIE

In de Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie wordt uitgelegd hoe het stelsel van sociale zekerheid in elkaar zit en wat het belang en de plaats zijn van de door de Defensieorganisatie getroffen voorzieningen.

Het boekje bevat onder andere uitgebreide informatie over inkomen bij ziekte, de WIA (Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen), re-integratie, WW (Werkloosheidswet) en diverse bovenwettelijke uitkeringen, voorzieningen en verstrekkingen bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en overlijden binnen de sector Defensie.

Alle regels, wetten, rechten en plichten van het militaire en burgerpersoneel van het Ministerie van Defensie zijn te vinden in MP-bundels.

De huidige, alleen via het internet beschikbare Wegwijzer – die valt onder de MP-bundel 32-800 – is alleen digitaal bijgewerkt tot november 2007.

Op initiatief van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM), de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP), de Marechausseevereniging (MARVER) en De Financiële Dienstverlener (DFD) is een herziene druk van de Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie verschenen. Leden van de ACOM, AFMP en MARVER krijgen 10% korting op de prijs!

Terug naar Boven

 

WEIGERYUP

Samentrekking van "weigeren" en "yup" (young urban professional). Verkleinwoord: weigeryuppie.

Ongunstige benaming van een dienstplichtige, in de regel een hoger opgeleide jongere met (het vooruitzicht op) een goedbetaalde baan, die een beroep deed op de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst (WGMD). Het verzoek aan de rechter vond niet zozeer plaats uit antimilitaristische of pacifistische overwegingen maar uit motieven van financieel-economische aard, zoals het voorkomen van vertraging in de aankomende of zojuist ontloken carriŤregang. Feitelijk deed de weigeryup hiermee een oneigenlijk beroep op de WGMD.

Al in 1981 ontdekte juristen een 'maas' in de WGMD. Hierdoor bleek het mogelijk onder de dienstplicht uit te komen zonder vervangende dienstplicht te vervullen. De weigeryup zocht, soms met hulp van juristen, systematisch naar (strafrechtelijke) procedures die uitstel opleverden, ook als hij reeds voor zijn dienstplicht was opgeroepen. Een voorbeeld hiervan betrof het opzettelijk niet opvolgen van een dienstbevel.

Tussen september 1992 en februari 1996 ontweken zo'n 900 jongemannen op deze manier de militaire dienst. Vanaf 1 september 1992 kreeg iedereen die de procedure van gewetensbezwaarde had doorlopen en niet was erkend te maken met een lik-op-stukbeleid: hij moest zich melden op de Kolonel Palmkazerne in Bussum. Ter plekke werd een hernieuwd gewetensbezwaar behandeld; bij afwijzing volgde alsnog een bevel tot onmiddellijke indiensttreding.

Waar het geld van de weigeryup opging aan advocaten, moesten minder gefortuneerden de dienstplicht uitdienen - een manier van handelen die ook wel werd omschreven als "asociaal" en "egoÔstisch". Door het ontwijken van de dienstplicht moest een ander juist wťl zijn dienstplicht vervullen.

Ondanks het afschaffen van de opkomstplicht in 1996, bleven de weigeryuppen vervolgd worden. In principe was zeven maanden gevangenisstraf de strafmaat voor totaalweigeraars, maar in de praktijk werd de straf na ťťn maand omgezet in (maatschappelijke) dienstverlening - een vorm van werkstraf. Later kon de gehele straf worden omgezet in dienstverlening, aangevuld met een geldboete.

Berechting van weigeryuppen vond plaats door de militaire kamer van de arondissementsrechtbank in Arnhem.

Zie ook: dienstplicht en totaalweigeraar.

Terug naar Boven

 

WERKLUST WIELLAADSCHOP UNIBOMA

Ook genaamd: shovel. UNIBOMA staat voor: Universele Bouwmachine.

Tweemaal Werklust wiellaadschop UNIBOMA

Zware bouwmachine die hoofdzakelijk is ingedeeld bij de genie. De shovel valt in dezelfde categorie als aggregaten, betonmixers, compressoren, generatoren, graafmachines, graders, hijskranen, kippers, mobiele hijskranen, pompen, sneeuwruimers en trilwalsen.

De shovel wordt met name gebruikt voor het graven van dekkingen, opstellingen en tankgrachten ten behoeve van pantserrupsvoertuigen en tanks. Daarnaast wordt de Werlust wiellaadschop gebruikt voor het vervolmaken van natuurlijke hindernissen, opwerpen van kunstmatige hindernissen, egaliseren van terrein en wegen én overslaan van goederen.

In 1991 schafte het Ministerie van Defensie 146 Werklust wiellaadschoppen aan.

Specificaties:

breedte (bak)

2 meter 61

hoogte (incl. zwaailamp)

3 meter 30

lengte (met bak op de grond)

7 meter 28

lengte combinatie wiellaadschop + aanhanger

15 meter

maximumsnelheid

35 km per uur

motor

DAF 4-cilinder dieselmotor

motorvermogen

165 pk (121 kW)

Zie ook: Liebherr mobiele kraan FKM.

Terug naar Boven

 

WESTERLING, RAYMOND

Voluit: Raymond Pierre Paul Westerling (geboren in Pera, Istanbul (Turkije) op 31 augustus 1919; overleden in Purmerend op 26 november 1987). Bijgenaamd 'De Turk'.

In juni 1945 meldde korporaal Westerling, in Engeland opgeleid als commando, zich voor de strijd in Nederlands-Indië bij het KNIL. Hij werd als tweede luitenant geplaatst bij het Korps Insulinde. Dit Korps – opgericht in augustus 1942 als opvolger van de Netherlands Special Organisation (NSO) – stond onder commando van majoor KNIL Frits Mollinger, was gestationeerd op Ceylon (Sri Lanka) en kwam, evenals No. 2 Dutch Troop, voort uit de Prinses Irene Brigade.

Het Korps Insulinde ondernam in Tweede Wereldoorlog elf geheime acties (commando- en guerrillataken) op het door Japan bezette Sumatra en maakte deel uit van de Britse Force (gevechtsgroep) 136.

Na de Japanse overgave op 15 augustus ’45 zond het opperbevel Westerling naar Sumatra om hulp te verlenen aan krijgsgevangenen en geïnterneerden in door Japan bezet gebied. Na zijn overplaatsing naar Batavia, in juni 1946, werd hij gevraagd de leiding op zich te nemen van het Depot Speciale Troepen (DST).

In september herdenken onder meer de leden van het Depot, Korps en Regiment Speciale Troepen (1945-1949) hun gesneuvelden bij het Nationaal IndiŽ-monument (externe link) in Roermond.

56 commando's en paracommando's lieten het leven.

Na een periode als reservekapitein bij het KNIL was Westerling van juni 1946 tot november 1948 commandant van het Depot (later: Korps) Speciale Troepen. Zijn voorganger als commandant was kapitein W.J. Scheepens, die zwaar gewond raakte bij een actie tegen de republikeinse troepen, zijn opvolger zou luitenant-kolonel W.C.A. van Beek worden. DST, KST en RST waren de voorgangers van het Korps Commandotroepen.

Voor de een was Westerling controversieel en berucht om zijn harde aanpak, voor de ander charismatisch, heldhaftig, strijdlustig en uiteindelijk legendarisch tot zelfs mythisch. Een militair die uitvoerde wat anderen niet durfden. Westerling verstond het vak van militair.

Gewapend met zijn favoriete wapen - een halfautomatisch, 8-schots pistool Colt .32 - op de heup, manifesteerde hij zich in 1946 en '47 op Zuid-Celebes (de huidige Indonesische provincie Sulawesi Selatan) "op onzachte, ruwe wijze"

Als commandant van slechts 123 commando's van het DST was hem door de legercommandant in Nederlands-IndiŽ zelf, luitenant-generaal S.H. Spoor, carte blanche gegeven: "met alle daartoe geŽigende middelen een eind te maken aan de heersende nationalistische terreur tegen het Nederlands gezag en de rust te herstellen".

De strijd in 'de Oost' neigde steeds meer naar een guerrillaoorlog tegen de revolutionairen ("peloppers"). Generaal Spoor wist dat kapitein Westerling de strijd niet opgaf en tot het einde zou doorvechten. Terreur moest met contraterreur worden bestreden.

Na het uitroepen van de Republik Indonesia op 17 augustus 1945 door Soekarno slaagden nationalistische jongeren ('pemoeda's') op Java en Sumatra erin grote delen van de eilanden te controleren. Nederland kon hier niet doeltreffend militair tegen optreden. Toen de geallieerden op 13 juli 1946 het bestuur over Celebes officieel overdroegen, kreeg Nederland te maken brandstichtingen, moorden, ontvoeringen, plunderingen en verkrachtingen.

Volgens het latere rapport van de juristen mr. C. van Rij en mr. W. H. J. Stam over de Zuid-Celebes-affaire, was op Zuid-Celebes de totale anarchie uitgebroken. Daarbij hadden de inlanders het meest te vrezen. Praktisch zagen ze zich gedwongen te kiezen voor de 'vrijheidsstrijders'.

