Inhoudsopgave R
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

R & R

1

Rest & Recreation; Rest & Recuperation; Rest & Relaxation.

Nederlands: rust & recreatie; repatriëring & recuperatie.

Periode van vrije tijd die kan worden toegestaan aan de militair die een bepaalde tijd actief aan een missie deelneemt of heeft deelgenomen. De periode kan worden genoten in (de directe nabijheid van) het operatiegebied of daarbuiten.

Zie ook: recuperatie.

 

2

Repair & Recovery.

Nederlands: herstel en berging.

Zie ook: Onderhoud, Diagnose en Berging (ODB).

Terug naar Boven

 

R's NEGEN GOUDEN

Het voortbestaan van (het organisatietalent van) de onderofficier valt of staat met de negen gouden R's:

RauzenAchteroverdrukken uit de landsvoorraad
RegelenOrganiseren buiten de formele lijnen om
Rekening RijkVermissingen door het Rijk laten betalen
RitselenOp informele wijze proberen te pakken te krijgen
RommelenAfdingen; marchanderen; pingelen
RotzooienKnoeien
RovenOngevraagd en onverwacht wegnemen
RuilenMeer nemen dan geven

De grondregel voor het correct kunnen uitvoeren van de negen gouden R's is het elfde gebod: "Gij zult niet gesnaaid worden!" Overigens geldt dat de onderofficier bovenstaande negen gouden R's te allen tijde zal uitleggen als een grapje.

Terug naar Boven

 

RACCORDEMENT

Synoniem: spoorwegemplacement.

Kleinere specifiek-militaire infrastructuur die in beheer en eigendom is bij het Ministerie van Defensie.

Tot het einde van de Koude Oorlog was het raccordement de locatie waar voortdurend platte spoorwegwagons gereedstonden om bij oorlogsdreiging zo snel mogelijk een groot aantal tanks en pantservoertuigen naar de Noord-Duitse laagvlakte te kunnen transporteren.

Een raccordement telt een aantal naast elkaar gelegen spoorlijnen, sluit uit aan op het organieke spoorwegnetwerk van de Nederlandse Spoorwegen en bestaat daarnaast in de regel uit rangeerterreinen, laad/los- en overslagstations en een op- en afrijperron. Raccordementen maken het oprijden van tanks en andere (rups)voertuigen vanaf het oprijperron mogelijk.

Tegenwoordig worden de raccordementen met name gebruikt voor het treinvervoer naar de grote(re) oefenterreinen in het buitenland.

Als uitvloeisel van het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de wens van de NAVO dat de Nederlands krijgsmacht snel ter plaatse moest kunnen zijn, heeft Defensie indertijd vier eigen, regionaal gespreide raccordementen aangekocht, allen net buiten de bebouwde kom. Naast de functionele noodzaak, is het vervoer per spoor doelmatiger dan over de weg, zorgt dit ervoor dat het rijdend materieel minder slijt en worden zowel het wegverkeer als het milieu minder belast.

't Harde kreeg in oktober 1987 als eerste een raccordement. Daarna volgden accordementen in Amersfoort (de grootste van Nederland), Oirschot en Assen.

't Harde

10,3 hectare.
Nabij het NS-station, langs de spoorbaan Amersfoort-Zwolle, ten oosten van de Eperweg.
Als eerste gereed.

Assen

0,5 hectare.
Ten westen van de Oosterparallelweg.
Als vierde gereed.

Amersfoort

12,3 hectare.
Tussen de Bernhardkazerne en het militair oefenterrein De Vlasakkers, ten zuiden van het Monnikenboschpad.
Als tweede gereed.

Oirschot

1,8 hectare.
Aan de Mispelhoefstraat in Acht-Eindhoven.
Als derde gereed, maar inmiddels opgeheven.


Terug naar Boven

 

R.A.C.R.

Werkwoord: RACR'en ("rakkeren").

Ezelsbruggetje voor het plegen van kaartstudie voordat wordt verplaatst. De route waarover wordt verplaatst is verdeeld in legs (benen). Door per leg een kaartstudie te maken, kan worden verplaatst zonder (al te vaak) op de kaart te kijken.

Een leg moet worden gedefinieerd het segment van een route tussen twee way-points. Een route met vier way-points heeft drie legs; een route met acht legs kent negen waypoints. Idealiter omvat de optelsom van alle legs:

► meest snelle route
► meest tactische route
► meest veilige route
► combinatie van het hierboven genoemde

Per leg worden genoteerd:

R

Richting

■ In graden, mils of windrichting.
■ In een directe lijn en zonder omwegen.

A

Afstand

■ Opmeten op de kaart.
Vanf aanvangspunt (APT) tot eindpunt (EPT).
■ Afhankelijk van het terrein (verhard, onverhard), weer, bepakking.
■ Omzetten naar passen, waarbij gebruik wordt gemaakt van twee afstandsmannen. 1 pas ≈ 75 cm.

C

Controlepunten

Markante punten in het terrein die onderweg worden gepasseerd.

R

Reliëf

Studie van de hoogtelijnen en de omgeving op de kaart.

Voorbeeld van RACR'en:

LEG

VAN

NAAR

RI

AFST

CTRLPTN

RELIËF

1

APT (FT........)

Wildrooster

330 mils

400 m
(535 passen)

Bosrand tot wildrooster

Naar boven

2

Wildrooster

EPT (FT........)

480 mils

700 m
(935 passen)

Kruispunt, waterloop aan rechterzijde tot EPT

Naar beneden

Terug naar Boven

 

RADIO ORANJE

Op 13 mei 1940 - één dag voor het bombardement op Rotterdam en de capitulatie van het Nederlandse leger - nam Koningin Wilhelmina tegen haar zin de wijk naar Londen, gevolgd door haar familie en het kabinet. De kans was te groot dat ze in Duitse handen zou vallen.

Omdat Hare Majesteit het na haar gedwongen vlucht uit Nederland belangrijk vond dat er contact werd onderhouden met het bezette Nederland, werd Radio Oranje opgericht. Radio Oranje, 'De stem van strijdend Nederland', zond uit met behulp van het zenderpark van de British Broadcasting Corporation (BBC) en garandeerde een onafhankelijke informatievoorziening nadat de Duitsers de zenders in Hilversum bezetten, onder Duits toezicht stelden en censureerden.

Naast Radio Oranje zonden nog twee Nederlandstalige zenders uit: Radio Brandaris voor zeevarenden van marine en koopvaardij en via het korte golfradiostation WRUL in Boston (VS) de Vrije Nederlandsche Omroep in Amerika voor Nederland en Nederlandse zeevarenden.

Hoewel er, zeker in de beginjaren, heel wat mankeerde aan de strijdlust in de radiouitzendingen, is zelfs met het beperkte aantal minuten per dag dat Radio Oranje mocht uitzenden en het beperkte aantal luisteraars de impact groot geweest: de luisteraars gaven door wat ze hoorden, waardoor berichten zich als een vloedgolf over Nederland verspreidden.

Vanaf begin juli 1940 zijn de uitzendingen van BBC European Service op het vasteland te ontvangen; halverwege de maand verbood de Duitse bezetter het luisteren naar buitenlandse zenders (om de Nederlandse bevolking te beschermen tegen onjuiste berichten!), startte vervolgens met het storen (jammen) van de zenders en verplichtte de bevolking vanaf mei 1943 alle radiotoestellen in te leveren. Het gevolg was dat duizenden radio's onder vloeren of in kasten verdwenen en menigeen provisorisch radio-ontvangers in elkaar knutselde.

Uit naam van de Nederlandse regering was de BBC intussen benaderd door Adriaan Pelt, hoofd van de Regeringsvoorlichtingsdienst in Londen. De eerste uitzending van Radio Oranje vond plaats op 28 juli 1940 om 21.00 uur en hierin kwam de Koningin zelf aan het woord:

"Het verheugt mij bijzonder dat dankzij de welwillende medewerking van de Engelse autoriteiten dit Nederlandse kwartier in de uitzendingen van de Britse radio is ingelast. En ik spreek de hoop uit dat vele landgenoten, waar zij zich ook mogen bevinden, voortaan getrouwe luisteraars zullen zijn van de vaderlandse gedachten die hen langs deze weg bereiken.

En thans is het mij een waar genoegen met dit korte woord de eerste te zijn die in dat kwartier tot u spreekt. Ik wek mijn landgenoten in het vaderland en overal, waar zij zich bevinden op, om, hoe donker en moeilijk de tijden ook zijn, te blijven vertrouwen in de eindoverwinning van onze zaak, die niet alleen sterk staat door de kracht van wapenen, maar niet minder door het besef dat het gaat om onze heiligste goederen. Ik heb gezegd."

In de eerste uitzending van Radio Oranje gaf Koningin Wilhelmina een verklaring voor haar uitwijken naar Londen:

"Omdat de stem van Nederland niet stom kan blijven, heb ik ten laatste het besluit genomen, het symbool van mijn natie, zoals dit in mijn persoon en in de regering is belichaamd, over te brengen naar een plaats, waar het kan voortwerken als een levende kracht, die zich kan doen horen."

De openingsmelodie van het cabaret 'De Watergeuzen' op Radio Oranje was het geuzenlied 'In naam van Oranje, doe open de poort' over de Nederlandse opstandelingen die in de Tachtigjarige Oorlog het stadje Den Briel veroverden op de Spanjaarden.

Maar de herkenningstonen die onlosmakelijk verbonden blijven aan de opening van de uitzendingen van Radio Oranje waren die van de 5e Symfonie van Beethoven (“Té-té-té-tééé, té-té-té-tééé”), omgezet naar morse: kort - kort - kort - lang. Het ritmisch verloop van de morsetekens symboliseerde de V (van victory), waardoor de 5e Symfonie van Beethoven uitgroeide tot "de verzetssymfonie".

Na de symfonische klanken volgde steevast het vertrouwde: "Hier Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland", gevolgd door de nieuws- en schuilberichten. Schuilberichten waren gecodeerde boodschappen voor het verzet in Nederland, bijvoorbeeld over sabotageacties en wapenzendingen. Zo kon het schuilbericht "De boerenkool kan geoogst worden, ik herhaal: de boerenkool kan geoogst worden" betekenen dat een neergeschoten piloot in veiligheid moest worden gebracht.

Gedurende de dagelijkse uitzendingen van een- en later tweemaal een kwartier die de BBC beschikbaar stelde - op de 1.500 meterband (langegolf), 373, 285 en 261 meterband (middengolf) en 49, 41 en 31 meterband (korte golf) - volgde door de oorlogsjaren heen vele radiotoespraken. Toch heeft Koningin Wilhelmina in al die jaren maar ruim dertig radioredes gehouden. Als ze sprak, waren haar toespraken fel van toon en zeer populair. Niet in de laatste plaats vanwege de niet te blussen haat tegen de Duitse bezetter. De majesteitelijke peptalk gaf de Nederlanders in bezet Nederland hoop en maakte van Koningin Wilhelmina een van de symbolen van het verzet tegen de nazi's, ondanks dat Radio Oranje als gevolg van de Duitse stoorzenders op de meeste plaatsen alleen op de korte golf was te beluisteren.

Koningin Wilhelmina, die door de Britse premier Winston Churchill de enige Nederlandse man in het kabinet werd genoemd, drukte zich doorgaans onverzettelijk uit. Toch kreeg ze het verwijt dat ze krachtiger en vaker steun had moeten vragen voor haar joodse landgenoten. Dat gold ook premier Pieter Sjoerds Gerbrandy, de opvolger van minister-president Dirk Jan de Geer, die op staande voet was ontslagen omdat hij een voorstander was van een Nederland onder Duits bestuur. Wilhelmina's bekendste uitdrukking voor Radio Oranje is waarschijnlijk: "Slaat den mof op zijn kop", dat uit haar mond klonk als een opdracht van regeringswege, terwijl het een schending was van de regel dat het woord "mof" (scheldnaam voor de nazi-Duitser) niet op Radio Oranje mocht worden genoemd.

Radio Oranje was van meet af aan de officiële spreekbuis van de Nederlandse regering (Nederlandsche Regeerings Voorlichtingsdienst) in ballingschap, gevestigd in Stratton House aan Stratton Street in Londen. Bekende medewerkers waren Sybille van der Willik, Stanley Wright, Loe de Jong, Jan Willem Lebon, Jan van Os, Jan de Hartog, Henk van den Broek, Hans Reyneke van Stuwe, H.W. Sandberg, Godard Kal, George Sluizer, Frits Thors, A. den Doolaard (Bob Spoelstra) en huiszangeres Jetty Paerl ('Jetje van Radio Oranje'). Jetje zong enkele malen per week anti-Duitse liederen voor Radio Oranje, zoals: 'Zandvoort al aan de zee, alleen voor moffen en NSB'.

Op initiatief van premier Gerbrandy fuseerde Radio Brandaris op 30 oktober 1942 met Radio Oranje. Zodoende waren vanaf 2 november 1942 de opgeleukte uitzendingen van de Nederlandse regering in ballingschap te horen, waarbij het vernieuwende was gericht op het stimuleren van het verzet.

Radio Oranje wakkerde het verzet in het vaderland aan, voorzag het vaderland van nieuws (en bestreed daarmee de Duitse propaganda), hield het vertrouwen in de bevrijding hoog en gaf aanwijzingen en richtlijnen voor het (over)leven onder de Duitse overheersing. De Duitsers verboden het luisteren naar Radio Oranje (en BBC European Service). In weerwil van de dunne scheidslijn tussen journalistiek en propaganda, juist in oorlogstijd, heeft Radio Oranje mede de aanzet gegeven tot het maken en distribueren van vele illegale blaadjes in Nederland, waaronder Het Parool, Trouw en Vrij Nederland.

Ondanks de (zelf)censuur door de Nederlandse en Britse regeringen, waarbij de scripts van uitzendingen 48 uur tevoren moesten worden overlegd aan het Britse Ministry of Information en de Nederlandse ministerraad zijn goedkeuring moest geven, én aansporingen van Koningin Wilhelmina om voorzichtig te werk te gaan, bleek de door Radio Oranje vanuit Londen verstrekte informatie over het verloop van de oorlogshandelingen in de regel meer in overeenstemming te zijn met de feiten dan wat de Duitse propaganda deed geloven.

Omdat Koningin Wilhelmina, zeker in de beginperiode, geen zicht had op de situatie in Nederland, vermoedde ze dat ophitsende uitzendingen tot represailles van de Duitsers zouden leiden. Daarom nam ze het zekere voor het onzekere, waardoor ook slechts summier naar het lot van joodse Nederlanders werd verwezen. Immers, alleen al heimelijk naar Radio Oranje luisteren werd door de Duitsers beschouwd als een daad van verzet – die niet alleen door het verzet (illegaliteit, ondergrondse) werd uitgevoerd.

Na de Tweede Wereldoorlog hield Radio Oranje op te bestaan. Hoewel via de Duitse radiozender 'Vesting Holland' nog in de avond van 5 mei werd bekendgemaakt dat de berichten over een onvoorwaardelijke overgave van Duitsland volstrekt ongemotiveerd waren, richtten diezelfde avond zowel Hare Majesteit de Koningin als Z.K.H. Prins Bernhard zich via Radio Oranje tot het Nederlandse volk om Bevrijdingsdag aan te kondigen. Hiermee viel de bestaansreden van de omroep weg; het laatst bekende draaiboek dateerde van 2 juni 1945.

Na de bevrijding van Eindhoven werd al op 3 oktober 1944 onder leiding van de verzetsman Cornelis Gehrels vanuit het Philips Natuurkundig Laboratorium de eerste uitzending verzorgd van Radio Herrijzend Nederland. Als opvolger van beide radiostations, Oranje en Herrijzend Nederland, geldt Radio Nederland Wereldomroep.

Bronnen & Naslagwerken:

‘De Koningin sprak. Proclamaties en radiotoespraken van H.M. Koningin Wilhelmina gedurende de oorlogsjaren 1940-1945’ – dr. AMG Schenk & J.B.Th. Spaan (Ons Vrije Nederland, 1945)

‘Het recht om te waarschuwen. Over de Radio Oranje-toespraken van Koningin Wilhelmina’ – Jord Schaap (Uitgeverij Ambo/Anthos, 2007)

‘Hier is Londen’ (brochure over het werk van de BBC tijdens de oorlog, 1945)

‘Hier Radio Oranje. Vijf jaar radio in oorlogstijd’ – H.J. van den Broek (Vrij Nederland, 1947)

Onderling strijdend voor de goede zaak. Radio Oranje en De Brandaris – Onno Sinke (Tijdschrift voor Mediageschiedenis 2005-1)

‘Radio der Gegenpropaganda. Der niederländische Exilsender. Radio Oranje im Widerstand gegen die deutsche Besatzung (1940-1945)’ – Martin Bott (1994, artikel)

Radio Oranje, Andere Tijden, VPRO-televisie, 7 mei 2009

‘Verzet vanuit de verte. De behoedzame koers van Radio Oranje’ – Onno Sinke (Uitgeverij Augustus, 2009)

Terug naar Boven

 

RADIOSTILTE

Duits: Funkstille (niet zenden en ontvangen); Funksendeverbot (niet zenden). Engels: radio silence. Frans: silence radio. Afgekort: RX.

Radiostilte is, evenals elektronische stilte, een maatregel in het kader van elektronische oorlogsvoering (EOV) en emission control (EMCON).

"Uw bericht is ver te horen, en bereikt ook...'s vijands oren. Denk om verbindingsveiligheid."

Radiostilte is de verbindingsstatus van alle personeel om ter wille van operationele en/of veiligheidsredenen (tijdelijk) geen berichten via de radio te mogen zenden. Hierdoor wordt de vijand onzeker gehouden over de opstelling en sterkte van eigen troepen. Eenmaal opgelegde radiostilte mag niet onnodig verbroken worden, tenzij voor een vijandmelding.

Met radiostilte worden in het kader van de (verbindings)veiligheid dus geen radiosignalen overgebracht en wordt zo radiatie van elektromagnetische energie voorkomen. In de praktijk betekent radiostilte dat de radiozendapparatuur alleen is ingesteld op de mogelijkheid berichten te ontvangen, niet om te zenden.

Door zo mogelijk radiostilte (van... tot...) te hanteren, en zo min mogelijk vuur uit te brengen, schuilplaatsen te betrekken, camouflage toe te passen, geen voorbereidende beschietingen af te geven, eenheden te spreiden, frequent van positie of stelling te wisselen en andere misleidingsmaatregelen – wordt de vijand zo veel mogelijk in het ongewisse gehouden.

 

Op 26 november 1941 om 06.00 uur lokale tijd vertrok een Japanse oorlogsvloot onder radiostilte uit de Hitokapu-baai. Pas twaalf dagen later, om 07.35 uur, verbrak een verkenningsvliegtuig de radiostilte; voor de Japanners was het belang van een strikt in acht genomen radiostilte gedurende de gehele tocht belangrijker dan het voordeel van een vroegtijdige luchtverkenning.

De radiostilte bleek geen overbodige luxe, want Amerikaanse carriers waren vlakbij. Het laatste wat vice-admiraal Chuichi Nagumo wilde was een onverwachte ontmoeting op volle zee. Hoewel overal, van Indochina tot de Marshall-eilanden, verdachte Japanse vlootbewegingen werden waargenomen én Nagumo nota bene op 30 november nog via de radio berichten had doen uitgaan om zijn schepen ten gevolge van een orkaan in formatie te brengen, werden de Japanners niet getraceerd.

Op 7 december om 07.40 uur zag commodore Mitsuo Fuchida, die de eerste wave Japanse vliegtuigen leidde, de eerste Amerikaanse schepen. De Amerikanen sliepen of waren aan wal. Fuchida riep het codeword “Tora” (“Tijger”) over de radio: de aanval kon beginnen.

De aanval op de marinebasis Pearl Harbour op 7 december 1941 kostte aan ruim 2.400 Amerikanen het leven. De Japanse (lucht)vloot bracht in twee waves ± 350 gevechtsvliegtuigen in actie. Opnieuw bleek de klassieke krijgslist van de radiostilte een beproefd middel om de vijand in het ongewisse te laten.

Sinds het verschijnen van het boek ‘Day of Deceit: The Truth About FDR and Pearl Harbor’(1999) van Robert B. Stinnett is de radiostilte-theorie ontkracht als een leugen. Het is aantoonbaar dat de Amerikaanse regering heeft gefaald om de onderschepte, gedecodeerde en in het Engels vertaalde codes van de Japanse marine te overhandigen aan luitenant-generaal Walter C. Short en admiraal Husband E. Kimmel, respectievelijk commandant U.S. Army op Hawaii en cmmandant Pacific Fleet. De codes wezen onverbloemd uit dat oorlog dreigde.

Zie ook: camouflage, elektronische oorlogvoering (EOV), emission control (EMCON), misleiding en radiotelefonieprocedure.

Terug naar Boven

 

RADIOTELEFONIEPROCEDURE

Sprechfunk.
radiotelephone procedure.

De werkwijze bij het gebruik van spraakverbindingen, met als doel de radiodiscipline en verbindingsveiligheid te handhaven dan wel te verbeteren.

Ze bestaat voor het grootste deel uit het drillmatig omgaan met voornamelijk Engelstalig verbindingsjargon. Daarnaast heeft ze betrekking op het correcte gebruik van alle zaken die betrekking hebben op de radiotelefonieprocedure zelf, zoals:

► afwijkende roepnamen (callsigns)

codewoorden, prowoorden en verbindingswoorden

► frequenties (analoog, digitaal)

► laden van frequenties met cryptosleutels (fillgun)

radiostilte

► reservefrequenties

roepnamen (callsigns) in het kader van CASEVAC of MEDEVAC

► telefoonnummers (PTT, MDTN, mobiele telecommunicatie)

► wachtwoorden

Verbindingsveiligheid kan alleen worden bewerkstelligd door:

■ alleen te zenden als berichtenverkeer noodzakelijk is
■ discipline op het radionet te handhaven
■ gebruik te maken van Emission Control (EMCON) maatregelen (elektronische stilte, radiostilte)
■ geen coördinaten te noemen over een onbeveiligde verbinding
■ geen gebruik te maken van niet toegewezen frequenties en werkwijzen
■ geen namen van eenheden/personen te noemen
■ geen netwerken te laden die niet zijn toegewezen
■ getallen en cijfers op de correcte manier uit te spreken
■ op korte, zakelijke wijze de berichten snel te verzenden
■ opgelegde elektronische stilte en/of radiostilte niet onnodig te verbreken (ook niet voor het uitvoeren van een verbindingscheck)
■ uitzendingen naar vijandzijde af te schermen
  

Daarnaast mag niet:

■ de betekenis van codewoorden worden genoemd
■ eigenmachtig worden afgeweken van de radiotelefonieprocedure
■ in de microfoon worden geblazen
■ met te groot vermogen worden gezonden
■ ongeoorloofd klare taal worden gebruikt
■ onnodig de spreekschakelaar worden ingedrukt

Mondelinge berichten worden onder andere overgebracht via de FM9000. Door iedereen op een correcte manier én met gebruikmaking van de correcte radiotelefonieprocedure de FM-9000 te laten bedienen, is het personeel onder stressvolle omstandigheden beter in staat te kunnen blijven werken. Het personeel maakt hierbij onder meer gebruik van het Memorandum voor Radiotelefonie (IK 11-7).

Omdat verbindingsapparatuur elektromagnetische energie uitzendt, worden door een correcte radiotelefonieprocedure automatisch Electronic Protective Measures (EPM) gerealiseerd.

Zie ook: codewoord, fillgun, FM9000, Harris HF7000, KL-VSAT, K.V.O. (kennisgeving van ontvangst), Multitel, radiostilte, roepnaam, ROGER en WILCO.

Terug naar Boven

 

R.A.D.U.S.A.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor het doen van een vijandmelding:

BETEKENIS VOORBEELD
RRichting (volgens de klokmethode in uren) 10 uur
AAfstand (in meters) 600 meter
DDoel (zo specifiek mogelijk) sniper
UUitrusting (SPEAR) Heckler & Koch PSG-1
SSterkte (getalsmatig) 1
AActie (te verwachten) uitschakelen eigen troepen

Zie ook S.A.L.U.T.E.

Terug naar Boven

 

RAID

Angriff.
incursion.

Nederlands: overval.

Snelle en verrassende aanval die pas na een grondige voorbereiding en op basis van een gedetailleerde verkenning wordt uitgevoerd in vijandelijk gebied, in de regel door een eenheid ter grootte van een bataljon of bataljonstaakgroep (task force) of kleiner.

Doel van een raid is het:

■ demoraliseren, ontwrichten, uitputten of verwarren van vijandelijke eenheden
■ gevangennemen van vijandelijke leidinggevenden
■ ontzetten van personen (bijvoorbeeld krijgsgevangenen of gegijzelden)
■ vergaren van inlichtingen
■ vernietigen van vijandelijke installaties (met name commandoposten, logistieke installaties, verbindingscentra en andere hotspots)
■ vernietigen, (tijdelijk) vermeesteren of verstoren van een vijandelijk essentieel element

Een raid omvat een verplaatsing naar én penetratie in vijandelijk gebied, vaak in het kader van een diepe operatie van het hoger niveau.

