Inhoudsopgave N
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

NABIJBEVEILIGING

Nahsicherung; unmittelbare Sicherung; Nahverteidigung.
close protection; close-in security.
protection rapprochťe.

De beveiliging van de eigen eenheid (CP, HQ, logistieke installatie, opstelling, voertuigen) tegen vijandelijk optreden vanaf de grond of vanuit de lucht met de haar ter beschikking staande (organieke) middelen. Er wordt onderscheid gemaakt in actieve en passieve nabijbeveiligingsmaatregelen, met betrekking tot zowel grond- als luchtnabijbeveiliging.

Nabijbeveiliging geldt primair het alarmeren van de rest van de eenheid en zich verdedigen tegen doorgedrongen vijandelijke eenheden.

De uitvoering van de nabijbeveiliging is een doorlopende drill die nadrukkelijk niet alleen gevechtseenheden betreft, ook staven en zich verplaatsende eenheden (colonne, escorte, konvooi).

Bij iedere locatie en inzet van eigen troepen wordt de nabijbeveiliging uitgevoerd. Hoewel iedere eenheidscommandant zorg draagt voor de nabijbeveiliging van zijn eenheid, dient iedere individuele militair in zijn eigen nabijbeveiliging te voorzien en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn (sector van) nabijbeveiliging. Zo zal een chauffeur zich bekommeren over de nabijbeveiliging van zijn (stilstaand) voertuig.

Bij het nemen van maatregelen in het kader van nabijbeveiliging spelen een aantal factoren een rol:

► beschikbare (organieke) middelen
► dreigingsniveau
► factor tijd

Nabijbeveiliging wordt onderscheiden in actieve en passieve:

Actieve nabijbeveiliging

Passieve nabijbeveiliging

  • afval-, geluids-, licht- en sporendiscipline handhaven
  • alarmeringsprocedure toepassen (alarmsignalen en wachtwoord gebruiken)
  • benutten van aanwezige vuur- en zichtdekkingen in het terrein
  • beperken van bewegingen
  • gevechtsdekking (minimaal ligsleuf als alarmopstelling) innemen in statische situatie
  • maken van gemarkeerde, obstakel- en kraakvrije paden
  • onder observatie houden van de voornaamste naderingswegen
  • patrouilleren
  • uitvoeren van grond- en luchtwaarneming
  • veldversterkingen uitzetten (concertina's, gewapende schuttersput, prikkeldraadversperring, struikeldraadalarmuitrusting)
  • verblijven in zichtgedekte locatie
  • verkenningen uitvoeren
  • verplaatsen tijdens duisternis en verminderd zicht
  • aanbrengen van de basiscamouflage op de niet bedekte huid
  • afschermen van licht (blauw licht verdient de voorkeur)
  • afschermen van warmtebronnen ter voorkoming van warmtestraling
  • gebruik van infrarood- en nachtzichtapparatuur
  • gebruik van onbemande grondsensoren en wapenstations (remotely controlled weapon stations)
  • inzet van beschermde mijnenvelden
  • spreiden van personen en voertuigen
  • uitzetten van waarschuwingsposten
  • vormen breken en reflectie voorkomen (camouflagenetten, vegetatie)

Zie ook: beveiliging, colonne, drill, konvooi en luchtnabijbeveiliging.

Terug naar Boven

 

NABIJHEIDSBUIS

Ook genaamd: V(ariable)T(ime)-buis of radarbuis. Duits: Annäherungszünder. Engels: proximity fuze. Frans: fusée (-détonateur) de proximité.

Ontstekingsmiddel voor een artilleriegranaat, dat ervoor zorgt dat de granaat detoneert zodra een hard voorwerp door de buis wordt waargenomen. De nabijheidsbuis werkt aan de hand van een ingebouwd zend-/ontvangsysteem dat radarstraling uitzendt. Zodra de door het doel teruggekaatste radargolven de juiste sterkte hebben, detoneert de granaat.

Zie ook: schokbuis, tempering en tijdbuis.

Met dank aan kolonel der artillerie b.d. Leo J.J. Dorrestijn, schrijver van Vuur geëindigd! Artillerie-officier tijdens de Koude Oorlog en de laatste conceptversie (2001) van het Militair Woordenboek Koninklijke Landmacht (VS 2-7200).

Terug naar Boven

 

NABIJOPERATIE

unmittelbare Operationen.
close battle; close operation.
opťrations au contact.