Generaal Spoor zegde op 9 november 1946 toe dat het DST zou worden ingezet omdat het reguliere KNIL-leger daar niet tegen was opgewassen. Bovendien werd op Celebes de staat van oorlog afgekondigd.

Op 5 december 1946 arriveerden Westerling, zijn onderluitenant Jan B. Vermeulen en de commando's van het DST in Makassar, de hoofdstad van Zuid-Celebes.

Het DST was een half jaar eerder opgericht als onderdeel van het KNIL en bestond hoofdzakelijk uit Nederlandse oorlogsvrijwilligers, Indo-Europeanen en Molukkers. De eerste actie van het DST vond plaats op 10 december; twee maanden na aankomst was Zuid-Celebes gepacificeerd en een zekere stabiliteit weergekeerd.

De aan Westerling verschafte vrijheid van handelen om opstandige elementen in zuiveringsoperaties uit te schakelen, werd ten uitvoer gelegd in nachtelijke omsingelingen van kampongs. Bij het eerste ochtendlicht ging het DST de kampongs binnen.

Niemand ontziend werden personen in het bezit van wapens gedood, huizen waarin wapens waren gevonden in brand gestoken en alle overige bewoners bijeengedreven. Door ondervragingen moesten de juiste personen worden geÔdentificeerd en geŽlimineerd.

In 1977 verscheen 'Westerling: guťrilla story' van de Franse historicus Dominique Venner. Vijf jaar later verscheen het boek in vertaling als 'De eenling'.

Verdachte inlanders werden weliswaar volgens het standrecht gedood, maar Westerling’s eenheid doodde ten hoogste 600 mensen. In een latere nota schrijft de Procureur-Generaal bij het Hooggerechtshof van Nederlands-IndiŽ, mr H.W.Felderhof, dat de methode van Westerling "[...] haar rechtvaardiging vindt in een noodtoestand, die kan dwingen tot toepassing van een buitenwettelijke berechting en executie." Westerling's tactieken waren juridisch ingedekt.

Hoewel generaal Spoor goed met kapitein Westerling overweg kon, ontsloeg hij hem in november 1948 als gevolg van de groeiende Nederlandse kritiek op zijn optreden. Of nam Westerling gewoon ontslag? Hoe het ook zij, op 16 november droeg Westerling het commando van het KST over aan luitenant-kolonel Van Beek en in januari 1949 werd hem groot verlof verleend.

Op 16 november 1948 vond in Batoetadjar de commando-overdracht plaats van de commandant van het Korps Speciale Troepen (KST). Kapitein Raymond Westerling gaf het stokje over aan luitenant-kolonel W.C.H. van Beek. De chef-staf van de Generale Staf onder legercommandant S.H. Spoor, generaal D.C. Buurman van Vreeden, woonde de gelegenheid bij en hield een toespraak. Ook Westerling richtte zich in een kort afscheidswoord voor de laatste maal tot zijn mannen.

Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht van Nederland aan IndonesiŽ plaats. Hoewel de onafhankelijkheid nu op papier was geregeld, bleef het onrustig. Niet in de laatste plaats omdat het doel van de regering – een eenheidsstaat – op veel plaatsen tot verzet van irreguliere troepen leidde. Op Midden-Java vormde oud-kapitein Westerling een privť-leger: de APRA (Angketan Perang Ratu Adil, Legioen van de Rechtvaardige Vorst).

Zijn APRA telde ± 400 man en werd door Westerling geruime tijd getraind, maar de bewapening op de juiste plaats en op de juiste tijd leverde problemen op. Volgens kwade tongen kon Westerling, na zijn ontslag door generaal S.H. Spoor, met zijn APRA de totstandkoming van de eenheidsstaat IndonesiŽ dwarsbomen.

Ook kwam het goed uit Westerling de onrust onder een deel van de (Molukse) militairen van het KNIL, ontstaan na de soevereiniteitsoverdracht, te laten wegnemen.

Enkele gedeserteerde DST'ers en KNIL'ers werden in de geledingen van de APRA opgenomen, maar evengoed Ambonezen en Papoea's. De contactpersoon tussen Westerling en zijn troepen was ook een Molukker: eerste luitenant P.E.D. Titaley.

Om te voorkomen dat de deelstaat Pasoendan op Midden-Java werd beŽindigd, pleegden  pleegden Westerling c.s. op 23 januari 1950 een coup in Bandung: veel Nederlandse militairen en kolonisten konden zich niet neerleggen bij de Indonesische onafhankelijkheid.

De poging de stad in te nemen en de macht te grijpen mislukte. Westerling ontsnapte en ontkwam op 22 februari 1950 - met een vals paspoort - via Singapore naar Nederland. Tevergeefs vroeg Indonesië om zijn uitlevering.

Na de mislukte staatsgreep in Bandung werden de meeste APRA-militairen opgepakt door de nog op Java achtergebleven Nederlandse troepen en veroordeelde door een Nederlandse krijgsraad. Titaley kreeg 20 maanden gevangenisstraf.

Bronnen:

► De eenling - Dominique Venner (1977, vertaald in 1982)
► De Opmaat (Tijdschrift over veteranen in oorlog en vrede), interview door Henk Bos en Felix Thijssen (februari 1996 en maart 1996)
► De Zuid-Celebes affaire. Kapitein Westerling en de standrechtelijke executies - Willem IJzereef (1984)
► Het Nederlands/Indonesisch conflict. Ontsporing van geweld - J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix (1983)
► Kapitein Westerling en de Speciale Troepen in IndiŽ - J.A. de Moor (Militaire Spectator, 1999)
Mijn mťmoires – R.P.P. Westerling (1952)
► Westerling's oorlog. IndonesiŽ 1945-1950 - J.A. de Moor (1999)
► Westerling's favoriete vuurwapen - Casper van Bruggen (Armamentaria 39, 2004)
 

De grafsteen van Raymond Paul Pierre Westerling - "een man met een hang naar actie en avontuur, een krachtige persoonlijkheid met een zeker charisma, geneigd tot overmoedige soloacties, vol bravoure, trots op zijn fysieke kracht en doortastendheid, een onhollands machotype" (Biografisch Woordenboek van Nederland).

Westerling overleed op 26 november 1987 in Purmerend; op 1 december 1987 werd hij begraven op de Nieuwe Ooster Begraafplaats in Amsterdam.

Raymond Webb, 5 september 2010)

  
‘Kapitein Westerling. Le terroriste vit de la peur qu’il inspire: retournons cette terreur contre lui’ - Yves Naert (Magazine Commando, No. 33, Février-Mars 2008).‘Kapitein Westerling. Le terroriste vit de la peur qu’il inspire: retournons cette terreur contre lui’ - Yves Naert (Magazine Commando, No. 33, Février-Mars 2008).
'De acties van Westerling'.'De acties van Westerling'.
  

In januari 2007 verscheen het boek 'Westerling: kudeta yang gagal’ ('Westerling: de mislukte coup') van de Indonesische historicus Petrik Matanasi. De biografie is geschreven in het Bahasa Indonesia en verscheen met ISBN 9789792221947 bij uitgeverij Media Pressindo in Yogyakarta.

Aan de website Raymond Westerling Online liet Matanasi weten tien maanden aan het onderzoek te hebben gewerkt.

Het boek zou grotendeels zijn gebaseerd op Indonesisch bronnenmateriaal. Aan de hand van ooggetuigenverslagen, krantenartikelen en politierapporten schetst Matanasi een beeld van de gebeurtenissen rond 23 januari 1950, toen Westerling en zijn getrouwen een coup tegen de Republiek van de Verenigde Staten van IndonesiŽ pleegden.

Matanasi wijdt het mislukken van de coup aan een amateuristische voorbereiding.

Sinds 2009 werkt de Nederlander Frederik Willems, de webbeheerder van Raymond Westerling Online, aan een biografie over Westerling.

Terug naar Boven

 

W.H.A.M.

Acroniem met de betekenis: “Winning Hearts And Minds”. Zo ligt bij ISAF Stage-III in Afghanistan, vanaf 2006, de “nadruk op opbouw en WHAM. Maar vechten is soms onontkoombaar…” Aldus een presentatie over de stand van zaken binnen ISAF van het Ministerie van Defensie d.d. 1 december 2006.

W.H.A.M.-operaties zijn zo oud als de weg naar Rome. Tijdens de Koude Oorlog waren de radio-uitzendingen van Radio Free Europe en Voice of America onderdeel van de Amerikaanse strategie, in Vietnam stond W.H.A.M. vlak naast hit-and-run en pacificeren.

Van de Amerikaanse generaal b.d. James F. Hollingsworth, die diende in de Tweede Wereldoorlog, Korea en Vietnam, is de uitspraak: "Get 'em by the ass… Their hearts and minds will follow.”

Zie verder: hearts & minds.