Het (relatief) kleinschalige en kortdurende karakter van een raid eindigt met een geplande terugkeer over de grond óf door de lucht: indien uitgevoerd door een air assault-eenheid in één wave.

Zie ook: airborne, bruggenhoofd, coup-de-main, invasie en wave.

Terug naar Boven

 

RALLY POINT

Sammelplatz; Sammelpunkt.
point de ralliement; point de regroupement.

Nederlands: verzamelpunt.

Gemakkelijk herkenbaar punt in het terrein waar eenheden zich op een veilige locatie snel in een rondom verzamelen en reorganiseren.

Het rally point maakt deel uit van de procedure contactdrill na een rally: een noodoproep, na onderkenning door de vijand, om aan de achterzijde, op de linkerflank of op de rechterflank tijdens een patrouille direct de wapens op te nemen tegen de vijand, vervolgens af te breken en tenslotte uit te wijken naar een emergency rendez-vous (ERV) of final rendez-vous (FRV).

Draag er zorg voor dat elk lid van de patrouille weet waar onderweg de geplande en alternatieve uitwijkroutes en rally points gelegen zijn, zoals ERV en FRV; deze punten liggen met tussenpozen langs of op de route. Het verblijf in een rally point duurt zo kort mogelijk; nooit langer dan 15 minuten.

Zie ook: contactdrill, emergency rendez-vous (ERV), final rendez-vous (FRV), patrouille te voet, rendez-vous en verkenningspatrouille.

Terug naar Boven

 

RAMBO, JOHN JAMES

John Rambo - geboren op 6 juli 1947 in Bowie, Arizona, VS - is het fictieve karakter dat is gecreëerd door de schrijver David Morrell in zijn roman 'First Blood' (1972).

Bij de Special Forces volgt Rambo de opleiding tot Green Beret, waarna in 1969 naar Vietnam wordt gestuurd. Daar wordt hij door de Noord-Vietnamenzen krijgsgevangene gemaakt, maar slaagt erin te ontsnappen. In 1974 wordt hij eervol ontslagen.

In 'First Blood' breekt voor Rambo in de VS de Vietnamoorlog in het klein uit. De eerste zin van de roman luidt: "His name was Rambo, and he was just some nothing kid for all anybody knew, standing by the pump of a gas station at the outskirts of Madison, Kentucky."

Rambo is wereldberoemd geworden als het alter ego van de Amerikaanse acteur Sylvester Stallone.

John James Rambo speelt de hoofdrol in vier achtereenvolgende speelfilms:

First Blood1982
Ramo. First Blood Part II1985
Rambo III1988
Rambo2008

Na Vietnam kan de voormalige Green Beret moeilijk herintegreren in de burgermaatschappij. Als gevolg van de martelingen tijdens zijn krijgsgevangenschap, lijdt Rambo aan een posttraumatische stressstoornis.

In de films is Rambo verworden tot het schoolvoorbeeld van de introverte spierbundel en Einzelgänger. Weliswaar is hij goed getraind in survival, wapens, vechtkunst en guerrillaoorlogvoering, hij verschiet soms onnodig grote hoeveelheden munitie.

Met een overdosis aan geweld ("Killing is easier than breathing") wint hij zijn (persoonlijke) oorlogen. Na zijn eervol ontslag heeft de vechtmachine zich afgezonderd van de maatschappij, waar hij psychisch gekweld raakt door elke vorm van onrecht.

'First Blood' van David Morrell uit 1972.

Terug naar Boven

 

RAMP CEREMONY

Laatste eerbewijs dat door aanwezige troepen in groten getale wordt gebracht aan een gesneuvelde collega in een operatiegebied. De collega wordt vervolgens teruggevlogen naar zijn vaderland.

Bij een ramp ceremony vormen de aanwezige militairen, aan beide kanten van de laadklep aan de achterzijde van het vliegtuig, een lintvormige erehaag. Door de erehaag van in de houding staande troepen lopen 8 kistdragers met de kist met het stoffelijk overschot plechtstatig in de richting van het vliegtuig. Op de kist ligt de vlag van het vaderland. Bij de Nederlandse driekleur ligt wit midden op de kist, blauw ter linkerzijde in de looprichting en rood rechts.

De ramp ceremony van een Canadese collega.

Achter de kistdragers loopt de kussendrager: hij draagt een kussen met daarop baret, medailles en overige onderscheidingstekens van de collega.

Het postume eerbetoon aan de gevallen kameraad wordt vergezeld door eremuziek, -signalen, en/of -woord (commandant of geestelijk verzorger) en overige ceremoniële plichtplegingen. Na alle protocollaire formaliteiten wordt de kist in het vliegtuig gedragen en kan het stoffelijk overschot zijn laatste thuisreis aanvaarden.

Terug naar Boven

 

RANGEN & STANDEN (INTERNATIONAAL)

Onderstaande 1-op-1 vergelijking van de rangen en standen binnen de Duitse (DEU), Nederlandse (NLD) en Britse (GBR) landmacht. Deze is gebaseerd op de NATO Standardization Agreement (STANAG) 2116, 'NATO Codes for Grades of Military Personnel'.

Binnen de Nederlandse krijgsmacht is STANAG 2116 terug te vinden in Defensiepublicatie (DP) 20-10, Ceremonieel & Protocol.

Code DuitslandNederlandGroot-Brittannië
OF-10field marshal
OF-9generalgeneraalgeneral
OF-8generalleutnantluitenant-generaallieutenant-general
OF-7generalmajorgeneraal-majoormajor general
OF-6brigadegeneralbrigadegeneraalbrigadier
OF-5oberstkolonelcolonel
OF-4oberstleutnantluitenant-kolonellieutenant-colonel
OF-3majormajoormajor
OF-2(stabs)hauptmannkapiteincaptain
OF-1(ober)leutnanteerste luitenant
tweede luitenant

1st lieutenant
2nd lieutenant

OR-9oberstabsfeldwebeladjudant

warrant officer 1st class
regimental sergeant major

OR-8stabsfeldwebeladjudant

warrant officer 2nd class
quartermaster sergeant

OR-7hauptfeldwebelsergeant-majoorstaff sergeant colour sergeant
OR-6(ober)feldwebelsergeant der eerste klassesergeant
OR-5(stabs)unteroffiziersergeantsergeant
OR-4(ober)stabsgefreiterkorporaal der eerste klassecorporal
OR-3

hauptgefreiter
obergefreiter

korporaallance corporal
OR-2gefreiter

soldaat der eerste klasse
soldaat der tweede klasse

private
OR-1grenadiersoldaatprivate

Terug naar Boven

 

RATS, KUCH EN BONEN

De verzamelnaam voor het militaire voedsel in de tweede helft van de 19e en in de 20e eeuw:

Rats

Vervorming van ratjetoe (Frans: ratatouille) en vergelijkbaar met wat de Duitsers "Eintopf" noemen. De door elkaar gestampte kost van aardappelen, uien en verschillende groenten, leek op hachee en werd in de regel 's middags gegeten. De stamppot was goed gaar gestoofd of gekookt.

 

Kuch

Commies-, munitie- of soldatenbrood. Grof brood van enkele dagen oud met veel zemelen. Per definitie droog en hard. Volgens de voorschriften werd kuch door het leger als voedsel aan de manschappen verstrekt.

De kwaliteit van het brood - volgens H.M.F. Landolt "het onontbeerlijkste verplegingsmiddel voor de troepen" - was echter gering, omdat het goedkoop moest zijn en de grondstoffen altijd beschikbaar. Kuch was ideaal om in hompen in de soep te dopen of, in zijn geheel, om de ramen van de barakken in te gooien.

Soep, bijvoorbeeld bieten- of koolsoep, werd vaak ook al 's morgens gegeten. 's Avonds werd kuch bijvoorbeeld gegeten met bloedworst of kaas.

 

Bonen

Gedroogde bruine en witte bonen waren de dagelijkse aanvulling van het menu. Bonen waren goedkoop, konden heel lang worden bewaard en waren in ruime mate aanwezig.

 

In het mobilisatiejaar 1939 scoorde Lou Bandy een hit met 'Rats, kuch en bonen', met als refrein:

"Rats, kuch en bonen
Is het soldatendiner
Rats, kuch en bonen
Doe daar je maaltje maar mee
Vree is ons streven
Vrijheid van grenzen tot strand
Hollandse soldaten leven
Voor het Vaderland!"

Rats, kuch en bonen waren, zeker naar hedendaagse standaarden, weliswaar voedzaam maar zeker ook eenzijdig. Zo veroorzaakte deze klasse I winderigheid, waardoor de lucht in de slaapzalen vaak bedompt was.

Lou Bandy scoorde aan de vooravond van WO II een hit met 'Rats, kuch en bonen'.

Zie ook: Ontwikkeling & Ontspanning (O & O).

Terug naar Boven

 

RAVEN MINI-UAV

Voluit: UAV RQ 11B Raven. Bijgenaamd: "vliegende verrekijker".

De Raven is een op afstand bestuurde (Small) Unmanned Aerial Vehicle/Short Range Tactical UAV met een romp van Kevlar die binnen enkele minuten uit de hand kan worden gelanceerd. De Raven landt in een glijvlucht met opgetrokken neus ('deep-stall').

De Koninklijke Landmacht heeft de Raven in gebruik voor landoperaties tot op compagniesniveau. De Raven is door de Amerikaanse krijgsmacht ingezet in Afghanistan en Irak.

Bij vrij zicht (line of sight) kan de Raven observaties uitvoeren met een actieradius van maximaal 10 km, waarbij de UAV aanvullende real-time situational awareness levert. De aandrijving van de Raven vindt plaats met een elektromotor; de propeller bevindt zich achter de vleugels.

Op 29 mei 2008 tekende Defensie met de Amerikaanse firma AVINC het contract voor de aanschaf van de Raven, bestemd voor de verkenningseenheden van de pantser- en luchtmobiele infanterie en het Korps Commandotroepen van de Koninklijke Landmacht én het Korps Mariniers. Het Raven-systeem bestaat uit drie vliegtuigen, een grondstation (laptop) voor het vluchtplan en de vlucht, en een antennesysteem voor de verbinding tussen het grondsysteem en het vliegtuig. De order bedroeg 7,7 miljoen dollar. De eerste Ravens stroomden in 2009 in.

Onder andere ook Australië, Denemarken, Italië, Spanje en de Verenigde Staten beschikken over de Raven.

Raven-team van 17 Pantserinfanteriebataljon met het NatOps-certificaat.orzien. Elk Raven-team bestaat uit twee operators die elkaars functie kunnen overnemen. De opleiding tot UAV-operator wordt gevolgd bij het JISTARC.

Specificaties:

actieradius

10 km

gewicht

2 kg

hoogte

40 cm

kruissnelheid

48 km per uur

lengte

91 cm

maximale vliegsnelheid

95 km per uur

maximale vluchttijd

60 minuten

observatiemiddelen

optisch dagzichtcamera
infrarode of thermische nachtzichtcamera

producent

(AeroVironment, Californië, VS)
externe link: AVINC

spanwijdte

1 meter 40

vlieghoogte Above Ground Level, maximaal

5.000 voet
(1.500 m)

vlieghoogte Above Ground Level, organiek

165 tot 1.150 voet
(50 tot 350 meter)

voortstuwing

elektromotor, gevoed door oplaadbare lithium-ion-polymeer accu

De UAV kan worden toegerust met verschillende soorten camera's, die zowel voor- als zijwaarts registreren. De gemaakte camerabeelden worden tijdens de vlucht live op het grondstation getoond, waardoor de UAV bruikbaar is als waarnemmingshulpmiddel:

► aanvragen vuursteun
► beeldopbouw bij bosbranden, grote evenementen of in rampgebieden (NatOps en missie)
► beveiligen van bases, konvooien en patrouilles
► opsporen van verdachten of vermisten (NatOps en missie)
► uitvoeren van Battle Damage Assessment (BDA)
► uitvoeren van een waarnemingen en verkenningen

De operator op het grondstation kan coördinaten inplotten op digitale kaarten, waarna de UAV via way-points automatisch een route vliegt of rond een markant punt blijft rondcirkelen.

De Raven verving de Aladin mini-UAV.

Officieel de Raven RQ-11B, bijgenaamd de "vliegende verrekijker".

Voorbeeld Nationale Operatie met Raven

In de nacht van 31 december 2009 op 1 januari 2010 heeft Defensie op verzoek van de burgemeester van de gemeente Aalburg de politie van Midden- en West-Brabant bijgestaan bij de handhaving van de openbare orde.

Drie Ravens vlogen boven delen van het dorp Veen, gemeente Aalburg. In Veen kwam het tijdens de vorige Oudejaarsnacht tot brandstichting en rellen met de politie. De samenwerking met civiele autoriteiten, zoals de politie, is een van de kerntaken van Defensie.

De drie onbemande toestellen zonden tijdens hun vlucht beelden uit waarmee de politie het verloop van de Nieuwjaarsfestiviteiten kon volgen. Een zevenkoppig Raven-team van de KL verzorgde de luchtsurveillance. De verkenningsvliegtuigjes waren uitgerust met een dag- of nachtzichtcamera, waarmee tot een afstand van 10 kilometer informatie kon worden ingewonnen.

Terug naar Boven

 

REACTIETIJD

De tijd die een eenheid nodig heeft om tijdig op locatie te zijn voor het uitvoeren van zijn opdracht, d.w.z. om gevechtskracht (combat power) tot gelding te brengen.

Binnen de tijd- en ruimtefactoren van het besluitvormingsproces is de reactietijd van groot belang. Al in de analyse van de opdracht wordt onder andere een eerste schatting gedaan over verplaatsingsafstanden, verplaatsingstijden en reactietijden.

De reactietijd is de optelsom van de graad van gereedheid, verplaatsingstijd en ontplooiingstijd.

Definities:

GRAAD VAN GEREEDHEID

Maximaal toegestane tijdsduur vanaf het moment waarop het bericht tot uitvoering van een opdracht wordt ontvangen tot het tijdstip waarop met de uitvoering van de verplaatsing voor die opdracht moet worden begonnen.

Op het moment dat dit bericht wordt ontvangen, moet de commandant zijn personeel en materieel reeds geheel of gedeeltelijk gereed hebben voor de uitvoering van die opdracht, afhankelijk van de graad:

► Normaal

Notice To Move (<) 3 uur

► Verhoogd

5 minuten < Notice To Move < 3 uur

► Verlaagd

Notice To Move > 3 uur

De reactietijd is géén graad van gereedheid; de graad van gereedheid kan onder andere deel uitmaken van de reactietijd.

 

VERPLAATSINGSTIJD

De tijd die nodig is om te verplaatsen van een aanvangspunt (apt) naar een eindpunt (ept).

De verplaatsingstijd wordt met name bepaald door de volgende factoren:

► voorbereidingstijd tot begin verplaatsing
► afstand
► route
► staat van infrastructuur op route
► verplaatsingssnelheid
► voorbereidingstijd tot begin verplaatsing

In de regel is de verplaatsingstijd de belangrijkste variabele bij het bepalen van de reactietijd.

Het incalculeren van de verplaatsingstijd - zowel strategisch (indien nodig) als tactisch (in het operatiegebied) - bepaalt de overblijvende speelruimte.

Voorbeelden

► Een verplaatsing te voet duurt langer dan een gemotoriseerde verplaatsing; een infiltratie duurt langer dan een organieke verplaatsing te voet; enzovoorts.
 
► Een verplaatsing over meerdere, naast elkaar gelegen marsroutes, zoals bijvoorbeeld bij een opmars (advance to contact) of nabijoperatie, kost minder verplaatsingstijd en maakt een snelle ontplooiing mogelijk.

► De inbreng van raccordementen ten tijde van de Koude Oorlog verkortte, met name voor zwaar materieel, de verplaatsingstijd naar de Noord-Duitse Laagvlakte, het toenmalige oorlogsgebied van de Koninklijke Landmacht.

► Het uitbrengen van een Forward Operating Base of Forward Arming and Refueling Point beperkt de verplaatsingstijd en dus ook de reactietijd in zijn geheel.

 

ONTPLOOIINGSTIJD

Synoniem: preparatietijd.

Tijd die nodig is om na de verplaatsing te kunnen beginnen met de opdracht.

Zie ook: graad van gereedheid, graad van gevechtsvaardigheid en K.V.P.O.R.

Terug naar Boven

 

REAL TIME (& NEAR REAL-TIME)

Het verschil tussen real-time en near real-time zit, uitgaande van de laatste, in de vertraging die kan ontstaan door het proces van informatieverwerking in of door (militaire) communicatiemiddelen.

De vertraging betreft zelden meer dan een fractie (van seconden).

REAL-TIME

NEAR REAL-TIME

Echtzeit

Fast-Echtzeit

en temps réel

en temps quasi réel

Echte tijd. Op de werkelijke tijd dat iets plaatsvindt.

Een fractie (van seconden) langzamer dan real-time. Later dan echte tijd.

Terug naar Boven

 

RECHTSTREEKSE DEELNAME AAN VIJANDELIJKHEDEN

Unmittelbare Teilnahme an Feindseligkeiten.
recuperation.direct participation in hostilities (DPIH).
participation directe aux hostilités.

Afgekort: RDAV.

Regel, afgeleid van het humanitair oorlogsrecht, die regelt dat het beschermen en ontzien van burgers vervalt wanneer sprake is van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden.

Hoewel in het humanitair oorlogsrecht de term ‘rechtstreekse deelname aan de vijandelijkheden’ niet concreet is gedefinieerd, wordt er indirect wel naar verwezen:

In Gemeenschappelijk Artikel 3 (Common Article 3) bij elk van de vier Conventies van Genève van 12 augustus 1949 (GA 3), lid 1:

“Persons taking no active part in the hostilities”

“Personen, die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen”

In GA 3 zijn regels opgenomen over het humanitair recht waaraan partijen zich moeten houden bij gewapende conflicten die niet van internationale aard zijn, zoals een intern conflict (burgeroorlog). De regels hebben betrekking op de humane behandeling en bescherming van non-combattanten.

 

In het Aanvullend Protocol (8 juni 1977) bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I), hoofdstuk III (Burgerobjecten), artikel 52 (Algemene bescherming van burgerobjecten), lid 2:

“Attacks shall be limited strictly to military objectives.”

“Aanvallen dienen strikt tot militaire doelen te worden beperkt.”

De niet-concrete definiëring heeft steeds tot verschillend in interpretatie geleid, bijvoorbeeld vanwege het gegeven dat het verlies van bescherming slechts geldt “gedurende de tijd dat” aan vijandelijke handelingen wordt deelgenomen.

Bij de uitleg over vijandelijke handelingen die worden uitgevoerd door burgers in een gewapend conflict wordt onder andere discussie gevoerd over:

Al dan niet erkennen van activiteiten

Vallen de planning van een aanval of de logistieke ondersteuning van een aanval onder de aanval?

Duur van de RDAV

Wanneer precies begint en eindigt de RDAV?

In mei 2009 publiceerde het International Committee of the Red Cross (ICRC) de publicatie ‘The Interpretive Guidance on the Notion of Direct Participation in Hostilities under International Humanitarian Law’, geschreven door dr. Nils Melzer (Legal Adviser van het ICRC)> Sindsdien geldt deze als leidraad van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden fungeert.

Hieruit blijkt dat een handeling zich kwalificeert als RDAV indien is voldaan aan drie cumulatieve criteria:

THRESHOLD OF HARM
Schadedrempel

De handeling moet de militaire operatie of capaciteit van een partij bij een gewapend conflict “waarschijnlijk negatief beïnvloeden” of, als alternatief, personen of objecten die beschermd zijn tegen een directe aanval doden, verwonden of vernietigen.

DIRECT CAUSATION
Directe oorzaak

Er dient een direct oorzakelijk verband te zijn tussen de specifieke handeling en de waarschijnlijke schade die uit de handeling ontstaat.

BELLIGERENT NEXUS
Oorlogvoerend verband

De handeling moet specifiek en direct verband houden met de vijandelijkheden (ter ondersteuning van de ene partij in het conflict en ten koste van de andere).

Hiermee is een voorlopig einde gekomen aan de abstracte definitie van rechtstreekse deelname aan vijandelijkheden uit het humanitair oorlogsrecht.

Terug naar Boven

 

RECUPERATIE

Erholung.
recovery, recuperation.
récupération.

Een periode waarin aan de militair geen feitelijke werkzaamheden worden opgedragen, opdat door afwisseling van inzet en rust de gewenste operationele inzetbaarheid wordt gehandhaafd.

Anders dan bij vakantieverlof (VV) is recuperatie een gunst in plaats van een recht. De bevelvoerende autoriteit in het uitzendgebied geeft aan of de operationele omstandigheden recuperatie toestaan en, zo ja, waar en wanneer.

Het is mogelijk dat recuperatie in of nabij het inzetgebied wordt genoten. De operationele omstandigheden maken het onmogelijk om iedereen de gelegenheid te geven tegelijkertijd recuperatie te genieten.

Uitgangspunt voor de recuperatie is beleid van de Verenigde Naties dat stelt dat per maand uitzending 2½ dag recuperatie wordt opgebouwd, met een maximum van 15 aaneengesloten werkdagen, exclusief de reisdagen van en naar het verlofadres. Militairen die gedurende vier maanden of korter worden uitgezonden, hebben in beginsel geen recht op recuperatie; het gevolg hiervan is dat de operationele capaciteit gedurende de volledige uitzending op hetzelfde peil blijft.

Gedurende de recuperatie blijft de militair aanspraak maken op de faciliteiten uit de 'Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties' (VVHO).

Als na beëindiging van de operatie blijkt dat sprake is geweest van een onafgebroken inzet zonder recuperatie, verleent de bevelvoerende autoriteit na definitieve terugkeer van de militair extra vrije tijd van maximaal 6 dagen na een inzetduur van zes maanden dan wel naar rato een deel hiervan bij kortdurender inzet.

Zie ook: inschepingsverlof, ontschepingsverlof en Ter Beek-verlof.

Terug naar Boven

 

RED CARD HOLDER

Letterlijk: rode kaart-houder.

Liaisonofficier die is gestationeerd op een internationaal hoofdkwartier om erop toe te zien dat de wijze waarop een internationale troepenmacht de eraan deelnemende Nederlandse militairen tactisch inzet in overeenstemming met de door Nederland gestelde voorwaarden en richtlijnen, zoals:

Geweldsinstructie

Targeting Guidelines (nationale richtlijnen)

Rules of Engagement

De Red Card Holder heeft de bevoegdheid een missie af of goed te keuren zonder overleg met de Commandant der Strijdkrachten. Dit is noodzakelijk omdat een opdracht bijvoorbeeld in strijd is met de voorwaarden die de Nederlandse politiek aan militaire deelname heeft gesteld dan wel de behoefte aan Nederlandse militaire inzet zeer urgent is.

Het afkeuren dat Nederlandse militairen van een internationale troepenmacht aan een bepaalde actie meedoen, wordt gezien als het uitdelen van een rode kaart.

De Red Card Holder kan in zijn taak worden bijgestaan door de Contingentscommandant of Senior National Representative (SNR).

Zie ook: Commandant der Strijdkrachten (CDS), Contingentscommandant, geweldsinstructie, liaison, Rules of Engagement (ROE), Senior National Representative (SNR) en Targeting Guidelines.

Terug naar Boven

 

RED DEVIL RUN

Jaarlijkse wedstrijd voor de militairen van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz.

De wedstrijd gaat over achtereenvolgens het lopen van een snelmars van 20 km in de omgeving van de Oranjekazerne in Schaarsbergen (De Hoge Veluwe) en, aansluitend, het afleggen van een schietproef met het geweer Colt op de schietbaan ‘Arnhemse Heide’.

De militair die het parcours het snelst aflegt en daarna de minste puntenaftrek bij de schietproef behaalt, is eindwinnaar. De eerste vijftig militairen in het eindklassement ontvangen het felbegeerde Red Devil t-shirt.

De Red Devil Run is ontstaan tijdens de uitzending van 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Van Heutsz van mei tot november 1999 (SFOR-6) en wordt traditiegetrouw geïnitieerd door de Charlie-compagnie ('Red Devils').

Op het eerste lustrum van de Red Devil Run, in 2006, stond de wedstrijd voor de eerste maal open voor deelnemers uit de gehele Koninklijke Landmacht.

Terug naar Boven

 

REDDINGSDEKEN

Ook: alu(minium)-, isolatie- of isoleerdeken.

Lichaamsgrote deken van aluminiumfolie die bescherming biedt tegen zowel onderkoeling (hypothermie) als warmteletsel. De reddingsdeken heeft een gouden en een zilveren zijde, die beide werken als isolatielaag tussen de reflector (zonnestralen en -warmte) en het menselijk lichaam.

Gouden zijde buiten

De zilveren kant naar binnen dient om af- of onderkoeling en andere koudeletsels tegen te gaan door zo weinig mogelijk lichaamswarmte te laten verliezen. In dit geval is de deken – die tot 80% van de eigen lichaamswarmte reflecteert – ideaal bij verkeers-, watersport- en wintersportongevallen. Hierbij is dus de gouden zijde aan de buitenkant te zien. Voor een optimale werking tegen onderkoeling moet over de reddingsdeken ook een wollen deken worden gedrapeerd; ook het hoofd dient te worden ingepakt!

