augustus t/m december 2009
Terug naar de homepage
 

Het laatste nieuws

 

WOENSDAG 30 DECEMBER 2009

"Defensie heeft Uruzgan onderschat"

"Defensie heeft Uruzgan onderschat"

In de Belgische krant De Standaard het verhaal van Ivo van der Weele, een Nederlandse oud-militair die kampt met oorlogsangsten. In december 2006 legde hij op de forward operating base Poentjak in de Afghaanse provincie Uruzgan het boek ‘Dag van bekentenis’ van thrillerschrijver Allan Folsom neer op zijn veldbed, waar tien seconden eerder zijn hoofd lag. Vervolgens doorkliefde een granaatscherf het boek tussen pagina 5 en 498; zijn slaapzak werd geperforeerd met raketscherven.

Na de Taliban-aanval werd hij gerepatrieerd: “Vijf nachten na elkaar deed ik geen oog dicht. Dan word je dus gek.” Tegenwoordig werkt de veteraan als treinmachinist en woont hij met zijn vrouw en zoontje in een rijtjeshuis in het Limburgse Brunssum.

Van der Weele is één van de ongeveer 20.000 militairen die sinds het begin van de Nederlandse missie (voorjaar 2006) zijn teruggekeerd uit Uruzgan. Als hij over het incident praat, voelt hij precies die angst opkomen:

“Nergens ben ik veilig. Altijd kan er een raket vallen. Ook hier, nu, in Brunssum.” Politici kunnen een missie beëindigen, voor militairen stopt die nooit: “Als ik opsta, denk ik aan Uruzgan. Dat gaat al een paar jaar zo.”

Vreemd is dat niet, stelt bioloog Frans de Waal in zijn boek Een tijd voor empathie. Daarin schrijft hij dat een killer-instinct bij de meeste mannen niet bestaat. Doden van mensen is abnormaal en daarom valt het militairen zo zwaar: “Oorlogsvoering zit psychologisch complex in elkaar en lijkt eerder een product van een hiërarchisch stelsel en het opvolgen van bevelen dan van agressie en gebrek aan mededogen.”

Wie zich onttrekt aan deze hiërarchie, valt al snel in ongenade. Misschien daarom dat zijn peloton kwaad op hem werd. “Ze snapten het niet”, zegt de oud-militair. “Ik stond daar met het gevoel dat ik faalde, maar kreeg geen enkel begrip. Ze kotsten me nog liever uit dan dat ze me een schouderklopje gaven. Het is de groepsdruk, de machocultuur: jezelf omhoog trekken over de rug van een ander.”

Van der Weele wil tot slot nog iets kwijt over Uruzgan: “Wij gingen op uitzending met het idee dat die lui in de bergen roestige kalasjnikovs hadden met kromme lopen. Maar de granaten kwamen niet uit de Koude Oorlog, maar uit Zwitserland. Net als de landmijnen van kunststof uit Italië. Defensie heeft Uruzgan onderschat. Vlak voordat ik naar Poentjak ging, kregen we een briefing. Wat is de kans op mortiergranaten, vroeg iemand. Nihil, zei de leiding.”

Gevraagd naar een reactie zegt een woordvoerder van het Ministerie van Defensie dat dit artikel de mening weergeeft van één persoon. Verder zegt de woordvoerder “niet te kunnen reageren” op dit artikel. Twee oud-collega's van Van der Weele bevestigen onafhankelijk de gebeurtenissen zoals in dit artikel beschreven.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 29 DECEMBER 2009

Wangedrag twee Belgische paracommando’s

Wangedrag door twee Belgische paracommando’s

Volgens de Belgische krant De Morgen zijn in oktober jl. twee paracommando’s van het 3de Bataljon Parachutisten uit Tielen, bij Antwerpen, op non-actief gezet omdat ze jongere medesoldaten zwaar hadden toegetakeld. Tegen de militairen loopt een strafrechtelijk én een intern onderzoek.

De twee paracommando's gingen enkele maanden terug zwaar over de schreef toen ze hun jongere collega's systematisch pestten en sloegen na de diensturen.

Als gevolg van deze extreme ‘ontgroeningpraktijken’ besloten de slachtoffers om het Belgische leger te verlaten. De wanpraktijken kwamen aan het licht tijdens hun exitgesprek. De korpscommandant lichtte daarop het gerecht en zijn oversten in, wat uitmondde in twee afzonderlijke onderzoeken.

De para's werden in oktober geschorst, mogen geen contact hebben met hun slachtoffers en ontvangen maar de helft van hun loon. De onderzoeksraad zal waarschijnlijk beslissen het tweetal te ontslaan.

De agressieve verwelkoming door de paracommando's van nieuwe collega's vormt geen uitzondering, zo blijkt uit een enquête. Uit de bevraging van de 800 kandidaten die in 2008 het Belgische leger vroegtijdig de rug toekeerden, zegt één op de drie dat “het ongepaste gedrag van het kader” hen deed beslissen om te vertrekken. Onaanvaardbare ontgroeningpraktijken, de uitvoering van nutteloze opdrachten, het gebrek aan respect en dagelijkse pesterijen waren er voor deze kandidaten naar eigen zeggen te veel aan. Legerwoordvoerster Ingrid Baeck betreurt de feiten. Volgens haar is het zonde dat jongeren vertrekken bij Defensie vanwege pesterijen door andere militairen.

De chef-staf van het Belgische leger Charles-Henri Delcour heeft in een vertrouwelijke nota zijn commandanten opgeroepen om waakzaam te zijn.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 27 DECEMBER 2009

Primeur fietsende journalist in Uruzgan

Vele tientallen journalisten hebben Uruzgan bezocht. Ze gingen mee op patrouille, deden verslag van allerhande activiteiten op en buiten de twee Nederlandse kampen in de provincie enzovoorts.

Freelance journaliste Mitra Nazar scoorde de afgelopen week een primeur: als eerste journalist mee op een fietspatrouille in Tarin Kowt, de hoofdstad van Uruzgan.

Nazar is één van de redacteuren van de Wereldomroep die samen met collega’s van Radio 3FM het programma Uruzgan FM maken.

(Met dank aan Hans de Vreij, specialist Vrede en Veiligheid van de Wereldomroep.)

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 23 DECEMBER 2009

"110 burgerdoden door missie Uruzgan"

RTL Nieuws heeft met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) van het Ministerie van Defensie cijfers gekregen over het aantal burgerslachtoffers tijdens de Nederlandse missie in Uruzgan.

Sinds het begin van de missie in Afghanistan medio 2006 hebben Nederlandse militairen 110 burgers gedood en 90 burgers verwond. Het is voor het eerst dat Defensie de gegevens openbaar maakt.

Defensie heeft de cijfers op het laatste moment bijgesteld. Het ministerie houdt het nu op zeker 80 burgerdoden en 120 gewonden. Volgens een woordvoerster was er onverhoopt een foutje gemaakt met een kolom. Defensie zegt dat de cijfers van de Slag om Chora van 15 t/m 19 juni 2007 zijn omgedraaid: het zou gaan om 40 doden en 70 gewonden in plaats van 70 doden en 40 gewonden. RTL Nieuws baseert zich op gegevens van de Verenigde Naties en houdt vast aan de genoemde aantallen.

Onder de burgerslachtoffers zijn ook kinderen. In totaal keerde Defensie ruim 21 miljoen afghani aan schadevergoedingen uit aan nabestaanden van slachtoffers en ter vergoeding van materiële schade. De meeste uitgekeerde schade betrof compensatie voor vernielde gebouwen en wegen als gevolg van gevechtshandelingen. Zo is er ruim 200.000 dollar uitgekeerd na operatie Patan Ghar in februari 2008 – de tweede grote geplande operatie voor de Nederlandse troepen na operatie Spin Ghar in 2007. Nabestaanden van een dodelijk slachtoffer krijgen 1.500 Amerikaanse dollars uitgekeerd. € 1 staat gelijk aan ruim 60 afghani.

Niet alle nabestaanden van de 110 gedode burgers krijgen een schadevergoeding of compensatie van de Nederlandse krijgsmacht. Defensie zegt daarover: "In voorkomend geval wordt ook nabestaanden van gesneuvelde Afghaanse functionarissen (die met de Nederlandse troepenmacht samenwerkten) of van burgers een geldbedrag geboden." Defensie noemt het zelf ook geen compensatie: "Defensie heeft niet de pretentie dat deze registratie volledig of accuraat is. Immers binnen het Nederlandse systeem wordt een mensenleven niet geldelijk gewaardeerd, maar is veeleer bedoeld als bijdrage in het toekomstig levensonderhoud van de nabestaanden."

Hoeveel is 1.500 dollar in Afghanistan? "Dat komt ongeveer neer op één jaarsalaris voor een gemiddelde Afghaanse familie en dat is niet veel", volgens Christa Meindersma van het The Hague Centre for Strategic Studies. Het gemiddelde maandsalaris in Afghanistan ligt tussen de € 100 en 200.

De gezamenlijke coalitietroepen in Afghanistan hebben volgens cijfers van de Verenigde Naties sinds 2007 in totaal 1.675 burgerslachtoffers gemaakt. Vrijwel geen enkel ander land dat actief is in Afghanistan maakt zulke gedetailleerde cijfers openbaar over burgerslachtoffers. Christa Meindersma noemt het dan ook 'zeer bijzonder' dat Nederland deze lijst vrijgeeft.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 21 DECEMBER 2009

Speciale editie Tazelaar-biografie naar Uruzgan

Speciale editie Tazelaar-biografie naar Uruzgan

Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries heeft het eerste exemplaar in ontvangst genomen van de speciale uitgave van de biografie De grote Tazelaar, Ridder & Rebel over Engelandvaarder en verzetsheld Peter Tazelaar. Van de editie, voorzien van een voorwoord van Ridder der Militaire Willemsorde kapitein Marco Kroon, zijn ± 2.000 exemplaren onderweg naar Uruzgan. De Kerstgift is een initiatief van de Stichting Peter Tazelaar en bedoeld als morele ondersteuning voor de uitgezonden Nederlandse militairen in Afghanistan.

De bewindsman nam het boek in ontvangst in aanwezigheid van auteur Victor Laurentius, onderzoeker Soon Otto en Peter Tazelaar jr., zoon van de verzetsheld.

Kapitein Kroon noemt Tazelaar, eveneens drager van de Militaire Willemsorde, één van zijn helden. Tazelaar was in de Tweede Wereldoorlog een verzetsheld, Engelandvaarder, spion, commando, brandweerman en adjudant van koningin Wilhelmina. Volgens Kroon heeft hij in de Tweede Wereldoorlog onder extreme omstandigheden zijn nek uitgestoken.

Terug naar Boven

Berging Cougar door Russische Mi26 Halo

Naar eerst vandaag door het Ministerie van Defensie is bekendgemaakt heeft op 17 december jl. een Russische Mi26 Halo-transporthelikopter een beschadigde Nederlandse Cougar MKII-transporthelikopter door de lucht teruggebracht naar Kandahar Air Field (KAF).

De Cougar moest op 10 december jl. een ‘harde landing’ maken op een forward operating base (FOB), 65 km van haar thuisbasis in het noorden van de Afghaanse provincie Kandahar.

Dat gebeurde nadat het toestel waarschijnlijk vanaf de grond was beschoten met kleinkaliberwapens. Vermoedelijk ontstond hierbij schade aan het aandrijfsysteem. Overigens komt het zelden voor dat een helikopter of vliegtuig vanaf de grond wordt beschoten. De toestellen vliegen daarvoor in de regel te hoog of vliegen tactisch zodat er moeilijk op kan worden gericht.

 

Omdat de helikopter op de plaats van de noodlanding niet kon worden gerepareerd, werd besloten de Cougar hangend onder de Mi26 te bergen. Vanuit Kandahar wordt de helikopter naar Nederland gebracht voor reparatie.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 18 DECEMBER 2009

Commando-overdracht op Bronbeek

Commando-overdracht op Bronbeek

Vandaag heeft kolonel der huzaren Kees Bolderman de leiding over het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek in Arnhem overgedragen aan zijn opvolger: kolonel der cavalerie Gert Noordanus.

Bolderman was sinds 2002 commandant van Bronbeek en gaat nu met functioneel leeftijdsontslag.

Kolonel Nordanus gaat met zijn echtgenote en dochter wonen in de commandantswoning op Bronbeek.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 17 DECEMBER 2009

OM heropent onderzoek beschieting Apaches

OM heropent onderzoek beschieting door Apaches

Volgens dagblad De Pers gaat het Openbaar Ministerie (OM) in Arnhem een vuurgevecht dat op 11 juni jl. in Uruzgan plaatsvond opnieuw bekijken. Op die dag kwamen in de regio Mirabad twee Nederlandse gevechtshelikopters Australische militairen te hulp. Een van de Apache-piloten vernietigde twee voertuigen die werden gelieerd aan actieve Taliban-strijders.

Hoewel het OM het gebruikte geweld al heeft onderzocht en toen oordeelde dat dit conform de regels heeft plaatsgevonden, gaat justitie de kwestie nader bekijken.

Er is nieuwe informatie binnengekomen, afkomstig van de Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden onder voorzitterschap van oorlogscorrespondent Arnold Karskens. Volgens de stichting zijn acht mensen om het leven gekomen, onder wie vier leden van één familie. Volgens het OM gaat het er in het onderzoek om of het geweld volgens de regels is gebruikt. Dat er onbedoeld burgers door zouden omkomen, is niet de lijn waarlangs zulke voorvallen worden getoetst, aldus de woordvoerster.

In de auto's die werden uitgeschakeld, zaten volgens de informatie van toen alleen opstandelingen. Defensie doet nooit mededelingen over aantallen slachtoffers. Volgens Karskens stierven er van de 14 reizigers in twee auto’s acht: een kind, een vrouw en zes mannen. Hij verkreeg de informatie van Sher Ahmed, hoofd van de United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA), gevestigd in Tarin Kowt. Op 22 november jl. bracht Karskens de zaak naar voren in De Pers, waarna SP-Tweede Kamerlid Harry van Bommel hierover op 26 november schriftelijke Kamervragen stelde.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 16 DECEMBER 2009

Derde IED-aanslag in zes dagen tijd in Uruzgan

Derde IED-aanslag in zes dagen tijd in Uruzgan

In het Deh Rashan-gebied, ten noorden van Tarin Kowt, heeft gisterochtend rond 11.00 uur lokale tijd een aanslag met een improvised explosive device (IED) plaatsgevonden op een patrouille van de Task Force Uruzgan. Hierbij raakten twee Nederlandse militairen gewond, van wie één zwaar.