Terug naar Boven

 

WHAT IF-SCENARIO

Nederlands: “wat als”-scenario. Gedacht verloop, bijvoorbeeld van een oefening of operationele inzet, waarbij wordt gespeculeerd op wat er zou kunnen gebeuren. Dergelijk speculatieve beschouwingen vinden in de regel plaats op basis van ervaringen uit het verleden – die echter geen garantie voor de toekomst zijn.

Een what if-scenario kan worden bezien door het “afdraaien van een film” in het hoofd. Hierbij worden de veronderstelde gebeurtenissen – en in het bijzonder wat daarbij fout zou kunnen gaan – in chronologische volgorde doorlopen.

Het what if-scenario is feitelijk een plan-B: het reserveplan in het geval dat het plan van de veronderstelde gebeurtenissen daadwerkelijk fout gaat.

Voorbeelden van bekende what if-scenario’s zijn de inzet van leden van de krijgsmacht in het kader van Contingency Plan-100 (CP 100) op het moment dat een lid van het Koninklijk Huis overlijdt dan wel de mobilisatie van personeel van de krijgsmacht.

Mobilisatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden aan de hand van een alarmeringsschema/belboom voor binnenlandse bijstand (Operatieplan, Oplan 10), voor buitenlandse bijstand (Oplan 15) of anderszins.

Niet te verwarren met worst case-scenario.

Terug naar Boven

 

WHEELBARROW MK7 BOMB DISPOSAL

Vertaald uit het Engels: kruiwagen. Afstandsbestuurd robotvoertuigje van de Engelse firma Alvis Logistics Ltd. ten behoeve van het verkennen, detecteren en eventueel ruimen van verdachte voorwerpen en (geÔmproviseerde) explosieven (Improvised Explosive Devices). Met de telescopische grijparm kan de Wheelbarrow assisteren bij het ontmantelen van explosieven.

Deze Unmanned Ground Vehicle (UGV) is sinds 1977 in gebruik is bij het Explosieve Opruimings Dienst Defensie (EODD) en haar voorlopers.

De rijdende robot wordt door een operator met een handpaneel radiografisch bediend en verplaatst. De operator ziet op monitoren in het uitrukvoertuig van de EODD wat er gebeurt tijdens de inzet van de Wheelbarrow.

De Wheelbarrow wordt ingezet bij bomdreigingen in Nederland, zoals ongesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook bij verdachte pakketjes e.d. (terrorisme) en overige dreiging met explosieven.

Begin jaren '70 startte de Irish Republican Army (IRA) in Noord-Ierland een bommencampagne. De Britse krijgsmacht stuurde in mei 1970 de pas geformeerde 321 EOD Unit van het Royal Army Ordnance Corps naar Noord-Ierland om bommeldingen te onderzoeken en geÔmproviseerde explosieven onschadelijk te maken.

De Wheelbarrow Mk8B, ook in gebruik bij de EOD/EOCKL/EODD.

Begin 1972 ontwikkelde de Fighting Vehicles Research and Development Establishment de eerste EOD-robot, de Wheelbarrow Mk1. Ontwerper van het apparaat om op veilige afstand IRA-bommen te onderzoeken en neutraliseren was Lieutenant-Colonel John Francis 'Peter' Miller (1912-2006). De Wheelbarrow zou in vele uitvoeringen vele honderden mensen het leven redden gedurende de onlusten in Noord-Ierland(“Troubles”), die voortduurden tot in het midden van de jaren '90 van de 20ste eeuw.

Specificaties:

aandrijving

2 x elektrische motor en 2 x 12 Volt-accu

carrosserie

aluminium

facultatieve toevoegingen

grijpers, haken, shotgun (voor breachen van deuren en ramen en aan gruzelementen schieten van explosieven), sleeptuig en waterkanon

gewicht

320 kg

hellingshoek

tot 45 graden (door veranderen stand rupsbanden)

hoogte

(minimaal) 96 cm

lengte

(minimaal) 1 meter 50

monitoring

2 x camera met eigen schijnwerper

radiografische afstand

Ī 1 km (open terrein); 150 meter (verstedelijkt gebied)

voortbeweging

rupsbanden

Zie ook: Explosieven Opruimingscommando Koninklijke Landmacht (EOCKL), Improvised Explosive Devices (IED's) en terrorisme.

Terug naar Boven

 

WHISKEY TANGO FOXTROT

Uitgesproken (fonetisch) als: “Wis-kee, Tan-goh, Fawks-trawt”.

De volgens het NATO-spelalfabet uitgeschreven letters WTF, welke staan voor “What The Fuck”.

Wordt als uitdrukking van aanstoot, ergernis of shock – pijnlijk door iets getroffen zijn; niet begrijpen wat er gebeurt – met name gebezigd als het niet gepast is om “What The Fuck” te zeggen, zoals in het formele gebruik van de radiotelefonieprocedure. Ook op internet (chatrooms), SMS en twitter als zodanig gebruikt.

Terug naar Boven

 

WHITE NOISE

Letterlijk: “wit lawaai”. White noise is onafgebroken, zeer luide en onveranderlijk geluidsoverlast, muziek of ruis, zoals die door militaire inlichtingsofficieren en ondervragers kan worden aangewend om:

gevangenen tijdens (nachtelijke) verhoren wakker te houden

informatie los te krijgen van gevangenen

onmogelijk te maken dat gevangenen in detentiecomplexen onderling met elkaar spreken

White noise wordt, in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht, met name toegepast bij het verhoren van gevangenen of krijgsgevangenen, bijvoorbeeld in combinatie met blinddoeken, blootstelling aan koude en/of warmte, houdingen die urenlang wisselen, oncomfortabel zijn en pijn doen (“stress positions”, zoals langdurig rechtop staan met gespreide armen en benen tegen een muur, handen vastgebonden op de rug of constant in een andere houding gedwongen), knevelen, slaapdeprivatie (wakker houden) en/of voedseldeprivatie (water en brood).

Een effect van white noise is dat, al na enkele uren, andere geluiden worden uitgesloten van het gehoor. White noise wordt ook verspreid door jammers om, in het radiofrequentie-spectrum, de detonators van IED’s onwerkzaam te maken.

Terug naar Boven

 

WHITE OUT

Fenomeen dat het zicht, door het opwaaien van zand, sneeuw of gebrek aan Foreign Object Damage (FOD)-cleaning, bijna nihil wordt bij een harde of stormachtige wind. Kan zich ook voordoen bij sneeuwval, hevige sneeuwstormen (blizzards) en/of lage bewolking (mist). Als white out zich voordoet zijn het maaiveld en de derde dimensie niet meer van elkaar te onderscheiden.

O mdat bij white out de gehele omgeving in wit- of grijstinten opgaat, zijn navigatie en oriëntatie lastig dan wel praktisch onmogelijk; het terugvallen op het gebruik van GPS is dan ook noodzakelijk.

White out wordt, evenals brown out , getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.

Zie ook: brown out, downwash, Foreign Object Damage (FOD) en huddle.

Terug naar Boven

 

W.I.A.

Voluit: Wounded In Action. Duits: Verwundet im Einsatz; kriegsversehrt. Frans: blessť au combat. De term wordt gebruikt voor militairen die gewond zijn geraakt in een (militair) gevecht maar niet om het leven zijn gekomen. Dit betekent in elk geval dat de betrokken militair voor een bepaalde periode niet meer aan het gevecht kan deelnemen.

Volgens de maatstaf van de Algemene Verdedigingstaak zal de meerderheid van het gevechtsverlies bestaan uit gewonden die moeten worden opgenomen in het militaire gezondheidszorgsysteem.

WIA's moeten worden onderscheiden van DNBI's (Diseases and Non-Battle Injuries), die ziek of gewond zijn geraakt buiten het gevecht om, bijvoorbeeld als gevolg van 'huis-tuin-en-keukenongevallen' op de compound, verwaarlozing van de HygiŽne en Preventieve Gezondheidszorg of ziekten (EPINATO).

De NAVO hanteert ook de term DWRIA: Died of Wounds Received In Action. Een slachtoffer als gevolg van vijandelijkheden – anders dan een slachtoffer van een terroristische activiteit – die nadat hij een geneeskundige inrichting heeft bereikt alsnog aan zijn verwondingen sterft. Feitelijk betreft het hier een indirect sterfgeval als gevolg van de oorlogshandelingen. Een andere classificatie voor het tellen van indirecte slachtoffers is DOW: Died of Battle Wounds.

Zie verder: gevechtsverlies.

Terug naar Boven

 

WIELRIJDERS, REGIMENT

Bereden wapen van de Nederlandse landstrijdkrachten.

Op 8 augustus 1914, bij de mobilisatie in het kader van de Eerste Wereldoorlog, werd een Cavalerie-Brigade (ook genaamd: Lichte Brigade) gevormd door de Regimenten Huzaren bij de divisies weg te halen. In eerste instantie bestond de Cavalerie-Brigade uit vier Regimenten Huzaren van elk drie eskadrons en twee batterijen Rijdende Artillerie.