Ezelsbruggetje: "Zie je goud, dan heeft je patiënt het te koud."

Zilveren zijde buiten

De gouden kant naar binnen dient om extreme hittestraling, oververhitting en andere warmteletsels tegen te gaan door zo veel mogelijk lichaamswarmte te laten verliezen. De reddingdeken fungeert hier als een hitteschild dat zonnestralen en -warmte terugkaatst. Hierbij is dan ook de zilveren zijde aan de buitenkant te zien.

Let wel: bij brandwonden mag de reddingsdeken niet worden gebruikt!

Zie ook: koudeletsels en warmteletsels.

Terug naar Boven

 

REDeployment

Auflockerung.
redéploiement.

Tegenovergestelde: ontplooiing (deployment).

Terugverplaatsing vanuit het operatietoneel naar de vredeslocatie dan wel de verplaatsing naar een nieuw inzetgebied. In de terugkeerfase worden personeel en materieel (middelen, uitrustingsstukken en voorraden) weer onder nationaal bevel gesteld, gehergroepeerd e.d.

Een militaire operatie in een inzetgebied wordt afgesloten met een redeployment, die onder andere bestaat uit een strategische terugverplaatsing naar het moederland. De gehele logistieke lijn tot en met het point of debarkation (POD) in het moederland geldt als de redeployment.

De redeployment is een integraal onderdeel van het operationele logistieke proces, dat achtereenvolgens bestaat uit factoren als planning, deployment (ontplooiing), instandhouding, redeployment, afwikkeling en recuperatie. Na de redeployment volgen onder andere onderhoud en herstel voor het materieel en debriefing en evaluatie voor het personeel.

Zowel deployment als redeployment vallen onder de door de NAVO gespecificeerde 3e essentiële operationele capaciteit (EOC-3): ontplooibaarheid en mobiliteit.

Voor een redeployment bestaat geen blauwdruk wegens de vele factoren van invloed, zoals de grootte van de eenheid, de beschikbaarheid van (al dan niet civiele) transportcapaciteit en eventuele verzoeken van lokale autoriteiten in het inzetgebied om materieel over te nemen. De voorbereiding en uitvoering van een redeployment worden gesteund door een
redeploymentondersteuningsdetachement (redostdet).

In 2010 vond de Redeployment Task Force Uruzgan (TFU) plaats door zorg van het Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL).

Zie ook: ontplooiing (deployment), Reforger en R.S.O.M.I.

Terug naar Boven

 

RED ZONE

Gebied in een ruimte (gebouw) waarachter niet kan worden waargenomen. Term in gebruik bij optreden in verstedelijkte gebieden (OVG). Vergelijkbaar met een onbestreken ruimte in het terrein.

Terug naar Boven

 

RE-ENACTMENT

Het naspelen/uitbeelden van historische gebeurtenissen (living history) vindt in de regel plaats waar de historie plaatsvond, door deelnemers in de kleding van toen.

Hiermee wordt de geschiedenis tot leven gewekt, zoals hier te zien is in het naspelen van acties uit de Tweede Wereldoorlog door deelnemers van de Vereniging Historische Militaria.

Terug naar Boven

 

REFORGER

Rückkehr der Streitkräfte nach Deutschland.
Retour des Forces en Allemagne.

Betekenis: REturn of (United States) FORces to GERmany.

Tussen 1967 en 1993 jaarlijks terugkerende strategische en combined oefening van de Amerikaanse en in Duitsland gestationeerde geallieerde NAVO-lidstaten tijdens de Koude Oorlog. De Koninklijke Landmacht nam vanaf 1969 aan de oefeningen deel.

Doel van ReForGer was testen of het haalbaar was om binnen 7 à 10 dagen de conventionele Amerikaanse strijdkrachten overzee, in Centraal-Europa (Duitsland), te kunnen ontplooien.

In het 'most likely wartime scenario' van een invasie in West-Europa door de Sovjet-Unie en haar satellietstaten van het Warschau Pact, ging de NAVO ervan uit dat het Rode Gevaar pas na 2 tot 3 weken op volle sterkte gemobiliseerd zou zijn.

Pas na versterking met 'ReForGer units' uit de VS zouden alle middelen in Duitsland beschikbaar zijn. Vermoedelijk zou de benodigde tijdsspanne in het worst case scenario te lang zijn voor een contraoffensief: de Duitse buffer zou niet zo lang kunnen worden behouden door het voeren van het vertragend gevecht.

ReForGer was niet alleen een signaal aan de Sovjet-Unie. Voor de Europese bondgenoten was het een geruststelling, omdat de VS eind jaren '60 eenheden uit Duitsland had terugtrokken in verband met de stijgende behoefte aan troepen in de Vietnamoorlog.

Tijdens ReForGer bracht de Amerikaanse krijgsmacht versterkingen ter grootte van minimaal een divisie vanuit de VS over naar Duitsland. Tonnen Amerikaans materieel en tienduizenden Amerikaanse militairen werden ingevlogen en verscheept naar havens en vliegvelden in West-Europa. In Nederland waren twee gebieden die van vitaal belang waren voor de aanvoer van versterkingen. Deze 'ReForGer ports' waren de havens van Rotterdam en Amsterdam met de nabijgelegen vliegvelden Zestienhoven en Schiphol.

Van hieruit vond de transit plaats naar de POMCUS-depots (Preposition of Materiel Configured in Unit Sets) in Duitsland, waar het onderhouden Amerikaanse materieel gereedstond voor gebruik.

Ten behoeve van ReForGer fungeerde Nederland vaak als gastland in het kader van Host Nation Support, met een hoofdrol voor het Military Traffic Management Command. In Nederland opgeslagen en onderhouden materieel in depots (P.O.M.S.-sites) werd dan door de Amerikanen opgehaald en overgebracht naar Duitsland.

De grootschaligheid van ReForGer was ongekend.

Wanneer het oefenscenario dat voorzag, doorkruisten grote aantallen tanks en pantserrupsvoertuigen het Duitse landschap.

Met 125.000 deelnemende militairen, 22.000 voertuigen en 600 helikopters staat ReForGer 1988 (Certain Challenge) in de boeken als de grootste Europese Field Training Exercise sinds het einde van WO II.

De oefening vond plaats van 12 tot en met 23 september 1988 plaats in de Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg.

Uit de Verenigde Staten werden 18.000 militairen ingevlogen, met name personeel van de 1st Infantry Division.

Samen met de in Duitsland gestationeerde 3rd Armored Division, 3rd Infantry Division en 8th Infantry Division telden het strijdtoneel van de oefening daardoor onder meer vier Amerikaanse divisies.

In 2004 verscheen van Heinz Leitsch de roman 'Reforger 1988. Certain Challenge' (ISBN 9783848216475).

Zie ook: DEFORGER, P.O.M.S.-sites en Reforger '87: Een crisis die geen crisis werd. Observatie en analyse van een civiel-militaire operatie (1988, Crisis Onderzoek Team).

Terug naar Boven

 

REGIME CHANGE

Regimewechsel.
changement de régime.

Nederlands: regimeverandering.

Term uit de jaren '20 van de 20e eeuw. Het bestaande regime (bestuur, regering) wordt vervangen door een ander, democratisch bewind.

Regime change kan plaatsvinden na interventie door een vreemde mogendheid, als gevolg van een revolutie of staatsgreep (coup d’état) of binnen de kaders van state-building.  Hierbij worden instituties van de bestaande regering vervangen.

Regime change werd met name gepopulariseerd door Amerikaanse regeringen en, in het verlengde daarvan, de Central Intelligence Agency (CIA). De CIA hanteert de term “overthrow of foreign governments” bij het ten val brengen van in haar ogen autoritaire of dictatoriale buitenlandse regeringen; hierbij worden in covert operations Amerikaanse strijdkrachten ingezet.

Zo werd regime change afgedwongen in Afghanistan na de terroristische aanslagen in de VS (11 september 2001), omdat het Taliban-regime Al Qaida had gefaciliteerd, en in Irak (2003) ten tijde van de val van Saddam Hoessein, als gevolg van de in 1998 getekende Iraq Liberation Act. In het tweede decennium van de 21ste eeuw werd regime change aangemoedigd in Libië (2011) en Syrië (2012).

Terug naar Boven

 

REGIMENT

Voorheen was een regiment de grootste organieke eenheid van één wapen of dienstvak, geleid door een kolonel; tegenwoordig is een regiment een administratieve, ceremoniële en overkoepelende eenheid die bij zowel wapens als dienstvakken de tradities van de onder haar ressorterende eenheden bewaakt en bewaart.Formeel geldt dat een korps kleiner is dan een regiment: een regiment had bij zijn ontstaan een organieke troepensterkte groter dan 600 militairen.

De regimenten werden in vroeger tijden door de regimentscommandanten zelf geworven, bewapend en gekleed. Dit is dan ook de reden dat het ene regiment zich nog altijd van het andere onderscheidt: eigenheid van traditie (standaard of vaandel) en uniform (ceremonieel tenue).

Een regiment bestond vroeger uit één of meer manoeuvrebataljons, maar tenminste uit driehonderd (300) militairen. In de tijd van Nederlands-Indië waren er bijvoorbeeld de Regimenten Infanterie die werden ondergebracht in een infanteriebrigade of -divisie. 3-5 RI was bijvoorbeeld het 3de bataljon van het 5de Regiment Infanterie.

Binnen het Nederlandse leger worden nog altijd regimenten onderkend, onder andere binnen de cavalerie en infanterie:

Garde Fuseliers Prinses Irene

inf

17 Pantserinfanteriebataljon

Garderegiment Grenadiers & Jagers

inf

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Regiment Huzaren Prins Alexander

cav

41 Tankbataljon

Regiment Huzaren Prins van Oranje

cav

42 Tankbataljon

Regiment Huzaren van Boreel

cav

Regiment Huzaren van Sytzama

cav

11 Tankbataljon

Regiment Infanterie Chassé

inf

Regiment Infanterie Johan Willem Friso

inf

44 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Infanterie Menno van Coehoorn

inf

Regiment Infanterie Oranje Gelderland

inf

45 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Limburgse Jagers

inf

42 Pantserinfanteriebataljon

Regiment Stoottroepen Prins Bernhard

inf

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Regiment van Heutsz

inf

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Ook de Bevoorradings- & Transporttroepen, Geneeskundige Troepen, Genietroepen, Technische Troepen en Verbindingstroepen zijn in een regiment verenigd. Regimenten organiseren traditiegetrouw regimentsborrels, -diners, -sportdagen e.d. om de binding van het personeel te optimaliseren. Een regiment heeft een regimentscommandant, -adjudant en –oudste (hoogste in rang of langst dienende).

Regimenten hebben een vaandel, het veldteken dat als vanouds bestaat uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het regiment, emblemen, jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het regiment heeft deelgenomen. Het veldteken, dat door het regiment dat ten strijde trok werd meegenomen, is het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het regiment.

Zie ook: korps.

Terug naar Boven

 

REGIMENT BEVOORRADING & TRANSPORT

Afgekort: B&T.

Grootste regiment van de Koninklijke Landmacht.

Eenheden waar de meeste B&T'ers te vinden zijn:

► 100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon (100 en 200 B&Tbat)

► 11 Bevoorradingscompagnie Luchtmobiel (11 Bevocie Lumbl)

► Commando Diensten Centra (CDC)

► Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO)

► Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLog)

► Opleidings- en Trainingscentrum Rijden (OTCRij)

► Paarse Restaurant Organisatie (Paresto)

Terug naar Boven

 

REGIMENT GENEESKUNDIGE TROEPEN

Mede als gevolg van de invoering van de dienstplicht en het daarmee gepaarde besef dat de geneeskundige verzorging van de soldaten meer aandacht moest krijgen, stelde Koning Willem I op 14 oktober 1814 de Leidse professor Sebald Justinus Brugmans (1763-1819) aan tot Inspecteur-Generaal van de Geneeskundige dienst van het Leger te Lande.

In 1815 volgde tevens zijn aanstelling tot Inspecteur-Generaal van de Geneeskundige dienst voor 's Landt Zeemagt.

Brugmans - arts, botanicus en hoogleraar in meerdere natuurwetenschappen, die al in 1795 aan het hoofd werd gesteld van de militair medische dienst van de Bataafse Republiek en in 1806 door Bonaparte was benoemd tot Directeur-Général du Service de Santé Militaire - was hiermee wegbereider voor de latere Inspecties Geneeskundige Dienst, onder andere die van de Koninklijke Landmacht (IGDKL), en de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG).

Brugmans, die een jaar voor zijn benoeming gangreen (koudvuur) en de behandeling daarvan had ontdekt, maakte na de Slag bij Waterloo, 18 juni 1815, naam. Na de veldslag bevonden zich in en om Brussel zo'n 27.000 gewonde en zieke soldaten, in hospitalen, openbare gebouwen of bij menslievende burgers. Brugmans zorgde snel voor heelmeesters en spreiding van de gewonden.

Door zijn kennis, inspanningen en organisatietalent op militair-geneeskundig gebied werden het leger en Brussel voor ernstige epidemieën behoed. Gewonden en zieken werden niet langer aan hun lot overgelaten. Brugmans doorzag dat de primitieve omstandigheden op het slagveld aanpassingen van de geneeskundige verzorging eiste.

Ook richtte hij een school voor militair artsen op, de Kweekschool voor officieren van gezondheid. Internationaal vermaarde Nederlandse officieren van gezondheid (militaire artsen), zoals dr. Jan Hendrik Christiaan Basting (1817-1870) en dr. Antonius Mathijsen (1805-1878) komen uit deze school voort. Dr. Basting, op dat moment chirurgijn majoor bij het Regiment der Grenadiers en Jagers, vertaalde het beroemde 'Un souvenir de Solferino' van Henry Dunant en gaf dit in 1863 uit onder de titel 'Solferino. De stem der menschheid op het slagveld'.

Dunants/Bastings publicatie leidde tot het eerste Verdrag van Genève, op 22 augustus 1864, dat moest leiden tot een verbetering van het lot van de gewonden bij de legers te velde en in oorlogstijd.

Kort samengevat schrijft het eerste Verdrag van Genève voor:

► dat gewonde en zieke krijgslieden zullen worden beschermd en verzorgd zonder aanzien van hun nationaliteit;

► dat de militaire hospitalen en ambulances, het daaraan verbonden personeel en het daartoe behorende materieel door een bijzondere bescherming zal zijn gedekt tegen vijandelijke handelingen;

► dat het teken van een rood kruis op een wit veld als kenteken van onschendbaarheid zal gelden.

Een jaar later - vóór de oprichtingsvergadering van het Internationale Rode Kruis in 1864 - publiceerde Basting het vlugschrift 'Eene roepstem tot mijn Vaderland. De hulpmaatschappijen tot verzorging van zieken en gekwetsten'.

Daarmee gaf hij de aanzet tot de 'Nederlandsche vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog'. Hiervoor tekende Koning Willem III op 19 juli 1867 het Koninklijk Besluit no. 60, dat de grondslag legde voor de oprichting van het Nederlandse Rode Kruis.

Dr. Mathijsen geniet vooral bekendheid als uitvinder van het gipsverband. Tussen 1964 en 1991 droeg het militair hospitaal in Utrecht, de voorloper van het CMH, zijn naam: Militair Hospitaal Dr. A. Mathijsen (MHAM).

De Militaire Geneeskundige Dienst besteed, ondanks het vele pionierswerk dat onder meer Brugmans, Basting en Mathijsen hebben verzet, pas sinds 1900 daadwerkelijk meer aandacht aan de organisatie van de geneeskundige hulp bij het leger te velde.

Lange tijd een bijbeltje voor het personeel van de Geneeskundige Dienst: 'Handboek voor de Soldaat der Geneeskundige Troepen', voorschrift 2-1350/K1.

In 1910 resulteerde dit in het voorschrift 'De Geneeskundige Dienst in oorlogstijd'. Toen in augustus 1914 de mobilisatie werd afgekondigd, werd dit voorschrift van kracht. Hierin stond de gehele organisatie van de Geneeskundige Dienst, waaruit bleek dat tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal bleef, 3.743 militairen nodig waren voor de invulling van de militair-geneeskundige dienst.

Geschiedenis

Hoewel al in 1820 werd aangedrongen op het oprichten van een formatie Hospitaalsoldaten en dit tijdens de Tiendaagse Veldtocht - de opstand van de Zuidelijke Nederlanden - ook korte tijd werd gerealiseerd, duurde de terugkomst van de hospitaalsoldaat nog tot 1864.

In dat jaar werd aan 48 miliciens (dienstplichtigen) van de infanterie de gelegenheid geboden tot hospitaalsoldaat te worden opgeleid. Er was echter nog geen sprake van onderdeelsvorming met hospitaalsoldaten.

Dit duurde tot 7 april 1869, toen de Geneeskundige Troepen feitelijk werden geïntroduceerd met Koninklijke Besluit nr. 15: “Het wapen der infanterie wordt vermeerderd met twee Compagnieën Hospitaalsoldaten.” Daarmee kreeg de infanterie er een specialisme bij. Op 10 mei 1869 volgde het ministerieel uitvoeringsbesluit nr. 71.

In oorlogstijd werkte de hospitaalsoldaat in militaire hospitalen (veldhospitalen), waar hij verantwoordelijk was voor het verplegen van zieke of gewonde militairen, of bij de 'ambulances' te velde. Uit 'hospitaalsoldaat' ontstond het woord "hospik", wat in elk geval aangaf dat alle hospitaalsoldaten mannelijk waren.

De twee eerste compagnieën, geformeerd uit het wapen der infanterie, zijn de 1e Compagnie hospitaalsoldaten in Amsterdam en de 2e Compagnie hospitaalsoldaten in Utrecht. Overeenkomstig latere bepalingen worden deze compagnieën beschouwd als het stamonderdeel van het huidige regiment. Het aantal compagnieën hing samen met de organisatie van het Veldleger, dat uit twee divisies bestond: in oorlogstijd zou elke divisie worden versterkt met een compagnie hospitaalsoldaten. Omdat het Veldleger in 1881 en 1905 uitbreidde tot respectievelijk drie en vier divisies, volgde in die jaren de oprichting van de 3e en 4e Compagnie hospitaalsoldaten. De hospitaalsoldaten droegen op de sjako - hoofddeksel - een koperen plaat met de letters 'HS'.

Het herkenningsteken van de militairen van de Compagnieën Hospitaalsoldaten was intussen steeds het Rode Kruisembleem. Na de Tweede Wereldoorlog verbood het Rode Kruis om haar embleem nog langer militair te gebruiken.

Tot 1936 was de benaming 'hospitaalsoldaat' in gebruik; in dit jaar wordt de naamgeving van de compagnieën hospitaalsoldaten veranderd in 1e tot en met 4e Compagnie Geneeskundige Troepen. Op 1 juni 1938 worden de vier compagnieën samengevoegd tot het Bataljon Geneeskundige Troepen, met als standplaats Gorinchem. Een jaar later wordt dit bataljon uitgebreid met een vijfde compagnie.

Met de afkondiging van de mobilisatie, in augustus 1939, wordt het Bataljon Geneeskundige Troepen omgevormd tot het Depot Geneeskundige Troepen en verplaatst naar Amsterdam. Hier breidt het Depot uit tot twaalf compagnieën, met een totale sterkte van zo'n 2.000 militairen. Tijdens de Duitse bezetting wordt het Depot opgeheven.

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, wordt de wederopbouw van de Geneeskundige Troepen met kracht ter hand genomen. Op 7 januari 1946 verrijst het Depot Geneeskundige Troepen uit haar as en bestaat dan uit een staf en één compagnie. Op 15 april 1946 worden de 1e tot en met 4e Geneeskundige Afdeling opgericht, respectievelijk gestationeerd in Ede, Assen, Eibergen en (weer) Ede. Aanvankelijk bestaan de afdelingen uit een instructie- en een administratieve compagnie.

Op 1 juli 1946 wordt het Korps Geneeskundige Troepen opgericht; het Koninklijk Besluit nr. 70 van 1 februari 1947 geeft aan dat de traditie van het Bataljon Geneeskundige Troepen wordt overgenomen door het nieuw opgerichte Korps. Hierin wordt tevens een vijfde afdeling opgenomen. Met de oprichting van het Korps is de status van de geneeskundige troepen verhoogd tot die van een zelfstandig dienstvak. Twee jaar later leidt een reorganisatie tot het centraliseren van alle opleidingseenheden in de Sypesteynkazerne in Utrecht.

Op 1 juli 1950 wordt vervolgens de vredesorganisatie van de gehele Koninklijke Landmacht herzien.

Als gevolg hiervan wordt op dezelfde datum het Korps Geneeskundige Troepen vervangen door het Regiment Geneeskundige Troepen, waarbij de tradities van het Korps worden voortgezet door het Regiment.

Tezelfdertijd worden zowel het Korps Geneeskundige Troepen als het Bataljon Geneeskundige Troepen opgeheven. Daarnaast werden de School Reserve Officieren Geneeskundige Troepen (SROGD) en de Kaderschool ingelijfd bij het regiment. De uitbreiding maakte een verhuizing van de Utrechtse Sypesteynkazerne naar de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort noodzakelijk.

Als erfopvolger van de Compagnieën Hospitaalsoldaten, het Korps en het Bataljon houdt het Regiment Geneeskundige Troepen de oprichtingsdatum van 7 april 1869 in ere.

Op 2 mei 1969 bestond het regiment 100 jaar.

De verjaardag werd speciaal voor de buiten Amersfoort gelegerde geneeskundige troepen gevierd met een defilé op het Opleidingscentrum op de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort.

Het defilé werd afgenomen door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet en de Regimentscommandant, luitenant-kolonel H. Putters.

In 1969 bestond het Regiment Geneeskundige Troepen 100 jaar. Bij deze gelegenheid werd onder andere een tegeltje ter grootte van 10 bij 20 cm uitgereikt met deze afbeelding.

In dit jaar verscheen ook de jubileumuitgave 'Van hospitaalsoldaten tot geneeskundige troepen', samengesteld door H.J. van Geelen, met dezelfde afbeelding op het omslag.

Op 17 mei 1978 stelde kapitein ter zee van administratie (KTZA) G.L. Dekking het Marine Opleidings Kamp Hilversum (MOKH) uit dienst, waarna het bevel werd overgenomen door luitenant-kolonel J. Kruik, commandant van het opleidingscommando van de Militair Geneeskundige Dienst (OCMGD) der Koninklijke Landmacht.

In 1979 bestond het Regiment Geneeskundige Troepen 110 jaar ►

Op 10 april van dat jaar reikte Hare Majesteit Koningin Juliana op de 'Kazerne aan de Noodweg' - later: Korporaal van Oudheusdenkazerne - in Hollandsche Rading (Hilversum) een vaandel uit aan het regiment.

Het vaandel werd in ontvangst genomen door de Regimentscommandant, luitenant-kolonel J. Kruik.

Sinds 1979 houdt het Regiment Geneeskundige Troepen één dag voor de Nationale Dodenherdenking een herdenkingsplechtigheid op de Grebbeberg.

Hierbij wordt een minuut stilte in acht genomen voor alle gevallenen van het regiment bij de strijd in mei 1940 en Johannus M.P. van Oudheusden, Ridder Militaire Willems-Orde 4e klasse in het bijzonder.

Op 19 oktober 2001 zijn het Regiment Geneeskundige Troepen, het Regiment Technische Troepen en het Korps van de Militaire Administratie toegevoegd aan het Dienstvak van de Logistiek, dat sinds 2000 bestond uit het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Vaandelwacht

De vaandelwacht van het Regiment Geneeskundige Troepen draagt een halsdoek in de groene regimentskleur, voorzien van het regimentsembleem. Alle leden van de vaandelwacht zijn uitgerust met een witte koppel, pistooltas en katoenen handschoenen.

De bewapening van de commandant en vaandeldrager is het pistool met wit pistoolkoord; de overige leden van de vaandelwacht zijn bewapend met het pistool of het geweer Colt met witte wapenriem. De bandelier van de vaandeldrager is van zwart leer en heeft een geelmetalen beslag.

De penning, "Voor bijzondere verdiensten", van het Regiment Geneeskundige Troepen is ingesteld in 1991, bronskleurig en heeft een diameter van 6 cm.

De eerste regimentslegpenning werd op 28 maart 1991 door Regimentscommandant luitenant-kolonel H.R. Haak uitgereikt aan de dan 66-jarige Ron Tidball van 1 UK Para Regiment.

De korporaal gewondenverzorger van het 1ste Britse parachutistenbataljon redde tijdens de Slag om Arnhem, op 21 september 1944, met een kruiwagen 22 zwaargewonden door een regen van kogels uit de vuurlinie op de Utrechtseweg bij Arnhem. Ron Tidball overleed in 1998.

Korporaal gewondenverzorger Ron Tidball (1925-1998) van 1 UK Para Regiment ontving in 1991 als eerste de legpenning van het Regiment Geneeskundige Troepen.

Embleem

Het embleem van de Militair Geneeskundige Dienst is ingesteld bij Legerorder nr. 35 van 1951.