Volgens de krant BN/De Stem is de zwaargewonde militair een 36-jarige marinier uit Breda.

Volgens familie van de Bredanaar is het slachtoffer één van zijn onderbenen kwijt en is zijn kaak gebroken. De marinier was nog maar vijf weken in Afghanistan; het was zijn tweede missie.

Het is de derde maal in zes dagen tijd dat Nederlandse militairen het slachtoffer worden van IED’s. Op 10 december raakten twee militairen gewond toen hun voertuig het noorden van de Baluchi-vallei op een IED reed; op 13 december raakte een militair lichtgewond door een IED, evenals gisteren in het Deh Rashan-gebied.

In het Deh Rashan-gebied wordt sinds operatie Mani Ghar, die jl. mei en juni plaatsvond, intensief gepatrouilleerd door de International Security Assistance Force (ISAF) en Afghaanse troepen. Daardoor is de bewegingsvrijheid van de Taliban behoorlijk ingeperkt.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 15 DECEMBER 2009

Uitreiking Bronzen Schild aan 108 Cotrcie KCT

Uitreiking Bronzen Schild aan 108 Cotrcie KCT

De Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Rob Bertholee, heeft op de thuisbasis van het Korps Commandotroepen (KCT) – de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal – het Bronzen Schild uitgereikt aan 108 Commandotroepencompagnie (108 Cotrcie) vanwege uitzonderlijk en lovend optreden in de Afghaanse provincie Uruzgan in 2006.

Het Bronzen Schild is de hoogst mogelijke groepswaardering die de Koninklijke Landmacht kent.

108 Cotrcie is één van de vier commandotroepencompagnieën van het KCT, naast 103, 104 en 105.

De eenheid ging in 2006 als 1 (NLD) Special Forces Task Unit (SFTU) als eerste Nederlandse eenheid Uruzgan in als onderdeel van de Deployment Task Force.

Volgens het Ministerie van Defensie hebben de commando´s in totaal 36 operaties in Uruzgan uitgevoerd, allen onder extreem moeilijke en vijandige omstandigheden. De eenheid werkte daarbij vrijwel volledig zelfstandig, zonder terug te kunnen vallen op directe en indirecte steun van ISAF-eenheden.

De eenheidsonderscheiding – een plaquette in brons – gaat vergezeld van een individuele draagspeld voor de militairen van de eenheid en een op naam gestelde oorkonde met motivering. Het Bronzen Schild wordt alleen bij hoge uitzondering uitgereikt. De laatste uitreiking vond plaats op 21 oktober 1983, toen de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten luitenant-generaal J.G. Roos op de Legerplaats Crailo het Bronzen Schild uitreikte aan 44 Pantserinfanteriebataljon voor het bijzondere optreden in Libanon als onderdeel van de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL).

De vier andere ooit uitgereikte Bronzen Schilden werden uitgereikt aan eenheden voor hun optreden in Nieuw-Guinea in 1962:

17 Infanteriebataljon Chassé

optreden in Hollandia en Biak

41 Infanteriebataljon Stoottroepen

optreden in Kaimana en Fak-Fak

928 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie

optreden Biak en Hollandia

940 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie

optreden in Sorong

Bovengenoemde vier eenheden werden ter versterking van de Koninklijke Landmacht in 1962 uitgezonden naar Nederlands Nieuw-Guinea. Naar aanleiding van een reeks infiltratiepogingen van de zijde van de Indonesiërs en het afbreken van de al begonnen onderhandelingen, besloot de Nederlandse regering op 27 maart ’62 extra troepen uit te zenden onder de naam ‘Operatie Zaltbommel’. In april en mei van dat jaar werden de eenheden, in totaal ± 2.700 militairen, met als bestemming ‘Wolk’ (Nederlands Nieuw-Guinea) daadwerkelijk uitgezonden.

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 12 DECEMBER 2009

65ste herdenking Battle of the Bulge

65ste herdenking Battle of the Bulge

Vandaag en morgen wordt in Bastogne en omgeving voor de 65ste maal het Ardennenoffensief herdacht (Battle of the Bulge).

Om 05.30 uur 's ochtends op 16 december begon over een bijna 150 km breed front van Monschau tot Echternach, in koude en mist, het Ardennenoffensief - dat ook het Von Rundstedt-offensief wordt genoemd.

Onmiddellijk was de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower zich bewust van het belang om het belangrijke (spoor)wegknooppunt in de stad Bastogne, in het oosten van België, in handen te houden.

Hij stuurde 101 Airborne Division onder bevel van brigadegeneraal Anthony McAuliffe naar de stad om haar te verdedigen. Tijdens de beslissende Slag om Bastogne had generaal McAuliffe zijn 101 Airborne Divisional Headquarters in Bastognezelf, waar hij op 22 december 1944 het beroemde antwoord op het Duitse bevel tot overgave formuleerde: “Nuts!”

Op 28 januari 1945 eindigde de Slag om de Ardennen met het terugdringen van het Duitse leger naar zijn aanvankelijke stelling van 16 december 44, achter de Siegfried-linie. Daarmee eindigde niet alleen de invasie en de bezetting van de Ardennen, maar ook een periode van koude, ontbering en rouw. Tijdens het laatste Duitse offensief in W.O. II werden meer dan 19.000 Amerikaanse militairen gedood, raakten er ruim 55.000 gewond en werden er 15.000 gevangen genomen.

Elk jaar wordt de Slag om Bastogne herdacht, niet alleen in Bastogne zelf maar ook in Arlon, Houffalize, La Roche-en-Ardenne, Malmedy, Sankt Vith en vele andere plaatsen in de Ardennen.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 11 DECEMBER 2009

Maidenvlucht Airbus A400M geslaagd

Maidenvlucht Airbus 400M geslaagd

De zeskoppige bemanning van het nieuwe Europese militaire transportvliegtuig Airbus A400M heeft na zijn maidenvlucht van 3 uur en 47 minuten het toestel weer veilig aan de grond gezet in het Spaanse Sevilla.

De vlucht vond bijna twee jaar later dan gepland plaats.

De kosten voor het project A400M zijn intussen helemaal uit de hand gelopen. European Aeronautic Defence and Space Company (EADS), het moederbedrijf van Airbus, heeft tot nog toe al € 2,4 miljard extra kosten geboekt en schat dat het gehele programma uiteindelijk € 7,5 miljard meer zal kosten.

De zeven NAVO-landen die samen 180 vliegtuigen bestelden, onderhandelen nog met EADS over wie de resterende € 5 miljard extra zal betalen. EADS wil de extra ontwikkelingskosten voor zijn rekening nemen, maar de afnemende landen moeten daardoor meer gaan betalen per vliegtuig. Duitsland is de grootste Europese klant, Maleisië met 4 toestellen de enige buiten de NAVO. De zeven Europese landen die hun luchtvloot van verouderde Hercules C-130 en Transall C-160 transportvliegtuigen vervangen zijn Duitsland (60), Frankrijk (50), Spanje (27), Groot-Brittannië (25), Turkije (10), België (7) en Luxemburg (1).

De eerste leveringen staan gepland voor 2013, een vertraging van drie jaar op het oorspronkelijke schema. Het project liep vooral averij en vertraging op door problemen met de ontwikkeling van de Europrop TP400-D6 turbopropmotoren van de A400M. Elk van deze motoren levert 11.000 pk (8.200 kW).

 

De Airbus A400M heeft verder een lengte van 43 meter 80 en een spanwijdte van 42 meter. De vliegsnelheid is 725 km per uur op een vliegplafond van 37.000 voet (± 11 km). De Airbus A400M kan 5.000 km afleggen zonder bij te tanken.

Terug naar Boven

Verhagen wil 700 militairen in Uruzgan houden

Verhagen wil 700 militairen in Uruzgan houden

Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen wil dat Nederland met 700 militairen in Uruzgan blijft. Hiervoor heeft de bewindsman de steun van enkele ministers in het kabinet, zo hebben bronnen rond het kabinet aan RTL Nieuws bevestigd.

Verhagen staat met dit standpunt lijnrecht tegenover Minister van Economische Zaken en vicepremier Wouter Bos, die wil dat het kabinet vasthoudt aan de toezegging dat de missie juist niet wordt verlengd.

De twee kopstukken in het kabinet lijken daarom af te stevenen op een forse aanvaring; volgens het Ministerie van Defensie is een missie van deze omvang haalbaar.

Terug naar Boven

Nagedachtenisoorkondes uitgereikt op PJK

Uitreiking nagedachtenisoorkondes in Den Haag

Vanochtend is op de Prinses Julianakazerne (PJK) in Den Haag aan 21 nabestaanden van militairen het nagedachtenisoorkonde en een nagedachtenissculptuur uitgereikt.

Het gaat om overledenen tijdens missies in Nieuw-Guinea, Joegoslavië, Irak, Libanon en Afghanistan. Ook Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm kreeg er een, voor zijn zoon Dennis van Uhm, die op 18 april 2008 om het leven kwam bij een aanslag in Uruzgan.

Ook de nabestaanden van de korporaals Cor Strik en Aldert Poortema, die respectievelijk op 20 april 2007 en 12 januari 2008 in Uruzgan om het leven kwamen, kregen deze bescheiden.

In december 1949, na de Indonesische onafhankelijkheid, stopte Nederland met het uitreiken van de nagedachtenisoorkonden. Daarom zullen met terugwerkende kracht tot 1949 nagedachtenisoorkonden worden uitgereikt, zo besliste Minister van Defensie Eimert van Middelkoop al op 22 oktober vorig jaar.

Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in doodsoorzaak: nabestaanden van elke militair die tijdens of als direct gevolg van een buitenlandse missie het leven heeft gelaten, komen voor de oorkonde in aanmerking. Defensie heeft families van ± 700 tijdens missies overleden militairen een brief gestuurd met de vraag of er belangstelling is voor het postuum eerbetoon.

Tevens wordt vanaf heden het bronzen nagedachtenissculptuur, dat een groep anonieme militairen voorstelt, uitgereikt. Dit is vervaardigd door de kunstenaar Ad Haring.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 10 DECEMBER 2009

Nobelprijs voor Vrede uitgereikt aan Obama


In Oslo heeft de Amerikaanse president Barack Obama de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst genomen. De 44ste president van de Verenigde Staten kreeg de prijs “voor zijn buitengewone inspanningen om internationale diplomatie en samenwerking tussen volkeren te versterken”. Obama is de derde VS-president in functie die de prijs krijgt, na de 26ste president Theodore Roosevelt (in 1906) en de 28ste president Woodrow Wilson (in 1919).

Tijdens zijn Nobelprijs-toespraak verdedigde hij het inzetten van 30.000 extra militairen in Afghanistan – een besluit dat hij tien dagen geleden nam. Tegelijkertijd prees hij verdedigers van geweldloosheid, zoals Martin Luther King (Nobelprijswinnaar in 1964) en Mahatma Gandhi.

Obama benadrukte dat hij ook de opperbevelhebber is van een natie die zich in twee oorlogen bevindt: "Ik ben verantwoordelijk voor het inzetten van duizenden jonge Amerikanen om te vechten in een ver land. Sommigen zullen doden; anderen zullen gedood worden. Ik ben me er goed bewust van welke prijs een gewapend conflict heeft.”

Als er oorlog moet worden gevoerd, dan moeten de Verenigde Staten zich aan internationale conventies houden, ook als de tegenstander zich aan geen enkele regel houdt, zei Obama. Oorlog is daarom gerechtvaardigd als die plaatsvindt uit zelfverdediging, om een bevriende natie te hulp te schieten of op humanitaire gronden. "De overtuiging dat vrede gewenst is, is zelden afdoende om die ook te bereiken."

Ook haalde hij zijn grote voorbeeld aan: Martin Luther King zei: Geweld brengt geen permanente vrede, het lost geen sociale problemen op. Ik ben bewonderaar en volgeling van dr. King, maar als staatshoofd kan ik me niet alleen laten leiden door King en Ghandi. Geweldloos verzet had Hitler niet kunnen stoppen, het kan Al Qaida niet tegenhouden."

Terug naar Boven

“Operationele gereedheid leger schiet tekort”

“Operationele gereedheid leger schiet tekort”

Volgens de Algemene Rekenkamer kent de informatie die de Minister van Defensie elke maand krijgt over de operationele gereedheid van Defensie-eenheden wezenlijke tekortkomingen. De bewindsman zou op basis van deze informatie niet in staat zijn zich een volledig en juist beeld te vormen van de feitelijke situatie van de inzetbaarheid van Nederlandse militairen en materieel. Initiatieven van het Ministerie van Defensie om te komen tot betere verantwoordingsinformatie hebben nog onvoldoende resultaat gehad.

Dat blijkt uit het rapport Verantwoordingsinformatie operationele gereedheid Defensie, dat vandaag aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, Gerdi Verbeet, is aangeboden.

Vijf van de acht militaire commandanten die door de Rekenkamer werden geïnterviewd, vinden dat informatie in de zgn. ‘maandrapportages’"onvoldoende inzicht geeft in de mate waarin zij in staat zijn hun [...] taken naar behoren uit te voeren.”

Terwijl de maandelijkse gereedheidsrapportages, volgens de Rekenkamer, nu juist “de meest belangrijke bron van informatie over operationele inzetbaarheid” voor de bewindsman zijn. Harde, controleerbare en actuele cijfers zouden ontbreken.

Al in 2006 concludeerde de Rekenkamer dat de informatievoorziening niet op orde was. Defensie beloofde toen verbetering door te voeren, maar volgens de Rekenkamer is onvoldoende resultaat geboekt. De Rekenkamer onderzocht de gegevens tot en met 2008.

Defensie vindt dat de Rekenkamer de maandrapportage te veel gewicht toekent. Een woordvoerder van Defensie zegt: "De minister laat zich ook informeren tijdens werkbezoeken en in gesprekken met commandanten. Hij beschikt dan ook over voldoende informatie om de krijgsmacht aan te sturen.”

Per maand worden 130 gereedheidsrapportages opgemaakt. Hierin wordt onvoldoende onderscheid gemaakt tussen organieke taken en opgedragen taken. Organieke taken zijn de taken van een eenheid die horen bij het doel waarvoor die eenheid is opgericht (operationeel gereed); opgedragen taken de taken die feitelijk worden uitgevoerd bij operationele inzet. Als een eenheid tussen 80 en 100% scoort, voldoet de eenheid aan de norm van personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid.