Term die tijdens de Koude Oorlog van toepassing was op het gevecht in de voorste lijn eigen troepen (VLET) in het kader van de algemene verdedigingstaak (AVT).

In een nabijoperatie maken eigen troepen, met gebruikmaking van vuur, beweging en hindernissen, direct contact met de opponent met als doel zijn militair vermogen te neutraliseren. Een voorbeeld hiervan is het uitschakelen van een wapensysteem.

Gevechtsvoerder van de nabijoperatie is de brigadecommandant; in Nederland de commandant van 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault, 13 Lichte Brigade of 43 Gemechaniseerde Brigade.

Zie ook: achtergebiedsoperatie, Air Manoeuvre Brigade, algemene verdedigingstaak (AVT), diepe operatie, Koude Oorlog en voorste lijn eigen troepen (VLET).

Terug naar Boven

 

NACHTZICHTAPPARATUUR

Nachtsichtgeršte.
night vision goggles; night vision equipment; night vision devices.
appareil de noctovision; appareil de vision nocturne; ťquipement de vision nocturne.

Optro-elektronische middelen (optronica), al dan niet gebonden aan wapensystemen, die het mogelijk maakt om tijdens optreden bij duisternis, nacht en verminderd zicht (Night Ops) bijna even goed en comfortabel te zien als overdag.

Technieken die dit mogelijk maken zijn aan de ene kant de intensivering van het restlicht in de omgeving (image intensification), anderzijds de omzetting van infrarood, niet voor het menselijk oog zichtbaar licht in thermische warmte (thermal imagery).

Optronica werden voor het eerst gebruikt in de Tweede Wereldoorlog, in de jaren '50 van de 20e eeuw doorontwikkeld en in de Vietnamoorlog voor het eerst grootschalig ingezet.

Optimaal gebruik van het gezichtsvermogen is bepalend tijdens Night Ops, waar geen verlichting kan en mag worden gebruikt:

► computerschermen

gevechtsveldverlichting

► open en smeulend vuur

► roken

► voertuigverlichting

zaklampen

► overige lichtbronnen

Optronica vergoten de operationele mogelijkheden, maar nadelig is het dat ze ruimte op het lichaam opeisen, vragen om extra energievoorziening (batterijen) en het gebruik van de andere, bij nacht eveneens zeer bruikbare zintuigen (gehoor, geur en gevoel) vermindert.

Mensen kunnen alleen goed zien bij daglicht; ze hebben van nature een minder goed nachtzicht dan de meeste dieren.

De oorzaak is de afwezigheid van een tapetum lucidum ("tapijt van licht"): een laag van lichtweerkaatsende cellen in het vaatvlies dat achter het netvlies ligt. De laag schittert als er in het donker licht op valt, vergroot de lichtgevoeligheid van het oog en levert zo extra gezichtsvermogen op. (De aanwezigheid van een tapetum lucidum kan worden aangetoond worden door het oog te spiegelen. Reflecteert het oog groen, dan is dit aanwezig; reflecteert het oog rood, dan is dit afwezig.)

Daarnaast hebben mensen, in tegenstelling tot alle nachtdieren, veel minder staafjes ("rods") in het netvlies.

Bij een laag verlichtingsniveau domineert de activiteit van de lichtgevoelige staafjes, waardoor contrastverschillen (grijstinten) worden waargenomen, terwijl bij een hoog verlichtingsniveau de kleurgevoelige kegeltjes ("cones") actief zijn en kleurverschillen waarnemen.

De grijstinten bij schemering en in het donker zorgen er dus voor dat mensen bij weinig of geen licht toch enig gezichtsvermogen hebben.

Het duurt 30 ŗ 45 minuten voordat de ogen aan het absolute donker gewend zijn; afhankelijk van de hoeveelheid restlicht en de aanwezigheid van kunstmatige lichtbronnen varieert deze tijd. Na het gebruik van nachtzichtapparatuur vermindert de gewenningstijd van de ogen aan het donker zeer fors: tot twee minuten. Overigens kan in het donker alleen de directe omgeving van een lichtbron worden bekeken.

Rekening mee houden tijdens Night Ops:

► al bij daglicht inzicht in het terrein (smoel op het terrein) krijgen
► nooit direct in een lichtbron te kijken
► ogen hebben ook gewenningstijd nodig bij het overschakelen op kunstlicht
► ogen na twee minuten waarnemen tien seconden rust gunnen

Het gebruik van licht tijdens night ops trekt onnodige aandacht, waarna onderkenning een kwestie van tijd is. Militairen wordt aangeleerd om in het donker rood licht te gebruiken, omdat rood in plaats van een andere kleuren licht het best zorgt voor het behoud van het nachtzicht (staafjes zijn het minst gevoelig voor rood licht).