Het is een ellipsvormig schild, waarop de Asclepiusstaf (esculaap) een zwaard kruist. Het schild is aan de zijkanten omgeven door een krans van lauwertakken en eikenloof en wordt op de rand van het embleem gedekt door een Koninklijke kroon.

Wapenspreuk

De wapenspreuk van militairen die zijn beëdigd op het vaandel van het Regiment Geneeskundige Troepen van de Koninklijke Landmacht, "Eripiendo Victoriae Prosum", is onder andere te vinden op het baretembleem.

De betekenis luist:"Al helpende dien ik de overwinning." Uit het Latijn vertaald luidt het volledige devies:"Door strijders aan de dood te onttrekken, draag ik tot de overwinning bij."

Over de wapenspreuk merkte Prins Bernhard in het voorwoord van 'Van Hospitaalsoldaten tot Geneeskundige Troepen' - dat verscheen bij het 100-jarig bestaan van het Regiment Geneeskundige Troepen - op dat "hierin zowel het dienende element als het zoveel mogelijk bevorderen van de inzetbaarheid van de troep tot uitdrukking komen."

Regimentsdrank

Het Regiment Geneeskundige Troepen heeft een eigen kruidenbitter, het Akkefietje, dat bij bijzondere gelegenheden wordt geschonken dan wel cadeau gedaan.

De traditionele drinkwijze is: houding aannemen, snuffelen (ruiken) aan de traditiedrank, nippen en tot slot in één teug ad fundum ("tot de bodem") leegdrinken.

Historische Verzameling

De historische verzameling van het Regiment Geneeskundige Troepen bevindt zich op de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum.

De collectie is elke woensdag gratis toegankelijk. Omdat de historische verzameling is gevestigd op een kazerne, moet de bezoeker in het bezit zijn van een geldig legitimatiebewijs.

In de 20e eeuw maakte het Regiment Geneeskundige Troepen niet alleen de mobilisaties van beide wereldoorlogen en vijf jaar oorlogsomstandigheden in voormalig Nederlands-Indië mee.

Na de Koude Oorlog liet het expeditionaire karakter van de KL zich onder andere gelden in Libanon (UNIFIL), voormalig Joegoslavië (UNPROFOR, IFOR, SFOR en EUFOR), Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF).

De operationele militaire gezondheidszorg van de Koninklijke Landmacht wordt gerealiseerd door de volgende eenheden:

11 Geneeskundige Compagnie

11 Luchtmobiele Brigade

13 Geneeskundige Compagnie

13 Lichte Brigade

43 Geneeskundige Compagnie

43 Gemechaniseerde Brigade

400 Geneeskundig Bataljon

Operationeel Ondersteuningscommando Land

Buiten de geneeskundige compagnieën van de brigades, is de operationele militaire gezondheidszorg jarenlang gerealiseerd door 103 Geneeskundig Bataljon, dat eerst in Nunspeet en sinds de jaren '60 in Ermelo gelegerd was.

103 Gnkbat bestond uit Licht chirurgische veldhospitaal-, Zwaar chirurgische veldhospitaal-, Verbandplaats- en Ziekenautocompagnieën:

121 Licht Chirurgisch Veldhospitaalcompagnie (121 LCVHCie)

131 Zwaar Chirurgische Veldhospitaalcompagnie (131 ZCVHCie)

163 Verbandplaatscompagnie (163 Vbplcie)

176 Ziekenautocompagnie (176 Zaucie)

177 Ziekenautocompagnie (177 Zaucie)

103 Gnkbat was volledig gevuld met dienstplichtigen. Als één van de eerste volledige beroepseenheden van de Koninklijke Landmacht werd 103 Gnkbat in 1995, na het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen, omgevormd tot 400 Geneeskundig Bataljon.

In 1994-'95 werd 131 ZCVHcie omgevormd tot 420 Hospitaalcompagnie, in 1995 volgde de transformatie van 176 en 177 Zaucie tot 430 Ziekenautocompagnie en weer een jaar later veranderde 121 LCVHcie in 421 Hospitaalcompagnie.

Recent

Sinds jaar en dag vervult het verplegend, verzorgend en hulppersoneel van de Geneeskundige Dienst een belangrijke taak in de operationele militaire gezondheidszorg.

In de 21e eeuw is het optreden van het geneeskundig (hulp)personeel weer eens werkelijk onderkend als een (f)actor van betekenis (force multiplier), mede dankzij het adequate, professionele optreden tijdens de missie in Uruzgan (2006-2010).

Hoewel haar rol - het behoud van gevechtskracht door behoud van het fysieke, mentale en sociale welzijn van het personeel - dezelfde is gebleven, breidde haar taakstelling almaar uit: sinds het einde van de Koude Oorlog is de krijgsmacht steeds meer expeditionair geworden.

Dit heeft ook zijn weerslag gehad op het denken over de operationele militaire gezondheidszorg. Onder andere in wet- en regelgeving werd de militaire gezondheidszorg langzaamaan meer een afspiegeling van de civiele gezondheidszorg, onder meer door vergaande diplomering en certificering van het geneeskundig (hulp)personeel.

Hoewel de inzet van een geneeskundige compagnie in 11 Geniehulpbataljon tijdens operatie PROVIDE COMFORT (Golfoorlog, 1991 en '92) militair-operationeel ogenschijnlijk zinloos leek, was deze zowel voor de lokale bevolking als de ontwikkeling van de Geneeskundige Dienst van zeer grote betekenis.

In PROVIDE COMFORT vormde 121 Licht Chirurgisch Veldhospitaalcompagnie van 103 Geneeskundig Bataljon uit Ermelo de kern van de geneeskundige compagnie. Deze bestond uit vijf medische teams. In totaal 32 genezerikken onder leiding van kolonel-arts T.W.H. Herweijer deden in het noorden van Irak zeer veel operationele ervaring op, niet in de laatste plaats vanwege de dagelijks terugkerende zorg voor zo'n 800 patiënten: niet alleen gewonde of zieke vluchtelingen, ook kinderen en ouderen die als gevolg van de erbarmelijke (weers)omstandigheden overleden.

Door de samenwerking met Britse collega's tijdens en na PROVIDE COMFORT kwam het geneeskundig personeel voor het eerst in aanraking met het Battlefield Advanced Trauma Life Support (BATLS).

De BATLS en Tactical Combat Casualty Care (TCCC) werden uiteindelijk de grondslagen voor alle doctrinair (protocollair), (pre-)hospitaal geneeskundig handelen.

Door het wegvallen van de Algemene Verdedigingstaak na het einde van de Koude Oorlog, veranderde de inrichting van het geneeskundig systeem van afvoergericht naar behandelgericht.

Naar civiele normering moest het personeel voortaan hoger gekwalificeerd zijn. Als een van de uitvloeisels hiervan kent de krijgsmacht bijvoorbeeld sinds begin 21e eeuw de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er), de opvolger van de Initieel Oorlogs Traumatoloog (IOT'er).

Het doel van de activiteiten van de operationele militaire gezondheidszorg is sinds 2002 beschreven in het brondocument 'Grondslagen, Hoofdlijnen en Systeemeisen voor de Militaire Gezondheidszorg' (Aanwijzing SG V/26). In dit beleidsdocument zijn de uitgangspunten vastgelegd voor een doelmatige, effectieve en kwalitatieve inrichting van de militaire gezondheidszorg onder operationele omstandigheden.

Sinds 2013 is Defensie gereorganiseerd rond de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO).

DGO ontwikkelt en verbetert visie, beleid en adviezen met betrekking tot de gehele militaire gezondheidszorg. De eerste commandant is brigadegeneraal-arts Johan de Graaf (C-DGO). Als Hoogste Medische Autoriteit (HMA) van de krijgsmacht adviseert C-DGO rechtsstreeks de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

Naslag

► 'De militair geneeskundige dienst in onze eeuw', J.W.M. Schulten & W. Klinkert (1989), uitgave van de Inspectie Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht (IGDKL).

'De Militair Geneeskundige Dienst in het Interbellum' (externe link), Daan Zegelaar (2011), thesis Erasmus Universiteit Rotterdam.

► 'De militair geneeskundige dienst in vredestijd', C.J.A. Somers, kapitein-arts (brochure, 1960). Samenvatting van artikelen die eerder verschenen in 'Ons Leger', nummers 9 t/m 12, 1960.

'De veranderende militaire gezondheidszorg', commodore-vliegerarts b.d. A.J. van Leusden (Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, juli 2011). Het artikel is eerder gepubliceerd in Armamentaria, het jaarboek van het Legermuseum 2010/2011, Aflevering 45.

► 'Geschiedenis der militaire geneeskundige dienst in Nederland, met inbegrip van die zijner zeemagt en overzeesche bezittingen, van af den vroegsten tijd tot op heden', G.F. van Dommelen (1857).

► 'Handboek voor de Soldaat der Geneeskundige Troepen', voorschrift 2-1350/K1.

► 'Honderd jaar geneeskundige troepen', H. J. Geelen, kapitein van de Geneeskundige Troepen (Militaire Spectator, 1969, p. 206-210).

► 'Militair Geneeskundige Dienst 175 jaar', G.S.D. Zaalberg, kolonel-arts (Militaire Spectator, 1989, p. 489-495).

►'Nederlands militair geneeskundige dienst voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. De invloed van de Eerste Wereldoorlog op de organisatie en werkwijze van de Nederlands militair geneeskundige dienst', N. Heringa & M.L. Visser (2005), uitgave van de Koninklijke Militaire Academie.

► 'Onze Militair Geneeskundige Dienst voor honderd jaren en daaromtrent', D. Romeyn (1913). Uitgave in het kader van 175 jaar Militair Geneeskundige dienst.

► 'Van Hospitaalsoldaten tot Geneeskundige Troepen', H.J. van Geelen, kapitein van de Geneeskundige Troepen (1969, herdruk in 1986), eigen beheer, uitgave ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Regiment Geneeskundige Troepen.

► 'Waarde Generaal: voelt u zich wel goed? Leger, geneeskunde, oorlog en vrede', Leo van Bergen (1991).

Zie ook: Algemeen Militair Verpleegkundige en baretembleem Geneeskundige Dienst.

Terug naar Boven

 

REGIMENTSLIED GENEESKUNDIGE TROEPEN

Op 4 april 2013 is in Hotel Harderwijk op de Veluwe de nieuwe tekst van het Regimentslied Geneeskundige Troepen geïntroduceerd.

Dit vond plaats tijdens het Regimentsdiner voor onderofficieren, ter gelegenheid van de 144e verjaardag van het regiment, in aanwezigheid van de Regimentsoudste, de Regimentscommandant, de Regimentsadjudant en de 148 aanwezige onderofficieren.

De compagniesadjudant van 11 Geneeskundige Compagnie Luchtmobiel had de nieuwe tekst geschreven, mede omdat het 'oude' regimentslied 'Ick dien' niet gemakkelijk kon worden meegezongen.

Regimentslied Geneeskundige Troepen.Regimentslied Geneeskundige Troepen.

Zie ook: Nieuw lied Regiment Geneeskundige Troepen (5 april 2013).

Terug naar Boven

 

REGIMENTSMARS GENEESKUNDIGE TROEPEN

De Regimentsmars van de Geneeskundige Troepen, 'Ick Dien', is geschreven door componist, arrangeur en dirigent Jillert Cammenga (1917-1993).

Terug naar Boven

 

REGIMENT TECHNISCHE TROEPEN

Afgekort: RTT.

Op 20 maart 1941 is in Congleton (Cheshire, Engeland) het Regiment Technische Troepen opgericht. Dit was het gevolg van de behoefte om de beschikking te hebben over een centrale hersteleenheid in de nieuwe gemechaniseerde Nederlandse Brigade - de latere Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene - bij de aanstaande invasie.

De autowerkplaats naar Engels militair model - het Light Aid Detachment (LAD) - was gevestigd in kamp Wrottesley Park, telde 30 man en stond onder leiding van kapitein J. Bredt. De eerste TD-werkplaats onderhield en herstelde het materieel van de brigade en beschikte over werkplaatswagens waar reparaties aan motoren, voertuigen en wapens tot en met het derde echelon werden uitgevoerd. Het LAD werd al snel omgevormd tot het Independent Workshop Detachment (IWD) en verdubbelde in aantal medewerkers.

De Regimentsvlag van de Technische Troepen. Aan de linkerzijde de historische TD-kleuren blauw, geel en rood.

Het Light Aid Detachment van de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene voerde als eerste deze kleuren, overgenomen van en analoog aan de Engelse Royal Electrical and Mechanical Engineers (REME).

Op 22 september 1944 overschreed de eerste werkplaats van de Technische Dienst de Nederlandse grens; de eerste werkplaats op Nederlands grondgebied, op 1 oktober 1944 opgericht in Eindhoven, was de Mobiele Herstelwerkplaats (Hrstwkpl) voor auto's en rijwielen onder leiding van de tijdelijk tweede luitenant der infanterie A. Van der Voort van Zijp. Deze Hrstwkpl ressorteerde onder het Militair Gezag.

De functie van de Technische Dienst betreft "het in gebruikgerede staat houden en brengen van de materieeldienstgoederen benevens het bergen en afvoeren van deze goederen in voorkomend geval".

Bevoorrading, onderhoud, berging en afvoer van Technische Dienst-materieel betreft in algemene termen dat van gereedschappen, geschut, instrumenten, munitie, rups- en wielvoertuigen en wapens. Het kunnen leveren van goederen en diensten geldt bij alle gevechtswijzen en onder alle omstandigheden, op de juiste plaats en tijd, aan de juiste gebruikers, in de juiste aantallen en kwaliteit, tegen een zo laag mogelijke prijs.

De kapitein der genie Pieter W. Scharroo (1883-1963), destijds leraar aan de Hogere Krijgsschool, in zijn artikel 'De taak van de technische troepen in den modernen oorlog' in het blad Militaire Spectator in 1920.

De technische troepen voeren opdrachten uit "die eene bijzondere technische vaardigheid en eene afzonderlijke opleiding vereischen."

In de geschiedenis van de Technische Troepen/Technische Dienst worden een aantal ontwikkelingen onderkend.

Behalve de toename in mobiliteit en vuurkracht van moderne krijgsmachten, toename van complexe, multifunctionele (wapen)systemen, toename van verbruik per (gevechts)eenheid en toename van toewijzing van goederen en diensten aan één of meer eenheden (tailored supply), nam het Regiment Technische Troepen een hoge vlucht, onder andere vanwege:

►andere eisen aan de logistieke diensten, vooral op het gebied van betrouwbaarheid, doorlooptijd en flexibiliteit;

►langere lines of communication;

►vele missies - Tweede Wereldoorlog, voormalig Nederlands-Indië tot en met de uitzendingen na de beëindiging van de Koude Oorlog - en gewijzigde taakstellingen, van humanitaire hulpverlening tot grootschalig conflict;

►verminderde logistieke zelfstandigheid van reguliere eenheden;

Het optreden tijdens de Indonesischeonafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) was voor de Technische Dienst, zoals hier in Padang op Sumatra, een vuurproef.

Verspreid over de gehele archipel had de Leger Technische Dienst (LTD) haar (autoherstel)werkplaatsen.

Monteurs, bankwerkers en bergers hielden het leger "rollend", zoals te zien op deze persfoto uit december 1948. Een Amerikaanse Mack Break Down takelauto van de bergingsdienst van de Leger Technische Dienst 85 (LTD 85).

Het embleem van het dienstvak van de Technische Dienst is in 1946 bedacht door de luitenant-kolonel Lohmeijer.

In dit embleem zijn de gestileerde W (Wilhelmina), de krompasser (nauwkeurigheid), de tang (kracht en onderhoud), het tandwiel (ontwikkeling) en de bliksemschichten (sigma) - die tevens de relatie met Royal Electrical and Mechnical Engineers (REME) aangeven - verenigd.

Op de sterke ontwikkeling van het Regiment Technische Troepen waren en zijn ook van invloed:

►verscheidenheid aan ingestroomd Brits materieel na de Tweede Wereldoorlog en Amerikaans materieel in de jaren '50;

mechanisatie en motorisatie, vanaf het begin van de jaren ‘60;

►concepten Life Cycle Costs (LCC) en Integrated Logistic Support (ILS), in de jaren '80, waarbij naar de totale levensloop van uitrustingsstukken wordt gekeken;

►concept Fysieke Distributie, aan het einde van de 20ste eeuw.

Het motto van het Regiment Technische Troepen is:"Reficere, Semper et Ubique" ("Repareren, altijd en overal").

De eenheden die behoren tot het Regiment Technische Troepen zijn:

  

Eenheid

Maakt deel uit van

School Techniek & Onderhoud (STO)

Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLOG)

11 Herstelcompagnie

11 Luchtmobiele Brigade

13 Herstelcompagnie

13 Gemechaniseerde Brigade

43 Herstelcompagnie

43 Gemechaniseerde Brigade

300 Materieellogistieke compagnie
(300 Matlogcie)

Materieellogistiek Commando Land
(Matlogco Land)

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

Commando Landstrijdkrachten

  

In 1994 reikte Hare Majesteit Koningin Beatrix een vaandel uit aan het Regiment Technische Troepen, in ontvangst genomen door de toenmalige Regimentscommandant, kolonel M.J.M. van Broekhoven ►

 

Op 30 mei 1994 vierde het Regiment Technische Troepen haar 50-jarig bestaan met het symposium '50 jaar TD in beweging' in het officierscasino in Soesterberg. Tot de sprekers behoorden onder meer generaal b.d. G.L.J. Huyser en brigadegeneraal van de technische staf b.d. ir. G.M. van der Laan.

Op 28 september 1994 reikte Hare Majesteit Koningin Beatrix in de Kromhoutkazerne in Utrecht een vaandel uit aan het Regiment Technische Troepen.

Dit vaandel werd in ontvangst genomen door de toenmalige Regimentscommandant, kolonel M.J.M. van Broekhoven.

Het boek 50 jaar Technische Dienst in beweging.Van Reparatie Inrichting naar Integrale Materieel Verzorging 1944-1994 verscheen in 1994. Het is geschreven door Jeoffrey van Woensel en uitgegeven door de Stichting vijftig jaar technische dienst (ISBN 9090069372).

Zie ook: koegras.

Terug naar Boven

 

REGISTRATIEKAART, AFSTANDS-

Legerformulier 4004. Afstandsregistratiekaart. Afgekort: ARK.

 

Op een registratiekaart worden als vaste gegevens genoteerd:

  • soort wapen
  • ringafstand in meters
  • methode van afstandsbepaling
  • datumtijdgroep
  • naam van de steller van de registratiekaart

Verder worden, afhankelijk van het terrein en de opdracht, genoteerd:

  • markante terreinkenmerken
  • merkpunten (aangegeven door de commandant)
  • sectorgrenzen (aangegeven door de commandant)
  • stormvuurlijn (aangegeven door de commandant)
  • dode hoeken
  • draadversperringen, pantserstoppende hindernissen en mijnenvelden
  • overige gegevens die voor het richten van het wapen van belang zijn
Merkpunten

Markante terreinkenmerken die worden aangeven met (een combinatie van) cijfers en/of letters. Per merkpunt worden genoteerd

►afstand tot het merkpunt

►richting naar het merkpunt

►elevatiehoek (hoek die de loop van het wapen met het maaiveld maakt)

►torenstand (stand van de geschutskoepel in een bepaalde richting)

 

Sectorgrenzen

Dit zijn de linker- en rechter(flank)begrenzingen van de eigen sector van waarneming, meestal aangeduid volgens de klokmethode van 11 tot 1.

 

StormvuurlijnDit is een lijn, gelegen op 300 à 400 meter voor de eigen opstelling, waar vandaan uit alle klein kaliber- en groepswapens door de eigen troepen vuur wordt uitgebracht om de stormaanval van de vijand te breken.

Terug naar Boven

 

REGULIER OPTREDEN

Opereren met op moderne leest geschoeide, goed georganiseerde krijgsmachten, voorzien van technisch hoogwaardig materieel.

Overige kenmerken van regulier optreden:

  • burgerbevolking buiten de strijd gelaten
  • grootschalige inzet van vuurkracht
  • grote eenheden onder centraal gezag
  • ideologie
  • openlijk optreden
  • veiligheid van de staat

Voorbeelden van regulier optreden zijn:

Falklandoorlog (1982)

Golfoorlogen (1991 en 2003)

Israëlisch-Arabische oorlogen

oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988)

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, irregulier optreden en symmetrische oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

REHEARSAL

Probedurchgang.
répétition.

Nederlands: herhaling, repetitie.

Synoniemen: dry run; walk-through/talk-through.

In de voorbereidende fase van het gevecht, d.w.z. in de eindfase van de commandovoering, gehanteerde mondelinge oefenmethode. Hierbij doorloopt de commandant met al zijn ondercommandanten en alle overige key-players de geplande operatie.

Doorgaans vindt een rehearsal plaats op de dag voorafgaande aan de operatie met behulp van een blow-up, maquette, schets of stafkaart met oleaat. Aan de hand van een tijdsbalk wordt de essentie van de geplande operatie doorlopen. Tijdens de rehearsal neemt iemand de rol van de vijand aan en levert vanuit dat perspectief een bijdrage.

Een rehearsal is zinvol om vooraf de synchronisatie van de verschillende elementen en de te ondernemen activiteiten bij calamiteiten af te stemmen en te beoefenen. Alle betrokkenen raken hierdoor vertrouwd met de rol die ze gaan spelen en zien de invloed van hun optreden op dat van anderen.

Als de (onder)commandant(en) daartoe aanleiding of daarin meerwaarde zien, behoort ook een generale repetitie (daadwerkelijke uitvoering) met alle elementen op een oefenlocatie tot de mogelijkheden: de (full force) dress rehearsal (laatste trap van voorbereiding).

Vanaf het moment dat het waarschuwingsbevel is ontvangen, kan het met elkaar afgesproken proces van de komende actie in de praktijk worden voorgeoefend. De full force dress rehearsal is de sleutel tot succes bij de daadwerkelijke uitvoering: de enkele man krijgt vaak pas tijdens de rehearsal een goed beeld van wat zijn rol is in het geheel.

Terug naar Boven

 

REKENING MAN / RIJK

Beslissing of een beschadigd of vermist goed (deels) zelf moet worden betaald of door de Rijksoverheid wordt vergoed:

Rekening Man (RM)

Rekening Rijk (RR)

Bij schade aan of vermissing van een goed de beslissing van de commandant, in de regel de tot straffen bevoegd meerdere (TSBM), dat het beschadigde of vermiste goed (deels) door betrokkene zelf zal moeten worden betaald.

Van financiële verhaalplicht op betrokkene is met name sprake als kan worden aangetoond dat sprake is van verwijtbare nalatigheid, opzet of grove schuld.

Bij schade aan of vermissing van een goed de beslissing van de commandant, in de regel de tot straffen bevoegd meerdere (TSBM), dat het beschadigde of vermiste goed (deels) door het Rijk zal worden vergoed.

Van financiële afdoening door het Rijk is met name sprake als betrokkene kan aantonen dat geen sprake is van verwijtbare nalatigheid, opzet of grove schuld.

Terug naar Boven

 

REKEST

 

Antrag.
request.
pétition.

Oude spelling: request.

Verzoekschrift. Een formeel schriftelijk verzoek dat door de militair wordt gericht aan het bevoegd gezag, d.w.z. de commandant of een rechtspersoon bij Defensie.

Het verzoek wordt in de regel neergelegd in een geschreven stuk dat aan bepaalde eisen met betrekking tot de vorm voldoet (zoals het rekestformulier, LF 15649). Het rekest behoort volgens het Voorschrift Dienstcorrespondentie (VS 2-1110) tot de dienstcorrespondentie: “het schriftelijke verkeer met dienststukken in de vorm van brieven, interne memoranda, rekesten, enz. met eventuele bijlage, aanhangsels en bijvoegsels.”

Rekesten kunnen voor legio zaken worden ingediend, zoals het verzoek:

►tot schadeloosstelling van verlies en/of schade aan persoonlijke eigendommen

►tot ontslag

►tot het verkrijgen van de FPS-aanstelling fase 3

►tot het verhalen van reeds gemaakte kosten

►tot het in het vooruitzicht stellen van een bindingspremie

►tot het dragen van buitenlandse onderscheidingstekens en emblemen

►te stoppen met een opleiding

►om in deeltijd te werken

Een rekest kan worden aangenomen (waarbij toestemming is verkregen) of afgeslagen (waarbij het rekest is afgewezen en dus geen toestemming is verkregen).

Terug naar Boven

 

REKRUUT

Rekrut.
recruit, rookie.
recrue.

Bijnamen: bolle, nieuwe, oliebol, verse.

Jonge, nieuw aangenomen soldaat of opgeroepen dienstplichtige die nog niet opgeleid en onervaren is.

Zodra zijn initiële opleiding is voltooid, kan de rekruut instromen bij een operationele eenheid.

Het selectie- en wervingsproces (aanwerven, rekruteren) van nieuwe militairen is noodzakelijk om voldoende vulling te garanderen ten behoeve van de operationele slagkracht van de krijgsmacht.