Op 18 augustus 1914 kwamen hier nog drie eskadrons wielrijders bij, gevormd uit de Depottroepen. Voor deze eskadrons waren geen paarden aanwezig; de huzaren werden uitgerust met aangekochte fietsen.

Tijdens de mobilisatie van 1939 werd het Regiment Wielrijders (met vier bataljons) - gelegerd op de Isabellakazerne in Vught -herverdeeld in een 1e en 2e Regiment Wielrijders, elk drie bataljons sterk.

Ieder bataljon wielrijders bestond organiek uit onder andere drie tirailleurcompagnieŽn, in dit geval: fietsende infanteristen. Bij elkaar telden beiden Regimenten Wielrijders dus achttien tirailleurcompagnieŽn, waarmee tijdens de Duitse inval in totaal 5.190 wielrijders actief waren.

De wielrijder was niet alleen tirailleur (geweerschutter): zijn taken liepen uiteen van beveiligen en ordonnans tot patrouillegang en verkennen. Van hen sneuvelden er 77 in de meidagen van 1940.

◄ Wielrijders op oefening tijdens de mobilisatie. Dankzij haar fietsende legeronderdelen kon Nederland nog engiszins mobiel ten strijde trekken.

 

Het 1e en 2e Regiment Wielrijders waren ingedeeld bij de Lichte Divisie van het Veldleger.

Beide regimenten werden vanaf 10 mei 1940 ingezet in de Alblasserwaard (Alblasserdam en Kinderdijk) en op het Eiland van Dordt (Dordrecht).

Na WO II, in 1946, werden het 1e en 2e Regiment Wielrijders opgeheven: de veranderde oorlogvoering maakte van de fietsende militair geschiedenis.

Ter nagedachtenis aan de gesneuvelde militaire wielrijders is op 17 september 1988 door luitenant-kolonel b.d. G.D. Cornelissen de Beer, in mei 1940 reserve-eerste luitenant van het 2e Regiment Wielrijders, een monument onthuld op de Isabellakazerne in Vught.

Later is dit monument verhuisd naar het Infanterie Museum in Harskamp.

Een wellicht niet eens zo opmerkelijke bewering van majoor W.E. van Dam van Isselt van de Generale Staf in het artikel 'De Majoor van Dam van Isselt en onze cavalerie'. Voor die tijd hadden militaire wielrijders immers bruikbare eigenschappen: snel en relatief onopvallend te verplaatsen.

Het commentaar verscheen in Militaire Spectator (1919, jaargang 88, pagina 647-661).

Van Dam van Isselt wordt in dezelfde bijdrage van repliek gediend door majoor Gelderman van het 4e Regiment Huzaren.

  

◄ Bij Koninklijk Besluit werd op 8 juni 1928 aan het Regiment Wielrijders een standaard toegekend.

Namens Hare Majesteit werd de standaard door de commandant van het Veldleger, luitenant-generaal Th.F.J. Muller Massis, in 's-Hertogenbosch uitgereikt aan de Regimentscommandant, majoor B. W. baron van Dedem.

Opmerkelijk detail: de Regimentscommandant meldde zich met de fiets aan de hand present aan de commandant van het Veldleger die te paard aankwam. Na de uitreiking van de standaard plaatste de majoor baron van Dedem de standaard in de houder op de fiets van de vaandeldrager.

Wielrijders van de Lichte Divisie in de winter van 1939-'40. Omslagfoto van Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 - mei 1940 van Tobias van Gent (De Bataafsche Leeuw, 2009).

In 1995 verscheen het 208 pagina's tellende gedenkboek 'De militaire wielrijders. Het ontstaan en verdwijnen van twee roemruchte regimenten' van L.J.P. Knoops. Het is een uitgave van de Stichting Militaire Wielrijders in Heeswijk.

Devies

"Snel en waardig. Kalm en vaardig."

Geschiedenis

De verzamelingen van het Regiment en Korps Wielrijders worden bewaard in het Infanterie Museum in Harskamp.

Wielrijders Muziekkorps

Al in 1894 werd het toenmalige Wielrijders Muziekkorps opgericht, dat ter ziele ging in 1940. De tradities van het Wielrijders Muziekkorps in het bijzonder en het Korps Wielrijders in het algemeen worden gehandhaafd door het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht 'Bereden Wapens' (FKLBW).

Tijdens het 12. Berliner Militšrmusikfest, op 4 en 5 november 2006, trad het FKLBW voor het eerst sinds 2003 weer op de fiets op: met de kenmerkende gekromde instrumenten voor wielrijder-muzikanten, in het originele tenue van de Limburgse Jagers uit 1914 en met de authentieke fietsexercitie.

Regimentsmars

Het Wielrijderslied dateert uit 1888 en is geschreven door Adriaan Lassi.

Met dank aan de website Zuidfront Holland Mei 1940 (externe link) van de Stichting Kennispunt Mei 1940.

Zie ook: boek Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 - mei 1940 (Tobias van Gent, 2009), beveiligen, Militaire Spectator, ordonnans, tirailleur en verkenning.

Terug naar Boven

 

WIJKAGENT

Wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee (KMar) die op één of meerdere kazernelocaties de functie van wijkagent uitoefent met de bedoeling het vaste aanspreekpunt van de betreffende Brigade KMar te zijn voor advies en hulp. De wijkagenten fungeren in eerste instantie als tussenpersoon in de relatie tussen de kazernecommandant en de Brigade KMar en ondersteunen hierin de kazernecommandant in het kader van preventie.

De wijkagent van de KMar is bekend met de kazernepopulatie, weet wat er zoal speelt op de kazerneloactie en heeft goede contacten ter plaatse. Bovendien is de wijkagent te allen tijde mobiel telefonisch bereikbaar, waardoor bereikbaarheid zijn belangrijkste troef is.

De taakgebieden van de wijkagent zijn:

Alcohol & Drugs

Slachtofferhulp

Criminaliteitspreventie

Sociale problemen

Milieuproblematiek

Verkeerszaken

Ongewenste intimiteiten

Voorlichting

Op de kazerne hangen posters met een foto van de betreffende wijkagent en hoe hij per GSM, telefoon, fax, e-mail en bezoekadres bereikbaar is.

Terug naar Boven

 

WILCO

Prowoord, ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat wordt gebruikt in het radiotelefonieverkeer. Voluit betekent WILCO “Will Comply”. In de Nederlandse vertaling betekent WILCO zoveel als “Ik heb uw bericht begrepen en zal het uitvoeren.”

WILCO kan alleen worden gebruikt door de ontvanger; daarom geeft het gebruik van WILCO aan dat de ontvanger heeft begrepen dat de ontvanger in een bericht een (nieuwe) instructie heeft herkend. Behalve dat het bericht ontvangen (received) is, geeft WILCO ook aan dat de ontvanger iets met het bericht gaat doen.

De prowoorden ROGER en WILCO worden nooit tegelijkertijd samen gebruikt.

Zie ook: radiotelefonieprocedure en ROGER.

Terug naar Boven

 

WILHELMUS

Sinds 5 oktober 1932 het officiële Nederlandse volkslied. Toen Nederland een koninkrijk werd, wees een prijsvraag echter het gedicht 'Wien Neêrlandsch bloed' van Hendrik Tollens aan als volkslied. Hoewel de calvinistische tekst van het Wilhelmus voor de Zuidelijke Nederlanden onacceptabel was - in de 18e eeuw inzet van strijd tussen patriotten en prinsgezinde monarchisten én verboden bij de stichting van de Bataafse Republiek - werd het door de symbolische waarde in de Tweede Wereldoorlog nog dierbaarder.

Al in 1898, bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina, werd gekozen voor het Wilhelmus als nationaalhymne om de populariteit van het vorstenhuis Oranje een impuls te geven na het impopulaire beleid van koning Willem III.

Het Wilhelmus behoort tot de 16e-eeuwse geuzenliederen. De auteur, Marnix van Sint-Aldegonde, herbewerkte het lied in 1570-1572 op de melodie van een Frans soldatenlied dat door Adriaen Valerius nader was getoonzet.

Het Wilhelmus werd anoniem gedrukt als propagandalied ten tijde van de tweede veldtocht van Willem van Oranje (Willem de Zwijger) tegen de hertog van Alva. Alva, de dienaar van de Spaanse koning (aan wie zowel in het eerste als in het laatste couplet trouw wordt beleden), was sinds de Beeldenstorm van 1566 de landvoogd van de Nederlanden. Op 1 april 1572 heroverde de watergeuzen het Zuidhollandse Den Briel op de Spanjaarden, waarna veel steden de kant van Willem van Oranje kozen. In 1570 was hij, in zijn streven naar religieuze tolerantie, bovendien overgegaan tot het Lutherse calvinisme, waardoor de calvinisten meer geneigd waren mee te werken aan zijn militaire onderneming tegen Alva.

