Inhoudsopgave S
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

s5

De afkorting S5 kan een vijftal dingen betekenen:

► Bij het militair geneeskundig (keurings-)onderzoek (ABOHZIS) stond de uitsluitingsgrond "S5" gelijk aan een zeer labiele tot instabiele geestestoestand.

In de periode van de dienstplicht was het proberen te verkrijgen van een "gekkenbriefje" de ultieme 'sport' van oneigenlijke gewetensbezwaarden: ontduikers van de dienstplicht. Psychische instabiliteit/ontoerekeningsvatbaarheid hield immers impliciet in dat de keurling niet geschikt was om wapens te dragen en niet werd goedgekeurd.

Zie ook: ABOHZIS, dienstplicht en Gay Pride/Canal Parade.

► Naast geluids-, licht- en sporendiscipline zijn de basisprincipes van camouflage:

Shape (vorm)

Shine (glans en schittering)

Shadow (schaduw)

Silhouette (aftekening tegen de achtergrond)

Spacing (tussenruimte)

► Bij de staven van een bataljon of hogere eenheid was S5/Sie 5 een sectie. Voorheen hield deze sectie zich bezig met communicatie en liaison; op bataljonsniveau bestaat de sectie niet meer. Tegenwoordig vinden de vroegere werkzaamheden van de Sectie 5 plaats door de Sectie 9 (CIMIC), maar dan op brigadeniveau en hoger.

► De randvoorwaarden waaraan een landing point voor een helikopter moet voldoen:

Size (afmeting)

Surface (bodemgesteldheid)

Slope (hellingshoek)

Shoot (invlieghoek)

Security (veiligheid)

Zie ook: Security, Shoot, Size, Slope en Surface.

► Vanaf 1957 cadettenblad op Koninklijke Militaire Academie. Opgericht als een soort krant, waar cadetten door ingezonden artikelen en tekeningen meningen en gevoelens konden uiten. Verscheen niet frequent: sporadisch van 1996-1999, na 1999 enkele jaren niet, in 2003-2004 tweemaal per jaar en van 2008-2010 enkele nummers.

Terug naar Boven

 

SABOTAGE

Duits: Sabotage. Engels: sabotage. Frans: sabotage. Sabotage is gewoonlijk een niet-gewelddadige maar subversieve activiteit die is gericht op het opzettelijk en willekeurig hinderen, laten mislukken, onklaar maken, tegenwerken, vernietigen, verstoren of verwonden van, dan wel inmengen in, zaken die betrekking hebben op de bestaande orde, vitale diensten en/of nationale veiligheid (veiligheid of paraatheid van zowel de krijgsmacht als het militair-industrieel complex), zoals:

bruggen

infrastructurele faciliteiten

materieel

militaire objecten

natuurlijke rijkdommen

openbare nutsvoorzieningen

personeel

(spoor)wegen

transportmiddelen

waterleidingnetwerk

De saboteur pleegt zijn actie in vredes- en oorlogstijd, met geen of weinig (directe) vuurkracht, in het geheim en/of tijdens een raid, met als oogmerk het verzwakken van de vijandelijke situatie. Bij sabotage en andere niet-gewelddadige subversieve activiteiten dient, los van de hoogte van het geweldsspectrum, rekening te worden gehouden met het gebruik van wapengeweld.

Militaire objecten moeten specifiek worden beveiligd tegen sabotageactiviteiten en andere subversieve acties. Lonende doelen zijn transportmiddelen, opslagdepots (militaire voorraden), communicatie-installaties en infrastructurele faciliteiten binnen de Lines of Communications (LOC’s) én (militaire) inrichtingen en installaties in het Point of Disembarkation (PODs). Gezien de – soms vergaande – gevolgen van sabotage vindt hiertegen zowel gebieds- als objectbeveiliging plaats, alsmede overige beschermingsmaatregelen.

In vredestijd dient sabotage door actiegroepen of individuen een (vermeend) idealistisch en/of politiek doel, zoals de diefstal van tweehonderd Glock 17-pistolen op de Vliegbasis Gilze-Rijen in het weekend van 9 en 10 april 2005 of het leksteken van 80 banden van militaire voertuigen op de Oranjekazerne in Schaarsbergen in het weekend van 7 en 8 mei 2005 (gericht tegen de Nederlandse deelname aan de missies in Afghanistan en Irak).

In oorlogstijd is sabotage bij uitstek een taak voor lichte infanterie én Special Forces, zoals het Korps Commandotroepen (KCT), die onder andere actief is in het uitvoeren van kleinschalige acties tegen vitale vijandelijke doelen als commandoposten, raketinstallaties en verbindingsposten.
Vijandelijke sabotage kan worden gezien als een destructieve tactiek die valt onder irregulier optreden, evenals:

burgerlijke ongehoorzaamheid

georganiseerde misdaad

guerrillatactieken

intimidatie

machtsovernames

onrust

opstanden

propaganda

spionage

subversie (ondermijnende activiteiten)

terrorisme

Spionage, sabotage, subversie en terrorisme worden ook wel aangeduid met de afkorting SSST.

Counter-sabotage is een onderdeel van counter-intelligence (contra-inlichtingen). Doel hiervan is het detecteren, neutraliseren, vernietigen en voorkomen van sabotageactiviteiten door het identificeren, manipuleren, misleiden en onderdrukken van individuen of organisaties waarvan kan worden aangenomen dat zij sabotage uitvoeren. Ook het inmengen in dergelijke groeperingen behoort tot de counter-sabotage.

Terug naar Boven

 

SAFE HOUSE

Contact-, onderduik- of schuiladres. Een specifiek voorbereide locatie (boerderij, huis, hut, quala) voor eigen troepen om voor langere tijd in relatieve veiligheid in te verblijven.

Een locatie die wordt aangemerkt als safe house oogt in de regel onschuldig, maar er kunnen ook heimelijke activiteiten plaatsvinden, zoals fouilleringen en visitaties van gevangengenomen vijandelijke strijdkrachten.

Terug naar Boven

 

sAILLANT

Van het Franse werkwoord “saillir” dat “vooruitspringen” betekent.

Term voor een in het vijandelijk front vooruitspringende, boogvormige uitstulping van de eigen frontlijn. Met name het voorste deel van de saillant is zeer kwetsbaar voor eigen troepen.

Een saillant kan uit tactisch oogpunt bewust worden gecreëerd. Opvallend vaker komt het voor dat door een te snel oprukken van troepen in het kader van het aanvallend gevecht cq. een te traag terugtrekken van troepen in het kader van het verdedigend gevecht een saillant ontstaat.

In een saillant komen de eigen troepen als het ware klem te zitten tussen de vijandelijke troepen. Zij moeten zeer beducht zijn om, met maximale gebruikmaking van vuur- en zichtdekking, niet onbeperkt onder vuur genomen te worden. Voor de eigen troepen is het zaak om de saillant zo spoedig mogelijk te maximaliseren tot een zo breed mogelijke frontlijn; voor de vijand om de saillant zo snel mogelijk te minimaliseren en uiteindelijk te elimineren.

Terug naar Boven

 

SALAMITACTIEK

Salamitaktik.
salami tactics; salami-slice strategy.
tactique du salami.

(Onderhandelings)tactiek waarbij wordt geprobeerd in kleine stapjes een doel te bereiken: telkens concessies herhalen e.d. zorgt ervoor dat met de ander tot overeenstemming kan worden gekomen. Het doet de mogelijkheden van de ander langzaamaan teniet, wat erin kan resulteren dat wordt verkregen wat in één (onderhandelings)slag niet/nooit lukt.

Het bewust opdelen van het onderhandelingsproces gebeurt indien wordt verwacht dat de ander niet akkoord gaat met het onderhandelingsresultaat wanneer dat in één keer wordt gepresenteerd.

De naam is afkomstig van salami, die voor consumptie in de regel aan dunne plakjes wordt gesneden.

De term salamitactiek is bedacht door Mátyás Rákosi (1892-1971), hoofd van de Hongaarse communistische partij en van 1949 tot '53 Joseph Stalin's man in Hongarije.

Zijn zinsnede "Plak na plak, tot er niets over blijft" beschrijft Rákosi hoe de mogelijkheden van de ander bij het onderhandelen langzaamaan worden tenietgedaan.

Terug naar Boven

 

S.A.L.T.A.

Van origine Amerikaanse melding, onder andere bij vijandcontact.

Na een complete melding kan de Ops-room middelen aansturen, dan wel door het hogere niveau laten aansturen, die nodig zijn. In de regel wordt een SALTA-melding gedaan door de On Scene Commander (OSC):

SSizeNumbers of pax and equipment of enemy?

A

Activity

Short Situation Report: what is the enemy doing?

L

Location

Grid or reference point

T

Time

Date Time Group (DTG)

A

Action

Action to be taken (engaging, observing)

Action required (CASEVAC, MEDEVAC)

Terug naar Boven

 

s.A.L.U.T.E.

De basis voor elke rapportage of vijandmelding is dit Engelstalige ezelsbruggetje, dat kan worden beschouwd als de Angelsaksische tegenhanger van R.A.D.U.S.A.


S

Size of unit
(number of personnel, vehicles, aircraft or size of object)

Grootte eenheid

A

Activity
(direction of movement, troops digging in, artillery fire)

Activiteit

L

Location
(including grid coordinates)

Locatie

U

Unit
(identify if possible)

Eenheid

T

Time
(in local or Z-time)

Tijd

E

Equipment of the personnel
(weapons, vehicles, tools)

Uitrusting

Zie ook R.A.D.U.S.A.

Terug naar Boven

 

sANGAR

Uit het Pashto. Betekenis: barricade". Engels: (guard) sangar. Frans: guérite. Nederlands: borstwering. Sangar is tevens een oord in het district Deh Rawood in de Afghaanse provincie Uruzgan.

Een sangar is een aarden of stenen verhoging rondom of voor een te verdedigen ruimte, dienend om de daarachter gelegen militairen aan het gezicht en het vuur van de vijand te onttrekken, van waarachter de vijand kan worden bestookt.

Het Britse leger maakte massaal gebruik van sangars aan de North West Frontier van (Brits-)India en in Afghanistan. Daar was het door de bodemgesteldheid onmogelijk om loopgraven te spitten, reden waarom uiterst kleine bovengrondse fortificaties werden gecreëerd door gebruik te maken van de aanwezige rotsblokken en stenen dan wel door gebruikmaking van gevulde zandzakken.

Tegenwoordig is een sangar hetzelfde als een observatiepost (OP) die bescherming biedt tegen inkomend vuur en de weersomstandigheden.

Zie ook: observatiepost.

Terug naar Boven

 

SAPPE

Van het Frans “sape” (houweel, militair graafwerk) en “saper” (ondergraven). Van sappe zijn sapperen – loopgraven delven; ondermijnen – en sappeur – bijl(e)man; loopgravendelver; pionier; schansgraver – afgeleid.

Loopgraaf, door de belegeraar gegraven tegen vijandelijk vuur en idealiter zo veel mogelijk gedekt met schanskorven en fascines. Afhankelijk van de bouw in gebruik om de vijand aan te vallen of slechts te naderen.

De sappe kon ook onderaards lopen, zoals bij de onderaardse gang in of bij vestingwerken om door de contrescarpe in de gracht te komen. De contrescarpe (buitengrachtsboord) is de aan vijandzijde gelegen gracht vóór een vestingwerk; de escarp (binnengrachtsboord) ligt aan eigen zijde.

Terug naar Boven

 

SAPPEUR

Traditionele benoeming van een militair van het wapen der genie die zich heeft gespecialiseerd in het maken van bouwkundige constructies op velerlei gebied.

Van origine met betrekking tot de loopgraaf (sappe). Traditioneel is de sappeur specifiek belast met het maken van loopgraven, tankgrachten en overige veldversterkingen en verdedigingswerken (sapperen).

Zie ook: genie, mineur, pionier en pontonnier.

Terug naar Boven

 

SARIN

Code: GB. Dodelijk giftig non-persistent zenuwblokkerende strijdmiddel. Sarin heeft een kortere werkingsduur (uren) dan soman en tabun.

Acetylcholine-agonist. Versterkt in eerste instantie de werking van acetylcholine (ACh) doordat de afbraak ervan wordt geremd. Omdat de prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, op spieren en op klieren ontregeld raakt, heeft ACh spierverslapping en ongecontroleerde spiersamentrekkingen tot gevolg. De uitwerkingsverschijnselen zijn in het letale stadium: dreigende verstikking, misselijkheid, braken en stuiptrekkingen. Zenuwblokkerende strijdmiddelen kunnen het lichaam binnendringen door absorptie (huid en ogen), inademing en inname (drinken en eten).

"Zenuwgassen zijn langwerkende remmers van het enzym acetylcholinesterase (AChE). Acetylcholine (ACh) wordt afgebroken door AChE na binding aan de hydroxylgroep van dit enzym. Zenuwgassen veroorzaken alkylfosforylering van deze hydroxylgroep, waardoor het enzym AChE geïnactiveerd wordt. Hierdoor ontstaat een overschot aan ACh en dit veroorzaakt muscarine- en nicotineachtige verschijnselen. De muscarine-effecten leiden onder andere tot een excessieve productie van bronchiaalslijm en speeksel, zweten, miosis [pupilvernauwing], bronchospasmen [benauwdheid door kramp van de luchtwegspieren] en bradycardie [vertraagde hartslag]. Stimulatie van de nicotine-receptor heeft onder andere paralyse en zwakheid tot gevolg."

Bron: artikel 'Antidota bij chemische oorlogsvoering', Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, januari 2005, pagina 6 t/m 10.

Zenuwblokkerende strijdmiddelen, zoals sarin, soman, tabun en VX, werken door remming van acetylcholinesterase. Na een aanval met zenuwblokkerende strijdmiddelen moet hun werking worden tegengaan door het plaatsen van een auto-injector met (de muscarine-antagonist) atropine in het bovenbeen in combinatie met een oxim, dat het zenuwgas van acetylcholinesterase kan verdringen.

De symptomen van zenuwblokkerende strijdmiddelen zijn braken, hoesten, kortademigheid, laten lopen van urine en ontlasting, pupilvernauwing, spierverlamming, stuiptrekkingen, transpireren en vernauwing van de bronchiale spieren. Zonder urgente medische behandeling zal de patiënt overlijden aan zuurstofgebrek.

Bij dreiging van de inzet van zenuwblokkerende strijdmiddelen kan preventief pyridostigmine worden ingenomen.

Met de CAM (Chemical Agent Monitor) kan de aanwezigheid van damp, afkomstig van een onder andere zenuwblokkerende strijdmiddelen, worden aangetoond. Andere detectiemiddelen zijn: Chempro 100, IGVU (Interim Gas Verkenning Uitrusting) en NEUS (Nauwkeurige Elektrodetector Uitstromende Strijdgassen). Vloeibare zenuwblokkerende strijdmiddelen kunnen worden gedetecteerd door detectiepapier.

► Op 17 maart 1988 werden de 4.500 inwoners van het Koerdische oord Halabja in Irak vergiftigd door een aanval met mosterdgas, sarin, tamun en VX.

Het Iraakse regime voerde een massale gifgasaanval uit, waarbij de gehele bevolking werd uitgemoord. De doelgerichte gifgasaanval geldt als de grootste sinds de Eerste Wereldoorlog.

► Op 20 maart 1995 pleegde de religieuze Japanse sekte AUM een aanslag met sarin in een aantal metrostellen in Tokio.

Hierbij vielen ± 5.500 slachtoffers, waaronder 13 doden. Het sarin was geproduceerd door eigen wetenschappers en technici van de sekte. Hieruit blijkt dat het op kleine schaal inzetten van chemische strijdmiddelen door irreguliere eenheden (sekten, terroristische organisaties) een reële dreiging vormt.

Zie ook: auto-injector, CBRN-middelen, Chemical Agent Monitor (CAM), pyridostigmine en terrorisme.

Terug naar Boven

 

SAS, BERT

Bert Sas. Voluit: Gijsbertus Jacobus Sas (Leeuwarden, 1 augustus 1892 / vliegtuigongeval in Schotland, 20 oktober1948).

Nederlands militair attaché in de rang van majoor op de ambassade in Berlijn. Sas verbleef daar vanaf de lente van 1939 tot en met de Duitse invasie in Nederland in mei 1940.

Reeds in mei 1939 rapporteerde Sas dat Duitsland over sterke parachutisteneenheden en luchtlandingstroepen beschikte.

Op 4 april 1940 waarschuwde Sas minister van Defensie Adriaan Dijxhoorn in Den Haag dat een Duitse invasie op handen was. Majoor Sas werd niet geloofd, ondanks de goede contacten die hij met de Duitse Oberst Hans Oster had.

Oster kende hij sinds het begin van de jaren '30. Hoewel Oster - de rechterhand van admiraal Wilhelm Canaris, commandant van de contraspionagedienst Abwehr - toegang had tot vertrouwelijke informatie over de troepenbewegingen van de Wehrmacht, werden de berichten van Sas terzijde geschoven.

Op de avond van 9 mei 1940 gaf Sas de details die hij diezelfde avond van Oster had gekregen over het begin van operatie FALL GELB, de Duitse invasie van Nederland en België, telefonisch door aan de dienstdoende officier in Den Haag, luitenant-ter-zee eerste klasse, J.E.A. Post Uiterweer:

"Ik heb je nog maar een ding te zeggen: morgenvroeg bij het aanbreken van de dag. Houd je taai! Wil je het even herhalen? Je begrijpt het natuurlijk wel."

  
Duits operatieplan II (FALL GELB)

Omdat Sas al eerder data had genoemd waarop Nederland zou worden binnengevallen en daarop uiteindelijk steeds niets gebeurde, werd ook dit bericht niet serieus genomen.

Den Haag reageerde voor de zoveelste keer naïef en ongelovig.

Op 10 mei 1940 begon operatie FALL GELB.

Ondanks vele waarschuwingen, op goede gronden, wantrouwde Den Haag majoor Sas, hoewel de berichten die Sas doorgaf steeds een min of meer alarmerend karakter hadden. De militaire inlichtingendienst (Generale Staf sectie III, GS III) op het Algemeen Hoofdkwartier vond de berichten overdreven en generaal H.A.C. Fabius, het hoofd van de GS III, zag zijn berichtgevingen zelfs als een vorm van Duitse zenuwoorlog. Het ook begrijpelijk dat de Nederlandse regering met bewuste misleiding van Duitse zijde rekening hield.

Terug naar Boven

 

SATELLIETPATROUILLE

Engels: satellite patrol(ling). Organiek door de Britse krijgsmacht beproefde vorm van een verkenningspatrouille (die dus tot doel heeft het verzamelen van informatie over groeperingen en het terrein).

De satellietpatrouille is een aanpassing aan het optreden in verstedelijkte gebieden, waarbij de VOCA-cyclus (verspreiding, oriëntatie, concentratie en actie) wordt gebruikt. VOCA is een richtlijn voor de lichte infanterie, waarbij rekening wordt gehouden met eigen beperkingen, zoals beperkte organieke transportcapaciteit en vuurkracht.

Schematisch voorbeeld van een satellietpatrouille.

De satellietpatrouille is een verkenningspatrouille die met meerdere patrouille-elementen verspreid in één gebied opereert (verspreiding). De verspreiding van de elementen bemoeilijkt de centrale aansturing en bevelvoering (command & control) door de (O)PC (oriëntatie), maar door in kleine groepen en op een niet te voorspellen manier over meerdere routes te verplaatsen zijn de patrouilles te voet voor opstandelingen (insurgents) moeilijk aan te grijpen. Ook is het hierdoor voor opstandelingen onzeker wat de intenties van de eigen troepen zijn.

Daarentegen zijn de verschillende elementen van de patrouille in staat elkaar snel te ondersteunen wanneer de situatie plotseling in een geweldsspiraal komt (concentratie en actie).

De satellietpatrouille biedt de mogelijkheid om met twee of meer groepen lichte infanterie een minder toegankelijk gebied in te gaan, bijvoorbeeld om bij nacht in een urbaan gebied een afgelegen buurt te betreden om informatie over groeperingen en het terrein te verzamelen. Hierdoor is het mogelijk veiligheid te creëren door manoeuvre in plaats van aantallen verkenners (kwantiteit).

De satellietpatrouille is onder andere beschreven in een Manoeuvre Bulletin van het OTCMAN en in het TNO Defensie en Veiligheid-rapport 'Tactisch optreden van kleine eenheden'(2007).

Zie ook: verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

SAUVEGARDE

Terug naar Boven

 

scania vrachtauto 165 kn 8x8 wls

De eerste van 555 Scania's is op 15 september 2005 overhandigd aan de commandant van 1 Logistieke Brigade, brigadegeneraal Rob Knol. Met de order van 555 vrachtautos's was een bedrag van € 158 miljoen gemoeid.

De nieuwe vrachtvervoerder in het kader van het Fysieke Distributie-concept: Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 WLS.

De Scania vrachtauto (vau) 165 kN 8 x 8 Wissellaadsysteem (WLS) is in drie verschillende typen ingevoerd:

► met autolaadkraan (ALK)

► met Container Handling Unit (CHU)

► met Bridge Adapter Pallet (BAP)

Alle drie de typen zijn uitgerust met een haakarmsysteem. De haaklift Multilift TSH 230 vormt de basis voor het plaatsen van de containers of de pallets. Voor het vervoeren en oppakken van containers zit aan het haakarmsysteem een CHU. Het systeem wordt vanuit de cabine van het voertuig bediend. Dankzij twee camera's kan de bedienaar op een beeldscherm de verrichtingen van de kraan volgen.

Voor alle typen geldt dat de voertuigcabine kan worden voorzien van ballistische bescherming, die het voertuig beschermt tegen kleinkalibermunitie, granaatscherven en antipersoneelsmijnen.

De vrachtauto WLS is onder meer bestemd voor het vervoer van 20-voet-containers, flatbeds of flatracks, die er met behulp van een Multilift TSH 230 -haaklift kunnen worden op- en afgezet. De ladingdragende containers, flatbeds en flatracks zijn op deze manier niet langer gekoppeld aan het voertuig, maar kunnen onafhankelijk van het voertuig worden ingezet. In het nieuwe Fysieke Distributie-concept leveren de chauffeurs goederen bij de (gevechts)eenheden af, ook aan het front. Voorheen haalden de (gevechts)eenheden de spullen op bij een verdeelplaats.

De Scania is een all-wheel-drive 4-assers en heeft dus een permanente aandrijving op alle acht wielen.

Specificaties:

brandstoftanks2 stuks à 200 liter

breedte

2 meter 50

cabine

plaats voor chauffeur, bijrijder en drie passagiers; drie achterste zitruimtes zjn om te bouwen tot twee slaapplaatsen

gevechtsgewicht/brugclassificatie

34 ton

handling unit3 meter 70
heftvermogen t.b.v. WLS16,5 ton

hoogte

tot 3 meter 70 (met Container Handling Unit)

inzittenden/slaapplaatsen

5/2

lengte

9 meter 60

maximaal laadvermogen

165 kN (16.825 kg)

motorEuro-III 12 liter 6-cilinder turbodiesel met intercooling

motorvermogen

420 pk (309 kW) bij 1.900 toeren per minuut

Zie ook: Fysieke Distributie en MOGOS.

Terug naar Boven

 

SCANEAGLE

 

Terug naar Boven

 

SCANJACK

De Scanjack wordt gebouwd door Scanjack AB in Vikmanshyttan (Zweden) en is ontworpen op het onderstel van een Timberjack John Deere-bosbouwmachine uit Finland. Nederland is de eerste NAVO-lidstaat die de machine heeft gekocht, omdat de Scanjack de enige Armoured Mine Clearing Vehicle (AMCV) is met dubbele vlegels, meerr dan 98% ruimveiligheid biedt voor zowel AP- als AT-mijnen, weerstand biedt tegen AT-mijnen van 10 kg en zijn mogelijkheid tot bediening op afstand.

De Scanjack 3500 is een zwaar mechanisch ruimmiddel (ZMR) dat door de gevechtsondersteunende genie-eenheden kan worden ingezet ten behoeve van area clearance.

Het eerste exemplaar is in 2006 in gebruik genomen bij de bouwmachinegroep van het ondersteuningspeloton van 111 Pantsergeniecompagnie. Ook 411 Pantsergeniecompagnie zal later een Scanjack ter beschikking hebben.

De Scanjack is het enige zware mijnenruimmiddel dat is toegerust met twee vlegels. De vlegels worden hydraulisch aangedreven door een Scania V8-motor; de overige hydraulica en voortstuwing worden aangedreven door de organieke 6-cilinder John Deere motor. De vlegelunit van de machine dient ten behoeve van het transport op een dieplader te worden gescheiden van het onderstel.

Beide vlegelassen van de Scanjack bevatten 76 kettingen met hamers, die een werkende breedte van 3 meter 50 combineren met een werkdiepte van 50 cm. Beide assen draaien tijdens ruimwerkzaamheden met 360 toeren per minuut in voorwaartse richting. De ruimcapaciteit en –snelheid van de Scanjack zijn afhankelijk van vele factoren, maar variëren van 0,5 tot 1,2 hectare per dag.

De bedienaar kan de machine besturen vanuit de cabine (alle AP-mijnen én AT-blastmijnen), maar in buitengewoon hoge dreigingsscenario’s (overige mijnen, onbekende mijnen, UXO’s) bestaat ook de mogelijkheid de machine op een afstand tot 700 meter te bedienen. Daarbij draagt de bedienaar een bommenpak of zit hij in een mijnresistent voertuig.

Specificaties:

lengte 14 meter 14

breedte

4 meter 47

hoogte

3 meter 70

gewicht

39 ton, inclusief vlegelunit en tracks

motorvermogen Scania V8 (vlegels)

570 pk (425 kW)

motorvermogen 6-cilinder John Deere (voertuig)

220 pk (164 kW)

aantal kettingen met hamers

152

Zie ook: Bozena-4 M.M.C.S.

Terug naar Boven

 

sCAR

Afkorting van: Special Operations Forces Combat Assault Rifle. Modulair wapensysteem van Belgische makelij, geproduceerd door zowel Fabrique Nationale de Herstale (FNH) in Luik als FNHUSA in de VS. Terwijl in 2003 de eerste SCAR gereed was voor productie, deed het United States Special Operations Command (USSOCOM) in 2004 een eerste bestelling; de Amerikaanse Special Forces verkozen de SCAR boven de Amerikaanse XM8 van producent Heckler & Koch. De SCAR’s, die worden gefabriceerd in Columbia (South Carolina), zullen vanaf 2008 verschillende wapens in het Amerikaanse arsenaal vervangen.

Voor het samenstellen van het wapensysteem bestaan drie basismogelijkheden:

  • SCAR Light (5.56x45mm NATO) of Mark 16 (MK16)
  • SCAR Heavy (7.62x51mm NATO) of Mark 17 (MK17)
  • Enhanced Grenade Launcher Module (EGLM) of Mark 13 (MK13) 40x46mm NATO granaatwerper (underslung en single handed)

MK16 en MK17, die beiden zowel semi- als volautomatisch kunnen vuren, zijn uitgevoerd in versies met een verlengde loop (Long Barrel, LB), Close Quarters Combat (CQC) en voor snipers (SV). Ongeacht de verschillende kalibers en looplengten, is 90% van de wapenonderdelen en -toebehoren identiek voor zowel H- als L-versie. De looplengten zijn:

VERSIE

MK16

MK17

Close Quarter Combat (CQC)

253 mm

330 mm

Standard (STD)

351 mm

400 mm

Long Barrel (LB)

457 mm

500 mm

De Mark 13 (MK13) is een enkelschots granaatwerper die als underslung van de MK16 en MK17 kan worden gebruikt, maar ook single-handed. Het kaliber is40x46 mm NATO. De basiskleur Flat Dark Earth is dezelfde als die van de andere wapens in deze serie. De MK13 weegt 2,7 kg en heeft een effectief bereik van 300 meter.

De FN SCAR-Light of Mark 16 (MK16), kaliber 5.56x45mm NATO, heeft een loop van 35,6 cm, heeft een vuursnelheid van 625 patronen per minuut en weegt 3,3 kg. Het effectief bereik is 500 meter. In het magazijn kunnen 30 patronen worden geplaatst. Lengte: 85 cm met uitgeklapte kolf, 62 cm met ingeklapte kolf.

De FN SCAR-Heavy of Mark 17 (MK17), kaliber 7.62 x 51mm NATO, heeft een loop van 40,6 cm, een vuursnelheid van 625 patronen per minuut en weegt 3,6 kg. Het effectief bereik is 600 m. In het magazijn kunnen 30 patronen worden geplaatst. Lengte: 99,5 cm met uitgeklapte kolf, 77 cm met ingeklapte kolf.

Het heeft er alle schijn van dat de FN SCAR ook het nieuwe wapen voor de Nederlandse Special Forces wordt.

Terug naar Boven

 

SCHAARKIJKER

 

Een schaarkijker aan het Roemeense front in WO I.

Terug naar Boven

 

SCHABRAK

Ook gespeld: sjabrak. Ontleend aan het Duitse "Schabracke".

Oorspronkelijk afkomstig uit de Kaukasus, waar de bevolking grote, zadelvormige, lichte of donkere vlekken op de rug en/of flanken van zoogdieren, zoals de moeflonram, schabrak noemden.

Dek- of zadelkleed dat het achterlijf van een paard bedekt. Het wordt gelegd tussen het zadel en de rug van het paard ter bescherming van het zadel tegen slijtage door transpiratie en wrijving. Vaak is de schabrak van laken of Silé vervaardigd en rijkelijk versierd en met gouddraad bestikt. In het schabrak kunnen de wapenkleuren zijn verwerkt en het wapenembleem zijn aangebracht.

Aanvankelijk was bij de artillerie, in tegenstelling tot vaandels bij de infanterie en standaarden bij de cavalerie (herkenning van de eenheid), geen behoefte voor een extra herkenningsteken op het slagveld. De artillerie trad statisch op en kon gemakkelijk worden gelokaliseerd door het geluid en de rookontwikkeling. Het kanon was het banier van de artillerie.

Koning Willem I bepaalde in 1820 dat voor beëdigingen gebruik moest worden gemaakt van een standaard of vaandel. Hierop begon het beëdigen bij het wapen der artillerie – tot na de Tweede Wereldoorlog – met behulp van een stuk geschut. In de loop waren de initialen (monogram) van de regerend vorst(in) gegraveerd, samen met de wapenspreuk der artillerie: “Het vaderlandt ghetrouwe blijf ick tot in den doot”.

Bij het afleggen van de eed legde de te beëdigen officier voor het front van de troep zijn linkerhand op dat monogram. Wat het vaandel voor de infanterist en de standaard voor de cavalerist was, werd het stuk geschut voor de artillerist. Per batterij was tenminste één vuurmond van de gravering voorzien, die zodanig was aangebracht dat de tekst kon worden gelezen bij een geëleveerde loop (schuin omhoog).

Het schabrak werd gedrapeerd over de loop van een stuk geschut, waarbij de afmetingen van het schabrak waren afgestemd op het kaliber van dat geschut. Voortaan legden artilleristen, staande naast een vuurmond met het schabrak over de schietbuis, de eed af.

Na 1945 werd het graveren gestaakt en de oplossing gevonden in het schabrak: versierd in de kleuren rood en zwart van de artillerie (rood en zwart). Bij het Korps Rijdende Artillerie is een exemplaar in de kleuren blauw en geel van de ‘Gele Rijders’  in gebruik.

Op beide afhangende panden van het schabrak was de gekroonde beginletter van de naam van de vorst(in) geborduurd (W voor Wilhelmina, J voor Juliana en B voor Beatrix). Daaromheen een gestileerde geborduurde lauwerkrans, daaronder een geborduurd lint met daarop de wapenspreuk der artillerie.

Op 20 juli 1961 werden de schabrakken met het monogram van Koningin Juliana ingevoerd en door de Inspecteur der Artillerie, generaal-majoor J. T. Winkel, uitgereikt aan de commandanten van de artillerie-eenheden; in 1963 kreeg ook 11 Afdeling Rijdende Artillerie een schabrak. Pas op 9 mei 1994 verkreeg het Korps Luchtdoelartillerie een eigen schabrak.

Bij gelegenheid van de viering van 325 jaar artillerie, op 24 september 2002, reikte Koningin Beatrix op de Legerplaats bij Oldebroek een vaandel en twee standaarden uit: het Korps Veldartillerie en het Korps Rijdende Artillerie ontvingen een standaard, het Korps Luchtdoelartillerie een vaandel. Formeel is het schabrak hiermee vervallen als ceremonieel item van de artillerie.

Terug naar Boven

 

SCHADEREGELING DEFENSIE

Wanneer, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, onverhoopt toch verkeers- en/of oefenschade als gevolg van een militaire oefening of verplaatsing ontstaan, kan deze schade worden gemeld Juridische dienstverlening aan het Diensten Centrum Juridische Dienstverlening (JDV), Sectie Claims bij het Ministerie van Defensie in Den Haag.

De Sectie Claims behandelt alle schade - afgezien van schade die voortvloeit uit contracten - veroorzaakt door derden aan Defensie en door Defensie aan derden. Onder derden worden verstaan: particulieren, bedrijven en lagere overheden.

In het kader van de schaderegeling kan iedereen die schade heeft ondervonden, een financiële claim doen gelden en de schade proberen te verhalen op het Ministerie van Defensie.

De opgelopen schade dient te worden doorgeven onder vermelding van zoveel mogelijk gegevens, zoals oefenende eenheid, kenteken voertuig, datum en tijd, plaats, soort schade e.d.

Financiële claims kunnen schriftelijk worden ingediend bij:

Ministerie van Defensie, CDC/JDV/Sectie Claims
Postbus 20703
2500 ES Den Haag
Telefoon 070-3396701

Terug naar Boven

 

SCHALL-TENT T.B.V. HULPPOST (ROLE 1)

Sinds KFOR (1999-2000) bezit en gebruikt ook de Nederlandse krijgsmacht de Duitse Schall-tenten; tijdens de missies ISAF en SFIR is deze tent beproefd. De eerste geneeskundige eenheid waar de Schall-tenten zijn ingestroomd is 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel.

Tent ten behoeve van de hulppost

Tent t.b.v. hulppost

Tent met luchtkamers

Tentdak met luchtkamers

Pompaansluiting van de tent

Pompaansluiting tent

Tent ten behoeve van MOGOS

Tent t.b.v. MOGOS

Ten behoeve van de NATO Response Force (NRF) worden de Schall-tenten ook ingevoerd voor de MOGOS Compagnie (570 MOGOS) en 43 Geneeskundige Compagnie; voor deze laatste eenheid krijgt elke hulppost(groep) van het hulppostpeloton tijdens de NRF vergroot tot Role 1 Platoon van de Medevac Company twee Schall-tenten.

Voor een hulppost van de Gemechaniseerde Brigade (zowel 43 Geneeskundige Compagnie als 44 Pantserinfanteriebataljon) is dit de Schall-Luftgestütztes Zelt (LGZ), type 5, C 5768. In het Nederlands: tent opblaasbaar geneeskundige dienst. Deze tent heeft een lengte van 6,3 meter en een breedte van 5,6 meter; de maximale hoogte is 3,3 meter; het totaalgewicht van de opblaasbare tent bedraagt 150 kg.

De opbouw van de tent geschiedt op bodemplaten (vastevloerdelen) met fixeerstukken (vergrendelstukken); de tent kan zowel langs elektronische als handmatige weg worden opgeblazen; de luchtkamers staan op een nagenoeg constante druk van 0,35 bar. Het langs elektronische weg opblazen van een tent duurt ± 4 minuten; ± 12 minuten na het leeglopen, mag de tent pas worden opgevouwen en transportgereed gemaakt.

De tent is gemakkelijk en eenvoudig op te zetten door twee personen, maar het vervoer dient te geschieden door zes personen. De tent wordt uitgerust met airconditioning/verwarming: per hulppostconfiguratie van twee Schall-tenten wordt een Dantherm VAM-40 uitgeleverd. De Schall-tent kan worden voorzien van een zonnescherm en wordt verankerd met piketten van 40 cm lengte.

Feitelijk bestaat één tent uit twee verpakkingen: 1 Packsack en 1 Zubehörsack. Ook beschikt de Schall-tent over een te verwijderen en te wassen binnendak.

Terug naar Boven

 

SCHEMEROORLOG

Sitzkrieg; Seltsamer Krieg.
twilight war (term van de Britse premier Winston Churchill); bore war.
phoney war (term van de Amerikaanse senator William Borah); bore war.
factionnaire; sentinelle.drôle de guerre (term van de Franse schrijver Roland Dorgelès).

Synoniem: spookoorlog.

Van origine: politieke en militaire situatie in West-Europa van oktober 1939 tot april 1940 (aanvang Tweede Wereldoorlog), waarin Groot-Brittannië en Frankrijk weliswaar in staat van oorlog met Duitsland verkeerden, maar krijgshandelingen aan het westelijk front uitbleven. De ontstane situatie had veel weg van een ongetekend staakt-het-vuren.

Na de Duitse Blitzkrieg-invasie van Polen op 1 september 1939, verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk op 3 september van dat jaar Duitsland de oorlog en bezetten vanaf 7 september het Saargebied (Maginot- en Siegfried-linie), op de grens van Duitsland en Frankrijk. Ondanks de bezetting en door de grootschalige afwezigheid van Duitse troepen, was er slechts sprake van enkele lokale schermutselingen, verkenningsvluchten en het droppen van propagandamateriaal.

Dat veranderde pas nadat de Britse en Franse eenheden zich op 4 oktober zonder enige beroering terugtrokken uit het Saargebied en zich achter de Maginot-linie positioneerden. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers België, Nederland en Frankrijk binnen (operatie FALL GELB).

In algemene zin wordt een schemeroorlog gekenmerkt door de afwezigheid van gevechten of tactische voortgang dan wel het langzaam of in het geheel niet wisselen van posities.

Terug naar Boven

 

SCHERPSCHUTTER

 

Terug naar Boven

 

SCHIETBAANORGANISATIE

Zie ook: baanfunctionarissen en Infanterie Schiet Kamp (ISK).

Terug naar Boven

 

SCHIETBEREIDHEID

De schietbereidheid geeft de paraatheid van de individuele militair aan om vuur te kunnen uitbrengen, zichtbaar gemaakt in de draagwijze van zijn persoonlijk wapen.

De schietbereidheid van het persoonlijk wapen - laag, middel of hoog - is onder andere afhankelijk van de gevechtsgereedheid en de gekozen verplaatsingstechniek.

In het bevel geeft de commandant aan welke draagwijze bij aanvang van de opdracht van toepassing is. Gedurende de opdracht kan de draagwijze worden aangepast aan de dreiging dan wel situatie.

Van links naar rechts: schietbereidheid laag, middel en hoog.

Schietbereidheid laag, middel en hoog schematisch weergegeven:

Schietbereidheid

Situatie

Draagwijze

Laag

Als de vijandelijke dreiging laag is; vijandcontact wordt niet verwacht.

Het wapen wordt aan de tactische draagriem voor de borst gedragen dan wel om de schouder gehangen.

Het wapen is geladen en staat op SAFE.

Middel

Gewoonlijk bij (tactische) verplaatsingen en patrouilles; vijandcontact is mogelijk.

Het wapen is geladen en staat op SAFE, waarbij de wijsvinger gestrekt langs de trekkerbeugel is (niet op de trekker).

De wapenriem is zo afgesteld dat alle schiethoudingen kunnen worden aangenomen zonder de riem eerst te moeten losklikken.

De loop van het wapen wijst onder een hoek van 45° naar beneden, waarbij het wapen zoveel mogelijk in de sector wijst.

Hoog

Wanneer (direct) vijandcontact wordt verwacht dan wel wanneer actief wordt beveiligd, bijvoorbeeld bij het oversteken van een weg.

Het wapen is geladen en staat op SAFE, waarbij de wijsvinger aan de trekker zit en de duim op de vuurregelaar.

Het wapen wijst continue in de richting waarin de schutter waarneemt.

De schutter neemt waar over de richtmiddelen voor een maximaal gezichtsveld.

Iedere militair dient de draagwijze van het persoonlijk wapen bij schietbereidheid laag, middel en hoog te kunnen uitvoeren.

Zie ook: gevechtsgereedheid.

Terug naar Boven

 

SCHILDWACHT

Wachposten.
guard; sentinel; sentry.
factionnaire; sentinelle.

Het woord "schildwacht" is van origine de wacht die werd gehouden bij het buiten de tent opgehangen schild van een edelman.

Iedere militair die, uitgerust met een wapen en voorzien van een kenteken (rode band, met in zwarte letters de tekst "schildwacht", gedragen om de linkerbovenarm):

► op regelmatige wijze met een wachtopdracht (wachtbeurt) wordt gelast;
► voor de uitvoering van de wachtopdracht bepaalde wachtorders (consignes, zoals aantal, samenstelling en sterkte van uit te sturen patrouilles) ontvangt;
► tot de ontheffing van zijn opdracht (aflossing van de wacht) door een meerdere (officier van de wacht, wachtcommandant) op een post wordt gesteld.
  

De schildwacht, bestaande uit een of meerdere personen, wordt met fysieke waarneming op de toegang tot een militair complex of een bepaald terreindeel geposteerd, is voorzien van een geladen vuurwapen en brengt in- en uitgaande militairen de militaire groet.

Overeenkomstig artikel 134 Wetboek van Militair Strafrecht wordt de schildwacht, evenals de wacht- of patrouilledienst, voor zijn bewakingstaak met betrekking tot het dienstbevel gelijkgesteld met een meerdere.

De schildwacht "behoort bedaard, doch zeer beslist op te treden" en moet "desnoods met kracht van wapenen de hem opgelegde verplichtingen nakomen", aldus het 'Handboek voor den soldaat' in 1937.

In de 19e eeuw vond H.M.F. Landolt (1861-1862) al "dat de eeuwige wachtdienst in vredestijd meer schadelijk dan nuttig voor de vorming van den soldaat is".

De schildwacht was tot het einde van de 20e eeuw een vertrouwd visitekaartje aan de toegang van Nederlandse militaire complexen, tot het opschorten van de opkomstplicht in 1997 vaak door dienstplichtigen.

De taak van schildwacht op vredeslocaties wordt uitgevoerd door beambten van de Defensie Bewaking en Beveiligingsorganisatie (DBBO).

Terug naar Boven

 

SCHOKBUIS

Aufschlagzünde.
impact fuze; super-quick fuze.
fusée percutante; fusée à percussion (directe).

Ook genaamd: percussiebuis.

Ontstekingsmiddel voor een artilleriegranaat dat ervoor zorgt dat de granaat pas op het moment van inslag op een object detoneert. Evenals bij een tijdbuis kan bij een schokbuis enige vertraging worden ingesteld.

Een directe detonatie is nodig bij ongepantserde doelen, een vertraagde bij gepantserde doelen.

Zie ook: nabijheidsbuis, tempering en tijdbuis.

Met dank aan: kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, schrijver van Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog en de laatste conceptversie (2001) van het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200).

Terug naar Boven

 

SCHOOL VOOR VREDESMISSIES

Afgekort: SVV.

De School Voor Vredesmissies is, onder gelijktijdige opheffing van het Centrum Voor Vredesoperaties (CVV), op 7 december 1996 opgericht.

Het CVV ontstond in 1992 en voorzag in de jaren ’90 van de 20e eeuw veel militairen van een opleiding voor de missie United Nations Protection Force (UNPROFOR) in Bosnië-Herzegovina.

De school maakt deel uit van het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan) op de Bernhardkazerne in Amersfoort. Eind 2009 is de SVV verhuisd van Amersfoort naar de Generaal Winkelmankazerne/ISK in Harskamp (Ede).

De SVV is verantwoordelijk voor opleidingen op het gebied van Crisis Reponse Operations (crisisbeheersingsoperaties) voor militairen van alle krijgsmachtdelen én burgers van alle mogelijke civiele instanties, die op individuele basis worden uitgezonden.

Een voorbeeld van individuele uitzendingen zijn waarnemers (observers).

Jaarlijks leidt de SVV ± 6.000 militairen op in de aanzet naar een uitzending. De lesstof kan algemeen of tailor-made worden aangeboden, afhankelijk van de klant en het missiegebied. De missiegerichte informatie/opleiding (MGI/MGO) duurt normaliter twee weken en behelst onderwerpen als:

► culturele, ethische en sociale achtergronden

► geschiedenis

Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg

► internationale betrekkingen

► juridische aspecten (oorlogsrecht, Rules of Engagement, VN-gedragsregels)

► mentale weerbaarheid (stresspreventie, -hantering en psychotrauma´s)

omgang met de media

► woon- en werkklimaat inzetgebied

Bij het tienjarig bestaan van de School voor Vredesmissies in 2006 kreeg C-SSV van Henri Clausen bovenstaand schilderij van 1½ bij 2 meter aangeboden. Het symboliseert de vier krijgsmachtdelen.

Terug naar Boven

 

SCHUILBIVAK

Gedekte plaats in vijandelijk gebied waar een eenheid zich ophoudt om, onder strikte handhaving van geheimhouding, ontdekking in door de vijand beheerst gebied te voorkomen.