Stelsels die na het rekruteren kunnen worden gehanteerd zijn het individuele en onderdeelsaanvullingssysteem, respectievelijk INDAS (of filler-systeem) en ONDAS.

Soms is de rekruut het mikpunt van ontgroening, die kan worden gezien als een informele test door ervarener collega's ("oude poep") naar geschiktheid voor het militaire beroep.

Zie ook: INDAS en ONDAS.

Terug naar Boven

 

RELATIEZIEKENHUIS

Ziekenhuis dat een relatie heeft met het Ministerie van Defensie.

De Relatieziekenhuizen leveren de krijgsmacht elk drie chirurgische teams, waarvan een gedurende drie maanden en twee voor de duur van elk één maand. De drie teams worden nooit gezamenlijk uitgezonden.

Het Ministerie van Defensie financiert bij de Relatieziekenhuizen de aanstelling van aanvullend specialistisch personeel (bovenformatief); daarnaast leveren zij bij toerbeurt eigen medisch personeel voor uitzendingen. Het uitzendbare specialistisch personeel van de Relatieziekenhuizen wordt aangestuurd door de projectgroep Implementatie samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). Het IDR is één van de organisatie-onderdelen van de Bedrijfsgroep Gezondheidszorg (BGGZ) van het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie.

De samenstelling van een chirurgisch team is:

1 x

anesthesioloog

1 x

traumachirurg

1 x

anesthesie-verpleegkundige

2 x

operatiekamerassistent

De Relatieziekenhuizen zijn:

Erasmus Medisch Centrum (Dijkzicht)

Rotterdam

Ikazia Ziekenhuis

Rotterdam

Máxima Medisch Centrum

Veldhoven

Medisch Centrum Haaglanden

Den Haag

Medisch Centrum Leeuwarden

Leeuwarden

Medisch Centrum Rijnmond Zuid

Rotterdam

Medisch Spectrum Twente

Enschede

Rijnstate Ziekenhuis

Arnhem

Rode Kruis Ziekenhuis

Beverwijk

Sint Elisabeth Ziekenhuis

Tilburg

Sint Franciscus Gasthuis

Rotterdam

Universitair Medisch Centrum Sint Radboud

Nijmegen

Terug naar Boven

 

RELAYEREN

Van het Franse "relais" (doorgeven). Duits: übertragen. Engels: relay. Frans: relayer. Het tot stand brengen van een verbinding tussen twee op verschillende frequenties werkende radionetten of –stations met behulp van een relayeerstation. Het relayeerstation zorgt ervoor dat de ontvangst van signalen van het ene radionet of –station met daartoe geschikte apparatuur automatisch wordt heruitgezonden naar dan wel manueel wordt doorgegeven aan het andere radionet of -station.

De meest voorkomende reden om te relayeren is het met elkaar in verbinding brengen van twee verschillende radionetten (koppelen van twee netten) of -stations (koppelen van twee stations) dan wel om het afstandsbereik van één radionet of -station te vergroten. Het relayeerstation wordt globaal halverwege beide netten of stations geplaatst, zodat elk van de te verbinden zenderontvangers binnen elkaars ontvangstbereik zijn.

De geografisch-operationeel meest logische locaties voor een relayeerstation zijn:

Mobielin de lucht (helikopter, unmanned aerial vehicle, vliegtuig)

Statisch

hooggelegen (berg- of heuveltop)

Hierdoor kan in beide richtingen berichtenverkeer worden gestuurd en kan bijgevolg de communicatie van beide netten op elk net afzonderlijk worden gevolgd. Als de locatie van een geweldsincident, zoals een aanslag of hinderlaag, in een verbindingsblackspot valt, zal ook gerelayeerd moeten worden.

Bekende relayeerstations waren Romeo Nul Alfa (R0A), op de top van de berg Paljenik bij Sisava, en Romeo Nul Bravo (R0B), op de top van de berg Ivovik. Beide relayeerstations zorgden er ten tijde van IFOR/SFOR voor dat in het Nederlandse gebied van verantwoordelijkheid in Bosnië-Herzegovina overal radioverbindingen mogelijk waren.

Zie ook: black spot.

Terug naar Boven

 

REMPEL

Voluit: remedial peloton. Eenheid waar leerling-militairen die bezig zijn aan hun initiële opleiding worden geplaatst wanneer zij moeten herstellen van een blessure of ziekte (mutatie) die zij eerder in de opleiding hebben opgelopen.

De meeste blessures zijn overbelastingsblessures en bedrijfsongevallen welke zijn opgelopen tijdens de LO / Sport. De meest voorkomende locaties zijn die van de tractus locomotorius (bewegingsapparaat): spieren, botten, gewrichten en gewrichtsbanden. Blessures aan knieën, onderbenen en (onder)rug komen het meest voor.

In het Rempel worden de militair onder toezicht van (para)medici geplaatst en moeten zij aan een speciaal programma deelnemen. Hierin hebben zij de tijd om in de juiste fysieke omgeving onder een lichtere fysieke belasting te revalideren ter voorkoming van vroegtijdige personeelsuitval.

Als een leerling, ondanks plaatsing in het Rempel, naar verwachting de bedoelde opleiding niet kan halen, adviseert de bedrijfsarts op medische gronden een wijziging van functie(cluster) dan wel een ontheffing uit de opleiding.

Terug naar Boven

 

RENAULT FT-17

Officieel: Char léger Renault FT modèle 1917.

Afgekort: FT-17.

Franse lichte tank uit de Eerste Wereldoorlog, die in het Interbellum ook door Nederland is aangeschaft.

 

"The Renault FT was the world's first modern tank.

It pioneered the basic configuration that tanks have followed from 1917 to today: the main gun was placed in a fully traversable turret, the driver in front, the turret in the center and the engine to the rear.

It was produced in larger numbers than any other tank of the Great War."

Aldus militair historicus Steven J. Zaloga in 'The Renault FT Light Tank' (1988, ISBN 9780850458527).

Zaloga is deskundige op het gebied van de geschiedenis van pantservoertuigen. Zijn boek verscheen als nummer 46 in de serie Vanguard van uitgeverij Osprey Publishing.

Zie ook: tank.

Terug naar Boven

 

REMPLAÇANT

Ontleend aan het Frans: plaatsvervanger. Synoniemen: nummerwisselaar; plaatsbekleder. Duits: Stellvertreter. Engels: stand-in.

Een remplaçant (geremplaçeerde) verving, tegen betaling van een bedrag dat hoger was dan zijn handgeld, de plaats voor iemand die zijn militaire dienstplicht (conscriptie) moest vervullen.

Het kwam vaak voor dat gefortuneerde jongeren, die een afkeer voor de dienstplicht hadden vanwege de risico's die eraan kleefde, deze afkochten van arme boerenknechten en andere minder draagkrachtige landgenoten. Zo stelden veel dienstplichtigen een remplaçant, waarbij de ene al ingelijfde soldaat werd vervangen door de andere.

In 1815, vier jaar na de invoering van de dienstplicht in Nederland en één jaar na de oprichting van de Staande Armee onder Koning Willem I, werd het remplaçantenstelsel ingevoerd.

Omdat de zonen van de gegoede burgerij hiermee de dienstplicht ontliepen, werd het leger automatisch een mindere afspiegeling van de gehele bevolking. Veel soldaten kwamen uit de klassen waar armoede heerste - vaak ondervoed, slecht geschoold en met een slechte gezondheidstoestand. Slechte opleiding zorgde er vervolgens voor dat er nauwelijks doorstroom plaatsvond naar de dienstplichtige (onder)officieren.

Pas in 1898 werd, dankzij een wijziging van de Dienstplichtwet, het remplaçantenstelsel afgeschaft. Het systeem had bijna een eeuw armlastige jongemannen de gelegenheid geboden een klein kapitaal te verkrijgen, omdat huisvesting, kleding en voeding in het leger van rijkswege worden verstrekt. Na het afschaffen van het remplaçantenstelsel werd de persoonlijke dienstplicht ingevoerd.

Terug naar Boven

 

RENDEZ-VOUS

Uit het Frans: afgesproken ontmoeting. Een tevoren afgesproken plaats om elkaar te ontmoeten. Kortom: een verzamelplaats of –punt. Een rendez-vous zal bijvoorbeeld plaatsvinden bij een crash move, in dit geval een emergency rendez-vous (ERV) genaamd.

Op een rendez-vous zullen in elk geval de koppen worden geteld en alle essentiële spullen (SPEAR) en eerstelijns-bepakking worden gecheckt op compleetheid.

Zie ook: emergency rendez-vous (ERV).

Terug naar Boven

 

REPAT

Repatriierung.
repatriation.
rapatriement.

Voluit: repatriëring. Naar het land van herkomst (moederland) terugkeren.

Wanneer door omstandigheden een militair (tijdelijk) niet voldoet aan de hogere eisen voor het functioneren tijdens een uitzending, zoals dat wordt geconstateerd door de commandant, verzoekt deze de bevoegde autoriteit (contingentscommandant, Senior National Representative) de militair te ontheffen uit zijn uitzendfunctie en voortijdig definitief terug te halen naar Nederland.

Als aan een aantal voorwaarden is voldaan, zoals de informatieplicht, politiek-bestuurlijke en arbeidsrechtelijke consequenties en het zorgvuldigheidsbeginsel, wordt de militair ontheven en automatisch teruggeplaatst op zijn vredesfunctie.

Redenen voor repatriëring van de militair kunnen zijn:

► (vermeend) strafbaar feit, zoals alcoholmisbruik

► (herhaaldelijk) disfunctioneren

► medisch

► psychisch

► sociaal (bijvoorbeeld overlijden of levensbedreigende ziekte in de familie)

► overigen

Zie ook: blue flight.

Terug naar Boven

 

RESERVISTEN SPECIFIEKE DESKUNDIGHEID 400 GNKBAT

Afgekort: RSD 400 Gnkbat.

Zowel de IDR- als de RSD-medewerker kunnen worden ingezet in het kader van opleiding en training in de vredesbedrijfsvoering en worden uitgezonden. Sinds 2007 is 400 Gnkbat uitgebreid met een detachement van 128 arbeidsplaatsen voor RSD, onder andere artsen, paramedisch personeel en specialisten.

De RSD 400 Gnkbat is een zgn. Functioneel Specialist op het gebied van militaire gezondheidszorg. In tegenstelling tot alle andere Functioneel Specialisten vallen zij niet onder 1 Civiel en Militair Interactiecommando (voorheen: 1 CIMIC Bataljon).

De RSD'ers hebben jarenlange (klinische) ervaring en worden dan ook ingezet ten behoeve van Opleiding & Training en tijdens oefeningen.

Ze staan de militairen van 400 Gnkbat met raad en daad bij, brengen hun enthousiasme voor het medisch vakgebied over, helpen bij de voorbereiding op uitzendingen en zijn de onmisbare schakel naar de civiele gezondheidszorg.

Daarnaast zijn ze, op grond van hun specifieke deskundigheden, zelf geschikt voor inzet tijdens Nationale Operaties (NatOps).

Logo van de Reservisten Specifieke Deskundigheid van 400 Geneeskundig Bataljon.

Hun devies luidt: "Usus magister est optimus" ("Ervaring is de beste leermeester").

Binnen de krijgsmacht kunnen medici die organiek werkzaam zijn in de burgermaatschappij op twee manieren worden ingezet:

► Als medicus regulier werkzaam in een civiel ziekenhuis dat een contract heeft met het Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). De IDR-specialist is beschikbaat voor ernstinzet (uitzendingen).

► Als medicus die als reservist binnen Defensie is aangesteld, de zgn. Reservist Specifieke Deskundigheid (RSD). De RSD'er is niet beschikbaar voor ernstinzet.

Het RSD-detachement van 400 Gnkbat bestaat, in alfabetische volgorde, uit:

Algemeen Militair Artsen (AMA's)

ambulanceverpleegkundigen

anesthesiologen

apothekers

chirurgen

huisartsen

Intensive Care (IC)-verpleegkundigen

klinisch chemisch analisten

operatiekamerassistenten chirurgie/anesthesie

röntgenlaboranten

spoedeisende hulp (SEH)-artsen

SEH-verpleegkundigen

sterilisatieassistenten

verpleegkundigen niveau 4 en 5


De RSD'er 400 Gnkbat dient tenminste 10 dagen per jaar beschikbaar te zijn om in zijn vrije tijd een bijdrage te leveren aan het opleiden en trainen van de militairen van 400 Gnkbat.

Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon en Algemeen Militair Arts.

Terug naar Boven

 

RESPONSIBILITY TO PROTECT

Afgekort: R2P of RtoP. Duits: Schutzverantwortung. Frans: Responsabilité de Protéger. Nederlands: beschermingsverantwoordelijkheid.

Terug naar Boven

 

REST OVER NIGHT

Afgekort: RON. Synoniem: Remain Over Night.

Wanneer de tijd- en ruimtefactoren dit noodzaken, kan tijdens (re)deployments op bepaalde locaties in de verplaatsingsketen (een colonne of konvooi) een RON of Convoy Support Centre (CSC) worden ingericht. De locatie wordt ingericht door het MovCon of de Sectie Verplaatsingen.

Gelet op de te overbruggen grote afstand dan wel lange verplaatsingstijd is een RON of CSC een tijdelijke maar noodzakelijke logistieke verzorgingslocatie.

Afhankelijk van de operationele omstandigheden zijn op een RON of CSC klasse I, III en V aanwezig.

CAPABLE LOGISTICIAN

In juni 2013 vond de internationale oefening CAPABLE LOGISTICIAN plaats. De Nederlandse verplaatsingsorganisatie van het Operationeel Ondersteuningscommando Land had in deze oefening de leiding over de (re)deployment, inclusief de Movement Control (Verkeer- en Vervoersdetachement, VVDet) en de Movement Support (verplaatsingsondersteuning).

CAPABLE LOGISTICIAN vond plaats op oefenterreinen en kazernes rond de stad Zvolen in Slowakije.

Het Movement Support omvatte onder andere de organisatie van de RON en het CSC tijdens de verplaatsingen van en naar het oefengebied.

In Stará Boleslav werd een CSC uitgebracht en op de Tsjechische militaire academie in Vyškov een RON.

Op de internationale RON werkten de Belgen, Fransen, Tsjechen en Nederlanders logistiek nauw samen. Dit was een voorbeeld van het internationaal afstemmen, samenwerken en verdelen van taken in het kader van Operational Logistics Chain Management (OLCM).

Feitelijk is een RON een uitgebreide vorm van een CSC, waar een CSC slechts een tijdelijke (grote) rust zonder legeringsmogelijkheid is. Op het CSC is het nuttigen van een maaltijd en aftanken van voertuigen wel mogelijk.

De RON is een beveiligde locatie, in de regel tijdens een meerdaagse verplaatsing naar dan wel ontplooiing in het operatiegebied.

Op de locatie kan worden gelegerd (overnachting en/of recuperatie), inclusief sanitaire voorzieningen (dixi's / ecotoiletten) en een locatie voor afval en is parkeergelegenheid en worden overige logistieke diensten aangeboden.

Voorbeelden van de logistieke verzorging op de RON zijn het aftanken van de voertuigen, herbevoorrading, het uitvoeren van (kleine) herstelwerkzaamheden (onderhoud) en operationele gezondheidszorg.

Afhankelijk van de vraag (behoefte) en het aanbod (beschikbare logistieke capaciteiten) kunnen de aard en omvang van een RON of CSC variëren.

Het Convoy Support Center (CSC) is in de regel gemakkelijk bereikbaar vanaf de Main Supply Route (MSR, hoofdaanvoerweg) en kan in een logistiek verzamelgebied liggen.

Zie ook: CAPABLE LOGISTICIAN, colonne, Convoy Support Center (CSC), konvooi, Main Supply Route (MSR) en Movement Control (MovCon), tijd- en ruimtefactoren.

Terug naar Boven

 

RESTRICTION OF MOVEMENT

Restriction of Movement

Afgekort: RM (ROM is niet meer in gebruik). Duits: Bewegungslimitierung; Residenzpflicht (alleen in betekenis 2). Frans: entrave à la liberté de circulation; entrave à la liberté de mouvement. Nederlands: bewegingsbeperking. In betekenis 1: tegenovergestelde van freedom of movement (FOM).

1

Een tijdelijke en/of plaatselijke beperking van de bewegingsvrijheid voor eigen troepen omwille van de veiligheid (force protection). De maatregel kan formeel worden afgekondigd door het hoofdkwartier dan wel informeel worden medegedeeld door één van de strijdende partijen.

Als gevolg hiervan kunnen bijvoorbeeld alleen nog vaste patrouilles worden gereden of wordt de vehicle movement code tijdelijk en/of plaatselijk verhoogd.

Met een restriction of movement zijn delen van de Area of Operations (AO)/Area of Responsibility (AOR) tijdelijk mogelijk niet (goed) bereikbaar voor eigen troepen. Dit is ongewenst uit oogpunt van bijvoorbeeld de noodzakelijke herbevoorrading van in het bijzonder afgelegen eigen locaties, zoals observatieposten (OP's) en strijdig met de noodzakelijke freedom of movement (FOM) voor eigen vrijheid van handelen. Hoe groot de behoefte aan FOM ook is, met geweld afdwingen of zelfs beëindigen van de RM, is geen optie als een strijdmacht geen escalatiedominantie heeft dan wel niet is opgewassen tegen (het risico van) escalatie.

Al dan niet toegepast als pressiemiddel, wordt met het uitvaardigen van een RM een andere actor tijdelijk zijn vrijheid van handelen verkleind.

 

2

Een van de risicobeperkende maatregelen (hazard containment) in het kader van medische force protection om de verspreiding van een besmettelijk agens (werkzame stof) tegen te gaan. Dit is in het bijzonder het geval na de uitbraak van een infectieziekte of een aanval/incident met biologische wapens.

Om verspreiding van het besmettelijk agens bij ontvankelijke personen tegen te gaan, kunnen na medische profylaxe, twee uiterste maatregelen worden genomen:

► isolatie (voor reeds besmette personen)

► quarantaine (voor mogelijk besmette personen)

In overleg met de Senior Medical Officer (SMO) kan de commandant in het kader van hazard containment – zoals omschreven in STANAG 2278 (‘Medical Advice on Restriction of Movement’) – tijdelijk verplaatsingen in een gebied, over een route, overschrijdingen van grenzen, stromen van IDP's (ontheemden) en refugees (vluchtelingen) of vervoer van bepaalde goederen beperken.

Zie ook: freedom of movement (FOM) en vehicle movement code (VMC).

Terug naar Boven

 

RETIREREN

Verouderd militair jargon dat is ontleend aan het Frans, met verschillende betekenissen:

  • als militaire manoeuvre: zich terugtrekken; wijken voor de oprukkende vijand; vluchten; terrein prijsgeven (retirade).
  • bij de artillerie: de monding van een stuk geschut naar de vijand keren.
  • herhalen; hervatten; verdergaan.

Toepasselijk citaat: “Hy (een legeraanvoerder) is den eersten in het aenvallen, ende den lesten in het retireren” – Jhr. Richard Verstegen (1590-1640) in ‘Scharpzinnige Characteren’ (1619).

Zie ook: avanceren.

Terug naar Boven

 

RETRENCHMENT

Letterlijk: weer terugkeren naar de fortificaties, loopgraven, stellingen.

Britse strategie in de Afghaanse provincie Helmand (ISAF), medio eind 2009, om de eigen troepen terug te trekken uit de vooruitgeschoven bases. Het door generaal Sir David Richards geplande beëindigen van de postbezettingen in het voorterrein, betekende feitelijk dat het dunbevolkte platteland werd teruggegeven aan de Taliban.

Terug naar Boven

 

REVEILLE

Vertaald uit het Frans: wekken.

Synoniem: overal.

Tijdstip waarop de militair opstaat dan wel behoort op te staan. Het 'reveille' is een van de eresignalen die is terug te vinden in het hoofdstuk over muzikaal eerbetoon in de Defensie Publicatie 20-10 (Ceremonieel en protocol bij de krijgsmacht).

Het reveille maakt deel uit van de inwendige dienst en is hét signaal voor het officiële begin van de (werk)dag; voorheen werd het reveille geblazen cq. geroepen door de sergeant van de dag.

Het weksignaal werd/wordt in de regel geblazen op een koperen blaasinstrument zoals bugel, cornet, hoorn of trompet.

Het reveille is zonder twijfel het minst geliefde signaal binnen de krijgsmacht. Het signaal verstoort ruw de ongeschreven regel "Slapen als je slapen kunt", meestal op een tijdstip voorafgaand aan het Begin Nautische Morgen Schemering (BNMS). Het door de onderofficier geschreeuwde reveille wordt door velen als een nachtmerrie ervaren.

Het signaal reveille.

Idealiter vindt het reveille plaats tussen 04.00 en 06.00 uur, met aansluitend tijd voor persoonlijke verzorging (HPG'en), gereedmaken van de uitrusting, ontbijt en ochtendappèl.

Al vóór de oprichting van de Vereniging van Dienstplichtige Militairen (VVDM) in 1966 is het algehele reveille om 06.00 uur geschrapt.

Tijdens een deel van de militaire opleidingen, bijvoorbeeld op de Koninklijke Militaire School of bij de schoolbataljons, kan de militair worden verplicht bij het weksignaal 'reveille' op te staan, bijvoorbeeld voor het vooroefenen van een ceremoniële gelegenheid. Na het HPG'en, ontbijt en de ochtendsport kan het reveille te velde gemakshalve samenvallen met het uitvoeren van de FunctieControle 1.

Zie ook: Begin Nautische Morgen Schemering (nautische schemering), FunctieControle (FuCo), Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg (HPG), Koninklijke Militaire School (KMS), onderofficier en schoolbataljon (OCIO).

Terug naar Boven

 

REVOLVER

De naam revolver is uitsluitend bedoeld voor vuistvuurwapens die over een cilindrisch draaiend ('revolving') magazijn beschikken.

In 1873 werd de revolver ingevoerd bij de landmacht. Eerder waren wel 17,1 mm pistolen in gebruik, zoals de M.1815 en M.1820.

Aanvankelijk was de enige revolver binnen de krijgsmacht de Beaumont-Adams revolver M.1856, met een kaliber van 11,2 mm, maar alleen bij de marine. Dit wapen bleef tot eind 19e eeuw in de bewapening.

De landmacht introduceerde datzelfde jaar de revolver Model 1873, ontworpen door kapitein der artillerie J.J. Bergansius. Model 1873 was een 6-schots revolver, kaliber 9,4 mm, met een gewicht van 1,3 kg en geproduceerd door wapenfirma J.F.J. Bar in Delft. Nog tijdens de mobilisatie werd de revolver Model 1873 uitgereikt aan Nederlandse militairen en gebruikt in de meidagen van 1940.

De revolver Model 1873, ontworpen door kapitein J.J. Bergansius, was een 6-schots revolver, kaliber 9,4 mm.

Terug naar Boven

 

R.H.I.B.

Betekenis: Rigid Hull Inflatable Boat.

Lichtgewicht en snelle opblaasbare boot met een vaste, polyester binnenconstructie die is voorzien van een .50 Zwaar Ondersteunend Wapen (ZOW) voor de nabijverdediging. Binnen de Koninklijke Marine worden dergelijke boten hoofdzakelijk gebruikt om mens en materieel van en naar schepen te vervoeren.

Ook is de RHIB in gebruik bij het Korps Commandotroepen, waar ze wordt gebruikt als amfibisch landingsmiddel:

■ ter vergroting van de tactische mobiliteit
■ voor het uitvoeren van interventies en inserties (boarden op varende doelschepen of op vaste locaties)
■ voor het evacueren van personeel
■ voor het uitvoeren van strandverkenningen (beach recce)

Terug naar Boven

 

RICHTKRUIS

Engels: crosshair(s).

Voorbeelden van het gebruik van een richtkruis, links overdag door een kijker 6 x 42, rechts 's nachts door een monoculair nachtkijker.

Een display, kijker of scherm met, zoals de Engelse vertaling al aangeeft, haarfijne lijnen in de vorm van een assenstelsel die elkaar middenin het beeld snijden. Het richtkruis kan zich ook op een wapen bevinden. Op deze manier kan via het richtpunt het trefpunt op het doel worden bepaald. Met het wapen kan vervolgens precisievuur worden uitgebracht.

Met een binoculair, helderheidsversterker (HV), infraroodkijker, (nacht)kijker, monoculair, warmtebeeldversterker e.d. kan het doel beter bekeken worden en, indien nodig, de afstand tot het doel worden gemeten.

Voor bijvoorbeeld snipers (sluipschutters) en schutters-lange-afstand (SLA's) is het gebruik van een richtvizier noodzaak.

Terug naar Boven

 

RICHTREGEL

Het juiste trefferbeeld.

Schuttersregel die, samen met het ezelsbruggetje S.R.A.A.N., is bedoeld als elementaire vaardigheid om goed vuur te kunnen uitbrengen en een groep treffers in het richtpunt te kunnen schieten.

Door alle handelingen vaardig uit te voeren kan de schutter controleren of zijn lichaam – met het wapen gericht op het richtpunt – op een natuurlijke en ontspannen wijze op het doel is gericht.