Na het mislukte beleg van Alkmaar, een jaar later, vertrok de hertog van Alva definitief naar Spanje.

De beginletters van de vijftien (15) coupletten (strofen) vormen het acrostichon "Willem van Nassau". Daarbij verwijst Nassau naar de geboorteplaats van Willem van Oranje: het slot Nassau Dillenburg in Duitsland. Met name het eerste en zesde couplet worden bij officiële gelegenheden ten gehore gebracht:

1

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ik van Duitsen bloed
Den vaderland getrouwe
Blijf ik tot in den dood
Een Prince van Oranjen
Ben ik vrij onverveerd
Den Koning van Hispanjen
Heb ik altijd geëerd

2

In Godes vrees te leven
Heb ik altijd betracht
Daarom ben ik verdreven
Om land om luid' gebracht
Maar God zal mij regeren
Als een goed instrument
Dat ik zal wederkeren
In mijnen regiment

3

Luidt u mijn onderzaten
Die oprecht zijn van aard
God zal u niet verlaten
Al zijt gij nu bezwaard
Die vroom begeert te leven
Bidt God nacht ende dag
Dat hij mij kracht wil geven
Dat ik u helpen mag

4

Lijf en goed al te samen
Heb ik u niet verschoond
Mijn broeders hoog van namen
Hebben 't u ook vertoond
Graaf Adolf is gebleven
In Friesland in den slag
Zijn ziel in 't eeuwig leven
Verwacht den jongsten dag

5

Edel en hoog geboren
Van keizerlijken stam
Een vorst des rijks verkoren
Als een vroom Christenman
Voor Godes woord geprezen
Heb ik vrij onversaagd
Als een held zonder vrezen
Mijn edel bloed gewaagd

6

Mijn schild ende betrouwen
Zijt gij o God mijn Heer
Op u zo wil ik bouwen
Verlaat mij nimmermeer
Dat ik doch vroom mag blijven
Uw dienaar t'aller stond
Die tirannie verdrijven
Die mij mijn hert doorwondt

7

Van al die mij bezwaren
En mijn vervolgers zijn
Mijn God wilt doch bewaren
Den trouwen dienaar dijn
Dat zal mij niet verrassen
In haren bozen moed
Haar handen niet en wassen
In mijn onschuldig bloed

8

Als David moeste vluchten
Voor Saul den tiran
Zo heb ik moeten zuchten
Met menig edelman
Maar God heeft hem verheven
Verlost uit alder nood
Een koninkrijk gegeven
In Israel zeer groot

9

Na 't zuur zal ik ontvangen
Van God mijn Heer dat zoet
Daar na zo doet verlangen
Mijn vorstelijk gemoed:
Dat is dat ik mag sterven
Met eren in dat veld
Een eeuwig rijk verwerven
Als een getrouwe held

10

Niet doet mij meer erbarmen
In mijnen wederspoed
Dan dat men ziet verarmen
Des Konings landen goed
Dat u de Spanjaards krenken
O edel Neerland zoet
Als ik daar aan gedenke
Mijn edel hert dat bloedt

11

Als een Prins opgezeten
Met mijner heires kracht
Van den tiran vermeten
Heb ik den slag verwacht
Die bij Maastricht begraven
Bevreesde mijn geweld
Mijn ruiters zag men draven
Zeer moedig door dat veld

12

Zo het den wille des Heren
Op die tijd had geweest
Had ik geern willen keren
Van u dit zwaar tempeest
Maar de Heer van hier boven
Die alle ding regeert
Die men altijd moet loven
En heeft het niet begeerd

13

Zeer prinselijk was gedreven
Mijn prinselijk gemoed
Standvastig is gebleven
Mijn hert in tegenspoed
Den Heer heb ik gebeden
Van mijnes herten grond
Dat hij mijn zaak wil reden
Mijn onschuld doen bekend

14

Oorlof mijn arme schapen
Die zijt in groten nood
Uw herder zal niet slapen
Al zijt gij nu verstrooid!
Tot God wilt u begeven
Zijn heilzaam woord neemt aan
Als vrome Christen leven
't Zal hier naast zijn gedaan

15

Voor God wil ik belijden
En zijner groter macht
Dat ik tot genen tijden
Den Koning heb veracht
Dat dat ik God den Here
Der hoogster Majesteit
Heb moeten obedieren
In der gerechtigheid

Zie ook: ban en eregroet.

Terug naar Boven

 

WILLEM LODEWIJK VAN NASSAUKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Strandweg in Zoutkamp (gemeente De Marne) in het Lauwersmeergebied (Marnewaard) in de provincie Groningen, is de thuisbasis van het Oefen- en Schietkamp Lauwersmeer. De kazerne is vernoemd naar Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620), die van 1584 tot aan zijn dood stadhouder van Friesland was en later ook van de gewesten Drenthe en Groningen.

In Friesland staat Willem Lodewijk van Nassau bekend onder de bijnaam ďUs HeitĒ , Fries voor ďOnze VaderĒ . Willem Lodewijk van Nassau was de zoon van Jan van Nassau, een broer van Willem van Oranje.

Hij speelde in de Tachtigjarige Oorlog, samen met Prins Maurits, een doorslaggevende rol, omdat hij belangrijke hervormingen in het leger doorzette. Aan de ene kant zorgde hij ervoor dat de militairen op regelmatige tijden soldij kregen, aan de andere kant verlangde hij als tegenprestatie uiterste discipline.

De Willem Lodewijk van Nassaukazerne is gebouwd in de jaren Ď80 en biedt accommodatie voor oefenende eenheden uit Nederland en eenheden in NAVO-verband. Op het terrein bevinden zich gebouwen voor vaste staf (inclusief te bemannen locatie voor de militair geneeskundige dienst, legeringsgebouwen, KEK-complex en onderhoudsloodsen.

De kazerne ligt aan de zuidkant van de provinciale weg van Groningen naar Dokkum (N361), oefengebied en -dorp aan de noordkant. Oefengebied en –dorp zijn, noordelijk van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne, te bereiken via een tunnel met een doorrijhoogte van 4 meter 20 onder de N361.

Het oefendorp Marnehuizen telt vele tientallen oefenobjecten. Het militaire oefenterrein, dat ten oosten van de Willem Lodewijk van Nassaukazerne ligt, heeft een oppervlakte van 16 km². In de bossen, ter grootte van 500 hectare, kunnen oefenende eenheden bivakkeren en zaken beoefenen als afwachtingsgebied en verzamelgebied; op de grasvlakte van 900 hectare – het zgn. Free For All-terrein – kunnen militaire voertuigen onbeperkt rondrijden. De boscomplexen zijn

Kwelbos (noordoost)

Marnebos (pal ten noorden van Marnehuizen)

Vierhuizerbos (oost)

Vlinderbalgbos (zuid)

Zuidwalbos (zuidelijk van de 25mm-schietbaan aan de Waddenzee)

De schietbaan, evenwijdig aan de dijk met de Waddenzee aan de uiterste noordkant van het oefenterrein, kan worden benut voor het schieten met kleinkaliberwapens, mitrailleurs en het 25 mm kanon.

Omdat Peace Support Operations steeds vaker in verstedelijkt gebied plaatsvinden, is in 2002 het oefendorp Marnehuizen geopend. Het 75 hectare grote Urban Trainings Centre dat € 14 miljoen heeft gekost en het grootste militaire oefendorp van Europa is, biedt de mogelijkheid voor het beoefenen van optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). De objecten variëren van winkels, gemeentehuis, station, spoorwegovergang en riolenstelsel tot bank, benzinestation, industrieterrein en (ruïnes van) gewone huizen. De straten in Marnehuizen, officieel het 22ste dorpje van de gemeente De Marne, zijn vernoemd naar straten in Rotterdam, waar de Nederlandse krijgsmacht in de meidagen van 1940 fel weerstand bood tegen oprukkende Duitsers. Zo is het gemeentehuis gelegen aan het Hofplein.

Enkele objecten in het Urban Trainings Centre Marnehuizen

Trainen in het oefendorp Oostdorp - op het Infanterie Schietkamp (ISK) Harskamp - militairen van luchtmobiele en pantserinfanterie in groepsverband de technieken van het optreden in verstedelijkte gebieden , als de skills en drills onder de knie zijn wordt in pelotons- en/of compagniesverband getraind in Marnehuizen. Jaarlijks komen 6.000 à 8.000 militairen naar het oefenterrein om te trainen in OVG.

Terug naar Boven

 

WIND CHILL FACTOR

Ook genaamd: ervarings- of gevoelstemperatuur. Het effect dat de wind heeft op de buitentemperatuur en daarmee op de temperatuur zoals die wordt ervaren.

De windchillfactor gaat ervan uit dat de buitentemperatuur kouder aanvoelt in de wind dan uit de wind. Hoe kouder het is en hoe harder het waait, des te kouder voelt het aan. Dat komt door de convectie van wind: door stroming van wind langs het lichaam koelt de huid – het grootste orgaan – harder af dan wanneer er geen wind zou zijn.