Bij een infiltratie (infil) of exfiltratie (exfil) te voet kan een eenheid achtereenvolgens één of meer schuilbivakken betrekken. In de regel houdt de eenheid zich bij daglicht schuil om onderkenning door de vijand te voorkomen, van ENAS tot BNMS. In een schuilbivak wordt zo comfortabel als mogelijk verbleven teneinde te rusten, zich gereed te maken voor vervolgactie, eventuele gewonden te verzorgen e.d.

Een schuilbivak is een coördinatiepunt, evenals Drop-Off-Points, LUP’s, MEDPUP’s, patrouillebases, Pick-Up-Points, uitwijk- en verzamelpunten.

Na een verplaatsing wordt door een eenheid een afwachtpunt betrokken in de omgeving van het eindpunt. Van daaruit wordt het schuilbivak door de commandant verkend en betrokken. Het inrichten van een schuilbivak vindt na zonsondergang (ENAS) plaats om zo weinig mogelijk aandacht te trekken.

Het personeel gaat, vanuit de beweging middels de vishaak-methode, in een rondom liggen, met de voeten naar binnen en de hoofden naar buiten om te kunnen blijven waarnemen; eventueel toegedekt door grondzeil of poncho.

Maak een zo dik mogelijke isolerende laag tussen de slaapzak en de ondergrond (die koud en nat kan zijn): heideplaggen, hooi, kleding, mos, papier, riet, stro en kleine takken. Een zo klein mogelijke versnippering van het isolatiemateriaal, zorgt voor het vasthouden in de isolatielaag van een zo groot mogelijke hoeveelheid lucht.

De PGU wordt opgeborgen in de slaapzak, zodat alle materieel in één slag kan worden meegenomen, bijvoorbeeld bij een crashverplaatsing. Persoonlijk wapen en NBC-masker blijven binnen handbereik buiten de slaapzak; iedereen blijft gekleed en geschoeid (tenminste sport- of waterschoenen).

Er dient rekening te worden gehouden met camouflage, nabijbeveiliging (waarnemings- en luisterpost, vooruitgeschoven post) én geluids-, licht- en sporendiscipline. Actie – zo weinig mogelijk, maar in elk geval: functiecontrole enkele man – in het schuilbivak vindt altijd gedekt (zo laag mogelijk op het maaiveld) plaats; er wordt niet gerookt en geen open vuur gemaakt. Ook defaeceren en urineren vindt in het schuilbivak plaats.

De commandant geeft in het schuilbivak een bevel met daarin terreinoriëntatie, vijandelijke naderingsroute, uitwijkroutes met verzamelpunten, wachtregeling, wat te doen bij vijandcontact, noodzakelijke voorbereidingen op de vervolgopdracht e.d. Het gepland verlaten van een schuilbivak vindt plaats met een dog-leg.

Eisen van het schuilbivak:

► benodigde ruimte minimaal 20 bij 20 meter
► gedekte verplaatsing dient mogelijk te zijn naar de plaats waar de opdracht moet worden uitgevoerd
► gelegen in onoverzichtelijk en moeilijk toegankelijk terrein, liefst in dicht bebost en dun/niet bevolkt gebied
► minimaal twee uitwijkroutes met uitwijkpunten die dienen als ontsnappingsroutes bij vijandelijke onderkenning
► niet in de directe omgeving van open terrein, bebouwing en oorden, vee, militaire installaties en andere lonende doelen of vuurtrekkende objecten
vuur- en zichtdekking, met name tegen waarneming vanuit de lucht
► zo mogelijk in de buurt van (drink- en/of was)water
► zo mogelijk water- en winddicht

Blijf rekening houden met wateroverlast en binnenstromende koude; maak, indien tactisch mogelijk, een koudeval (zodat de koude lucht niet bij de slaapplaats kan komen) en een vuurreflector (warme lucht wordt gereflecteerd door omgevingsfactoren als bos, takkenscherm en rotswand).

Zie ook: bivak.

Terug naar Boven

 

SCHURKENSTAAT

Schurkenstaat.
rogue state.
état voyou.

Politieke term om een, in de regel dictatoriaal bestuurd, Derde Wereld- (of ontwikkelings-)land aan te duiden dat internationale wetten negeert, massavernietigingswapens bezit of ontwikkelt, mensenrechten schendt en terrorisme sponsort.

De term wordt met name door de Verenigde Staten gebruikt ter aanduiding van de autoritaire regimes van bijvoorbeeld Irak, Iran, Libië, Noord-Korea, Sudan en Syrië - zogenoemde "Outposts of Tyranny" of, zoals het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken deze landen officieel definieert: State Sponsors of Terrorism.

Schurkenstaten moeten volgens de Verenigde Staten economisch en/of militair worden aangepakt.

Sinds de terroristische aanval van 11 september 2001 op de Verenigde Staten maakt de terminologie van de schurkenstaat deel uit van de War on Terror (oorlog tegen terrorisme) tegen de Axis of Evil (as van het kwaad).

Terug naar Boven

 

SCHUTTER-LANGE-AFSTAND


Afgekort: SLA.

De schutter lange afstand is een gespecialiseerde infanterist die met het Geweer Lange Afstand (GLA) Accuracy, model AWM kaliber 8,61 x 70mm (.338 Lapua Magnum) schiet.

De SLA is in staat zelfstandig (niet-)selectieve doelbestrijding uit te voeren tot op een afstand van 800 meter. Ook is de SLA in staat om zichzelf en zijn groep te beveiligen onder operationele omstandigheden vanuit een vuurpositie op afstanden tot en met 1.000 meter. Meestal kiest de SLA zijn doelen buiten het bereik van de kleinkaliberwapens van de rest van zijn eenheid uit.

De schutter die heeft voldaan aan de eisen van de schiettabel SLA is gerechtigd tot het dragen van het vaardigheidsembleem voor de schutter lange afstand.

Zie ook: Accuracy, choke point en sluipschutter.

Het vaardigheidsembleem voor de schutter lange afstand

Terug naar Boven

 

SCHUTTERSPUT

Schützenloch.
foxhole.
emplacement de combat.

Ondiepe, smalle en zelfgegraven vuurpositie met vuur- en zichtdekking, waarin in de staande schiethouding zo'n positie kan worden ingenomen dat kan worden waargenomen en gevuurd in een opgedragen sector in het voorterrein. De schuttersput is groot genoeg om zichzelf en de drie-eenheid van de eigen uitrusting - persoonlijk wapen, helm en CBRN-masker - mee te nemen.

De geprefabriceerde tweepersoonsschuttersput is een metalen skelet dat bekleed is met een kunststof zeil.

De schuttersput, liefst aan de zijkant van een dijk, heuvel of sloot, uiteraard aan vijandzijde, kan dienen als directe verschansing tegen vijandelijk vuur en als vuurbasis: de vuurdekking moet bescherming bieden tegen vlakbaanvuur en, beperkt, tegen krombaanvuur.

In de schuttersput gelden geluids- en lichtdiscipline. De schuttersput past in het statische oorlogvoeren: wanneer terrein wordt gewonnen en op vijand wordt gestuit, begint normaal gesproken een vuurgevecht.

Wanneer het vuurgevecht langer duurt en de mogelijkheid bestaat om meer vuur- en zichtdekking te creëren, wordt een ligsleuf gegraven. Gaat het vuurgevecht almaar door en dwingt het om op dezelfde locatie te verblijven, dan kan de ligsleuf worden uitgebreid naar een schuttersput. Als er helemaal geen vooruitgang meer optreedt in het statisch oorlogvoeren, kunnen de schuttersputten met elkaar worden verbonden tot een loopgravenstelsel.

De schuttersput beschermt deels tegen de directe straling (gamma- en neutronenstraling) van CBRN-middelen: een open schuttersput beperkt de directe straling tot 45 centrigray (cGy), een schuttersput met 1 meter bovendekking zelfs tot 5 cGy.

Voor het maken van een schuttersput met bovendekking voor twee militairen is het volgende materieel nodig:

± 45 zandzakken

golfplaat, zeil en plaatmateriaal

4 stukken rondhout

Het rondhout (balken, boomstammen of palen) is nodig voor zowel de tussendekking als de geleidebalk.

Het maken van de schuttersput:

► Minimaal 5 x 5 meter op locatie van de put vrij van camouflagemateriaal maken; de bovenlaag van het maaiveld weghalen en plaggen afsteken;
► De bovenlaag, het camouflagemateriaal en de plaggen tijdelijk opzij leggen achter de put; later kan dit materiaal worden gebruikt om de put af te camoufleren;
► Zet de afmetingen van de put - in front van de vijand is de breedte 2 meter 10, de lengte 70 cm - uit aan de hand van piketpaaltjes op hoekeinden; een handig middel hiervoor is dat een uitgeklapte pioschop 70 cm lang is;
► Laat de wanden van de put bij het graven schuin aflopen; de diepte is minimaal 1 meter 40, maar dient te worden aangepast aan de lengte van de bemanning van de put;
► De uitgegraven grond wordt achter en naast de put gedeponeerd en dient als glooiing om de bemanning van de put niet te laten afsteken tegen de achtergrond;
► Camoufleer de put af met het eerder weggehaalde camouflagemateriaal en de plaggen;
► Graaf aan de voorzijde van de put een borstwering, afhankelijk van het type wapen dat de bemanning van de put gebruikt;
► Geef met piketpaaltjes de schootsrichting aan in de, volgens het VEITONO, opgedragen sector (11 tot 1).

De eisen van de schuttersput:

►Aan onderzijde, aan de borstzijde, bevindt zich een granaattrechter onder een hoek van 25 graden met een doorsnede van 20 à 25 cm

►Aan onderzijde, onder de tussendekking, bevindt zich een zinkput voor afwatering

►In front ligt vóór het vuurbanket een geleidebalk van minimaal 2 meter 10

►In het midden ligt overdwars een tussendekking gemaakt van rondhout met een lengte van minimaal 2 meter 50

Schematische voorstelling van een schuttersput

De eisen die gesteld worden aan de bovendekking van de schuttersput zijn:

LAAGMATERIEEL
HOOGTE

1ste laag

rondhout

15 cm

2de laag

golfplaat / zeil / plaatmateriaal

2 cm

3de laag

3 x laag zandzakken ¾ gevuld

35 cm

4de laag

afcamouflage

3 cm

TOTAAL

55 cm

Voorbeelden van zeer verschillende schuttersputten

Zie ook: loopgraaf en ligsleuf.

Terug naar Boven

 

SCHÜTZENSCHNUR

Voluit: SchÜtzenschnur der Bundeswehr.

Nederlands: scherpschutterskoord.

Het Schützenschnur is een vaardigheidsembleem voor onderofficieren en manschappen van de Bundeswehr en buitenlandse strijdkrachten dat wordt uitgereikt na het behalen van de geëigende scherpschuttersproeven van de Bundeswehr.

Het 45 cm lange gevlochten koord is matzilver en heeft aan het uiteinde een ovaalvormige plaquette. De plaquette toont de Duitse adelaar omringd door een krans van eikenloof.

Ter onderscheiding van de verschillende graden kent de plaquette een bronzen, zilveren en gouden variant.

Het Schützenschnur wordt aan de rechterschouder op het op het Dagelijks Tenue (DT) gedragen, waarbij de lus met de plaquette is bevestigd aan de epaulet van de rechterschouder en de andere lus aan de bovenste knoop van de jas.

Het scherpschutterskoord is ingesteld in 1954, kent versies voor de land-, lucht- en zeestrijdkrachten en wordt toegekend na het voldoen aan scherpschuttersproeven op kleinkaliberwapens (geweer, machinepistool of pistool), machinegeweer of Panzerfaust.

In zijn beschikking van 6 juni 1978 gaf de de Bevelhebber der Landstrijdkrachten toestemming tot het dragen van enige buitenlandse militaire vaardigheidsemblemen, te weten het Duitse Leistungsabzeichen in Truppendienst, het Schützenschnur en militaire parachutistenemblemen (wings) van NAVO-lidstaten.

Tot de veranderingen van het voorschrift 'Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht' (VS 2-1593) in 2002 waren ook Nederlandse militairen die aan de proef hadden voldaan gerechtigd tot het dragen van de scherpschutteronderscheiding; na 2002 is het dragen van het Schützenschnur niet langer toegestaan.

Terug naar Boven

 

SCRAMBLE

Alarmstart.
décollage d'urgence.

Vernederlandst tot "scrambelen". Bijvoorbeeld in de zinsnede "Door de troepen in Uruzgan is een F-16 gescrambled vanaf Kandahar Airfield."

Bevel voor de piloot van een gevechtshelikopter of -vliegtuig om in geval van een (dreigende) noodsituatie zo snel mogelijk in de lucht te zijn, bijvoorbeeld in het kader van troepen die ergens om een air strike of close air support vragen, om een vijandelijk toestel te onderscheppen (interceptie) of om een toestel met onbekende identiteit dat op de radar is gesignaleerd te onderscheppen.

De take-off van een gevechtshelikopter of –vliegtuig is binnen enkele minuten. Onderscheiden worden een alpha scramble (daadwerkelijk alarm) en een tango scramble (oefenalarm).

Terug naar Boven

 

S.E.A.D.

Unterdrückung feindlicher Luftabwehr; Unterdrückung feindlicher Luftverteidigung mise hors de combat des moyens de défense aérienne ennemis.

Voluit: Suppression of Enemy Air Defences. Onderdrukking van vijandelijke luchtafweer.

Omvat alle activiteiten om vijandelijke grondgebonden luchtverdedigingsmiddelen – zoals lanceerinrichtingen, luchtdoelartillerie, meervoudige raketwerpers en mortieren, maar ook communicatie- en radarcentra – te neutraliseren, elektronisch te storen, vernietigen of tijdelijk te onderdrukken. Hierbij wordt de effectiviteit van de luchtafweer verminderd.

In de regel wordt SEAD uitgevoerd door de luchtstrijdkrachten, maar het kan ook ondersteund door grondgebonden vuursteun worden uitgevoerd. SEAD behoort tot de Counter Air Operations van de Koninklijke Luchtmacht.

Doel van SEAD is het vijandelijk luchtruim toegankelijker maken waardoor het eigen luchtoptreden een grotere kans van slagen heeft. SEAD is essentieel om luchtoverwicht te realiseren. SEAD gaat doorgaans gepaard met missies van radarstoorvliegtuigen en sweepers (straaljagers die de lucht schoonvegen van vijandelijke vliegtuigen)

Tijdens operatie DESERT STORM (Eerste Golfoorlog, 1991) was SEAD de eerste missie die werd uitgevoerd door de coalitietroepen om de Irakese troepen uit bezet Koeweit te verdrijven om de weg te plaveien voor jachtbommenwerpers en grondtroepen.

De zeer schaarse SEAD-middelen binnen de NAVO zijn vooral in handen van de VS. Tijdens de NAVO-operatie ALLIED FORCE tegen Joegoslavië (1999) moesten ruim 40 van de in totaal 95 Amerikaanse SEAD EA-6B Prowlers worden ingezet en onttrokken aan operationele activiteiten op andere continenten. Omdat verliezen aan NAVO-zijde onacceptabel waren, bestond elke aanvalsgolf voor 30% uit SEAD-vliegtuigen.

Terug naar Boven

 

SEARCH

Het doel van search is het vinden en wegnemen van een dreiging of aspecten van die dreiging (zoals grondstoffen, munitie e.d.). Search awareness is hierbij een basisvaardigheid voor alle militairen, patrol search een voor alle militairen van manoeuvre-eenheden (zie onderstaande search-piramide).

De search-piramide.

Terug naar Boven

 

SEARCH-AND-DESTROY

Letterlijk: “doorzoek en vernietig”. In 1964 door generaal William C. Westmoreland (1914-2005) ontwikkelde tactiek.

Het doel ervan was om leden van het Zuid-Vietnamese National Liberation Front (Viet Cong, VC), die zich te midden van de burgerbevolking verstopten in oorden in de jungle of op het platteland, te vinden en om het leven te brengen.

Search-and-destroy was in de praktijk een agressieve zuiveringsoperatie. Volgens de generaal was de Viet Cong veel te statisch en buiten zij het voordeel van deze situatie uit tegen de Amerikaanse troepen.

Westmoreland was van 1964 tot '68 commandant van alle Amerikaanse troepen in Vietnam, het Military Assistance Command Vietnam (MACV). Westmoreland's tactiek werd geïllustreerd door G.I.'s die dorpen volledig platbrandden, zodra daar ook maar enige activiteit van de Viet Cong werd vermoed. Het bloedbad in het Zuid-Vietnamese gehucht My Lai (spreek uit als “Mieh Laai” ) in de provincie Quang Ngai op 16 maart 1968, was in dit verband een dieptepunt.

Een routineopdracht van de Charlie Company, 11th Brigade om leden van het 48ste bataljon van de Viet Cong te vinden, liep volledig uit de hand.

Geen enkel lid van de Viet Cong werd gevonden noch gedood, wel alle 504 bewoners van het gehucht; ook alle vee werd doodgeschoten en alle huizen platgebrand. Aanvankelijk probeerde de Verenigde Staten het incident in de doofpot te stoppen, maar de "ethnic cleansing" kwam toch uit.

Zie ook: ‘Mijn Memoires’ – kapitein Raymond Westerling, Politionele Acties en Raymond Westerling (allen m.b.t. zuiveringsoperatie).

Terug naar Boven

 

SECOND

Executive Officer (XO) Stellvertreter; stellvertretender Kommandeur (StvKdr) adjoint; officier adjoint.

Afgekort: 2I/C. Voluit: second-in-command. Ook genaamd: deputy commander.

Gangbare benaming voor de opvolgend of plaatsvervangend commandant van een eenheid. Bij een zelfstandige eenheid verlicht de second de werkzaamheden van de commandant en draagt hij/zij verantwoordelijkheid voor alle logistieke processen.

Terug naar Boven

 

SECTIE

Sektion.
section.
section.

Grootteteken: twee punten boven het eenheidsteken.

Vanaf de Franse tijd vormde tweemaal een sectie, ontleend aan het Latijn "sectio" (verdelen), gezamenlijk een peloton en werd een sectie onderverdeeld in twee of meer escouades.

De sectie, met 7 à 16 militairen, trad zelfstandig op, buiten het organieke pelotonsverband.

Sectie infanterie ◄

In de periode voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog werd de sectie in Nederland veelal het equivalent van het peloton. In de regel werd de sectie geleid door een luitenant, aspirant-officier (vaandrig, kornet) of oudste onderofficier.

Toentertijd bestond de sectie bij de infanterie gewoonlijk uit 30 à 36 militairen, onderverdeeld in drie groepen met bijbehorende groepswapens. Vaak had de sectie een speciale taakstelling, bijvoorbeeld het uitbrengen van mitrailleurvuur op de flanken.

Zie ook: secties (stafonderdelen).

Terug naar Boven

 

SECTIES

Stafonderdelen waar stafofficieren, en toegevoegde stafonderofficieren, zich bezighouden met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van specifieke aangelegenheden voor een commandant.

De sectie-indeling van staven is gebaseerd op de functionele indeling – secties 1 tot en met 9 – zoals die oorspronkelijk in 1949, op basis van het Amerikaanse model, is ingevoerd bij de Koninklijke Landmacht. Initieel ging het om de stafsecties 1 t/m 4, gericht op het zo goed mogelijk afstemmen van activiteiten in de functionele lijn.

Op bataljons- en brigadeniveau worden de volgende secties onderscheiden (op divisie- en legerkorpsniveau wordt in plaats van bijvoorbeeld een S1 gesproken van een G1:

1

Personeel

Ceremonieel; Disciplinaire maatregelen; Onderscheidingen; Public Relations.

2

Inlichtingen & Veiligheid

Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair (CBRN); Elektronische oorlogvoering (EOV); Geografische ondersteuning; Gevechtsinlichtingen; Meteorologische ondersteuning; Veiligheidsaspecten.

3

Operatiën & Plannen

Oefeningen & Manoeuvres; Opleiding & Training (O&T).

4

Logistiek

Logistieke operatiën en plannen; Materieel; Militaire gezondheidszorg; Onderhoud; Steunverleningen; Verkeer en vervoer.

6

C4I

Command, Control, Communications, Computers & Intelligence

Bevelvoering; Informatie en Communicatietechnologie (ICT); Inlichtingen; Verbindingen.

9

CIMIC

Civiel-Militaire Samenwerking

Contacten met lokale autoriteiten; Gastlandsteun (Host Nation Support); Liaison met Non-Governmental Organisations (NGO's) en International Organisations (IO's); Ontmijnen & Explosievenopruiming; Wederopbouw.

Vanaf brigadeniveau tellen de staven nog de volgende secties, aangeduid met de letter G:

G5

Plannen

Langetermijnplanning (Future Operations); anticiperen op planningen voor stafsectie G3 en Secties 3 van de ondereenheden.

G7

Opleiding & Training

Opleiding & Training van de ondereenheden; stafsectie G3 geheel gericht op Operatiën (Current Operations); bij eenheden lager dan brigadeniveau afgehandeld door Sectie 3.

G8Financiële ZakenFinanciële planning en administratie.

G10

Evaluatie

Evaluatie van operatiën, opleiding en training (alleen bij 1 GNC).

Zie ook: chef-staf.

Terug naar Boven

 

SECURITY

Veiligheid van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals die onder andere wordt gehanteerd door 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

Het landing point moet te allen tijde zodanig worden gekozen dat de vijand hierop zo min mogelijk invloed kan uitoefenen. Het landing point moet in elk geval gevrijwaard zijn van vlakbaanvuur: Concealed Approach and Departure (CAD).

Terug naar Boven

 

SECURITY SECTOR REFORM

Afgekort: SSR.

Hervormen of (opnieuw) opzetten van de security sector (veiligheidssector) in een land, met name in de wederopbouwfase na een conflict. Het betreft met name het wederopbouwen, trainen en ondersteunen van lokale instanties in fragiele staten die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid, onder politieke controle. Het resultaat hiervan zal zijn dat burgers hun leven in veiligheid en vrijheid kunnen doorbrengen en interne conflicten op geweldloze manier binnen het staatsbestel worden opgelost.

De security sector omvat alle instanties die zich met veiligheid bezighouden, zoals douane, grenswacht, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, krijgsmacht, kustwacht, militaire politie, paramilitairen, politie, reservisten e.d. In veel (fragiele) staten speelt de krijgsmacht echter wel vaak een dominante rol in de veiligheidssector.

Hervorming van de veiligheidssector hangt samen met de hervorming van andere sectoren in een maatschappij, zoals openbare bestuursorganen en het bancaire, fiscale, juridische (rechters) en parlementaire systeem.

Stabiliserende activiteiten, zoals SSR, passen goed in het Nederlands geïntegreerde buitenlandse- en veiligheidsbeleid (3D-doctrine: diplomacy, defence, development) met betrekking tot stabilisatie en sociaaleconomische opbouw in post-conflictlanden.

Oorspronkelijk concentreerde de samenwerking van Defensie met Ontwikkelingssamenwerking (van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) zich op CIMIC. In 2005 werden aan de civiel-militaire samenwerking de wederopbouwactiviteiten van Defensie toegevoegd, geconcentreerd in Security Sector Reform. Missies in het kader van SSR staan weliswaar onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maar bij de Directie Operaties (DOPS) van de Defensiestaf is een pool van militairen voor SSR beschikbaar: militaire deskundigen die uitvoering kunnen geven aan de hervorming van de Veiligheidssector.

Zo leverden het Operational Monitoring and Liaison Team (OMLT) in Afghanistan een bijdrage aan de wederopbouw van de veiligheidsstructuur van het land. SSR was en is één van de kernpunten van de NAVO-missie International Security Assistance Force (ISAF). Een goed functionerende Afghaanse krijgsmacht (ANA), politie (ANP en counternarcoticapolitie bevorderen de veiligheid en wederopbouw; versterking en training blijven nodig. Een ander voorbeeld, in Irak, was het beschikbaar stellen van fondsen voor de bouw van een politieschool in Al-Muthanna, analoog aan de missie Stabilisation Force Iraq (SFIR).

Nederland heeft in de afgelopen jaren onder meer SSR-adviseurs geleverd aan projecten in Afghanistan, Burundi, D.R. Congo, Gabon, Georgië, Irak, Mali, Nairobi en Rwanda.

Zie ook: Disarmament, Demobilisation and Reintegration (DDR).

Terug naar Boven

 

SEEDORF, LEGERPLAATS

De kazerne, gelegen aan de Twistenberg in Seedorf in de gemeente Selsingen, was tot 6 mei 2006 de thuisbasis van 41 Gemechaniseerde Brigade.

De kazerne, met een oppervlakte van 120 hectare, is vernoemd naar het oord Seedorf en ligt, ten noorden van Zeven, in de zgn. Elbe-Weser Dreieck in het Kreis Rotenburg, Bundesland Niedersachsen, Bundesrepublik Deutschland.

De legerplaats is gemakkelijk te bereiken via Autobahn 1 (E22) die Bremen en Hamburg met elkaar verbindt.

Ongeveer twintig kilometer van de snelweg wordt de legerplaats bereikt via de Bundesstrasse 71 (B-71).

Op 16 oktober 1961 werd 121 Lichte Brigade (121 Ltbrig) opgericht, waarvan de kern bestond uit 102 en 103 Verkenningsbataljon, drie commandotroepencompagnieën en 41 Geniebataljon.

121 Ltbrig was aanvankelijk gelegerd in Bergen-Hohne en Bad Fallingbostel. Al eind mei 1963 werd 121 Lichte Brigade opgeheven, 41 Pantserinfanteriebrigade (41 Painfbrig) opgericht - die in hetzelfde jaar de naamsverandering onderging naar 41 Pantserbrigade (41 Pabrig) - en de standplaats gewijzigd in Seedorf.

Het betrekken van de legerplaats Seedorf was een gevolg van de Budel-Seedorf-overeenkomst (Budel-Seedorf-Abkommens). In ruil voor de legerplaats Seedorf betrok een Duitse opleidingseenheid van de Luftwaffe de Nassau-Dietzkazerne op de Weerter Heide in het Brabantse Budel.

In 1992 werd 41 Pabrig omgevormd tot 41 Lichte Brigade (41 Ltbrig), verliet 43 Tankbataljon (43 Tkbat) de brigade en gaf Nederland de legerplaats Langemannshof terug aan de Duitsers.

In 1998 werd 41 Ltbrig omgevormd tot 41 Gemechaniseerde Brigade.

In Seedorf bevond zich jarenlang de grootste concentratie Nederlandse troepen in Duitsland, ongeveer 2.200 militairen. Aan het einde behoorden vrijwel alle militairen tot 41 Gemechaniseerde Brigade.

Behalve de gebruikelijke kazerne-infrastructuur, bood Seedorf faciliteiten voor de gezinnen van de militairen, zoals een belastingvrije Dutch Army Shop, een veldpostkantoor en een zwembad.

In 2003 werd aangekondigd dat 41 Gemechaniseerde Brigade zou worden opgeheven; in 2007 vond de teruggave van de legerplaats aan Duitsland plaats. De brigade-eenheden werden teruggehaald naar Nederland:

EENHEID

TERUGGEHAALD NAAR

OPGAAND IN

41 Brigade Verkennings Eskadron Regiment Huzaren van Boreel

't Harde

---

41 Pantsergeniecompagnie Zwaar

Oirschot

Pantsergeniebataljon

42 Pantserinfantierbataljon Limburgse Jagers

Oirschot

---

Tankeskadron van 101 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander

Havelte

42 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins van Oranje

Tankeskadron van 101 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins Alexander

Oirschot

11 Tankbataljon Regiment Huzaren van Sytzema

twee batterijen van 41 Afdeling Veldartillerie

't Harde

---

41 Bevoorradingscompagnie werd opgeheven in het kader van de Fysieke Distributie, 41 Herstelcompagnie verdween en 41 Geneeskundige Compagnie werd omgevormd en keerde terug naar de Generaal Spoorkazerne in Ermelo.

Na het opheffingsappèl van de hoofdbewoner van Seedorf, 41 Gemechaniseerde Brigade (41 Mechbrig), is de legerplaats medio 2006-'07 betrokken door eenheden van 31. Luftlandebrigade (vanaf 2014: Fallschirmjägerregiment 31), een van de eenheden van de Division Spezielle Operationen (DSO).

Sinds 2015 valt Fallschirmjägerregiment 31 onder Luftlandebrigade 1, die deel uitmaakt van de Division Schnelle Kräfte (DSK).

Poort west, aan de westzijde van de Legerplaats Seedorf, leidde op loopafstand naar het AMT, HMT, KMT en PMT, respectievelijk de algemene, humanistische, katholieke en protestantse militaire tehuizen. De poort werd ook 'Godenstedtpoort' genoemd, naar het dorpje Godenstedt in de gemeente Seedorf.

Het eerste gebouw aan de linkerhand op de kazerne behoorde toe aan het Staf- en Stafverzorgingseskadron van 103 Verkenningsbataljon.

Nadat de Duitsers de kazerne overnamen en deze werd gedoopt tot Fallschirmjäger Kaserne (externe link), werd poort west de hoofdpoort.


Beeld uit de jaren '70 in de 20e eeuw.

De Legerplaats Seedorf was in financieel opzicht een waar El Dorado.

Op de basis bevond zich de Dutch Army Shop (DAS), een winkel waar een beperkt assortiment luxe artikelen belastingvrij werd aangeboden, inclusief koelkasten, televisies en dergelijke. Algemeen werd dit gezien als een gunstige secundaire arbeidsvoorwaarden, juist ook onder dienstplichtigen.

In 1993 verscheen de 64 pagina's tellende special '1963 - 1993. 30 jaar Nederlandse troepen in Duitsland' van De Griffioen, sinds 1963 het weekblad voor de Nederlandse militairen en gezinnen in Seedorf/Hohne.

De inhoud kan worden gedownload op de webpagina https://seedorf40.wordpress.com/30-jaar-seedorf/ (externe link).

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK) en Nassau-Dietzkazerne.

Terug naar Boven

 

SEINPISTOOL

Signalpistole.
flare gun/pistol; signal pistol.
pistolet lance-fusées, pistolet signaleur.

Synoniem: lichtpistool.

Pistool waarmee knal-, licht- en seinpatronen kunnen worden afgevuurd, onder andere als middel voor combat identification (CID).

De seinpatronen geel, groen en rood kunnen worden afgevuurd om tevoren afgesproken berichten te kunnen overbrengen.

Het lichtpatroon verschijnt uit een parachute, de knalpatroon uit een zgn. pétarde.

Binnen de Koninklijke Landmacht is het seinpistool GECO in gebruik. De GECO is een metalen, enkelschots wapen zonder veiligheidspal.

Het kaliber van de seinpatroon is .4 (26,65 mm).

Dit seinpistool wordt geproduceerd door Gustav Genschow & Co (GECO) in het Duitse Durlach.

Het afvuren van lichtpatronen kan als doel hebben:

■ Geven van signalen, zoals het aangeven van de eigen positie, het beginnen of afbreken van een aanval of het afgeven van een noodsignaal

■ Stichten van brand

Verlichten van het gevechtsveld (gevechtsveldverlichting) bij nacht

Het gebruik van het seinpistool moet specifiek worden aangegeven in een bevel. Bij duisternis werkt het seinpatroon zeer verblindend voor alle HV-middelen en moet dus zoveel als mogelijk voorkomen worden indien deze luchtsteun aanwezig is.

Zie ook: gevechtsveldverlichtingGlock 17 en pistool.

Terug naar Boven

 

SELF-INFLICTED WOUNDS

Afgekort: SIW's.

Nederlands: automutilatie; zelftoegebrachte verwondingen.

Zich opzettelijk verwonden met als doel zichzelf te diskwalificeren als dienstgeschikt aan het front en te worden gerepatrieerd.

In oorlogstijd worden SIW's gezien als zware militaire overtredingen. In de regel zijn opzettelijk aan zichzelf toegebrachte verwondingen schoten in de hand of voet. In het algemeen, laat staan in oorlogstijd, is het voor artsen moeilijk, zo niet ondoenlijk een objectief klinisch onderscheid te maken tussen oorlogsverwondingen, ongevallen en SIW's.

In WO I alleen al werden in de Britse krijgsmacht 3.894 militairen schuldig bevonden aan SIW's.

Hoewel de strafmaat hiervoor het vuurpeloton was, is in de praktijk niemand gefusilleerd. In plaats daarvan kreeg het merendeel langdurige gevangenisstraffen.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SENIOR MEDICAL OFFICER (SMO)

Afgekort: SMO. Duits: Oberfeldarzt. Frans: officier supérieur du service de santé.

Hoogste Medische Autoriteit (HMA) in een operatiegebied, tevens arts. In de regel is de SMO geen behandelend (curatief) arts. De taakstelling van de SMO is:

►inschatten van alle gezondheidsbedreigende factoren van invloed (gezondheidsrisico's) in het operatiegebied ten behoeve van het geneeskundig planningsproces

►adviseren van de commandant omtrent de aspecten van hygiëne en preventieve gezondheidszorg (HPG)
►bewaken van de werkwijze en opleiding en training (O&T) van het geneeskundig (hulp)personeel
►bewaken van het beslag dat wordt gedaan op de gezondheidszorgcapaciteit (geneeskundige inrichtingen) en de benodigde middelen voor bescherming van het zorgsysteem
►coördineren van het repatriëren van gewonden, zieken en stoffelijke resten naar Nederland
►ontvangen van gezondheidszorggegevens (EPINATO / DNBI) van alle geneeskundige inrichtingen in het operatiegebied
►voortdurend beoordelen van de geneeskundige zorgaspecten in het operatiegebied (assessments)
►zorg dragen voor gewondenspreiding
►ontwikkelen van het plan voor de gezondheidszorg voor het operatiegebied in coördinatie met de Speciale Staf Officier Gezondheidszorgdienst (SSOGD) van het OPCO en de operationele commandant, onder meer op basis van:
 
  • operatieplan van de Force Commander
  • operatieplan van het Nederlandse contingentscommando en de Nederlandse gezondheidszorgtaak hierin
  • (gedacht) optreden van eigen eenheden
  • beschikbaarheid van infrastructuur in het operatiegebied
  • beschikbaarheid van geneeskundige middelen (wat is beschikbaar, wat zijn de middelen/mogelijkheden bij neven- en hogere eenheden, welke activiteiten zijn benodigd om de geneeskundige middelen los te weken uit de vredeslogistiek, trainingsniveau van de eenheid, aantal/kwaliteit specialisten)
  • factoren bij de eigen troepen (dental fitness, fysieke fitheid, moreel en stressbestendigheid)
  • factoren voortkomend uit de analyse van de opdracht (zoals richtlijnen, beperkingen in tijd, ruimte en middelen)
  • gegevens over vijand en/of partijen (gedacht gewondenaanbod; aantal/kwaliteit verwondingen en ziekten bij eigen troepen)
  • medische inlichtingen over (infectie)ziekten in operatiegebied (humanitaire hulpverlening; out of area)
  • overige gezondheidsbedreigende factoren
  • realisatie van voorwaartse, tactische, operationele en strategische geneeskundige afvoer (CASEVAC; MEDEVAC)
  • verkenningsplan (al dan niet zelf deel uitmakend van initiële verkenningsparty)
  • weer en terrein (i.h.k.v. optreden geneeskundige eenheden)
  • al dan niet voorzien in zorg voor een combined / joint troepenstructuur of, voor het verkrijgen van zorg, aansluiting op een combined / joint gezondheidszorgsysteem van een troop contributing nation (TCN)

De SMO rapporteert (in)direct aan:

Contingentscommando (CONTCO)

Directie Operaties (DOPS) van de Commandant der Strijdkrachten (CDS)

Hoogste Medische Autoriteit (HMA) van de Directie Militaire Gezondheidszorg (DMG)

liaison van de HMA in het Defensie Operatie Centrum (DOC)

stafarts van het Operationeel Commando (OPCO)

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SENIOR NATIONAL REPRESENTATIVE (SNR)

Afgekort: SNR. Duits: Dienstälteste Deutsche Offizier (DDO). Frans: haut représentant national. Nederlands: nationale vertegenwoordiger (op het operationeel niveau).

Hoogste vertegenwoordiger van de Nederlandse krijgsmacht in de nationale commandostructuur (nationale lijn). In de regel in een voltijds functie en in de rang van kolonel.

Sinds eind 1995 is de CDS belast met de leiding van alle crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire operaties. De operationele verantwoordelijkheid over de inzet van Nederlandse eenheden wordt door de CDS overgedragen aan de Force Commander (FC, multinationale operationele lijn).

Daarnaast blijft sprake van de nationale lijn. Bij internationale staven en organisaties, in het kader van militaire samenwerking of – bij deelname aan een internationale operatie – in het operatiegebied waar Nederland aanwezig is met een contingent, detachement of eenheid, is altijd sprake van een Contingentscommandant (C-Contco) bij grote missies of - bij afwezigheid van een C-Contco - een Senior National Representative (SNR) bij kleinere missies.

Taken en bevoegdheden van de hoogste vertegenwoordiger van de CDS (C-Contco of SNR):

►adviseert de Nederlandse operationele commandant bij een voordracht tot repatriëring.

►bewaakt het Nederlandse Defensiebeleid, inclusief caveats, en grijpt in wanneer de Force Commander buiten het nationale voorwaarden wenst te gaan.

►coördineert met verschillende partijen, zowel in het operatiegebied als in Nederland, om problemen van administratieve, disciplinaire en/of logistieke aard op te lossen.

►fungeert evt. als officier-vastlegger om zorg te dragen voor de geïntegreerde vastlegging binnen de gehele eenheid (CDS-Aanwijzing A-1201, Vastlegging bij operaties).

►fungeert namens de CDS als Red Card Holder wanneer een internationale commandant Nederlandse eenheden wil inzetten in strijd met de ROE of Nederlandse caveats.

►is verantwoordelijk voor alle perscontacten, public relations en voorlichting over de Defensieorganisatie.

►is verantwoordelijk voor aspecten van de commandovoering die een nationale verantwoordelijkheid blijven.

►rapporteert in situatierapporten (sitreps) dagelijks over het verloop van de operatie en de taakuitvoering door de nationale eenheden aan de Directie Operaties (DOPS) van de Commandant der Strijdkrachten.

tot straffen bevoegde meerdere (TSBM) voor het rechtstreeks onder hem ressorterende personeel en voor het overige personeel waarvoor ter plaatse geen TSBM is (CDS aanwijzing A-300, Aansturing van militaire operaties).

►vervult een coördinerende rol in de informatie aan de CDS over personele en materiële instandhouding van de eenheden in het operatiegebied.

Zie ook: Chef Defensie Staf, contingentscommando, omgaan met media en Red Card Holder.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SERGEANT

Oorspronkelijk van het Latijn “servientem” (“hij die dient”). Duits: Feldwebel. Engels: sergeant. Frans: sergent.

Al sinds de Middeleeuwen de gebruikelijke benaming voor een dienaar of dienstknecht; ook toen iemand die openlijk wapens droeg.

De sergeant is de laagste rang van de onderofficieren, initieel opgeleid aan de Koninklijke Militaire School (KMS) voor een startfunctie als groepscommandant voor niveau I en II. De sergeant geeft dus leiding aan een eenheid ter grootte van een groep, die bestaat uit soldaten en korporaals (manschappen).

Sergeant wordt ook gebruikt in verbinding met de naam van beoefenaars van verschillende specialismen, om aan te geven dat deze specialisten in rang gelijk zijn aan sergeant, zoals sergeant der administratie, sergeant distributie of sergeant verbindingen.

"De man die buldert wanneer de majoor in de buurt is en schuine moppen vertelt als de majoor doorloopt." (Links uit de flank, Leeuwarder Courant).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SERGEANT-MAJOOR

Onderofficier in rang boven sergeant der eerste klasse en onder adjudant-onderofficier.

De sergeant-majoor behoort tot de bovenbouw van de onderofficieren. Bij de administratie, artillerie, cavalerie en Koninklijke Marechaussee wordt de sergeant-majoor opperwachtmeester ("Opper") genoemd.

De sergeant-majoor is bij uitstek geschikt voor en belast met het toezicht op de instructie van het personeel vanaf compagniesniveau (niveau IV).

Volgens de NAVO-rang OR-7 (STANAG 2116) is de sergeant-majoor vergelijkbaar met de Amerikaanse sergeant first class, Belgische 1ste sergeant-majoor, Britse colour sergeant of staff sergeant en Duitse Hauptfeldwebel.

Zie ook: adjudant en niveautraining.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SERGEANT-MAJOOR SCHEICKKAZERNE

Op 7 maart 2012 opende Hare Majesteit Koningin Beatrix officieel de nieuwe Sergeant-majoor Scheickkazerne van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), gelegen aan het Zeisterspoor in Soesterberg.

Het is de thuisbasis van de grondgebonden EOD-compagnie van de joint Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) - in 2009 voortgekomen uit een fusie met de explosievenruimers van de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marine.

De vorige kazerne met dezelfde naam lag sinds 1983 aan de Gutembergweg in Culemborg. De Sergeant-majoor Scheickkazerne in Culemborg, op 16 juni 1993 geopend door Z.K.H. Prins Bernhard, is de eerste kazerne in de geschiedenis van de Koninklijke Landmacht die naar een onderofficier is vernoemd.

Daarvóór waren zij gevestigd in Fort Everdingen en Fort Werk aan 't Spoel, twee onderdelen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten westen van Culemborg.

De Sergeant-majoor Scheickkazerne is vernoemd naar sergeant-majoor Cor Scheick, geboren op 9 februari 1919 in Amsterdam.

Scheick maakte deel uit van de in 1944 in Engeland opgerichte No. 1 Netherlands Mine Lifting Company, een afdeling voor het ruimen van niet-gedetoneerde granaten, landmijnen, vliegtuigbommen en overige munitie.

No. 1 NMLC gold als voorloper van de door het Militair Gezag opgerichte Mijn Opruimings Dienst (MOD), vanaf 1946 de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) geheten.

Op 17 november 1944 kwam de eerste Bomb Disposal-ploeg vanuit Engeland in Brussel aan, na een tussenstop voor extra opleiding en training op de British Mineschool in Knokke.

Zij werden onder bevel geplaatst van de toenmalige Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten, Z.K.H. Prins Bernhard. De eenheid was vanaf december 1944 actief in het bevrijde deel van Nederland.

Cor Scheick, op 1 januari 1945 bevorderd tot (tijdelijk) dienstplichtig sergeant-majoor van Speciale Diensten, kwam zes weken later om het leven als gevolg van het detoneren van een Schu-Mine 42.

Op 16 februari 1945 was sergeant-majoor Scheick met de 3de Sectie van de Compagnie Bomopruiming waarover hij het commando voerde, mijnen aan het ruimen aan de weg naar Halsteren in de buurt van Bergen op Zoom. Bij het detoneren van een Schu-Mine 42 - een houten 'schoenendoosmijn' met een lading van 200 gram trinitrotolueen (TNT) en een ZZ-42 ontsteker met een lichaam van bakeliet - raakte Scheick zeer zwaar gewond aan zijn gezicht.

Hij werd afgevoerd naar het ziekenhuis in Bergen op Zoom, van hieruit naar het Britse 30 Field Dressing Station in Roosendaal en tenslotte naar het Britse 16 Casualty Clearing Station in het Sint Ignatiusziekenhuis in Breda.

Nog dezelfde avond overleed de sergeant-majoor Scheick hier aan zijn verwondingen. Op 19 februari 1945 werd Scheick met militaire eer in Breda begraven.

Daarmee had hij de twijfelachtige eer de eerste Nederlandse explosievenopruimer te zijn die op bevrijd Nederlands grondgebied de dood vond.

In Achtung Minen - Danger Mines. Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947 (2013) van Antoon Meijers kan onder andere het relaas van sergeant-majoor Cor Scheick worden gelezen ►

Alleen al in 1945 kwamen nog dertien collega's van de No. 1 NMLC om het leven; tussen januari 1945 en december 1947 kwamen in totaal zo'n vijftig Nederlanders bij mijnruimwerkzaamheden om het leven.

Op de Sergeant-majoor Scheickkazerne is ook de Historische Verzameling Explosieven Opruimingsdienst gevestigd.

Zie ook: Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SERGEANT-MAJOR SHUT-UP

Eigenlijk: Battery Sergeant-Major 'Taffy' Williams.

Welshman Williams, zoon van een mijnwerker, is het bezwete, immer stoer kijkende prototype van de echte sergeant-majoor. Sergeant-Major Shut-Up dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij te pas en te onpas, "Shut up!" ("Kop dicht!") roept. Sergeant-Major Shut-Up wordt in de Britse comedy-serie 'It Ain't Half Hot Mom' - vertaald als 'O Moeder, wat is het heet' - gespeeld door acteur Windsor Davies (Londen, 28 augustus 1930).

De serie, geschreven door Jimmy Perry en David Croft, is door de BBC in 56 afleveringen uitgezonden.

Het geheel speelt zich af in kamp Deolali in het Indiase Bombay aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Voor de militairen die naar het front in Birma onderweg zijn is dit letterlijk een oase van entertainment, maar voor Sergeant-Major Shut-Up is dit, als enige echte militair ter plaatse, slechts krenkend en vernederend.