Bij het niet op de juiste wijze toepassen van de richtregel zullen de schoten in de regel ver uit elkaar liggen en zal in het trefferbeeld geen groepje treffers worden geschoten.

Hulpmiddel bij het aanleren van de richtregel.

De richtregel, die met name geldt bij het werken met kleinkaliberwapens, inclusief pistolen, luidt:

"Het wapen is gericht indien de denkbeeldige lijn oog - midden oogdop - midden bovenzijde korrel het doel in het richtpunt snijdt, waarbij het wapen niet naar links of rechts mag overhellen."

Bij het toepassen van de richtregel wanneer het CBRN-masker in beschermstelling wordt gedragen, kan het noodzakelijk zijn het hoofd iets te kantelen om het juiste richtbeeld te verkrijgen.

Zie ook: kleinkaliberwapens en S.R.A.A.N.

Terug naar Boven

 

RICHTVLAG

Duits: Richtfahne. Engels: company colour (GB); guide flag; guidon (VS); (marker) pennant. Frans: fanion.

Bij eenheden onder het niveau van de brigade - bataljons en zelfstandige compagnieën - vervangt de richtvlag het vaandel of de standaard. Bij de Koninklijke Landmacht beschikken brigades, bataljons en zelfstandige compagnieën over een onderdeelsvlag. Zelfstandige compagnieën en bataljons kunnen zowel over een onderdeels- als richtvlag beschikken. Een voorbeeld is 400 Geneeskundig Bataljon.

De richtvlag is een kleine vlag die is bevestigd aan een vlaggenstok met een koperen punt. Het doek van 40 x 40 cm is oranje, omrand door een wit kader van 2,5 cm. In de regel heeft de richtvlag van een bataljon een grotere en die van een zelfstandig peloton een kleinere standaardmaat.

Voorbeelden van richtvlaggen.

In het midden van het doek van de richtvlag bevinden zich de gekroonde letter(s) van het staatshoofd (W, J, B of WA) in wit, in dezelfde vorm als op het vaandel. Daarnaast is het doek boven de gekroonde letter(s) voorzien van een Koninklijke kroon. Op het met gouddraad versierd doek is de aanduiding van de eenheid of het tactisch eenheidsnummer geborduurd.

De richtvlag is bevestigd op een metalen richtvlaghouder met punt en kraag, die op de loop van een geweer Diemaco/Colt kan worden bevestigd (en waarvan vroeger de stok in de loop werd gestoken). Het geweer met de richtvlag wordt door de richtvlagdrager (guide of jalonneur) aan de linkerschouder gedragen. De richtvlagdrager, in de regel een adjudant-onderofficier, staat als rechtervoorman van de eenheid ingetreden.

Voor de richtvlag worden geen eerbewijzen gebracht, in tegenstelling tot aan vaandels en standaarden. Zonder ceremonieel wordt, ter herinnering aan de deelname aan vredesoperaties, aan de richtvlag een kleine vlaggenband vastgemaakt; vlaggenbanden met een groter formaat worden niet bevestigd aan de onderdeelsvlag, het vaandel of de standaard, maar aan de uitzendvlag.

Richtvlaggen worden uitgereikt sinds 1815, vaandels en standaarden sinds 1820. De traditie is overgenomen uit de Napoleontische tijd, toen de richtvlag, gedragen door zowel eenheden te paard als te voet, fungeerde als veldteken. De richtvlag markeerde de positie van de eenheid op het strijdtoneel, de drager bepaalde de opmarsrichting. De richtvlag was steeds een herkenbaar oriëntatiepunt in het krijgsgewoel.

Naarmate de oorlogvoering evolueerde, verloor de richtvlag zijn functie. De richtvlag, die tegenwoordig alleen nog tijdens ceremoniële activiteiten wordt meegevoerd, vormt een symbool van trouw, eenheid en eergevoel.

Terug naar Boven

 

RICOCHET

Onbedoeld effect bij het afvuren van een wapen: elk van de al dan niet opeenvolgende inslagen van een projectiel onder een bepaalde hoek op een hard oppervlak (dekking, grond, metaal, muur, steen, water). Het ricocheren is de reactie van een projectiel met voldoende snelheid dat een moment inslaat op een voorwerp, afketst en van richting verandert.

Bij een ricochetschot gedraagt het projectiel zich volledig onvoorspelbaar en dus levensgevaarlijk. Een eenmaal richocherend, onstabiel geworden en daardoor tuimelend projectiel zal verdergaan met ricocheren totdat zijn energie 'op' is. Het ricochetschot leidt ertoe dat (delen van het) projectiel van baan veranderen, waardoor het collateral damage kan veroorzaken.

Om ricochet te voorkomen, is de veilige richting van de loop van een wapen in gebouwen altijd de bovenhoek van een kamer.

Terug naar Boven

 

RIGGEN

Het op het maaiveld voorbereiden en gereedmaken van ladingen voor extern luchttransport, de zgn. under slung load (USL). Een militair die bevoegd is deze handeling zelfstandig uit te voeren én op te treden als marshaller, wordt een rigger/marshaller (R/M) genoemd.

Riggen mag niet worden verward met S.P.I.E.-riggen.

Zie ook: chalk, hot LZ, landing point, marshaller en pathfinder.

Terug naar Boven

 

RIJKSVAARTUIG 40

Afgekort: RV40. Naam: Jan de Boer. Roepnaam: PBTW. Werkboot van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) voor velerlei gebruik. Krijgsmachtbreed kan iedereen die iets wenst te vervoeren over de Nederlandse binnenwateren de RV 40 inhuren.

In het verleden werd de RV 40 hoofdzakelijk ingezet door de genie van de Koninklijke Landmacht in Hedel en voor het transport van tanks naar het Cavalerie Schietkamp (CSK) op de Vliehors (Vlieland).

Specificaties:

breedte

9 meter 50

diepgang

2 meter 20

hoogte

2 meter 50

lengte

53 meter 80

motoren

2 x Mercedes OM424

motorvermogen

280 kW (375 pk) per motor

snelheid

18,5 knopen (10 km per uur)

windbeperking

5 Beaufort (vrij krachtige wind)

Terug naar Boven

 

ROADBLOCK

Letterlijk: wegversperring. Synoniem: barricade. Duits: Strassensperre. Frans: barrage routier.

Door het tijdelijk plaatsen van een hindernis op de weg verspert een roadblock het verkeer. Doorgaans echter wordt een roadblock, onder dekking van vuur, in eerste instantie opgeworpen om (vijandelijke) voertuigbewegingen over een route slechts te vertragen.

Voorbeeld van een roadblock. Aan beide kanten staan borden waarop het aankomende verkeer wordt gewaarschuwd dat verkeer hier wordt gecontroleerd.

Om enige passage te beletten dan wel slechts langzame voertuigpassage mogelijk te maken kan voor te gebruiken hindernissen worden gebruikgemaakt van organieke veldversterkingsmiddelen, landmijnen of een ander obstakel. Het creëren van een sluis met stevige hindernissen, waar het verkeer niet anders dan zigzaggend kan passeren, draagt hiertoe bij.

Roadblocks moeten bij voorkeur worden opgeworpen op plaatsen waar het naderende verkeer de barricade pas kan waarnemen wanneer het al te laat om aan het roadblock te ontsnappen. Indien mogelijk zijn de volgende locaties ideaal: bruggen, na een scherpe bocht in de weg, tunnels en wegversmallingen.

Aan elke kant van een reeds uitgebracht checkpoint kan een roadblock worden ingericht. Wanneer het roadblock vervolgens deel uitmaakt van het checkpoint, dient ter controle van voertuigen een aparte plaats te worden gecreëerd. Ook kan een roadblock deel uitmaken van de ingang van een compound e.d.

Eisen van een roadblock:

Colonnes, konvooien en vrachtverkeer moeten kunnen passeren

Locatie is niet te omtrekken

Snel afsluitbaar: concertina's; Friese ruiter; prikkeldraad.

Stevige hindernissen: betonblokken; boxpallets (gevuld met zand en/of puin); oliedrums (gevuld met zand en/of puin).

Zie ook: checkpoint en hindernis.

Terug naar Boven

 

ROBBENGANG

De robbengang - de gang van een zeehond - is één van de gangen bij dag die onder vijandelijk vlakbaanvuur kan worden uitgevoerd om te verplaatsen in het terrein.

Er wordt verplaatst door de rechterelleboog en linkerknie, afgewisseld door de linkerelleboog en de rechterknie naar voren te brengen. Daarbij heeft de robbenganger het wapen in de breedte in beide handen, waarbij het magazijn omhoog of schuin naar voren wijst (om het wapen zandvrij en dus inzetbaar te houden).

De robbenganger gaat tijgerend voorwaarts, waarbij het lichaam zo laag mogelijk bij het maaiveld wordt gehouden.

Vanwege het tactische van de verplaatsing is de snelheid zeer laag; het beheersen van deze sluipgang is nu eenmaal van levensbelang.

Zie ook: tijgersluipgang.

Terug naar Boven

 

RODE BARET

Bijnaam: felbegeerde.

Onderscheidende baret(kleur) voor leden van parachutisten-, luchtlandings- (airborne) en luchtmobiele eenheden. Eenheden die een rode baret dragen worden in de regel niet gerekend tot de Special Forces.

In Nederland geldt dit voor de leden van 11 Air Manoeuvre Brigade, bestaande uit een landcomponent, 11 Luchtmobiele Brigade, en een luchtcomponent, het Defensie Helikopter Commando (DHC).

Op 22 juni 1940 riep de Britse premier Winston Churchill op tot de vorming van een korps van tenminste 5.000 para's. Op het burgervliegveld van Manchester in Engeland, werd een parachutistentrainingsschool geformeerd, waar onder meer No. 2 (Dutch) Troop - het latere Korps Commandotroepen - oefende.

In oktober 1941 kreeg de Britse generaal Frederick 'Boy' Browning opdracht tot het formeren van een Airborne Division.

De baretkleur werd maroon (letterlijk: kastanjebruin), in Nederland later ook genaamd: wijnrood. De legende wil dat de kleur zou zijn gekozen door de Britse romanschrijfster Daphne du Maurier, echtgenote van generaal Browning.

Op 29 juli 1942 voerde de Britse legerleiding de rode baret als hoofddeksel in. Uit 1 (UK) Airborne Division werd op 1 augustus 1942 het Parachute Regiment geformeerd.

In november 1942 werd de maroon baret voor het eerst gedragen door het Parachute Regiment in Noord-Afrika.

Op 12 november 1944 startte operatie TORCH, de geallieerde inval in Frans-Marokko en Algerije. Het 3rd Parachute Battalion (3 Para Bn) voerde vanuit Gibraltar haar eerste airborne operatie uit: een dropping met het gehele bataljon, ruim 300 militairen. Daarbij werd Bone Airfield, op de grens van Algerije en Tunesië, op de Duitse Luftwaffe veroverd.

De Duitsers doopten de dragers van de maroon baret "Rote Teufels" ("Red Devils").

In 1943 kreeg 509th Parachute Infantry als eerste Amerikaanse eenheid de rode baret toegewezen.

De geestelijk vader van de rode baret, de Britse generaal Frederick 'Boy' Browning.

Generaal Browning zelf voerde in WO II het bevel over 1 (UK) Airborne Corps, waartoe behalve 1 (UK) Airborne Division ook 82 (US Airborne Division ("All American") en 101 (US) Airborne Division ("Screaming Eagles") behoorden. Al deze eenheden namen deel aan de geallieerde landingen in Normandië (D-Day) en operatie MARKET GARDEN.

De eerste Nederlandse rode baretten, naar Brits voorbeeld, dateren van de oprichtingsdatum van de 1e Parachutistencompagnie van het Korps Speciale Troepen (KST), 1 mei 1947. Vanwege hun rode baret werden de KST'ers door de lokale bevolking "Topi Merahs" ("Zij die een rood hoedje dragen") genoemd.

Het KST, een voorloper van het huidige Korps Commandotroepen, en de daarmee verbonden School Opleiding Parachutisten (SOP) hadden hun standplaats op de vliegbasis Andir op Bandung in Nederlands-Indië.

Vanaf 1955 was het dragen van de rode baret van het KST en de SOP niet langer toegestaan, niet alleen om de eenheid van tenue te bevorderen, ook omdat Nederland geen parachutisteneenheid meer had.

Het behalen van een rode baret is feitelijk het slagen voor een toelatingstest.

Na decennia zonder Nederlandse rode baretten, ontvingen in 1992 de eerste leden van 11 Luchtmobiele Brigade hun felbegeerde rode baret.


Op 22 mei 1992 liep de eerste lichting de poort van de Oranjekazerne binnen, die vervolgens de rode baret uitgereikt kreeg. Tijdens deze eerste uitreiking in 1992 kreeg ook de eerste vrouwelijke militair haar rode baret: Claudy Madorf-Bimbergen.

Op 20 februari 2015 werd voor de 100ste keer aan een nieuwe lichting militairen van de brigade de rode baret uitgereikt.

11 Luchtmobiele Brigade bestaat uit drie infanteriebataljons, kent als gevechtssteuneenheid een geniecompagnie en als gevechtsverzorgingssteuneenheden een bevoorradings-, geneeskundige en herstelcompagnie.

Zie ook: Air Manoeuvre Brigade, airborne, D-Day, Market Garden, Oranjekazerne en Special Air Service (SAS).

Terug naar Boven

 

RODE KRUIS-ARMBAND

Rotkreuz Armbinde; Armbinde Rotes Kreuz.
Red Cross armlet.
brassard de la Croix-Rouge.

Afgekort: RKA.

Geneeskundig personeel en geestelijk verzorgers, die beiden worden gezien als non-combattanten, moeten zichtbaar om de linker(boven)arm de Rode Kruis-armband dragen. Dit personeel moet ook in het bezit zijn van de Rode Kruis-identiteitskaart (RKI).

Ook personeel dat niet behoort tot het geneeskundig personeel, zoals administratief, technisch en logistiek personeel dat is ingedeeld bij een geneeskundige eenheid, moet zolang een functie bij deze eenheid wordt vervuld, in het bezit zijn van zowel de RKA als de RKI.

Op de oprichtingsconferentie van het International Committee of the Red Cross (Comité International de la Croix-Rouge) in 1863, is in de ('Resolutions of the Geneva International Conference', artikel 8,bepaald: "They shall wear in all countries, as a uniform distinctive sign, a white armlet with a red cross."

Dit was het begin tot het ontstaan van internationale verdragen over de bescherming van zieken en gewonden en de mensen die hen te velde wilde helpen. In de Conventies van Genève van 1949 is de definitie van het "uniforme onderscheidingsteken" aangescherpt.

Artikel 40 van het 1e Verdrag van Genève (Convention I for the Amelioration of the Condition of the Wounded and Sick in Armed Forces in the Field) bepaalt:

The personnel designated [...] shall wear, affixed to the left arm, a water-resistant armlet bearing the distinctive emblem, issued and stamped by the military authority."

Artikel 42 van het 2e Verdrag van Genève (Convention II for the Amelioration of the Condition of Wounded, Sick and Shipwrecked Members of Armed Forces at Sea) zegt hierover vergelijkenderwijs:

"The personnel designated [...] shall wear, affixed to the left arm, a water-resistant armlet bearing; the distinctive emblem, issued and stamped by the military authority."

Rode Kruis-armband.

Het personeel dat hiertoe is aangewezen voert taken uit ten behoeve van het medisch of geestelijk (Geestelijk Verzorgers) welzijn van het personeel.

◄ De eerste keer dat het symbool van het Rode Kruis officieel op het slagveld verscheen, was tijdens de Erstürmung der Düppeler Schanzen, omgeving Sønderborg, het dieptepunt van de 2e Deens-Duitse Oorlog op 18 april 1864.

Deze Rode Kruis-armband werd gedragen door de Zwitserse chirurg dr. Louis Paul Amédée Appia (1818-1898), die als gedelegeerde onder het banier van het 'Internationale Comité voor de hulp aan gewonden' (sinds 1876: ICRC) de waarde van het nieuwe symbool testte.

Was dr. Appia aan Pruisische zijde de neutrale afgevaardigde namens dit Comité, aan Deense zijde vervulde de Nederlandse kapitein-arts Charles W.M. van de Velde (1818-1898) die taak.

Zowel het bezit van de RKI als het dragen van de RKA onderkennen, identificeren en beschermen dit personeel tijdens de uitvoering van alle inzetopties in militaire operaties als non-combattant. Op deze manier kan het geneeskundig personeel onder alle omstandigheden zijn taak kunnen blijven vervullen.

Dit personeel mag niet het recht worden ontzegd om de Rode Kruis-armband te dragen.

GEWONDENHELPERS & MEDICS

Bij gevechtseenheden van de Koninklijke Landmacht ingedeelde gewondenhelpers (Combat Life Savers) en medics behoren niet tot het geneeskundig personeel, zijn niet in het bezit van de Rode Kruis-identiteitskaart, dragen niet de Rode Kruis-armband en genieten geen bescherming op basis van de Conventies van Genève.

Gewondenhelpers en medics worden als combattant aangemerkt: hun primaire taak ligt in het actief deelnemen aan gevechtsacties. Daarom dragen ze aanvalswapens.

Tijdelijk en plaatselijk kunnen gewondenhelpers en medics door hun commandant de status van geneeskundig hulppersoneel toebedeeld krijgen, zodat ze onder toezicht van geneeskundig personeel hun taken kunnen uitvoeren.

Vanaf dat moment moeten ze zich onthouden van gevechtshandelingen. Vanuit het perspectief van de gevechtseenheid is deze constructie logisch: de aanwezigheid van geneeskundig personeel verstoort of vertraagt gevechtsacties, onder andere omdat ze ook aan vijandelijke gewonden hulp moeten verlenen.

Officieel behoort het Rode Kruis zelf scharlaken- of helderrood te zijn, op een witte ondergrond.

Het kruis moet de grootte hebben van 3 x 3 inch (7,6 cm x 7,6 cm). In oorlogstijd is de kleur van de armband voor geneeskundig personeel van de Koninklijke Landmacht kaki en de armband voorzien van een stempel door de nationaal bevoegde militaire autoriteit.

Meer over de Rode Kruis-armband is te lezen in de Verzorgingsinstructie GNK-063 ('Rode Kruis-armband').

Zie ook: combattant, Conventies van Genève, gewondenhelper, medic en Rode Kruis-identiteitskaart (RKI).

Terug naar Boven

 

RODE KRUIS-IDENTITEITSKAART

Afgekort: RKI.

Speciale identiteitskaart, afgegeven door de Inspecteur Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht (IGDKL), voor leden van het geneeskundig personeel en geestelijk verzorgers (GV'ers) die aan de strijdkracht zijn verbonden.

Met de RKI en de Rode Kruis-armband zijn geneeskundig personeel en geestelijk verzorgers te identificeren als non-combattanten.

Geneeskundig personeel mag zelf niet, op welke wijze dan ook, aan het gevecht deelnemen; ze mag wél gewapend zijn met handvuurwapens, waarvan echter alleen gebruik mag worden gemaakt om zichzelf of zijn gewonden en zieken te verdedigen (dus niet om te voorkomen dat ze in handen van de vijand valt).

Op de voorkant van de identiteitskaart staan naam, voornamen, geboortedatum, registratienummer en rang vermeld; op de achterkant lengte, (kleur) ogen en (kleur) haar, evenals andere lichamelijke herkenningstekens, zoals littekens en tatoeages.

De houder van de Rode Kruis-identiteitskaart wordt beschermd door het Verdrag van Genève van 12 augustus 1949, voor de verbetering van het lot van gewonden en zieken die zich bij de strijdkrachten te velde bevinden.

Combattanten met een geneeskundige neventaak (CGN'ers) - zoals de gewondenhelper (Combat Life Saver) en de Medic SF - behoren niet tot het geneeskundig personeel en worden niet voorzien van een Rode Kruis-armband en/of -identiteitskaart.

Terug naar Boven

 

ROEPNAMEN

Rufzeichen.
callsigns.
indicatif d'appèl.

AAdministratie
BCompagnies Sergeant Majoor / Compagnies Adjudant
DDistributie
EPlaatsvervanger
FVerbindingen
GGenie
HArts & Hulppost)
JChauffeur van een niet-gepantserd voertuig
LLiaison
MMortieren
OS(M)OD & Berging
PPatrouille
QQuick Reaction Force + brigadecommandant (brigadecommandonet)
RCommandant
SSchutter-lange-afstand
TChauffeur van een gepantserd voertuig
U???
WForward Air Controller
XRelayeerstation
YEOD
ZZiekenauto / Gewondentransportmiddel

Terug naar Boven

 

ROGER

“Received” . Prowoord, ontstaan tijdens WO II, dat wordt gebruikt in het radiotelefonieverkeer.

Betekenis: "Bericht ontvangen en begrepen".

Om aan de zender aan te geven dat u zijn laatste uitzending inderdaad goed heeft ontvangen, mag voorafgaand aan ROGER de instructie van de zender door de ontvanger worden herhaald.

Zie ook: radiotelefonieprocedure en wilco.

Terug naar Boven

 

ROKADE

Rochade.
roque; castling.
rocade.

Oude spelling: rochade.

Afgeleid van het Italiaanse "rocca" dat "fort" betekent. Toen het schaakspel in Europa werd geïntroduceerd, waren beweegbare, gefortificeerde torens een veelgebruikt wapen om de vijand te belegeren.

Term uit de schaaksport. In het schaakspel wordt bij het "rokeren" een zet gedaan waarbij de koning en een van beide torens van plaats verwisselen. De schaakmanoeuvre is enkel toegestaan wanneer zich tussen de koning en de torens geen andere schaakstukken bevinden. In één zet wordt de koning twee vakken zijwaarts verschoven in de richting van de toren en de toren over de koning heen naast dezen geplaatst. De rokade dient om de koning in veiligheid te brengen.

De rokadestelling is in de krijgsgeschiedenis bekend geworden dankzij de Duitse generaal Erich von Manstein (1887-1973). Die benaming werd door Von Manstein, een fervent schaakspeler, zelf aan de Slag om Charkov gegeven.

De Duitse 6. Armee, onder leiding van generaal Friedrich Paulus, capituleerde op 2 februari 1943 in de Slag om Stalingrad; Von Manstein’s Armeegruppe Don was er op een haar na in geslaagd Stalingrad te ontzetten. Hitler gaf nog diezelfde maand Von Manstein de vrijheid om de aanhoudende Sovjetopmars in de Oekraïne te stoppen, waarbij het voorlopig dieptepunt de Sovjetherovering, op 16 februari, van de stad Charkov op de Duitsers was.

Een dag later bezocht Hitler Von Manstein’s hoofdkwartier in Zaporozhye aan de rivier Dieper. De Sovjets waren hier al tot 60 km genaderd. Von Manstein, die een voorstander van de Bewegungskrieg was, kreeg van Hitler eindelijk carte blanche voor een snelle tegenstoot.

Terwijl Von Manstein op zijn bedreigde noordflank het vertragend gevecht voerde, trok hij tegelijkertijd zijn strijdmacht aan het zuidelijke front terug achter de rivier Mius.

Daarnaast verschoof hij in het zuiden, op de linkerflank, vliegensvlug een mobiele strijdmacht, bestaande uit de tot dan toe op de rechterflank – in de Kaukasus – vechtende 1.Panzer-Armee (generaal August von Mackensen) en 4.Panzer-Armee (generaal Hermann Hoth) en alle beschikbare pantserreserves. Met deze ad hoc strijdmacht lanceerde hij op 21 februari 1943 een tegenaanval in de diepte gericht op het massale Sovjetoffensief in het noorden.

De tegenaanval liet het Sovjetfront uiteenvallen; de Russen werden terug de stad in gedreven, waar felle straatgevechten ontstonden. Drie weken later, op 15 maart ’43, namen de Duitsers Charkov voor de tweede maal in. Hierbij werd het Rode Leger tot achter de rivier Donets gedwongen.

Met deze grootste prestatie uit zijn carrière herstelde Von Manstein voorlopig de integriteit van het front. Vijf maanden later belette de invallende dooi bij Koersk een vergelijkbare aanval, zodat daar een saillant van het Rode Leger ontstond. Als gevolg van de, mede hierdoor, verloren Slag om Koersk moesten de Duitsers op 23 augustus ’43 de stad Charkov definitief opgeven en zich terugtrekken. Hiermee was de ‘Rocade van Von Manstein’ de laatste grote Duitse overwinning uit de Tweede Wereldoorlog.

Terug naar Boven

 

ROLE (1 T/M 4)

Aanduiding voor de kwalitatieve echelonnering van installaties in de geneeskundige behandel- en afvoerketen, die de functies en mogelijkheden aangeven. Role 1 is de laagste, role 4 de hoogste gekwalificeerde installatie.

De indeling is:

 

Niveau

Voorziet in

Nederland

Role 0*

IV en lager

First Response Capability

ZHKH
First responder
Geneeskundige afvoergroep

(mobiel)

Role 1

V

Medical Response Capability
(Role 1 MTF**)

Hulppost

(mobiel)

Role 2

VI en VII

Initial Surgery Response Capability
(Role 2 MTF)

(Verbandplaats)
Veldhospitaal
MOGOS
Field Dressing Station (FDS)

(mobiel)

Role 3

VIII en Land Component Command (LCC)

Hospital Response Capability
(Role 3 MTF)

N.v.t.