Afkoeling door koude wind is ťťn van de onderkende mechanismen van de onttrekking van warmte aan het lichaam. Het zorgt voor hypothermie (onderkoeling: lichaamstemperatuur lager dan 35° Celsius) en bevriezingsverschijnselen (lokale koudeletsels, zoals frostnip en frostbite). Daarbij geldt tevens dat het aandeel van convectie – in relatie tot conductie (geleiding), evaporisatie (verdamping), radiatie (straling) en respiratie (ademhaling) – bij meer wind verhoudingsgewijs toeneemt.

De berekening van de gevoelstemperatuur vindt pas plaats bij temperaturen onder 10 graden Celsius, maar ook ’s zomers kan de gevoelstemperatuur afwijken van de gemeten buitentemperatuur: als het warm is en het waait niet of nauwelijks, dan kan de gevoelstemperatuur enkele graden hoger zijn.

Ter indicatie: een buitentemperatuur van 0° Celsius voelt bij een wind van 3 Beaufort al aan als -5° Celsius. Bij een gevoelstemperatuur onder -10° Celsius kunnen na enkele uren verschijnselen van onderkoeling optreden; onder de -15° Celsius kan na een uur koudeletsel opleveren; onder de -20° Celsius is na een half uur, ook bij goed afdichtende winterkleding, al kans op bevriezingsverschijnselen. Extreme koudweeromstandigheden vragen veel energie om dorst, hongerklop – plotseling optredende spierzwakte door een tekort aan glycogeen – en moeheid tegen te gaan.

Onder andere in Nederland wordt de gevoelstemperatuur tegenwoordig bepaald volgens de Joint Action Group for Temperature Indices (JAG/TI)-methode uit Canada, die ook wordt gehanteerd door het KNMI. Het is de opvolger van de in alle militaire voorschriften voorkomende maar verouderde windchill-rekenmethode van Robert G. Steadman uit 1971 (‘Indices of wind chill for clothed persons’).

Steadman’s windchillfactor is vervallen omdat veel betere kleding een grotere invloed op het voorkomen van warmteverlies heeft gekregen. (Te weinig, natte en/of met transpiratievocht verzadigde kleding kan het lichaam sterk laten afkoelen; te veel kleding leidt tot buitensporige transpiratie, extra vochtverlies en uiteindelijk versnelde afkoeling.)

De windchillfactor is extra bedreigend wanneer wordt opgetreden met open/softtop voertuigen en helikopters (downwash). Ook moet er rekening mee worden gehouden dat natte kleding het onttrekken van warmte aan het menselijk lichaam met een factor 20 (!) versterkt. Bij een windchillfactor van -30° Celsius of lager zullen alle niet-noodzakelijke acties worden geannuleerd.

De windchill-tabel volgens de JAG/TI:

Terug naar Boven

 

WINDROOS

Synoniem: kompasroos. Schematische weergave van de windrichtingen in graden en/of duizendsten (mils) afgezet ten opzichte van het noorden.

In de meteorologie wordt onder de windrichting verstaan de richting van de wind, genoemd naar de windstreek waaruit deze waait.

Bij een westenwind komt de wind uit het westen en verplaatst de luchtstroom zich van west naar oost. De wind waait in de richting die de pijl op een weerkaart aangeeft: bij een westenwind wijst de pijl naar het oosten.

AFKORTING BENAMING KLOK GRADEN DUIZENDSTEN
N Noord 12 uur 0 / 360 0 / 6400
NNO Noordnoordoost 22,5 400
NO Noordoost 45 800
ONO Oostnoordoost 67,5 1200
O Oost 3 uur 90 1600
OZO Oostzuidoost 112.5 2000
ZO Zuidoost 135 2400
ZZO Zuidzuidoost 157,5 2800
Z Zuid 6 uur 180 3200
ZZW Zuidzuidwest 202,5 3600
ZW Zuidwest 225 4000
WZW Westzuidwest 247,5 4400
W West 9 uur 270 4800
WNW Westnoordwest 292.5 5200
NW Noordwest 315 5600
NNW Noordnoordwest 337,5 6000

De omrekeningstabel van graden en duizendsten (mils) luidt:

  • 360 graden = 6400 duizendsten (mils)
  • 1 graad = 17,78 duizendsten
  • 1 duizendste = 0,05625 graden

De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen.

Zie ook: B.A.D.-formule, kaarthoekmeter en mil (duizendste).

Terug naar Boven

 

WING

1)

Wing, fixed

Engelstalige benaming voor "vliegtuig(en)".

 

2)

Wing, para-

Parachutistenembleem dat een bepaalde graad van vaardigheid aangeeft in het op goede wijze volbrengen van een aantal voorgeschreven parachutesprongen.

Binnen de Koninklijke Landmacht mag één borstonderscheidingsteken ‘parawing’ worden gedragen boven de linkerborstzak, waarbij de militair zelf de keuze mag maken tussen het dragen van een Nederlandse en/of buitenlandse parawing. De buitenlandse parawing moet boven de rechterborstzak worden gedragen.

Het vaardigheidsembleem ‘parawing’ geeft aan dat de drager de militaire vaardigheid beheerst in het kunnen omgaan met een parachute én heeft voldaan aan de eisen die zijn gesteld aan het draagrecht van de parawing. De meest gedragen parawing is die welke behoort bij het brevet-B. Het wordt bijvoorbeeld verstrekt aan alle militairen die tenminste vijf static-line sprongen hebben gemaakt, wat voornamelijk plaatsvindt in het kader van de Grensverleggende Activiteiten (GVA).

Het brevet-A kan enkel worden behaald door operationeel parachutisten, zoals commando’s en leden van de paracompagnieën van 11 Luchtmobiele Brigade, en buitenlandse gasteenheden. Voor het brevet-A moeten acht parachutesprongen worden gemaakt, waarvan de laatste drie met uitrusting en wapen. De laatste sprong is een nachtsprong.

Het brevet-C kan alleen worden behaald door operationeel parachutisten. Hiervoor moeten tenminste 20 parachutesprongen vrije val op een maximale hoogte van ± 4 km (ruim 13.000 voet) worden gemaakt, waarvan drie met uitrusting en wapen; twee van de 20 parachutesprongen zijn nachtsprongen, waarvan één met uitrusting en wapen.

Het brevet-D kan ook alleen worden behaald door operationeel parachutisten: het brevet HAHO/HALO. Hierbij worden met behulp van zuurstof parachutesprongen gemaakt tot een hoogte van maximaal 10 km (bijna 33.000 voet). Het behalen van brevet-D is alleen mogelijk voor de leden (van de Instructiegroep Para) van het Korps Commandotroepen.

Wie erin slaagt de opleiding tot dispatcher te vervolmaken, ontvangt de parawing behorende bij het instructeurschap. Militaire para-instructeurs zijn alleen te vinden bij het Korps Commandotroepen.

Parawing brevet-A

 

Parawing brevet-B

 

Parawing brevet-C

 

Parawing brevet-D

 

Parawing instructeur

 

Zie ook: operatie LEWE.

 

3)

Wing, rotary

Engelstalige benaming voor "helikopter(s)".

Terug naar Boven

 

WINKELMAN, GENERAAL H.G.

Henri Gerard Winkelman (1876-1952).

De enige opperbevelhebber die de Nederlandse krijgsmacht heeft geleid onder oorlogsomstandigheden.

Na toenemende internationale spanning ging het kabinet-De Geer II, in afwezigheid van minister-president Dirk Jan de Geer zelf, op 28 augustus 1939 over tot algehele mobilisatie.

Over het strategisch beleid waren er die dagen voortdurend meningsverschillen tussen Minister van Defensie Adriaan Dijxhoorn en de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Izaäk Reijnders. Na enig aarzelen werd Reijnders uiteindelijk begin februari 1940 ontslagen.

Na regeringsberaad schoof voormalig Minister van Defensie Jannes van Dijk Winkelman naar voren om het opperbevelhebberschap te bekleden.

Winkelman tekende op 10 mei 1940 de capitulatie van Nederland.

Generaal H.G. Winkelman, de enige opperbevelhebber die de Nederlandse krijgsmacht heeft geleid onder oorlogsomstandigheden.

De biografie ‘Een soldaat doet zijn plicht. Generaal H.G. Winkelman, zijn leven en betekenis als militair (1876-1952)’ is geschreven door Teo van Middelkoop en telt 382 pagina’s (ISBN 9028836438). In 2006 verscheen een herziene versie.

Naar de generaal is de Generaal Winkelmankazerne vernoemd, tot 2007 in Nunspeet, daarna in Harskamp (gemeente Ede).

Terug naar Boven

 

WISSELLAADSYSTEEM

Afgekort: WLS. Het WLS is een lading die voorzien moet zijn van een A-frame of H-frame.