Toch maakt zijn Royal Artillery Concert Party er in de tropische hitte steeds het beste van. De oudere, ervaren Sergeant-Major Shut-Up brengt het grootste deel van zijn tijd door bij zijn manschappen, naar wie hij steevast hard schreeuwt en die hij de jungle probeert in te sturen om een echte militair te worden.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SERIOUS GAMING

Een op informatie- en communicatietechnologie (ICT) gebaseerde computerapplicatie waarin ten behoeve van de opleiding en training van militairen, individueel of collectief, realistische scenario's kunnen worden (na)gespeeld en de nuttige toepassing (leerwaarde, nut en belang) centraal staat. Vanwege het spelen in een virtuele werkelijkheid kan hierbij worden gedacht aan Confucius' adagium: "I hear and I forget. I see and I believe. I do and I understand."

In de virtual reality worden operationele beslissingen tijdens het spelen genomen op basis van behendigheid, inzicht, kans en vaardigheid, maar de door de speler gemaakte keuzes hangen niet alleen af van kansvariabelen en toeval. Hoewel serious games een ander doel hebben dan entertainment, herbergen de meeste spellen een spelelement in zich.

Ook maken serious games het mogelijk om door middel van simulaties te trainen onder de meest complexe en gevaarlijke omstandigheden, waaronder nood- en rampsituaties. De inzichten die de simulaties opleveren kunnen worden gebruikt om de beheersbaarheid en daarmee de veiligheid te vergroten.

Bij Defensie wordt het geavanceerd onderwijsleermiddel (GOLM) serious gaming het meest gebruikt voor de complete training van communicatie, gevechtsleiding, procedures en tactiek. Met de gegeven middelen, scenario's en procedures kunnen de spelers situaties leren herkennen en solo of in teamverband oefenen. Door het oefenen van verschillende scenario's kan inzicht worden verkregen in de gevolgen van keuzes die tijdens een missie worden gemaakt: kansen, beperkingen en fouten worden onmiddellijk inzichtelijk gemaakt en, indien nodig, 'afgestraft'.

Zolang de mensheid oorlog voert, worden er pogingen gedaan om het verloop van de strijd te voorspellen en analyseren. Door de geschiedenis heen zijn de mogelijkheden en methoden aan grote veranderingen onderhevig geweest: via het naspelen in zandbakken (maquettes), onder andere door Napoleon, tot gecompliceerde wiskundige gevechtssimulatiemodellen. Met de komst van de computer ontstonden geautomatiseerde gevechtssimulatiemodellen, waarbij het gevechtsveld volledig kon worden gevisualiseerd. Binnen de visualisatie worden de kwetsbaarheid, mobiliteit en vuurkracht van de speler op de proef gesteld.

KIBOWI

In 1985 werd voor trainings- en opleidingsdoeleinden de wargame KIBOWI ontwikkkeld, waaraan vanaf 1963 was gewerkt. De naam KIBOWI is een samentrekking van de achternamen van de ontwerpers van het TNO Fysisch en Elektronisch Laboratorium (TNO-FEL): J. Kiviet en W.C. Borawitz.

Met KIBOWI was het mogelijk voor bataljons-, brigade- en divisiestaven proceduretrainingen na te bootsen, gericht op de ondersteuning van scenario's van artikel-5 operaties: grootschalig manoeuvre-optreden hoog in het geweldspectrum. Zo ontstond de Computer-Assisted Exercise (CAX). In de jaren '80 ontstond uit KIBOWI de wargame SOLTAU, een CAX-annex-Tactische Oefening Zonder Troepen (TOZT), onder meer ingevoerd om mobilisabele tankstaven te trainen. 59 Tankbataljon Regiment Huzaren Prins van Oranje (RHPO) beet met SOLTAU in 't Harde het spits af.

In 1982 experimenteerde de Koninklijke Landmacht al met KIBOWI om tegelijkertijd tientallen officieren te trainen en kostenbesparingen te realiseren (doordat er minder bemanning nodig was voor de organisatie van de training).

In 1990 werd de eerste versie van KIBOWI operationeel voor het trainen van stafofficieren op bataljons-, brigade- en divisieniveau. KIBOWI bleek een waardevol instrument om doctrines te verbeteren en de verwerving van wapens en wapensystemen.

Externe link:

America's Army

Een van de meest bekende serious games van het Amerikaanse Ministerie van Defensie is America's Army. Deze game is bedoeld om jongeren warm te laten lopen voor een carrière in de Amerikaanse landmacht. Het spel is uitgekomen in 2002 en had eind 2005 al zes miljoen geregistreerde spelers online.

Voordelen van Serious Gaming in vergelijking met live exercises:

► directe feedback op beslissingen (groter inzicht in het gevecht van de verbonden wapens, omgevingsgericht)

► gebruikersgemak: gebruikers zijn werknemers (training on the job)

► gecontroleerde omgeving

► geen belasting van milieu en oefenterreinen

► geen verbruik van brandstof en munitie (klasse iii en v)

► minder instructiecapaciteit en lesuren benodigd

► onafhankelijk van plaats en tijd

► peer-learning: van elkaar leren

► prestatiegedreven, dus steile leercurve

► reductie van faalkosten: tot op zekere hoogte kunnen primaire reacties, zoals angst op hoogte, worden afgeleerd

► resultaten zijn gemakkelijk te reproduceren

► scenario’s kunnen ongelimiteerd worden beoefend

► veiliger

  

Serious gaming zal de praktijk nooit kunnen vervangen, omdat in een gedigitaliseerde oefenomgeving fysieke ervaringen (honger, pijn, stress, weersomstandigheden) niet kunnen worden gesimuleerd. Realistisch trainen blijft ook in de digitale wereld van belang, waarmee een serious game altijd een abstracte afspiegeling van de operationele realiteit blijft, omdat de werkelijkheid wordt nagebootst aan de hand van softwarematig zelf ingebrachte parameters. De leeromgeving is comfortabel en goed.

Daarnaast heeft een oefening te velde, die slechts een nabootsing van de werkelijkheid is (met fysieke aspecten en afwezigheid van comfort), als grootste nadeel dat de echte contra-acties die tijdens missies plaatshebben, niet afdoende kunnen worden nagespeeld.

De serious game Virtual Battlespace 2 (VBS2) is gericht op infanterie- en uitgestegen optreden.

De huidige generatie serious games binnen Defensie verschilt ogenschijnlijk weinig van de first person shooters voor spelcomputers. Maar serious military games beschikken over speciale aanpassingen waarmee het eigen optreden direct kan worden geëvalueerd, zodat onmiddellijk de consequentie wordt gezien van een verkeerde beslissing.

De gebruikte tactisch-educatieve computerspellen zijn:

Steel Beast Pro

gericht op gemechaniseerd optreden

Virtual Battlespace 2 (VBS2)

gericht op infanterie- en uitgestegen optreden

Alle brigades en het Opleidings- en Trainings Commando van de Landmacht gebruiken de speciale simulatorleslokalen voor het aanleren van militaire basisvaardigheden én voor aanvullende of herhalingstrainingen voor manoeuvre-eenheden en bemanningen van pantservoertuigen, tanks en wapensystemen. In de simulatiespellen kunnen missiegebieden worden gedigitaliseerd, waarbij de jongste ervaringen van collega's uit de missiegebieden direct in de scenario's worden verwerkt.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SEXI

Acroniem. Voluit: “State, Explain, Illustrate”. Ezelsbruggetje om de techniek van het debaten/beargumenteren te vergemakkelijken.

Hulpmiddel om een argument zo goed mogelijk onder woorden te brengen. Voor het grootste effect (E = K x A) is het nodig dat een argument sexy (prikkelend) is. Door aantrekkings- en overtuigingskracht wordt een argument zo goed en volledig mogelijk begrepen.

SEXI staat voor:

STATE

EXPLAINE

ILLUSTRATE

Wat is je standpunt.

Geef aan het begin in een zo kort mogelijke volzin een samenvatting van je standpunt.

Geef uitleg over je standpunt.

Geef aan waarom je standpunt correct is en waarom het belangrijk is.

Biedt logica en redengeving aan waarom je standpunt klopt.

Geef liefst drie argumenten: de eerste en derde trekken evenveel aandacht, de tweede het minst. Het minst briljante argument is het middelste.

Geef een voorbeeld (analogie, feit, redenering, statistiek, theorie) dat aantoont dat je standpunt niet alleen theoretisch (correct en belangrijk) is.

Roep een levendig beeld op: hoe concreter, hoe beter.

Het krachtige, overtuigende argument is gereed voor gebruik.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SHAPE

Voluit: Supreme Headquarters Allied Powers Europe.

SHAPE, gevestigd aan de Chaussée de Bruxelles in Casteau, vlakbij Bergen (Mons) in België, is het hoogste militaire orgaan van de NAVO.

Sinds 2003 heet het strategisch hoofdkwartier van SHAPE de Allied Command Operations (ACO), vóór 2003 het Allied Command Europe (ACE).

De ACO stuurt alle NAVO-operaties wereldwijd aan.

SHAPE staat onder bevel van de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR).

De SACEUR - altijd een Amerikaanse viersterrengeneraal en de hoogste militair binnen de NAVO - geeft leiding aan zijn ondercommandanten binnen de Joint Force Commands en Component Commands en is eindverantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van alle militaire NAVO-operaties.

De ACO opereert onder de autoriteit van de North Atlantic Council (NAC, Noord-Atlantische Raad).

De wapenspreuk van SHAPE is: "Vigilia pretium libertatis", Latijn voor: "De prijs voor vrijheid is waakzaamheid".

Ook de snel inzetbare eenheden van de NAVO, de High Readiness Forces (HRF), staan onder operationeel commando van het SHAPE. Het gaat hierbij onder andere om 1 GE/NL Corps en het Eurocorps.

De HRF-eenheden dienen binnen 7 tot 15 dagen uitzendgereed te zijn.

Afkortingen (van boven naar beneden): SHAPE (Supreme Headquarters Allied Powers Europe), ACO (Allied Command Operations), JFC (Joint Force Command) en CC (Component Command).

De hoofdkwartieren op operationeel niveau zijn de Joint Force Commands (JFC's) in Brunssum en Napels, respectievelijk het oude AFCENT (Allied Forces Central Europe) en AFSOUTH (Allied Forces Southern Europe).

Na de transformatie van de NAVO-commandostructuur is het regionale karakter van beide hoofdkwartieren verdwenen. De JFC's zijn multinationale staven. Een derde JFC zal te zijner tijd operationeel worden in de Portugese hoofdstad Lissabon.

Op tactische niveau fungeren de Component Commands (CC's): nationale hoofdkwartieren die worden aangevuld met officieren uit NAVO-lidstaten om het geheel een multinationaal karakter te geven.

SHAPE had als eerste Amerikaanse opperbevelhebber in Europa (SACEUR) generaal Dwight D. Eisenhower.

Zie ook: Duits-Nederlands legerkorps (1 GE/NL Corps), Eurocorps en NAVO.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SHAPING OPERATION

Randvoorwaardenscheppende operatie. Extern gerichte operatie die de randvoorwaarden schept voor het succes van een decisive operation. Activiteiten in het kader van shaping operations vinden plaats voorafgaand, tijdens en na de decisive operation.

Binnen het functioneel operationeel raamwerk (binnen de context van asymmetrische oorlogvoering en irregulier optreden) worden operaties ingedeeld naar doelstelling. De shaping operation is vergelijkbaar met de deep (diepe) operation in het regulier/grootschalig conflict, zoals de algemene verdedigingstaak (AVT).

Shaping, decisive en sustaining operations omvatten zowel letale (kinetische) als niet-letale (non-kinetische) effecten.

Zie ook: decisive operation en sustaining operation.

Terug naar Boven of naar Homepage

 

SHELTER GENEESKUNDIGE DIENST

Sinds 2005 is de nieuwe shelter geneeskundige dienst als eerste ingevoerd bij het hulppostpeloton van 43 Geneeskundige Compagnie.

Boven de shelter, type C3-A1, zoals die in gebruik is bij de Geneeskundige Dienst, linksonder de oude shelter van het type KLSS, rechtsonder de inrichting van de verbindingsdienst-shelter

De shelter, type C3-A1, is de oude shelter zoals die voorheen werd gebruikt als bedieningsruimte voor de straalzenderinstallaties bij de verbindingsdienst en kan, behalve de tweemaal 12 (24) organieke kisten van een hulppostgroep, eveneens acht ingeklapte draagbaren vervoeren, plus de sets AMA-, AMV- en (MVIG-koffers, onderzoekslampen, zuurstof en allerlei randapparatuur.

Producent van de shelter, die wordt getransporteerd op een YA-4442 (aanduiding: YAS) is Stork Fokker AESP in Hoogeveen.

Terug naar Boven

 

SHEMAGH

Ook genaamd: keffiyeh of Palestijnse sjaal.

Multifunctionele sjaal die wordt gedragen op het hoofd, om de schouders en voor mond en neus ter bescherming tegen zon, koude, wind, stof en opstuivend zand, in het bijzonder in een woestijnachtige omgeving.

Het is dan ook van origine de traditionele hoofddoek van Arabische nomaden in het Midden-Oosten. De Britse Special Air Service ontdekte het ideale militaire gebruik van de shemagh tijdens woestijnoptreden in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De sjaal heeft goede camouflerende eigenschappen, in de regel een formaat van 1 bij 1 meter, is verkrijgbaar in verschillende kleuren en gemaakt van 100% katoen.

Zie ook: woestijnoptreden.

Terug naar Boven

 

SHIRBRIG

Voluit: United Nations Stand-by Forces High Readiness Brigade.

Flexibel en combined samenwerkingsverband tussen gelijkgezinde kleinere en middelgrote lidstaten van de Verenigde Naties dat zich richt op het plannen, voorbereiden en uitvoeren van vredesoperaties onder mandaat van de VN.

Het achterliggende idee is te kunnen putten uit een reservoir van door de VN-lidstaten opgegeven troepen voor Peace Support Operations die worden ontplooid volgens het concept van een high readiness brigade.

Het Deense initiatief was een reactie op de mislukte vredesoperaties in Bosnië-Hercegovina (1995), Rwanda (1994) en Somalië (1995).

In 1994 richtte het Department of Peacekeeping Operations (DPKO) van de VN al de UN Standby Arrangement System (UNSAS) op - een database van VN-lidstaten die in beginsel bereid zijn om ge-earmarkte troepen ter beschikking te stellen van een VN-operatie. Hiermee was de Secretaris-Generaal van de VN in staat op korte termijn een VN-operatie samen te stellen. In april '94 promootte Nederland het idee van een vergelijkbare brigade, buiten UNSAS om, in het rapport 'A UN Rapid Deployment Brigade: A Preliminary Study'.

Op 15 december 1996 ondertekenden zeven landen de Letter of Intent voor de SHIRBRIG: Canada, Denemarken, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen en Zweden. Op 2 september 1997 werd het permanente Planning Element (PLANELM, brigadekernstaf) officieel geopend door de toenmalige Secretaris-Generaal van de VN, Kofi Annan. De eerste commandant was de Deense brigadegeneraal Finn Særmark-Thomsen; de Nederlandse brigadegeneraal Patrick Cammaert was van 1999 tot 2001 commandant.

Na de oprichting groeide de SHIRBRIG uit tot 23 leden in 2008. Op 1 januari 2000 was de SHIRBRIG gereed voor het uitvoeren van operaties. In november 2000 vaardigde de SHIRBRIG voor het eerst troepen af naar een vredesoperatie: UNMEE in Ethiopië/Eritrea (Hoorn van Afrika). Vervolgens ontplooide de SHIRBRIG eenheden naar Ivoorkust (UNOCI, 2003), Liberia (UNMIL, 2003) en Sudan (2004-2005) – allen op het Afrikaanse continent. SHIRBRIG kwam hiermee onder andere tegemoet aan de Nederlandse wens meer aandacht te besteden aan de opbouw van veiligheidsstructuren in Afrika.

Hoewel de SHIRBRIG planmatig troepen bijdraagt aan vredeshandhavende operaties (volgens hoofdstuk VI van het VN Handvest), laat de actualiteit zien dat het onderscheid tussen vredeshandhavende en vredesafdwingende operaties (artikel VII) almaar vager wordt. In de nabije toekomst richt de SHIRBRIG zich dan ook op missies met een meer robuust karakter.

In 2005 is, mede op initiatief van Nederland, het concept van de SHIRBRIG aangepast: in plaats van een volledig inzetbare (staande) brigade is de SHIRBRIG voortaan de kern van een hoofdkwartier met ondersteunende eenheden en van planningscapaciteit ten behoeve van VN-missies. Het hoofdkwartier kan dienen als de kern van een VN-hoofdkwartier in een nieuw missiegebied. Het vernieuwde SHIRBRIG-concept legt minder beslag op de capaciteiten van de lidstaten.

De kernstaf van de brigade is gevestigd op de Garderkasernen Høvelte in Birkerød, Denemarken. De maximale sterkte van de brigade bedraagt ± 4.500 militairen.

Het SHIRBRIG-concept is gebaseerd op:

► dankzij een brigadepool snelle beschikbaarheid van troepen in het operatiegebied: 15 tot 30 dagen na de nationale politieke besluitvorming van elk van de Troop Contributing Nations
► eenheden zijn zelfvoorzienend gedurende 60 dagen
► modulaire opbouw van de troepenmacht
► ontplooiing onder hoofdstuk VI van het VN-Handvest (vredeshandhavende operaties); de lidstaten behouden zich het recht deelname aan bepaalde acties te weigeren
► ontplooiingsperiode van maximaal 6 maanden: geen rotaties, maar beëindiging van de operatie of aflossing door non-SHIRBRIG-eenheden
► te voren gerealiseerd multinationaal hoofdkwartier

In 2009 is de SHIRBRIG opgeheven. Unaniem besloten de - dan nog - veertien deelnemende landen hiertoe, met name omdat ze niet in staat bleken voldoende troepen beschikbaar te kunnen stellen.

Terug naar Boven

 

SHOCK & AWE

In militaire spraak: Rapid Dominance-strategie. In 2003 voor het eerst beproefd in de Tweede Golfoorlog om Irak met een Hiroshima-effect "fysiek, emotioneel en psychologisch" aan gruzelementen te slaan.

Term afkomstig van de boektitel Shock and Awe: Achieving Rapid Dominance (1996) van de voormalig Amerikaanse marinepiloot en hedendaagse Witte Huis-adviseur Harlan Ullman. Beschrijft hoe een tegenstander bliksemsnel op de knieën kan worden gedwongen door zo'n kolossale dreun ("shock") te verkopen dat de tegenstander met stomheid ("awe") is geslagen. De uitvoering is die van een strategisch massabombardement met een grote hoeveelheid precisiewapens om belangrijke doelen snel uit te schakelen met als doel de vijand angst en ontzag in te boezemen én leiders ervan te doen overtuigen dat verzet zinloos is: daardoor wordt het moreel van zowel de troepen als de bevolking in één klap gebroken. Overigens moeten de luchtaanvallen gepaard gaan met een fors grondoffensief.

Harlan heeft zijn idee overigens uit verdachte hoek: "dreun & stomheid" waren de fundamenten die door Hitler's militaire leiders werden gepropageerd als een nieuwe en vooral dodelijke manier om snel een tegenstander te overrompelen. Denk hierbij aan de Blitzkrieg. Strategische overwegingen als burgers, non-combatanten en collateral damage aan de infrastructuur zijn hierbij van ondergeschikt belang.

Terug naar Boven

 

SHOOT

Invlieghoek ten opzichte van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals dat onder andere in gebruik is 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

Het gaat hierbij om de meest optimale invlieghoek in relatie tot de aanwezigheid van obstakels. Bij de onvermijdelijke aanwezigheid van obstakels, m.a.w. als het verkende punt ondanks de aanwezigheid van obstakels toch moet fungeren als landing point, moeten de obstakels als volgt worden gemarkeerd:

bij optreden bij dag

rood-wit lint (rowili)

bij optreden bij nacht

rood breaklight

De invlieghoek wordt opgemeten met behulp van een clinometer.

Terug naar Boven

 

SHOOT & SCOOT

Letterlijk: schieten en wegwezen. Afleidingstactiek van artillerie- en luchtverdedigingseenheden om zich onmiddellijk na het vuur uitbrengen te verwijderen van de stelling (vuurlocatie). De reden hiervoor is het vermijden van vijandelijk tegenvuur.

Voor het toepassen van ‘shoot and scoot’ is mobiele artillerie die snel en eenvoudig van stelling kan veranderen een vereiste, al dan niet in het verband van één of meer batterijen. Moderne houwitsers, zoals de Panzerhaubitze 2000, kunnen binnen enkele minuten in stelling komen, een opdracht tot vuren ontvangen, vuurgegevens verwerken, richten, vuren, uit stelling komen en verplaatsen voor een vervolgopdracht.

Niet te verwarren met spray and pray.

Terug naar Boven

 

SHOOTING REPORT

Afgekort: shootrep. Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt bij vuur van klein kaliber wapens verder dan 25 meter en/of artillerie- en/of mortiervuur verder dan 100 meter.

Een shooting report wordt doorgegeven via de radio aan de OPS-Room op een compound. Op de OPS-Room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.

A
Tijd aanvang schieten; tijd eerste waarneming schieten

B

Tijd einde schieten; tijd eerste waarneming schieten

C

Aantal schoten + Kaliber

D

Vanaf welke locatie is geschoten

E

Naar welke locatie is geschoten; meters van inslag

F

Groepering; sterkte; bewapening

H

Gewonde(n); schade

M

Bijzonderheden; genomen maatregelen

Terug naar Boven

 

SHOTGUN MOSSBERG M590

Jachtgeweer, gefabriceerd door het Amerikaanse O.F. Mossberg & Sons, waarmee hagelpatronen worden verschoten; door middel van een pompactie wordt het gladloops wapen geladen. De shotgun is een ideaal wapen voor velerlei zaken, onder andere voor jagen op korte afstand, jungle-operaties, operaties in verstedelijkt gebied (OVG, betreden van huizen), verkenningen en het tot stoppen dwingen van voertuigen.

Het wapen heeft een ongeëvenaarde vuurkracht op afstanden tot ± 75 meter. Voor het forceren van deuren, ramen en andere toegangen is het wapen een uitkomst. Daartoe vuurt de shotgun patronen met hagelkorrels die een correct verhouding tussen spreiding en uitwerking hebben.

Het wapen is onder andere in gebruik bij 11 Air Manoeuvre Brigade en het Korps Commandotroepen.

Door de greep om het magazijn (onder de loop) voor- en achterwaarts te bewegen wordt het wapen geladen (pompactie). Het kaliber van de patronen is van origine afkomstig uit de jachtwereld. Voor de shotgun bestaat ook traangasproducerende munitie.

Specificaties:

effectieve dracht25 tot 50 meter

gewicht, geladen

± 3,3 kg

gewicht, leeg

± 2,9 kg

kaliber

12 gauge (1,85 cm)

lengte loop

50,8 cm

lengte wapen 104,1 cm

magazijncapaciteit

9 patronen

Terug naar Boven

 

SHOWING THE FLAG

Ook genaamd: showing of presence. Vertoon van aanwezigheid van een strijdmacht. Het eenvoudigweg tonen van een (alomtegenwoordige) aanwezigheid is, vooral in de postconflictfase van Peace Support Operations, een succesvol beproefd middel.

Herkenbaar aanwezig zijn. Meest bekende voorbeeld zijn troepen van de Verenigde Naties die opereren met blauwe baretten, helmen en vlaggen aan voertuigen e.d.

Transparantie van een strijdmacht is noodzakelijk om (potentiële) opponenten duidelijk te maken wie zij is. De meest toegepaste methode van showing the flag is door zowel overdag als 's avonds en ’s nachts tot in de verste uithoeken en meest afgelegen gebieden van een Area of Responsibility (AOR), maar ook in stedelijke gebieden, bereden, lopende of sociale patrouilles uit te voeren. Wanneer er vervolgens iets in de AOR plaatsvindt, is de strijdmacht snel ter plaatse.

Na delessons learned van de debacles van VN-operaties in Angola, Rwanda, Somalië en Bosnië (Srebrenica) aan het einde van de 20ste eeuw, is genoegzaam aangetoond dat het (juist) ook bij VN-operaties noodzakelijk is (massale) vuurkracht achter de hand te hebben in het kader van escalatiedominantie.

Het zichtbaar manifesteren van betrokkenheid en vlagvertoon zal, dankzij of ondanks de situational awareness, gecombineerd moeten worden met een in beginsel vriendelijke uitstraling naar de lokale bevolking.

Terug naar Boven

 

SHOWING OF FORCE

Demonstratie van machtsvertoon van een strijdmacht door het zichtbaar manifesteren wie zij is en wat haar mogelijkheden zijn, ook om in specifieke situaties deëscalerend te kunnen optreden. Het tonen van dominante aanwezigheid is primair bedoeld om een tegenpartij onder de indruk te brengen van de vuurkracht van een strijdmacht.

Voorbeelden van showing of force zijn:

aanwezigheid van één of meer specifieke wapensystemen

beveiligen van grondkonvooien of transporthelikopters met gevechtshelikopters

tijdelijk en plaatselijk versterken van een strijdmacht met een strategische reserve

uitvoeren van bereden patrouilles met pantservoertuigen

uitvoeren van luchtverkenningen met gevechtshelikopters

Showing of force kan evenzeer een vorm van misleiding zijn. Krachtig en robuust optreden wordt dan voorgewend om een bepaald operatiedoel te bereiken, waarbij het echter niet de bedoeling is (vuur)contact met de tegenpartij te maken.

Zie ook: Iron Sword.

Terug naar Boven

 

SHOWSTOPPER

In militaire spraak: wat niet of (zeer) beperkt aanwezig is, dat de aanvang of voortgang van een oefening of ernstinzet tijdelijk moet worden stopgezet of uitgesteld.

Door de afwezigheid van een essentieel inzetmiddel, procedure, randvoorwaarde of wapen(systeem) is de gangbare inzet van militairen niet (meer) mogelijk.

Voorbeelden zijn bijvoorbeeld duisternis en slechte weersomstandigheden die een showstopper voor close air support (CAS) kunnen zijn of de afwezigheid van militaire gezondheidszorg bij grotere militaire operaties.

Een showstopper vereist een, al dan niet onmiddellijke, oplossing om het uitstel of stopzetten te veranderen in continueren en niet te laten resulteren in afstel.

Terug naar Boven

 

SIERRA

Behalve de 19de letter uit het NATO-spelalfabet, de Engelstalige militaire codenaam voor 'burger' of 'niet-militair'.

Wordt eigenlijk alleen gebruikt door Special Forces en andere manoeuvre-eenheden.

Terug naar Boven

 

SIM-KKW

Voluit: Simulator Kleinkaliberwapens. Ook genoemd: kkw-sim.

De sim-kkw is een trainingssimulator en geavanceerd onderwijsleermiddel dat wordt gebruikt door zowel opleidings- (Initiële Militaire Opleiding) als operationele eenheden.

De sim-kkw (Small Arms Trainer), geleverd door Thales onder de naam Sagittarius, is een virtuele Live Firing Trainer.

Feitelijk is de sim-kkw een proceduretrainer voor drillmatige handelingen aan kleinkaliberwapens, zoals Colt en Glock 17, want correct leren schieten wordt ondanks arbotechnische en milieuwetgeving praktisch aangeleerd op een schietbaan.

Sagittarius: de kleinkalibertrainer van Thales.

De sim-kkw, die zich bevindt op vrijwel alle grotere kazernes, is een ruimte waar op twee grote projectieschermen vanaf tien schietpunten met tien verschillende wapens simultaan, maar statisch, kan worden geschoten. Daartoe moeten de organieke handelingen aan het wapen, zoals laden, herladen, ontladen en gesimuleerde storingen, worden uitgevoerd.

Na elk schot wordt door middel van perslucht de afsluiter weer in de achterste stand gebracht en het wapen automatisch herladen voor een volgend schot. De terugslag van het wapen in de sim-kkw is veel lager dan met het echte wapen.

De projectie van het schot vindt plaats door middel van laser. Elk wapen heeft een uniek lasersignaal dat door de simulator wordt herkend, geregistreerd en verwerkt.

De sim-kkw bevat vele trainingsmogelijkheden: van groeperingsoefeningen op schoolschijven tot een groepshinderlaag in een gefingeerd scenario. Ook kunnen de omstandigheden worden aangepast, zoals duisternis of gevechtsveldverlichting.

Terug naar Boven

 

SINGLE SERVICE MANAGEMENT

Afgekort: SSM. Vorm van samenwerking op uitvoerend niveau waarbij de commandant van een Defensieonderdeel een beleidsterrein of organisatiedeel joint in zijn organisatie krijgt toegewezen dan wel  de verantwoordelijkheid krijgt om voor de gehele krijgsmacht goederen aan te schaffen en te beheren.

In de regel vindt een dergelijke toewijzing plaats uit oogpunt van programmatische bevordering van de doelmatigheid: afstemming, samenvoeging en/of verdergaande samenwerking tussen de Operationele Commando's.

Andere samenwerkingsvormen op uitvoerend niveau zijn bijvoorbeeld joint hoofdkwartieren, lead nation (leidende natie in een missiegebied), rol- en taakspecialisatie.

Zo is het krijgsmachtdeel CLAS single-service manager van onder andere DGLC, DPS, DGV, EODD en JISTARC.

Voorbeelden van SSM, niet uitputtend, zijn:

Defensie Duikschool (Den Helder en Hedel)

Samenwerkingsverband krijgsmachtdelen dat in Single Service Management ondergebracht bij de CZSK.

Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC, Venray)

Vanaf 1 janauri 2012 is het DGLC – een fusie tussen het Commando Luchtdoelartillerie (KL) en de Groep Geleide Wapens (KLu) - onder het Single Service Management (SSM) van het CLAS geplaatst.

Defensie Openbaar Vervoerkaart (DOV-kaart)

Contract in Single Service Management (SSM) afgesloten door CLAS.

Defensie Para School (DPS, Breda)

Verzorgt, in Single Service Management (SSM) ondergebracht bij het CLAS, alle parachuteopleidingen binnen de krijgsmacht, in eerste instantie voor het Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en 11 Luchtmobiele Brigade.

Diensten Geestelijke Verzorging (DGV)

De hoofdkantoren van de diensten der Geestelijke Verzorging (hindoeïstisch, humanistisch, islamitisch, joods, katholiek en protestants) ressorteren in single service management onder het CLAS.

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD, Soesterberg)

in Single Service Management (SSM) ondergebracht bij het CLAS.

400 Joint Geneeskundig Bataljon (JGB, Ermelo)

Een achttal role-2 geneeskundige inrichtingen in Single Service Management bij het CLAS.

Joint ISTAR Command  (JISTARC, ’t Harde)

in Single Service Management (SSM) ondergebracht bij het CLAS.

Jungletrainingen Suriname

Hoewel Korps Mariniers en 11 Lumblbrig gezamenlijk jungletrainingen in Suriname volgen, wordt de opleiding in single service management door het KMarns beheerd.

School Verbindingsdienst (Amersfoort)

Opleidingen op het gebied van TITAAN, MRRS en informatiebeveiliging in Single Service Management ondergebracht bij het CLAS.

Terug naar Boven

 

SISSELAAR, CEES

Geboren in 1917. Zeven weken voor het einde van de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië, op 28 juni 1945, maakte de 27-jarige reserve-eerste luitenant Cees Sisselaar van het wapen der infanterie een paradropping uit een Liberator in de jungle van Sumatra. De dropping vindt plaats met drie Aziatische helpers: de Indo-Chinees Tjam Djoem Tjin en de Javanen Moerdjono en Soekirno.

Het viertal maakt deel uit van het Korps Insulinde, een van de stamonderdelen van het Korps Commandotroepen. Ze zijn geland bij Padanglawas, in de buurt van kampong Simpang Ampat aan de Soengei Baroemoen, vlakbij de vlakte van Padang-Lawas (Grote Vlakte). Operatie Tether is begonnen.

In opdracht van de spionagedienst Force 136 van de Britse generaal Louis Mountbatten, commandant van het South East Asian Command (SEAC), het geallieerde opperbevel voor Zuidoost-Azië in Ceylon (Colombo), moesten Sisselaar en de zijnen militaire en economische inlichtingen inwinnen in het door de Japanners bezette Sumatra.

Omcirkeld de toenmalige eerste luitenant Cees Sisselaar.

Door het uitvallen van de zendapparatuur, het uitblijven van de beloofde versterking en door het gevaar van onderkenning door vlakbij gelegerde Japanners, komt van deze opdracht weinig terecht. De vier houden zich bijna twee maanden onder grote ontberingen verscholen in de jungle.

Nadat de Japanners zijn verslagen, wordt oud-Engelandvaarder Sisselaar de grote bevrijder van de Japanse interneringskampen Aek Pamienke (voor vrouwen) en Si Rengo-Rengo (voor mannen), waar de omstandigheden erbarmelijk zijn.

In september/oktober '45 verzorgt hij de aanvoer van voedsel, kleding en de noodzakelijke medicatie voor de 8.500 uitgehongerde en veelal doodzieke ex-gevangenen.

Pas begin november komt de evacuatie naar de hoofdstad van Noord-Sumatra, Medan, op gang, waarbij de Japanners nog steeds voor moeilijkheden zorgden.

Op 5 maart 1946 kreeg Sisselaar, als commandant van de studiegroep Opleidingsschool Valschermtroepen, van kolonel Buurman van Vreeden opdracht de wijze te bestuderen waarop in Engeland parachutisten werden opgeleid. In oktober 1946 werd, in Hollandia – de hoofdstad van het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea (nu: Djajapura) – de School voor opleiding van Parachutisten (SOP) door Sisselaar opgericht.

Op 1 mei 1947 volgde de oprichting van de 1ste Parachutistencompagnie (1 Paracie) onder leiding van kapitein Sisselaar, op 1 september van dat jaar verhuisde de SOP naar Tjimahi bij Bandung, Java, Nederlands-Indië.

Bij Koninklijk Besluit nr. 21 van 11 september 1951 wordt Cees Sisselaar, sinds 15 mei 1948 reserve-kapitein, onderscheiden met het Bronzen Kruis. Sisselaar is tegenwoordig woonachtig in Frankrijk. De op 2 maart 2009 op de Seeligkazerne in Breda opgerichte joint Defensie Para School (DPS) draagt zijn naam.

Meer over de actie van kapitein b.d. Cees Sisselaar kan worden nagelezen in hoofdstuk 13 van het boek 'Met de dood voor ogen. Overleven in de strijd om Indië' van Henk Hovinga (ISBN 9789051942781, Uitgeverij Van Wijnen, 2005).

Terug naar Boven

 

SITEWACHT

Het bewaken van in Nederland opgeslagen Amerikaanse nucleaire wapens en/of munitie in de Special Ammunition Storage (SAS) in Doornspijk bij ’t Harde en SAS Darp op de Havelterberg bij Havelte (Darp).

Op zo'n depot (site) hebben een groot aantal Nederlandse dienstplichtige militairen van de Koninklijke Landmacht gevreesde want "zaaddodende" sitewachten gelopen.

Op beide sites lagen eerst kernkoppen voor de Honest John-raket MGR 1 en, vanaf het einde van de jaren '70, kernkoppen voor het MGM-52 Lance-raketsysteem.

De binnenring van een site werd altijd beveiligd door Amerikaanse eenheden, de buitenring door Nederlandse eenheden. Vaak werd voor de Nederlandse eenheden gekozen uit de Infanteriebeveiligingscompagnieën.

Evenals de Amerikaanse militairen liepen ook de Nederlandse dienstplichtigen, in de buitenring, wacht met geladen wapens met scherpe munitie.

De expliciete opdracht was te schieten zodra iemand probeerde zich op de site te begeven.

De sitewacht duurde een week, waarbij de militairen op de site verbleven.

Wachttoren van de site in 't Harde.

Amerikaanse site op de Havelterberg.

Zie ook: dienstplicht, Honest John en Lance.

Terug naar Boven

 

SITREP

Voluit: Situation Report. Situatierapport.

Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt over de gang van zaken van de rapporterende eenheid over een bepaalde voorafgaande periode.

Een sitrep kan incidenteel en/of op basis van uren, dagen en/of weken worden opgemaakt, maar blijft een momentopname van de situatie tot op het moment van doorgifte. Een sitrep kan ook betrekking hebben op de specifieke status, bijvoorbeeld die van de logistiek voorzieningen (logsitrep; klasse I t/m V) of de medische voorzieningen (medsitrep).

Vanuit een uitzendgebied stuurt de OPS-Room dagelijks een sitrep naar het Defensie Operatie Centrum (DOC), voorheen Defensie Crisisbeheersingscentrum (DCBC) geheten. Een sitrep wordt doorgegeven via de radio aan de Ops-room op een compound. Op de Ops-room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, meest bij Peace Support Operations.

A

Tijdstip van de waarneming

D

Locatie

F

Groepering; sterkte; bewapening

I

Omschrijving van de situatie

M

Bijzonderheden; genomen maatregelen

Terug naar Boven

 

SITUATIONAL AWARENESS

Situationsbewusstsein connaissance de la situation. Nederlands: omgevingsbewustzijn. Afkorting: SA.

Begrip dat afkomstig is uit het bedrijfsleven en ook door de krijgsmacht wordt toegepast. SA wordt gezien als "kennis over tactische en strategische posities".

Door jezelf bewust te zijn wat er om je heen gebeurt, creër je kennis en begrip van de eigen militaire situatie. Op deze wijze hebben de eigen troepen een 'common mindset'. Zo draagt bijvoorbeeld het uitvoeren van patrouilles bij aan het vormen van een zo compleet mogelijk beeld van de situatie ter plaatse en daarmee aan de bescherming (force protection) van een missie.

Kennis en begrip van de huidige situatie (real-time) die een geschikte, relevante en nauwkeurige beoordeling van de eigen, vijandelijke en overige (krijgs)verrichtingen op het gevechtsveld bevordert teneinde de besluitvorming te vergemakkelijken.

Het met overige vriendschappelijke eenheden (combined) delen van situational awareness heet shared awareness; het betreft het real time distribueren van alle mogelijke relevante en integrale informatie, zodat alle eenheden hetzelfde besef hebben van dezelfde situatie.

Zie ook: eyes on target.

Terug naar Boven

 

SI VIS PACEM, PARA BELLUM

Wenn du Frieden willst, so rüste zum Krieg.
If you wish peace, prepare for war.
Si tu veux la paix, prépare-toi à la guerre.

Betekenis: "Als je vrede wilt, bereid je voor op oorlog."

Het gezegde is tot op de huidige dag tevens het basisprincipe van afschrikking en intimidatie.

Paradoxaal is dat door voor te bereiden op oorlog (als worst case-scenario) - door een strijdmacht te vormen en zichzelf te bewapenen - een ander zich gedwongen kan voelen zich ook voor te bereiden op oorlog.

Omslag van 'De Re Militari' van Flavius Vegetius Renatus.

Het adagium is de aanpassing van een citaat dat, in gewijzigde vorm, te vinden is in het derde deel van 'De Re Militari' ('Inzake militaire aangelegenheden') van de Romeinse krijgspublicist Flavius Vegetius Renatus (4e eeuw v. Chr.).

In de proloog van het derde deel van 'De Re Militari' schrijft Vegetius (in het Nederlands vertaald):

"Hij die vrede wil, moet zich voorbereiden op oorlog.

Hij die streeft naar de overwinning, moet geen moeite sparen om zijn soldaten te vormen.

En hij die hoopt op succes, moet vechten uit principe, niet omdat de mogelijkheid zich voordoet.

Niemand durft een superieure strijdmacht te kwetsen of beledigen."

Dit boek is, met Vom Kriege van Carl von Clausewitz, misschien wel de meest invloedrijke publicatie over het krijgsbedrijf en oorlogvoering in de westerse wereld.

Zie ook: gebroken geweertje en Tango Twee. Si vis pacem, para bellum (boek, externe link).

Terug naar Boven

 

SIZE

De afmeting van een landing point zijn:

 

Diameter 1

Diameter 2

Diameter 3

Size 1

6 m

14 m

25 m

Size 2

11 m

20 m

37 m

Size 3

15 m

35 m

50 m

Size 4

15 m

35 m

80 m

Size 5

15 m

60 m

100 m

De afmeting van een landing point is afhankelijk van onder andere het type helikopter en optreden bij dag of bij nacht.

Een size 5 moet altijd gekozen worden:

bij brown out

bij operaties met Under Slung Load (USL)

bij optreden bij nacht

bij white out

indien mogelijk

Bij optreden bij dag met Apache AH-64D gevechtshelikopter, Chinook CH-47D transporthelikopter of Cougar MK II transporthelikopter altijd gebruikmaken van een size 3.

Zie ook: brown out, landing point,S5, Under Slung Load (USL) en white out.

Terug naar Boven

 

SKILLSLAB

Nederlands: praktijkomgeving voor vaardigheidstraining; praktijkoefenruimte (POR).

Het skillslab is een trainingsfaciliteit waar leerlingen/studenten zelfstandig kunnen werken om praktische vaardigheden van medisch-technische aard aan te leren of te bestendigen. De vaardigheden kunnen uiteenlopen van het immobiliseren van de cervicale wervelkolom (CWK) tot het assisteren bij een bevalling.

Voordelen van een skillslab zijn:

Vaardigheden kunnen worden geleerd zonder daarmee patiënten te belasten

Leerlingen/studenten kunnen zich maximaal voorbereiden op de praktische vaardigheden bij patiëntcontact

In het skillslab bevinden zich bijvoorbeeld computergestuurde poppen (Human Patient Simulator), (arm-, hoofd- en romp-)fantomen, geneeskundig instrumentarium en overige – medisch gerelateerde - onderwijsleermiddelen, zoals draagbaren, schepbrancards, stiff-necks, vacuümmatrassen en spalken.

Ook kunnen voor moulage-training LOTUS-slachtoffers worden ingehuurd.

Terug naar Boven

 

SLAGORDE

Gefechtsgliederung; Kräftebild.
order of battle.
ordre de bataille.

Fysieke en mentale componenten van het militair vermogen. Identificatie, sterkte, samenstelling, commandostructuur en gevechtsgroepering van onderdelen, staven en uitrusting van eenheden, formaties, krijgsmachtdelen of een gehele krijgsmacht. De rangschikking en bundeling van de beschikbare troepen en middelen in organisatorisch verband, geeft inzage in de getalsterkte, ordening en evt. zelfs verdeling over het gevechtsveld.

Tot en met de Koude Oorlog maakten inlichtingenofficieren vijanddreigingen met behulp van slagordefactoren. De informatie over vijandelijke militaire eenheden en formaties werd op een vaste manier gegroepeerd, verzameld en actueel gehouden.

Slagorde met 40 piekeniers en 40 musketiers, zoals die ten tijde van het Staatse Leger (1579-1795) in de Republiek der Verenigde Provinciën plaatsvond. Het belang van exercitie was aangetoond.

Van oudsher betekende 'slagorde' letterlijk “de opstelling waarin een leger het gevecht voert”.

Daartoe werd een leger ingedeeld in kleinere formaties, die met behulp van exercitie op de juiste wijze konden worden opgesteld om aan (de opmars tot) het gevecht te beginnen.

Om de slagorde van troepen achter elkaar (in rotten) en naast elkaar (in gelederen) te bepalen, werden eenheden in de juiste grootte in stand gehouden, zoals pelotons, compagnieën, bataljons en brigades. Eenheden van dezelfde grootte waren steeds hetzelfde gerangschikt, tenzij het specialistische eenheden betrof. Op die manier schaarden de eenheden zich in slagorde.

Voorbeelden van slagorden zijn het carré (vierkant), de falanx, op linie enzovoorts.

Volgens de huidige terminologie duidt slagorde op de organigrammatische indeling van eenheden. Zo bestaat het Commando Landstrijdkrachten (Koninklijke Landmacht, februari 2011) uit een staf, ondersteuningsgroep CLAS, 1 Duits-Nederlands Legerkorps, 11 Luchtmobiele Brigade, EOD, KCT, OOCL, OTCO, RMC's en twee Gemechaniseerde Brigades (13 en 43).

Zie ook: slagordefactoren.

Terug naar Boven

 

SLAGORDEFACTOREN

Tot en met de Koude Oorlog maakten inlichtingenofficieren vijanddreigingen met behulp van slagordefactoren.

De informatie over vijandelijke militaire eenheden en formaties werd op een vaste manier gegroepeerd, verzameld en actueel gehouden.

De zes slagordefactoren kunnen worden onthouden met het ezelsbruggetje 'BADGES':

B

Beperkingen

A

Activiteiten

D

Dispositie (opstelling)

G

Gevechtskracht (sterkte)

E

Eigenaardigheden

S

Samenstelling

Zie ook: dispositie, gevechtskracht en slagorde.

Terug naar Boven

 

SLAGSNOER

Sprengschnur.
detonating cord; primacord.
cordon détonant; cordeau détonant.

Ook: slagsnoerleiding.

Waterdichte, plastic beklede, flexibele snoer met een hoeveelheid van één van de krachtigste explosieven ter wereld: PETN (pentaerythritoltetranitraat, pentriet).

Per meter bestaat slagsnoer uit een kern van 12 gram PETN, samen met kunststoffen of vlasvezels om het snoer waterdicht te houden. Met behulp van verbindingspluggen nr. 24 kan het slagsnoer worden verlengd.