(evt. inzetbaar bij deployment)

Role 4

Moederland na STATEVAC***

Definitive Hospital Response Capability
(Role 4 MTF)

Centraal Militair Hospitaal
Militair Revalidatie Centrum

(statisch)

* Geen NAVO-classificatie. Wordt als zodanig in Nederland gebruikt.
** MTF: Medical Treatment Facility (geneeskundige inrichting).
*** STRATEVAC: Strategic Evacuation (strategische evacuatie). De gewonde wordt voor eindbehandeling in het moederland het operatiegebied uitgevlogen.

Zie ook: Centraal Militair Hospitaal (CMH), MOGOS, Role 1, Role 2 en Role 3.

Terug naar Boven

 

ROLE-1 (HULPPOST)

Aid Post; Aid Station.

Ook: hulppost.

De Role 1-geneeskundige inrichting (Medical Treatment Facility, MTF) verleent zorg als eerste installatie aan het begin van de geneeskundige behandel- en afvoerketen. De geneeskundige installatie heeft nog het meest weg van de uitgebreide EHBO-post in de burgermaatschappij.

De Role 1 MTF bevindt zich op compagnies- en bataljonsniveau. Voorbeeld van hulpposten waren/zijn de Afdelingshulpposten (AHP) bij de artillerie en de Bataljonshulpposten (BHP's) bij de infanterie.

In de Algemene Verdedigingstaak richt de Role 1 MTF op 3 à 5 kilometer achter het front (VLET) een locatie in. Vanuit de gewondennesten die pal achter de frontlijn liggen, worden de gewonden en zieken met een geneeskundig afvoermiddel afgevoerd op de Role 1.

Ook kan een Role 1 een andere Role 1 tijdelijk en plaatselijk ondersteunen door te coloceren, bijvoorbeeld in het zwaartepunt van het gevecht.

In de vredesbedrijfsvoering kan een Role 1 hulp bieden bij calamiteiten en (NONEX-) geneeskundige ondersteuning bieden bij oefeningen.

De hulppost: een Role-1 geneeskundige inrichting.

De Role 1 wordt gekenmerkt door:

Linksboven een generatoraggregaat 6 kW Kirsch; rechtsboven een aanhangwagen voor 1.200 liter water; linksonder een Mercedes-Benz terreinwagen; rechtsonder een DAF-vrachtwagen met sheltermodule YAS-4442

► Aanwezigheid van tenminste één arts (AMA) en twee verpleegkundigen (AMV).

► Geen chirurgische capaciteit.

► Primair is de zorg gericht op het behoud van leven en/of ledematen en/of gezichtsvermogen door middel van triage, eerstehulpverlening en behandeling - in de praktijk met name wondzorg - met als doel de patiënt te stabiliseren.

► Secundair is de zorg gericht op het gereedmaken van de patiënt voor evacuatie naar een (naast)hogere Role of voor directe terugkeer naar de eigen eenheid (terug naar onderdeel).

► Draagt door routinematig ziekenrapport en voorlichting bij aan de gezondheid en het welzijn van de eenheid door preventieve gezondheidszorg met betrekking tot Diseases and Non-Battle Injuries (DNBI) en gevechtsstress.

De Role 1 MTF voorziet dus in eerstelijnszorg, eerstehulpverlening, triage, resuscitatie en stabilisatie.

De gewondenafvoerploeg, die is gekoppeld aan de Role 1, draagt zorg voor het verzamelen van gewonden vanaf het punt van gewondraken, bijvoorbeeld het gewondennest.

Luchtmobiele Speciale Voertuigen in de uitvoering van gewondentransportmiddel leveren gewonden af bij een Role 1 Medical Treatment Facility.

Na de uitvoering van het Landmacht Reorganisatieplan (LRP) 1591, 'Reorganisatie Role 1-capaciteit CLAS' (2012) is de Role 1-capaciteit van de Koninklijke Landmacht vanuit de respectievelijke eenheden overgebracht naar de geneeskundige compagnieën van de drie manoeuvrebrigades: 11, 13 en 43 Geneeskundige Compagnie.

De Role 1-capaciteit van de KL bestaat uit:

► Role 1 Medical Treatment Facility (MTF)

► Geneeskundige afvoerploegen voor spoedeisend gewondentransport tussen de plaats van gewond raken en de MTF (in de regel terreinvaardig en gepantserd)

► Gewondenvervoerploegen voor niet-spoedeisend gewondentransport tussen MTF's (in de regel terreinvaardig maar niet gepantserd)

Mogelijke gewondentransportmiddelen die zijn ingedeeld als Role 1 capaciteit. Vanaf linksboven met de klok mee:LSV, YPR-765, Patria XA-188 GVV en Boxer PWV.

Als gevolg van deze reorganisatie zijn de 'eigen' onderdeelsgeneeskundige middelen centraal heringedeeld en samengebundeld. Hoewel de door pooling ontstane capaciteit nu is ingedeeld bij de geneeskundige eenheden op brigadeniveau, is die bestemd voor CLAS-brede en in voorkomend geval zelfs Defensiebrede Role 1-ondersteuning van gereedstelling, Opleiding & Training en inzet.

Na de uitvoering van het LRP 1591 bestaat de Role 1 MTF uit:

 

11 Gnkcie

13/43 Gnkcie

AMA (C-R1 MTF)

1

1

AMV (Plv C-R1 MTF)

1

1

AMV

1

1

Verzorgende/chauffeur

1

1

Verzorgende

1

Geneeskundig verzorger/chauffeur

1

2

Totaal

5

7

Zie ook: Algemeen Militair Arts (AMA), Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV), Damage Control Surgery (DCS), gewondennest, marsgewondenverzamelpunt, Primary Surgery, MOGOS, Role, Role 2 (verbandplaats) en Role 3 (hospitaal).

Terug naar Boven

 

ROLE-2 (VERBANDPLAATS)

Een Role 2-geneeskundige inrichting verleent zorg in aanvulling op Role 1, die vooral is gericht op het behoud van leven en/of ledematen en/of gezichtsvermogen en verdere zorg ten behoeve van het herstel van de inzetbaarheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon).

Een role 2 voorziet in ontvangst van zieken en gewonden, triage, stabilisatie en het gereedmaken voor verdere afvoer, behandeling en verpleegzorg voor gewonden en zieken tot het moment dat zij terug kunnen naar het eigen onderdeel of verder kunnen worden afgevoerd.

Een Role 2, ook wel verbandplaats genoemd en tot 2005 ingedeeld bij de zelfstandige geneeskundige compagnieën van de brigades, beschikt normaliter over de volgende functionaliteiten:

► beperkte verpleegzorg

► geneeskundige afvoer vanuit Role 1

► gevechtsstressmanagement

► herbevoorrading van Role 1

► registratie van inkomende en uitgaande gewonden en zieken

► versterking van Role 1 met personeel

De Role 2 wordt opgebouwd met Schall LGZ (Luftgestützte Zelte, opblaasbare tenten).

Producent van de tenten is de Duitse firma M. Schall GmbH & Co. KG uit Merzenich, Nordrhein-Westfalen.

De opblaasbare tenten van PVC-gecoat tentdoek, onder andere in gebruik bij de Geneeskundige Dienst, kunnen in ± 20 minuten worden opgebouwd, inclusief het aluminium frame aan de buitenzijde.

Omdat de verbandplaats als entiteit sinds 2005 niet meer bestaat, heeft het MOGOS bij 400 Geneeskundig bataljon de rol van de verbandplaats min of meer overgenomen. Toch worden acute en ernstige traumapatiënten van de hulppost (Role 1) meestal direct gederouteerd naar de Role 3.

Organiek wordt op de Role 2 Damage Control Surgery (DCS) aangeboden.

In de Nederlandse setting worden de activiteiten van de Role 3 ook uitgevoerd op de Role 2 Enhanced. Vandaar dat op de Role 2 Enhanced zowel DCS als Primary Surgery kan worden aangeboden. De Role 2 Enhanced wordt gefaciliteerd in de (veld)hospitaals van de hospitaalcompagnieën van 400 Geneeskundig bataljon.

Een ontplooide Role 2 Enhanced.

Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon, Damage Control Surgery (DCS), MOGOS, Primary Surgery, Role, Role 1 (hulppost) en Role 3 (hospitaal) en Schall-tent t.b.v. hulppost (Role 1).

Terug naar Boven

 

ROLE-3 (HOSPITAAL)

Een Role 3-geneeskundige inrichting verleent zorg die, in aansluiting op Role 1 en Role 2, wordt verleend, alsmede verdere zorg die leidt tot inzetbaarheid of afvoer naar een hoger zorgniveau (echelon).

Een Role 3 geneeskundige inrichting, ook wel (veld)hospitaal genaamd, beschikt normaliter over de functionaliteiten van een Role 2 aangevuld met:

► Chirurgie (Primary Surgery)

► Intensieve (Intensive Care) en postoperatieve zorg

► Specialistische verpleegzorg (medium care)

► Relevante diagnostische mogelijkheden

De Role 3 bevindt zich te doen gebruikelijk op het niveau van de divisie.

In mei 2009 bouwde 400 Geneeskundig bataljon uit Ermelo op de vroegere Vliegbasis Soesterberg een veldhospitaal met een vloeroppervlak van ongeveer twee voetbalvelden.

Het veldhospitaal is vergelijkbaar met een goed geoutilleerd streekziekenhuis.


Zie ook: 400 Geneeskundig bataljon, Damage Control Surgery (DCS), Primary Surgery, MOGOS, Role, Role 1 (hulppost) en Role 2 (verbandplaats).

Terug naar Boven

 

ROLE-PLAY

Duits: Rollenspiel. Frans: interprétation du rôle. Nederlands: rollenspel.

Overeenkomst met Live Action Role Play (LARP) en sim(ulatie)spel.

Simulatiespel ter ondersteuning van oefensituaties, waarin een bepaalde situatie (event) zo realistisch mogelijk wordt opgespeeld om het probleemoplossend vermogen (competenties en gedrag) van de uitvoerende(n) te testen en het gewenste trainingsdoel wordt bereikt.

Role-play - een vorm van steunverlening waarbij een onderwijsleermiddel wordt ingezet - vindt dus plaats met een opleidingstechnisch (didactisch) doel, aan de hand van een scenario (script) en begeleid door instructeurs en/of OTE'ers (Observer, Trainer, Evaluator).

De leerwinst bij role-play, d.w.z. het bewaken dat de te trainen situatie op de juiste wijze wordt opgespeeld en het trainingsdoel wordt bereikt, zit in de:

voorbereiding

Scripten van de role-play.

uitvoering

Aansturen van de role-play

evaluatie

Feedback van de role-play. Na afloop van de event geven de uitvoerenden elkaar en de oefenleiding feedback en trekken hier lering uit.

Role-play geeft inzicht in wat kan worden bestendigd of moet worden verbeterd voor een volgend rollenspel en, uiteindelijk, voor het handelen bij ernstinzet. Wanneer een rollenspel niet goed uit de verf komt, kan de oefenleiding besluiten dit, in (on)gewijzigde vorm, op een nader te bepalen moment opnieuw in te brengen.

Voorbeelden:

► Civiele role-play die haar gebruikelijke werk doet. Hierbij kan worden gedacht aan:

► medewerkers van IO's en NGO's, zoals tijdens de oefeningen Common Effort (2011) en Peregrine Sword (2012). De oefenende troepen werden o.a. met civiele belanghebbenden geconfronteerd;
► burgers, zoals tijdens de oefeningen Falcon Autumn (2011) en Dutch Bison (2014). De interactie van oefenende troepen met echte burgers maakt een oefening realistischer.

► Instructeur als role-play bij Serious Gaming, zoals de roleplayer/instructeur CV90 bij Serious Gaming.

► Instructor/RolePlayer (IRP), zoals bij het oefenen van Conduct After Capture (CAC).

► Inzet van de S2/G2 als commandant van de vijand tijdens War Gaming.

► Oefengewondenspel, waar oefengewonden, met levensechte verwondingen geschminkt, worden ingebracht om het geneeskundig (hulp)personeel en first responders te trainen.

► Oefenvijand (Opposing Forces, OpFor).

Terug naar Boven

 

ROLEXEN

Werkwoord. Door militairen gebruikt in plaats van "uitstellen" (afbreken, opschorten, vertragen). Genoemd naar één van de beroemdste horlogemerken ter wereld: het Zwitserse Rolex.

Zo worden operaties of vluchten soms op het laatste moment gerolext (uitgesteld). Er wordt dan bijvoorbeeld "Rolex + 2" aangekondigd, waarmee wordt bedoeld dat iets twee uur later zal worden uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

ROMMEL-ASPERGE

Duits: Rommel-Spargel. Engels: Rommel’s asparagus. Frans: asperges de Rommel. Genaamd naar de Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944), architect van de Atlantikwall.

Rommel-asperges langs de Normandische kust.

Rommel-asperges zijn kunstmatige hindernissen tegen landingsvaartuigen, pantservoertuigen, parachutisten en/of zweefvliegtuigen, meestal in de vorm van betonnen en houten palen, al dan niet met stalen punten.

Het oorspronkelijke idee van Rommel resulteerde in vele duizenden betonnen en houten palen in de weilanden rond steden in het Duitse achterland om het landen van geallieerden parachutisten en zweefvliegtuigen te voorkomen. Op sommige palen zat springtuig.

Ook de kust van Normandië tot de Spaanse grens werd ter hoogte van én onder de waterlinie versterkt met Rommel-asperges. De strandhindernissen – dicht naast elkaar geplaatste palen waarvan de punten in de richting van de vijand wezen – moesten de geallieerde landing van landingsvaartuigen en pantservoertuigen storen. Tenslotte werden ook (spoor)wegen voorzien van voorbereide betonnen fundamenten. Hierin hoefde bij dreiging slechts de stalen profielen worden geklonken.

Rommel-asperge in de gemeente Mill en Sint Hubert.

Terug naar Boven

 

ROMPBEVEL

 

Terug naar Boven

 

ROOD KOORD

Eigenlijke benaming: erekoord.

Waarderingsonderscheidingsteken van de Koninklijke Landmacht dat, volgens de Aanwijzing Waarderingen KL, kan worden uitgereikt aan de militair in werkelijke dienst die zich bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone inspanning, toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen.

Vaak heeft het optreden van de onderscheiden militair in maatschappelijk opzicht veel aanzien, zoals het verrichten van een levensreddende handeling (reanimatie, spoedeisende eerstehulpverlening e.d.).

Het ponceaurood erekoord met goudkleurige nestels mag vanaf het moment van uitreiken om de linkerschouder op het Dagelijks Tenue worden gedragen. Normaliter wordt een eerbewijs als het erekoord - met de bijbehorende oorkonde - uitgereikt tijdens een buitengewoon appèl voor het front van de troepen.

Zie ook: Bronzen Soldaat en tevredenheidsbetuiging.

Terug naar Boven

 

ROOKGRANAAT

Rauchgranate.
smoke shell.
obus fumigène.

Afgekort: rkg.

Handgranaat die bedoeld is om de vijand te misleiden of ter eigen bescherming. De lading verspreidt rook, maar kan ook worden gebruikt voor het stichten van brand.

Er wordt verschil gemaakt tussen witte en gekleurde rookgranaten. De door Nederland gebruikte witte rookgranaat is de 7C2. Deze rookgranaat wordt gebruikt om dichte wolken van witte rook te produceren (rookgordijn of -scherm): ± 30 seconden na de ontsteking is de rookontwikkeling het meest effectief. Rook van rookgranaten wordt beïnvloed door zowel windrichting als -snelheid.

De in Nederland gebruikte gekleurde rookgranaat is de L68A1, L69A1 of L70A1, met de letters "CCC" in de kleur van de rook - respectievelijk groen, oranje of rood.

Voorbeeld van een rookgranaat.

De gekleurde rookgranaat wordt gebruikt voor signalen, als een instrument om doelen of landingszones te markeren of om voortbewegende eenheden tijdelijk aan het zicht te onttrekken. Rode rook dient om een positie, bijvoorbeeld een landingsite, aan te merken als 'hot': gevaarlijk vanwege de aanwezigheid of dreiging van een vijand.

Voor beide rookhandgranaten geldt dat personeel in het rookgordijn het CBRN-masker in beschermstelling dient te dragen.

 WITGEKLEURD
 rookhandgranaatrookhandgranaat
 7C2L68A1, L69A1 of L70A1

brandtijd

50 seconden

30 tot 45 seconden

gewicht

660 gram

800 gram

kleur

lichtgroen

lichtgroen

merken

bruin

bruin

rook

lichtgrijs

groen, oranje of rood (CCC)

vorm

cilinder

cilinder

vertragingstijd

1 tot 3 seconden

2 tot 3 seconden

Met een rookgranaat kan een landingsite worden gemarkeerd.


Van links naar rechts de rookgranaten groen (L68A1), oranje (L69A1) en rood (L70A1).

Aparte rookgranaten zijn de nr. 23 Smoke WP (White Phosphorous) en de nr. 520 rookhandgranaat IR-RP (Infra Red-Red Phosphorous).

Zie ook: fosfor, handgranaat, hot LZ en rookhandgranaat Infra Red-Red Phosphorous (IR-RP), nr. 520.

Terug naar Boven

 

ROOKHANDGRANAAT IR-RP, NR. 520

IR-RP: Infra Red-Red Phosphorous.

De rookhandgranaat nr. 520 IR-RP wordt gebruikt om tijdelijk een rook- en infraroodscherm te leggen.

Vijandelijke waarneming, zowel visueel als met behulp van infraroodkijkers, wordt hierdoor gemaskeerd. De IR-afscherming geldt alleen waar de fosfordeeltjes branden: elk brandend fosfordeeltje zorgt voor een IR-afscherming van 1 meter hoog en 1 meter breed.

In de regel brandt het rubberen lichaam van de rookhandgranaat geheel op.

Specificaties:

gewicht

500 gram

kleur

zwart met bruine band en rode letters

lichaam

cilindervorming, rubber

ontsteker

nr. 521

onveilige afstand

100 meter

uitwerkingsduur infraroodscherm

40 seconden

uitwerkingsduur rookscherm

50 seconden

vertragingstijd

1 à 1½ seconden

Zie ook: fosfor, handgranaat, hot LZ en rookgranaat.

Terug naar Boven

 

ROT

1

Meervoud: rotten. Een aantal militairen dat in een rij achter elkaar staat (appèl) en naast elkaar marcheert (colonne). Ten behoeve van een appèl of verplaatsing te voet zal een eenheid worden opgesteld in rotten en gelederen. Zie ook: gelid.

Ontleend aan het Latijn “rupta”, afgeleid van “rumpere” (breken: een menigte in kleine groepen verdelen; afgezonderd gedeelte).

Bijzonderheden volgens 'Handboek exercitie voor de krijgsmacht' (DP 20-20):

►Is de getalsterkte van de gelederen ongelijk, dan worden de gelederen zoveel mogelijk op gelijke sterkte gebracht, waarbij het rot op de rechter- en linkervleugel en het voorste en achterste gelid – vanaf drie gelederen – steeds voltallig moet zijn;

►Het aantal gelederen mag nooit groter zijn dan het aantal rotten: met tweeën vanaf vier personen, met drieën vanaf negen personen enzovoorts;

►Ingedeelde kaderleden stellen zich op de rechtervleugel op en vormen daar het eerste rot. De overige kaderleden stellen zich op de linkervleugel op en vormen daar het laatste rot. Daarna stellen de overigen zich op en vormen daar de tweede, derde en volgende rotten;

►Met betrekking tot kaderleden is het niet voltallig maken van een rot toegestaan.

2

Kleinste militaire onderafdeling, troep, (leger)schaar. Een militaire afdeling, infanterie of cavalerie, van onbepaalde grootte. De term is verouderd en niet meer als zodanig in gebruik.

 

3

Aantal geweren dat met de kolf op de grond en de loop schuin tegen elkaar aan is gezet, waardoor een piramidevorm ontstaat. In de regel betreft het vier of meer geweren. “De geweren aan rotten zetten” betekende oorspronkelijk dat de geweren van één of meer rotten (betekenis 2) bij elkaar werden gezet.

Zie ook: gelid.

Terug naar Boven

 

R.O.T.A.

Betekenis: Release Other Than Attack . Frans: Contamination NBC involontaire. Secundaire CBRN-dreiging.

Incident dat niet is veroorzaakt door een aanval met CBRN- strijdmiddelen, maar door het al dan niet moedwillig (doen) vrijkomen van stoffen die hetzelfde effect hebben als een primaire CBRN -dreiging, te weten de verspreiding van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen.

De vrijgekomen stoffen zijn infectieus, organisch, radiologisch, toxisch of anderszins gevaarlijk voor de volksgezondheid en hebben een negatieve invloed op een militaire operatie. R.O.T.A. omvat dus ook risico's en vervuilingen waarmee de militair in vredestijd én in missiegebieden (Crisis Response Operations en Peace Support Operations) kan worden geconfronteerd.

Meestal betreft het incidenten met gevaarlijke stoffen die zijn opgeslagen in containers, opslagtanks, silo's en tankwagens ten behoeve van (petro-)chemische en farmaceutische industrieën of kerncentrales. Bij incidenten vormen de vrijgekomen, met de wind meegevoerde infectieuze, organische, radiologische, toxische of anderszins gevaarlijke stoffen een verholen maar zeer reëel gevaar. Feitelijk is R.O.T.A. een continue dreiging, die vandaag de dag - zeker onder invloed van het internationaal terrorisme - realistischer is dan een aanval met CBRN-strijdmiddelen.

Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn industriële (onder druk tot vloeistof gecomprimeerde) gassen zoals blauwzuur, chloorgas, fosgeen en allerlei soorten zeer giftige insecticiden. Dagelijks worden grote hoeveelheden van gevaarlijke stoffen over de weg, het water en door de lucht getransporteerd. Ongevallen, productiefouten en sabotage, maar ook oorlogshandelingen, kunnen bij dergelijke transporten rampen veroorzaken met eenzelfde impact als die van CBRN-aanvallen.

Een van de vele voorbeelden van een R.O.T.A. in vredestijd is de ontsnapping van acryl-nitril uit een lekkende treinwagon op het station van Amersfoort op 20 augustus 2002.

Persoonlijke reactie bij ROTA gevaar:

► Plaats uw CBRN-masker, evt. voorzien van de filterbus industriegassen.

► Sla alarm: klare taal of standaard CBRN-alarmeringen.

► Pas indien nodig én mogelijk ZHKH toe.

Zie ook: DS-2, GDS2000 en HAMIL.

Terug naar Boven

 

ROTARY WING

Synoniemen: draaivleugelvliegtuig; helikopter; rotorcraft; rotary-wing aircraft; wentelwiek (Vlaams).

Vliegtuig dat verticaal vermogen genereert door gebruik te maken van door een motor aangedreven rotorbladen die in een schroefbeweging ronddraaien en daarmee de lucht actief verplaatsen. Om te voorkomen dat de helikopter om zijn eigen as draait, wordt ook een staartrotor aangedreven.

Voor de aandrijving en besturing hebben helikopters een ingenieuze transmissie, waarbij de stand van de rotorbladen individueel kan worden veranderd.

Tactisch teken van de locatie voor rotary wing, ingebed in een achthoek.

Terug naar Boven

 

ROTATIE

Rotation.
rotation (of forces).
rotation.

Synoniemen: aflossing; missierotatie; uitzendrotatie.

(Troepen)rotatie is een aspect van sustainment (genereren en in stand houden van militaire capaciteit) en omvat de periodieke wisseling van individuele militairen of militaire eenheden in het operatiegebied. Roteren wordt onderscheiden in "inroteren" (het missiegebied inkomend) en "uitroteren" (het missiegebied uitgaand).

Een uitzendrotatie, bij expeditionair optreden, omvat de gehele cyclus van opeenvolgende wisselingen van personeel en/of materieel, totdat alle personeel en/of materieel binnen een missiegebied zijn gewisseld. Rotaties binnen eenzelfde missie worden vaak aangeduid met cijfers achter de naamgeving, zoals ISAF 5 (International Security Assistance Force) of SFIR 3 (Stabilisation Force Iraq).

Het roteren van personeel voorkomt dat ze uitgeput raakt; het roteren van uitrusting en materieel dat ze door achterstallig (hoger) onderhoud en (over)slijtage niet meer operationeel inzetbaar is. Zowel op personeels- als materieellogistiek gebied zorgen rotaties ervoor dat het voortzettingsvermogen in stand wordt gehouden, de taakuitvoering niet in gevaar komt en het operationeel tempo kan worden gehandhaafd.

Onder andere de duur en zwaarte van de inzet en de fysieke afstand tot Nederland bepalen het aantal rotaties op jaarbasis (rotatiefrequentie en -cyclus). In het algemeen geldt dat bij een rotatie elke vier maanden de tijd voor de militairen kort is om het terrein goed te leren kennen en goede relaties met de lokale bevolking op te bouwen (belangrijk voor zowel hearts & minds als het inwinnen van informatie).