Sommige eenheden bestaan echter alleen op papier. Bij het Explosieven Opruimings Commando (EOC) zijn bijvoorbeeld 10,5 ruimingsploegen in de organisatietabel opgenomen waar in werkelijkheid geen personeel is. De eenheden bestaan alleen op papier. In realiteit is er geen voortzettingsvermogen bij het EOC, zo concludeert de Rekenkamer.

Terug naar Boven

'Brothers' van Jim Sheridan in première

'Brothers' van regisseur Jim Sheridan in première

In de Nederlandse bioscopen gaat de film Brothers van regisseur Jim Sheridan in première.

In de film speelt Tobey Maguire de getrouwde militair Sam Cahill. Als de gedecoreerde U.S. Marine Captain Cahill naar Afghanistan wordt uitgezonden – zijn vierde missie – wordt de Black Hawk waarin hij zit in bergachtig gebied neergehaald door de Taliban. Cahill wordt als vermist opgegeven en uiteindelijk dood gewaand. Op 4 december jl. ging de speelfilm – die een remake is van de Deense film Brødre (2004) – in de VS in première.

Na de vermissing voelt Sam’s jongere broer Tommy Cahill (Jake Gyllenhaal) zich geroepen de zorg van het achterblijvende weduwe Grace (Natalie Portman) en de dochters Isabelle (Bailee Madison) en Maggie (Taylor Grace Geare) op zich te nemen.

 

Tommy, altij al het zwarte schaap van de familie, is net uit de gevangenis ontslagen en een absolute tegenpool van Sam; als vrijbuiter heeft hij een bepaalde aantrekkingskracht.

In de rouwperiode groeien Tommy en Grace, geheel tegen alle verwachtingen in, steeds meer naar elkaar toe. Wanneer Sam onverwachts toch terugkeert, ontwricht de familie volledig. Er volgt een dynamische spanning tussen de familieprovocateur Tommy en de geharde militair Sam.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 8 DECEMBER 2009

Presentatie 'Koloniale oorlog 1945-1949'

Kijk: verboden foto's Politionele Acties

Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam vindt hedenmiddag de presentatie plaats van het boek Koloniale Oorlog 1945-1949. Van Indië naar Indonesië én van de DVD-box Strijd om Indië. Het Nederlands-Indonesische conflict 1945-1949.

Het fotoboek bevat niet eerder gepubliceerd materiaal. De foto’s, voorzien van uitgebreide toelichtingen, brengen de harde strijd en het bestaan in die jaren op indringende wijze in beeld.

De fotografen in Nederlands-Indië waren embedded en stuurden hun beeldmateriaal ter controle naar de Legervoorlichtingsdienst (LVD) in Batavia. Daar hield de censor niet alleen controversiële teksten maar ook foto’s resoluut tegen.

Het thuisfront kreeg daardoor wél beelden te zien van Nederlandse militairen die gewonde Indonesische strijders verpleegden, maar nooit van gesneuvelde militairen. Als gevolg hiervan had men in Nederland de indruk dat het in Nederlands-Indië wel meeviel en men het daar goed had.

De auteurs zijn kunst- en fotohistoricus Louis Zweers, die onderzoek deed in de Indonesische archieven in Jakarta, en René Kok en Erik Somers, beiden als historicus verbonden aan het NIOD. Het boek wordt uitgegeven door Carrera (ISBN 9789048803200, 224 pagina’s, € 17,90).

De DVD’s bevatten uniek beeldmateriaal uit de archieven van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. De box met twee DVD’s – deel 5 in de serie historische DVD’s onder de titel 'Ons Koninkrijk en de Tweede Wereldoorlog' – is samengesteld en toegelicht door het NIOD, wordt uitgegeven door Waanders (ISBN  9789040086687, speelduur ± 5 uur, € 29,95).

Na de capitulatie van Japan in augustus 1945 riepen Indonesische vrijheidsstrijders onder leiding van Soekarno de Republiek Indonesië uit. De totaal verraste Nederlandse regering probeerde haar gezag te herstellen met het sturen van in totaal 120.000 dienstplichtigen.

Maar op 27 december 1949 - nu 60 jaar geleden - moest toch afscheid orden genomen van de kolonie Nederlands-Indië. Na vier jaar strijd, onder andere in twee Politionele Acties, en diplomatie erkende Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië en vertrokken Nederlandse militairen en burgers noodgedwongen uit de Oost. Voor veel Nederlanders was het verlies van de kolonie een klap ("Indië verloren, rampspoed geboren"): na ruim 300 jaar kwam er een einde aan de koloniale overheersing.

Terug naar Boven

 

ZONDAG 6 december 2009

Ivo Daalder: "Nederland, blijf in Uruzgan"

Ivo Daalder: "Nederland, blijf in Uruzgan"

In het discussieprogramma Buitenhof heeft Ivo Daalder beklemtoond dat de VS hopen dat Nederland tot juli 2011 in Uruzgan blijft. Ook de VS willen die datum hun troepen geleidelijk terugtrekken uit Afghanistan.

Het is de tweede maal in vier dagen dat Daalder, ambassadeur van de Verenigde Staten bij de NAVO, oproept dat Nederland in Uruzgan moet blijven. Donderdag 3 december deed hij dat al in een ingezonden brief in de Volkskrant.

Hoewel Daalder zegt te begrijpen dat Nederland de behoefte heeft om minder in Uruzgan te gaan doen, is “het werk nog niet af”. Behalve NAVO-ambassadeur is Daalder lid van het kernteam van de Amerikaanse president Barack Obama, dat bepaalt hoe het verder moet met de oorlog in Afghanistan.

“Er is ongelooflijk veel door Nederland geïnvesteerd in de regio Uruzgan, die investeringen nu in de steek laten zou een grote fout zijn”, aldus de Amerikaan. Om dezelfde reden is het, volgens Daalder, onpraktisch om de Nederlandse missie ergens anders in Afghanistan voort te zetten. Wel ziet hij de mogelijkheid om Nederland in 2011 te belonen voor haar inzet. Als Nederland dan zijn troepen zou terughalen, is dat "een standpunt waar zeker over gepraat kan worden".

Volgens de NAVO-ambassadeur betekent dat wel dat de Nederlandse troepen vasthouden aan de Dutch Approach. Die wordt officieel aangeduid als de 3D-doctrine: Defense, Development, Diplomacy. Volgens de ambassadeur is alleen Development niet genoeg. Verdedigingstaken zijn even belangrijk, zei hij.

De afgelopen tijd proberen de Amerikanen brede steun te verwerven om meer troepen naar Afghanistan te krijgen. Nederland – en dan vooral de PvdA - worstelt met de druk van president Obama.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 4 december 2009

Wel of niet verlengen in Uruzgan?

Wel of niet verlengen in Uruzgan?

In het radioprogramma Met het oog op morgen heeft premier Jan-Peter Balkenende aangegeven de Nederlandse benadering in de Afghaanse provincie Uruzgan onmisbaar te vinden. Of Nederland het zal blijven doen, of andere landen, blijft echter de hamvraag.

Hierover is opnieuw discussie ontstaan nadat de Amerikaanse president Barack Obama deze week aankondigde extra militairen te zullen sturen; hij riep andere landen op hetzelfde te doen.

Intussen hebben zich al 25 van de 44 in Afghanistan deelnemende NAVO-lidstaten gemeld die in totaal 7.000 extra militairen zullen sturen. Volgens Balkenende zal Nederland bij vertrek uit Uruzgan het enige NAVO-land zijn dat er niet meer militair actief is; Nederland zou daarmee een buitenbeentje zijn.

Niet alleen met de aangekondigde 30.000 extra Amerikaanse militairen is de druk op de Nederlandse regering opgevoerd: er werd met Nederlandse bewindslieden getelefoneerd/gesproken door de Amerikaanse Secretary of Defense Robert Gates, Secretary of State Hillary Clinton en Vice-President Joe Biden. Ook gaven Anders Fogh Rasmussen, de Secretaris-Generaal van de NAVO, Ivo Daalder, de permanente vertegenwoordiger van de VS bij de NAVO, en Richard Holbrooke, de speciale afgezant van de VS voor Afghanistan en Pakistan, subtiel te kennen dat Nederland in Afghanistan zou moeten blijven.

Eerder al gaf Balkenende aan dat het kabinet daarover zo snel mogelijk een besluit wil nemen. Maar het is volgens hem een weerbarstig, complex en politiek gevoelig onderwerp, waarbij behalve tempo ook zorgvuldigheid is geboden. Hij hoopt nu dat het kabinet vóór 28 januari 2010, wanneer in Londen de volgende Afghanistan-conferentie plaatsvindt, kan “aangeven waar het staat”.

In het krachtenveld in de Nederlandse politiek bewegen nadrukkelijk ook Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (voorstander van voortzetting) en vice-premier Wouter Bos (tegenstander van voortzetting).

De discussie speelt zich af tegen de achtergrond van een nieuw NAVO-offensief tegen de Taliban: vandaag startten 900 Amerikanen, ruim 100 Britten en 150 Afghanen in de vallei van Now Zad in het noorden van de provincie Helmand de operatie Khareh Cobra ("Woedende Cobra"). De vallei, die bezaaid is met landmijnen, moet worden heroverd.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 3 december 2009

Start modificaties aan geweer Diemaco

Start modificaties aan geweer Diemaco

Volgens het Noord-Hollands Dagblad is het Marinebedrijf in Den Helder er klaar voor: het modificeren van 28 à 29.000 Diemaco’s.

De Diemaco is voor de meeste Nederlandse militairen het persoonlijk wapen.

Nu de training bij fabrikant Colt Canada achter de rug is, staan de 30 medewerkers van de wapenspecialistische tak van het Marinebedrijf – de Unit Klein Kaliber Wapens – te popelen om de Diemaco’s aan de transformatie te onderwerpen.

Alle Diemaco’s krijgen een geïntegreerd railsysteem, een modulaire voorste handgreep met tweepoot voor extra stabiliteit, een aangepaste vuurregelaar, een verstelbare kolf, een beter vizier en snelrichtmiddelen. Een beperkt aantal wapens wordt verder voorzien van laser en licht, waarmee doelen kunnen worden aangeduid.

“Onze eenheden moeten steeds vaker optreden in verstedelijkte gebieden, op korte afstanden werken, soms in de nabijheid van eigen troepen. De huidige uitvoering past daar niet goed meer bij, dus moet het wapen beter op zulke situaties worden toegesneden”, aldus Wilco van der Vaart, hoofd specifieke werkplaatsen, in de krant.

Met de onderneming moet het Marinebedrijf in 2011 gereed zijn. Defensie heeft op 27 mei jl. een contract van € 33 miljoen getekend met de Canadese firma Colt, die de nieuwe onderdelen levert. Colt Canada treedt op als hoofdleverancier, met als subleveranciers het Amerikaanse Aimpoint, Brügger & Thomet en Oerlikon Contraves uit Zwitserland en het Israëlisch-Britse Tdi Arms.

Terug naar Boven

 

woensdag 2 december 2009

30.000 Amerikanen extra naar Afghanistan

30.000 Amerikanen extra naar Afghanistan

Op de U.S. Military Academy West Point heeft de Amerikaanse president Barack Obama in een toespraak de nieuw te volgen strategie in Afghanistan uit de doeken gedaan. Tevoren had Obama zijn belangrijkste bondgenoten en de Afghaanse president Hamid Karzai ingelicht over zijn voornemens. De 35 minuten durende toespraak werd vanaf acht uur 's avonds (02.00 uur Nederlandse tijd) rechtstreeks uitgezonden op Amerikaanse nieuwszenders. Met zijn toespraak wilde Obama onder andere de wereld duidelijk maken dat Afghanistan geen verloren zaak is, dat Afghanistan niet zijn Vietnam is.

Obama kondigde onder andere aan dat hij nog eens 30.000 extra militairen naar Afghanistan zal sturen. Nu zijn daar al 68.000 Amerikaanse militairen; eerder dit jaar keurde hij al een troepenuitbreiding met 22.000 militairen naar het Centraal-Aziatische land goed. Met de bijkomende militairen is de buitenlandse troepenmacht even groot als die van de Sovjet-troepen in 1985, toen Afghanistan door de Sovjet-Unie werd bezet.

Al rond de Kerst zullen de eerste troepen vertrekken; de troepenopbouw moet medio zomer 2010 voltooid zijn. Obama verzekerde dat na 1½ jaar de troepen zullen beginnen terug te keren naar de Verenigde Staten.

 

President Obama benadrukte eveneens het belang van een "efficiënt partnerschap" met Pakistan, één van de sleutelelementen in zijn militaire strategie. Volgens Obama is militair succes in Afghanistan onlosmakelijk verbonden aan het Amerikaans partnerschap met Pakistan.

De overige NAVO-landen hebben nog eens in totaal 36.000 militairen in Afghanistan ontplooid. Naar verwachting zal Nederland vóór het Kerstreces en in elk geval uiterlijk in maart 2010, een besluit nemen over of en zo ja waar het elders in Afghanistan troepen inzet.

De Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, generaal Stanley McChrystal, had om 40.000 extra militairen gevraagd omdat volgens hem de strijd tegen de Taliban zonder de extra manschappen op een mislukking kan uitlopen. Als onderdeel van een geïntensiveerde counterinsurgency-strategie pleitte McChrystal ervoor bescherming van de Afghaanse bevolking prioriteit te geven boven bestrijding van de opstandelingen.

Bovendien zet Obama zijn NAVO-partners onder druk om meer troepen te sturen. Hij hoopt dat onder meer de Europese bondgenoten bij elkaar 5 à 10.000 extra militairen zullen bijdragen voor de operaties in Afghanistan. Gisteren beloofde de Britse premier Gordon Brown 500 extra militairen te sturen.

Terug naar Boven

 

Maandag 30 november 2009

“Bernhard betrokken bij coup Indonesië”

“Bernhard betrokken bij couppoging Indonesië”

In het Haagse Hotel Des Indes hebben journalist Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal de dagboeken van mr. dr. Gerrie van Maasdijk (1906-1997) gepresenteerd onder de titel Z.K.H., Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid.

Journalist en hoveling Van Maasdijk was zeer goed op de hoogte van het wel en wee ten paleize van wijlen Koningin Juliana en Prins Bernhard.