Slagsnoer verschilt van lont of vuurkoord doordat het niet langzaam opbrandt maar zelf detoneert. De explosie plant zich hooghypersonisch voort, met een snelheid van 6.000 à 8.000 meter per seconde.

Slagsnoer wordt zowel boven als onder water gebruikt:

Als bijlading:

Het, nagenoeg zonder vertraging over afstanden van tientallen tot honderden meters, overdragen van een detonatie (explosiegolf) naar een andere lading springstof. Op deze manier kan bijvoorbeeld kneedspringstof of een kratering worden ingeleid.

 

Als hoofdlading:

Het zelfstandig uitvoeren van kleine vernielingen (explosief breaching). Bomen, pijpleidingen e.d. met een diameter van maximaal 25 cm kunnen explosief worden doorsneden door het slagsnoer per cm eenmaal om het object te wikkelen.

De verbindingsplug nr. 24 is, evenals het slagsnoer zelf, een overdrachtslading. De kunststof plug bevat een lading tetryltablet. Het slagsnoer ontsteekt de tetryltablet, dat op zijn beurt het volgende stuk slagsnoer of de lading ontsteekt. De plug heeft vier klemmen waarmee het slagsnoer kan worden vastgezet.

In oorlogstijd kunnen vernielingen worden voorbereid door bij op te blazen objecten, zoals (spoor)bruggen, voortijdig slagsnoerleidingen aan te brengen.

Specificaties:

detonatiesnelheid

6.000 tot 8.000 per seconde (hooghypersonisch)

diameter

maximaal 5,5 mm

massa explosieve inhoud

12 gram per meter

massa totaal per 30 meter

500 gram

per rol

30 meter slagsnoer

Zie ook: springmiddelenset 5C3 en vuurkoord.

Terug naar Boven

 

SLAGVELD

Schlachtfeld battlefield; battleground champ de bataille.

Synoniemen: gevechtsveld, krijgstoneel, operatieterrein, strijdperk, strijdtoneel.

Locatie waar twee strijdende partijen elkaar ontmoeten en een militair treffen plaatsvindt.

De ligging van een slagveld is het resultaat van strategische en tactische overwegingen van beide strijdende partijen en heeft, zeker in vroeger tijden, een relatie met het natuurlijk landschap, bijvoorbeeld een terrein op een hoogte of bij een rivieroversteek.

De grenzen van moderne slagvelden hebben veel minder (duidelijke) grenzen. In de huidige moderne tijd vinden veel militaire conflicten plaats in verstedelijkte gebieden (oorden).

Terug naar Boven

 

SLEUTELCODES

Code die geneeskundig personeel met een watervaste stift in een donkere kleur op het voorhoofd van een gewonde schrijft om aan te geven dat die specifiek letsel heeft, morfine toegediend heeft gekregen, een knevel (Combat Application Tourniquet) aangelegd heeft gekregen of is gereedgemaakt voor een MEDEVAC.

Bij het ontbreken van een marker kan ervoor gekozen worden de sleutelcode in het bloed van de gewonde te schrijven.

Haemorrhaging

Ernstige bloeding

De gewonde heeft een ernstige of HOLK-bloeding

Morphine

Morfine

De gewonde heeft morfine ontvangen

Tourniquet

Knevel

Bij de gewonde is een knevel aangelegd

Emergency evacuation

Evacuatie

De gewonde is gereedgemaakt voor een MEDEVAC

Zie ook: Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) en gewondenhelper.

Terug naar Boven

 

SLOPE

Hellingshoek ten opzichte van een landing point, zoals die onder andere wordt gehanteerd door 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault. Omdat een helikopter gebonden is aan een maximale hellingshoek bij het landen én op hellingen de afstand tussen de rotorbladen en het maaiveld verkleint, moet rekening worden gehouden met het vermijden van hellingen.

In dit kader zijn er drie soorten hellingen:

forward slope

helling vóór de helikopter

lateral slope

helling naast de helikopter

reverse slope

helling achter de helikopter

Bij een gelijkmatig verloop van een helling mag de maximale hellingshoek bij forward slope en reverse slope bij optreden bij dag maximaal 7 graden bedragen en bij forward slope en lateral slope bij optreden bij nacht maximaal 3 graden. Bij optreden bij nacht mag niet worden geland bij een reverse slope. Alleen voor de Cougar MK II-transporthelikopter geldt een afwijkende hellingshoek van 0 graden bij optreden bij dag en nacht.

De hellingshoek wordt gemeten met behulp van een clinometer.

Zie ook: landing point en S5.

Terug naar Boven

 

SLOTENMARS

Mars waarbij door ondiepe en waterrijke sloten wordt doorwaad. Het gaat dus niet om het oversteken van sloten, maar om het in de lengterichting doorwaden. Het is de bedoeling dat de eenheid aan het einde van de slotenmars nog operationeel inzetbaar is, inclusief droge uitrustingsstukken.

Het lopen door sloten is een trage en, afhankelijk van de duur, arbeidsintensieve bezigheid: door de blubber en modder op de bodem zuigen de gevechtslaarzen zich in de slootbodem vast.

De slotenmars maakt vaak deel uit van een inzetbaarheidstest, parcours militair of survivalrun.

Terug naar Boven

 

SLUIPSCHUTTER

Heckenschütze.
sniper.
tireur embusqué.

Taakgespecialiseerde infanterist, die is opgeleid en getraind om op (zeer) grote afstanden, al dan niet onder tactische omstandigheden, vanuit een onzichtbaar observatiepunt met één gericht schot (met name op de kruk: deel van het gezicht van precies boven de ogen tot onder de neus), vijandelijk personeel of materieel uit te schakelen.

Primair is het doel van de sluipschutter om de vijandelijke gevechtskracht te verminderen door hoogwaardige doelen uit te schakelen.

De sluipschutter houdt zich onzichtbaar en zicht op het doel. Sluipschutters werken in de regel in tweetallen: buddyparen. De ene is de schutter (shooter), de andere de waarnemer/observator (spotter). De waarnemer/observator houdt juist ook de omgeving in de gaten. Schieten is slechts een klein deel van de taakstelling. Het gaat ook om het observeren en doorgeven van inlichtingen.

Links een Canadese sniper, rechts een van het Korps Commandotroepen.

Het is aan de sluipschutter om ongehoord en ongezien zijn positie in te nemen, vijandelijke activiteiten te observeren, het doel met één gericht schot uit te schakelen en zijn positie ongehoord en ongezien te verlaten zonder in handen van de opponent te vallen. De tactische voortgang van deze activiteiten wordt stalk genoemd. Gewoonlijk krijgt het buddypaar een tijdslot of -stip (datumtijdgroep) voor zowel de vuuropening als het terugtrekken.

De sluipschutter is een van de specialismen binnen een commandoploeg van het Korps Commandotroepen - twee van de acht ploegleden zijn sluipschutter.

Typische wijzen van optreden van de sluipschutter zijn:

contra-sniping

indirect beschermen van Very Important Persons (VIP's)

uitschakelen van vijandelijke commandanten, verbindingspersoneel, andere sleutelfiguren en gelegenheidsdoelen

verkennen van doelen

vernietigen van materieel

De inzet van de sluipschutter is afhankelijk van vele factoren:

aantal beschikbare sluipschutters

afstand tussen voorste lijn eigen troepen en vijand

inzet van vijandelijke sluipschutters

optreden van de ploeg

verloop van het gevecht

vijandelijk initiatief

weersomstandigheden

Het psychologisch effect van de inzet van sluipschutters is groot: het gevoel van onveiligheid bij de vijand neemt toe, waardoor het moreel omgekeerd evenredig afneemt.

Onderwerpen die aan bod komen in de opleiding tot sluipschutter zijn:

afstand schatten met behulp van een laserafstandsmeter

ballistiek

besluipen ("sluipie, kruipie")

ghillie suit

kaart en kompas

kiezen van een opstelling

geheugenspel Keep In Mind (KIM)

luchtfoto's kunnen interpreteren met behulp van een stereoscoop

observeren

optiek

schieten

stalken

tactiek

wapens

Historische voorbeelden van sluipschutters zijn:

■ De Belgen die tijdens de revolutie van 1830 dankzij sluipschutters de Nederlanders de toegang tot het Koninklijk Paleis in Brussel ontzegden.
■ Aanslag op Lodewijk Thomson, de eerste Nederlandse vredesmilitair uit de krijgsgeschiedenis, in de Albanese havenstad Dürres (Durazzo), op 15 juni 1914 door een sluipschutter.
■ Aanslag op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963 in Dallas.
■ Beleg van Sarajevo tijdens Bosnische oorlog met de beruchte Sniper Alley en omgeving, die permanent onder vuur lagen van sluipschutters.

Weergave van het beeld dat een sluipschutter door zijn telescoopvizier ziet.

De persoonlijke wapens van de Nederlandse sluipschutters zijn:

Accuracy International Arctic Warfare Magnum

.338 (8,7 mm)
tot 800 meter effectief bereik

Accuracy International Arctic Warfare Covert

.338 (8,7 mm)
subsonisch (nagenoeg geluidloos)
tot 300 meter effectief bereik

Pistool Glock 17

Sniper met doelaanduiding.

Sniper met een deel van zijn uitrusting

De Britse Corporal Craig Harrison van de Household Cavalry (U.K. Army) is recordhouder van een bevestigde sniper kill op de grootste afstand in combat: 2.475 meter.

Craig Harrison en zijn Accuracy International L115A3 Long Range Rifle.

Harrison vestigde het record in november 2009 in Musa Qala in de Afghaanse provincie Helmand. Toen Harrisons collega's onder vuur kwamen te liggen, schakelde hij op deze afstand twee PKM-machinegeweerschutters van de Taliban uit.

Hierbij maakte hij gebruik van een Accuracy International L115A3 Long Range Rifle met Schmidt & Bender 5-25 x 56 telescopisch dagvizier, dat het doel 25 maal vergroot. Het sniperwapen verschiet 8.59 mm-patronen. Op de dag dat hij het record vestigde waren de condities perfect: zachte weersomstandigheden zonder wind en een helder zicht.

Het McMillan TAC-50 snipergeweer, kaliber .50 (12.7 mm), van Corporal Rob Furlong.

Het vorige sniperrecord stond op naam van Corporal Rob Furlong van Princess Patricia’s Canadian Light Infantry. De Canadees vestigde zijn record tijdens operation ANACONDA in maart 2002 in de Shah-i-Kot vallei in het oosten van Afghanistan. Hierbij maakte hij gebruik van een McMillan TAC-50 geweer met 12.7 mm (.50)-patronen. Zijn afstand bedroeg 2.430 meter, slechts 45 meter minder. Op deze afstand schoot hij een Al Qaida-schutter neer.

Zie ook: balaclava, choke point, E.W.A.B.M.-methode, scherpschutter en schutter-lange-afstand.

Terug naar Boven

 

SMALLEST UNIT OF ACTION

Afgekort: SUA. In een operatiegebied de kleinst mogelijke, zelfstandig optredende eenheid. Deze eenheid kan organiek of voor de gelegenheid (ad hoc) zijn samengesteld. De benaming ‘smallest unit of action’ is in gebruik geraakt dankzij de missie naar Uruzgan, die Nederland vanaf 2006 uitvoerde.

Een SUA is een eenheid van pelotonsgrootte - in de regel een peloton+ - die zelfstandig onder leiding van een luitenant de compound verlaat, eventueel ad hoc aangevuld met enablers als Forward Air Cntroller, genie of Algemeen Militair Verpleegkundige.

Terug naar Boven

 

SMART

Onder managers is “SMART maken” al jaren een gegeven. Met het acroniem SMART (Engels: “slim”) wordt bedoeld dat doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten worden geformuleerd.

Door een doel SMART te maken, wordt het concreter en duidelijker. Wanneer een doel abstract of onduidelijk is geformuleerd, heeft het minder zin om te proberen dat doel te bereiken:

 

Nederlands

Engels

Omschrijving

S

Specifiek

Specific

De doelstelling moet concreet en ondubbelzinnig zijn geformuleerd: niet te algemeen en niet te detaillistisch.

Formuleer antwoord op de W5H-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe?

M

Meetbaar

Measurable

Wat zijn de meetbare voorwaarden die bepalen dat het doel (resultaat) is bereikt? Welk getal (aantal, percentage) hoort bij het gemeten doel?

Formuleer antwoord op de vragen: hoeveel en wanneer?

A

Aanvaardbaar

Attainable

Is het doel acceptabel en haalbaar? Staat u achter het doel? Kunt u zich in het doel vinden?

R

Realistisch

Realistic

Is het “te doen”, gegeven de mogelijkheden en de geboden middelen (geld, informatie, materieel)? Is er ruimte voor in de agenda?

T

Tijdgebonden

Timely (Timebound, Time Phased)

Wanneer, in tijd, moet het doel zijn bereikt? Hoe lang heeft u nodig om het doel te bereiken?

Terug naar Boven

 

SMARTCARD

Synoniem: Identiteitsbewijs Ministerie van Defensie (IDD). Op 26 maart 1999 is het eerste exemplaar van het IDD door de commandant van het Nationaal Commando, generaal-majoor Miel Termont uitgereikt aan de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten.

Op de dag dat iemand in dienst treedt van het Ministerie van Defensie, krijgt betrokkene een smartcard uitgereikt, welke toegangsrecht geeft tot iedere kazerne, legerplaats, marine- of mobilisatiecomplex en vliegbasis. De smartcard is en blijft eigendom van het Ministerie van Defensie.

De smartcard, die het militaire paspoort en alle overige identiteitsbewijzen binnen de Defensie-organisatie vervangt, is voorzien van goed beveiligde state-of-the-art chiptechnologie en daarmee multifunctioneel:

betaalmiddel (bedrijfsrestaurants, koffieautomaten en militaire belastingvrije winkels)

toegangsbewijs (verlenen van toegang tot militaire objecten cq. vitaal gebied op militaire objecten, zoals een wapenkamer, door middel van een kaartlezer met pincode)

voldoet aan de Conventies van Genève (in geval van krijgsgevangenschap dient de smartcard als identificatiebewijs)

voldoet aan het Verdrag van Londen (in geval van grensoverschrijdend verkeer binnen de NAVO)

De smartcard is weliswaar geldig binnen de gehele Defensieorganisatie, het is nadrukkelijk geen wettig Nederlands identiteitsbewijs. In de nabije toekomst kan de smartcard ook worden gebruikt voor eventuele nieuwe toepassingsmogelijkheden; zo ligt het in de bedoeling dat de smartcard zal kunnen worden opgewaardeerd, bijvoorbeeld om te dienen als voedingskaart.

De smartcard past in een nieuwe manier van bewaken en beveiligen, Integrale Veiligheidszorg (IVZ) geheten. De smartcard is in 1997 (in samenwerking met Sdu-Identification ) ontwikkeld door én wordt beheerd en geëxploiteerd door het Coördinatiecentrum Kaarttechnologie (CCK) van de Defensie Telematica Organisatie (DTO), het facilitaire ICT-bedrijf van het Ministerie van Defensie.

Er zijn drie soorten identiteitsbewijzen, te herkennen aan de kleuren blauwgroen (Nederlands militair en civiel Defensiepersoneel, inclusief personeel van het Korps Nationale Reserve), groen (niet-Nederlands Defensiepersone dat voor langere tijd werkzaam is op een Nederlands militair object) en blauw (familieleden voorzien van de NAVO-status, inhuur-, vakantie- en uitzendkrachten, onderhouds- en schoonmaakpersoneel).

Op objecten van de Koninklijke Landmacht geldt een draagplicht van de smartcard, verplicht gesteld door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, ook buiten de diensturen en bij het dragen van civiele kleding.

Terug naar Boven

 

SMART DEFENCE

Concept, geïntroduceerd door de NAVO Secretaris-Generaal Anders Fogh Rasmussen, dat feitelijk hetzelfde is als pooling en sharing: slimmer omgaan met beschikbare (investerings)budgetten en meer samenwerken om in tijden van financiële krapte capaciteiten te kunnen behouden die voor de NAVO en haar individuele lidstaten essentieel zijn.

Vanaf 2008 raakte de wereldeconomie in een recessie, de ergste sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien zoeken overheden meer dan voorheen naar oplossingen om bij budgettaire beperkingen de Defensie-uitgaven zoveel mogelijk te kunnen ontzien.

De kern van Smart Defence is dan ook meer te doen met minder middelen door het bundelen van elkaars slagkracht. Door prioriteiten te stellen en, waar nodig, te specialiseren – samenvoeging van dezelfde specialistische capaciteit van afzonderlijke lidstaten die tot een verbeterde inzet leidt – wordt de slagkracht tenminste behouden en zelfs verbeterd. Dit is mogelijk door coördinatie op het gebied van de aankoop van wapens, onderhoud van materieel en opleiding & training van personeel.

Tijdens de NAVO-topconferentie op 20 en 21 mei 2012 in Chicago was Smart Defence een belangrijk onderwerp. Plannen van de individuele lidstaten in het kader van Smart Defence, afgestemd op de behoeften van de NAVO, hebben gevraagd om een bijstelling van het NAVO-planningsproces, waartoe in Chicago het startsein is gegeven.

Zie ook: pooling & sharing.

Terug naar Boven

 

S.M.A.T.

Voluit: Sport Medisch Advies Team. SMAT is een op het individu gericht traject dat met adviezen wordt begeleid door de LO/Sport-organisatie van de Koninklijke Landmacht, de arts (curatieve onderdeelsarts en/of bedrijfsarts/ARBO-arts) en de fysiotherapeut. SMAT is dan ook geen vrijblijvende aangelegenheid, maar een dienstverrichting in het kader van revalidatiesport voor elke individuele militair met een langdurige mutatie of beperking.

Revalidatiesport vindt altijd plaats onder begeleiding van een ‘LO/Sport-instructeur belast met revalidatie'. Daarnaast staat een aantal dagen in de week de SMAT-sport onder begeleiding van de fysiotherapeut. Na of reeds tijdens het SMAT-traject komt de revaliderende individuele militair in het Fysio-Fit programma, waarin betrokkene door zorg van de fysiotherapeut wordt begeleid ter verbetering van de dienstgeschiktheid én verhoging van de inzetbaarheid.

Sinds 2010 formeel Sport Medische Revalidatie (SMR) geheten.

Terug naar Boven

 

S.M.E.V.

Afkorting die onder andere wordt gebruikt in de dienstuitdrukking “vrij van SMEV”. De kretologie kan na artsbezoek door een arts worden voorgeschreven aan de individuele militair; het woord van de arts is formeel slechts een advies aan de commandant, maar in de praktijk trekt geen enkele weldenkende commandant het oordeel van een arts in twijfel.

Vrij van SMEV betekent dat de individuele militair voor een voorgeschreven periode is vrijgesteld van:

S

Sport

M

Marsen

E

Exercitie

V

Velddienst

Terug naar Boven

 

SMILE AND WAVE

Nederlandse documentaire van regisseuse Marijke Jongbloed, producent Vic Franke en cameraman Frank Moll over de Nederlandse militairen tijdens de missie International Security Assistance Force (ISAF) in de Afghaanse hoofdstad Kabul.

De documentaire duurt 92 minuten, is gedurende 45 dagen in december 2002 en januari 2003 opgenomen in Kabul - ten tijde van ISAF-IV - en is tot stand gekomen dankzij een projectorganisatie van productiemaatschappij Big River Pictures in samenwerking met het Filmfonds, het Ministerie van Defensie, de NRCV en de Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep.


Marijke Jongbloed volgde een aantal Nederlanders in de Afghaanse hoofdstad, onder wie kolonel Henk de Koff, plaatsvervangend brigadecommandant, en sergeant Winus Dorenbos, commandant van de Alfa-groep. In de gesprekken met de militairen lijken gefnuikte ambities, frustraties en dilemma's de rode draad te vormen. De veelal preventieve aanwezigheid van ISAF in Kabul moet de Afghanen helpen de veiligheid in de hoofdstad te vergroten. De westerse militaire presentie wekt het vertrouwen in het contact met de lokale bevolking (hearts & minds). Vandaar het ISAF-motto 'Smile and Wave' ("Lachen en Zwaaien" of "Lächeln und Winken", zoals dat ook is terug te vinden op het bord bij het verlaten van het ISAF Camp Warehouse aan Kandahar Road in Kabul.

'Smile And Wave' beleefde haar bioscooppremière op 26 september 2003 op het Nederlands Filmfestival en werd op 31 mei 2004 voor het eerst uitgezonden op de NRCV-televisie. De documentaire opent met een citaat van Martin Luther King: "Vrede is niet alleen de afwezigheid van spanning, het is de aanwezigheid van gerechtigheid".

Terug naar Boven

 

SMOCKJAS

Ook genoemd: smock. Duits: Kittel. Frans: sarrau. Britse gevechtsjas (military combat jacket). In België ook genaamd “smoke-vest”.

De smock was vanaf het begin van de 19de eeuw een werkjas voor plattelanders in Engeland en Wales, maar is – zoals zo veel zaken (zie ook: ghillie suit) – uitontwikkeld tot een bruikbaar militair uitrustingsstuk door de vele ruime (dump)zakken die erop zijn verwerkt. Het is een klassiek geval van een uitrustingsstuk dat bottom-up is ingevoerd. Eventueel zijn de zakken, ellebogen en schouders verstevigd met Cordura®.

De jas in DPM wordt in Nederland voornamelijk gedragen door leden van het Korps Commandotroepen, 11 Luchtmobiele Brigade en reguliere (pantser)infanterie, meestal uit eigen aanschaf.

De jas bestaat uit ripstop materiaal van 50% polyester en 50% katoen. Ripstop zorgt ervoor dat een beschadiging, gat of scheur niet snel verder uitscheurt. De jas heeft een groot draagcomfort, mede vanwege de winddichtheid (deels gevoerd) en waterafstotendheid (sneldrogend, dus ook eerder droog van transpiratie). Verder is de smock geluidsarmer dan een bi-, trilaminaat of Goretex® jas.

De smock van het merk Arktis (model 1015, zoals die officieel bij het KCT wordt gedragen), kenmerkt zich door:

/tr>
  • vijftien zakken voor optimale opbergruimte: linker- en rechtermouw, buitenzakken, grote zak onderaan de rugzijde, kaartenzakken, binnenzakken met rits en grote zakken aan de binnenzijde onderaan de rug
  • capuchon voorzien van een ijzerdraad voor gewenste vorm
  • doorsteekmogelijkheid naar de borstzakken van de gevechtsjas
  • ellebogen zijn versterkt met de Tactel®-vezel, die de jas laat ademen; de jas kan in de wasmachine op 40°
  • onderzijde mouwen hebben strook klittenband rondom de polsen, waardoor warmteverlies wordt tegengegaan
  • ripstop geweven stof, die de jas beter bestand maakt tegen scheuren; een beschadiging zal niet snel verder uitscheuren
  • tweeweg-rits met daarover een stormflap
  • zakken die zijn voorzien van Canadese knopen, die zijn aangezet met lint en daardoor onwrikbaar vast zitten

Het totaalgewicht van een volledig bepakte smock bedraagt ± 5 kg.

Met ingang van de rotatie Task Force Uruzgan-7 wordt door Defensie aan de militairen die naar Afghanistan worden uitgezonden de smockjas in desert-camouflage verstrekt.

Zie ook: modulair ops-vest.

Terug naar Boven

 

SMOD

Afkorting: Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus. Functionaris die, op compagniesniveau, valt binnen de onderhoudsdiagnosegroep van een logistiek peloton. Alle gebruikers van voertuigen werken maandelijks een checklist af die bekend staat als de 1-Instructie Werk Kaart (1-IWK) of ‘roze lijst’. Gebreken die tijdens het gebruikersonderhoud bij het afwerken van de checklist worden ontdekt, worden a.s.a.p. gemeld aan de SMOD. De SMOD werkt de ‘roze lijst’ af met de gebruiker.

Daarnaast begeleidt en adviseert de SMOD de gebruiker bij het eerste niveau onderhoud, zowel van voertuigen als wapens, eltro-materiaal en overige uitrustingsstukken. Ook voert hij steeksproefgewijs inspecties uit, waarbij hij vaak als eerste tegen defecten aanloopt.

Kleine reparaties laat de SMOD in de regel aan de chauffeur over, iets grotere voert hij zelf uit, maar als de diagnose luidt dat het probleem te veel reparatietijd in beslag neemt, biedt de SMOD het materieel aan de herstelcompagnie aan. De herstelcompagnie fungeert als Direct Steunende Eenheden (DSE), die in de meeste gevallen op dezelfde kazerne aanwezig is. De SMOD bewaakt de afhandeling van de aangeboden reparaties.

Verdere werkzaamheden van de SMOD:

  • afwikkelen van allerhande reparatie-aanvragen
  • Battle Damage Repair (BDR, reparatietechnieken m.b.v. geïmproviseerd materiaal) tijdens oefeningen
  • contact houden met de herstelcompagnie
  • correctieve werkorders aan voertuigen uitvoeren
  • preventieve onderhoudsbeurten, zoals H(alfjaarlijkse) en J(aarlijkse) beurten

Terug naar Boven

 

SMOEL OP HET TERREIN

Zich bewust worden, of zijn, van de specifieke kenmerken van het optreden te velde.

“Smoel op het terrein” heeft te maken met individuele karakteristieken als het kompas kunnen hanteren, kaartlezen, tactisch sterke en zwakke plekken in het terrein kunnen onderkennen en terreinkenmerken gemakkelijk kunnen omzetten naar de stafkaart (en omgekeerd).

H.M.F. Landolt noemt 'smoel op het terrein' in zijn Militair Woordenboek (1861-'62, pagina 102/103) de coup-d'oeil, ook genoemd oogmaat of oogopslag: "Eigenschap waardoor men zoowel de voor- en nadeelen van het terrein met een oogopslag inziet, als de maatregelen beoordeelt, die in het gegeven oogenblik en in de bestaande omstandigheden het geschiktst zijn. Het is een praktische militaire blik, die alles omvat wat op het gelukken en mislukken eener onderneming van eenigen invloed kan zijn."

“Smoel op het terrein” is belangrijk voor alle militairen, maar doorslaggevend voor infanteristen en, als overtreffende trap, leden van het Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

S.N.A.F.U.

Engelstalig acroniem voor "Situation Normal, All Fouled Up" (beleefde vorm) of "Situation Normal, All Fucked Up" (minder beleefde vorm). Nederlands: normale situatie, alles verkloot.

Acroniemen als BOHICA (“Bend over, here it comes again”), FUBAR (“Fucked up beyond all recognition”), TARFU (“Things are really fucked up”) en SNAFU vergemakkelijken het uiten van frustratie in situaties die weliswaar zijn verprutst/verkloot, maar waarin niet het not done is dat er wordt gevloekt – zoals in het leger. Met acroniemen, die in de Tweede Wereldoorlog populair waren bij de Amerikaanse GI’s, werden de gevoeligheden ten opzichte van de hogere legerleiding momzeild. Vroeger had ook de KL voorschriften die het de militair bijvoorbeeld uitdrukkelijk verboden om te vloeken (achteruitbidden).

SNAFU komt ook voor in de volgende combinaties:

1] In W.O. II was Private SNAFU een cartoon. Private SNAFU was een creatie van Theodore Geisel en Phil Eastman, die vanaf 1943 door Warner Brothers Animation Studios en Leon Schlesinger voor het U.S. Army Signal Corps werd geproduceerd ter educatie en ter verhoging van het moreel van de troepen. Tussen juni 1943 en oktober '45 werden 26 Private SNAFU-cartoons gemaakt.

Private SNAFU, met de stem van Mel Blanc, was een jonge, betrouwbare en patriottische militair die er echter niet altijd even goed in slaagde zijn wapen te onderhouden, vertrouwelijke informatie lekte, zelfbeschermingsmaatregelen tegen malariamuggen negeerde, zijn persoonlijke hygiëne verslonsde, niet met zijn uitrusting kon omgaan e.v.a. Hierdoor kwam hij in de problemen.

Privé SNAFU onderwees humorvol het slechte voorbeeld. De cartoons waren moderne militaire fabels, met een moraliserende ondertoon: Private SNAFU blunderde of overtrad een regel en leerde vervolgens van zijn fouten.

 

2] Kolonel William L. Roberts, commandant van het Combat Command B van de 10th Armored Division, had tijdens het Ardennenoffensief (Battle of the Bulge) van generaal-majoor Troy H. Middleton (VIII Corps) de vrije hand gekregen om alle voor de Duitsers op de vlucht geslagen Amerikaanse troepen onder te brengen in een eigen eenheid: Team SNAFU. Roberts kende een precedent: tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij de vlucht van de Duitsers bij Château-Thierry meegemaakt, verjaagd door Amerikanen en Fransen.

Team SNAFU telde op 20 december 1944 zo’n 600 militairen die in staat waren te vechten. Het was een ratjetoe van overlevenden uit uitgeschakelde eenheden, in het bijzonder van 9th en 28th Armored Division. Vanuit Bastenaken (Bastogne) zond Roberts, als ware het de reserve, zijn militairen uit naar de zwaartepunten in de perimeter van deze stad. Daar werden de militairen van Team SNAFU ingezet voor de verdediging van de omsingelde stad. Dat deed Roberts in nauwe coördinatie met generaal Antony McAuliffe, commandant van 101th Airborne Division. McAuliffe hield zijn artillerie en tanks, Roberts de infanterie.

Terug naar Boven

 

SNELMARS

Synoniemen: speedmars; verplaatsing op interval-basis (VOIB).

Mars die op zodanig snelle wijze moet worden afgelegd dat op het eindpunt het personeel nog inzetbaar is voor een volgende actie. Een snelmars kan plaatsvinden wanneer sprake is van onderkenning van eigen troepen tijdens een infiltratie, exfiltratie, crash move of andere vorm van vijandcontact.

De snelmars wordt bij de KL geoefend over de standaardafstand van 3 km, die moet worden afgelegd in 21 minuten. Ter oefening geldt de regel dat om-en-om twee minuten kan worden gelooppast (dribbel, zo laag mogelijk bij de grond blijven, 140 passen per minuut) en één minuut geforceerd pas kan worden aangehouden ("uitscheuren"). Bij een snelmars zal al het meegevoerde materieel, dus ook groepsmaterieel en -wapens worden meegevoerd; deze uitrustingsstukken rouleren idealiter in de groep.

Eenheden van de Special Forces, zoals 11 Air Manoeuvre Brigade, Korps Commandotroepen en Korps Mariniers, oefenen in het algemeen op langere afstanden snelmars (5 à 15 km) met logischerwijs een hogere draaglast aan organieke uitrustingsstukken.

Het fenomeen snelmars dateert uit de Boerenoorlog, de oorlog tussen Engeland en de Zuidafrikaanse Boerenrepublieken Oranje Vrijstaat en Transvaal (1899-1902). Het verbaasde de Engelsen dat de Boer-Commando's er, behalve dankzij hun guerrillatactieken en terreinkennis, in slaagden om razendsnel en inzetbaar van A naar B te verplaatsen en zo gevechtswinst te behalen op beide locaties.

Overigens heeft het er alle schijn van dat de Duitse generaal Helmut Graf Von Moltke (1800-1891) met zijn tactiek van "Getrennt marschieren, vereint schlagen" ("Gescheiden marcheren, samen verslaan" ) voorloper is geweest van de snelmars: hij paste deze tactiek toe in de oorlog tegen Oostenrijk (1866) en in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).

Sinds 2001 wordt door Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS), in samenwerking met de Sportcommissie CLAS, de LO/Sportgroep van de KMA en de cadettenspeedmarsvereniging De Blauwe Stoep, op het terrein van de KMA het Nederlands Militair Kampioenschap (NMK) Speedmars georganiseerd.

Het NMK Speedmars komt voort uit de traditionele C&A-wedstrijden tussen de cadetten van de KMA en de adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM).

Ieder team bestaat uit acht personen van dezelfde eenheid. De heren leggen 5 km af, de dames 3 km. Ieder teamlid draagt één wapen (per team zevenmaal geweer Colt en één mitrailleur MAG) én de rugzak uit de basisgevechtsuitrusting, bepakt met 10 kg. Tijdens de wedstrijd wordt afwisselend 400 meter looppas en 100 meter marstempo verplaatst.

In 2013 en 2015 won bij de heren het team van 44 Pantserinfanteriebataljon, respectievelijk in 24'46" en 24'21"; Bij de dames won in 2016 het team van 400 Geneeskundig bataljon in 17'51".

Terug naar Boven

 

SNELVERBAND

Ook genaamd: noodverband individueel. Duits: Notverband. Engels: individual first aid dressing. Frans: pansement (provisoire) individuel.



Snelverband met NSN 6510-12-347-3142.

Het snelverband, uitgevonden door Carl Friedrich Utermöhlen in 1901, was een aanzienlijke verbetering in het verminderen van infectiegevaar bij wondbehandeling. Met name de behandeling van schotwonden bij militairen verbeterde. Koningin Wilhelmina gaf als blijk van erkenning voor de uitvinding van het snelverband zijn verbandstoffenfabriek het predikaat “koninklijk”: Koninklijke Utermöhlen N.V.

Het snelverband is bedoeld om snel aan te leggen bij alle gradaties bloedingen, van lichte tot zeer ernstige. Elk snelverband bestaat uit twee steriele gazen met daartussen witte watten. Aan het geheel zit aan beide kanten een rolletje verband (zwachtel).

In 2005 is het nieuwe verbandpakje voor iedere individuele militair ingevoerd. Het heeft als NATO Stock Number 6510-12-347-3142 en behoort op de man te worden gedragen. Bij een verwonding wordt altijd eerst het noodverband van het slachtoffer gebruikt, dus niet het eigen.

Het nieuwe noodverband individueel, geproduceerd door Paul Hartmann A.G., is uitgevoerd met een kort (17 cm) en een lang (250 cm) windsel en heeft een opgevouwen wondkussen van 10 x 10 cm dat, indien nodig bij grote(re) verwondingen, in de lengte kan worden vergroot tot 10 x 20 cm.Verder is het snelverband, dat waterdicht is verpakt, wit gekleurd.

Bijgevoegd zijn twee veiligheidsspelden. Het snelverband is uitgevoerd met een expiratiedatum.

Hoe wordt een snelverband aangelegd:

  • Haal het snelverband uit de verpakking en zorg dat het opgevouwen blijft. Houd het zo dat de twee rolletjes verband aan de bovenkant zitten
  • Pak nu in iedere hand een rolletje en houd het snelverband boven de wond
  • Beweeg beide handen uit elkaar, waardoor het snelverband zichzelf openvouwt
  • Breng het geopende snelverband nu in één vloeiende beweging op de wond aan. Het snelverband mag niet meer worden verschoven
  • Neem één van de rolletjes verband en maak daarmee een slag om het getroffen lichaamsdeel, voor de ene helft over het verband en voor de andere helft op de huid. Doe hetzelfde met het andere rolletje verband
  • Wikkel het verband dakpansgewijs naar het midden toe. Overlap de vorige slagen dus steeds voor een deel
  • Knoop tot slot beide uiteinden met een platte knoop aan elkaar. De platte knoop mag niet op de wond zelf liggen.

Zie ook: circulation en H.O.L.K.-bloedingen.

Terug naar Boven

 

SNEUVELBEREIDHEID

Volgens Writers Block Woordenboek van de Jaren '90 is sneuvelbereidheid een "belangrijke, maar in de jaren negentig verloren gegane eigenschap van soldaten. Een soldaat moet bereid zijn te sterven, anders bestaat het leger alleen maar uit Yossarians (de hoofdpersoon van Joseph Heller's Catch-22) die weigeren het oorlogsgebied te betreden omdat ze vermoeden dat de vijand erop uit is ze te vermoorden".

Volgens NRC Handelsblad ('Hoog Haags', 17 juli 2002) is het de "bereidheid van militairen om zich te laten uitzenden naar een gebied waar de kans bestaat dat aan de eigen kant (oorlogs)slachtoffers vallen."

'Sneuvelbereidheid' wijst niet zozeer op de bereidheid van individuen om voor de/een goede zaak te sterven, maar veeleer op het risico dat politici willen en durven te nemen dat er mensen sneuvelen die zij uitzenden.

Tijdens de oorlog van de NAVO tegen Servië en Kosovo, operatie DELIBERATE FORCE in 1999, deed "sneuvelbereidheid" zijn intrede.

In de huidige westerse wereld is de sneuvelbereidheid laag: militairen Killed in Action, het bodybag-syndrome en felle anti-oorlogsgevoelens in de publieke opinie en media zijn de schrikbeelden van politici die militairen naar het front sturen.

Op 4 augustus 1995, na de val van Srebrenica, kopte het weekblad HP/De Tijd: 'Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger'.

Vechten zou niet passen bij de aard van de Nederlandse militair. De missie in Uruzgan heeft intussen bewezen dat dit niet juist is.

Zijn Nederlandse militairen sneuvelbereid?

In elk geval weten Nederlandse militairen dat uitzendingen naar Afghanistan, Bosnië, Eritrea of Irak geen Kindergarten zijn. Op 4 augustus 1995 merkte weekblad HP/De Tijd schamper op: 'Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger'. Met het artikel leek de toon van niet-sneuvelbereidheid gezet.

Hans Born en René Moelker sloegen in NRC Handelsblad van 27 februari 1996 terug: 'Nederlandse krijgsmacht is wel maatschappelijk, maar niet soft'. Hoewel het 'vermaatschappelijkte' Nederlandse beroepsleger sinds de val van Srebrenica ter discussie stond, zijn de militairen van tegenwoordig geen lafaards.

Voor Maarten van Rossum waren de militairen die de val van Srebrenica meemaakte niet het mikpunt van kritiek. In Vrij Nederland van 26 juli 1997 koos de historicus een andere benaderling: "Ja, maar god, als het de Canadezen of de Oekraïners waren geweest, dan was het niet anders geweest. Alsof die Karremans daar bij zijn troepen in Potocari had moeten zeggen: mensen, ik val aan, volg mij, we sneuvelen tot de laatste man. De verontwaardiging daarover is ook zo'n kolder en larie. Ze waren in de steek gelaten door de Verenigde Naties."

Stemmingen aan het thuisfront. De postmoderne samenleving en haar soldaten - prof. dr. Jan van der Meulen. Bijdrage uit het boek 'Lessen uit Srebrenica. Nederland en internationale vredesmissies' (Uitgeverij Prestige, 1998, pagina 34 t/m 47).

Stemmingen aan het thuisfront. De postmoderne samenleving en haar soldaten - prof. dr. Jan van der Meulen

Minister van Defensie Henk Kamp dacht daar anders over, getuige zijn toespraak voor de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap op 1 maart 2004: "De Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië kan geen gebrek aan moed worden verweten. Misdaden niet kunnen voorkomen is niet hetzelfde als laf zijn. U kunt uit mijn mond ook geen pleidooi voor meer 'sneuvelbereidheid' onder Nederlandse militairen optekenen. Integendeel: het woord stuit mij tegen de borst. Het oogmerk van het militaire vak is niet om te sneuvelen of om doodsverachting te tonen."

In 1998 verscheen Het misplaatste Oranje Boven-gevoel. Het falen van het politiek-militaire systeem in Nederland en Nederlands-Indië: 1825-1995 van Maarten C. Hoff, waarmee de krijgsluwe houding van de nuchtere Nederlander tot norm verheven leek.

In werkelijkheid zijn sinds het einde van UNPROFOR de vredesoperaties robuuster daadwerkelijk geworden en "[...] is sneuvelbereidheid in NAVO- en VN-kringen geen vies woord meer", aldus De Groene Amsterdammer op 6 april 2002.

Door de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten is de sneuvelbereidheid nog versterkt: bij zelfverdediging (als het nut en belang duidelijker worden ingezien) is die veel groter dan bij vrijblijvende interventies.

Uit een opiniepeiling van het VPRO-programma 'De Ochtenden' op 14 januari 2004 blijkt overigens een geringe sneuvelbereidheid in de publieke opinie: 69% van de bevolking vindt dat Nederlanders niet moeten meevechten in de voorste linies bij gewapende conflicten (van de Nederlandse militairen denkt 57% hetzelfde); 58% van de bevolking vindt dat de krijgsmacht alleen humanitaire taken moet hebben (54% van de militairen denkt hetzelfde).

Zie ook: catch-22.

Terug naar Boven

 

S.O.A.P.

Ezelbruggetje om de voortgang van de zorgverlening ten aanzien van de zorgvrager te rapporteren:

S

Subjectieve gegevens

Geven iets aan over de gevoelens en wensen door observatie:
Heeft de zorgvrager ergens pijn?
Heeft de zorgvrager wensen?
Hoe gaat de zorgvrager om met zijn gezondheidstoestand?
Hoe voelt de zorgvrager zich?

 

O

Objectieve gegevens

Meetbare gegevens:
Parameters, zoals bloeddruk, pols en lichaamstemperatuur

 

A

Analyse gemaakt

Subjectieve en objectieve gegevens worden nader beschouwd om te bezien of:
- de zorgbehoefte is veranderd
- de zorgdoelen moeten worden aangepast

 

P

Plan opgesteld

Verpleegplan met al dan niet aangepaste zorgdoelen

De zorgbehoefte van de zorgvrager verandert als de gegevens veranderen; de zorgdoelen – welke de toestand omschrijven die zowel de zorgverlener als de zorgvrager willen bereiken – moeten worden aangepast aan de veranderingen.

SOAP wordt bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met de P.E.S.-structuur en de R.U.M.B.A.-eisen.

Terug naar Boven

 

SOB-SOMS

Voluit: Schiet Oefeningen Bergen/Schiet Oefeningen Munster-Süd.

Jaarlijks meerdere malen ten uitvoer gebrachte schietoefeningen (schietseries) van de parate manoeuvre- en vuursteuneenheden van de gemechaniseerde brigades (13 en 43), 11 Air Manoeuvre Brigade en overige eenheden.

Het gebied waarin de militaire oefenterreinen Bergen en Munster-Süd liggen, de Lüneburger Heide, ligt ± 30 km ten noordoosten van de Legerplaats Seedorf.

TRUPPENÜBUNGSPLATZ BERGEN

Truppenübungsplatz Bergen (Landkreis Celle, Regierungsbezirk Lüneburg en Bundesland Niedersachsen) is met ± 28.400 hectare het grootste oefenterrein van Europa. Ook wel genoemd: NATO-Schießplatz Bergen-Hohne. In het gebied liggen de kazernes Bergen, Fallingbostel, Hohne, Höllenberg, Hörsten, Oerbke en Ostenholz. Het militair oefenterrein Bergen ligt in het midden van de Lüneburger Heide op ± 50 km van Hannover. Eenheden tot en met legerkorpsniveau kunnen er trainen én er kan worden geoefend in het gevecht van de verbonden wapens. Het oefenterrein kent 32 artilleriestellingen, bivakplaatscapaciteit voor ± 10.000 man en barakken voor ± 5.000 man.

TRUPPENÜBUNGSPLATZ MUNSTER-SÜD


Truppenübungsplatz Munster-Süd (Landkreis Soltau-Fallingbostel, Regierungsbezirk Lüneburg en Bundesland Niedersachsen) heeft een oppervlakte van 6.350 hectare en grenst aan de Truppenübungsplatz Bergen.

Het militair oefenterrein Munster-Süd, ± 70 km van Hannover gelegen, is hét schietterein voor artillerie en mortieren. Het kent maar liefst 93 artilleriestellingen, bivakplaatscapaciteit voor ± 1.200 man en barakken voor ± 2.000 man.

Vanuit Nederland (Utrecht) is de kortste weg naar Bergen en Munster-Süd ± 450 km; dit is, exclusief rusttijd, in colonneverband ± 8 uur rijden.

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK) en Panzerringstrasse.

Ligging van de militaire oefenterreinen Bergen en Munster-Süd in de Noord-Duitse deelstaat Niedersachsen

Terug naar Boven

 

SOCIAAL MEDISCH TEAM

Afgekort: SMT. Het SMT is een instrument van de commandant en valt onder het personele functiegebied. De medische inbreng in een SMT is groot, maar in het SMT worden ook personen besproken die op een andere manier uit de boot vallen, bijvoorbeeld psycho-sociaal (problematiek thuis- en/of werksituatie).

Het SMT heeft tot taak tijdig probleemsituaties bij het personeel te onderkennen en de commandant te adviseren welke oplossingen mogelijk zijn. Ook is het SMT een instrument om het ziekteverzuim te doen dalen cq. het reïntegratietraject te bewaken. Daarnaast kunnen scheefgelopen werkverhoudingen en/of arbeidsconflicten worden besproken in het SMT. De commandant kan, na overleg met het SMT, besluiten om een militair niet uit te zenden of bij het toch uitzenden extra begeleiding te geven.

Bedrijfsarts (Arbodienst KL)

Geestelijk verzorger

Maatschappelijk werker (MDD / BMW)

Onderdeelsarts (Gezondheidscentrum)

Personeelsfunctionaris (P-dienst)

Van belang is onder meer dat:

  • de werkwijze van het SMT is gebaseerd op een reglement
  • aan individuen die besproken worden in het SMT vooraf toestemming wordt gevraagd
  • individuen na bespreking geïnformeerd worden over het besprokene
  • er deugdelijke verslaglegging plaatsvindt

Terug naar Boven

 

SOCIALE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd "de witte kaart".