Elke rotatiewisseling kent een noodzakelijke overlap voor de hand-over/take-over (HOTO), onder andere van het commando, waarbij ook de kennis en ervaring (lessons learned) aan de inkomende eenheden en staven moet worden overgedragen. Hoe meer rotaties geweest zijn, des te meer informatie gegenereerd is. Een goede overdracht van het gebied en alle beschikbare informatie zorgt ervoor dat opvolgende rotaties niet steeds opnieuw het wiel hoeven uitvinden. Voor een goede HOTO is het noodzakelijk dat de sleutelfunctionarissen van uit- en inroterende eenheid hier aandacht aan besteden.

Bij grootschalige rotatiewisselingen kan een rotatie ondersteuningsteam (ROOT) assisteren bij het zo probleemloos mogelijk laten verlopen van de aflossing.

Terug naar Boven

 

ROTATIEGEDRAG

Treedt na tweederde van een uitzending helaas nogal eens een zekere verslapping op in het concentratievermogen, in de laatste week gaan de remmen er regelmatig helemaal af: rotatiegedrag. Het woord komt niet voor in 'Van Dale. Groot Woordenboek der Nederlandse Taal', maar het bestaan van het fenomeen wordt niet ontkend (noch bevestigd) door militairen met uitzendervaring.

Typerend voor rotatiegedrag is dat sommige uitgezonden militairen de laatste periode in het inzetgebied zien als een vrijbrief om de dag met grappen en grollen door te komen.

De reacties van de omgeving zijn dienovereenkomstig of exact het tegenovergestelde. Werken lijkt bij rotatiegedrag plaats te maken voor lanterfanten, algehele passiviteit en wachten op het ten uitvoer kunnen brengen van de two-can-rule.

Karakteristiek voor het rotatiegedrag is dat twee muzikale hoogtepunten meer dan gemiddeld worden gedraaid. De eerste is de enige hit van De Toendra's, 'Ik Wil Weer Naar Huis' uit 1984.

De tweede, misschien iets meer aansprekend, 'We Gotta Get Out Of This Place' (1965), van de Britse beat-band The Animals.

Terug naar Boven

 

ROTOTA

Acroniem voor Ronnie Tober-tasje.

In werkelijkheid de kleine goederentas die binnen de persoonsgebonden uitrusting (PGU) van de Koninklijke Landmacht wordt gevoerd. De kleine, bijna cilindrische tas heeft draagbanden, een naamplaatetui en is voorzien van steekgespen (clips). Met de clips kan de rotota aan het draagsysteem worden bevestigd, zodat het aan de borstzijde wordt meegedragen, of aan de rugzak.

Wanneer de slaapzak al aan het draagsysteem is bevestigd, wordt de rotota in de hand gedragen.

Volgens het HAMIL worden in de rotota organiek de de volgende artikelen opgeborgen:

►1 paar gevechtslaarzen
►1 paar sokken GVT
►1 basisbroek
►1 basisjas
►1 stel ondergoed (kort of lang)
►1 zakdoek
►1 handdoek

In de nog beschikbare ruimte kunnen eventueel regen- en/of koudweercomponenten worden opgeborgen. De rotota kan daarnaast worden gebruikt voor het meenemen van spullen naar (sport)lessen of om NBC-broek, -jas en -laarzen in op te bergen.

De rotota is genoemd naar volkszanger Ronnie Tober (1945), die onder andere een hitachtige meezinger scoorde met 'Naar de kermis' (1975, met Ciska Peters). Dit nummer groeide uit tot een klassieker binnen de homoscène. Blijkbaar oogt het lopen met deze tas ietwat nichterig en verwijfd.

Saillant detail is dat Tober, die overigens opgroeide in de Verenigde Staten, in de jaren '60 naar Nederland vluchtte om de dienstplicht in zijn land te ontlopen.

Terug naar Boven

 

ROUTEBESCHRIJVING

Beschrijving van een vooraf verkende route, eventueel met vermelding van de afstanden in meters tot de tussengelegen, markante terreinkenmerken. De markante terreinkenmerken kunnen als oriëntatiepunten op de route worden gebruikt.

De routebeschrijving kan worden gebruikt als niet voldoende stafkaarten aanwezig zijn, de tijd voor het maken van een routeschets ontbreekt of de tactisch-operationele situatie daarom vraagt. Een routebeschrijving is tweede keus na de routeschets.

De routebeschrijving moet kort, duidelijk en in klare taal geschreven zijn: een andere persoon dan de steller van de routebeschrijving moet zich met behulp van de routebeschrijving correct over de route kunnen verplaatsen.

Aanvangspunt (APT) en eindpunt (EPT) moeten duidelijk omschreven zijn. Bij de beschrijving van de route naar de tussengelegen oriëntatiepunten en het EPT wordt gebruik gemaakt van dezelfde methode die bij doelaanduiding wordt gebruikt:

R

Richting volgens de klokmethode

3 uur

A

Afstand in meters

400 meter

D

Doel in klare taal omschreven

kerktoren van Vught

Zie ook: routeschets.

Terug naar Boven

 

ROUTESCHETS

De routeschets - eerste keus ten opzichte van de routebeschrijving - is een schets waarop de route waarover moet worden verplaatst op schaal is ingetekend.

Op de route zijn markante terreinkenmerken, zoals kruispunten van (spoor- en water-)wegen, bruggen, bospercelen e.d., met tussengelegen tussenafstanden in meters aangegeven. Idealiter moet de op de routeschets ingetekende route vooraf worden verkend, waarna de verkende afstanden worden genoteerd op de routeschets.

De meest handige methode voor het opnemen van afstanden zijn de dagteller van een voertuig of het tellen van stappen met een pedometer . Indien vooraf geen routeverkenning mogelijk is, kan de afstand van de route vanaf de stafkaart worden opgemeten met een kaarthoekmeter of lineaal.

De routeschets kan eveneens worden uitgevoerd in de vorm van een overlay (overlegvel), dat op doorzichtig papier vanaf de stafkaart is overgetrokken.

Op de routeschets moeten de volgende punten worden aangegeven:

APT

Aanvangspunt van de route

EPT

Eindpunt van de route

Legenda

Verklaring van de tekens

Noordpijl

Pijl die naar het noorden wijst

Routepijlen

Richting waarin verplaatst moet worden

Schaal

Schaal van de routeschets

Totale afstand

In kilometers

Als de routeschets tweemaal zo groot is als de stafkaart (standaard 1 : 50.000), dan wordt de schaal van de routeschets automatisch 1: 25.000. Op een overlay moeten bovendien rechtsboven en linksonder assenkruizen met 4-cijferige kaartcoördinaten aanwezig zijn.

Zie ook: routebeschrijving.

Terug naar Boven

 

ROUTETIJDTABEL

Marschtabelle.
movement table.
tableau de marche.

Afgekort: RTT.

Schertsende bijnaam: "Routekwijttabel".

Bij een verplaatsingen in het kader van een oefening kan met betrekking tot de te volgen route worden verwezen naar de routetijdtabel (RTT) of routebrief. De RTT is een nadere uitwerking van de Toestemming Weggebruik (TWG), die kan worden aangevraagd of wordt opgelegd.

De RTT geeft in gedetailleerde instructies weer hoe een militaire eenheid in colonneverband van de ene naar de andere locatie dient te verplaatsen.

In de regel vormt de RTT een bijlage bij een verplaatsingsbevel (movement order) of een routebrief (movement instruction).

De RTT geeft onder meer aan:

colonnenummer

► aanvangspunt (apt) van de verplaatsing

► eindpunt (ept) van de verplaatsing

► datum van de verplaatsing

► Estimated Time of Departure (ETD) van de verplaatsing

Per routedeel vermeldt de RTT daarnaast:

■ nummering van het routedeel

■ wegnummer (A-weg, N-weg)

■ routepunt met bijzonderheden, zoals afrit, kruising, oprit, splitsing e.a.

■ omschrijving van het routepunt in klare taal

■ aan te houden gemiddelde snelheid* op het wegdeel

■ onderlinge afstand tussen de nummering

■ totale afstand (bij elkaar opgetelde onderlinge afstanden)

■ Estimated Time of Arrival (ETA) van de passage van het routepunt

■ eventuele rust en duur van de rust

* Gemiddelde snelheid: snelheid die gemiddeld moet worden aangehouden om, rekening houdend met het tijdverlies als gevolg van de korte rusten, de marssnelheid te realiseren.

Niet alleen geeft de bijrijder aan de hand van de routetijdtabel aan de chauffeur informatie over de juistheid van zowel de route als de snelheid, ook fungeert de bijrijder als routetijdrijder.

Zijn rol is hiermee vergelijkbaar met die van de colonnefunctionaris 'snelheidsregelaar' in het voorste voertuig, die belast is met het aanhouden van de juiste marsroute en het bepalen van de regelsnelheid.

Voorbeeld van een deel van een routetijdtabel.

Let op!

► Zet de RTT bij de voorbereiding van een colonne uit op de kaart.

► Persoonlijke veiligheid en verkeersveiligheid zijn belangrijker dan het colonneverband en/of het tijdschema (volgens de RTT).

Terug naar Boven

 

ROZE LIJST

Organieke naam: 1-Instructie Werk Kaart (1-IWK).

De 1-IWK is een checklist die door het eerste echelon, de gebruiker van een voertuig, wordt opgemaakt. Op deze 1-IWK worden de defecten en gebreken aangegeven, waarna in samenspraak met het tweede echelon (Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus, SMOD) of derde echelon (hersteleenheid) deze defecten en gebreken worden verholpen.

De gebruiker is meestal de organieke chauffeur die het bruikleenbewijs voor het voertuig heeft getekend, tenzij het voertuig in het kader van oefening e.d. is gebruikt cq. gereden door een andere chauffeur.

Het opmaken van de 1-IWK vindt plaats:

►drie weken voorafgaande aan H(alfjaarlijkse)- of J(aarlijkse)-beurt

►driemaandelijks (uitgesteld onderhoud)

►maandelijks (periodiek)

►na langdurig gebruik

Het opmaken van de 1-IWK is hét voorbeeld van Organic Level Maintenance (OLM) dat bij de gebruikende operationele eenheid door de gebruiker (bedienaar) wordt uitgevoerd.

OLM, ook wel preventief onderhoud genoemd, staat dan ook het dichtst bij de Onderhouds-, Diagnose- en Berginggroep (ODB) - de onderhoudstechnici van de gebruikende operationele eenheid.

De volgorde van handelen bij het opmaken van de 1-IWK is steeds:

►afwerken van de onderhoudspunten van de Onderhoudskaart (OK, groene kaart) uit het rijopdrachtboekje

►afspuiten onderzijde chassis en wielkasten

►schoonmaken cabine en laadruimte

►puntsgewijs afwerken 1-IWK

►laten steekproeven 1-IWK door kaderlid

►inleveren 1-IWK bij voertuigbeheerder peloton, meestal OPC/HID

►aanbieden van het voertuig aan het hogere echelon (SMOD of hersteleenheid)

►opslag 1-IWK bij peloton

Zie ook: Onderhouds-, Diagnose- en Berginggroep (ODB).

Terug naar Boven

 

RPG-7

RPG wordt in het Engels vertaald als Rocket Propelled Grenade. De Russische naam is Ruchnoy Protivotankoviy Granatome, de bijnaam Russian Powerful Gun.

Foto-compilatie van de RPG-7

In hedendaagse conflicten een van de meest voorkomende en gevreesde anti-tankraketwerper ter wereld, initieel sinds 1962 geproduceerd door Basalt (Moskou). Het wapen, gebaseerd op de Duitse Panzerfaust uit de Tweede Wereldoorlog, is in licentie ook geproduceerd in Bulgarije, China, Irak, Iran, Pakistan en Roemenië.

De RPG-7 is een draagbaar, vanaf de schouder te lanceren en ongeleid anti-tankwapen voor de korte afstand, dat vooral populair is bij guerrilla-, andere irreguliere en vooral ook terroristische eenheden.

Specificaties:

effectief bereik tegen bewegende doelen

300 meter

effectief bereik tegen statische doelen

500 meter

gewicht, geladen

10,1 kg

gewicht, leeg

6,9 kg

kaliber lanceerbuis

40 mm

kaliber raket

85 mm

lengte, geladen

133,6 cm

lengte, leeg

96 cm

maximaal bereik

1.100 meter

penetratie

tot 60 cm homogeen staal

Doelen die met de RPG-7 kunnen worden aangegrepen zijn:

►gebouwen

►gepantserde en licht bepantserde voertuigen, zoals Armoured Personnel Carriers (APC’s)

konvooien

►laagvliegende helikopters en vliegtuigen

►patrouilles te voet

In het Irak na de Tweede Golfoorlog (2003) hebben RPG's meer dan de helft van de slachtoffers onder Amerikaanse militairen geëist.

Terug naar Boven

 

R.S.D.L.

Voor het neutraliseren van de chemische strijdmiddelen op de huid, inclusief het gezicht, wordt in oorlogstijd Reactive Skin Decontaminant Lotion (RSDL) gebruikt.

De oefenvariant is ISDL: Inactive Skin Decontaminant Lotion.

RSDL is een huidontsmettingslotion bestemd voor individueel gebruik, verpakt in olijfgroene sachets van 42 ml.

In het sachet, dat gemakkelijk met één hand kan worden opengemaakt, bevindt zich een speciale foam (sponsje) dat is geïmpregneerd met de huidontsmettingslotion. De sachets zijn bedoeld voor eenmalig gebruik.

De drill met de huidontsmettingslotion moet binnen 30 seconden worden uitgevoerd: na het insmeren van het gezicht, moet het CBRN-masker worden geplaatst. Pas daarna wordt de rest van de hoofdhuid (hals en nek) ingesmeerd en vervolgens worden de handschoenen en het persoonlijk wapen ontsmet.

RSDL moet minimaal 2 minuten inwerken, maar mag een aantal uren blijven zitten (ook onder het CBRN-masker). Het overblijfsel kan worden afgeveegd óf met schoon water worden afgespoeld.

Wanneer bij een vloeistof besmetting de huid al rood is geworden of blaarvorming is opgetreden, mag RSDL niet meer worden gebruikt.

De voordelen van RSDL zijn:

  • kleeft niet aan andere materialen
  • klontert niet
  • niet toxisch (ook niet na reactie met het chemisch strijdmiddel)
  • veilig te gebruiken om en bij de ogen (voor ontsmetting van de ogen wordt alleen water gebruikt)

ISDL, de oefenvariant, is samengesteld uit water, polyethyleenglycol 600 monooleate en kleurstoffen. Bij regelmatige blootstelling bestaat een kleine kans op huidirritaties. De werkzame stof is prikkelend voor de ogen; bij contact met de ogen onmiddellijk spoelen met water.

Zie ook: C.B.R.N.-middelen, Chemical Agent Monitor (CAM) en FM-12 (CBRN-masker).

Terug naar Boven

 

R.S.O.M.I.

Met name logistieke fase in een militaire operatie die voorafgegaan wordt door deployment (ontplooiing van de eenheid) en wordt afgesloten met redeployment (terugtrekking van de eenheid). Optreden dat is gericht op het ontvangen van materieel en personeel in het operatiegebied, het samenvoegen van materieel en personeel tot eenheden en het verplaatsen van deze eenheden naar de uiteindelijke bestemming, waar de eenheden worden overgedragen aan de operationele commandant.

RSOMI is van doorslaggevend belang voor het concept van Rapid Deployment/Rapid Reaction. RSOMI staat voor:

R

Reception

Ontvangst van personeel en materieel in het inzetgebied

S

Staging

Tijdelijk huisvesten van eenheden in de Staging Area (doorgangsgebied)

OM

Onward Movement

Verplaatsen van personeel en materieel naar de Concentration Area (concentratiegebied)

I

Integration

Beschikbaar stellen van inzetgerede eenheden aan de Force Commander

Dankzij RSOMI kan het materieel van een eenheid door middel van strategisch transport - over land en zee én door de lucht - in de buurt van het operatiegebied arriveren, vaak gescheiden van het personeel. In principe vindt RSOMI plaats zonder gebruikmaking van lokale ondersteuning en onder uiteenlopende omstandigheden (al dan niet beschikbare infrastructuur, Host Nation Support, al dan niet veilig). Onder andere fysieke distributie, voortschrijdende containerisatie en wissellaadsystemen vergemakkelijken RSOMI.

De redeployment-fase wordt ook wel aangeduid met reverse-RSOMI.

Terug naar Boven

 

RUBRICERINGEN

Letterlijk: indeling in rubrieken.

Nederlands

Stg Zeer geheim

Stg Geheim

Stg Confidentieel

Duits

Streng geheim

Geheim

Vertraulich

Engels

Top secret

Secret

Confidential

Frans

Très secret defense

Secret defense

Confidentiel defense

Binnen Defensie betreft het de indeling in rubrieken van gegevensvertrouwelijkheid en de bescherming daarvan tegen onthulling in het kader van een veiligheidsbeleid. Het betreft dan met name informatie van overheid, krijgsmacht en geheime diensten.

De rubrieken ‘zeer geheim’, ‘geheim’ en çonfidentieel’ worden gebruikt om de gegevensvertrouwelijkheid in te delen naar classificatieniveaus die afhankelijk zijn van de hoeveelheid schade die openbaarmaking zou kunnen veroorzaken. Om openbaringmaking tegen te gaan mag alleen personeel met een machtiging (clearance) voor een classificatieniveau en voor wie er een noodzaak is, die informatie tot zich nemen. Dit zijn de zgn. vertrouwensfunctionarissen.

Een machtiging kan alleen worden verkregen op basis van need-to-know naar aanleiding van een ‘verklaring van geen bezwaar’ als gevolg van een veiligheidsonderzoek. Dit onderzoek gaat na of de vertrouwensfunctionaris in spé in enigerlei vorm te maken heeft of kan hebben met deelname of steunverlening aan staatsgevaarlijke activiteiten, justitiële antecedenten heeft of een lidmaatschap van of steunverlening aan antidemocratische organisaties.

De drie genoemde classificaties tezamen worden "geclassificeerd" genoemd. De afkorting Stg staat voor staatsgeheim.

Terug naar Boven

 

RUGGENGRAAT

Backbone of the Army.

De term werd voor het eerst gebruikt in 1896 door de dichter Rudyard Kipling (1865-1936) in 'The 'eathen' in de zinsnede: "But the backbone of the Army is the Non-commissioned Man!". Het in 1895 geschreven 'The 'eathen' werd voor het eerst gepubliceerd in McClure's Magazine in september 1896.

In het gedicht beschrijft Kipling, de latere winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur (1907), de transformatie van een rauwe, onervaren jongere in een getrainde soldaat. Uiteindelijk wordt hij onderofficier en daarmee verantwoordelijk voor het opleiden van andere rekruten.

In de jaren '50 van de 20ste eeuw poseert een compagnie van de Onderofficiersschool (OOS), voorloper van de Koninklijke Militaire School (KMS), voor gebouw 'Edinburgh' op de Van Hornekazerne.

Het kazernecomplex werd in die tijd gesierd door borden met moreelverhogende teksten, zoals: "Een goed onderofficierskorps is de ruggengraat van het leger".

Op een ander bord stond: "Onbedachtzaam gepraat, brengt geheimen op straat."

"Het onderofficierskorps groeide uit tot de ruggengraat van het leger", aldus de Dagorder van de Commandant Landstrijdkrachten, nr. 2014/01. Deze is gedagtekend door de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal M.C. de Kruif, op 9 januari 2014.

Precies 200 jaar eerder legde Prins Willem Frederik, de latere Koning Willem I, in een formeel besluit de organisatie van een nieuw Nederlands leger vast. Dit wordt sindsdien beschouwd als de oprichtingsdatum van de Koninklijke Landmacht.

Zie ook: onderofficier.

Terug naar Boven

 

R.U.M.B.A.-EISEN

Letterwoord dat de eisen aangeeft die moeten worden gebruikt bij het formuleren van een zorgdoel dat moet worden bereikt voor een zorgvrager. De R.U.M.B.A.-eisen, die worden geformuleerd door een zorgverlener, staan voor:

R
RELEVANT
(Relevant)

►Gericht op én aansluitend op de toestand van de zorgvrager.

U
UNDERSTANDABLE
(Begrijpelijk)

►Correct geformuleerd; bevat duidelijke aanwijzingen voor de evt. in te zetten hulpmiddelen.

M
MEASURABLE
(Meetbaar)

►Meetbaar in de tijd, die tevoren is vastgesteld.
►Het is objectief vast te stellen of de zorgdoelen zijn gehaald.

B
BEHAVIORAL
(Gedragsmatig)

►Opgesteld in termen van concreet gedrag.
►Geeft aan wat de zorgvrager na bepaalde tijd moet kunnen.

A
ATTAINABLE
(Haalbaar)

►Realistisch; bevat aanwijzingen voor het minimale einddoel.
►Vastgesteld aan de hand van het oordeel van de zorgverlener en de mogelijkheden van de zorgvrager.

De R.U.M.B.A.-eisen worden bijvoorbeeld gebruikt door de Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er) in relatie met de P.E.S.-structuur en S.O.A.P.

Terug naar Boven

 

RULES OF ENGAGEMENT

Afgekort: ROE.

De Rules of Engagement zijn de randvoorwaardelijke regels die gehanteerd worden bij de omgang van een troepenmacht met andere partijen.

In de ROE is onder andere geregeld onder welke omstandigheden en voorwaarden, op welk (gewelds)niveau en hoe geweld mag worden gebruikt. Het geweldgebruik wordt gereguleerd door juridische (humanitair-oorlogsrechtelijke), militair-operationele en politieke/diplomatieke beperkingen.

De ROE moeten helder, ondubbelzinnig en voor slechts één uitleg vatbaar zijn.

De ROE bieden de militairen in een missiegebied de bevoegdheden waarmee de opgedragen taken, zowel impliciet als afgeleid, het hoofd geboden kunnen worden.

De ROE vloeien voort uit het mandaat en worden in de regel vastgesteld in overleg met en integraal overgenomen van de lead nation in een missie; het onder bevel gestelde land - bijvoorbeeld Nederland ten opzichte van Groot-Brittannië ten tijde van de missie SFIR - wijzigingen aanbrengen op grond van nationale richtlijnen en overwegingen: caveats.

Een militaire commandant kan door gebruik van de ROE gemakkelijker sturing geven aan het geweldgebruik van de eenheden onder zijn bevel en op die manier de escalatiedominantie (met gevechtskracht en crisisbeheersingsvermogen) beheersen.

De afgeleiden van de ROE zijn de in de eigen taal gestelde Aide-Memoire (voor commandanten en kaderleden) en de geweldsinstructie of Soldiers Card (voor eenieder).

ROE, Aide-Memoire en geweldsinstructie of Soldiers Card zijn dienstvoorschriften in de zin van de artikel 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht, omdat ze voldoen aan de vijf vereisten om een instructie als dienstvoorschrift aan te merken:

► schriftelijk besluit
► algemene strekking voor een bepaalde missie
► bevoegd gegeven door of via de minister van Defensie
► bevat enig militair dienstbelang
► bevat voor de aan een bepaalde missie deelnemende militair gerichte geboden en verboden

Zie ook: caveat, geweldsinstructie, lead nation, mandaat, Memorandum of Understanding (MOU) en troop contributing nation.

Terug naar Boven

 

R.U.M.B.A.-EISEN

Letterwoord dat de eisen aangeeft die moeten worden gebruikt bij het formuleren van een zorgdoel dat moet worden bereikt voor een zorgvrager. De R.U.M.B.A.-eisen, die worden geformuleerd door een zorgverlener, staan voor:

R

RELEVANT
(Relevant)

 

Gericht op én aansluitend op de toestand van de zorgvrager.

U

UNDERSTANDABLE
(Begrijpelijk)

 

Correct geformuleerd; bevat duidelijke aanwijzingen voor de eventueel in te zetten hulpmiddelen.

M

MEASURABLE
(Meetbaar)

 

Meetbaar in de tijd, die tevoren is vastgesteld.
Het is objectief vast te stellen of de zorgdoelen zijn gehaald.

B

BEHAVIORAL
(Gedragsmatig)

 

Opgesteld in termen van concreet gedrag.
Geeft aan wat de zorgvrager na bepaalde tijd moet kunnen.

A

ATTAINABLE
(Haalbaar)

Realistisch; bevat aanwijzingen voor het minimale einddoel.
Vastgesteld aan de hand van de mogelijkheden van de zorgvrager en het oordeel van de zorgverlener.

Zie ook: Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er), P.E.S.-structuur en S.O.A.P.

Terug naar Boven

 

RUNNER

Loopjongen; boodschapper, koerier.

De primaire taak van de runner is het overbrengen van berichten.

De runner is feitelijk een ordonnans op een compound. Het bekendste voorbeeld is de ops-runner die werkzaam is op de ops-room: deze runner werkt ten behoeve van de ops-manager en zorgt ervoor dat onder andere boodschappen met betrekking tot het in- en uitgaande telecomverkeer worden verspreid over de desbetreffende functionarissen en secties – en vice versa.

Zie ook: ordonnans.

Terug naar Boven

 

Laatste update:07.11.2016