Zo was hij daarnaast onder andere diplomatiek correspondent in Berlijn en later grootaandeelhouder van De Telegraaf, president-directeur van de Rotatiedrukkerij (onder andere van opnieuw De Telegraaf), zijn huwelijk met baronesse P.H.L. van Tuyll van Serooskerken en zowel algemeen secretaris van de hofhouding als kamerheer in buitengewone dienst van Juliana en haar adviseur in publiciteitszaken (1950-1956).

Van Maasdijk werd echter ontslagen nadat hij de Greet Hofmans-affaire van Prins Bernhard naar buiten had gebracht.

In zijn nu bezorgde dagboeken beschrijft Van Maasdijk een geheime geschiedenis in de periode 1949-1956. Vóór 1956 en 1976 (Lockheed) blijkt ook 1950 een cruciaal jaar voor de Nederlandse monarchie: Prins Bernhard en zijn stafleden zouden betrokken zijn geweest bij een couppoging tegen de nieuwe Indonesische regering van Soekarno.

Soekarno had vermoord moeten worden, zodat Indonesië voor het Koninkrijk der Nederlanden behouden kon blijven. Hoewel de formele betrokkenheid van Prins Bernhard onduidelijk blijft, duikt zijn naam in allerlei documenten op als de spil van het complot, zo schrijven Kelder en Veenendaal.

Bij de couppoging waren verder kapitein Raymond Westerling en de Leidse hoogleraar Jan Willem Duyff betrokken. De prins wilde viceroy (onderkoning) van Indonesië worden, naar het voorbeeld van zijn vriend Lord Mountbatten. Die was eind jaren ‘40 de laatste Britse onderkoning van India. Een en ander blijkt onder meer uit correspondentie van de prins met de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur.

Uit onderzoek van de Koninklijke Marechaussee uit die tijd blijkt dat er aanwijzingen voor contacten waren tussen stafleden van de prins met Westerling. In 1946 had Westerling roem vergaard met bloedige contraterreurcampagnes op Zuid-Celebes.

De auteurs spraken ook met studenten van prof. dr. Jan Willem Duyff. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was Duyff hoofd van het Sabotagebureau van de Binnenlandse Strijdkrachten onder Prins Bernhard; later maakte hij zich hard voor het behoud van de kolonie in de Oost. Volgens ooggetuigen sprak hij geregeld over zijn plannen om de regering van Soekarno omver te werpen.

De coup van Westerling in 1950 op Java mislukte omdat Van Maasdijk deze zou hebben verraden. Van Maasdijk, die het verhaal toevallig ter ore kwam, tipte premier Willem Drees, die de couppoging een halt toeriep en een onderzoek gelastte door zorg van de marechaussee.

Z.K.H., Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid is verschenen bij Uitgeverij Gopher (ISBN 9789051796797), telt 116 pagina’s en kost € 19,50.

Terug naar Boven

 

VRIJdag 27 november 2009

Presentatie boek 'Tussen front en thuisfront'

Presentatie boek 'Tussen front en thuisfront'

Op Huize Beukbergen heeft vanmiddag de presentatie plaatsgevonden van het boek Tussen front en thuisfront. Verhalen van loyaliteit en loslaten, liefde en verlies van Henk Fonteyn en Kees van der Zwaard. Het eerste exemplaar van het boek werd door beide auteurs aangeboden aan Vera Hoogland, de zus van de op 20 september 2007 om het leven gekomen soldaat Tim Hoogland.

Fonteyn, sinds 2001 predikant in de krijgsmacht, was daarvoor voorganger in de gemeente Tricht. Inmiddels is hij regelmatig uitgezonden geweest – naar Bosnië en in 2006 en nog dit jaar naar Afghanistan – en is hij eindredacteur van Dubbel Accent – blad van de protestantse en rooms-katholieke geestelijke verzorging van de KL.

Kees van der Zwaard studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht en was voorganger van de Hervormde Gemeenten in Deil en Enspijk. Sinds 1998 werkt hij freelance als schrijver, scenarioschrijver, theatermaker en theoloog. Hij maakte onder andere een voorstelling over een moslimvrouw uit Srebrenica en speelde verschillende keren voor Nederlandse militairen in Nederland en Bosnië.

Het boek opent met een voorwoord van Jan Schoeman van het Veteraneninstituut, die vandaag een inleiding hield bij de boekpresentatie. Bij verrassing kreeg ook oud-marinier Peter Bercx de gelegenheid voor een kort dankwoord, waarbij hij zowel aan zijn voormalige als toekomende echtgenote een kleinood uitreikte. Bercx vond na vier missies, een gestrand huwelijk en PTSS zijn weg in de maatschappij terug. De boekpresentatie op Huize Beukbergen werd verfraaid met de zang van Kees van der Zwaard. Hij bracht twee nummers van de CD ‘De kaars’ ten gehore: het titelnummer en ‘Warme bakker Mor’. De CD met vier nummers zal overigens ook worden verspreid onder de militairen in uitzendgebieden.

Het boek gaat er onder andere over dat militairen “normale mensen [zijn] met een (bij tijden) abnormaal beroep”. In 'Tussen front en thuisfront' staan vijf dubbelportretten van op missie uitgezonden militairen en de achterblijvers thuis. Over hun loyaliteiten, relaties, levensbeschouwing, spiritualiteit en innerlijke worstelingen. Één van de dubbelportretten is gewijd aan wijlen Tim Hoogland en zijn ouders. Verder worden onder andere geportretteerd een vooraanstaand vredesactivist; zijn dochter, even idealistisch en gedreven, maar militair; een oud-marinier die legerpredikant werd en zijn vrouw die ervan overtuigd is dat de vele uitzendingen hun huwelijk eerder goed dan kwaad gedaan hebben.

Tussen front en thuisfront wordt uitgegeven door uitgeefmaatschappij Kok ten Have (138 pagina’s, ISBN 9789043516402) en kost € 15,00.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 26 november 2009

Duitse generaal en staatssecretaris opgestapt

De hoogste militair van de Duitse krijgsmacht en de staatssecretaris zijn vanochtend opgestapt wegens het achterhouden van informatie over een raketaanval op Taliban-strijders in Noord-Afghanistan. De opdracht voor die aanval kwam van een Duitse commandant. De nieuwe Duitse Minister van Defensie in het kabinet Merkel-II, Karl-Theodor zu Guttenberg, maakte de ontslagen bekend.

Het gaat om generaal Wolfgang Schneiderhan, Generalinspekteur der Bundeswehr, en Staatssecretaris Peter Wichert.

Schneiderhan, die sinds juli 2002 deze functie vervulde, was de langst dienende generaal-inspecteur ooit. Het tweetal verliest zijn baan omdat ze verantwoordelijk worden gehouden voor het “ontoereikende informatiebeleid” over de gebeurtenis die op 4 september jl. in Afghanistan plaatsvond.

Op die dag werden in Kunduz in het noorden van Afghanistan, waar Duitse militairen zijn gelegerd, twee in de modder vastgelopen tankwagens door Amerikaanse vliegtuigen gebombardeerd. De voertuigen waren door Taliban-strijders gestolen en werden ontdekt in de buurt van een Duits legerkamp.

De commandant van dat kamp, de overste Georg Klein, vroeg om close air support. Bij de door hem bevolen aanval kwamen – volgens de toenmalige Verteidigungsminister Franz Josef Jung – alleen Taliban-strijders om het leven. Het Amerikaanse bombardement veroorzaakte grote politieke en maatschappelijke beroering in Duitsland.

Dat er geen burgerslachtoffers zouden zijn gevallen, werd al snel door de NAVO in twijfel getrokken. De Duitse krant Bild bericht vandaag dat Jung nog op de dag van het bombardement op de hoogte moeten zijn gesteld dat er wél burgers bij de aanval waren omgekomen. Nu wordt een totaal van 142 doden genoemd.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 24 november 2009

Presentatie 'Task Force Uruzgan' aan StasDef

Presentatie 'Task Force Uruzgan' aan StasDef

Bij Uitgeverij Meulenhoff in Amsterdam heeft hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant vanavond het eerste exemplaar van het boek Task Force Uruzgan overhandigd aan Staatssecretaris van Defensie (StasDef) Jack de Vries.

Het boek bevat 29 persoonlijke verhalen van naar Afghanistan uitgezonden militairen, zoals die van kolonel Hans van Griensven, die als commandant van de Task Force Uruzgan besloot om terug te vechten in de Slag om Chora (juni 2007); kapitein Justin Buitenhuis, die als pelotonscommandant tijdens operatie Spin Ghar in oktober/november 2007 een aanval in de Baluchi-vallei leidde; legerpredikant Henk Fonteyn; luitenant-kolonel Esmeralda Kleinreesink van de Koninklijke Luchtmacht (docent aan de Nederlandse Defensie Academie) en oorlogsfotograaf Gerben van Es van de Audiovisuele Dienst Defensie.

Het boek is de neerslag van zgn. literaire trainingskampen die sinds het begin van de missie in 2006 zijn verzorgd door Defensieredacteur Noël van Bemmel van de Volkskrant en schrijver Arnon Grunberg, met steun van het Ministerie van Defensie.

Tijdens deze workshops kregen de militairen adviezen en tips om hun persoonlijke verhalen zo goed en aantrekkelijk mogelijk op papier te zetten. Doel van de literaire trainingskampen én het boek is om het Nederlandse publiek kennis te laten maken met de persoonlijke ervaringen van uitgezonden militairen naar Uruzgan.

Een deel van de opbrengst wordt gebruikt om de ontwikkeling van de onafhankelijke journalistiek in Afghanistan te ondersteunen. Het boek telt 223 pagina’s, is te koop voor € 17,95 (ISBN 9789029085472) en is prachtig geïllustreerd door Erik Kriek.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 23 november 2009

Onderzoek naar verzekeringen jonge militairen

Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries wil dat de ombudsman financiële dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, onderzoek doet naar de verkooppraktijken van een verzekeraar die vooral jonge militairen zou misleiden: Burghthuys Adviesgroep.

De tussenpersoon in verzekeringen uit Valkenswaard adviseert militairen die op missie gaan een uitvaartverzekering, met het argument dat Defensie de kosten van repatriëring en begrafenis bij overlijden tijdens een missie niet zou betalen.

Volgens de bewindsman betaalt Defensie die kosten volledig.

De Vries veroordeelt de handelwijze van de verzekeraar, omdat het mensen onnodig op kosten jaagt. Inmiddels hebben de Tweede Kamerleden Mei Li Vos en Angelien Eijsink, beiden van de Partij van de Arbeid, opheldering gevraagd van Minister van Financiën Wouter Bos én van De Vries. Het tweetal wil weten of de beschuldiging van de Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen (ACOM), de militaire tak van de CNV, aan het adres van Burghthuys Adviesgroep klopt.

Zowel bij de ACOM als Defensie zijn de afgelopen weken klachten binnengekomen over de verzekeraar, die jonge militairen een zgn. Toekomst Totaal Plan in de maag zou splitsen. Volgens de ACOM wordt bij Burghthuys Adviesgroep intern de instructie gegeven dat Toekomst Totaal Plan af te sluiten: een kapitaalverzekering met als risicodrager Interlloyd Leven (een onderdeel van ASR Nederland), met een minimale looptijd van 35 jaar. ACOM spreekt van een “schandalige misleiding”.

Burghthuys Adviesgroep heeft nauwe banden met de militaire vakbond BBTV, onderdeel van de Vakbond voor Defensiepersoneel VBM/NOV. Eigenaar van Burgthuys Adviesgroep is Theo Herregodts, ooit de oprichter van De Financiële Dienstverleners (DFD). Laatstgenoemde adviesgroep, eveneens uit Valkenswaard, strijdt nu met Burghthuys Adviesgroep om de gunst van de vooral jonge beroepsmilitairen.

Het ledenbestand van de BBTV zou zijn gebruikt om jonge militairen en hun ouders te benaderen. Defensie heeft de VBM/NOV een paar weken geleden aangesproken op de manier waarop waar Burgthuys Adviesgroep de verzekeringen aan de man brengt, maar heeft daarop nog geen reactie ontvangen.

In december 2008 werd Burgthuys Adviesgroep op de vingers getikt door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM houdt onder andere toezicht op ondernemingen die actief zijn in verzekeren. Toen zou de verzekeraar jonge militairen met een tijdelijk contract slecht advies over langlopende beleggingsverzekeringen hebben gegeven. De verzekeraar zelf hield het op administratieve problemen: de verzekerden zouden wel goed geadviseerd zijn, maar het stond niet goed in de verslagen.

Terug naar Boven

 

zondag 22 november 2009

Milities VS en Afghanistan tegen Taliban

Volgens de Amerikaanse krant The New York Times willen de VS en Afghanistan een groot aantal milities in Afghanistan opzetten, die de wapens opnemen tegen de Taliban. Op deze manier hopen ze binnen korte tijd duizenden gewapende rebellen op de been te brengen en een grootschalige opstand tegen de Taliban te creëren. Beide landen gaan de milities van wapens en communicatiemiddelen voorzien.

Met het plan, genaamd Community Defense Initiative, willen beide landen vooral milities in het oosten en zuiden van Afghanistan oprichten. Daar heeft de Taliban de meeste invloed heeft. De achterliggende idee is om de Afghanen zelf de verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun eigen veiligheid. De milities, die zich moeten beperken  tot het beschermen van dorpen en het bemannen van controleposten, kunnen de Amerikaanse en Afghaanse troepen bijstaan.

Het werven en bewapenen van lokale burgermilities voor de verdediging van eigen huis en haard in het kader van het Community Defense Initiative is gemodelleerd naar de Afghaanse traditie van ‘arbakai’ (gemeenschapspolitie). Het plan is gelijk aan de beweging die aan het einde van 2006 in Irak begon, waarbij soennitische stammen – genaamd ‘Sunni Awakening’ – zich keerden tegen islamitische extremisten.

De eerste fase wordt nu uitgevoerd door Amerikaanse Special Forces. In de provincies Nangarhar en Paktia in het oosten en Kunduz in het noorden zijn al rebellen actief. De Verenigde Staten hopen dat de milities de meer en meer gedemoraliseerde Afghaanse bevolking zullen aanmoedigen de strijd tegen de Taliban aan te gaan. Volgens de Afghaanse Minister van Binnenlandse Zaken, Mohammad Hanif Atmar, gaat het hier om “a local, spontaneous and indigenous response to the Taliban.”