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en –vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

Download hier IK 2-1250, 1ste druk, januari 1994, 'Uitreikstuk LTV ten behoeve van de leidinggevende'.

Zie ook: communicatieve vaardigheden, evaluatieve vaardigheden, uitvoeringsvaardigheden en voorbereidingsvaardigheden.

Terug naar Boven

 

SOFT KNOCK

Op vriendelijke, niet-agressieve manier een huis binnengaan. Hierbij wordt de bewoners, na een “knock on the door”, gevraagd naar de handel en wandel bij hen en in hun omgeving, zoals leef-, werk- en woonomstandigheden.

Een soft knock – in de regel deel van een normal framework operation – wordt in zijn algemeenheid gewaardeerd door de locals. Vaak wordt een soft knock routinematig uitgevoerd tijdens een patrouille.

Het is mogelijk dat mannen, vrouwen en kinderen gescheiden én naar buiten gestuurd worden, waarna het huis wordt doorzocht.

Omdat de gevolgen van een hard knock ongunstig kunnen zijn voor de voortgang van een operatie – te denken valt aan het gewenste positieve effect van hearts & minds – geldt onverminderd het statement van luitenant-kolonel Omer Lavoie (commandant 1 Royal Canadian Regiment Battle Group, 2006-2007): “Soft knock by preference, a hard knock as needed.”

Zie ook:hard knock.

Terug naar Boven

 

SOFT TARGET

Een evenement, object of persoon dat door zijn toegankelijkheid of benaderbaarheid eenvoudig te treffen is, zoals overheidsinstellingen en plaatsen waar veel mensen bijeen zijn (grote publieksevenementen, grote winkelcentra en openbaar vervoer). In de regel zijn hier geen speciale veiligheidsmaatregelen en/of –voorzieningen van kracht.

Met name voor terroristen zijn soft targets lonende doelen, vooral wanneer het de terroristen gaat om het maken van grote aantallen onschuldige slachtoffers.

Kenmerken van soft targets:

burgerdoel

zeer kwetsbaar doel

collateral damage wordt nagestreefd

geringe reguliere veiligheidsvoorzieningen

goed benaderbaar

goed toegankelijk

Voorbeelden van soft targets in het kader van terroristische aanslagen waren de bomaanslagen op de Twin Towers in New York (11 september 2001), de forensentreinen in Madrid (11 maart 2004), de metro in Londen (7 juli 2005) en de Egyptische badplaats Sharm el-Sheikh (23 juli 2005).

Het tegenovergestelde van soft targets zijn hard targets.

Terug naar Boven

 

SOLDAAT KETTING OLIVIER KAZERNE

Afgekort: SKOK. Deze kazerne, gelegen aan het Zeisterspoor in Soesterberg, is de enige in Nederland die is genoemd naar een soldaat. Tot 24 juni 1992 droeg de kazerne de naam Kamp Zeisterspoor-Noord, waar het Opleidingscentrum Technische Dienst was gehuisvest. Op deze dag is de kazernenaam omgedoopt tot Soldaat Ketting Olivier Kazerne.

Op 26 oktober 1950 vertrok Johan Frans Ketting Olivier vanuit zijn woonplaats Markelo (Twente) naar Korea. Vóór die tijd diende hij 3 jaar bij de Leger Technische Dienst van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL). Op 15 februari 1951, op 29-jarige leeftijd, sneuvelde de soldaat (der tweede klasse) Ketting Olivier van het dienstvak van de Technische Dienst te Mayong (heuvel 325) vlakbij Wonju, in Korea. Hij maakte deel uit van het 75 mm Terugstootloze Vuurmond (TLV) peloton van de Ondersteuningscompagnie (Ostcie) van het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN).

Om zijn heldhaftig optreden – bij de 3de, beslissende aanval op heuvel 325 drong hij met de bajonet op het geweer geplaatst als eerste de vijandelijke heuvelstelling binnen, waarbij hij zijn meestormende commandant dekte – werd hij postuum, bij Koninklijk Besluit nummer 23 van 8 mei 1951, benoemd tot Ridder der 4de klasse in de Militaire Willems-Orde, de hoogste Nederlandse dapperheidonderscheiding.

Tegenwoordig is de Soldaat Ketting Olivier Kazerne onder meer het onderkomen voor het Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLOG).

Zie ook: Nederlands Detachement Verenigde Naties.

Terug naar Boven

 

SOLDAAT VAN ORANJE

Bijnaam voor mr. (Siebren) Erik Hazelhoff Roelfzema. Geboren op 3 april 1917 in Soerabaja (Java, Nederlandsch-Indië) en overleden op 26 september 2007 in Honokaa (Hawaï, VS).


Download hier de soundtrack van 'Soldaat van Oranje'

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij één van de 1.800 Engelandvaarders die met gevaar voor eigen leven vanuit Nederland naar Engeland ontsnapten en vervolgens landingen op de Nederlandse stranden uitvoerden met als doel een betrouwbaar contact tot stand te brengen tussen Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering in Londen én het verzet in bezet Nederland.

Hazelhoff Roelfzema onderneemt verscheidene nachtelijke tochten om geheime agenten en radioapparatuur in Nederland aan wal te zetten in het kader van operatie 'Contact Holland'.

Zijn relatie met de Nederlandse autoriteiten in Engeland is tweestrijdig: tijdens zijn acties wordt hij zowel voor de Krijgsraad als voor de Militaire Willems-Orde voorgedragen.

Op 22 september 1977 beleefde de rolprent ‘Soldaat van Oranje’ in het bijzijn van Koningin Juliana haar première. De film, naar een scenario van Paul Verhoeven, Gerard Soeteman en Kees Holierhoek, was gebaseerd op de mémoires van Erik Hazelhoff Roelfzema en werd in tenminste zestig Nederlandse bioscopen vertoond. Ruim 1,5 miljoen bezoekers kwamen “de grootste Nederlandse film aller tijden” bekijken.

De film, waarvan het budget meer dan vijf miljoen gulden bedroeg, was voor regisseur Paul Verhoeven zijn doorbraak in de VS. Producent was Rob Houwer. De hoofdrollen werden vertolkt door Rutger Hauer (als Erik Lanshof, d.i. Erik Hazelhoff Roelfzema) en Jeroen Krabbé (Guus LeJeune, d.i. Peter Tazelaar). Ook Peter Faber, Rijk de Gooyer, Derek de Lint en Belinda Meuldijk speelden personages in de film.

In 1999 werd 'Soldaat van Oranje', achter ‘Turks Fruit’, tweede in de publieksverkiezing tot Beste Film van de 20ste Eeuw op het Nederlands Filmfestival.

Minstens even markant als de grootste Nederlandstalige oorlogsfilm uit de Nederlandse filmgeschiedenis is de filmmuziek, gecomponeerd door Rogier van Otterloo (1941-1988). De veertien nummers uit de film, in Londen opgenomen met een groot orkest op 9 augustus 1977 (waaronder de openingstune ‘Soldaat van Oranje’), verschenen op LP bij Polydor. De langspeelplaat is een klaphoes met in het midden afbeeldingen uit de film en een begeleidende tekst van Paul Verhoeven.

Nog in 2003 zei Erik Hazelhoff Roelfzema over de filmmuziek: “Het succes van deze film dreef naar mijn mening voor een groot gedeelte op de muziek van Van Otterloo.” Het beroemde “Tadatatataaaaa, tadatatataaaaaa” uit de openingstune bezorgt je kippenvel. De aanstekelijke herkenningsmelodie is legendarisch geworden en onder andere de begintune van deze website.

Vanuit Londen heeft hij meerdere malen als verzetsstrijder acties ondernomen tegen de Duitsers. Na zijn tijd als Engelandvaarder op Scheveningen vloog hij 72 acties als piloot van een Havilland Mosquito-jachtbommenwerper bij 139 Squadron van de Royal Air Force, waaronder 25 raids op Berlijn.

Zijn vaste navigator is Ben Vlielander Hein. Als adjudant van koningin Wilhelmina keert hij op 2 mei 1945 terug op Nederlandse bodem.

Wilhelmina neemt met adjudant en vertrouweling Hazelhoff Roelfzema zes weken haar intrek in de Ulvenhoutse villa Anneville. Op de residentie Anneville bereikte Wilhelmina het nieuws van de capitulatie van de Duitsers in Nederland. Op 6 augustus 1945 vliegt hij in een Dakota prinses Juliana en haar dochters Beatrix en Irene vanuit Canada naar Nederland.

De Engelandvaarder-acties zijn later vooral bekend geworden door het boek en de film 'Soldaat van Oranje', dat hij schreef in 1971. Het boek heeft een voorwoord van Prins Bernhard. Wat Erik Hazelhoff Roelfzema meemaakte als Engelandvaarder beschreef hij in zijn autobiografie 'Het hol van de ratelslang' uit 1970.

Volgens Koninklijk Besluit nummer 1 van 4 juni 1942 is Hazelhoff Roelfzema als reserve-tweede luitenant van Algemene Dienst bij de Inlichtingendienst benoemd tot Ridder 4 de klasse der Militaire Willems-Orde: "Ondanks groot levensgevaar geheime opdrachten uitgevoerd, die voor het Koninkrijk der Nederlanden van onschatbare waarde hadden kunnen zijn."

Daarnaast is Hazelhoff Roelfzema, als r eserve-kapitein-vlieger van het Wapen der Militaire Luchtvaart, bij het R.A.F. 139 Squadron, zowel drager van het Vliegerkruis als het Distinguished Flying Cross.

Zijn boek 'Soldaat van Oranje' - waarvan inmiddels wereldwijd 1,2 miljoen exemplaren zijn verkocht - werd in 1977 verfilmd.

Mr. Hazelhoff-Roelfzema als adjudant van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina.

De foto is gemaakt op ‘Anneville’  bij Breda, waar Wilhelmina op 29 april 1945 voor het eerst weer haar intrek nam op Nederlands grondgebied.

Juliana (rechts) woonde er niet, maar kwam er geregeld logeren.

De foto is afkomstig uit ‘Vijf en een halve slag. De relatie tussen vader en zoon’ van Erik Hazelhoff Roelfzema jr. (Kosmos Uitgevers, 2007, ISBN 9789021514093).

Terug naar Boven

 

SOLDIER MODERNISATION PROGRAMME

Dutch Dismounted Soldier System (D2S2).

Gezamenlijke werkorganisatie van het Ministerie van Defensie en de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO).

In 1991 werd binnen de NAVO een richtlijn aanvaard voor een NATO Soldier Modernisation Plan. Dit plan en, in 1994, haar opvolging door de NATO Industrial Advisory Group, waren het begin voor de Working Group 3 (On Soldier Modernisation) binnen de NAVO. Vanaf dat jaar wordt de militair als een "systeem" beschouwd die dient te worden opgenomen in de Command & Control (C2)-keten.

In navolging van andere NAVO-landen is Nederland in 1998 begonnen met het Soldier Modernisation Programme. Door operationele experimenten ("Buy some, try some and learn a lot") ontwikkelde Defensie een visie op de capaciteiten waarover de militair dient te beschikken en de eisen waaraan zijn uitrusting moet voldoen.

In 2006 is het beleidsraamwerk SMP uit 1998 aangepast en zijn richtlijnen opgesteld voor een geïntegreerd Soldier System (soldaatsysteem). Het soldaatsysteem voorziet in een verbeterde effectiviteit van de uitrustingsstukken voor de uitgestegen en te voet optredende gevechtsmilitair in het gehele geweldsspectrum. Immers, de individuele militair dient steeds flexibeler te zijn, treedt meer en meer te voet op en ook minder vaak in combinatie met gepantserde eenheden.

Sinds 2007 heet dit Defensiebrede project Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) en in 2009 transformeerde het SMP naar het Joint Kennis Centrum Militair en Uitrusting (JKCM&U), evenals het SMP gevestigd op de Bernhardkazerne in Amersfoort.

SMP/VOSS streven naar een betere bescherming van in te zetten eenheden en het vermogen het optreden in netwerken (Network Enabled Capabilities) te vergroten.

Niet alleen de operationele capaciteiten van de individuele militair worden vergroot, ook die van de lagere eenheden.

Centraal in SMP/VOSS staan de ontwikkelingen in de vijf Nederlandse SMP-modules:

► Kleding
► Uitrusting
► C4I (Command, Control, Communication, Computing en Information)
► Wapens & Sensoren
► Energie

Binnen de SMP-modules worden of zijn deelprojecten uitgevoerd, zoals:

► communicatie- en informatiemodule (CIM)

► energievoorzieningsysteem

► geïntegreerde hoofdbescherming

► Modulair Ballistisch Vest (MBV, beter bekend als Smart Vest)

► Operationele Aanpassing Diemaco (OAD)

► snelrichtmiddel (SRiM)

Door het optimaliseren van de deelprojecten uit de verschillende modules en uiteindelijk de volledige integratie in één systeem ontstaat het VOSS.

Binnen het SMP/VOSS zijn de effectiviteitsverbeteringen gestructureerd rond vijf punten (gevechtsfuncties):

Command & Control

Commandovoering

Vermogen gedrag te sturen en beslissinge te ondersteunen

Lethality

Letaliteit

Vermogen een opponent uit te schakelen

Mobility

Mobiliteit

Vermogen zich door ieder soort terrein te verplaatsen

Survivability

Overlevingsvermogen

Vermogen weerstand te bieden aan dreigingen

Sustainability

Voortzettingsvermogen

Vermogen de opdracht gedurende langere tijd uit te voeren

Zie ook: Landmachtdagen 2008.

Vervolgens draagt VOSS bij aan gevalideerde inlichtingen, veiligheid en bescherming, effectieve inzet en hoogwaardige commandovoering - allen operationele capaciteiten van militair vermogen.

Hierdoor verbeteren de overlevingskansen van de militair. Tevens wordt de commandovoering versterkt en nemen de mobiliteit, de effectiviteit en het voortzettingsvermogen toe.

De uitrustingsstukken die worden geproduceerd als uitvloeisel van SMP/VOSS hebben een positieve invloed op de fysieke effectiviteit van de militair.

De militair ervaart het als een mentale 'boost' voor zijn effectiviteit als hij weet dat hij is uitgerust met de beste, meest innovatieve nieuwe uitrustingsstukken.

De operationele capaciteit van de lagere eenheden wordt vergroot tot hoogwaardige infanteriecapaciteit.

Overigens geldt het SMP/VOSS niet alleen voor de gevechtssoldaat (infanterie); ook de militairen van de gevechtssteun(verzorgings)eenheden worden uitgerust met nieuwe uitrusting in het kader van het SMP. Vanaf 2009 zijn de Mobiliteits- en Voortzettingspaketten (MVP) uitgereikt vanuit het KPU-assortiment.

Voor de niet-gevechtseenheden bestaat het MVP uit:

bivakzak enkelboogs

drinkreservoir 3,1 liter (Camelbak)

grabbag

hoes rugzak

isolatiedeken

klamboe, bed

luchtmatras, zelf opblaasbaar

modulair ops-vest

poncholiner

rugzak Stingray, 60 liter

slaapzak, modulair, compleet

spankoord met haken

opbouwtassen, MGV, woodland

Ee van de in het oog springende noviteiten in het SMP/VOSS is de Soldier Digital Assistant (SDA).

De SDA bestaat uit:

Head-Up Display waarop landkaart en posities Friend or Foe worden geprojecteerd

operationeel gevechtsvest met onder andere laptop

Personal Role Radio voor (data)communicatie

Soldier's Alarm Module ten behoeve van CBRN- en vijandmeldingen

vouwbare touchscreen voor het maken en verzenden van kaartschetsen

Daarnaast is het SMP onder meer bezig met:

► Camouflage against thermal imaging

► Koude- en warmtewerende onderkleding van microvezel

► Laser-, scherf- en vuurwerende kleding

► Medische assistentie op afstand, zoals Remote Repair en Remote Medical Assistance

Zie ook: grabbag, helm, Lowe Alpine rugzakken en Personal Role Radio (PRR).

Terug naar Boven

 

SOMAN

Code: GD. Dodelijk giftig semi-persistent zenuwblokkerende strijdmiddel. Soman en tabun hebben een langere werkingsduur (± één dag) dan sarin.

Soman is in 1944 in Duitsland ontwikkeld als strijdmiddel door de Oostenrijks-Duitse biochemist en Nobelprijswinnaar voor scheikunde (in 1938) Richard Kuhn (1900-1967).

Soman is een antagonist van acetylcholine (ACh). Versterkt in eerste instantie de werking van ACh doordat de afbraak wordt geremd. Omdat de prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, op spieren en op klieren ontregeld raakt, heeft ACh spierverslapping tot gevolg. Een zenuwblokkerende strijdmiddel blokkeert de signalen van de zenuwen naar de spieren met het gevolg dat spieren ongecontroleerd kunnen samentrekken.

De uitwerkingsverschijnselen zijn in het letale stadium: dreigende verstikking, misselijkheid en braken en stuiptrekkingen.

Zenuwblokkerende strijdmiddelen kunnen het lichaam binnendringen door absorptie (huid en ogen), inademing en inname (drinken en eten).

Terug naar Boven

 

SORTIE

Ausfall; Einsatzflug vol de mission load.

De volledige operationele of trainingsvlucht van een gevechtsvliegtuig. Meer specifiek: de tijd vanaf de take-off tot en met de landing die een gevechtsvliegtuig tijdens een specifieke missie doorbrengt, ongeacht of er een aanval wordt uitgevoerd.

Sortie is een verzamelterm voor het totaal aantal vliegbewegingen. Zo komt een groep van vijf vliegtuigen die elk drie missie uitvoert op een totaal van 15 sorties.

Drie sorties kunnen ook worden aangeduid als één vlucht door drie verschillende vliegtuigen óf drie vluchten door één vliegtuig.

Zie ook: flight en wave.

Terug naar Boven

 

S.O.S.R.A.

Ezelsbruggetje voor het organiseren van een doorbraak van een hindernis met voldoende voorbereidingstijd. Hieronder valt ook de verkenning van een hindernis. Niet van toepassing bij een gelegenheidsdoorbraak zonder voorbereidingstijd. Het doel van de doorbraak van een hindernis is het aanvallen van de vijand.

Wanneer een hindernis onder vuur ligt, kan in overleg met de genie een alternatieve route worden gekozen. Wanneer een alternatieve route niet beschikbaar is, wordt SOSRA toegepast.

Indien mijnen (IED’s, UXO’s) op een route worden gesignaleerd, wordt gehandeld volgens de procedure 4C’s. Bij vijanddruk wordt overgegaan naar het doorbreken volgens SOSRA:

S

Suppress

Onderdrukken van de stelling(en) van de vijand met (in)directe vuur door een tevoren aangewezen eenheid. De vijand is hierdoor niet in staat gecoördineerd vuur af te geven rond de hindernis. Vlak vóór het nemen van het aanvalsdoel, wordt in de regel het vuur verlegd tot achter de vijand.

O

Obscure

Maskeren van de correcte plaats van de te doorbreken hindernis met rook, afgegeven door indirect vuur en rookpotten. Hierdoor is de vijand blind (heeft geen zicht op het doel).

S

Secure

Tijdens de uitvoering van de doorbraak worden de doorgangen van de troepen die bezig zijn met de doorbraak beveiligd door andere eenheden.

R

Reduce

Reduceren van de hindernis: de feitelijke doorbraak. Hierdoor kunnen de troepen met alle noodzakelijke materieel door de hindernis om de vijand aan de andere kant te verslaan.

A

Assault

Nemen van het aanvalsdoel door een hiertoe tevoren geformeerde eenheid.

Zie ook: 4C's, genie, hindernis, Improvised Explosive Device (IED) en Unexploded Ordnance (UXO).

Terug naar Boven

 

SOXMIS

Afkorting van: Soviet Military Mission. Formeel: Soviet Military Liaison Mission (SMLM).

SOXMIS is een van de militaire missies die ten tijde van de Koude Oorlog ontstond uit direct na de Tweede Wereldoorlog gemaakte overeenkomsten tussen de westerse geallieerde landen (Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS) en de Sovjet-Unie. De geaccrediteerde leden van de missies, die actief waren van 1947 tot aan de hereniging van de beide Duitslanden in 1990, genoten de facto een diplomatieke status.

In eerste instantie waren de missies belast met het monitoren van de uitvoering van de afspraken van de Conferentie van Potsdam (juli-augustus 1945 tussen Clement Attlee, Winston Churchill, Jozef Stalin en Harry S. Truman), die na de capitulatie van Duitsland onder andere de demilitarisering en ontwapening van geheel Duitsland voor ogen had. Een andere (liaison)taak was het verbeteren van de – diplomatieke, militaire en politieke – betrekkingen aan beide zijden van het IJzeren Gordijn.

Feitelijk was de Amerikaans-Russische Huebner-Malinin Agreement (5 april 1947) de belangrijkste formalisering van de in Potsdam gemaakte afspraken. De overeenkomst tussen de Amerikaanse generaal Clarence R. Huebner en de Russische generaal Mikhail Malinin maakte de weg vrij voor het uitvoeren van militaire missies in alle bezettingszones. (De Malinin-Huebner Agreement was de laatste, na de Robertson-Malinin Agreement van 16 september 1946 met de Britse generaal Sir Brian Robertson én de Noiret-Malinin Agreement van 3 april 1947 met de Franse generaal Charles J. R. Noiret).

Gaandeweg werd het verzamelen van inlichtingen over militaire objecten en operaties aan beide zijden van het IJzeren Gordijn het officieuze nevendoel van SOXMIS (en gelijksoortige militaire missies).

De Sovjetobservatoren in de BRD mochten zich echter alleen op de autosnelwegen en in gelimiteerde gebieden van de Amerikaanse, Britse en Franse bezettingszone begeven, tenzij ze werden begeleid door Amerikaanse, Britse of Franse militaire politie.

In het bijzonder de Permanent Restricted Areas (militaire complexen) en de Temporary Restricted Areas (militaire oefeningen en oefenterreinen) waren gewilde spionageobjecten. Niet ongewoon was dat het aantal SOXMIS-meldingen behoorlijk steeg als er militaire oefeningen aan de gang waren.

Buiten het toegewezen gebied maakten SOXMIS zich onmiddellijk schuldig aan militaire spionage, wat in voorkomend geval onverwijld gemeld diende te worden door NAVO-militairen in de BRD (die hiertoe een SOXMIS-kaartje - lf 15430 - op de man hadden).

De Sovjetobservatoren verplaatsten zich in niet-militaire voertuigen met een speciale kentekenplaat, afmeting 20 bij 40 cm, met een Russische rode vlag op een gele achtergrond. Op de kentekenplaat is een nummer tussen 30 en 50 aangebracht, althans voor wat betreft het gebied waar doorgaans de Nederlandse troepen oefenen. De SOXMIS-missies bevonden zich in de:

Amerikaanse sector

Frankfurt am Main (Hessen)

Britse sector (British Army of the Rhine)

Bünde (Nordrhein-Westfalen)

Franse sector

Baden Baden (Baden-Württemberg)

Het SOXMIS-personeel was verboden handelingen te verrichten die de veiligheid van de NAVO-strijdkrachten in gevaar konden brengen, zoals opvallende en ongewenste aandacht voor militaire installaties en oefenende troepen, het aanbieden van een 'lift' aan NAVO-militairen, het aanhoudend meerijden in militaire colonnes, het fotograferen van militaire installaties en het stellen van vragen.

Gelijke operaties werden uitgevoerd in de DDR: door de Amerikanen onder de naam United States Military Liaison Mission (USMLM), de Britten als British Military Mission (BRIXMIS) en de Fransen onder de naam Mission Militaire Française de Liaison (MMFL). BRIXMIS, MMFL en USMLM bevonden zich allen in Wünsdorf in de Russische sector (DDR).

Terug naar Boven

 

SPAANSE RUITER

Andere benaming voor Friese ruiter.

Terug naar Boven

 

SPEAR

Melding om de aanwezigheid en inzetbaarheid van uitrustingsstukken te (her)bevestigen. SPEAR-meldingen kunnen mondeling, schriftelijk of via de radio plaatsvinden.

Er zijn verschillende varianten:

1.

SPE

Special Equipment (GPS, kompas, optiek e.d.)

A

Arms (Wapens)

R

Radios (Verbindingsmiddelen)

2.

S

Small arms
(Wapens)

Aantal wapens en de inzetbaarheid hiervan.

P

Personnel
(Personeel)

Sterkte en inzetbaarheid van de eenheid. Weergegeven in 1/4/16 (officieren/onderofficieren/korporaals en soldaten).

E

Equipement
(Materiaal)

Afwijkingen en defecten van de toebedeelde middelen.

A

Ammunition
(Munitie)

Aantallen en bruikbaarheid van de munitie.

R

Radios
(Verbindingsmiddelen)

Afwijkingen en defecten van de toebedeelde verbindingsmiddelen, incl. fillguns, GPS, satcom e.d.

3.

S

Signature

Afzender

P

Personnel

Bijzonderheden m.b.t. personeel

E

Equipment

Bijzonderheden m.b.t. materieel

A

Arms

Bijzonderheden m.b.t. wapens, m.n. aanwezigheid en inzetbaarheid

R

Readiness

Tijd benodigd om met een opdracht te kunnen beginnen

Terug naar Boven

 

SPECIAL AIR SERVICE

Afgekort: SAS.

Special Forces-eenheid van de Britse landstrijdkrachten, in 1841 opgericht door (Sir) David Stirling (1915-1990), tijdelijk opgeheven in 1946 en in 1952 heropgericht - aanvankelijk als tijdelijke maatregel - tijdens de opstand in Maleisië (Malayan Emergency). Hierna verkreeg de SAS een vaste plaats in de Britse krijgsmacht.



Links SAS-oprichter David Stirling, rechts een SAS-rekruut tijdens de selectie in de Brecon Beacons in Wales

De speciale eenheid werd vervolgens ingezet in overzeese Britse gebiedsdelen, zoals Aden, Dhofar (Oman) en Koeweit. Sindsdien is de SAS betrokken bij covert operations in onder meer de Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003), Bosnië en Kosovo, maar de blijvende faam bij het grote publiek dankt de SAS aan de succesvolle bevrijdingsactie van gijzelaars uit de Iraanse ambassade in Londen op 5 mei 1980.

Sinds de belegering van de Iraanse ambassade is het hard gegaan met de 'glasnost' van de SAS: Falklandoorlog 1982, Eerste en Tweede Golfoorlog (1991 en 2003) en de oorlog tegen het terrorisme in Afghanistan zetten de SAS definitief in het middelpunt van de belangstelling.

Deze wordt aangewakkerd door vele fictieboeken van oud-SAS' ers, te beginnen met de bestsellers 'Bravo Two Zero' (1994) van Andy McNab en 'The One That Got Away' (1995) van Chris Ryan over een SAS-missie in januari 1991 tijdens de Eerste Golfoorlog. Deze en gelijksoortige 'openhartige' verhalen worden door het Britse Ministry of Defence (MOD) argwanend gevolgd en altijd ontkend, omdat zij uiteindelijk de effectiviteit en efficiëntie van Special Forces als de SAS kunnen verminderen.

De selectie tot lid van de SAS, die voornamelijk plaatsvindt in de Brecon Beacons in Wales en de jungle van Brunei, heeft grapjurken binnen de landmacht geholpen aan het Nederlandse equivalent van de afkorting SAS: "Stompen Achter de Sergeant": het in een colonne met enen zo snel mogelijk door het terrein verplaatsen, waarbij de leidende sergeant te allen tijde gevolgd moet worden.

De achterliggende idee van het aldus ontstane SAS'en is dat van de snelmars: aan het einde van deze fysieke prikkel inzetbaar zijn. De uitvoering wordt vaak gezien als gekkenwerk, wat in elk geval overeenkomt met hoe bijvoorbeeld veldmaarschalk Bernard Law Montgomery over Stirling dacht: "The boy Stirling is mad. Quite, quite mad. However in war there's often a place for mad people".

De SAS is opgebouwd uit vijf operationele eenheden, elk bestaand uit vier groepen van elk zestien militairen. Elke groep is verdeeld in vier teams van vier militairen.

Het logo van de Special Air Service

De serie is medio 2003 opgenomen in de omgeving van Campbeltown in het zuiden van Schotland. Naast Johnny en Pete zijn de twee oud-SAS'ers die het programma jus geven zonder twijfel Eddie Stone en John McAleese.

Voormalig SAS-staff sergeant Eddie Stone diende in G-Squadron van 22 SAS Regiment tot november 1989 in het Verre en Midden-Oosten, Zuid- en Centraal-Amerika, de Falklands en Noord-Ierland.

De besnorde explosievenexpert John McAleese, a.k.a. 'Mac', werd het symbool van de openheid van de SAS toen hij op 5 mei 1980 op het balkon van de Iraanse ambassade in Londen werd gefotografeerd voordat hij zich met explosieven een toegang verschafte tot het gebouw. Wat volgde was de redding van negentien gegijzelden en het doden van vier gijzelaars.

'Mac' diende 15 jaar in 22 SAS Regiment en werd onderscheiden met de Military Medal "voor moed in het gevecht".

Hoogtepunt in de tv-series over de Special Air Service is de zevendelige BBC-serie 'S.A.S. Survival Secrets'.

Hierin komen nagenoeg alle aspecten van het werk van de SAS aan de orde. Zo treedt in de serie een traditionele viermanspatrouille op met de roepnaam 'Charlie One Nine' (C19).

Eddie Stone

John McAleese

Het Brecon Beacons National Park in het zuiden van Wales heeft een oppervlakte van bijna 1.350 km².

Het heuvelachtige terrein, de ideale trainingslocatie voor de militairen (in opleiding) van de Special Air Service, bestaat voor het grootste deel uit lage begroeiing en rotsachtige rode zandsteen. De hoogste top in het ruige landschap is de Pen y Fan (886 meter).

Op 13 juli 2013 kwamen drie Army Reservists in de Brecon Beacons om het leven als gevolg van warmteletsel tijdens een training voor de SAS. De temperatuur bedroeg die dag 28 graden Celsius bij een luchtvochtigheid van 97%.

 

De Britse acteur Christopher Lee (1922), bekend van zijn rollen als Dracula en Frankenstein, deed auditie voor de befaamde film 'The Longest Day', maar werd afgewezen omdat hij niet militair genoeg zou zijn.

Diezelfde Lee bracht echter een groot deel van het laatste jaar in de Tweede Wereldoorlog door met Tito en zijn partizanen in Joegoslavië; daarnaast was hij als lid van de SAS in Noord-Afrika.

Dat schreef hij althans in 1977 in zijn autobiografie 'Tall, Dark and Gruesome'. Of diende Christopher Lee 'gewoon' als Cipher Officer bij No. 260 Squadron Royal Air Force?

Zie ook: Chinese parliament en Special Forces.

Terug naar Boven

 

SPECIALE OPERATIES

Speciale operaties zijn operaties, uitgevoerd door eenheden die in de regel kleiner zijn dan een peloton en bestaan uit speciaal daartoe opgeleid personeel, ingedeeld in daarvoor georganiseerde en uitgeruste eenheden,

in een gebied dat veelal niet onder controle is van eigen eenheden. Speciale operaties zijn van strategisch dan wel operationeel belang en worden daarom in beginsel vanuit het allerhoogste bevelsniveau (politiek/militair strategisch) geïnitieerd.

Bovenstaand is de definitie volgens MC 437/1 (NATO Special Operations Policy), de doctrinaire basis voor de Special Forces binnen de NAVO.

Binnen de NAVO worden de volgende Nederlandse eenheden – omdat zij in staat moeten zijn de in MC 437/1 genoemde taken volwaardig uit te voeren in het gehele spectrum van speciale operaties – beschouwd als Special Forces:

Korps Mariniers

Bijzondere Bijstands Eenheid Mariniers

Amfibisch Verkenningspeloton

Mountain Leader Verkenningspeloton

Korps Commandotroepen

103 Commandotroepencompagnie

104 Commandotroepencompagnie

105 Commandotroepencompagnie

108 Commandotroepencompagnie

Binnen speciale operaties worden de volgende taken onderscheiden:

SR

Special reconnaissance

Verkenningen om nauwkeurige inlichtingen van strategisch of operationeel belang te verkrijgen.

DA

Direct Action

 

MA

Military assistance

Verlenen van militaire assistentie aan eigen of geallieerde eenheden in het gehele geweldsspectrum.

CA

Collateral activities

Uitvoeren van taken als Combat Search And Rescue (CSAR), het verschaffen van Force Protection (zoals het beveiligen van VIP's), evacuaties en het uitvoeren van contra-terreur (CT) operaties in het buitenland.

Zie ook: Direct Action (DA).

Terug naar Boven

 

SPECIAL FORCES

Special Forces zijn geen ordinaire John Rambo's, maar gespecialiseerde militairen met de nodige karakter, wilskracht en zelfvertrouwen die zich in relatief kleine, exclusieve eenheden vanaf een hoog bevelsniveau laten inzetten voor opdrachten in het kader van speciale operaties, zoals:

anti-guerrilla

anti-terrorisme

bevrijden van krijgsgevangenen

ondersteunen van reguliere infanterie-eenheden

ontzetten van gegijzelde burgers en/of militairen

sabotage

verzamelen van inlichtingen ver achter de vijandelijke linies

waarnemings- en verkenningsopdrachten

Special Forces zijn in staat om specialistische werkzaamheden uit te voeren door gedegen opleiding en training, teamwork, covert optreden en hightech-uitrusting te combineren met snelheid.

Voorbeelden van Special Forces-eenheden zijn:

België

Special Forces Group

Denemarken

Jaegerkorpset

Duitsland

Kommando Spezialkräfte (KSK)

Frankrijk

Détachement ALAT des Opérations Spéciales

Groot-Brittannië

Special Air Service (SAS)

Israël

Sayeret Matkal

Italië

Brigata Paracadutisti ‘Folgore’

Nederland

Korps Commando Troepen (KCT)

Verenigde Staten

Green Berets

MAJOOR JOHN NORTON-GRIFFITHS (1871-1930)

 

Drie maanden nadat de Roemeense regering de oorlog had verklaard aan Duitsland en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, lanceerden de Duitsers een wanhoopsoffensief om de Roemeense olievelden in handen te houden.

De Duitsers werden voorheen bevoorraad door Roemenië, op één na de grootste Europese olieproducent en de enige bron van olie ten westen van de Zwarte Zee.

De Duitse aanval mislukte door de acties van de toenmalige majoor John Norton-Griffiths, een Special Forces-actie avant-la-lettre.

In november/december 1916 blies de Brit, in samenwerking met het verzet, boortorens, pijpleidingen en raffinaderijen in en rond Ploiești en Târgoviște.

Nagenoeg in z’n eentje was hij in staat om 70 raffinaderijen en 8.000 ton ruwe olie te saboteren en daarmee de Duitsers de toegang tot brandstof te ontzeggen.

De Duitsers ondervonden last van Norton-Griffths acties tot de lente van 1918, toen ze een deel van de olievelden weer in handen kregen.

De geheime missie van Norton-Griffith was absurd: de sabotage van de olievelden van Ploiești en Târgoviște vond in minder dan twee weken plaats in een gebied dat zich uitstrekte over 150 km, met slechte wegen en onder vijandelijk vuur.

Norton-Griffith ontsnapte uit Roemenië via Rusland en Scandinavië.

De Duitse generaal Erich Ludendorff moest later erkennen: “Wij moeten onze tekorten aan hem toeschrijven.”

Terug naar Boven

 

SPECIAL FORCES OPERATOR

Afgekort: SFO.

Andere benaming voor commando: lid van het Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

SPERVUUR

Sperrfeuer.
barrage (fire).
protective barrage.

Synoniemen: vuurgordijn; vuurwals.

Onophoudelijk intensief vuur dat wordt uitgebracht met artillerie en/of mortieren om een bepaald gebied te overvuren in plaats van specifieke doelen te bevuren. Het massaal uitbrengen van vuur dient om de aanval, inbraak of opmars van vijandelijke troepen te voorkomen of verstoren.

Spervuur uitbrengen kan zowel vlak voor de voorste lijn eigen troepen (VLET) - en dus op de voorste vijandelijke linie - als net achter de vijandelijke linies.

Bij defensief optreden ondersteunt en beschermt het spervuur de (manoeuvre-)eenheden; spervuur bij offensief optreden wordt verlegd naarmate de aanval vordert, waarbij eigen troepen feitelijk gedekt optrekken achter het artillerie- en/of mortiervuur. Dit vraagt nauwgezette coördinatie- en synchronisatiemaatregelen, zodat het vuur niet te kort of te diep valt met het risico op friendly fire.

Ook bij de infanterie kan op dezelfde manier met kleinkaliberwapens, inclusief machinegeweren, massaal vuur worden uitgebracht. Hierbij is het doel de vijand te dwingen in dekking te gaan, zodat beweging (aanval, inbraak of opmars) van eigen troepen in het vuurbereik van de vijand mogelijk is.

Terug naar Boven

 

SPERWER

Voluit: Unmanned Aerial Vehicle (UAV) Sperwer SAGEM.

Onbemand verkennings- en/of spionagevliegtuigje. De Sperwer wordt binnen de Koninklijke Landmacht ingezet voor het verkrijgen van gevechtsinformatie en doelopsporing. Het systeem stelt grondtroepen in staat over grote afstanden informatie te verzamelen, doelen op te sporen en te bestrijden. Feitelijk is de Sperwer als onbemand vliegtuigje in Nederland de opvolger van de Northrop KD2R-5 doelsleepvliegtuigjes die werden gebruikt om doelen (surface-to-air missiles) te slepen. De Sperwer kan tot ± 80 km vanaf het grondstation (Ground Control Station Group) zijn taak verrichten.

Behalve Nederland beschikken de krijgsmachten van Denemarken, Frankrijk, Griekenland en Zweden over de Sperwer.

Specificaties:

brandstof

mengsmering

doelkeuze

indien doel is gekozen, worden coördinaten via datalink doorgegeven, waarna binnen enkele seconden doel is vernietigd

gewicht

± 300 kg

kruissnelheid

180 km per uur

landing

m.b.v. parachute en airbags

lengte

3,6 meter

motor

2-cilinder, 2-takt, 65 pk

operationele vlieghoogte

300 tot 3.000 meter

positiebepaling

m.b.v. Global Positioning System

sensor

draaibaar opgehangen in gestabiliseerde (trillingsvrije) bol, genereert warmtegevoelige of zwart/wit beelden, zowel foto als video

spanwijdte

4 meter

vliegbereik

maximaal 90 km

vliegduur

4 à 5 uur

voortstuwing

duwpropeller

De Sperwer wordt weggeschoten met behulp van een lanceerrail op een lanceervoertuig. Via de pneumatische drukinstallatie van het lanceersysteem, een uitvergrote katapult, wordt de Sperwer met 9,5 bar in de lucht geschoten.

De Sperwer is ingedeeld bij 101 Remotedly Piloted Vehicle-batterij (101 RPV-batterij), gelegerd op de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in 't Harde. De eenheid is opgericht op 1 maart 1998 en op 1 januari 2002 operationeel gesteld.

101 RPV-batterij bestaat uit vier pelotons met elk een compleet systeem en in totaal 30 operationele Sperwers. Vier reservetoestellen zijn ondergebracht bij het Opleidingscentrum Vuursteun (OCVUST). Behalve uit een commandogroep is elk peloton opgebouwd uit:

Assembly & Transport Group

draagt zorg voor logistiek, onderhoud en vervoer van het systeem

Ground Control Station Group

controleert het vliegtechnische deel

Launcher Group

draagt zorg voor de lancering

Na bijna twaalf jaar actieve dienst is de Sperwer op 30 juni 2012 met pensioen gegaan. Op het Artillerie Schietkamp (ASK) lanceerde de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee, voor de laatste maal het slimme vliegtuig.

Terug naar Boven

 

S.P.I.E.-RIGGEN

Betekenis: Special Patrol Insertion/Extraction.

Synoniem: "Dope on a rope".

Inzetmogelijkheid waarbij het personeel aan een lijn onder de helikopter wordt getransporteerd. Het is ook mogelijk deze techniek te gebruiken bij calamiteiten in vredestijd, zoals overstromingen, om burgers te redden.

Evenals abseilen en fastropen is SPIE-riggen een alternatieve methode voor het uitstijgen van een helikopter.

Normaal gesproken wordt SPIE-riggen uitgevoerd op locaties waar helikopters niet kunnen landen, al dan niet uit oogpunt van veiligheid, zoals in een dichtbegroeide jungle. De mensen zekeren zich provisorisch, snel en tezelfdertijd aan een rope (lijn) die onder de helikopter hangt. De algemeen gangbare vlieghoogte voor SPIE-riggen is ± 60 meter.

De methode wordt met name toegepast door Special Forces indien een gehaast vertrek noodzakelijk is; vervolgens worden de militairen één voor één aan boord van de helikopter gehesen.

Zie ook: abseiling, fastroping en riggen.

Terug naar Boven

 

SPIONAGE

Spionage.
espionage.
espionnage.

Van het Latijn "spicari", waarin "spieken" kan worden herkend.

Synoniemen: (geheim) agent; inlichtingenofficier.

In het geheim, onder valse voorwendselen en/of in het verborgene uitvoeren van waarnemingen in en ontvreemden van informatie uit (het operatiegebied van) een buitenlandse mogendheid.

Omdat een andere mogendheid profiteert van de aldus verkregen economische, militaire, politieke, propagandistische of wetenschappelijke kennis, bedreigen dergelijke gemaskeerde activiteiten de nationale veiligheid.

Voorbeelden hiervan zijn:

► aanbieden of vragen van gunsten

► activiteiten in het kader van sabotage, subversie of terrorisme

► beïnvloeden van de politieke besluitvorming

► inwinnen van vertrouwelijke gegevens over het militair-industrieel complex, de krijgsmacht, militaire objecten en verrichtingen en militairen

  

Om onder andere de nationale veiligheid en de krijgsmacht te beschermen tegen spionage-activiteiten van derden, wordt contra-spionage uitgevoerd.

In de Koude Oorlog steeg het aantal spionagegevallen explosief.

Spionageabwehr.
counter-espionage.
contre-espionnage.

Daarbij speelden onder meer de atoomspionnen Klaus Fuchs en Ethel & Julius Rosenberg een prominente rol, maar - aan Amerikaanse zijde - ook Aldrich Hazen Ames, Christopher Boyce, Robert Philip Hanssen en Francis Gary Powers.

Op 1 mei 1960 werd US Air Force kapitein Francis Gary Powers in een U-2 spionagevliegtuig in het Sovjet-luchtruim boven Sverdlovsk neergehaald.

Powers vloog zogenaamd voor de NASA; in werkelijkheid fotografeerde hij in opdracht van de CIA militair-strategische installaties.

Hij kreeg 10 jaar gevangenisstraf en de betrekkingen tussen de VS en de USSR bereikten een dieptepunt.

Op 10 februari 1962 werd Powers op de Glienicker Brücke in Berlijn uitgeruild voor de Russische spion kolonel Rudolf Abel, die in de VS gevangen zat.

Het neerschieten van Powers' U-2 stimuleerde de ontwikkeling van UAV's

Tot het einde van de Koude Oorlog was de dreiging van spionage vooral afkomstig van inlichtingendiensten uit de Sovjet-Unie, het Warschau Pact en China. Sindsdien heeft het spioneren zo mogelijk een nog grotere vlucht genomen. Onder meer Human Intelligence (HumInt), spionagesatellieten en –vliegtuigen, Target Acquisition Radar (TAR), Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s), verkenningseenheden en Special Forces kunnen bij spionageactiviteiten een rol spelen.

Spionage wordt beschouwd als een krijgslist, niet als een oorlogsmisdrijf. Daarom kan een spion – Duits: Spion(in); Engels: spy; Frans: spion(ne) – zich beroepen op de status van krijgsgevangene.

In Nederland is spionage in het Wetboek van Strafrecht ('Misdrijven tegen de veiligheid van de staat', artikel 98) als delict strafbaar gesteld.

De bekendste Nederlandse spionnen zijn Mata Hari (WO I) en Christiaan Lindemans alias King Kong (WO II).

Zie ook: Christiaan Lindemans (King Kong), Human Intelligence (HumInt), Koude Oorlog, krijgsgevangene, Mata Hari en Vietnamoorlog.

Terug naar Boven

 

SPITSPATROUILLE

Vormarsch.
spearhead.
avant-garde.

Klassieke infanterietechniek waarbij een vooruitgeschoven eenheid over de as van een aanval een opmars te voet uitvoert. In de regel vindt dit plaats in verspreide formatie, bijvoorbeeld aan weerszijden van de weg.

De spitspatrouille is een voorbeeld van een gecombineerde verkennings- en gevechtspatrouille, die sprongsgewijs in de aanval gaat. Dit wordt onder andere van straat tot straat en van object tot object uitgevoerd tijdens optreden in verstedelijkte gebieden.

Van oudsher bestaat een spitspatrouille uit een tirailleurgroep, waarvan - naast de groepscommandant - geweerschutters en een mitrailleurploeg deel uitmaken.

De taak van de spitspatrouille is het lokaliseren van vijandelijke tegenstand tijdens de opmars. Als de opponent is gevonden (find), bindt (fix) de mitrailleurploeg met onderdrukkingsvuur de vijand en slaan (strike) de geweerschutters de vijandelijke tegenstand. Hierna is de opmarsroute vrijgemaakt.