Roken is absoluut not done: de gloed van een sigarettip kan tot wel vier km ver worden waargenomen.

Juist in het donker kan een goed gezichts- en adaptatievermogen het verschil maken. Dit is niet alleen essentieel voor het verrassingseffect tegenover de vijand (zien vs. gezien worden), maar is ook voor eigen troepen niet onbelangrijk tijdens de uitvoering van onder andere nachtelijke patrouilles en waarnemingen.

's Nachts kunnen troepen worden waargenomen met behulp van vijandelijke nachtzichtapparatuur; dit is de reden waarom de individuele camouflage bij duisternis en nacht hetzelfde dient te zijn als bij daglicht.

Er zijn wapengebonden nachtzichtkijkers, vaak tevens richtmiddelen, waarmee door ťťn oog moet worden gekeken (monoculair) en niet-wapengebonden waarnemingskijkers voor chauffeurs en ondersteunend personeel.

Lichte versies van de laatste categorie kunnen blijvend op het hoofd of op de helm worden gedragen en ťťn of beide ogen (binoculair) permanent of tijdelijk een verbeterd nachtzicht bieden. Ook zijn er handkijkers, zowel mono- als binoculair, die geschikt zijn voor meer kortstondig gebruik. Het gebruik van binoculairs stelt iemand in staat om diepte te zien, wat een groot voordeel is ten opzichte van het gebruik van monoculairs. Warmtebeelduitrusting kan bijvoorbeeld worden voorzien van een laserafstandsmeter.

Er zijn twee soorten nachtzichtapparatuur:

Infrarood- en warmtebeeldcamera's

(IR en WB)

Restlicht- of helderheidsversterkers

(HV)

 

Gebaseerd op het gebruik van de infraroodstraling (IR) of warmtereflectie die wordt uitgezonden door de lichaamswarmte van mensen en dieren ťn alle voorwerpen met een bepaalde omgevingstemperatuur, zoals kampvuur, schietende wapens, sigarettip, uitlaat of warme motor.

Gebruikt een alternatief golflengtebereik, waarin de thermische straling die door voorwerpen wordt uitgezonden kan worden gedetecteerd.

 

Gebaseerd op de versterking van het minimaal aanwezige hoeveelheid restlicht, afkomstig van maan en/of sterren, die zo efficiŽnt mogelijk wordt versterkt en weergegeven.

Is onwerkbaar bij volledige duisternis of onder slechte atmosferische condities, omdat HV werkt in dezelfde golflente als het menselijk oog (dat in het donker ook niets ziet).

Eigenschappen van infrarood- en warmtebeeldcamera's:

De afstand tot het doel is niet goed te zien.

Kan militairen in noodomstandigheden waarnemen (infrarood breaklight).

Maakt gebruik van temperatuurverschillen, waarbij 0,1º Celsius al voldoende is.

Nagenoeg niet op te sporen voor de vijand.

Neemt alleen schaduwbeelden waar.

Onafhankelijk van licht (dus ook niet of nauwelijks beÔnvloed door licht op het gevechtsveld, tenzij flares, fosfor en rook).

Schuttersput met bovendekking beperkt de richting van waaruit ontdekking mogelijk is.

Warmte die vrijkomt zoveel mogelijk afschermen met jute (bij voertuigen: cabine, motorruimte, takkenscherm, uitlaat en wielen).

Eigenschappen van restlicht- of helderheidsversterkers:

Afhankelijk van (rest)licht.

Als het lichtniveau plotseling fel wordt (brand, kunstlicht, mondingsvuur), verzadigt de beeldversterkerbuis, vermindert de functionaliteit en kan de waarnemer verblind worden.

Gecamoufleerde objecten zijn (nagenoeg) onzichtbaar.

Werkt slecht of niet bij mist, regen en rook.

Op 17 juli 2009 besloot Defensie tot de aanschaf van nieuwe helderheidsversterkende brillen. De huidige generatie HV-brillen, aangeschaft in 2000 en 2005 heeft een technische levensduur van 10 jaar. Eigenlijk heeft Defensie 7.000 HV-brillen nodig, maar daarvoor is geen budget. Met de investering is een bedrag gemoeid tussen Ä 25 en 50 miljoen. De HV-brillen zullen medio 2012/'13 instromen binnen de vier Operationele Commando's van de krijgsmacht.