Terug naar Boven

 

vrijdag 20 november 2009

Kijk: verboden foto's Politionele Acties

Kijk: verboden foto's Politionele Acties

Op 27 december 1949 werd met de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië afscheid genomen van Nederlands-(Oost-)Indië. Na de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-‘49), waarin een enorm Nederlands het had opgenomen tegen de Indische guerrillastrijders van Soekarno, kwam er een einde aan de koloniale overheersing.

In het vandaag verschenen nummer 12 (december 2009) van het populairwetenschappelijke tijdschrift Kijk is een voorproefje te vinden uit het boek Koloniale oorlog dat op 7 december zal verschijnen.

Koloniale oorlog is in de eerste plaats een fotoboek. Tijdens de Politionele Acties werd de media gecensureerd. De Nederlandse Legervoorlichtingsdienst in Batavia speelde een actieve rol in het controleren van de (foto)berichtgeving over Nederlands-Indië.

“Nu pas komt het gevaarlijkste”, zette weekblad De Spiegel bij de afbeelding boven van militairen die in juli 1947 op patrouille zijn in de buurt van Surabaya: “ Achter elke boom of struik kan een sluipschutter zijn lugubere werk doen”. De foto is gemaakt tijdens Operatie Product, de Eerste Politionele Actie.

Op de afbeelding onder ‘ondervraagt’  een Nederlandse marinier enkele Indonesiërs die zojuist gevangen zijn genomen bij Surabaya. Deze foto haalde de kranten uiteraard niet.

Copyright beide foto’s: populairwetenschappelijk maandblad Kijk.

Blijkbaar viel er tijdens de operaties Product en Kraai, de Eerste resp. Tweede Politionele Actie, het nodige te kuisen en was het niet altijd goed om de waarheid te laten horen of zien: het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid. Tijdens de Agresi Militer Belanda is heel wat verborgen gehouden, uit strategische overwegingen richting de publieke opinie in Nederland en de rest van de wereld. Indertijd gecensureerde beelden zijn nu terug te vinden in dit boek.

‘Koloniale oorlog, 1945-1949. Van Indië naar Indonesië’ is geschreven door Loius Zweers, René Kok en Erik Somers. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Carrera (ISBN 9789048803200, 224 pagina’s).

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 19 november 2009

Moldavisch leger: knoflook en ui tegen H1N1

Moldavisch leger: knoflook en ui tegen H1N1

Om de nieuwe influenza A (H1N1) buiten de kazerne te houden, krijgen de militairen van het Moldavisch leger een extra dosis knoflook en ui in hun eten.

Deze opmerkelijke maatregel kwam nadat de afgelopen twee weken 24 militairen werden getroffen door de Mexicaanse griep. Het dieet, geïntroduceerd door kolonel chef-arts Sergiu Vasislita, moet het immuunsysteem versterken.

Per etmaal krijgen de militairen 15 gram knoflook en 25 gram ui extra bij hun maaltijden, wat grofweg overeenkomt met een kleine ui en een paar teentjes knoflook.

Moldavië – dat tot 1991 tot de Sovjet-Unie behoorde – is een republiek in het zuidoosten van Europa. Het land wordt in het zuidwesten begrensd door Roemenië en voor het overige door Oekraïne. Het leger telt 6.500 militairen en is daarmee één van de zwakste strijdkrachten in Europa.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 18 november 2009

SAMM vervangt in toekomst SMOD

SAMM vervangt in toekomst SMOD

Volgens De Telegraaf moet een digitale bril het op gevaarlijke patrouilles meesturen van de sergeant-majoor onderhoudsdiagnosticus (SMOD, monteur) overbodig maken.

Defensie heeft hoge verwachtingen van het nieuwe System for Asset Maintenance Management (SAMM), dat wordt ontwikkeld door een consortium van drie Nederlandse bedrijven: Tedopres International, Catalyst Interactive Europe en Dutchear.

SAMM maakt van een militair met twee linkerhanden een techneut die bijna elke vorm van voertuigpech zelfstandig kan oplossen. Het systeem bestaat uit een bril met een camera, waarop aan de binnenkant informatie wordt geprojecteerd. Bij pech onderweg spreekt de militair via een microfoon in wat het probleem is. Spraakherkenning zoekt vervolgens in een bijbehorende laptop naar oplossingen, waarna de militair stap voor stap bij de reparatie wordt begeleid. Op deze manier kunnen straks op eenvoudige wijze op elke willekeurige locatie complexe onderhoudshandelingen worden uitgevoerd, zoals in de dasht in Afghanistan.

Bron: De Telegraaf.

SAMM is de winnaar van de Defensie Innovatie Competitie (DIC) 2009. De vinding wordt morgen op het jaarcongres van de Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) gepresenteerd door Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries.

DIC 2009 is een initiatief van Defensie Research & Development (DR&D) van de directie Materieel Organisatie Defensie in samenwerking met de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, het program office World Class Maintenance en de NIDV. Voor deze eerste DIC was het domein ‘Maintenance & Logistics' gekozen.

Defensie betaalt mee aan de ontwikkeling van de SAMM. Al medio 2010 zal het consortium een functionerend prototype presenteren voor voertuigen als Fennek en Scania.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 17 november 2009

Nieuwe COIN-strategie Groot-Brittannië

Nieuwe COIN-strategie Groot-Brittannië

Britse militairen moeten niet meer schieten op potentiële Taliban-strijders in Afghanistan, maar ze afkopen met geld. Dat is, volgens de Britse krant The Times, de nieuwste strategiewijziging die de Britse krijgsmacht doorvoert om de strijd tegen de moslimmilitanten te winnen.

In de nieuwe counter-insurgency richtlijnen, genaamd Security and Stabilisation, The Military Contribution (Joint Doctrine Publication 3-40), staat dat commandanten genoeg geld moeten geven aan militanten om ze te overtuigen zich niet aan te sluiten bij de vijand.

“The best weapons to counter insurgents don’t shoot. In other words, use bags of gold in the short term to change the security dynamics. But you don’t just chuck gold at them, this has to be done wisely”, aldus generaal-majoor Paul Newton, Assistant Chief of Defence Staff Development Concepts and Doctrine.

Newton werd in 2007 door de Amerikaanse generaal David Petraeus gevraagd als architect voor een nieuw operationeel counter-insurgency concept in Irak: hij haalde soennitische en shi’itische militanten over zich aan te sluiten bij het politieke proces tegen Al Qaida.

De Taliban in Afghanistan zouden ± 10 dollar – omgerekend bijna € 7,00 of 475 Afghanis – per dag betalen bij het rekruteren van locale strijders. Hoewel Britse militairen niet te gul mogen zijn uit angst voor het verstoren van de lokale economie, moeten ze ook gaan praten met militante leiders die “blood on their hands” hebben om het einde van het conflict te bespoedigen.

Eerdere Britse acties waarbij geld werd uitgedeeld, bleken contraproductief: ± € 18 miljoen werd verstrekt aan Afghaanse boeren om hen ertoe te bewegen geen papaver meer te verbouwen voor de heroïnehandel. Maar die financiële bijdrage heeft weinig verschil gemaakt.

Het is voor het eerst in acht jaar tijd dat de krijgsmacht nieuwe richtlijnen publiceert over de strijd tegen opstandelingen. De vorige strategie tegen opstandelingen, gebaseerd op ervaringen in Noord-Ierland en op de Balkan, is out of date.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 16 november 2009

Nieuwe NAVO-brigade: LITPOLUKRBRIG

Nieuwe NAVO-brigade: LITPOLUKRBRIG

Polen, Litouwen en Oekraïne hebben een nieuwe militaire samenwerkingsverband opgezet.

Afgevaardigden van LITPOLUKRBRIG, zoals de 2.000 tot 5.000 militairen tellende joint peacekeeping brigade heet, tekenden een akkoord op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel: Minister van Defensie Rasa Jukneviciene van Litouwen, de Oekraïense Minister van Defensie Valeriy Iwaszczenko en de Poolse Staatssecretaris van Defensie Stanislaw Jerzy Komorowski.

Het commando van de nieuwe multinationale brigade wordt gevestigd in Polen, het commando zal om de twee jaar wisselen en de voertaal is Engels. De nationale eenheden van de brigade worden gestationeerd in eigen land. In 2011 zal LITPOLUKRBRIG de operationele status krijgen.

Het samenwerkingsverband tussen Kiev, Vilnius en Warschau neemt LITPOLBAT in zich op; daarnaast kennen Polen en de Oekraïne nog POLUKRBAT. Andere landen zijn vrij zich aan te sluiten bij het trinationale verbond.

LITPOLUKRBRIG wordt met argusogen bekeken door Rusland. Hoewel Litouwen en Polen beiden wel NAVO-lidstaten zijn, neemt Oekraïne sinds januari 2008 deel aan het NATO Membership Action Plan. De oprichting van deze brigade lijkt hiermee het Oekraïense NAVO-lidmaatschap een stap dichterbij te brengen.

Terug naar Boven

Begin 2010 nieuwe IGK: generaal Oostendorp

Begin 2010 nieuwe IGK: generaal Oostendorp

Generaal-majoor Lex Oostendorp wordt begin 2010 de nieuwe Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IKG).

Hij volgt viceadmiraal ir. Michiel van Maanen op die met functioneel leeftijdsontslag gaat.

De benoeming van Oostendorp gaat gepaard met een bevordering naar de rang van luitenant-generaal. Zijn huidige functie is directeur van de Directie Operatiën van de Defensiestaf, waarin hij zich bezighoudt met alle missies waar de Nederlandse krijgsmacht een bijdrage aan levert. Daarvoor was hij plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten.

De IGK, die onder andere als ombudsman van de krijgsmacht bemiddelt in individuele aangelegenheden van (voormalig) Defensiepersoneel, is al vanaf 1946 gevestigd op het landgoed De Zwaluwenberg in Hilversum.

Sinds 1991 is de IGK ook Inspecteur der Veteranen; sinds 2005 vicevoorzitter van het door de Nederlandse regering ingestelde Comité Nationale Veteranendag.

Terug naar Boven

 

zondag 15 november 2009

Demonstratie Belgische militairen in Brussel

Demonstratie Belgische militairen in Brussel

Vandaag hebben de Belgische militaire vakbonden actie gevoerd in Brussel. De actie met als thema Stop De CREMinaliteit werd georganiseerd door de drie grootste vakbonden – Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) en Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA) – en trok volgens de organisatoren ± 6.000 deelnemers.

De betogende militairen kregen steun van de Parti Socialiste (PS), die zich solidair verklaarde.

De militairen betoogden tegen het herstructureringsplan van de Belgische Minister van Landsverdediging Pieter de Crem. Terwijl het Belgische Defensiebudget nu € 2,7 miljard per jaar bedraagt, moet De Crem daarvan € 100 miljoen bezuinigen.

Dat leidt, volgens de bewindsman, tot de sluiting van 23 legerkwartieren en een inkrimping van het personeelsbestand van 42.000 naar 34.000 werknemers.

In de petitie die de militairen aanboden, wordt onder meer verzocht om een herwaardering van de Paracommando’s met een onafhankelijke en volwaardige structuur in de vorm van een regiment dan wel brigade, het behoud van het 1ste bataljon parachutisten (1 Para) en het behoud van de Citadel van Diest – de thuisbasis van 1 Para.

De actievoerende militairen, die volgens de wet niet in uniform mogen demonstreren, liepen naar het kantoor van De Crem en staken daar vuurwerk af. Een afvaardiging had vervolgens een gesprek met topambtenaren onder leiding van Philippe Thily, directeur human resources op het kabinet van de minister.

Hoewel De Crem geen nieuwe onderhandelingen over het herstructureringsplan wil, gaat hij wel met de bonden onderhandelen over het sociaal plan. Veel militairen moeten naar een andere kazerne verhuizen en worden daardoor gedwongen meer kilometers af te leggen om op hun werk te geraken.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 12 november 2009

“Te weinig wil om de vijand te vernietigen”

In het laatste deel van een drieluik in het Reformatorisch Dagblad over een mogelijke verlenging van de missie in Uruzgan, is krijgs­historicus Ronald de Graaf kritisch over de houding van Nederlandse politici: “Terugkijkend op de achterliggende jaren hebben ze van alles beloofd. Eerst zouden we de Taliban uitschakelen en Afghanistan bevrijden. Later werd dat doel bijgesteld naar het 'irrelevant maken' van de Taliban.”

Volgens De Graaf zijn beide beloftes niet uitgekomen: “Dat lag niet aan onze troepen, maar vooral aan die politici, die zichzelf en de mensen die ze vertegenwoordigen misleiden. Bovendien zijn we geen land dat iets met oorlogvoeren heeft. De wil om de vijand te vernietigen bij gevechten is te weinig aanwezig. Versluierd taalgebruik door het kabinet als „het gevecht vermijden en de Taliban liever irrelevant maken” werkt averechts. Wat Den Haag beoogt met een wederopbouwmissie is ter plekke gewoon een oorlog.”

Op de vraag wat Nederland in Uruzgan heeft bereikt, antwoordt De Graaf: “We toonden ons een loyale NAVO-bondgenoot, we hebben weer eens echt kunnen oefenen, we hebben zelf de keuze van het slagveld bepaald en we hebben via non-gouvernementele organisaties wel degelijk een bijdrage geleverd aan de zogeheten beschaving van Afghanistan.”

De historicus vindt niet dat Nederland zich helemaal moet terugtrekken uit Afghanistan als de ISAF-troepenmacht, ook de Nederlandse militairen, “gaan vechten, initiatief tonen en de tegenstander in elk geval dwingen het gevecht aan te gaan. Hoewel het schrijnend is dat er Nederlandse militairen zijn omgekomen, is het aantal slachtoffers in vergelijking met andere landen niet hoog. Dat geeft ook aan dat onze militairen in Uruzgan niet echt oorlogvoeren.”

Ook geeft hij aan dat er maar heel weinig geld naar Defensie gaat, “rond de 5% van de totale begroting.” […] Militaire geschiedenis leert dat wie een oorlog wil voeren, zich heel diep in de schulden moet steken. Zelfs al vecht je in coalitieverband. In de slotfase van de Tachtigjarige Oorlog legde het leger een belastingdruk op de burger van 115%. Afghanistan kost jaarlijks nog geen 400ste deel daarvan.”