Het uitschakelen van kleine weerstanden door een spitspatrouille is effectiever én minder tijdrovend dan wanneer een pelotons- of compagniesaanval zou worden ingezet. Bovendien voert de opponent vaak vertragingsacties met minimale inzet van troepen uit, waardoor de opponent met relatief weinig eigen troepen kan worden aangegrepen.

Zie ook: aanvallend gevecht, as en opmars (naderingsmars, advance to contact).

Terug naar Boven

 

SPOOR, SIMON HENDRIK

Luitenant-generaal Simon Hendrik Spoor (Amsterdam, 12 januari 1902) was tot zijn plotselinge dood op 25 mei 1949 in Batavia (nu: Jakarta) de commandant van de Nederlandse troepen in Nederlands-Indië.

Voor menig veteraan is generaal Spoor nog altijd een inspirerend en toegewijd troepenman.

De rol van generaal Spoor tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië, 1945-'49, was niet onomstreden. Met tegenzin volgde hij de politieke besluitvorming en probeerde die, ten gunste van het herstel van het koloniale gezag, naar zijn hand te zetten.

Als bevelhebber was generaal Spoor vanaf januari 1946 verantwoordelijk voor de uitvoering van het naoorlogse beleid van de Nederlandse regering in Nederlands-Indië, met als extremen de Politionele Acties.

Verleden

Op 20 mei 1949 lunchte de legercommandant in het restaurant van de Koninklijke Bataviaasche Jacht Club in Tanjung Priok, in het oostelijk deel van de haven van Batavia.

Koninklijke Bataviaasche Jacht Club in Tanjung Priok (Batavia).

Generaal Spoor lunchte met de hoofdaalmoezenier van Nederlands-Indië, luitenant-kolonel R.H.M. Verhoeven, en zijn persoonlijke adjudant, ritmeester Rob Smulders.

◄ In deel 12 van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' suggereerde dr. Loe de Jong dat Nederlandse militairen in Nederlands-Indië oorlogsmisdaden hadden begaan.

Onder andere om de opschudding die ontstond een weerwoord te bieden, publiceerde ritmeester Rob Smulders in 1988 zijn memoires: 'Een stem uit het veld. Herinneringen van de Ritmeester-Adjudant van Generaal S.H. Spoor' (De Bataafsche Leeuw, ISBN 9789067071901).

Smulders overleed in 2004.

Spoor en zijn tafelgenoten werden na de lunch ernstig ziek, de overige klanten van het restaurant niet. Daardoor werd een voedselvergiftiging uitgesloten.

Smulders raakte met vergiftigingsverschijnselen in coma en vertrok na enkele weken ziekenhuisverblijf naar Nederland. Hoofdaalmoezenier Verhoeven werd al na vier dagen gerepatrieerd.

Op 25 mei 1949 overleed generaal Spoor.

Hoewel het hem bekend was dat diens adjudant Smulders met vergiftigingsverschijnselen in het ziekenhuis lag, vond generaal-majoor dr. L.H. Simons, Hoofd Militair Geneeskundige Dienst, het niet nodig om sectie op het lichaam van generaal Spoor te verrichten.

Officieel is Spoors door het gevolg van een hartaanval, maar dit is altijd door geruchten omgeven gebleven.

Zijn naaste medewerkers waren ervan overtuigd dat generaal Spoor was vergiftigd; Ritmeester Smulders was ervan overtuigd dat de dood van Spoor te maken had met de zaak-Aernout en paste in een reeks van dubieuze sterfgevallen.

De zaak-Aernout

Veelgehoord is de hypothese dat de dood van generaal Spoor samenhangt met de affaire rond vaandrig Rob Aernout.

Aernout werkt als transportofficier in Bandung, maar doet in het diepste geheim ook inlichtingenwerk.

Op 28 februari 1948 wordt Aernout in Lembang van dichtbij geliquideerd door een Indonesische huurmoordenaar.

Het verhaal gaat dat Aernout moet sterven omdat hij omvangrijke misstanden binnen de top van het KNIL op het spoor is: corrupte Nederlandse officieren leveren onder andere 7.000 Lee Enfield-geweren met bijbehorende munitie aan de Indonesische nationalisten.

Het onderzoek naar zijn dood wordt eerst geleid door kapitein Raymond Westerling, later door generaal Spoor zelf.

Een van de oorlogsverhalen in 'Met de dood voor ogen' (2005) van Henk Hovinga handelt over de zaak-Aernout.

Heden

Mevrouw Mans Spoor-Dijkema, weduwe van generaal S.H. Spoor, heeft op 15 april 2009 alle onderscheidingstekenen van haar man aan Museum Bronbeek geschonken. Mevrouw Spoor-Dijkema heeft de eretekenen op Bronbeek persoonlijk overhandigd aan kolonel Cees Bolderman.

Tot de onderscheidingen behoort onder andere de Militaire Willems-Orde, die hij postuum ontving.

Verder werd hij onderscheiden met onder andere de Bronze Arrowhead Device, de Amerikaanse onderscheiding waar generaal Spoor, volgens zijn weduwe, het meest trots was.

Andere onderscheidingen van generaal Spoor waren:

► Commandeurskruis in de Orde van Oranje Nassau
► Ereteken Orde en Vrede met de jaargespen van 1945 t/m 1949
► Kruis voor Officieren voor langdurige dienst
► Medal of Freedom (Amerikaans)
► Mobilisatiekruis 1914-1918
► Oorlogsherinneringkruis Indië 1941-1943
► Ridder Nederlandse Leeuw

◄ Borstbeeld van de generaal S.H. Spoor, vlak na de ingang van de Legerplaats Ermelo (Generaal Spoorkazerne en Jan van Schaffelaerkazerne).

Het beeld van beeldhouwster Marian Gobius stond aanvankelijk bij de Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen.

Daar werd het op 21 april 1978 onthuld door Prins Bernhard.

Gedichtje van luitenant-generaal Simon H. Spoor, de legercommandant in Nederlands-Indië

Dit van oorsprong Engels gedichtje uit de 17e eeuw had Spoor in 1947 laten vertalen en liet dit door zijn kabinet verspreiden, onder andere op prentbriefkaarten.

Martien Talens ontwierp de tekening in opdracht van Spoor.

Bron: Uniformen en emblemen van de Koninklijke Landmacht vanaf 1912 (1985), Martien Talens.

Terug naar Boven

 

SPORK

Samentrekking van de Engelse woorden 'spoon' (lepel) en 'fork' (vork). Idealiter zit op het vorkdeel het snijvlak van een mes. Ingemilitaird gadget.

De spork, een combinatie van lepel, mes en vork, is ontworpen door de Zweedse designer Joachim Nordwall (“Think wild. Eat civilized”). Het kleinood weegt minder dan 10 gram, is gemaakt van hittebestendig materiaal, duurzaam, Teflonvriendelijk en vaatwasmachinebestendig.

Terug naar Boven

 

SPORTKLEDING

In 2012 is KPU begonnen met de uitgifte van de nieuwe sportkleding voor de Koninklijke Landmacht: sportshirts met korte en lange mouw, trainingspak, sportbroek, zwembroek, badpak en sokken. Conform de regel ‘fighters first’  - operationeel inzetbare militairen krijgen als eerste het nieuwe sportkledingpakket verstrekt – zullen medio 2013 alle militairen van de KL voorzien zijn.

Het nieuwe sporttenue vervangt een tenue dat in de jaren '80 is ingevoerd. Het tricot van de sportshirts ademt beter en is dry fit. De pasvorm van de gehele kledinglijn is verbeterd, met aparte modellen voor mannen en vrouwen. Zwembroek en badpak zijn naar de huidige, moderne maatstaven; de sokken zijn van coolmax-kwaliteit (vochtafdrijvend).

Terug naar Boven

 

SPRAY AND PRAY

Letterlijk: spreiden en bidden. Term om aan te geven dat zonder te richten cq. zonder gebruikmaking van richtmiddelen met een automatisch vuurwapen (zoals de MAG of de mitrailleur .50 inch Browning M2 HB) op de vijand wordt gevuurd, waarbij “spray” duidt op spreidingsvuur en “pray” op het bidden op een wonder dat iemand of iets zal worden geraakt. Het principe ’spray and pray’ kan worden toegepast als:

de precieze locatie van de vijand onbekend is

doelgericht vuur uitbrengen te moeilijk of onmogelijk is

een snelle reactie in het kader van onderdrukkingsvuur vereist is

Het doelloos uitbrengen van automatisch vuur, bijvoorbeeld bij onderdrukkingsvuur, zal zelden doel treffen en in het ergste geval onschuldige mensen doden (collateral damage).

De Amerikaanse troepen tijdens de Vietnam-oorlog hebben ongewild het ‘spray and pray’-principe uitgevonden. In 1968 hadden de eerste Amerikaanse militairen ter plaatse de eerste versie van de M16 assault rifle (5.56 mm) met alleen een semi-automatische functie. Bij beschietingen werd het eerste patroonmagazijn vaak in luttele seconden - letterlijk doelloos - verschoten.

Sowieso waren slechts weinigen in staat om in het heetst van de strijd effectief vuur uit te brengen op 200 à 300 meter afstand. Om munitieverspilling tegen te gaan werd de volgende serie M16’s uitgerust met ‘burst control’ waarmee achter elkaar hooguit driemaal enkelschots kon worden gevuurd. Hetzelfde principe is toegepast bij de opvolger van de M16, de Diemaco.

Niet te verwarren met shoot and scoot.

Terug naar Boven

 

SQUIRE GEVECHTSVELDCONTROLERADAR

Afgekort: Squire GVCR. Vertaling van "squire" is "schildknaap". Acroniem SQUIRE staat voor: Signaal Quiet Universal Intruder Recognition Equipment. In het Engels genoemd: Squire man-portable ground surveillance radar.

De Squire, geproduceerd door DRS Communications Company en Thales Nederland BV, is vanaf 2003 ingestroomd bij het Korps Mariniers en een jaar later bij de Koninklijke Landmacht. Bij de KL is de Squire ingedeeld bij de verkenningspelotons van pantser- en luchtmobiele infanterie, tankbataljons én de verkenningseenheden van het ISTAR-bataljon (103 en 104 grondgebonden verkenningseskadrons).

Het systeem, dat voor een goede werking een vrije ‘line of sight’ (zichtlijn) nodig heeft (géén objecten en teveel geaccidenteerd terrein), kan – inclusief batterijen, bekabeling en driepootstatief – in twee rugzakken met een gewicht van elk minder dan 25 kg worden meegenomen.

Squire gevechtsveldcontroleradar (© foto: Thales Nederland)

De Squire wordt gebruikt voor de volgende taken:

Waarneming van (bewegende) gronddoelen, ook bij verminderd zicht (mist)

Bewaking van objecten of sectoren gedurende langere tijd, met name door verkenningseenheden, bijvoorbeeld van potentiële doelen voor criminele en/of terroristische acties (gevechtsveldbewaking)

Correctie van afgegeven krom- en steilbaanvuur, met name artillerie (vuurleiding)

‘through the wall’ radar ter onderkenning van personeel in gebouwen, zoals slachtoffer bij gebouwbranden en sluipschutters bij optreden in verstedelijkt gebied

De signalen die de Squire GVCR uitzendt zijn, dankzij de zgn. Low Probabibility of Intercept, zeer stil en dus nauwelijks door de vijand te detecteerbaar. Dit is het gevolg van het FMCW-principe: Frequency Modulated Continuous Wave. FMCW zendt gedurende korte tijd zeer sterke pulsen uit en is daarom - in tegenstelling tot pulsradar - uitermate geschikt voor korteafstandsobservatie.

Het is met de FMCW-radar mogelijk zowel de afstand tot als de snelheid van een (bewegend) object waar te nemen.

Squire detecteert en signaleert de grotere,bewegende gronddoelen – helikopters, personeel en rups- en wielvoertuigen – tot op een af stand van 24 km. Daarbij is het wél noodzakelijk dat de objecten zich met een snelheid van minimaal 1,7 km per uur (± 45 cm per seconde) verplaatsen.

Het gehele systeem van de Squire in een proefopstelling (© foto: Alle Hens, Maandblad voor de Koninklijke Marine, augustus/september 2002)

Specificaties:

afmeting display afleeseenheid

26,5 cm

afmeting operating unit (h x b x d in mm)

285 x 335 x 111

afmeting radar unit (h x b x d in mm)

470 x 650 x 230

bereik

24 km

gewicht operating unit

6,0 kg

gewicht radar unit

17,8 kg

hoogte driepootstatief

1 meter 20

nauwkeurigheid (azimut)

± 5 mils

nauwkeurigheid (bereik op 3 km afstand)

2 meter 50

resolutie display afleeseenheid

640 x 480

stand antenne

-200 tot +400 mils

stralingsbereik antenne horizontaal

2,7 graden (± 50 mils)

stralinsgbereik antenne vertikaal

7,8 graden (± 140 mils)

temperatuuruitersten

-31° Celsius tot +49° Celsius

voeding

24 Volt DC (gelijkstroom)

Met de Squire hebben commandanten van verkennings- en (naast)hogere eenheden een bruikbaar middel om het initiatief op het gevechtsveld te behouden cq. over te nemen.

Terug naar Boven

 

S.R.A.A.N.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt om de individuele resultaten in schietoefeningen te bestendigen of verbeteren:

Schiethouding

De beste schiethouding is die waarbij de schutter zich prettig voelt bij de juiste knielende, liggende, staande of zittende houding.

Richtmiddelen

Alleen bij juist en volledig gebruik van de richtmiddelen, bestaat de kans op een treffer.

Ademhaling

Houd rekening met het in- en uitademen. Houd vlak vóór het afdrukken de ademhaling even vast.

Afdrukken

Voer de trekkerdruk langzaam op en druk gelijkmatig af, al dan niet met gebruikmaking van de verkorte trekkerweg.

Narichten

Richten volhouden nadat het schot is gelost.

Als tijdens het schieten met alle bovenstaande zaken rekening wordt gehouden, en het wapen niet naar links of rechts overhelt, zal bij een ingeschoten wapen een correct trefferbeeld ontstaan.

Zie ook: richtregel.

Terug naar Boven

 

S.R.W.S.

Afkorting staat voor: (Electro Optic Systems) Stabilised Remote Weapon Station. Door Nederland gehanteerde naam van het wapensysteem RAVEN R-400 van de Australische producent EOS, waarmee een aantal van de Bushmaster IMV’s op de missie in Uruzgan (Afganistan) als eerste werden uitgerust. Met het wapensysteem wordt de schutter niet langer blootgesteld aan vijandelijk vuur.

Nederland heeft in juni 2007 een contract afgesloten met EOS voor 17 stuks van het wapensysteem ter waarde van in totaal 5,8 miljoen Australische dollar (€ 3,4 miljoen). Het wapensysteem vervangt de mitrailleur MAG op ringaffuit.

Met het SRWS beschikt het voertuig over een 360° draaibare toren met .50 mitrailleur. Het systeem wordt onder pantser bediend door middel van een beeldscherm met paneel en joystick en is volledig gyroscopisch gestabiliseerd. Zodoende kan er rijdend mee worden gevuurd. Het enige dat buiten dient te gebeuren is het aanbrengen van de munitie; 500 patronen (12,7 mm) op band zijn vuurgereed.

Boven pantser bevindt zich een sensorunit die onder meer bestaat uit een camera, laserafstandsmeter (lager rangefinder), dagzichtapparatuur, warmtebeeld en sensoren die de stand (elevatie e.d.) van de Browning M2 .50 mitrailleur controleren; zowel overdag en ’s nachts als onder slechte weersomstandigheden is vuur uitbrengen mogelijk. Met de joystick is het wapen in alle richtingen te bewegen, de laserfunctie én het in- en uitzoomen van de camera te bedienen en de beslissing tot vuren.

Misschien wordt de Boxer PWV eveneens uitgerust met het wapensysteem.

De Verenigde Staten gebruiken honderden van dergelijke systemen op de gepantserde HUMVEE in Operation Iraqi Freedom, waar het systeem M101 CROWS (Common Remotely Operated Weapon Station) wordt genoemd.

Specificaties:

elevatiebereik

tussen +60º en -20º

hoogte

70 cm

horizontale bewegingssnelheid (azimut)

82º per seconde

richtprecisie

± 0,3 mils

stabiliteit onder vuur

2 mils

verticale bewegingssnelheid (elevatie)

60º per seconde

zijwaartse beweging

360º continu

Terug naar Boven

 

STAAKT-HET-VUREN

Duits: Feuereinstellung, Waffenruhe. Engels: cease-fire, armistice, truce. Frans: cessez-le-feu. Ook genaamd: bestand of wapenstilstand.

Een staakt-het-vuren is het tijdelijk en plaatselijk onderbreken van agressieve dan wel actieve vijandelijkheden (oorlogshandelingen) in een gewapend conflict met wederzijdse toestemming of tenminste instemming van één of meer conflicterende partijen.

In veel gevallen zal door een staakt-het-vuren een op vrede lijkende postconflictsituatie ontstaan. Vaak is het primaire doel van een staakt-het-vuren het bergen van gewonden, evacueren van burgers of naleven van een feestdag.

Een staakt-het-vuren kan de fase zijn vóór het doorvoeren van een formeel gewenste eindsituatie, zoals een vredesakkoord, -conferentie of -verdrag. Indien er geen vredestoestand volgt, bijvoorbeeld omdat één of meer partijen zich niet aan een staakt-het-vuren wensen te houden, worden de vijandelijkheden na verloop van tijd hervat.

Bord op de Inter-Entity Boundary Line (IEBL) dat het binnenrijden in de Republika Srpska (Servische Republiek) aankondigt in Bosnië-Herzegovina.

Ook kan een staakt-het-vuren door één van de partijen worden aangewend om te hergroeperen, recupereren of trainen, zodat de vijandelijkheden op een bepaald moment eenzijdig kunnen worden hervat in een verbeterde uitgangssituatie.

Soms komen de twee partijen een scheidslijn in het terrein overeen, waardoor de vijandelijkheden worden gesplitst.

Veelal wordt in de beginfase ná een staakt-het-vuren op een dergelijke demarcatielijn door (een troepenmacht of waarnemers van) een supranationale organisatie (EU, NAVO, OVSE, VN) toezicht gehouden, opdat de vijandelijkheden niet opnieuw beginnen.

De militairen dwingen dan de naleving van het staakt-het-vuren via een demarcatielijn af. Voorbeelden van demarcatielijnen zijn:

JAAR

WAAR

WAT

1953

tussen Noord-Korea en Zuid-Korea

Demarcatielijn

1963

tussen het Griekse en het Turkse deel van Cyprus

Green Line

1995

tussen de Moslim-Kroatische Federatie van Bosnië-Herzegovina en de Republika Srpska

Inter-Entity Boundary Line (IEBL)

In plaats van een demarcatielijn wordt soms gekozen voor een gedemilitariseerde bufferzone of Zone of Separation (ZOS).

Zie ook: stand-down.

Terug naar Boven

 

STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Afgekort: STAS.

Grondwettelijk (artikel 46, 2e lid) treedt een staatssecretaris op "in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen".

Tot 2010 was de staatssecretaris van Defensie (mede) verantwoordelijk voor zaken als:

► bedrijfsvoering, incl. geautomatiseerde informatievoorziening

► materieelvoorziening

► nationale bestuurlijke zaken

► personeelsbeleid

► ruimtelijke ordening, milieu- en vastgoedbeleid,

► samenwerking tussen de krijgsmachtdelen

► andere aangelegenheden waarvan de behartiging door de minister aan de staatssecretaris wordt toevertrouwd

Van 2007 tot 2010 was Jack de Vries de (voorlopig?) laatste staatsecretaris van Defensie, naast minister van Defensie Eimert van Middelkoop in het kabinet Balkenende IV.

De Vries was de opvolger van Cees van der Knaap, Henk van Hoof, Jan Gmelich Meijling, Ton Frinking, Berend-Jan van Voorst tot Voorst en vele anderen.

In het in 2010 geformeerde kabinet rond premier Mark Rutte bevond zich geen staatssecretaris van Defensie.

Zie ook: defensie en minister van Defensie.

Terug naar Boven

 

STABIELE ZIJLIGGING

Bij een bewusteloos slachtoffer kan een gedeeltelijke afsluiting van de ademweg ontstaan doordat de tong achter in de keel zakt. Als er géén andere mogelijkheid is om de ademweg vrij te houden én het slachtoffer haalt adem, wordt het slachtoffer na het (eerste en tweede) onderzoek op de gewonde zijde in de stabiele zijligging gelegd. In de stabiele zijligging is het slachtoffer ls het ware geïmmobiliseerd.

De specifieke zaken met betrekking tot de stabiele zijligging zijn:

•  Bij (spannings)pneumothorax: gezonde, niet-aangedane long boven leggen

•  Bij buikblast: in stabiele zijligging met opgetrokken knieën

•  Bij neiging tot braken: in stabiele zijligging ter voorkoming van braaksel in de longen

•  Gebroken arm boven leggen

•  Gebroken been onder leggen

Het in de stabiele zijligging leggen van het slachtoffer gebeurt alleen als het slachtoffer na het afwerken van het gehele onderzoek nog altijd buiten bewustzijn (bewusteloos) is en de hulpverlener:

Het slachtoffer moet achterlaten, bijvoorbeeld om een ander slachtoffer te helpen in het kader van triage

Van de commandant een andere opdracht krijgt

Ook als het slachtoffer mogelijk CWK-letsel (letsel aan de cervicale wervelkolom) heeft, moet het slachtoffer in de stabiele zijligging worden gelegd.

De uitvoering van het leggen van het slachtoffer in de stabiele zijligging staat beschreven in HB 2-1352 (Handboek KL-militair).

Terug naar Boven

 

STABILISERENDE ACTIVITEITEN

Ook genaamd: Stability Operations (Stab Ops); Stabilization, Security, Transition and Reconstruction (SSTR) operations; Peacekeeping and Stability Operations (PKSO). Zie onder andere U.S. Army Field Manual 3-07.

Containerbegrip. Stabiliserende activiteiten (stability activities) zijn, op het tactische niveau, één van de vier hoofdcategorieën militaire activiteiten naast offensieve, defensieve en voorwaardenscheppende activiteiten.

Hoofdgroepen van stabiliserende activiteiten zijn:

Nederlands

Engels

afdwingen en instandhouden van veilige omgeving

security and control

steun aan (her)vorming van lokale veiligheidsinstanties

support to security sector reform

basisherstel van infrastructuur en nutsvoorzieningen

initial restoration of services

waarneming van bestuurlijke taken

interim/initial governance tasks

Militairen voeren in nauwe samenwerking en afgestemd met andere actoren stabiliserende activiteiten uit: lokale, regionale en nationale autoriteiten, andere ministeries (Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking), Internationale Organisaties (IO’s) en Non-Gouvernementele Organisaties (NGO’s). Deze samenwerkingsverbanden zijn essentieel voor het welslagen van stabiliserende activiteiten.

Stabiliserende activiteiten beogen een situatie in stand te houden, te herstellen of te scheppen waarin de verantwoordelijke bestuurlijke en veiligheidsorganen goed kunnen (gaan) functioneren. Hierdoor wordt een veilige omgeving geschapen met essentiële overheidsdiensten, waarin humanitaire hulpverlening, infrastructurele wederopbouw en ontwikkeling mogelijk zijn.

Terug naar Boven

 

STAFADJUDANT

Adjudant die functioneert op het hoogste niveau van het onderofficierskorps. De stafadjudant behartigt en bewaakt de balangen van de onderofficier (domein en borging van kwaliteit), adviseert zijn commandant, geeft inhoud aan vorming en is bij uitstek hét gezicht van alle onderofficieren. De hiervoor geëigende competenties zijn: analyseren, beïnvloeden, communiceren, initiatief, integer, mensgericht, netwerken en organisatiegericht.

Stafadjudant is een functie, geen rang. Hieraan zijn aparte functieonderscheidingstekens en de salariëring van een startende officier toegekend. Met de invoering van de stafadjudant, in 2000, is verdere differentiatie mogelijk gemaakt binnen de hoogste onderofficiersrang.

De stafadjudant versterkt wederzijds:

►representatief voor onderofficierskorps;

►eenheidsgebonden naast de commandant van bataljons, brigades, opleidingscentra, ressorts, scholen of op het niveau van het krijgsmachtdeel (Landmachtadjudant naast de Commandant Landstrijdkrachten) of de gehele krijgsmacht (krijgsmachtadjudant naast de Commandant der Strijdkrachten).

In het kader van “onderofficieren leiden onderofficieren op” is de pelotonscommandant (PC) op de Koninklijke Militaire School eveneens een stafadjudant. In beperkte mate hebben stafadjudanten de mogelijkheid om uitloopofficier te worden.

Stafadjudant van een bataljon (BA) of als PC op KMS.
Stafadjudant van een brigade of opleidings- en trainingscentra.
Stafadjudant van een ressort of krijgsmacht(deel).
Stafadjudant van een Korps of Regiment.

Het functieonderscheidingsteken voor de stafadjudant - met uitzondering van dat van de Korps- en Regimentsadjudanten - bestaat uit een leeuw met het zwaard omgeven door een lauwerkrans:

Niveau

Beschrijving

Leeuw

Lauwerkrans

1

Stafadjudant van een bataljon (BA) of als PC op KMS.

Wit

Groen met rode laurierbessen en een witte strik

2

Stafadjudant van een brigade of opleidings- en trainingscentra.

Wit

Wit

3

Stafadjudant van een ressort of krijgsmacht(deel).

Goud

Goud

De stafadjudant is via het traject Management Development (MD) voor onderofficieren (sergeant-majoors en adjudanten) geselecteerd door de Detectie- en Adviescommissie Onderofficieren (DACO), waartoe vóór 1 december van het lopende jaar een selectie voor nieuwe kandidaten voor het daaropvolgende jaar start.

Kenmerken van het organisatieproces MD voor "excellerende"onderofficieren:

►“high potentials” zorgen voor continuïteit en kwaliteit van het middenkader van Defensie (doorstroom)

►gericht op het selecteren, begeleiden, overplaatsen en ontwikkelen van (toekomstig) middenkader

►middel om "excellerende" onderofficieren door uitzicht op beloning voor de organisatie te behouden

►ten dienste van zowel de eigen persoonsontwikkeling als de organisatieontwikkeling

Ter voorbereiding op het stafadjudantschap volgt de adjudant de Tertiaire Vorming aan de Koninklijke Militaire School.

De stafadjudant ondersteunt de commandant met betrekking tot alle relevante aspecten uit het domein van de onderofficier, in het bijzonder discipline, korpsgeest en personeelszorg, bewaakt het vakmanschap en het tactisch optreden (niveaus I en II, fysieke gesteldheid en (gevechts)schieten) en begeleidt en coacht jongere onderofficieren en officieren onder alle omstandigheden. Tot de ceremoniële taken behoort onder andere het dragen van de standaard of het vaandel bij beëdigingen e.d. Ook personeelszorg krijgt de aandacht van de stafadjudant tijdens borrels, reünies en vertrek/terugkeer van personeel dat op uitzending is geweest.

Evenals compagniessergeant-majoors en compagniesadjudanten zijn stafadjudanten gerechtigd tot het dragen van een stok (cane). Daarnaast zijn stafadjudanten bevoegd tot het dragen van het zilveren functieonderscheidingskoord.

Zie ook: adjudant en vorming.

Terug naar Boven

 

STAFKAART

Duits: Generalstabskarte. Engels: military map; ordnance survey map. Frans: carte d'état-major. De militair topografische stafkaart is een zeer gedetailleerde kaart die in opdracht van Defensie wordt vervaardigd door de Dienst Geografie Koninklijke Landmacht. In Nederland is de stafkaart gestandaardiseerd conform de voorgeschreven schaal 1 : 50.000. Hier is één centimeter op de kaart gelijk aan vijfhonderd (500) meter in het terrein.

Een gedeelte stafkaart, in dit geval van het eiland Westvoorne, provincie Zeeland

De stafkaart geeft belangrijke basale militaire informatie die nodig is voor de analyse van de hinderniswaarde van het terrein. Hierbij wordt onder meer gekeken naar bodemgesteldheid en terreinbegaanbaarheid, infrastructuur (bos, heide, moeras, oord, platteland), reliëf, vegetatie en waterlopen. Behalve topografische gegevens (legenda) is op de stafkaart een rasternet aangebracht volgens de Universal Transverse Mercator (UTM-)kaartprojectie.

Elk kaartvierkant op de stafkaart heeft een oppervlakte van één bij één kilometer. De stafkaart is voorzien van een coördinatenstelsel met horizontale en verticale coördinatenlijnen. Door het nummeringsysteem van de kilometerlijnen, horizontale x-as en verticale y-as, kan een doelcoördinaat of -positie met een afronding op tien (10) meter nauwkeurig worden bepaald en doorgegeven. Meerdere stafkaarten kunnen nauwkeurig tegen elkaar worden gelegd.

De stafkaart kan – al dan niet in combinatie met lucht- en satellietbeelden – worden gebruikt voor analyses van het terrein, gebieds-, object- en routeplanning en -verkenningen, plaatsbepalingen e.d. Eventueel kunnen op een met oleaatplastic geplastificeerde stafkaart andere gegevens worden aangebracht, met dien verstande dat rekening wordt gehouden met geheimhouding (bijvoorbeeld géén routes naar en locaties van een schuilbivak intekenen).

Terug naar Boven

 

STAFF SERGEANT BARRY SADLER

In 1966 scoort Staff Sergeant (sergeant-majoor) Barry Sadler (1940-1989) een Amerikaanse nummer-1-hit met ‘Ballad of the Green Berets (RCA Victor). Het nummer, uitgebracht op het moment dat anti-oorlogssentimenten in de VS opkomen, verheerlijkt de Green Berets van de Amerikaanse krijgsmacht.

Sadler dient in '66, 26 jaar jong, als lid van de U.S. Special Forces in de Vietnamoorlog.

Refrein

Silver wings upon their chest
These are men, America's best
One hundred men will test today
But only three win the Green Beret

In Vietnam komt Sadler in mei 1965 tijdens een patrouille met zijn eenheid ten zuidoosten van Pleiku in een hinderlaag terecht. Door een punji van de Viet Cong raakt hij zwaargewond aan zijn been, waardoor hij zijn militaire carrière noodgedwongen moet beëindigen. Daarna begeeft Sadler zich op het muzikale pad met 'Ballad of the Green Berets':

18 december 1965

Opname van 'Ballad of the Green Berets'.

11 januari 1966

Release van 'Ballad of the Green Berets'.

5 februari 1966

'Ballad of the Green Berets' komt binnen in de Billboard Hot 100.

De timing van de plaat is perfect. In de Verenigde Staten groeit de publieke weerstand tegen de Vietnamoorlog. Het nummer staat vijf weken achtereen op de eerste plaats van de hitlijst. Tot op heden zijn wereldwijd ruim 11 miljoen exemplaren van de single verkocht:

Download hier 'Ballad of the Green Berets'

Vanaf 1979 schrijft Barry Sadler ook de 22-delige romanserie 'Casca, the Eternal Mercenary', met in de hoofdrol Casca Rufio Longinus, soldaat in een Romeins legioen.

Na een tumultueus leven wordt Sadler op 8 september 1988 in zijn hoofd geschoten tijdens een taxirit na een avond stappen in Guatamala City. Hij raakte in coma en overlijdt veertien maanden later.

Staff sergeant Barry Sadler.

Barry Sadler's lofzang is door de jaren heen verworden tot het nummer van de U.S. Special Forces en wordt ook bij het Korps Commandotroepen geprezen.

Terug naar Boven

 

STAGING AREA

Afgekort: SA. Doorgangsgebied dat zich bevindt in door eigen troepen beheerst gebied, verder van het inzetgebied dan een afwachtingsgebied (Assembly Area). In de SA verblijven verplaatsende eenheden tijdelijk om:

te wachten op een vervolgopdracht en verdere verplaatsing

te recupereren na een inzet

zich voor te bereiden in afwachting van een bevel tot uitvoering of voortzetting van de opdracht

Elke operatie van 11 Air Manoeuvre Brigade (11 AMB) start vanuit een SA. De SA ligt zodanig ver van het gebied van de tegenstander verwijderd dat deze nauwelijks of géén invloed kan uitoefenen op het verblijf. Het uitvoeren van de SA is voor 11 AMB de belangrijkste achtergebiedsoperatie vanwege de noodzakelijke vrijheid van handelen bij de voorbereiding van een operatie.

De afstand van de SA tot aan Landing Zone (LZ) van de brigade in de Area of Operations (AO) is 150 km. De afstand is gebaseerd op de capaciteiten van de Apache AH-64D gevechtshelikopter.

In de SA is 11 AMB logistiek zéér zwaar uitgerust. De meeste logistieke elementen in de Brigade Staging Area zijn immers niet luchtmobiel inzetbaar. Als het gevecht niet kan worden ondersteund vanuit de SA, kan een grondgebonden dan wel luchtmobiele Forward (Arming and) Refuelling Point (FARP) of Forward Operating Base(FOB) worden ingericht.

Het inrichten, instandhouden en beveiligen van SA, FARP en FOB zijn van essentieel belang voor een achtergebiedsoperatie. Op deze locaties blijven tijdens de operatie vooral gevechtsverzorgingssteuneenheden (logistiek) achter.

Schematische weergave van de SA (Staging Area), met daarbij FARP (Forward (Arming and) Refuelling Point), FRP (idem, maar zonder herbewapening), FOB (Forward Operating Base), VLET (voorste lijn eigen troepen) en AO (Area of Operations)

In het hart van de SA bevinden zich zowel de Joint Command Post (JCP) – de geïntegreerde brigadestaf die de operaties voorbereidt en alle activiteiten binnen de SA coördineert – als de helikoptersquadrons. Daaromheen worden de gevechtverzorgingsssteuneenheden gegroepeerd, terwijl aan de rand van de SA de gevechts(steun)eenheden zijn ingedeeld.

Vanuit de SA is een ‘springplank’ naar de AO mogelijk via:

De Staging Area én hetconcentratiegebied kunnen samenvallen, maar kunnen evenzeer tot 600 km van elkaar verwijderd zijn.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade en afwachtingsgebied.

Terug naar Boven

 

STAND-DOWN

1

In tijd van oorlog: een korte periode van R & R om vermoeide militairen van het front in relatieve veiligheid, te laten recupereren. Bij uitbreiding: militairen van het front verplaatsen om te trainen dan wel voor redeployment.

Zie ook: recuperatie.

2

Opschorten of verlagen van een staat van gereedheid of staat van paraatheid (state of alert).

Zie ook: alert state.

3

Tijdelijke onderbreking van een offensieve militaire actie. Staakt-het-vuren; wapenstilstand.

Zie ook: staakt-het-vuren.

Terug naar Boven

 

STANDING OPERATION PROCEDURE

Afgekort: SOP. Nederlands: Vaste Order. Ook genaamd: Standard Operation Procedure. Bindende order die in de regel is toegesneden op een bepaalde eenheid en/of missie.

De basis van een SOP wordt gevormd door goed omlijnde en gestandaardiseerde procedures die in de loop der jaren zijn ontworpen, door voortschrijdend inzicht zijn aangepast en steeds weer onder gelijkluidende omstandigheden moeten worden toegepast.

Zowel in nationaal als internationaal verband moet de militair zich individueel én bij het optreden binnen de eigen eenheid houden aan de regels zoals die gelden in een SOP. Te allen tijde geldt dat een SOP van toepassing is, tenzij door de commandant uitdrukkelijk anders is bepaald. De SOP is bij elke eenheid aanwezig.

Een afgeleide van de SOP is de Standing of Standard Operating Instruction (SOI). Vaak maakt een SOI deel uit van de SOP en/of verwijst ernaar. De SOI geeft specifieke instructies voor een bepaalde missie of operatie.

Terug naar Boven

 

STANDRECHT

Militair of politioneel (kort) recht of snelrecht. Standrecht is meestal niet aan de formele rechtspleging gebonden, heeft zonder enige vorm van proces plaatsgevonden en is derhalve zelden tot nooit het gevolg van rechtspraak door (militaire) rechters. Voordeel is dat door de snellere afhandeling van de rechtsgang zowel militairen als burgers buitengewoon snel kunnen worden berecht, vaak door middel van een executie ter plekke. Nadeel is dat door het achterwege blijven van een procesgang onjuist recht kan worden gesproken.

Standrecht is alléén geldig als gevolg van buitengewone rechtstoestanden, zoals een staat van beleg (noodtoestand bij dreiging van oorlog) of een staat van oorlog, dus met inbegrip van het oorlogsrecht en de geldigheid van de Conventies van Genève. In Nederland geldt sinds 1996 hieromtrent de Oorlogswet voor Nederland (OWN). Als gevolg van buitengewone rechtstoestanden wordt de rechtsmacht uitgeoefend door het militair gezag, waardoor de regels van het gewone strafproces niet meer van toepassing worden verklaard. Standrecht is dan ook, indien uitgevoerd binnen het militair strafrecht én binnen de context van buitengewone rechtstoestanden, niet wederrechtelijk.

Uitvinder van het standrecht wordt vaak de Nederlandse kapitein Raymond Westerling genoemd, die in 1946/1947 met 120 à 130 militairen van het Korps Speciale Troepen (KST) de orde en rust herstelde op Zuid-Celebes. Het optreden van het KST, volgens de door Westerling bedachte contra-guerrilla, kostte ± 1.500 mensen het leven. De zuiveringen duurden van 10 december 1946 tot 21 februari 1947.

Een standrechtelijke executie die menigeen op het netvlies staat gegraveerd is die van een Viet Cong-strijder in 1968. De openbare terechtstelling vond plaats aan de vooravond van het Tet-offensief van de Viet Cong.

De Amerikaanse Associated Press-fotograaf Edward T. Adams (1933-2004) maakte op 1 februari 1968 in Saigon één van de meest dramatische beelden uit de Vietnamoorlog: de standrechtelijke executie van een gevangen burger door Nguyen Ngoc Loan, brigade-generaal van de Zuid-Vietnamese politie.

Adams, die verslag deed van de Vietnamoorlog van 1965 tot ’75, won met de beroemde foto een jaar later de Pulitzer Prize.

Terug naar Boven

 

STARTLIJN

Duits: Ablauflinie. Engels: line of departure (LOD); start line. Frans: ligne de départ. Een bij voorkeur aan de hand van markante kenmerken gemakkelijk in het terrein herkenbare lijn die:

  • min of meer loodrecht op de aanvalsrichting loopt;
  • vast in handen van eigen troepen is;
  • waar de afzonderlijke bewegingen in de manoeuvre en de vuursteun bij het begin van de aanval met elkaar worden gecoördineerd

De startlijn is een maatregel om redenen van coördinatie en synchronisatie. De aanvallende troepen moeten buiten vijandelijke waarneming de startlijn bereiken, waar de uiteindelijke gevechtsformatie kan worden ontplooid. Vanaf de startlijn kan en mag redelijkerwijs vijandcontact worden verwacht. De daadwerkelijke aanval begint met het overschrijden van de startlijn, gevolgd door een naderingsmars.

Kort voor en na het overschrijden van de startlijn kan de grondgebonden vuursteun beginnen met voorbereidende beschietingen en beginnen verkenningseenheden met het aftasten van de voorste vijandelijke verdedigingsopstellingen, beiden om te voorkomen dat de vijand invloed uitoefent op de verplaatsing naar de startlijn. Het tijdstip waarop de voorste aanvallende troepen de startlijn overschrijden wordt H-Hour (Uur-U) genoemd.

Aan de zijde eigen troepen van de startlijn ligt het uitgangsgebied. Hier treffen de aanvallende troepen hun laatste voorbereidingen voor de aanval, vindt voor de laatste maal bevoorrading plaats en wordt de meest actuele informatie verstrekt. Na het overschrijden van de startlijn maakt de logistiek in de regel geen deel meer uit van de gevechtsformatie. De logistieke eenheden volgen op een later tijdstip of worden ontplooid in een achtergebied dan wel achterwaarts gelegen locatie.

Aan de vijandzijde van de startlijn ligt het afwachtinggebied. Hier wacht de gevechtsformatie op het voortzetten van de opdracht.

Terug naar Boven

 

STATE-BUILDING

Strategie waarbij met behulp van externe krijgsmachten de capaciteiten van een staat – waarin de overheid en de rechtsstaat niet (meer) functioneren, al dan niet als gevolg van oorlogshandelingen – wordt versterkt. Op deze wijze draagt state-building bij aan een overgang van oorlog naar vrede en het democratiseringsproces van de op te bouwen staat.

De naamgeving staat voor een vorm van (deels) militair optreden die na de Koude Oorlog in gebruik raakte, in het bijzonder na de militaire interventies in Afghanistan (2001) en Irak (2003).

Na de Tweede Wereldoorlog vond grootschalige monetaire state-building plaats met het European Recovery Program, beter bekend als het Marshall Plan.

State-building wordt vaak in één adem genoemd met counter-insurgency (“Indeed, modern counterinsurgency at its heart is state-building.” in ‘The Oxford Handbook of War, Julian Lindley-French & Yves Boyer, 2012, p. 9), humanitaire hulpverlening en peace-enforcement (vredesafdwingende operatie).

De problematiek van ineffectieve staten komt het meest voor in staten in Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika en Afrika, en niet enkel in post-conflictgebieden.

Mogelijk kan state-building beter worden geformuleerd in de context van de comprehensive approach. Hierin komen maatregelen op het gebied van de ontwikkeling of wederopbouw van de staat in economische, juridische en politieke zin samen, waarbij ook de veiligheidsstructuren als politie en krijgsmacht behoren.

Het gevaar bestaat dat, traditioneel westerse landen, preëmptief (preventief) en proactief militaire interventies uitvoeren als een rechtvaardigingsgrond vooraf voor state-building als het conflict is beëindigd.

Zie ook: Comprehensive Approach, counter-insurgency en regime change.

Terug naar Boven

 

STATUS OF FORCES AGREEMENT

Afgekort: SOFA. Een SOFA beschrijft in algemene termen de juridische status (zeggenschap) van de individuele militair tijdens een verblijf in een ander land (host nation) en/of tijdens een missie (ernstinzet). Hierin kunnen onder meer de privileges, diplomatieke of andere immuniteiten, ongehinderde doorgang en formele status en de relatie tussen de militairen en de civiele autoriteiten in de host nation zijn vastgelegd.

Dit kan geregeld zijn via bijvoorbeeld een internationale organisatie als de NAVO of via de troepenleverende landen. De SOFA kan bi- of multilateraal geregeld zijn. Vaak is een SOFA een uitonderhandeld compromis.

Bij een SOFA is te doen gebruikelijk dat het recht van de host nation wordt gerespecteerd, maar dat de rechterlijke macht van de host nation niet bevoegd is te oordelen over vermeende schendingen van zowel het civiel- als strafrecht.

Terug naar Boven

 

STATUS QUO

Latijn: “De toestand waarin”. Diplomatiek, militair en politiek begrip. Het doorgaans bewust (opzettelijk, weloverwogen) in stand houden van de huidige situatie, toestand of stand van zaken – zoals machtsverhoudingen. Meestal is deze toestand onduidelijk of dubbelzinnig, in elk geval voor de partij die hieruit geen voordeel haalt.

Het nastreven van handhaving van de status quo, in de context van verzet tegen veranderingen, is een wezenskenmerk van conservatieve (rechtse) politiek.

De hieraan gerelateerde volkenrechtelijke term Status quo ante bellum (“De toestand vóór de oorlog”) wordt onder andere gebruikt in vredesverdragen. (Duits: in dem Zustand vor dem Krieg. Engels: the state existing before the war. Frans: comme les choses étaient avant la guerre).

De term verwijst naar het wederzijds eerbiedigen van de situatie zoals die vóór het uitbreken van de oorlog was, waarbij bijvoorbeeld geen van de partijen grondgebied of rechten wint/verliest, vooroorlogse leiders worden geherinstalleerd, vooroorlogse grenzen worden hersteld en vijandelijke troepen zich terugtrekken.

Terug naar Boven

 

STAY BEHIND FORCES

Letterlijk: achterblijvende strijdkrachten. Strategie tijdens de Koude Oorlog die was gebaseerd op een geheim netwerk van (para)militairen die in actie zouden komen bij een eventuele bezetting door de Sovjet-Unie.

Het doel van de stay behind forces – na de Tweede Wereldoorlog opgericht door NAVO en de Central Intelligence Agency (CIA), de buitenlandse inlichtingendienst van de Verenigde Staten – was het in diskrediet brengen van alle linkse politieke signatuur - communistische en socialistische. Het slapende netwerk, getraind in Groot-Brittannië en op Amerikaanse bases in Duitsland, was dus anticommunistisch en -socialistisch.

Evenals het verzet in de Tweede Wereldoorlog moesten de stay behind forces in geval van oorlog achter de vijandelijke linies een guerrillaoorlog voeren, inlichtingen verzamelen en sabotagedaden plegen. De stay behind forces zagen toe op de Amerikaanse invloed in Europa, die permanent in gevaar was vanwege de invloed van het Warschau Pact.