Het A-frame is een flatrack of flatbed, het H-frame een 20-voet-container, waarin de Multilift TSH 230 -haaklift van de Scania vrachtauto 165 kN 8x8 WLS kan grijpen. Met behulp van deze vast op de vrachtwagen bevestigde hydraulische hefcilinder kan de lading achter op het voertuig worden getrokken.

De nieuwe vrachtvervoerder in het kader van het Fysieke Distributie-concept: Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 Wissel Laad Systeem

Het verschil tussen een flatbed en een flatrack:

flatbed

stalen frame zoals bij een flatrack met enkel een vaste, dichte bodem en wegklapbare zij- en achterkanten

flatrack

stalen frame ter grootte van een container mét bodem maar zonder wegklapbare zij- en achterkanten, waarop pallets kunnen worden geplaatst

Daarnaast kent de Fysieke Distributie nog de CROP.

De CROP.

De afkorting staat voor Container Roll Off Platform. Het is een platform dat veilig in en uit de 20-voet-container kan worden gerold.

De lengte van de CROP is 5 meter 84, de breedte 2 meter 32).

De buitenmaten van de CROP zijn logischerwijs iets kleiner dan de binnenmaten van de 20-voet-container.

De CROP wordt voornamelijk gebruikt voor het vervoer van BOS (klasse III) en munitie (klasse V), omdat een eenmaal beladen CROP niet aanvullend hoeft te worden vastgezet voor deze schokgevoelige goederen.

Uiteraard kunnen ook andere goederen erin worden beladen.

Zie ook: Fysieke Distributie en MOGOS.

Terug naar Boven

 

WITTE VLAG

Parlamentšrflagge, weisse Flagge.
white flag, flag of truce.
drapeau blanc.

Volgens het oorlogsrecht is de op- of uitgestoken witte vlag het erkend symbool waarmee (namens) de commandant aan de opponent de wens kenbaar maakt het vuren te staken, te onderhandelen of zich over te geven.

De drager van de witte vlag ("parlementair" genoemd) en hen die de drager begeleiden hebben recht op lichamelijke onschendbaarheid: er mag niet op hen worden gevuurd.

Om in vroeger tijden aan te duiden dat de belegerde in onderhandeling wilde treden werd een signaal op de trom of trompet gegeven (chamade), in de regel samen met het op- of uitsteken van de witte vlag.

Onderhandelingsmogelijkheden zijn bijvoorbeeld:

■ afvoer van gewonden of burgers
■ een (tijdelijke) gevechts- of vuurpauze
■ een aftocht
■ een staakt-het-vuren
■ een voornemen tot overgave (kracht bijgezet door het omhoog steken van de handen)

Het voeren van de witte vlag geldt als een bescherming onder het oorlogsrecht, maar de "parlementair" verliest zijn privileges onder de witte vlag indien het aantoonbaar kan worden gemaakt dat hij misbruikt maakte van zijn voorrechten.

De partij die de witte vlag voert moet het vuren (gevecht) staken, de opponent hoeft dit niet te doen.

Alleen de commandant mag beslissen over het voeren van onderhandelingen met de opponent.

Misbruik van de witte vlag geldt als een schending van het oorlogsrecht (oorlogsmisdaad) en verraderlijk optreden.

Artikel 5 van de Regels met betrekking tot ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht (Wet internationale misdrijven) geeft onder meer aan dat "op zodanig ongepaste wijze gebruik maken van een witte vlag [...] dat dit de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie."

Terug naar Boven

 

WOESTIJNOPTREDEN

WŁstenkrieg(sfŁhrung).
desert war(fare).
guerre de dťsert.

Eenderde van het aardoppervlak bestaat uit woestijn; verlaten en mensvijandig landschap. Van alle woestijnen bestaat maar 20% uit zand (bijvoorbeeld edeyen, erg, kum), de rest is rots-, steen- (hammada) of grindwoestijn dan wel onregelmatig terrein (gebel, wadi).

De hierbij aanwezige omgevingsfactoren (fata morgana's, grote temperatuurverschillen, intens zonlicht en hitte, veel mineralen op het maaiveld, weinig plantengroei, weinig regen en zandstormen) maken het ongemak van de woestijn duidelijk.

Animatie van desertcamouflages.

Van de tien grootste woestijngebieden ligt tenminste de helft (tevens de grootste in oppervlakte) in potentiŽle conflictgebieden: de Arabische woestijn op het Arabisch schiereiland, Gobi, Great Indian Desert, Iraanse woestijn, Kalahari, Sahara (met 9 miljoen km² de grootste) en Turkestaanse woestijn. De meeste woestijngebieden liggen tussen de evenaar en de beide keerkringen: de Kreeftskeerkring op het noordelijk halfrond en de Steenbokskeerkring op het zuidelijk halfrond, respectievelijk op 23° 27' noorder- en zuiderbreedte.

Omdat de woestijn een natuurlijke vijand van de mens is, is geografisch-klimatologische training - gericht op de beperkingen van terrein en klimaat - voor militairen noodzakelijk. Eenheden die het eerst in aanmerking komen voor het uitvoeren van woestijnoperaties zijn 11 Luchtmobiele Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers.

Kenmerken van woestijnen:

■ neerslag onregelmatig en minder dan 20 cm per jaar (gebrek aan water en plantengroei); regenbuien lokaal en intensief
■ onherbergzaam (zeer geringe infrastructuur, dun bevolkt, géén lokale voorraden)
■ relatieve luchtvochtigheid vaak extreem laag (5-20%),
■ stuifzand altijd aanwezig; wind (tot orkaankracht) kan wind chill factor veroorzaken
■ temperatuur is hoog; temperatuurverschil tussen dag en nacht is groot (20 tot 40 graden Celsius)
■ woestijnwind is seizoensgebonden; heet en droog (veroorzaakt stof- en zandstormen); berucht zijn de Khamseen in de Sahara en de Afghaans-Iraanse Seistan
■ zeer hoge verdampingsgraad (20 maal normaal)

In verband hiermee is een strikte discipline nodig, vergelijkbaar met die in de jungle.

Houd rekening met:

► blootstelling aan de zonnekracht en de hoge temperatuur(verschillen) leiden tot hittestuwing, koudeletsels (!), uitdroging (dehydratie) en zonnebrand; chronische uitdroging veroorzaakt verstopping (constipatie), nierstenen en urineweginfecties
camouflage is moeilijk door zeer gebrekkige plantengroei; maskeer door ingraven in combinatie met camouflagenetten
► draag altijd handschoenen
► draag zorg voor een beschermende omgeving door gebruikmaking van camouflagenetten, canvas, poncho's, parachutedoek e.d.
drinkwater is 1e prioriteit; water is 24 uur houdbaar in metalen jerrycans en 72 uur in plastic jerrycans; houd rekening met het dehydrerende effect van gazeuze dranken; aanwezigheid van water bij diersporen, mensen, plantengroei en vogels; oases betekenen oppervlaktewater; 2 liter vochtverlies vermindert de inzetbaarheid al met 25%; vochtverlies 15% van het lichaamsgewicht is dodelijk
► extra onderhoud door overmatige slijtage noodzakelijk; brandstof- en luchtfilters vaak schoonmaken
► geringe mogelijkheden voor oriŽntatie, navigatie en waarneming; terrein heeft weinig herkenningspunten
► hitte zorgt voor oververhitting batterijen (explosiegevaar) en motoren
► houd het wapen droog; verwijder overtollige wapenolie
► insecten (luizen, mijten, vliegen en wespen), schorpioenen en slangen (cobra's en zandadders) worden aangetrokken door mensen; houd rekening met ziekten (HPG), met name cholera, denguekoorts, dysenterie, malaria, pest en tyfus
► leegte, eentonigheid, angst voor afzondering en agorafobie tasten psyche en moraal aan
► lichaam dagelijks wassen; transpiratievocht (zout) bevordert infecties
► munitie weghouden van direct zonlicht; munitie die met blote handen kan worden vastgehouden kan worden afgevuurd
► preventie en behandeling van uitdroging, infecties, neusbloedingen (uitdroging slijmvliezen) en oogirritaties
► slecht zicht door hittetrillingen, luchtspiegelingen (fata morgana) en refractie (bij- of verziendheid); afstanden worden onderschat
► stof en zand zorgt voor storingen bij elektronisch en mechanisch materieel (computers, radio's, sensoren en wapensystemen)
► voertuigbanden slijten harder door absorptie van hitte
► zandstormen blazen zand in motoren, brandstoffen en bewegende delen van machines en wapens

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade (11 Luchtmobiele Brigade), camouflage, discipline, drinkwater, Hygiëne en Prevetieve Gezondheidszorg (HPG), jungle, Korps Commandotroepen, Korps Mariniers, koudeletsels, shemagh, warmteletsels (hittestuwing) en wind chill factor.

Terug naar Boven

 

W.O.L.-CYCLUS

Omloop van klasse I in de volgorde zoals die wordt uitgereikt: Warme maaltijd, Ontbijt en Lunch. Idealiter in de namiddag brengt de sergeant distributie de cyclus voor ťťn etmaal.