Volgens De Graaf zal de strijd in Afghanistan uiteindelijk worden gewonnen “door degene die over het grootste uithoudingsvermogen beschikt. De geschiedenis laat zien dat niet ISAF, maar de Taliban aan het langste eind trekken.”

Tot slot haalt Ronald de Graaf de Duitse socioloog prof. dr. Gunnar Heinsohn aan, die op 17 september jl. in The Wall Street Journal (Afghanistan's 'Disposable Sons'. NATO is helpless against the country's youth bulge) aangaf dat de NAVO onmogelijk de harde kern van de Taliban kan verslaan. Dit is, volgens Heinsohn, alleen al omdat de opstandelingen over veel meer “wegwerpmannen” beschikken dan de westerse legers. Omdat er slechts voor oudste zonen werk is, resteert de anderen terrorisme, onlusten en burgeroorlogen. Voor hen geven de eercultuur, het martelaarschap en het maken van buit het leven zin. Wil je, volgens De Graaf, als troepenmacht toch winnen, “dan moet je militair gezien keihard toeslaan en desnoods hele volkeren verplaatsen of verstrooien. Daar moeten politici weinig van hebben.”

Gunnar Heinsohn is directeur van het Raphael-Lemkin-Institut für Xenophobie- und Genozidforschung aan de Universität Bremen.

Ronald de Graaf kreeg, met betrekking tot Uruzgan, bekendheid door zijn artikel Nederlanders in Uruzgan zijn veel te netjes in nummer 5/6 (jaargang 2008) van het  Historisch Nieuwsblad. De Graaf schreef verder onder andere Oorlog om Holland 1000-1375 (1996) en Oorlog, mijn arme schapen. De vele aspecten van de Tachtigjarige Oorlog, zijn betekenis toen en voor het verdere verloop van de geschiedenis (2004).

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 7 november 2009

Sergeants verkpel Uruzgan willen eerherstel

Sergeants verkpel Uruzgan willen eerherstel

In de Volkskrant willen twee sergeants van een verkenningspeloton in Uruzgan eerherstel voor zichzelf en hun manschappen. Het zijn de 35-jarige 'Karel' en de 34-jarige Maurice Vissers.

Saillant detail is dat laatstgenoemde op 7 oktober jl. één van de militairen was die werd onderscheiden met het Kruis van Verdienste.

Bijna hun gehele peloton, dat uit 24 man bestaat, werd in september 2008 op non-actief gesteld. Defensie wilde toen alleen kwijt dat “een peloton de werkzaamheden dusdanig belemmert, dat het op dit moment de operationele taak niet meer naar behoren kan uitvoeren.”

Justitie concludeerde echter al eerder dat géén strafbare feiten waren gepleegd: er zou slechts sprake zijn van communicatiestoornissen en misverstanden.

Het peloton van de twee sergeants wilde indertijd voor een zware opdracht 96 uur voorbereidingstijd. De verkenners moesten de in- en uitgangen van een Taliban-bolwerk in een vallei observeren en testen hoe dicht ze het stadje konden naderen zonder te worden beschoten. Het peloton kreeg echter 48 uur, waarop een gezagsconflict ontstond tussen de verantwoordelijke officieren en een groot deel van het peloton. Aangezien een dienstbevel was geweigerd, deden de officieren aangifte bij de Koninklijke Marechaussee. Daarnaast zouden 21 man van het peloton worden voorgedragen voor repatriëring naar Nederland en, na terugkeer, voor ontslag. Een ander verkenningspeloton voerde de opdracht uit.

Sergeant 'Karel' is uiteindelijk als enige teruggestuurd. Hij heeft hoger beroep aangetekend. Volgens zijn advocaat, Michael Ruperti, steunen twaalf getuigen uit het peloton hem.

In een reactie zegt Defensie het ongepast te vinden om vooruit te lopen op de zaak. Defensie wijst erop dat het terugsturen van deze militair geen disciplinaire of strafmaatregel was en verband hield met verstoorde werkverhoudingen. Defensie noemt 'Karel' “een gewaardeerde collega met een uitstekende staat van dienst”.

Over zijn teruggestuurde collega zegt de sergeant Vissers in de Volkskrant: “Hij wordt ten onrechte aan de schandpaal genageld. Als ik geen onderscheiding had gekregen, was het mij ook gebeurd. Wij zijn dertigers, jongens van 21 laten zich eerder door hogere commandanten overrompelen om onverantwoord risico's te nemen.”

De kapitein zou tijdens een overleg hebben geschreeuwd: “Verkenners zitten! Mijn grootmoeder is Duits. Ik ben een Pruisisch leider en bij mij geldt: Befehl ist Befehl. Wie van jullie daarbij sneuvelt interesseert me geen reet.” Tijdens nieuw overleg, de volgende dag, is het peloton weggelopen, waarna de eenheid is voorgedragen voor repatriëring en ontslag bij terugkomst. Sergeant Vissers zegt tot slot in de krant: “De kapitein had ons bij goed leiderschap een gevoel van trots kunnen geven. Eerst dacht ik: wat een gedreven kerel. Maar het is een 'weirdo', hij zag ons als kanonnenvlees.”

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 6 november 2009

Ad van Denderen: 'Vechters & Vredestichters'

Ad van Denderen: 'Vechters & Vredestichters'

In het Fotomuseum Den Haag wordt de tentoonstelling ‘Vechters en Vredestichters’ van reportagefotograaf Ad van Denderen geopend. Zijn werk is te zien tot en met 17 januari 2010.

Fotograaf Van Denderen (1943) verkeerde in het kader van de 12de editie van Document Nederland – de jaarlijkse foto-opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad – een jaar lang onder Nederlandse militairen. Hij ging mee op missie in Afghanistan en Tsjaad, zag hoe jongeren werden getraind voor gevechtsfuncties en bezocht het thuisfront.

Voor Document Nederland wordt aan een bekende Nederlandse fotograaf gevraagd om een jaar lang een thema of onderwerp uit de actualiteit te volgen en in beeld te brengen.

Sinds het einde van de Koude Oorlog in 1990 zijn na de verwachte beëindiging van de Uruzgan missie in 2010 bijna 90.000 Nederlandse militairen betrokken geweest bij vredesoperaties. Wat herinneren wij ons daarvan, wat komt terecht in ons collectief visueel geheugen?

Ad van Denderen nam een verandering in de taak van de militairen waar, in het bijzonder bij de Koninklijke Landmacht. Waar het twintig jaar geleden nog in Duitsland lag te wachten op de Sovjetinvasie, klaar om te vechten, lijkt het leger nu meer op een non-gouvernementele organisatie die probeert een land erbovenop te helpen, zo goed en zo kwaad als het gaat. Niet zelden zonder risico’s. Aangetrokken door het avontuur, uit behoefte aan kameraadschap en soms ook uit idealisme en verantwoordelijkheidsgevoel.

Een selectie van de foto’s die Ad van Denderen heeft geschoten, is ook te vinden in het boek Occupation Soldier, een uitgave van Paradox en NRC Boeken. Het boek, met een voorwoord van Arnold Grunberg, kost € 24,50 (ISBN 9789079985111, 173 pagina’s).

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 4 NOVEMBER 2009

Vredestroepen op termijn naar Afrika?

Vredestroepen op termijn naar Afrika?

Volgens het Algemeen Dagblad onderzoekt Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders sinds september in het diepste geheim of Nederlandse vredestroepen naar brandhaarden in Afrika kunnen worden gestuurd.

Koenders maakt zich al langere tijd sterk voor een militaire missie in Afrika. Nederlandse militairen zijn in het verleden onder meer actief geweest in Tsjaad, Ethiopië en Eritrea.

Nederland zou zo'n missie desnoods zonder samenwerking met andere Europese of NAVO-landen moeten uitvoeren, zo schrijft het AD.

De militairen zouden kunnen worden ingezet bij conflicten in Sudan, Somalië of de Democratische Republiek Congo (Zaïre).

Uit een ambtelijk memo zou blijken dat in een overleg tussen premier Balkenende, de twee vice-premiers (Wouter Bos en André Rouvoet) en de ministers van Defensie, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking al over een dergelijk scenario is gesproken.

Het onderzoek is in die zin gewaagd omdat het kabinet en de Tweede Kamer nog niet eens een keuze hebben gemaakt over de vraag of Nederland moet doorgaan in Afghanistan als de huidige missie daar in 2010 afloopt.

Naar aanleiding van de publicatie in het AD laten de ministeries van Defensie en Ontwikkelingssamenwerking in de loop van de dag weten dat een groep ambtenaren onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid om Nederlandse militairen naar Afrika te sturen: “Dit betreft een ambtelijk stuk, waarover verder nog geen overleg of besluitvorming heeft plaatsgevonden."

Terug naar Boven

 

ZONDAG 1 NOVEMBER 2009

Commando-overdracht De Kruif-Carter op KAF

Tijdens een militaire ceremonie op Kandahar Air Field (KAF) heeft generaal-majoor Mart de Kruif vanochtend het bevel over alle ISAF-troepen van het Regional Command South overgedragen aan zijn Britse ranggenoot Nick Carter. Minister van Defensie Eimert van Middelkoop woonde de plechtigheid bij.

In zijn toespraak prees de Nederlander het werk van zijn manschappen. Ook was De Kruif vol lof over de Afghaanse bevolking: “Hoewel bedreigd, vernederd en gedood door opstandelingen, behielden ze hun waardigheid, gastvrijheid, vriendelijkheid en vastberadenheid voor een toekomst in vrede.''

Generaal De Kruif voerde vanaf 1 november 2008 het commando over de militairen van de International Security Assistance Force (ISAF) in vier van de zes zuidelijke provincies van Afghanistan. Onder zijn commando verdubbelde het aantal militairen in het R.C. South naar 40.000.

De Kruijf was de eerste die het commando een jaar lang heeft gevoerd; zijn voorgangers – zoals de Nederlander Ton van Loon in 2006-’07 – deden dat negen maanden.

Generaal Carter, van origine afkomstig van de 6th Britse divisie, is de zesde opeenvolgende commandant van het R.C. South. De eerste, de Canadese generaal Fraser, nam het commando over van de Amerikaanse generaal Karl Eikenberry. Sindsdien rouleert het commando onder Canada, Groot-Brittannië en Nederland:

28-02-2006 tot 01-11-2006

Canadese brigadegeneraal David Fraser

01-11-2006 tot 01-05-2007

Nederlandse generaal-majoor Ton van Loon

01-05-2007 tot 02-02-2008

Britse generaal-majoor Jacko Page

02-02-2008 tot 01-11-2008

Canadese generaal-majoor Marc Lessard

01-11-2008 tot 01-11-2009

Nederlandse generaal-majoor Mart de Kruif

vanaf 01-11-2009

Britse generaal-majoor Nick Carter

Terug naar Boven

 

ZATERDAG 24 oktober 2009

Vóór 18-12 besluit over Uruzgan na 2010

Waarschijnlijk nog vóór de Kerst wordt duidelijk of Nederland militairen in Afghanistan zal houden. Hoewel het kabinet steeds heeft gezegd pas in maart 2010 te beslissen, kan het kabinet volgens een goed ingevoerde Haagse bron dan al de knoop doorhakken. Het Kerstreces begint op 18 december.

De tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Afghanistan vindt plaats op 7 november, zodat in december duidelijk kan en moet zijn wie de nieuwe Afghaanse president is.

De kwestie ligt politiek erg gevoelig. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat niemand in Uruzgan achterblijft als de missie daar op 1 augustus 2010 is afgelopen. Daarnaast is de Kamer tegen een nieuwe grote missie.

De NAVO-bondgenoten dringen echter juist aan op een langer verblijf van Nederland in Uruzgan. Op de informele NAVO-top in de Slowaakse hoofdstad Bratislava spraken ze hun waardering uit voor de Nederlandse aanpak. Van ambtgenoten kreeg Minister van Defensie Eimert van Middelkoop te horen dat ze het niet begrijpen als Nederland geheel uit Uruzgan zou vertrekken.

Ook was er in Bratislava veel steun voor een rapport van de Amerikaanse generaal Stanley McChrystal die pleit voor een herziening van de strategie. De nadruk zou meer moeten komen liggen op het beschermen van de bevolking tegen de Taliban. McChrystal wil juist extra troepen voor Afghanistan.

Terug naar Boven

 

MAANDAG 19 oktober 2009

Voorhoeve: NLD moet in Afghanistan blijven

Voorhoeve: NLD moet in Afghanistan blijven

Oud-Minister van Defensie Joris Voorhoeve vindt dat Nederland actief moet blijven in Afghanistan. Dat schrijft hij vandaag in een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad.

“Gewoon doorgaan in Uruzgan, of plots helemaal niets meer doen, is niet de echte keuze waar regering en parlement voor staan. Het is in het belang van Nederland een bijdrage te leveren aan een betere toekomst van Afghanistan."

"Het is daarom zinvol eind 2010 over te gaan naar een ander beleid: vooral het opleiden van Afghaanse strijdkrachten, politie en justitie. Voorts kan de inspanning van Nederland voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het land worden voortgezet”, aldus Voorhoeve.

Voorhoeve was van 1994 tot ’98 Minister van Defensie. Tegenwoordig is hij lid van de Raad van State en hoogleraar internationale veiligheidsstudies bij de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie. Daar legt hij zich toe op vraagstukken van vredesopbouw.

Volgens Voorhoeve bepaalt Nederland zelf wat het wil bijdragen aan het Afghanistan-beleid: “Als de discussie dáárover gaat, blijft Nederland geloofwaardig. Nederland kan de keuze van de te volgen strategie in Afghanistan niet voor de NAVO en de VN bepalen, maar wel het debat daarover enigszins beïnvloeden. Den Haag kan bondgenoten helpen het beleid realistischer en dus bescheidener te maken.''

“Door duidelijk te maken dat Nederland onder voorwaarden van deugdelijke uitvoering steun wil geven aan opleiding van Afghaanse strijdkrachten, politie, justitie en bepaalde vormen van ontwikkelingssamenwerking, zou het tonen verantwoordelijkheid te willen blijven dragen voor een betere afloop van het Afghanistan-beleid dan nu in het verschiet ligt", aldus de voormalig bewindsman op Defensie.

Terug naar Boven

 

VRIJDAG 16 oktober 2009

Defensie bestelt parachutesysteem SPADES

Defensie bestelt parachutesysteem SPADES

Het Ministerie van Defensie heeft 15 stuks van het Smart Parafoil Autonomous Delivery System (SPADES) besteld bij Dutch Space in Leiden.