Boeken over de stay behind forces:

Netwerk Gladio

auteur

Hugo Gijsels

ISBN

9063033869

jaar van verschijnen

1991

pagina’s

174

uitgeverij

Kritak

 

Gladio. Die geheime Terrororganisation der NATO

auteur

Jens Mecklenburg

ISBN

9783885206125

jaar van verschijnen

1997

pagina’s

140

uitgeverij

Elefanten Press

 

NATO’s Secret Armies. Operation Gladio and Terrorism in Western Europe

auteur

Daniele Ganser

ISBN

9780714685007

jaar van verschijnen

2005

pagina’s

316

uitgeverij

Frank Cass

Zie ook: Gladio.

Terug naar Boven

 

STEAL A MARCH

Engelse spreekwoord: iemand een vlieg afvangen; iemand behendig een kans afkijken; voorkomen dat iemand enig genoegen of voordeel krijgt door zelf actie te ondernemen.

De militair gerelateerde term dateert uit de tijd dat legers nog alles te voet aflegden; het leger dat als eerste behendig een strategische locatie (heuveltop, rivieroever) inpikte, won in de regel de veldslag. Generaals werkten daarom het handelen van de vijand tegen om eigen voordeel te verkrijgen (“gain an advantage”) en marcheerden vervolgens zelf naar het einddoel.“Stealing a march on the enemy” behaalden eigen troepen het strategische voordeel.

Zie ook: teeth-to-tail-ratio en Une Armée Marche À Son Estomac.

Terug naar Boven

 

STEALTH

Letterlijk: heimelijk; onzichtbaar. Duits: Rückstreureduktion; Schwerortbarkeit; Signaturarmut. Frans: furtivité. Bijnaam van het F-117A Night Hawk ‘Stealth’-gevechtsvliegtuig. De eerste vlucht was in 1981, de laatste in 2008. De F-117A was het militaire antwoord op het dilemma tussen het vergoten van de overlevingskansen van een vliegtuig (anders dan door een geringe vlieghoogte en een hoge snelheid) en het vergroten van de trefzekerheid van zijn bommenlast.

Het toestel beleefde zijn operationele vuurdoop tijdens de Eerste Golfoorlog (Operation Desert Storm in 1991), waar het bijna 1.300 sorties boven Irak en Koeweit uitvoerde. Één van de opvolgers van de F-117A is de Joint Strike Fighter (JSF), die ook beschikt over de stealth-eigenschap.

In algemene zin is stealth:

Vermijden van ontdekking of opsporing door vijand, onbevoegden of derden door onopgemerkt in eigen of vijandelijk gebied te manoeuvreren. Hiermee hoort stealth thuis in het rijtje camouflage en geluids-, licht- en sporendiscipline.

 

Kenmerk van materieel om niet te kunnen worden gedetecteerd/waargenomen door akoestische, elektromagnetische, infrarode, optische en/of radarsystemen. Omdat stealth-materieel deze systeemgolven niet weerkaatst, kan het wapensysteem dat uit stealth-materieel is geconstrueerd niet worden opgespoord. Dit is van militair belang, omdat door de specifieke zelfbeschermingsmaatregel de eigen overlevingskans wordt vergroot en de vijand zal worden verrast.

Terug naar Boven

 

STELLING

Synoniem: positie. Duits: Stellung. Engels: position. Frans: position. Terrein en/of bij elkaar behorende verdedigingswerken die door een strijdmacht zijn ingenomen en geschikt om vanuit aan te vallen of te verdedigen.

In defensieve stellingen wordt de aanval van de vijand verwacht en afgewacht; flankstellingen worden ter linker- en/of rechterzijde van de verplaatsingsrichting van de vijand betrokken; in offensieve stellingen worden troepen geconcentreerd om van hieruit de vijand aan te vallen.

De Nederlandse stellingen in mei 1940:

1

Nieuwe Hollandse Waterlinie

2

Noordfront Vesting Holland

3

Stelling Kornwerderzand

4

Stelling Den Oever

5

Zuidfront Vesting Holland

6

Grebbelinie

7

Betuwestelling

8

Maas-Waalstelling

9

Peel-Raamstelling

10

IJssellinie

11

Stelling Maas-Waalkanaal

12

Maaslinie

13

Waal-Lingestelling

14

Kustverdediging

Terug naar Boven

 

STENGUN

Voluit: Sten Submachine Gun.

Lichte Britse pistoolmitrailleur (submachine gun) uit WO II die door de Royal Air Force in groten getale in containers aan parachute boven bezet gebied in Europa afgeworpen om het verzet te bewapenen.

Als gevolg hiervan werd de Stengun - of Sten MK II - onder meer op grote schaal door het Nederlandse verzet gebruikt; voor vele leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in het algemeen en Stoters in het bijzonder was de Stengun het persoonlijk wapen.

Loe de Jong schat dat in bezet gebied ten noorden van de grote rivieren in totaal 30 à 35.000 Stenguns zijn gedropt:

Bron: 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog', deel 10b, 1e helft, pagina 682.

Met ± 2,7 kg is het wapen licht te noemen; bovendien kan de Stengun gemakkelijk worden ge(de)monteerd en geladen.

De Stengun is vernoemd naar de ontwerpers majoor Reginald V. Shepherd en Harold Turpin en de fabriek voor handvuurwapens Royal Small Arms Factory (RSAF) in Enfield (Greater London).

Begin 1941 kwamen Shepherd en Turpin voor de dag met een versimpelde versie van de Lanchester, de replica die de Britten van de Duitse MP 28 (Schmeisser) hadden gemaakt. Het tweetal noemden dit wapen in eerste instantie de Machine Carbine N.O.T.40/1 en de eerste schietdemonstratie vond plaats op 10 januari 1941. Eind januari '41 werd besloten de N.O.T. 40/1 (Stengun) te gaan produceren in plaats van de Lanchester.

Aanvankelijk werd de productie ter hand genomen door de naaimachinefabriek Singer Manufacturing Company, waar de eerste wapens op 7 maart 1941 uit de fabriek kwamen. In WO II werden door meerdere fabrieken in totaal 4 miljoen Stenguns vervaardigd.

De Stengun werd voor het eerst gebruikt door Canadese troepen tijdens de desastreuze raid op Dieppe (operatie JUBILEE) op 19 augustus 1942.

Een Britse militair met Stengun zoekt dekking onder een jeep tijdens operatie EPSOM in juni 1944.

Met de Stengun kan zowel enkelschots als volautomatisch worden geschoten. Het is een ideaal kleinkaliberwapen voor het gebruik tijdens man-tot-mangevechten.

De werking met de vaste slagpin is gebaseerd op het 'bold and spring'-principe.

Het wapen staat erom bekend tijdens het vuren herhaaldelijk te kunnen weigeren als gevolg van storingen in de doorvoer van munitie van het patroonmagazijn naar de kamer. "Woolworth gun" en "Stench gun" zijn enkele bijnamen die hier het gevolg van zijn.

De Stengun behoorde, samen met het Lee Enfield-geweer en de PIAT-granaatwerper, tot de standaardbewapening van de Nationale Reserve bij de oprichting in 1948. Ook het Bewakingskorps Koninklijke Landmacht (BKL) had vanaf de oprichting in 1950 de Stengun in de bewapening.

Specificaties:

effectieve dracht

150 à 200 meter

gewicht, ongeladen

± 2,7 kg

kaliber

9 x 19 mm Parabellum

lengte

76,2 cm

lengte loop

19 cm

patroonmagazijn

24 cm, bevat 32 patronen

vuursnelheid

550 schoten per minuut

Aan het einde van WO II maakten de Duitsers een replica van de Stengun: de Maschinenpistole 3008 (MP 3008), met als bijnaam "Volksmaschinenpistole".

Ter herinnering aan de Stoters uit het Nederlandse verzet zijn de leden van de vaandelwacht van het Regiment Stoottroepen Prins Bernhard, met uitzondering van de commandant en de vaandeldrager (beiden: pistool met wit pistoolkoord), bewapend met de Stengun.

Andere pistoolmitrailleurs zijn de Amerikaanse Thompsonpistoolmitrailleur (Tommygun), Australische Owen Gun, Israëlische Uzi en Poolse Błyskawica.

Zie ook: kleinkaliberwapens, Nationale Reserve, raid, Regiment Stoottroepen Prins Bernhard en Uzi.

Terug naar Boven

 

STINGER

De Stinger is de door één man te bedienen draagbare anti-luchtdoelraket, die vanaf de grond wordt gelanceerd tegen (zeer) laagvliegende vliegtuigen en helikopters, die zowel het doel naderen als zich daarvan verwijderen. Producent van de Stinger is het Amerikaanse Raytheon. Sinds 1985 is de Stinger in gebruik binnen de Nederlandse krijgsmacht, als eerste bij de Koninklijke Luchtmacht.

De Stinger wordt voortgestuwd door een motor met vaste brandstof. Zijn effectiviteit als luchtverdedigingswapen komt door zijn passieve geleiding, die plaatsvindt met Infra Red- (IR) en Ultra Violet- (UV) straling. De golflengte van de straling is afgestemd op de hitte van de uitlaat van helikopters en vliegtuigen en de stralingswarmte van de uitlaat op het omringende metaal. Met zijn zeer hittegevoelige zoekkop vindt de Stingerraket het doel: warmteverschillen over een afstand van ± 10 km kunnen worden waargenomen.

Wanneer de Stingerraket zijn doel mist, vernietigt deze zichzelf.

Principes van de Stinger zijn:

Identification Friend or Foe (IFF)

Herkent of het naderende of zich verwijderende doel vriendschappelijk of vijandelijk is.

Fire and Forget

Na het afvuren kan de schutter geen invloed meer uitoefenen op de vluchtbaan van de raket.

Man Portable Air Defence (MANPAD)

Vanaf de schouder af te vuren.

De lanceerkoker van de Stinger is samen met het projectiel fabrieksmatig gesealed en wordt gebruiksklaar afgeleverd. Na het afvuren wordt de lanceerkoker weggegooid, terwijl andere delen - zoals de IFF - op een nieuwe lanceerkoker met projectiel worden gemonteerd.

De Stinger, gehanteerd door één militair.

De Stinger-lanceerinrichting die is geplaatst op een Fennek of een Mercedes-Benz wordt Stinger Wapen Platform (SWP) genoemd.

Het SWP is opgegaan in het project Future Ground Based Air Defence System (FGBADS).

Met de invoering van FGBADS is een geïntegreerd commandovoerings- en informatiesysteem ontstaan, waardoor voorwaarschuwing en IFF op basis van radarinformatie mogelijk zijn. De SWP zal de MANPAD-uitvoering van de Stinger vervangen.

De Stinger-pelotons van 11, 12 en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault zijn in 2000 samengevoegd in 11 Luchtverdedigingscompagnie ‘Samarinda' Regiment van Heutsz.

De Koninklijke Luchtmacht gebruikt de Stinger als zelfverdedigingswapen voor opstellingen van geleide wapens. De intussen opgeheven Groep Geleide Wapens (GGW), gelegerd in De Peel, gebruikte de Stinger in het concept Triple Air Defence (TRIAD) om HAWK- en Patriot-raketten te beschermen tegen laagvliegende gevechtsvliegtuigen.

In 1991 werden Stinger-teams samen met Hawk- en Patriot-eenheden in Diyarbakir (Turkije) gestationeerd ter bescherming tegen Iraakse luchtaanvallen.

diameter

7 cm

gevechtslading

± 400 gram (brisant met scherfwerking)

lengte

1 meter 52

projectielgewicht

10 kg

snelheid

> Mach 2 (supersonisch)

spanwijdte

14 cm

totaal lanceergewicht

16,1 kg

vliegbereik

± 6 km (horizontaal) en 3 km (verticaal)

voortstuwing

motor met vaste brandstof

Zie ook: 11 Luchtverdedigingscompagnie en WALS-radar.

Terug naar Boven

 

STOOTTROEPEN

Stoßtruppen; Sturmtruppen.
stormtroopers.
troupes de choc.

Synoniem: stormtroepen.

In WO I in gebruik geraakte, aanvankelijk experimentele, Duitse methode om vijandelijke loopgraven aan te vallen.

Vanaf medio 1916 was de stormaanval een beproefde Duitse tactiek om vuurkracht en beweging te integreren. Massale aanvallen werden vervangen door de inzet van stormtroepen die in de eerste fase van de aanval in open slagorde een onbeschermd niemandsland overstaken om de zwakke plekken in een vijandelijk loopgraafstelsel te bestormen. Dit vond plaats zonder ondersteuning van inleidende artilleriebeschietingen, waarna in man-tot-mangevechten werd geprobeerd zo diep mogelijk in vijandelijk gebied door te dringen.

Daarom vereiste de zgn. Kampf im Stoßtruppverfahren intensieve training en grote fysieke inzet van de militairen.

Ondanks de concentratie van voorwaartse beweging en vuurkracht werd er op weinig plaatsen een beslissende doorbraak mee geforceerd noch een ommekeer in WO I mee teweeggebracht.

De Duitsers noemden deze lichte infanterie voor niet-conventionele loopgraafoorlogvoering Stoßtruppen en belastte ze met bijzondere opdrachten. Daarnaast werden ze uitgerust met granaatlanceerders, handgranaten, lichte machinegeweren en vlammenwerpers.

In WO II duiden de Duitsers de Stoßtruppen aan als Sturmabteilungen of Sturmkommandos.

Nederland

Van 1917 tot 1924 mochten de militairen van de stormtroepen een mouwembleem dragen. Dit bestond uit een lis van grijs laken, aan de bovenkant voorzien van een knoop met een springende granaat ►

In 1917 werden in opdracht van de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht, generaal C.J. Snijders, ook in Nederland de stormtroepen geïntroduceerd.

Bij iedere infanteriecompagnie van de Landweer (reservisten) werd een stormsectie geformeerd. Naar Duits voorbeeld stonden de stormtroepen te boek als keurtroepen: speciale aanvalssecties om in de loopgraafoorlog succesvol terreinwinst te boeken en behouden.

Beschrijving van de Nederlandse stormtroepen:

► in klein verband zelfstandiger dan de reguliere infanterie kunnen optreden en evt. vooropgaan voor de rest van de compagnie

► wanneer bataljonsgewijs wordt opgetreden, vormen de stormsecties van de vier compagnieën samen de stormcompagnie

► uitgerust met de vlammenwerper voor het zuiveren van loopgraven

► uitgerust met de stormdolk (vervanger van de bajonet)

► uitgerust - als eerste in Nederland - met een stalen helm (helm model 1916)

► opgeleid in stormscholen vanwege de bedodigde grotere bekwaamheid in tactiek, eisen van speciale geoefendheid en omgang met een groter assortiment aan wapens

Omstreeks 1930 beoefent een leerling van de Centrale Stormschool Waalsdorp zich, bewapend met de Mannlicher M95, in het uitvoeren van bajonetstoten op stropoppen.

De M95 was vanaf 1895 tot en met WO II het standaardgeweer van de landmacht.

De Centrale Stormschool in Waalsdorp werd in 1918 in gebruik genomen, een jaar na de invoering van de stormtroepen in Nederland.

In organisatie en uitrusting waren ze een kopie van de Duitse stormtroepen, inclusief de oprichting van speciale stormscholen, zoals de Centrale Stormschool in Waalsdorp (Den Haag).

De slechtste fuseliers bestemme men tot vlammenwerpers. De introductie van stormtroepen in het Nederlandse leger tijdens WO I - Alfred Staarman, Armamentaria 38, Jaarboek Legermuseum (externe link).De slechtste fuseliers bestemme men tot vlammenwerpers. De introductie van stormtroepen in het Nederlandse leger tijdens WO I - Alfred Staarman, Armamentaria 38, Jaarboek Legermuseum (externe link).

Zie ook: bajonet, infanterie, lichte infanterie, loopgraaf, luchtlandingsstormoptreden (air assault), stormdolk en vlammenwerper.

Terug naar Boven

 

STOOTTROEPEN PRINS BERNHARD, REGIMENT

Dit is het jongste Nederlandse infanterieregiment, voortgekomen uit het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Officieel is het regiment op 21 september 1944 opgericht door Z.K.H. Prins Bernhard.

Op 18 maart 1945 werd het Regiment Stoottroepen officieel aan de slagorde van de Koninklijke Landmacht toegevoegd door H.M. Koningin Wilhelmina.

Prins Bernhard had als Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten de verzetsleider met de schuilnaam 'Peter Zuid' (Johannes Borghouts) opdracht gegeven militaire eenheden te formeren uit het voormalige verzet.

Borghouts was van juni tot september 1944 gewestelijk sabotagecommandant Commando-Zuid (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) van de Landelijke Knokploegen (LKP); tot december '44 was hij in het deels nog bezette deel van Nederland commandant van het strijdend gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Het strijdend gedeelte waren de Stoottroepen, die zich onderscheiden van de Bewakingstroepen. De Stoottroepen waren voornamelijk leden afkomstig uit de LKP en de Raad van Verzet (RVV).

Tussen LKP, RVV en Ordedienst (OD) vond overigens geregeld overleg plaats onder de codenamen Driehoek en Delta, geleid door kolonel Henri Koot. Koot nam het commando op zich nadat generaal b.d. Izaäk Reijnders en luitenant-kolonel V.E. Wilmar voor de eer hadden bedankt.

De beraadslagingen waren broodnodig omdat de onderlinge verschillen in het gewapend verzet groot waren.

Johannes Borghouts, alias 'Peter Zuid'

Begin oktober 1944 waren de eerste eenheden inzetgereed. Niet of nauwelijks opgeleid, met buitgemaakte of geleende wapens en slecht gekleed, vochten de Stoters van het eerste uur zij aan zij met de geallieerden ten zuiden van de grote rivieren. Het doel was mee te helpen bij de bevrijding van de rest van Nederland. Wat de Stoters aan opleiding, kleding en bewapening tekort kwamen, werd door idealisme en inzet goedgemaakt.

Samen met de geallieerden voerden de Brabantse (met Britten en Canadezen) en Limburgse (met Amerikanen) Stoters strijd tegen de laatste verzetshaarden van de Duitsers. Hierbij sneuvelden tussen september 1944 en de bevrijding ruim 1.000 van de 6.000 Stoters. Later trokken zij met de geallieerde legers Duitsland binnen.

Op 18 maart 1945 inspecteerde Koningin Wilhelmina in Tilburg een bataljon van de Stoottroepen; vervolgens paradeerden de Stoottroepen langs Wilhelmina. Na afloop van de parade sprak de koningin de historische woorden: "En dit regiment zal blijven voortbestaan."

Na de oorlog groeide het aantal Stoters tot ruim 8.000.

De eenheden werden (om)gevormd naar het model van de Light Infantry Battalions (LIB's), waarna vier bataljons Oorlogsvrijwilligers (OVW'ers) en vijf bataljons dienstplichtigen Stoters werden uitgezonden naar Nederlands-Indië.

In totaal ging het hier om negen bataljons die - deels tot 1951 - in de Oost actief bleven. Er sneuvelden 257 Stoters op Java en Sumatra.

In 1957 werd in Ermelo 41 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen opgericht, dat in '62 - samen met 42 Pantserinfanteriebataljon - werd uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Bij terugkeer in Nederland, op 26 november 1962, ontvingen de Stoottroepen de hoogste groepswaardering, het Bronzen Schild.

Na Nieuw-Guinea werd het 41 Infanteriebataljon in 1963 opgenomen in 11 Pantserinfanteriebrigade en uitgerust met de hiertoe benodigde pantservoertuigen. Daarmee veranderde de naam in 41 Pantserinfanteriebataljon.

Begin jaren '90 viel, in het kader van de herstructurering en verkleining van de krijgsmacht, het doek voor 41 Pantserinfanteriebataljon.

Juli 1947: infanteristen van het 1ste Regiment Stoottroepen van de T-brigade bedienen een zware mitrailleur in de omgeving van Semarang tijdens de Eerste Politionele Actie.

Op 21 maart 1967 sprak Prins Bernhard de historische woorden: "Ik ben er trots op u onder mijn commando te hebben gehad." Op 31 augustus 1982 hechtte H.M. Koningin Beatrix het Verzetsherdenkingskruis aan het vaandel van het regiment, ter onderscheiding van alle militairen die hebben behoord tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten in bezet gebied.

Sinds 1 januari 1994 worden de tradities van het Regiment Stoottroepen voortgezet door het gelijktijdige opgerichte 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Stoottroepen en 11 Mortiercompagnie Stoottroepen.

Met de reorganisatie van 11 Painfbrig naar 11 Lumblbrig verhuisde het regiment naar de Johan Willem Frisokazerne in Assen.

De luchtmobiele militair draagt de rode baret. Het baretembleem van de Stoters wordt gesierd met een hertengewei en een naar boven wijzend zwaard, duidend op respectievelijk edelheid en ridderlijkheid.

In ’95 werd het als derde opgerichte bataljon van 11 Luchtmobiele Brigade als Dutchbat-III uitgezonden naar Bosnië in het kader van de United Nations Protection Force (UNPROFOR).

In de enclave Srebrenica mochten ze helaas weinig meer doen dan getuige zijn van een raid van de Bosnische Serviërs die een oorlogsmisdaad zou betekenen.

Op 28 juni 2002 bevestigde Prins Bernhard op het bordes van Paleis Soestdijk een cravate aan het vaandel van het regiment, met daarop de tekst "Regiment Stoottroepen Prins Bernhard" (afgekort: RSPB) en de datum "29-6-2002". Het vaandel van het Regiment Stoottroepen toont verder de opschriften: Noord-Brabant en Limburg 1944-1945, West- en Midden Java 1946-1949 en Midden-Sumatra 1947-1949.

Als enige vaandelwacht binnen de Koninklijke Landmacht zijn de Stoottroepen uitgerust met het wapen van het Nederlandse verzet: de pistoolmitrailleur Stengun (met uitzondering van commandant en vaandeldrager).

De regimentskleur is ponceaurood; de mascotte van het regiment is Kees de Bok.

Sinds 1946 worden op de tweede zondag in oktober traditiegetrouw de gevallenen van het regiment herdacht in de rooms-katholieke Gedachteniskapel in Beneden-Leeuwen (gemeente West Maas en Waal), waar alle namen van omgekomen Stoters staan vermeld.

Ook is er een erebegraafplaats in Beneden-Leeuwen, het Ereveld Stoottroepen, in 1949 aangelegd voor gesneuvelde verzetsstrijders die in 1944 tijdens operatie Market Garden gezamenlijk met de geallieerden streden tegen de Duitse overheersing en voor de bevrijding van het land van Maas en Waal.

De inzet van deze Stoters heeft ertoe bijgedragen dat de Duitsers aan de overkant van de Waal werden gehouden.

13 Infbat Lumbl - later: 13 Infbat Lumbl Air Assault (AASLT) - is na 1995 nogmaals uitgezonden naar voormalig Joegoslavië, nu als 13 (NL) Gemechaniseerd bataljon SFOR-7 (1999-2000). Vervolgens is het bataljon tweemaal uitgezonden naar de Afghaanse hoofdstad Kabul in het kader van de missie International Security Assistance Force (ISAF-3 en -6).

Ook opereerde het bataljon als 13 (NL) Battlegroup in de Iraakse provincie Al Muthanna als deel van de door Groot-Brittannië geleide Multinational Division (South-East) van de Stabilisation Force Iraq (SFIR). Tot slot is 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel AASLT RSPB in 2007 uitgezonden naar de Afghaanse provincie Uruzgan in het kader van de missie ISAF Stage III.

Terug naar Boven

 

STOPLIJN

In het algemeen

Verdedigingslinie waarop de vijand met alle mogelijke middelen definitief gestopt dan wel teruggeworpen dient te worden.

In het bijzonder

Als gevolg van veranderde militaire strategieën werd bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de - primair belangrijke - inundatielinie met geschutopstellingen in forten en batterijen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ontbonden in een infanterielinie die werd gesteund door inundaties. De consequentie hiervan was het uitbreiden van de troepenopstellingen in de diepte, d.w.z. met een aantal achter elkaar gelegen verdedigingslijnen: voorpostenstrook, frontlijn, stoplijn en ruglijn. Het aantal en de oppervlakte van de inundatievelden werden langzaamaan geringer.

Ten behoeve van de Nederlandse verdediging op en rond de Grebbeberg werd voor de Tweede Wereldoorlog een Grebbelinie gecreëerd. Deze bestond uit 4 verschillende verdedigingsstroken, die de ruimtelijke en militaire structuur van het landschap bepaalden. Van het oosten naar het westen waren deze statische verdedigingsstroken:

Voorpostenstrook

Groepen militairen die vanuit zelfgebouwde loopgraven en eenvoudige schuilplaatsen vanuit de eerste gevechtslijn tegenstand boden.

Frontlijn

Zwaar bezette kazematten, loopgraven en wapenopstellingen met de meeste ondersteunende wapens. De militairen mochten hier absoluut geen terreingedeelte prijsgeven.

Hoofdweerstandstrook

Gebied tussen frontlijn en stoplijn. De vijand moest binnen of vóór deze strook worden gehouden, liefst door middel van artillerie. Daartoe diende de strook tenminste 250 tot 500 meter breed te zijn.

Stoplijn

Zwak bezette afgrendelingstelling. Moest een eventuele doorbraak tot staan brengen en een doorgebroken eenheid terugwerpen uit de hoofdweerstandstrook. De militairen moesten hier te allen tijde standhouden.

Ruglijn

Opvangstelling. De militairen vormden hier het achterste gelid van de verdediging.

Tijdens de mobilisatie in 1939/’40 werd de Grebbelinie, evenals de Betuwelinie, geherwaardeerd als hoofdverdediging (hoofdweerstandstrook) van Nederland. Over een breed front was de Grebbelinie gevechtsgereed. De strategische keuze voor de Grebbelinie – gericht op het weren of vertragen van het westen van Nederland tegen aanvallen uit het oosten – was gevallen op verdedigen in de diepte. In de diepte waren de verdedigingslijnen achter elkaar gelegd: voorpostenlinie, frontlijn, stoplijn en ruglijn (artillerie op 3 km daarachter). De linies bestond uit bunkers en kazematten, forten, hoornwerken, inundatievelden, loopgraven, sluizen en stuwen, tankgreppels en –versperringen.

In de Grebbelinie betrokken het 2de en 4de Legerkorps van het Veldleger de stellingen; het 2de werd gecommandeerd door generaal-majoor Jacob Harberts, het 4de door generaal-majoor Adrianus van den Bent.

Wanneer de frontlijn – net achter het riviertje Grift, vóór de Grebbeberg – zou worden doorbroken, kwam de stoplijn op de berg zelf in beeld. Vanaf de stoplijn zou een laatste tegenoffensief tegen de Duitsers moeten worden ingezet. De stoplijn was echter niet meer dan een loopgraaf van in totaal ± 4 km met enkele commandoposten en schuilnissen. Zonder mijnenvelden en prikkeldraadversperringen, laat staan voorzien van behoorlijke schootsvelden. Dwars over de voet en de hellingen van de Grebbeberg lag het belangrijkste deel van de stoplijn.

Op 10 mei 1940 doorbraken de Duitsers de IJssellinie en rukten op naar de Grebbelinie. Op de stoplijn viel de Duitse opmars even stil door hevig Nederlands mitrailleur- en geweervuur. Twee dagen later mislukte een Nederlandse tegenaanval (tegenstoot) op de Duitse stellingen, waarna  SS’ers er uiteindelijk in slaagden door de Nederlandse frontlijn te breken. Op 13 mei werd pijnlijk duidelijk dat behoud van de Grebbelinie onmogelijk was: de Nederlanders vochten tegen een overmacht aan artillerievuur en bommenwerpers. ’s Nachts werd de stoplijn stil verlaten. Het Veldleger trok zich terug op de stellingen van het oostfront van de Vesting Holland en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Terug naar Boven

 

STOP - STOP - STOP

Engels: Check firing! Om veiligheidsreden, of om welke andere dwingende reden dan ook, kan het op de schietbaan of tijdens het gevecht noodzakelijk zijn dat het vuren onmiddellijk wordt gestaakt.

Het commando "stop-stop-stop" mag in dit geval door iedereen die een gevaar onderkent worden gegeven. Het commando "stop-stop-stop" mag echter alleen door de (baan)commandant worden opgeheven.

De individuele schutter handelt na het commando "stop-stop-stop" als volgt:

W

Wijsvinger gestrekt langs de trekkerbeugel/beugelkrop van het wapen

W

Wapen uit de schouder nemen

W

Waarnemen in de richting van het doel/voorterrein

W

Wachten op nadere bevelen

Afhankelijk van de situatie kunnen de wapens worden ontladen en neergelegd.

Terug naar Boven

 

STOREND VUUR

Ook genaamd: storingsvuur. Duits: Stör(ungs)feuer. Engels: harassing fire. Frans: tir de harcèlement. Storingsvuur betekent een met lage frequentie (niet intensief) en dichtheid (wisselend in tempo) – maar onophoudelijk – door artillerie of mortieren over bepaalde sectoren van de vijandelijke linies uitgebracht strooivuur, bijvoorbeeld op duidelijk omschreven doelen in het achterland (rear echelons).

Het doel van storend vuur is:

  • de vijand te hinderen of in verwarring te brengen
  • het dekken van een eigen opmars of terugtocht
  • onder dreiging van mogelijke verliezen het moreel van de vijand ondermijnen
  • te verhinderen dat de vijand een bepaald gebied gebruikt

Storend vuur is dus niet primair bedoeld voor het uitschakelen van doelen. Wat dichtheid en frequentie betreft, is storend vuur het tegenovergestelde van stormvuur. Hierbij wordt systematisch, met hoge dichtheid en frequentie, een verleggend vuur over een sector gelegd.

Ook scherpschutters, sluipschutters (snipers) en schutters-lange-afstand zijn in staat om storend vuur af te geven; dit is vaak zichtbaar doordat elke zoveelste patroon lichtspoormunitie is. Geselecteerde doelen worden onder vuur genomen om de bevelvoering en verbindingen te verstoren, zoals commandanten, sluipschutters en verbindingscentra.

Zie ook: stormvuur en vuur.

Terug naar Boven

 

STORINGSVOORRAAD

Afgekort: SVR. Engels: operational stock. Back-up (equivalent verstrekking) in het geval de bevoorrading stokt.

Juist om reden van gevoeligheid van de logistieke keten is het belangrijk om een goede storingsvoorraad te hebben. Als er, bijvoorbeeld, als gevolg van een aanslag op een transportkonvooi niet organiek kan worden bevoorraad, zal de eenheid moeten kunnen terugvallen op een buffervoorraad.

Een operationele eenheid heeft tenminste klasse I, III en V als storingsvoorraad. De storingsvoorraad is dus de extra voorraad artikelen die geschikt is om een hoger verbruik dan het voorziene dan wel een overschrijding van de verwachte bestel- en/of levertijd te kunnen opvangen, zonder dat de minimumvoorraad wordt aangetast.

Terug naar Boven

 

STORMAANVAL

Ook genaamd: stormloop. Duits: Sturm(angriff). Engels: assault. Frans: assaut. Korte, heftige en zorgvuldig georganiseerde aanval tegen een doel van geringe grootte, waarbij de vijand desnoods in man-tot-mangevechten wordt aangegrepen.

Voorbeelden zijn de locatie van een artilleriestuk, afvuurlocatie van een RPG of een mitrailleursnest.

Een stormaanval dwingt de vijand in de verdediging.

Zie ook: luchtlandingsstormaanval (air assault).

Terug naar Boven

 

STORMDOLK

Duits: Sturm Dolch. Engels: storm dagger.

Stormdolk.

De stormdolk is in de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog (1917/’18) geproduceerd door het Nederlandse munitie- en wapenstaatsbedrijf Artillerie Inrichtingen (AI) te Hembrug (Zaandam) naar een ontwerp uit 1916. Het aantal stormdolken dat is gefabriceerd is vermoedelijk ± 40.000 stuks.

In eerste instantie was het blanke wapen met twee snijdende zijden bedoeld voor het Korps Mariniers, maar al gauw kregen in plaats daarvan de stormtroepen van de landmacht het mes.

De selectie en training van de stormtroepen aan de stormscholen in Amersfoort en Waakdorp werd hoogst persoonlijk ter hand genomen door generaal C.J. Snijders, opperbevelhebber van Land- en Zeemacht tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Hoewel de Nederlandse krijgsmacht zich gedurende deze oorlog zo neutraal mogelijk hield, werden – naar Duits voorbeeld – op de stormschool wél speciale aanvalssecties opgeleid die – bewapend met onder andere stormdolken en vlammenwerpers – een doorbraak in een vijandelijke loopgraaf moesten forceren. Het gebruik van de stormdolk was nieuw: voorheen werden korte steekwapens en messen niet in de Nederlandse krijgsmacht gebruikt.

De eerste stormtroepen werden overigens geformeerd binnen de fuseliers.

Generaal C.J. Snijders.

Mouwembleem van het Korps Commandotroepen

De stormtroepen, die zo mogelijk voorafgaand aan de infanterie het man-tot-mangevecht moest aangaan, werden in 1924 opgeheven. Bij deze frontlijntroepen kregen de militairen die géén geweer of karabijn als persoonlijk wapen hadden een stormdolk, die overigens ook prima bleek te functioneren als werpmes. Na het opheffen van de stormtroepen werden stormdolken uitgereikt aan mitrailleurkoppels, aan officieren (in plaats van de sabel) of de stormdolken werden in depot opgelegd.

Tijdens de mobilisatie van 1939/’40 werden de stormdolken opnieuw uitgereikt. Officieel was de stormdolk tot 1942 in de Nederlandse bewapening. Het is denkbaar dat de Nederlandse stormdolk model heeft gestaan voor de in 1941 in
Engeland ontwikkelde commandodolk: Fairburn & Sykes commando knife.

Het heft van de stormdolk is gemaakt van Europees walnotenhout, het lemmet van gewezen spoorrails. Het lemmet meet 20,6 cm, het gehele mes 34,3 cm.

Twee gekruiste stormdolken komen voor in de versierselen van het Mobilisatie-Oorlogskruis. Binnen de huidige Koninklijke Landmacht komt de stormdolk voor op de (baret)emblemen van het Korps Commandotroepen en 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Stoottroepen Prins Bernhard.

(Bronnen: luitenant-kolonel der artillerie b.d. ir. C. M. J. A. F. Nicolas, SAM Wapenmagazine, nummers 29 en 131, en Armamentaria, nummer 14 (1979, artikel ‘De Nederlandse stormdolk’ door C.H. Evers, pagina 15-29)

Logo van de Stoottroepen

Terug naar Boven

 

STORMLANDING

Duits: Sturmlandung. Engels: tactical air landing operation (TALO). Frans: atterrissage d'assaut. In ijltempo met een helikopter of vliegtuig landen op een airstrip of luchthaven, waarbij de daarin vervoerde militairen zo snel mogelijk uitstijgen en in dekking gaan. Bij een vliegtuig gebeurt dat idealiter via de ramp (laadklep) tijdens het taxiën, bij een helikopter tijdens het hoveren.

De methode is bedoeld om zonder tijdverspilling en om veiligheidsredenen (luchtafweergeschut, sluipschutters) personeel te kunnen afzetten, bijvoorbeeld om:

de airstrip of luchthaven te beveiligen

 een luchtlandinghoofd te vermeesteren, waardoor een follow-on force onmiddellijk vanuit beveiligd gebied kan opereren en het luchtlandingshoofd kan uitgroeien tot een forward operating base(FOB)

landgenoten te evacueren (Non-combattant Evacuation Operation)

Helikopter of vliegtuig stijgen na de stormlanding zo snel mogelijk op. In de regel wordt een stormlanding door Special Forces, Special Operation Forces of andere lichte infanterie (als initial entry force) uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

STORMOVERGANG

Duits: Landeübersetzen. Engels: assault crossing. Frans: croisement d'assaut. Fase waarin door middel van gevechtshandelingen een voorwaartse overgang of oversteek van een rivier dan wel landing op een rivieroever, dient te worden geforceerd op het aanvalsdoel aan vijandzijde van de rivier. Hiertoe moet allereerst met behulp van vuursteun het gerichte vuur van de vijand onmogelijk worden gemaakt.

De overgang of oversteek kan, afhankelijk van de tactische situatie, doorwadend, met een (amfibisch) voertuig, (rubber)boot, ponton of zwemmend worden uitgevoerd, de landing geparachuteerd vanuit de lucht.

Een stormovergang is een complexe operatie die veel synchronisatie vereist.

Is het tegenovergestelde van stille rivierovergang (infiltratie).

Terug naar Boven

 

STORMVUUR

Ten behoeve van de verdediging afgeven van ononderbroken vuur om de vijand het binnendringen in een bepaalde strook dan wel nabije nadering te ontzeggen. Stormvuur wordt altijd afgegeven als maaivuur.

Het doel van stormvuur is het tot staan brengen van een vijandelijke infanterieaanval. Het vuur noodzaakt de vijand tenminste in dekking te gaan. Stormvuur geldt als de laatste en belangrijkste barricade tegen een op stormafstand genaderde aanvallende vijand.

Stormvuur kan óók worden afgegeven tijdens het in snel tempo voorwaarts gaan in de richting van de vijand of een vijandelijke versterking (stormaanval of bestorming), door artillerie (barrage) of door luchtafweergeschut, waarbij een nadering van de vijand dan wel luchtstrijdkrachten wordt ontzegd dan wel de vijand wordt verhinderd om optimaal gebruik van de aanvalscapaciteit te maken.

Voorwaarden voor het afgeven van stormvuur:

  • kortdurend
  • op een klein gebied (front, strook)
  • zo intensief mogelijk (zowel vuurdichtheid als vuursnelheid)
  • zo snel mogelijk

Zie ook: barrage en maaivuur.

Terug naar Boven

 

STRAATNAAM

Synoniemen: naamlint; (regiments- of korps)schouderembleem.

Embleem met de naam van de eenheid (regiment of korps) waar de drager is ingedeeld; het wordt gedragen op de bovenzijde van de mouw, vlak voor de overgang naar de schouder.

Om de herkenbaarheid van de ontplooide eenheden van de Koninklijke Landmacht te vergroten werd tijdens de missie in Afghanistan (Uruzgan) het dragen van de namen van de regimenten op het gevechtstenue door de eenheden zelf spontaan heringevoerd.

De toenmalige Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, formaliseerde de schouderemblemen; vervolgens stelde de Traditiecommissie KL een lijst op van regimenten en korpsen die gerechtigd zijn een schouderembleem te voeren.

Tenslotte werden de regels voor het dragen van het embleem besproken binnen het Regiment- en Korpsadjudanten (RAKA-)overleg, maar de uitvoering en draagwijze staan (nog) niet formeel omschreven.

Vroeger was de straatnaam in de regel nègre bruin (donkerbruin).

De Commandant Landstrijdkrachten (C-LAS) heeft alle regimenten en korpsen toestemming gegeven voor het dragen van de straatnaam (draagrecht). Daarmee is een oud gebruik in ere hersteld. Het is de bedoeling dat elk regiment of korps zijn eigen schouderembleem krijgt.

De straatnaam wordt genaaid op de basisjas GVT of de smockjas.

Voor de basisjas GVT geldt dat de straatnaam tussen de epaulet met het rangonderscheidingsteken (aan de bovenzijde) en het pennenzakje (aan de onderzijde) op de linkermouw wordt bevestigd.

De afstand van de schoudernaad tot de bovenzijde van de straatnaam is 3 cm, waarbij het midden van de straatnaam gelijk is aan het midden van de Nederlandse vlag.


Vanwege het destijds invoeren van de borstzakemblemen en -hangers verviel de noodzaak tot het dragen van de straatnaam. Alleen bij de Koninklijke Marechaussee, het Korps Mariniers en het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene bleef de straatnaam in gebruik.

De Regiments- en Korpscommandanten bepalen voor hun regiments- of korpsleden zelf of de straatnaam dient te worden gedragen; ook bekostigen de regimenten en korpsen zelf de aanmaak van de schouderemblemen.

Het dragen van een straatnaam op het tenue raakte in onbruik door de invoering van borstzakemblemen en -hangers. Zo ook het schouderembleem van de Speciale Troepen.

Zie ook: regiment.

Terug naar Boven

 

STRATEGIE

Strategie en tactiek zijn elementaire parameters die op alle niveaus, van groep tot legerkorps, een wisselwerking hebben. Strategie is te allen tijde superieur aan tactiek, reden waarom strategie ook wel hogere krijgskunde wordt genoemd. In principe is strategie voorbehouden aan de generaalsrangen.

Strikt gezien betekent strategie: het plannen van tijd, plaats, omvang en aan de vijand op te leggen gevechtsvoorwaarden van een militaire operatie, door het selecteren van het algemene militaire objectief (doel) én het oplossen van alle problemen bij zowel de feitelijke gevechtsvoering als de logistiek die is verbonden aan de grootschalige manoeuvre van troepen en middelen naar de offensieve of defensieve gevechtsposities.

Als een beslissing niet via diplomatieke of politieke weg wordt genomen, kan worden overwogen een beslissing tactisch (gevecht) te nemen.

Een zeer interessante bijdrage aan de definitie van strategie is de op 10 maart 2016 uitgesproken afscheidsrede van prof. dr. Herman Amersfoort van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA): Nederland, de weg kwijt. Over de teloorgang van de militaire strategie en de noodzaak van geschiedenis.

Met dit afscheidscollege legde hij zijn ambt als hoogleraar Militaire Geschiedenis en Strategie aan de Faculteit Militaire Wetenschappen van de NLDA neer, waaraan hij van 2006 tot 2016 verbonden was.

De volledige en geannoteerde versie van zijn afscheidsrede is te vinden op de website van Militaire Spectator

Een algemeen militair objectief wordt gedefinieerd als een strategisch doel: een doel dat voor de vijand een belangrijke militair-industriële waarde heeft en bij uitschakeling diens vermogen om oorlog te kunnen voeren ondermijnt. Daartoe behoren, naast industriële complexen, vooral wapen-, elektronische en chemische industrieën, verkeersknooppunten, bestuurscentra en immobiele militaire objecten (vliegvelden, kazernes, mobilisatiecomplexen).

Een strategisch wapen is niet gericht tegen specifieke vijandelijke eenheden maar ondermijnt het algemene vermogen (infrastructuur) van de vijand om oorlog te kunnen voeren. Tot die infrastructuur behoren industriële, bestuurs-, vervoers- en bevolkingscentra.

Twee van de belangrijkste strategen uit de moderne krijgsgeschiedenis zijn de Pruisische generaal Carl von Clausewitz en de Franse generaal Henri Jomini.

Clausewitz definieerde strategie als volgt:

"Die Strategie ist der Gebrauch des Gefechts zum Zweck des Krieges."

'Vom Kriege', 3e boek ('Von der Strategie überhaupt'), hoofdstuk 1.

"Strategie is het gebruik van het gevecht voor het politieke einddoel van de oorlog."

De verklarende woordenlijst van het rapport 'Missie- en taakanalyse: methoden in het kader van opleidingsontwikkeling' (TM-96-A029) van John van Rooij & Marcel van Berlo van het TNO Human Factors Research Institute zegt:

"Planmatige wijze van opereren om bepaalde doelen te bereiken."

Zie ook: Carl von Clausewitz, operationele niveaus, tactiek en Zweck - Ziel - Mittel.

Terug naar Boven

 

STRATEGIC CORPORAL

Metafoor. Synoniem: strategische compressie.

Fenomeen dat het (incorrect of ondoordacht) gedrag of handelen van één militair - hierin metaforisch aangegeven als de jonge leidinggevende, de commandant op het laagste niveau - op het uitvoerend (tactisch) niveau binnen enkele minuten kan leiden tot vergaande consequenties in het operatiegebied zelf maar ook in het vaderland en zelfs wereldwijd.

Dit betreft met name respectloos of vernederend gedrag richting de lokale bevolking of de opponent (opstandelingen) in het inzetgebied, maar ook het gedrag van de uitgezonden militairen zelf onderling.

Zulk gedrag of handelen kan de legitimiteit van de gehele missie ondermijnen en een enorme impact hebben op het imago van zowel de missie als de Defensieorganisatie.

De strategic corporal is als eerste omschreven door de Amerikaanse generaal Charles C. Krulak van het U.S. Marine Corps in het artikel The Strategic Corporal: Leadership in the Three Block War (Marines Magazine, januari 1999). De strategische korporaal in de missie is hierin Corporal Hernandez in de fictieve operatie ABSOLUTE AGILITY.

Eind 20e/begin 21e eeuw hebben moderne communicatiemiddelen, zoals mondiale televisiezenders als CNN, internet en social media, de wereld tot een Global Village gemaakt.

Door de (near) real-time informatie-uitwisseling tussen de operationele niveaus is het niet alleen mogelijk dat het hoogste niveau het uitvoerend niveau gericht kan beïnvloeden, ook levert de snelheid van informatie en de alom aanwezige media op het gevechtsveld (embedded journalism) veel gemakkelijker media-aandacht op.

VOORBEELD

Op een checkpoint opent een militair het vuur op een voertuig dat stopt. De twee inzittenden van het voertuig komen hierbij om het leven.

De militair heeft niet gehandeld volgens de Rules of Engagement.

Al binnen enkele minuten komen burgers uit de omgeving verhaal halen op het checkpoint, waar de sfeer snel grimmig wordt.