De warme maaltijd bestaat uit twee blikken ŗ 400 gram, waarvan de inhoud zowel (opge)warm(d) als koud kan worden gegeten.

Bekend zijn de blikken van de firma Struik uit Voorthuizen, met variaties als nasi, macaroni, lasagna, chili con carne, bruine bonen en varkensvlees, boerenkool met worst, aardappelen, witte bonen en varkensvlees, en aardappelen, sperziebonen en hamburger.

Het ontbijt en de lunch worden verstrekt in de vorm van ťťn gevechtsrantsoen.

De WOL-cyclus is zo samengesteld dat de militair alle benodigde calorieŽn en voedingsstoffen (eiwitten, koolhydraten, mineralen, spoorelementen, vetten en vitamines) tot zich neemt.

Naast de WOL-cyclus wordt, bijvoorbeeld ten behoeve van nachtdiensten als de wacht, nachtvoeding verstrekt, veelal in de vorm van brood en/of soep.

Zie ook: gevechtsrantsoen.

Terug naar Boven

 

WOORDENBOEK, MILITAIR

Een militair woordenboek is een technisch of vakwoordenboek: de inhoud bestaat uit beschrijvingen van afkortingen, begrippen, kretologieŽn, uitdrukkingen e.d. die tot de vaktaal van militairen behoren. De definities zijn alfabetisch gerangschikt.

Eenduidige terminologie zorgt ervoor dat niet alleen de militairen zelf maar ook externen ingevoerd zijn in het correcte begrippenkader dat door militairen wordt gebruikt.

Voorbeelden van militaire woordenboeken zijn:

► Corporate Begrippenkader Defensie

► Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200)

► NATO Glossary of Abbreviations used in NATO Documents and Publications (AAP-15)

► NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-06)

► NATO lijst van standaardtermen en definities (VS 2-7202)

Sinds het einde van de 20e eeuw is het aantal missies in het buitenland sterk toegenomen en, mede hierdoor, de internationalisering van de Nederlandse Defensie.

Een van de gevolgen hiervan is dat binnen de krijgsmacht steeds meer terminologieŽn uit met name de Engelse taal en het Angelsaksische taalgebied in gebruik zijn.

 

VS 2-7200

Het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht verscheen in 1974. Het voorschrift kende herdrukken in 1983, 1987 en 1989.

In ruim 1.200 bladzijden verscheen in 2001 de laatste conceptversie van het VS 2-7200, inclusief Engels en Duitse begripsvertalingen, onder redactie van kolonel Leo J.J. Dorrestijn.

In 2016 verscheen tenslotte het Handboek Militaire Begrippen Land (HB MBL).

 

18e en 19e eeuw

In 2016 verscheen het Handboek Militaire Begrippen Land, een nazaat van het VS 2-7200.

In 1740 verscheen Het Groot Militair Woordenboek van Johan Dibbetz.

Dibbetz, in 1685 geboren in het Zeeuws-Vlaamse Philippine (overlijdensdatum onbekend), was kolonel van een regiment infanterie en grootmajoor van Sluis in Vlaanderen en onderhorige forten.

Zijn woordenboek van ruim 750 pagina's verscheen bij uitgever Jacobus van den Kieboom in Den Haag.

'Het Groot Militair Woordenboek' staat vol Franse termen en gallicismen uit de tijd van de Bataafse Republiek, de monarchie van Lodewijk Napoleon en de inlijving bij het Franse keizerrijk.

 

In 1861 en '62 verscheen in twee delen, in totaal ruim 750 pagina's, het Militair Woordenboek van H.M.F. Landolt

Heinrich Mathias Friedrich Landolt (1828-1871) was eerste luitenant bij het Regiment Grenadiers en Jagers

Zijn woordenboek, verschenen bij uitgeverij A.W. Sijthoff in Leiden, is een vertaling van het 'Militšrisches Hand-WŲrterbuch nach dem Standpunkte der neuesten Literatur und mit UnterstŁtzung von Fachmšnnern bearbeitet und redigiert' (1859) van de Pruisisch-Zwitserse militair-historicus Wilhelm RŁstow (1821-1878).

Terug naar Boven

 

WOORDENBOEKEN P.S.O.

Voluit: Woordenboeken Peace Support Operations.

Deze woordenboeken zijn van de hand van kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn.

Dorrestijn (Amsterdam, 1943) heeft een rijke carrière gehad als officier bij het wapen der artillerie van de Koninklijke Landmacht.

Na zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie vervulde hij verschillende functies binnen 1 Legerkorps, het opleidingscentrum voor de artillerie en de Haagse staven. Bovendien was hij nauw betrokken bij de modernisering van de veldartillerie.

Van 1990 tot '2 was Dorrestijn de laatste commandant van 129 Afdeling Veldartillerie Lance (AFDVA Lance).

De AFDVA Lance, gelegerd in Havelte, telde zes lanceerinrichtingen. De nucleaire eenheid had de beschikking over de Lance-raket, met een dracht van ruim 100 km bedoeld voor het voeren van de zgn. voorwaartse verdediging.

In 1999 verliet Dorrestijn de actieve dienst en legde hij zich toe op het schrijven van militaire woordenboeken.

Zijn meest bekende zijn het 'Meertalig Militair Woordenboek' (1999) voor de Faculteit Militaire Bedrijfskunde van de KMA met vertalingen naar het Frans, Engels en Duits. Daarnaast schreef hij de 'Woordenboeken Peace Support Operations', zowel Nederlands-Engels als Engels-Nederlands. Deze woordenboeken kunnen hier worden gedownload:

Woordenboek Peace Support Operations NEDERLANDS - ENGELS (kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn).Woordenboek Peace Support Operations NEDERLANDS - ENGELS (kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn).
Woordenboek Peace Support Operations ENGELS - NEDERLANDS (kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn).Woordenboek Peace Support Operations ENGELS - NEDERLANDS (kolonel b.d. Leo J.J. Dorrestijn).

In 2006 verschenen van de kolonel b.d. Dorrestijn zijn militaire mťmoires onder de titel Vuur geŽindigd! Artillerieofficier tijdens de Koude Oorlog.

Terug naar Boven

 

WORST CASE-SCENARIO

Letterlijk: waarmee in het slechtste geval rekening dient te worden gehouden bij aanname/planning van gebeurtenissen. Ook wel genoemd: "worst kaas scenario" (uitgesproken in het Nederlands).

Zoals het Engelstalige gezegde luidt: "Assumption is the mother of all fuck-ups" (Aanname is de moeder van alle fouten").

In (eventualiteiten)planning (contingencyplanning) rekening houden met 'het slechtst mogelijke' is in het kader van opleiding & training een maatstaf. Met name bij het optreden in Peace Support Operations, die in de aard normaal gesproken verschillen van gevechtsoperaties, moet een krijgsmacht rekening houden met 'het slechtst mogelijke' en zich niet laten leiden door wishful thinking: voor waar houden wat je wenst omdat je het wenst in plaats van af te gaan op de zich daadwerkelijk aandienende feiten.

Wishful thinking gaat in de regel gepaard met een actieve onwil om kennis te nemen van de beredeneerde ideeŽn van (vermeende) tegenstanders of andersdenkenden.

Niet te verwarren met what if-scenario.

Terug naar Boven

 

WUPPEN

Afkorting: WUP. Betekenis: Waarnemingsuitputting.

In navolging van GUP en het daarvan afgeleide “guppen”, is zowel bij de militairen van de Koninklijke Landmacht in het voormalig Joegoslavië (United Nations Protection Force, maart 1992 t/m december 1995, UNPROFOR, onder andere Dutchbat) als bij de militairen van het Korps Mariniers in Cambodja (United Nations Transitional Authority in Cambodia, juli 1992 t/m november 1993, Cambo-I, -II en -III) het fenomeen WUP geconstateerd.

Waarnemingsuitputting heeft te maken met een omgeving waar relatief weinig primair oorlogsgeweld plaatsvindt, maar waar door intens, langdurig waarnemen - onder meer vanaf observatieposten - na verloop van tijd psychische uitputtingsverschijnselen kunnen optreden.

Als gevolg van de emotionele vermoeidheid doet de militair vervolgens vreemde dingen of vertoont vreemd gedrag. Uiteindelijk raakt het functioneren van de militair bij zowel "guppen" als "wuppen" uit balans, met alle gevolgen van dien.

Onder deze omstandigheden komt het voor dat de militair zich onttrekt aan de oorlogsvoering:ongeoorloofde afwezigheid (OA) of desertie

Zie ook: desertie, guppen en ongeoorloofde afwezigheid.

Bron: artikel 'Een kwart schiet, de rest duikt weg. Psychische ontreddering is grootste vijand' door psycholoog Piet Vroon in de Volkskrant d.d. 16 februari 1991.

Terug naar Boven

 

Laatste update:28.10.2016