SPADES is een te hergebruiken parachutesysteem dat, tijdens tactische en/of verkenningsoperaties, volledig autonoom en met grote nauwkeurigheid ladingen tot 1.000 kg (2.200 lbs) naar iedere gewenste locatie in vijandig, afgelegen of gevaarlijk gebied kan brengen.

Daarmee is SPADES een oplossing voor het via de lucht herbevoorraden van troepen op plaatsen die op een andere manier (helikopter, vliegtuig) niet kunnen worden bereikt.

Behalve dat Special Forces hun posities niet hoeven prijs te geven als bevoorrading van brandstof, munitie en voedsel heimelijk wordt aangeleverd, maakt SPADES tegelijkertijd hun verblijfduur en actieradius aanzienlijk groter.

Verder zouden meerdere droppings per dag konvooien over de weg – levensgevaarlijk door de aanwezigheid van improvised explosive devices (IED’s) – minder frequent nodig of zelfs overbodig kunnen maken.

De rechthoekige parachutes worden, ook bij harde wind, vanaf 30.000 voet (9 km, d.w.z. buiten gehoor- en zichtafstand) uit een vliegtuig afgeworpen, waarna het systeem via GPS en een geavanceerd besturingssysteem zichzelf over grote afstand naar een vooraf geprogrammeerd coördinaat kan vliegen. De gemiddelde nauwkeurigheid is 50 meter. Ontwikkelingen zijn reeds in gang gezet om het gewicht van de lading te verhogen naar 6.000 kg, gericht op bijvoorbeeld droppings van kleine voertuigen ten behoeve van snelle interventies.

De ontwikkeling van SPADES is het gevolg van samenwerking tussen Defensie, Dutch Space en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR).

Naar verwachting wordt SPADES begin 2010 gecertificeerd volgens de militaire luchtwaardigheidseisen. Defensie verwacht dat het Korps Commandotroepen in 2010 kan starten met trainingen met SPADES, maar het is allerminst zeker of de Nederlandse militairen in Afghanistan nog met de parachutes zullen werken.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 15 oktober 2009

'Mark Leijsen Counter-IED Trainingslane' in TK

Op Kamp Holland in Tarin Kowt is de zgn. Counter- IED-lane vernoemd naar de op 7 september jl. gesneuvelde sergeant-majoor Mark Leijsen. Hij zou vandaag 45 jaar zijn geworden. De ‘Mark Leijsen C-IED Trainingslane’ draagt de naam van de sergeant-majoor omdat hij een expert was in het opsporen van geïmproviseerde explosieven.

Tijdens een plechtigheid is een naambord onthuld en is in het leslokaal op het oefenterrein een plaquette gepresenteerd.

In het oefengebied leren militairen hoe geïmproviseerde explosieven tijdig kunnen worden herkend en onschadelijk worden gemaakt.

Tijdens de onthullingceremonie stonden militairen uit Frankrijk, Australië, Slowakije en de Verenigde Staten zij aan zij met Nederlandse militairen van het Operational Mentoring Liaison Team (OMLT) en het Regiment Genietroepen. Ook werd het mineurslied ten gehore gebracht en een moment van stilte in acht genomen.

Terug naar Boven

Franse doden Afghanistan door Italiaanse fout

Franse doden Afghanistan door Italiaanse fout

De Britse krant The Times schrijft dat tien Franse militairen die in 2008 in Afghanistan zijn gedood, de risico's in het gebied niet goed hebben kunnen inschatten, omdat de Italianen de Taliban in het geheim betaalden om af te zien van geweld.

Het waren de Amerikaanse geheime diensten die de praktijk hadden ontdekt. Een NAVO-bron bevestigde de beschuldigingen: “Het was de Italiaanse geheime dienst die de betalingen verrichtte.”

Het ging om tienduizenden euro’s die de dienst betaalde aan Taliban-leiders en lokale stamhoofden om het district Sarobi in de provincie Paktika, 50 km ten oosten van de hoofdstad Kabul, rustig te houden.

De Franse troepen vervingen de Italiaanse in juli 2008. De Italianen hadden in het voorafgaande jaar slechts één dode te betreuren gehad, wat naar buiten toe gepresenteerd werd als een succesvol voorbeeld van hearts and minds.

Op 18 augustus 2008 trokken ± 60 Franse militairen vanuit de Uzbin-vallei de bergen noordelijk Sarobi in. De niet over de betalingen geïnformeerde Fransen waren slechts licht bewapend – wat voldoende leek: in de streek was het de maanden voordien rustig geweest. De Fransen kwamen bij Sper Kundy in een hinderlaag van 170 zwaarbewapende opstandelingen: 10 militairen kwamen om het leven, 21 raakten gewond. Van de gesneuvelden waren er acht afkomstig van het 8e Régiment Parachutiste d’Infanterie de Marine.

Als er ten tijde van de hinderlaag niet toevallig een paar Amerikaanse speciale eenheden aanwezig waren geweest, die luchtsteun inriepen, was het waarschijnlijk nog slechter afgelopen. Gelukkig konden de Franse troepen via een luchtbrug worden ontzet, maar het was voor het eerst sinds 23 oktober 1983, toen een bomaanslag 58 para’s in Beirut doodde, dat er zoveel doden op één dag in de Franse krijgsmacht vielen.

Het was ook één van de grootste NAVO-verliezen in een enkele gebeurtenis in Afghanistan. De Franse publieke opinie reageerde geschokt, zeker toen bekend raakte dat veel slachtoffers waren verminkt door de gemengde groep strijders van de Taliban en Hezb-i-Islam.

Op 20 september 2008 citeerde de Canadese krant The Globe and Mail een geheim NAVO-rapport over de hinderlaag: “This attack was most likely the result of two things. Either, A) the ISAF forces picked a village that had a great deal of insurgents. The insurgents moved to defensive positions upon the ISAF approach and executed a rehearsed plan. Or, B) the insurgents had intelligence indicating the route and destination.” Dezelfde NAVO-rapportage had ook forse kritiek op de Franse operatie, omdat ze slecht voorbereid was: “Hoe konden ze de bergen intrekken zonder zware wapens, zonder voldoende radio's en zonder luchtsteun?”

Het Franse Ministerie van Defensie zegt niet te beschikken over “informatie die bevestigt wat in The Times staat” en benadrukt dat de Franse, Italiaanse en Turkse troepen in de regio Kabul informatie uitwisselen en elkaars vertrouwen genieten. Volgens woordvoerder admiraal Christophe Prazuck hadden de Franse militairen “in alle transparantie toegang tot alle Italiaanse informatie”.

Toch zou, volgens The Times, Ronald P. Spogli – de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Rome - contact hebben gehad met de Italiaanse regering om de praktijken aan te kaarten. Amerikaanse geheim agenten hadden vernomen dat de Italianen ook in de provincie Herat strijders hadden omgekocht.

Het omkopen van Taliban-leiders in Afghanistan zou zelfs een alledaagse praktijk zijn geworden. De Franse krant Le Figaro citeerde een anonieme hoge Afghaanse verantwoordelijke. "Troepen van veel NAVO-landen doen het, behalve de Britten en Amerikanen".

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 7 oktober 2009

Zestien dapperheidonderscheidingen in Breda

Zestien dapperheidonderscheidingen in Breda

Namens Koningin Beatrix hebben zestien militairen uit handen van Minister van Defensie Eimert van Middelkoop op de Koninklijke Militaire Academie in Breda een dapperheidonderscheiding ontvangen. Het ging om militairen die in Afghanistan hun leven hebben gewaagd om een collega te redden of in veiligheid te brengen. Het betrof tweemaal de Bronzen Leeuw, driemaal het Bronzen Kruis en elfmaal het Kruis van Verdienste. Deze Koninklijke onderscheidingen zijn in de Tweede Wereldoorlog ingesteld voor bijzondere daden in de strijd.

Over de motivatie om de militairen te onderscheiden zei de minister: “Wij eren hen voor bijzondere daden onder vuur. Daden van moed. Daden van beleid. Daden van trouw. Al onze militairen doen goed werk in de vele operaties die zij namens Nederland uitvoeren" [...] "Maar soms stijgen militairen uit boven de norm. Soms verrichten zij daden die buitengewoon zijn. Soms handelen zij op een wijze die wij niet meer kunnen scharen onder wat militairen zelf vaak duiden als `Ik deed gewoon mijn werk'.”

Hij vervolgde: “U behoort tot het wapen der infanterie, het wapen der cavalerie en het dienstvak van de logistiek. U laat ons zien dat moed vele gezichten kent. Dat dapperheid niet is gebonden aan rang of stand, wapen of dienstvak. Ik vind dat een wijze les. Moed is niet te koop. Moed is niet te leren. Moed is niet te voorspellen. Pas als het er op aankomt, toont zich deze ware aard. Onder hoge druk ontstaan de mooiste diamanten.”

Acht leden van het Korps Commandotroepen, waarvan één postuum, werden om veiligheidsredenen geëerd in een besloten bijeenkomst. Acht anderen ontvingen tijdens een massale en twee uur durende plechtigheid hun onderscheiding.

Kapitein Björn Peterse van het KCT werd postuum onderscheiden met de Bronzen Leeuw; hij kwam op 9 maart 2007 door een noodlottig ongeval tijdens het parachutespringen in Arizona (VS) om het leven. KCT’er eerste luitenant Gijs kreeg deze onderscheiding ook. Kapitein Arthur en sergeant-majoor Maurice, beiden commando’s, kregen tijdens de besloten bijeenkomst het Bronzen Kruis. De commando’s Bart (kapitein), Robbert (eerste luitenant), Sven (sergeant) en Robin (korporaal der eerste klasse) kregen het Kruis van Verdienste.

Tijdens het openbare deel van de plechtigheden kregen de volgende collega’s een dapperheidonderscheiding:

Bronzen Kruis

eerste luitenant Alex Spanhak

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel RSPB

Kruis van Verdienste

korporaal Mark Groen

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel RVH

sergeant Rene Neef

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel RSPB

sergeant Maurice Vissers

17 Pantserinfanteriebataljon GFPI

opperwachtmeester Marc Hammink

43 Brigadeverkenningseskadron RHHB

wachtmeester Dayrohn Wiesken

43 Brigadeverkenningseskadron RHHB

korporaal der eerste klasse Martijn Nieuwenhuis

43 Herstelcompagnie

sergeant-majoor Jacob van Velsen

45 Pantserinfanteriebataljon RIOG

Behalve Van Middelkoop waren ook de Commandant der Strijdkrachten, generaal Peter van Uhm, en verscheidene dragers van de Militaire Willemsorde aanwezig.

Terug naar Boven

 

DINSDAG 6 oktober 2009

Kamermeerderheid tegen Uruzgan na 2010

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil na 2010 geen nieuwe missie in Uruzgan.

Een motie met die strekking – de motie-Voordewind/Van Dam – kreeg de steun van de coalitiepartijen PvdA en Christen Unie én de oppositiepartijen GroenLinks, Partij voor de Dieren, PVV, SP, VVD en Kamerlid Verdonk.

Tegenstemmers waren CDA, D’66 en SGP – een Kamerminderheid van 46 stemmen.

De motie werd op 1 oktober jl. ingediend na een spoeddebat over een mogelijke toekomstige militaire rol van Nederland in Afghanistan. Aanleiding voor het debat was een uitspraak van Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen over deze mogelijkheid, nadat de huidige missie is afgelopen.

Minister van Defensie Eimert van Middelkoop zei in een reactie dat het kabinet zich zal beraden op de motie. Hij denkt niet dat dit veel tijd zal kosten, maar inhoudelijk wilde hij er niet op ingaan. De bewindsman vindt het belangrijk dat er nu rust komt op dit onderwerp.

Tweede Kamerlid Martijn van Dam (PvdA), samen met Joël Voordewind indiener van de motie, is verheugd over de aangenomen motie: “Een duidelijk signaal”.

Terug naar Boven

 

dinsdag 29 september 2009

Thales Australia presenteert Hawkei

Thales Australia heeft vandaag in Canberra een nieuw voertuig gepresenteerd in de strijd tegen improvised explosive devices: de Hawkei (uitgesproken als “hawk-eye”).

Volgens de Land & Joint Systems Division van Thales Australia is het voertuig “the next generation vehicle in Australian protected mobility”. Met de Hawkei hoopt het bedrijf de order in de wacht te slepen in het kader van het programma LAND 121 (fase IV) om ± 1.300 van de 4.000 Land Rovers van de Australian Defence Force (ADF) te vervangen. Met die order is een bedrag gemoeid van $1,5 miljard. Het kleine broertje van de Bushmaster zal dan vanaf 2012 in productie worden genomen in de fabriek in Bendigo.

Thales Australia presenteert Hawkei

Om aan de operationele behoefte van de ADF tegemoet te komen heeft Thales gebruik gemaakt van de technologieën van bedrijven als Boeing, MillenWorks, PAC Group en Plasan. Zo biedt het nieuwe wielvoertuig volgens de fabrikant ongekende bescherming tegen geweervuur, granaten, IED’s en landmijnen.

De Hawkei, genaamd naar een Australische doodsadder (Acanthophis hawkei), weegt 7 ton, is licht genoeg om met underslung te worden vervoerd onder een Chinook-helikopter en ontworpen om tot maximaal zes militairen te transporteren. De voertuigen bieden in elk geval een veel grotere bescherming dan de kwetsbare (soft-skin) Land Rover.

Ook kan de Hawkei worden aangepast aan toekomstige systeemeisen in het kader van C4I (Command, Control, Communications, Computers en Intelligence).

De topsnelheid van het 4 x 4 gepantserde voertuig, aangedreven door een Steyr V6 dieselmotor, bedraagt ruim 110 km per uur; de actieradius meer dan 1.000 km.

Terug naar Boven

 

DONDERDAG 24 september 2009

Boek Rathsack verschijnt in Denemarken

Vandaag verschijnt in Denemarken het omstreden boek Jæger - i krig med eliten ('Jaeger – in strijd met de elite') van Thomas Rathsack: ISBN 978-87-7055-559-3, uitgeverij People’s Press, 300 pagina’s. Over het boek is een politieke rel ontstaan. Het Deense Ministerie van Defensie wilde ‘Jæger - i krig med eliten’ verbieden omdat het de nationale veiligheid en de Deense missie in Afghanistan in gevaar zou kunnen brengen.