Naar aanleiding van dit incident, moet een woordvoerder van Defensie al na enkele uren de media te woord staan om tekst en uitleg te geven.

Tijdens de missie in Uruzgan (2006-2010) maakte de Comprehensive Approach (3D-benadering) van elke individuele militair een strategic corporal.

Voor het eerst tijdens een Nederlandse militaire missie werd niet alleen de korporaal (als plaatsvervangend groepscommandant), ook de veelal jonge onderofficier en jonge pelotonscommandant geconfronteerd met split-second besluitvorming op leven en dood, de morele dilemma's in hun dagelijkse werk en de mogelijke politieke implicaties hiervan.

Omdat iedere individuele handeling, of juist het nalaten van een handeling, directe, indirecte en onvoorziene grote gevolgen kan hebben, is het voor de bewustwording belangrijk dat iedere militair kan denken in effecten en omgaan met de media.

The Strategic Corporal: Leadership in the Three Block War - Charles C. Krulak (U.S. Marine Corps)The Strategic Corporal: Leadership in the Three Block War - Charles C. Krulak (U.S. Marine Corps)

Zie ook: (near) real-time, denken in effecten, embedded journalism en omgaan met media.

Terug naar Boven

 

STRATEGISCHE FUNCTIES

Zevental functies dat in het ‘Eindrapport Verkenningen. Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst’ (Deel V, Beleidsopties voor de krijgsmacht van de toekomst, 19 mei 2010) is gedefinieerd binnen de veiligheidscheppende rol van de overheid – niet alleen het Ministerie van Defensie.

De rol van Defensie bij de uitvoering van de strategische functies spitst zich toe op de inzet van militaire middelen van de krijgsmacht. Op grond van de strategische functies – die de rol van de overheid in kaart brengen, een brede en samenhangende aanpak bevorderen en de mogelijke Defensiebijdragen daaraan – is in de Verkenningen een zo breed mogelijk spectrum van denkbare krijgsmachtprofielen ontwikkeld ten behoeve van de totstandkoming van de beleidsopties in de Verkenningen. Een krijgsmachtprofiel is gedefinieerd als een kwalitatieve beschrijving op hoofdlijnen van een mogelijke beleidsoptie.

Het kabinet Rutte II is sinds 29 oktober 2012 gefundeerd op het Regeerakkoord VVD – PvdA, 'Bruggen slaan'. In dit akkoord is afgesproken een visie op de krijgsmacht te ontwikkelen, uitgaande van het beschikbare budget.

Op 25 juni 2013 informeerde minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van de nota over de toekomst van de krijgsmacht: Nederland heeft in de toekomst een krijgsmacht nodig die inzetbaar is op alle geweldsniveaus en voor alle strategische functies. Op 17 september 2013 presenteerde de bewindsvrouw de definitieve nota in de de Defensiebegroting 2014: 'In het belang van Nederland'.

De zeven strategische functies zijn:

Anticiperen

Voorbereid zijn op voorziene en onvoorziene ontwikkelingen en gebeurtenissen die de belangen van het Koninkrijk en de internationale rechtsorde kunnen beïnvloeden.

Voorkomen

Optreden binnen en buiten de landsgrenzen ter voorkoming van een bedreiging van de belangen van het Koninkrijk en van de internationale rechtsorde.

Afschrikken

Ontmoedigen van activiteiten die indruisen tegen de belangen van het Koninkrijk en de internationale rechtsorde door geloofwaardige vergeldingsmaatregelen in het vooruitzicht te stellen.

Beschermen

Beschermen en zo nodig verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, evenals het waarborgen van de veiligheid van Nederlandse staatsburgers in binnen- en buitenland en in het Koninkrijk geregistreerde eigendommen.

Interveniëren

Afdwingen van een gedragsverandering bij actoren die de veiligheidsbelangen van het Koninkrijk of de internationale rechtsorde bedreigen.

Stabiliseren

Assisteren bij de beëindiging van een conflict en het bevorderen van een stabiele politieke, economische en sociale ontwikkeling in een (voormalig) conflictgebied in dienst van de belangen van het Koninkrijk en van de internationale rechtsorde.

Normaliseren

Herstellen van aanvaardbare leefomstandigheden na een conflict of een door de mens of de natuur veroorzaakte ramp.

Zie ook: hoofdtaken krijgsmacht en internationale rechtsorde.

Terug naar Boven

 

STRESS

Stress wordt binnen de Koninklijke Landmacht gedefinieerd als “Een normale reactie op een abnormale situatie”. Het kan ook worden omschreven als de toestand waarin een persoon zich bevindt waarbij het evenwicht tussen de persoon en de omgeving is verstoord.

Drie gradaties van stress worden onderkend:

milde stress algehele malaise
ernstige stress eerstelijns zorg (arts, Maatschappelijke Dienst Defensie, Geestelijke Verzorging)
zeer ernstige stress tweedelijns zorg (bedrijfsarts, individuele hulpverlening)

Er zijn drie soorten stress:

Spannende stress
(goed)

Bij het leveren van een prestatie, zoals deadline halen, examen doen of klus op tijd klaren.

Frustrerende stress
(slecht)

Bij obstakels waardoor je niet kunt doen wat je wilt, zoals afspraak die niet wordt nagekomen, in de file staan of onnozele regels.

Schadelijke stress
(zeer slecht)

Tegen jezelf persoonlijk gericht:, zoals conflicten of spanningen in je relatie of op je werk.

Om binnen de krijgsmacht te kunnen werken moet je (redelijk) goed tegen stress bestand ("stressbestendig") zijn. De al dan niet gezonde spanning die het militaire beroep met zich meebrengt, is in eerste instantie een natuurlijke maar verhoogde fysiologische geprikkeldheid.

Wanneer chaos, frictie en wanorde (“een onaangename situatie”) in te een grote mate plaatsvinden, kan (te) veel negatieve spanning ontstaan. Het optreden van stress is dan onvermijdelijk. Als de stress ongezonde vormen aanneemt, kunnen zich vervolgens fysieke of psychische klachten openbaren. Achteraf kun je dan mogelijk spreken van een posttraumatisch stress-syndroom.

Tijdens de voorbereiding op Peace Support Operations verzorgen medewerkers van de Afdeling Individuele Hulpverlening/Sectie Individuele Hulpverlening voor de militairen lessen en trainingen over het voorkomen en omgaan met stress. Het moet voor militairen duidelijk zijn:

• wat stress is

• hoe stress ontstaat

• wanneer stress zich kan gaan voordoen

• hoe stress kan worden herkend

• wat er aan stress gedaan kan en moet worden om de gevolgen zo klein mogelijk te houden

De reactie op “een onaangename situatie” verloopt volgens een vaststaand proces. Dit is het Stress Response Syndrome, ontwikkeld door de Amerikaanse psychiater Mardi J. Horowitz. In dit proces kan geen verwerking plaatsvinden zolang betrokkene niet erkent dat hij “een onaangename situatie” heeft meegemaakt. Het Stress Response Syndrome is op iedereen van toepassing en vindt bij iedereen plaats, onmiddellijk of uitgesteld. In dit proces zijn drie fasen te herkennen: emotional outcry, herbeleving en ontkenning én herstel.

Emotional outcry

Dit is de fase van ongeloof en verbijstering, die de onmiddellijke reactie is op een traumatische gebeurtenis.

Kenmerken:

angstzweet

apathie (frozen fright / Totstell-Reflex)

beven

chaotische hyperactiviteit

hartkloppingen

huilen

kippenvel

onbeheerste angsten

onbeweeglijkheid

spontane ontlasting

spontane urinelozing

Herbeleving & Ontkenning

Dit is de fase die de feitelijke verwerking inhoudt.

Kenmerken van de herbeleving:

nachtmerries

niet kunnen concentreren op andere zaken

opdringende beelden of gedachten

overmatig alert en gespannen

plotseling opwellende emotie

schrikreacties

Kenmerken van de ontkenning:

concentratieproblemen

geheugenverlies

sociaal isolement

verlies van het besef van realiteit

vermijding van het onderwerp

zich verdoofd voelen

Herstel

Dit is de fase die het feitelijke herstel van “een onaangename situatie” inhoudt.

Kenmerken:

aanpassing zelfbeeld en wereldbeeld

betekenisgeving

integratie van ervaring

zin

Zie ook: tactical freeze.

Terug naar Boven

 

STRIJPSE KAMPEN

Op 18 september 2003 geopend Opleidings- en Trainingscentrum Rijden (OTCRIJ) van de Koninklijke Landmacht ten behoeve van alle krijgsmachtdelen. Het opleidingscentrum is in de plaats gekomen van het voormalige Prinses Irenekamp in Veldhoven, waar het Pantserinfanterie Rijopleidingscentrum (PIROC) was gevestigd. Op en rond het voormalige kampement verrees de Eindhovense wijk Meerhoven.

Het complexe, energiezuinige en ultramoderne complex meet 120 hectare. Het maakt deel uit van de Generaal-majoor Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot, evenals 13 Gemechaniseerde Brigade en het Schoolbataljon Zuid (OTCO).

Alle rij-opleidingen, met uitzondering van die van de Panzerhaubitze 2000 en de Leopard 2A6 worden hier gegeven, maar ook bergings- en rij-instructieopleidingen en overige chauffeurstrainingen.



Op het terrein is een verkeersoefenterrein (VOT), dat bijna alle verkeerssituaties nabootst die ook op de openbare weg voorkomen. Hier wordt het praktijkgedeelte van de rijopleiding geïnstrueerd.

Verder herbergt de Strijpse Kampen instructiehallen, een KEK, legeringsgebouwen voor 450 leerlingen, oefenplateaus en een school-, simulator- en stafgebouw. Sinds 2005 beschikt het OTCRIJ over een eigen sportgebouw. De locatie biedt ruimte aan ruim 9.000 cursisten per jaar.

Terug naar Boven

 

STRIKE

Een van de drie kerntaken van het gevecht. Strike - het slaan van de vijand - is dé beslissende kerntaak met als doel door zorgvuldig manoeuvreren de eigen troepen in een zodanige positie te brengen dat zij geselecteerde elementen van de vijandelijke troepenmacht met vuurkracht kunnen neutraliseren of, indien nodig, vernietigen.

Hét middel dat wordt aangewend om het slaan van de vijand te doen slagen is manoeuvre. Daartoe beschikt de Koninklijke Landmacht over infanterie-, cavalerie- en artillerie-eenheden die met behulp van beweging en vuurkracht de vijand kunnen slaan.

In de Koninklijke Landmacht zijn deze eenheden verenigd in de gemechaniseerde brigades én 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

De twee andere kerntaken zijn find en fix.

Zie ook: as, backward planning en exploit.

Terug naar Boven

 

STRONGPOINT

1

Ook genaamd: stronghold. Duits: Militärstützpunkt, Stellungsraum. Frans: point d’appui. Nederlands: fortificatie, steunpunt, versterking.

Een strongpoint is een voorbereide en versterkte opstelling, gericht op het behoud van terrein. Naar alle windrichtingen is waarneming mogelijk; van alle zijden te beveiligen en te verdedigen.

Het strongpoint – het zwaartepunt van een verdediging die van belang is voorafgaand aan, tijdens en zelfs na een gevechtsactie – wordt gerealiseerd met behulp van verwisselopstellingen.

Een strongpoint is in elk geval noodzakelijk om een bergpas of ander essentieel terreindeel te verdedigen dan wel om terrein aan de vijand te ontzeggen. Tijdens optreden in verstedelijkte gebieden (OVG) is elk gebouw een potentieel strongpoint, met name de gebouwen die op een tactische plaats in een oord staan.

Bij een vijandelijke aanval op een strongpoint kan close air support (CAS) worden aangevraagd. Onderkende strongpoints zijn echter voor de vijand ook lonende doelen voor voorbereid artillerie- en/of mortiervuur; dit is een enemy strongpoint.

 

2

Logistiek ondersteuningspunt langs een route ter ondersteuning van verplaatsingen; op locatie zijn mogelijkheden gecoloceerd in het kader van berging, (her)bevoorrading van klasse I t/m V, geneeskundige verzorging, legering, onderhoud e.d.

Zie ook: POD, POE en RON.

Terug naar Boven

 

STRUIKELDRAADLICHTSEIN

Synoniem: struikeldraadalarmuitrusting (SAU). De struikeldraad zelf is een dunne draad, bevestigd aan een (pyrotechnisch) lichtsein, mijn of valstrik, die bij aanraking met weinig kracht een ontstekingselement activeert. In de regel gebeurt de aanraking doordat er met de voet tegenaan wordt gestoten. Het struikeldraadlichtsein is het (pyrotechnisch) lichtsein dat is verbonden met de struikeldraad en wordt geactiveerd bij het aanraken of verbreken van de struikeldraad.

 

struikeldraad

struikeldraadlichtsein

Duits

Stolperdraht

Leuchtfalle

Engels

trip wire

trip flare

Frans

fil-piège

mine éclairante à fil-piège

Het Nederlandse struikeldraadlichtsein is de flare, surface: trip, DM16, de flare, surface: trip, DM16B1 of de signal: illuminating and sound, DM57, with fuze DM1474.

De struikeldraad heeft een treksterkte van 103 Newton en een knoopsterkte van 88 Newton. De grondkleur van het struikeldraadlichtsein is olijfgroen, de merken wit en de letters CCC geel.

◄ Het struikeldraadlichtsein DM16 bestaat uit de gebruiksaanwijzing, een klos met 70 meter struikeldraad ten behoeve van twee struikeldraadlichtseinen, de lichtseinpot met het slaghoedje, de bevestigingsbeugel voor de lichtseinpot en de trekontsteker met veiligheidsspeld, veiligheidskoord en spijkers.

Het slaghoedje is de DM1046, het slagsas van het slaghoedje het erosievrije middel Sinoxid.

In het kader van de passieve beveiligingsmaatregelen verbetert het struikeldraadlichtsein mede de nabijbeveiliging.

Om, vooral onder nachtelijke omstandigheden, te voorkomen dat personen ongezien een opstelling binnendringen, naderen of overvallen, wordt het struikeldraadlichtsein geplaatst:

►in de verwachte naderingsrichting van de vijand
►in onbestreken terreindelen

Concertina’s, draadhindernissen, horizontaal-effect-wapens (HEW's), mijnenvelden, onbemande grondsensoren, prikkeldraad en schijnwerpers leveren, evenals het struikeldraadlichtsein, een bijdrage aan een betere beveiliging.

Het struikeldraadlichtseinen wordt daarnaast gebruikt om:

►de vijand het gebruik van specifieke terreindelen te ontzeggen of te vertragen;

►de vijand uit te schakelen door verblinding;

►handbediend gevechtsveldverlichting te creëren bij de aanval, het doorzoeken en het afbreken;

►silhouetverlichting te verkrijgen.

Wanneer aanvallende of infiltrerende troepen tegen de vlak boven het maaiveld gespannen draad lopen of rijden, wordt de ontsteker in werking gesteld en het lichtsein geactiveerd. Het deksel van de lichtseinpot wordt enige meters omhoog geslingerd en het lichtsas ontstoken.

Het felle licht geeft een vlamhoogte van ± 1 meter. De ruime omtrek van het gevechtsveld wordt gedurende de brandtijd van 30 à 40 seconden verlicht met een lichtsterkte van 25.000 candela (± 25.000 kaarsen). Helderheids- en restlichtversterkers zijn hier niet tegen bestand. Zowel de hitte als de straling kunnen de ogen ernstig irriteren (lasogen).

In het VEITONO wordt ook de ligging van een hindernis als het struikeldraadlichtsein aangegeven.

Zie ook: flares, infiltratie, mijnenveld en valstrik.

Terug naar Boven

 

SUN TZU

De Chinese generaal, strateeg en veldheer Sun Tzu (544 - 496 v. Chr.) zette al in de tijd vóór het uiteenvallen van het Chinese keizerrijk, medio 500 v. Chr., zijn gedachten ten aanzien van het gehele gebied van de oorlogvoering op papier.

De krijgsfilosofie van Sun Tzu bereikte Europa even voorafgaand aan de Franse revolutie: in 1782 vertaalde de Franse jezuïet Joseph Amiot, missionaris in China, het Chinees in het Frans. De eerste Engelse vertaling werd pas ruim een eeuw later in Tokio gepubliceerd: vertaler was de Britse kapitein Everard Ferguson Calthrop, militair attaché in de Japanse hoofdstad.

Sun Tzu.

Uiteindelijk mondde dit uit in 'Ping-Fa', in het Engels: 'The Art of War' ('De kunst van de oorlogvoering'). Het boek, het oudst bekende over krijgskunst (strategie en tactiek) en oorlogvoering in het algemeen, werd een klassieker.

Sun Tzu signaleeerde als een van de eerste de effecten van chirurgische ingrepen, intimidatie, manoeuvre, misleiding, propaganda en verraad.

Leiderschap, list en bedrog, het zoeken naar strategisch voordeel en het verwerven van inlichtingen over de vijand staan in de oorlogvoering voorop, aldus Sun Tzu.

Sun Tzu was zijn tijd ver vooruit met het inzicht dat oorlog van vitaal belang is voor de staat. Hij definieerde oorlog als een essentiële staatsaangelegenheid, waar wordt besloten over de weg die leidt naar overleving of vernietiging. In potentie bergt iedere oorlog tirannie in zich: het willen heersen daar waar iemand niets te zeggen heeft.

Sun Tzu was er zich ook van bewust dat een veldslag veel meer was dan een botsing tussen gewapende mensen: de intellectuele, morele en toevallige aspecten van de oorlog dichtte hij meer gewicht toe dan de fysieke.

Hij was ervan overtuigd dat zorgvuldige planning, gebaseerd op goede informatie over de tegenstander, in belangrijke mate zou bijdragen aan een snelle militaire beslissing.

In het werk van de vroege Chinese filosofen was de oorlogvoering een vast onderwerp, zeker in de tijd van 'Meester Sun' (tijdgenoot van de filosoof Confucius). Sun Tzu werd niet alleen beïnvloed door het confucianisme, ook door het taoïsme.

Als een van de eerste formuleerde Sun Tzu de grondbeginselen van het oorlogvoeren, welke grotendeels overeenkomen met de grondbeginselen zoals die tegenwoordig worden gehanteerd. Het bijzondere van zijn werk ligt echter in de benadering van oorlogvoering. Niet de strijd zelf staat centraal, zoals in het westerse denken te doen gebruikelijk is, maar juist het ontbreken en vermijden van het gevecht worden geprezen.

Zo was Sun Tzu van mening dat een intelligente generaal een tegenstander kan overwinnen zonder strijd, steden kan veroveren zonder beleg en staten kan omverwerpen zonder bloedvergieten.

Met zijn studie in dertien korte, aforistische essays - met systematisch commentaar op zaken als concurrentie, leiderschap, organisatievormen, samenwerking en strategie - wilde hij een handleiding geven voor het welslagen van een op een intelligente manier gevoerde oorlog.

Ook de Amerikaanse society-ster Paris Hilton leest Sun Tzu.

Enkele van de meest bekende aforismen van Sun Tzu zijn:

► "Alle oorlogvoeren is gebaseerd op misleiding."

► "De beste oorlog is de oorlog die niet gevoerd hoeft te worden."

► "De manier om te mijden wat sterk is, is verslaan wat zwak is."

► "De uiterste oorlogskunst is het onderwerpen van de vijand zonder te vechten."

► "De vijand zal toeslaan op de zwakste plek."

► "Ga geen strijd aan die u niet kunt winnen."

► "Het leger waarvan de commandant bekwaam is en waarbij de vorst niet ingrijpt, zal de overwinning behalen."
► "Hij die noch de vijand noch zichzelf kent, zal in ieder gevecht gevaar lopen."
► "Hoe beter je het probleem doorgrondt, hoe meer je kunt bereiken."
► "Ken uzelf en ken uw vijand en u behaalt de overwinning."

► "Maak lawaai naar het oosten en sla toe in het westen."

► "Onderschat nooit uw tegenstander."

► "Ontwikkel plannen voor onvoorziene omstandigheden op terrein dat gevoelig is voor hinderlagen."
► "Vertrouw er niet op dat de vijand niet komt opdagen, wees liever voorbereid op zijn komst."
► "Voorkennis is de reden waarom de verlichte prins en wijze generaal de vijand bij elke beweging overwinnen, en hun prestaties die van het gewone volk overtreffen."

► "Winnen zonder strijd is altijd het beste."

  

Op 7 december 1995 hield luitenant-generaal der artillerie W.J. Loos als docent aan de Koninklijke Militaire Academie zijn afscheidsrede, 'Zin en onzin van oude wijn in nieuwe zakken'.

In zijn redevoering speelde Sun Tzu een belangrijke rol. Generaal Loos haalde zijn vijf gevaarlijke karaktereigenschappen aan die generaals kunnen bezitten.

 

Sun Tzu behoort – samen met Carl von Clausewitz en baron Antoine Henri Jomini – tot de erkende grootheden in de theorievorming van de krijgskunde.

Generaals, staatslieden, managers en bestuurders, onder wie Che Guevara, Mao Zedong en Napoleon Bonaparte, vonden bij Sun Tzu inspiratie. Mao Zedong en de Chinese communisten namen uit 'The Art of War' veel van de tactieken over die ze gebruikten in de strijd tegen de Japanners en, later, de Chinese nationalisten.

Omdat zijn meesterwerk ook wordt gezien als een eerste product van realisme in (internationale) betrekkingen, wordt het tegenwoordig onder meer gebruikt als richtlijn op terreinen als advocatuur, diplomatie, management, sport. Hij hecht ook veel belang aan zelfkennis en kennis van de ander.

Een Nederlandse vertaling van 'The Art of War'. Deze editie van 'De kunst van het oorlogvoeren' wordt ingeleid door de journalist H.J.A Hofland.

Hofland legt een verband met de abstractie van het boek. Sun Tzu formuleert voorschriften en bedenkt systemen, maar laat de voorstelling van concrete acties over aan de lezer.

Zie ook: baron Antoine Henri Jomini, Carl von Clausewitz en Denken als een generaal. Twaalf slimme strategieën van het slagveld (Michiel Janzen, 2012).

Terug naar Boven

 

SURFACE

Bodemgesteldheid van een landing point conform het gestelde in HB 7-42, Handboek Helicopter Handling, zoals dat onder andere in gebruik is 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

De ‘hard surface’ (zie: size) is het centrale punt van een landing point, dat hard – niet verhard – moet zijn en het gewicht van de helikopter moet dragen als die wordt gebruikt als Drop-Off-Point of Pick-Up-Point (zie: landing point).

De vuistregel is dat voor de ‘hard surface’ van zowel Apache AH-64D-gevechtshelikopter als Cougar MK II-transporthelikopter een beladen 4-tonner afdoende is, terwijl voor de Chinook CH-47D-transporthelikopter een beladen 10-tonner afdoende is.

Als de ‘hard surface’ niet toestaat kan op drie manieren alternatief worden uitgestegen:

hover jump

tot max. 2 m

roping down

tot max. 30 m

abseiling

tot max. 60 m

Het landing point moet geheel zijn vrijgemaakt van los materiaal, zoals losse ondergrond, kiezel en gemaaid gras – Foreign Object Damage (FOD) – dat kan worden weggeblazen door zowel de zuigkracht van de motoren als de downwash van de rotorbladen van de helikopter.

Terug naar Boven

 

SURGE

Letterlijk: golf; plotselinge, krachtige toename. In dit verband: tijdelijke en forse verhoging van het aantal troepen. Van het Latijn “surgere”. Dateert uit eind 15de, begin 16de eeuw.

Naam van de door de Amerikaanse president George W. Bush op 10 januari 2007 bevolen en onder leiding van generaal David Petraeus uitgevoerde tijdelijke toename van het aantal Amerikaanse troepen in Irak met meer dan 20.000. De planning – onontbeerlijk gezien de impasse over de falende strategie in Irak tegen de achtergrond van het almaar toenemend geweld van de sektarische milities – kwam feitelijk overeen met die van de neoconservatieve denktank American Enterprise Institute (AEI), één van de meest invloedrijke voorstanders van Operation Iraqi Freedom in maart 2003. De invloed van de doorgaans patriottische neoconservatieven op het buitenlandbeleid van Bush was zeer groot.

De radicale koersverandering in Irak – vóór de surge gericht op de ontwikkeling van Irak tot een democratische staat met een onpartijdige politionele en militaire macht, vanaf de surge gericht op de bescherming van de Iraakse bevolking door extra Amerikaanse militairen – werd in het bijzonder aangespoord door generaal b.d. Jack Keane (Vietnam-veteraan en oud-commandant van 101 Airborne Division, XVIII Airborne Corps en Vice Chief of Staff of the U.S. Army) en Frederick Kagan, voormalig hoogleraar militaire geschiedenis aan de U.S. Military Academy West Point.

Keane en Kagan publiceerden op 13 december 2006 het vijftig pagina’s tellende rapport Choosing Victory: A Plan for Success in Iraq, de uitgangssituatie voor de surge. De architect van de surge, oud-generaal Keane, schoof vervolgens beschermeling David Petraeus naar voren voor de uitvoering. De AEI vroeg om een surge van Amerikaanse troepen om de beslissende gebieden in Bagdad gedurende 18 maanden te beveiligen en beschermen met tenminste 30.000 gevechtstroepen. Hiermee konden de wijken van Bagdad en de provincie Al Anbar (Noordwest-Irak) worden schoongeveegd en veilig blijven (‘clear and hold’); pas daarna zou het normale leven zich herstellen, de wederopbouw beginnen en uiteindelijk een politieke oplossing een Amerikaanse overwinning in Irak mogelijk maken.

Hoofdrolspelers in de introductie en uitvoering van de surge: van links naar rechts militair historicus Frederick W. Kagan (benjamin van de gezaghebbende familie-Kagan), generaal b.d. Jack Keane, generaal David Petraeus (als commandant Multinational Force Iraq van januari 2007 tot september 2008 de opperbevelhebber van alle coalitietroepen in Irak) en president George W. Bush.

Volgens het rapport kon een “golf” van extra Amerikaanse troepen de voorwaarden scheppen om tot nationale verzoening te komen en om het Iraakse bestuur effectiever te maken. Het AEI-rapport wees Vietnamisering van het conflict in Irak af. (In 1969 kwam president Richard Nixon in de Vietnamoorlog met het plan het Zuid-Vietnamese leger op te leiden, opdat zij het daadkrachtig kon overnemen van de zich terugtrekkende Amerikanen om vervolgens de strijd met de Viet Cong en Noord-Vietnam zelfstandig uit te vechten. De gevechtskracht van Zuid-Vietnam nam echter onvoldoende toe, terwijl de VS al volop met de aftocht bezig was. Het gevolg was dat er in Zuid-Vietnam meer slachtoffers vielen en het moreel van de resterende Amerikanen daalde.)

Het door Bush geadopteerde Kagan/Keane-plan was controversieel. Ondanks een toename van het aantal slachtoffers in de beginmaanden – 2007 was het meest dodelijke jaar voor de Amerikaanse troepen sinds 2004 – volgde later in het jaar toch een afname van het geweld. Een aantal van de extra gestuurde troepen werd zelfs teruggetrokken.

Het succes van het afgenomen geweld werd, behalve aan de surge, toegeschreven aan een samenloop van factoren. Hieronder waren de tactiek van de Amerikanen (counter-insurgency), bepaalde soennitische moslims (Sunni Awakening) die zich aansloten in de strijd tegen Al Qaida en enigerlei toenadering door de troepen van de shiitische leider Muqtada al-Sadr.

Hoewel de nieuwe strategie, met als kern de bescherming van de Iraakse bevolking door extra Amerikaanse militairen, een ongekend waagstuk was, gold zij uiteindelijk als het begin van een humanitair-militair succes. Hoezeer zowel het aantal Amerikaanse slachtoffers als het aantal Iraakse burgerdoden afnam, het tij keerde nooit helemaal. Het aantal zelfmoordaanslagen door milities bleef, evenals aanslagen met improvised explosive devices (IED’s).

In ‘The War Within: A Secret White House History 2006-2008’ van Bob Woodward (512 pagina’s, Simon & Schuster, ISBN 9781416558972) wordt de geschiedenis van de surge, in het bijzonder de besluitvorming vanuit Washington, beschreven.

Terug naar Boven

 

SURVIVAL-KIT

Waterdicht verpakte uitrusting met basale spullen die het overleven vergroten wanneer je in de problemen komt. Om te overleven heb je primair vuur, een onderkomen, eten en drinken nodig. Een in de voorbereidingsfase correct samengestelde survival-kit, vergroot de overlevingskansen.

Voorbeeld van een inhoudsopgave, in alfabetische volgorde:

actieve kool (Norit)

aluminiumdeken (zilver- en goudkleurige reddingsdeken)

antihistamine tegen allergische reacties (loratadine)

breaklight

condoom (waterzak)

desinfectans (chloorhexidine, povidonjodium)

draadzaag / strikdraad

fluitje

kompas (knoop)

koperdraad

lucifers (waterproof)

maagzuurmiddel (Maalox)

mes

naaigarnituur (naald, draad, reserveknopen)

oral rehydration salt (dehydratie, diarree)

parakoord

pijnstillend middel (paracetamol)

plastic zak

pleisters

potlood

scheermesje

seinspiegel (heliograaf)

tondel (tampons, watten met vaseline)

veiligheidsspelden

visdraad (struikeldraad)

vuurstaal (magnesium-stick)

waterzuiveringstabletten (trocloseennatrium/zilverchloride)

waxinelichtje

Terug naar Boven

 

SUSTAINING OPERATION

Voortzettende operatie. Intern gerichte operatie op het behoud van slagkracht (voortzetting van de gegenereerde gevechtskracht), onderling verband en vrijheid van handelen van de strijdmacht.

Activiteiten in het kader van sustaining operations vinden plaats tijdens shaping en decisive operations.

Binnen het functioneel operationeel raamwerk (binnen de context van asymmetrische oorlogvoering en irregulier optreden) worden operaties ingedeeld naar doelstelling. De sustaining operation is vergelijkbaar met de rear (achtergebied) operation in het regulier/grootschalig conflict, zoals de algemene verdedigingstaak (AVT).

Shaping, decisive en sustaining operations omvatten zowel letale (kinetische) als niet-letale (non-kinetische) effecten.

Zie ook: decisive operation en shaping operation.

Terug naar Boven

 

SWARMING

Ook genaamd: swarm attack; swarm tactics. Letterlijk: "zwermen".

Vernieuwende, maar minder gebruikelijke vorm van optreden van militaire eenheden, mogelijk gemaakt door moderne technologieën. Swarming kenmerkt zich door het gebruik van relatief kleine, maar onderling genetwerkte eenheden (netwerk-centric warfare) die door synchronisatie van non-letale en letale effecten het vermogen hebben om een grotere opponent te neutraliseren.

Onderling verbonden kleine eenheden kunnen op commando zeer snel geconcentreerd optreden, waarbij ze gebruikmaken van de onvoorspelbaarheid van de omgeving. [1] Volgens onderzoekers van de Rand Corporation lijkt swarming in oorlogsstrategieën een veelbelovende 'doctrine'. Bovendien is zwermen als tactische manoeuvre een klassiek thema. Zwermen is "een bewust gestructureerde, gecoördineerde, strategische manier om van alle richtingen tegelijk aan te vallen". [2]

De militaire tactiek werkt op eenzelfde manier als een zwerm bijen of school vissen: de schijnbaar als één groep verplaatsende individuen is relatief onkwetsbaar voor aanvallen van buitenaf. [3]

Moderne westerse krijgsmachten zijn geschrokken van ogenschijnlijk zwakke opponenten die in netwerkverband veel sterker bleken. De opponent van de toekomst is geen brute overmacht meer, maar een slim netwerk van kleine eenheden dat van alle kanten aanvalt. Informatietechnologie, mobiliteit, aanpassingsvermogen (adaptiviteit) en decentralisatie vormen de grondslagen van swarming.

Aanvankelijk verspreide individuen en kleine, relatief onafhankelijke eenheden zijn in de regel lichtbewapend en kunnen snel op één locatie samenkomen voor het gelijktijdig uitvoeren van een aanval. Swarming komt met name voor in non-lineaire en asymmetrische oorlogsvoering, zoals bij counter-insurgency operaties (COIN).

De opponent die asymmetrische methoden en middelen hanteert vormt voor een moderne westerse krijgsmacht de grootste (be)dreiging. Om (meer) kans te maken tegen de mobiliteit, technologische voorsprong en grotere vuurkracht van superieure strijdkrachten is het optreden van de swarming opponent gericht op het ondermijnen van het gezag (van de eigen regering en ontplooide buitenlandse strijdmachten) onder de bevolking.

De 'zwermers' reageren in een hoog operationeel tempo voortdurend en snel op hun opponent. De grootste voordelen die de swarming opponent heeft zijn beweeglijkheid, flexibiliteit, snelheid, vluchtigheid in hun wijze van optreden en zelfstandigheid.

Swarming kan niet alleen worden toegepast met eenheden, maar ook met effecten gebruikmakend van alle vijf dimensies van de battle space: land, lucht, zee, ruimte (space) en cyberspace (digitale informatie).

De swarming opponent:

► is niet of nauwelijks van de lokale bevolking te onderscheiden;

► kan zich, indien nodig; snel concentreren;

► maakt vooral gebruik van kleinkaliberwapens, RPG’s, Stingers, mortieren, landmijnen en zelfgemaakte explosieven, zoals Improvised Explosive Devices;

► treedt veelal individueel of in kleine groepen op (sluipschutter, zelfmoordaanslag);

► wordt niet gehinderd door landsgrenzen en kan zich overal in het operatieterrein bevinden.

"Zwermen heeft zich in de hele militaire geschiedenis voorgedaan. Van de golvende campagnes van de boogschutters te paard op de Euraziatische steppe tot meer moderne gevechten tussen opstandelingen met lichte infanterie en conventionele tegenstanders. Het werd toegepast op het tactische en operationele niveau, zowel defensief als offensief, door conventionele en onconventionele strijdkrachten, en op het land, ter zee en in de lucht. Meer recent hebben zwermen geopereerd in stedelijke conflicten in Grozny (Tsjetsjenië), Mogadishu (Somalië), Baghdad (Irak) en Fallujah (Irak). Veel buitenlandse grondtroepen en terroristische organisaties beginnen asymmetrische tactieken, waaronder zwermen, te gebruiken om de superioriteit van de Amerikaanse conventionele strijdkrachten tegen te gaan." [4]

Swarming van een positie van de Verenigde Naties in de Korea-oorlog. In november 1950 overlopen Chinese troepen de positie tijdens de Slag om Chongchon, een rivier in het huidige Noord-Korea.

[1] Rheingold, Howard (2003). Smart Mobs. The Next Social Revolution. New York, VS: Basic Books.
[2] Arquila, John & Ronfeldt, David (2000). Swarming and the Future of Conflict. Santa Monica (CA), VS: Rand Corporation.
[3] Aarssen, B.J. & Van Hees, M.M.J. (2005). Swarming: "Sting like a bee". Onderzoek naar toepasbaarheid van manoeuvrevorm swarming. Breda, Nederland, Koninklijke Militaire Academie.
[4] Edwards, Sean J. A. (2004). Swarming and the Future of Warfare. Santa Monica (CA), VS: Rand Corporation.

Zie ook: asymmetrische oorlogsvoering, counter-insurgency en dimensies van militair optreden.

Terug naar Boven

 

S.W.O.T.-ANALYSE

Doel van een S.W.O.T.-analyse is het in kaart brengen van de omgevingsvariabelen en de interne sterke en zwakke punten van een organisatie. Als uitkomst hiervan kan de meest kansrijke strategie of actie worden uitgekozen.

Daarnaast kan de uitvoering van een S.W.O.T.-analyse en bijdrage leveren aan de discussie over de organisatiedoelen.

Om inzicht te krijgen in de onderlinge samenhang tussen de invloeden vanuit de omgeving - Opportunities en Threats - en de (on)mogelijkheden van dse organisatie - Strengths versus Threats - kunnen de vier gezichtspunten uit de S.W.O.T.-analyse schematisch met elkaar in verband worden gebracht.

S.W.O.T. staat voor:

S

W

O

T

Strengths

Weaknesses

Opportunities

Threats

Sterktes

Zwaktes

Kansen

Bedreigingen

Interne zaken die richtinggevend en onderscheidend zijn voor de organisatie.

Stellen een organisatie in staat om mogelijke bedreigingen vanuit de omgeving op te vangen.

Te bestendigen en uit te buiten.

Interne zaken die de eigen organisatie benadelen.

Zwaktes verleiden een organisatie tot het ontplooien van kansen die zich in de omgeving aandienen.

Te verbeteren.

Externe, kansrijke ontwikkelingen die helpen het organisatiedoel te halen en nieuwe mogelijkheden bieden.

Kunnen de positie van de organisatie verbeteren.

Externe, bedreigende ontwikkelingen die het realiseren van het organisatiedoel benadelen.

Kunnen de positie van de organisatie verzwakken of zelfs het voortbestaan bedreigen.

 

VOORBEELDEN

 

Middelen, kennis en vaardigheden zijn beter dan gemiddeld.

Groot marktaandeel.

Goed imago of grote naamsbekendheid.

Lage kosten en daardoor een grote marge.

Middelen, kennis en vaardigheden zijn slechter dan gemiddeld.

Minimaal marktaandeel.

Slecht imago of minimale naamsbekendheid.

Hoge kosten en daardoor een lage marge.

Nieuwe behoeften bij klanten.

Problemen bij de concurrentie.

Verplaatsen van productie naar elders.

Nieuwe markten door internationale verdragen.

Economische opleving.

Positieve veranderingen in wet- en regelgeving.

Concurrentie.

Nieuwe producten van concurrenten.

Economische, maatschappelijke of technische, ontwikkelingen die het product of de dienst verouderen.

Economische recessie.

Negatieve veranderingen in wet- en regelgeving.

Terug naar Boven

 

SYMMETRISCHE OORLOGVOERING

Van symmetrie is sprake als doelen, middelen, organisatie en wijze van optreden van de betrokken oorlogvoerende partijen elkaars spiegelbeeld vormen. In de regel is sprake van symmetrische oorlogvoering als wordt opgetreden:

►door en tegen staten (interstatelijk)

►met reguliere krijgsmachten

►meestal binnen de Conventies van Genève

Symmetrische oorlogvoering kenmerkt zich verder door:

►gebruikmaking van geavanceerde technologie (hightech)

►geloceerd op een uitgedund gevechtsveld, waardoor de mogelijkheden tot manoeuvre toenemen

►hoge geweldsintensiteit

►hoog tempo

►kortdurende actie

Feitelijk zijn zowel de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) als de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) voorbeelden van symmetrische oorlogvoering: de oorlogvoerende partijen beschikten over vergelijkbare uitrustingen en vochten volgens dezelfde regels. Ook alle conflicten tijdens de Koude Oorlog (1945-1989) waren gebaseerd op het behoud van symmetrie.

Na het einde van de Koude Oorlog is het aantal intrastatelijke (in plaats van interstatelijke) conflicten steeds meer toegenomen, waarbij ook nieuwe en onconventionele middelen werden ingezet, burgerdoelen werden aangevallen en alle regels (van de Conventies van Genève) overboord lijken te zijn gezet. Het bekendste voorbeeld hiervan is de oorlog in (voormalig) Joegoslavië (1991-1995).

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, irregulier optreden, lineair gevechtsveld en regulier optreden.

Terug naar Boven

 

SYNCHRONISATIE

Synchronisation.
synchronization; sync.
synchronisation.

Het op ieder niveau van optreden correct op elkaar afstemmen van alle noodzakelijke militaire capaciteiten en activiteiten, in tijd en ruimte en/of naar te behalen effecten. Daardoor kunnen activiteiten in relatie met elkaar, in het juiste tempo en in de juiste volgorde in tijd (volgtijdelijk) plaatsvinden.

Synchronisatie onderscheidt zich van integratie:

Synchronisatie

Uitvoeren van activiteiten in chronologische volgorde vóór aanvang van de operatie (vóór H-hour)

Time driven

Integratie

Onderlinge afstemming tijdens de uitvoering van de operatie (na H-hour)

Event driven

Synchronisatie draagt ertoe bij dat op het beslissende moment en op de beslissende plaats maximaal relevante gevechtskracht of anderszins militair vermogen wordt geleverd.

Bij een effectieve synchronisatie zal de vijandelijke commandant overbelast raken en zullen zijn mogelijkheden om adequaat te reageren worden beperkt.

Synchronisatie is tijdens de planning, voorbereiding en uitvoering een integraal onderdeel van het commandovoeringproces. Denken in effecten draagt mede zorg voor een verbetering van de synchronisatie. Synchronisatie is essentieel in alle combined en joint operaties en vereist voldoende verbindingsmiddelen en adequate liaison om ongewenste effecten, zoals collateral damage, te vermijden.

Synchronisatie:

■ draagt bij aan eenheid van inspanning

■ geeft inzicht in onderlinge afhankelijkheden en effecten van militaire activiteiten

■ ondersteunt lange-termijndoelstellingen

■ stelt prioriteiten in het toewijzen van middelen voor het integraal plan van de commandant

■ verbetert de onderlinge afstemming (coördinatie)

■ verbetert de situational awareness (SA)

■ voorkomt deconflictie, herhalingen (doublures) en tussenkomst van ongewenste andere activiteiten (interferentie)

■ zorg ervoor dat te behalen effecten elkaar aanvullen

■ zorgt voor het optimaal gebruik maken van de tijd- en ruimtefactoren (wanneer en waar) en voor synergie tussen activiteiten

De relatie tussen de beschikbaarheid van capaciteiten en de te verwachten eigen activiteiten bepaalt in welke mate activiteiten:

► op hetzelfde moment plaatsvinden (gelijktijdigheid)

► elkaar niet beïnvloeden (onafhankelijkheid)

► in de juiste volgorde in tijd plaatsvinden (volgtijdelijkheid)

Synchronisatie is geen middel op zich. Wanneer te nadrukkelijk aan synchronisatie wordt vastgehouden, kan het initiatief afnemen en/of het gewenste tempo vertragen. Een bruikbaar middel om de synchronisatie in tijd en ruimte voor de commandant en zijn staf zichtbaar te maken, is de synchronisatiematrix.

Zie ook: capability - capacity, collateral damage, combined, data & tijden (H-hour), deconflictie, denken in effecten, gevechtskracht, initiatief, joint, liaison, militair vermogen, situational awareness (SA), synchronisatiematrix en tempo.

Terug naar Boven

 

SYNCHRONISATIEMATRIX

Synchronisationsmatrix.
synchronization matrix; sync matrix.
matrice de synchronization.

Afgekort: SM of SynMat.

Synoniemen: synchromatrix; matrijs van de synchronisatie. Meervoud: synchronisatiematrices; synchronisatiematrixen.

Schema waarin de resultaten van de synchronisatie zijn geordend. In het schema zijn alle gedachte, mogelijk tegelijkertijd plaatsvindende activiteiten, alsmede de daarvoor benodigde capaciteiten en/of eenheden, chronologisch op elkaar afgestemd.

Mogelijke elementen van de synchromatrix zijn:

► beslispunten

► fasering

► inlichtingenbehoefte in de tijd

► meest waarschijnlijke (most likely) gedrag van de opponent in de tijd

► tijdslijn* vanaf de voorbereiding tot en met het te behalen effect

► tussenkomst van gevechtssteun- (Combat Support, CS) en gevechtsverzorgingssteun (Combat Service Support, CSS) eenheden in de tijd

 
* Ook genaamd: tijdbalk of tijdactiviteitenschema (TAS).

Ter ondersteuning van het operationele planningsproces (OPP) werkt de staf in de planningsfase een Beslissings Ondersteunend Oleaat (BOO) en een synchromatrix uit.

BOO en synchromatrix zijn de basis voor de informatiebehoefte van de commandant.

De informatie uit de BOO en synchromatrix geeft aan op welk moment voorziene beslispunten zich voordoen, zodat tijdig de noodzakelijke keuzes worden gemaakt. De staf stelt vast wanneer (tijd) en waar (ruimte) welke capaciteiten en/of eenheden nodig zijn om de verschillende activiteiten uit te voeren en de effecten te behalen. Dit is door de staf verwerkt in de synchronisatiematrix.

De onderlinge samenhang van alle in tijd en ruimte op elkaar afgestemde activiteiten, geeft inzicht in wat zich - althans planmatig - tijdens de operatie voordoet in relatie tot het meest waarschijnlijke (most likely) optreden van de opponent.

Voorbeeld van een synchronisatiematrix.

Omdat de synchromatrix onderlinge samenhang, consequenties en conflictie verduidelijkt, ondersteunt deze de commandant bij het nemen van beslissingen in de uitvoeringsfase. Zodra de operatie begint, kan met behulp van de synchromatrix gevechtsleiding worden genomen. Het voortdurend aanpassen van de matrix aan het reële operatieverloop draagt bij aan het behoud van het initiatief.

Op basis van de initiële matrix kunnen de afzonderlijke stafsecties ook een synchromatrix opstellen met betrekking tot het eigen functiegebied.

De synchronisatiematrix is bijlage (annex) A1 van het rompbevel/operatieplan.

Terug naar Boven

 

Laatste update:05.11.2016