Daarom publiceerde de linkse Deense krant Politiken op 15 september jl. het gehele boek in een extra supplement van 16 pagina’s, zich beroepend op de persvrijheid, vrijheid van informatie en vrijheid van meningsuiting.

Rathsack (4 maart 1967) - één van de hoogste onderscheide militairen van Denemarken – trad in 1990 toe tot de elite-eenheid Jaegerkorpset, waar hij diende tot 1994. Na een tijdje in de burgermaatschappij keerde hij medio 2001 terug in de gelederen van de Special Forces en diende tot 2008 in een aantal speciale operaties in Afghanistan en Irak.

Rathsack ontving hiervoor onder andere de hoogste Amerikaanse onderscheiding, de Presidential Unit Citation.

Van oktober 2001 tot april 2002 was de Task Force K-Bar als één van de eerste missies in Afghanistan in het kader van Operation Enduring Freedom. Tot de buitenlandse Special Forces-eenheden in TF K-Bar Hiertoe behoorden ook de Deense Frømandskorpset en Jægerkorpset, onder wie Rathsack. TF K-Bar slaagde er onder andere in om op 14 februari 2002 Taliban-leider Mullah Khairullah Kahirkhawa te arresteren in de Pakistaanse grensplaats Chaman en maakte grote wapenvoorraden buit in grotcomplexen in de Zhawar Kili-vallei in de provincie Khost.

De 42-jarige Rathsack, staff sergeant, diende tot voor kort nog als reservist in de Deense krijgsmacht, maar is als gevolg van alle commotie op non-actief gesteld. In zijn boek klaagt de oud-Jaeger de legertop aan omdat die mist zou spuien over de operaties van de Deense elite-eenheden. Met zijn verhaal wil hij de verzinsels doorprikken. ‘Jæger - i krig med eliten’ is intussen op vele websites als torrent of PDF te downloaden. Tot nu toe zijn de rechten van het boek verkocht in het Noors en het Zweeds.

Terug naar Boven

 

maandag 21 september 2009

McChrystal: "Meer troepen of nederlaag"

McChrystal: "Meer troepen of nederlaag"

In zijn tot op heden confidentiële evaluatie van de oorlog in Afghanistan zegt de Amerikaanse commandant van de International Security Assistance Force (ISAF) en U.S. Forces in Afghanistan, generaal Stanley McChrystal, dat zonder extra militairen en een nieuwe strategie de oorlog in Afghanistan "will likely result in failure” (“zal waarschijnlijk mislukken”). De evaluatie is uitgelekt naar The Washington Post.

De 66 pagina’s tellende rapportage is gedateerd op 30 augustus 2009.

Het is één van de documenten waarop de Amerikaanse president Barack Obama zijn toekomstige strategie voor Afghanistan moet baseren. Behalve door McChrystal zal Obama zich onder andere laten adviseren door McChrystals baas, generaal David Petraeus, en Minister van Defensie Robert Gates. Generaal Petraeus zegt juist vandaag in NRC Handelsblad dat het geweldsniveau in Afghanistan deze zomer 60% hoger is dan in 2008.

Het rapport concentreert zich op drie vragen:

  1. Can ISAF achieve the mission?
  2. If so, how should ISAF go about achieving the mission?
  3. What is required to achieve the mission?

McChrystal’s conclusie is dat als het niet lukt om op korte termijn (de komende twaalf maanden) het initiatief weer in handen te krijgen en het momentum van de opstandelingen te keren, een situatie wordt geriskeerd waarin het niet langer mogelijk is om de opstand te verslaan (“to gain the initiative and reverse the insurgency’s momentum”).

De grootste zwakte van ISAF, aldus de generaal, is dat ze de Afghaanse bevolking “niet agressief verdedigt”: "Pre-occupied with protection of our own forces, we have operated in a manner that distances us -- physically and psychologically -- from the people we seek to protect. . .  The insurgents cannot defeat us militarily; but we can defeat ourselves."

Daarom zal volgens McChrystal het komend jaar een echte counter insurgency-strategie moeten worden toegepast, die met een betere gezamenlijke inspanning gericht moet zijn op het beschermen van de bevolking.

Aan het einde van zijn Commander's Summary in het rapport trekt McChrystal zijn conclusie: “The situation in Afghanistan is serious. The mission is achievable, but success demands a fundamentally new approach – one that is properly resourced and supported by better unity of effort.”

Terug naar Boven

 

dinsdag 15 SEPTEMBER 2009

Opnieuw zwaar weer voor Defensie

Opnieuw zwaar weer voor Defensie

Hoewel Defensie voor 2010 een bedrag kan uitgeven van € 8,46 miljard – iets minder dan de € 8,47 miljard die voor 2009 was begroot – moet het ministerie de komende jaren opnieuw flink bezuinigen. De Koninklijke Landmacht krijgt ongeveer éénzesde van de Defensiebegroting.

In 2010 moet het ministerie al € 65 miljoen besparen in het kader van het “evenredig meebetalen aan de kabinetsmaatregelen tegen de economische crisis”, een bedrag dat oploopt tot € 172 miljoen in 2013.

Minister van Defensie Eimert van Middelkoop zal alles uit de kast moeten halen om de begroting sluitend te krijgen. Naast het meefinancieren van de crisismaatregelen, gaat de verkoop van overtollig materieel – onder andere 28 Leopard 2A6-gevechtstanks, 126 gemechaniseerde 155 mm houwitsers, 54 commandoversies van het pantserrupsvoertuig M-577, 60 PRTL’s (Cheetahs), 762 pantserrupsvoertuigen van het type YPR-765 en YPR-806 en 26 nieuwe Panzerhaubitze PZH2000 – minder snel dan gedacht. Hierdoor komt minder geld binnen.

Tegenvallend is daarnaast de snelle slijtage van het materieel in Afghanistan, waardoor noodgedwongen meer geld moet worden gespendeerd. Het gaat in 2010 om € 189 miljoen, oplopend tot ruim € 300 miljoen in de komende jaren.

Ook zal Defensie maatregelen nemen die bij al het personeel voelbaar zijn. Op het vlak van dienstverlening aan en ondersteuning van het eigen personeel moet € 40 tot 60 miljoen worden bespaard:

budget voor dienstreizen wordt versoberd

kantines op kazernes gaan ’s avonds dicht

minder geld voor onderzoek (wel wordt er blijvend geïnvesteerd in de verbetering van de uitrusting van militairen en nieuwe technieken omimprovised explosive devices op te sporen)

tot 2014 jaarlijks € 5 miljoen gekort op oefenactiviteiten van militairen (niet wanneer die betrekking hebben op de uitzending inAfghanistan)

uitgaven voor kantoorspullen, militaire musea en militaire kapellen gaan omlaag

Nieuw materieel blijft binnenstromen, zoals delen van het Battlefield Management System (BMS), het groot pantserwielvoertuig Boxer, brugleggende tanks, nieuwe mortieropsporingsradars en precision guided ammunition (PGM) voor de Panzerhaubitze PZH2000.

Verdeling van de uitgaven in de Defensiebegroting 2010.

Ook het uitvoeren van de internationale missies komt niet in gevaar. Zo worden onafgebroken ± 1.850 Nederlandse militairen ingezet in Afghanistan, van wie 1.400 in Uruzgan. Na de beëindiging van missie in Uruzgan per 1 augustus 2010 zal gedurende de tweede helft van 2010 de redeployment worden uitgevoerd door de Redeployment Task Force (RDTF).

De instroom van nieuw personeel stagneert: op 1 juli 2009 waren er nog altijd 7.100 vacatures. VolgensStaatssecretaris van Defensie Jack de Vries is de uitstroom van personeel weliswaar met 30% gedaald, maar de instroom stijgt slechts met 20%. Dat wijdt de bewindsman aan een gebrek aan opleiders. Volgens De Vries zal het pas in 2014 lukken om alle vacatures bij Defensie te vullen, in plaats van in 2011.

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 2 SEPTEMBER 2009

Uitstel rapport Onderzoekscommissie Irak

Uitstel rapport Onderzoekscommissie Irak

Volgens de Volkskrant loopt het onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de Irak-oorlog vertraging op. De Onderzoekscommissie Irak, onder voorzitterschap van mr. Willibrord Davids, zou op 1 november a.s. met haar rapport komen, maar het wordt vermoedelijk pas volgend jaar.

De berg informatie is te groot gebleken: tips van klokkenluiders, interviews met betrokkenen en informatie uit openbare en vertrouwelijke bronnen.

Bovendien wil de commissie verschillende ondervraagden opnieuw spreken. Gekeken wordt of het onderzoek nu vlak voor of na het Kerstreces kan worden gepresenteerd. Davids heeft de premier en de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer ingelicht over de vertraging.

Op 4 februari 2009 stemde het kabinet-Balkenende in met een onafhankelijk onderzoek naar de politieke steun aan de Amerikaanse inval in Irak. Nederland gaf in 2003 geen militaire, maar wel politieke steun aan de inval in Irak. De PvdA wilde hierover een parlementaire enquête, maar verloor dat punt aanvankelijk bij de coalitieonderhandelingen met het CDA en de ChristenUnie.

Niettemin werden in juli 2003 Nederlandse militairen naar het zuiden van Irak uitgezonden om deel te nemen aan de Stabilisation Force Iraq (SFIR). SFIR is voor Nederland beëindigd in maart 2005. Twee Nederlandse militairen kwamen tijdens SFIR om het leven: sergeant der eerste klasse Dave Steensma op 10 mei 2004 en wachtmeester der marechaussee Jeroen Severs op 14 augustus 2004.

Terug naar Boven

 

vrijdag 14 augustus 2009

Kapitein UK Army kritisch in ingezonden brief

Kapitein UK Army kritisch in ingezonden brief

Sky News maakt bekend dat een kapitein van de U.K. Army een emotionele kritiek heeft geschreven over de Britse oorlogvoering in Afghanistan.

Hij heeft het onder andere over de moeilijkheden aan de frontlinie, het vechten tegen de Taliban en over het gebrek aan uitrusting en helikopters. Ook schreef hij: “With each death I think each of us experiences a feeling of total shock, powerlessness and impotence.”

De anonieme kapitein schreef al op 10 augustus jl. een ingezonden brief in The Independent, één van de Britse kwaliteitskranten. "Mijn motivatie is eenvoudig”. Dit helpt mijn frustratie af te reageren van wat hier in Afghanistan gebeurt met hen die in de Britse leger dienen, waar dood en ernstige verwondingen abnormale gemeenschappelijke gebeurtenissen zijn geworden.”

De jonge officier, die acht jaar in de U.K. Army dient, dient op het moment in Helmand bij het 1st Battalion Welsh Guards dat is gekoppeld aan The Light Dragoons Battle Group.

In The Independent schreef hij gedetailleerd over het verlies van collega-militairen en de verwondingen: "I am talking about limbs removed, double or even triple amputations, on a scale that we've never seen before.” En verwijzend naar de kop boven van zijn ingezonden brief: “Within your mind you feel you have to do something, especially if you knew the individual. Back at home that might be to jump in the car and drive to some secluded spot where you can get out and scream at the top of your lungs to let out all the anguish. But here nothing of the sort is possible. You are all enclosed within your camp or patrol base; there is no refuge, no private corner to go to, to deal with your grief.”

Het is militairen in actieve dienst van de Britse strijdkrachten niet toegestaan met de media te spreken zonder voorafgaande toestemming van het Ministry of Defence. Maar juist deze maand heeft de regering nieuwe regels opgesteld die militairen juist aanmoedigen over hun werk te praten “on how they can protect their security, reputation and privacy”. Ook de nieuwe regelgeving geeft duidelijk aan dat ‘in de lijn’ toestemming moet worden gevraagd.

De kapitein sloot zijn ingezonden brief als volgt af: “Het lijkt erop dat als we weten en zeggen dat het niet de moeite waard is, terwijl we instinctief juist blijven reageren en zeggen dat het wel de moeite waard is – het wel de moeite waard moet zijn. Als ik eerlijk ben, weet ik – afsluitend – niet wat ik er allemaal van moet denken. Mijn verstand is warrig in de storm van media, opinies en analyses die hier een rol spelen.”

Terug naar Boven

 

WOENSDAG 12 augustus 2009

‘Small-Unit Operations in Afghanistan’

Volgens The New York Times verspreidt het U.S. Defense Department een nieuw handboek aan Amerikaanse militairen in Afghanistan over hoe het Afghaanse vertrouwen kan worden gewonnen en "outsmart" de Taliban.

Het 123 pagina’s tellende handboek – getiteld ‘Small-Unit Operations in Afghanistan’ (Handbook 09-37) en uitgegeven onder auspiciën van het Center for Army Lessons Learned (CALL) - waarschuwt Amerikaanse militairen voor het gevaar van een te afstandelijke benadering van de lokale bevolking en desinteresse in hun behoeften. Volgens de krant slaat het nieuwe handboek “een toon van respect voor de Taliban en andere opstandige groepen, die worden gewaardeerd als uiterst ervaren strijders”.

Het boekwerk leert militairen om afgelegen forward operating bases in Afghanistan beter te verdedigen en waarschuwt ze dat de Taliban zich snel aan tactische veranderingen aanpassen. Het handboek richt zich nadrukkelijk op de culturele, geografische en operationele aspecten die kleine eenheden (pelotons en compagnieën) kunnen verwachten in het Afghaanse operatiegebied.

In het handboek is een hoofdstuk opgenomen met de titel ‘Cultural Engagements’, dat leiders van kleine eenheden begeleidt in de verhoudingen met dorpsoudsten en het wegnemen van wantrouwen onder dorpsbewoners. Verder valt bijvoorbeeld de tip te lezen om effectiever mortieren te ontplooien wanneer het terrein dekkingsmogelijkheden biedt aan aanvallende strijders. Hier refereert de krant aan de slag om Wanat in de Afghaanse provincie Nuristan op 13 juli 2008, waarbij ongeveer 200 insurgents met machinegeweren, mortieren en raketgranaten een Amerikaans peloton aanvielen op de (tijdelijke) vehicle patrol base Kahler, negen Amerikanen werden gedood en 27 gewond.

Het handboek wordt, behalve onder de U.S. Army, verspreid onder NAVO-partners en andere landen met troepen in Afghanistan.

Terug naar Boven

Afkortingen zoeken?

Militaire canon

Counter-insurgency (COIN)

Laatste update:01.10.2013