Terug naar Boven

 

NADERINGSMARS

Zie verder: advance to contact.

Terug naar Boven

 

NAISMITH'S RULE

Vertaald: Regel van Naismith. Regel die in 1892 is opgesteld door de Schotse accountant, bergbeklimmer, schrijver en skiër William Wilson Naismith (1856–1935), in 1899 één van de oprichters van de Scottish Mountaineering Club (SMC). Met de planningstool kan, met behulp van de lengte (afstand) en de elevatie (dalen of stijgen), de tijd worden geschat die nodig is voor een verplaatsing te voet door heuvel- en bergachtig terrein.

De vuistregel houdt in: elke mijl (1,609 km) verplaatsen door het terrein zal 20 minuten in beslag nemen en in één uur zal dus drie mijl (≈ 5 km) worden afgelegd.

Ook zal 3 minuten extra moeten worden opgeteld bij elke 100 feet (≈ 30 meter) die wordt gedaald en/of gestegen. Bij een daling en/of stijging van 1.000 feet (≈ 300 meter) in het terrein zal een half uur bij de totaaltijd moeten worden opgeteld. Dalen en stijgen kan tevoren worden bekeken aan de hand van de hoogtelijnen op een kaart.

Naismith’s Rule geldt voor gezonde mensen op representatief terrein onder normale terrein- en weersomstandigheden. De berekende tijd geldt als de minimale verplaatsingstijd. De regel wordt onder andere gebruikt door militairen, sporters en outdoor- en survivalliefhebbers.

Naismith bedacht de regel naar aanleiding van een solistische verplaatsing in mei 1892 over drie van de Crianlarich Hills (Crianlarich Munros) in de Schotse Hooglanden: van zuidwest naar noordoost over de Cruach Ardrain (1.046 meter), Stob Binnein (1.165 meter) en Ben More (1.174 meter). De drie munro’s – Schotse bergen van minimaal 3.000 feet (≈ 900 meter) – liggen in wat nu Loch Lomond & The Trossachs National Park heet, een natuurgebied ter grootte van 186.500 hectare.

Terug naar Boven

 

Named area of interest

Afgekort: NAI. Nederlands: tactisch belangrijk gebied. Terreinlocaties of –gebieden waarlangs de vijand acties zal ondernemen volgens de gedachte eigen beoordeling van de vijandelijke mogelijkheden. In de regel is dit de veronderstelde naderingsmogelijkheid. Behalve de aan- kan juist ook de afwezigheid van vijandelijke troepen een bevestiging of ontkenning zijn voor een bepaalde vijandelijke actie (elders).

Als NAI kunnen bijvoorbeeld plaatsen worden aangeduid waar:

  • de vijand accenten in de verkenning heeft gelegd
  • de vijand het gevecht zal aanvangen
  • de vijandelijke artillerie zal ontplooien
  • de vijandelijke genie- en brugslagmiddelen zijn verzameld

Vaak zijn NAI dan ook uit kruispunten van wegen dan wel gebieden vanaf waar de vijand verondersteld wordt gesplitst op te treden.

Terug naar Boven

 

NApalm

Acroniem van: NAtriumPALMitaat. Ook genaamd: hellgelly; oil bomb. Zeer gevreesd brandwapen op het slagveld. Olie of benzine is verdikt met natriumpalmitaat tot een kleverige, gelachtige substantie. Om napalmbommen te ontsteken werd vaak het zelfontbrandende witte fosfor gebruikt.

Napalm werd ontwikkeld door de Amerikaanse organisch chemicus prof. dr. Louis F. Fieser (1899-1977) en zijn team van de Harvard University in 1942. Op 17 juli 1944 dropte een Lockheed P-38 Lightning van de U.S. Army Air Force tijdens Operation Cobra napalm op een brandstofdepot in de buurt van het Franse oord Coutances. Het doel was een beslissende opening te creŽren in de Duitse verdediging van NormandiŽ.

De eerste inzet van napalm buiten Europa vond plaats ťťn dag voorafgaand aan de Slag om Tinian op Tinian-Stad (nu San Jose): de hoofdstad van het eiland Tinian werd op 23 juli 1944 door de VS bestookt met napalm. Napalmbommen werden vervolgens op grote schaal gebruikt in de Korea- en Vietnamoorlog. In 1980 werd het gebruik van brandwapens zoals fuel-air bombs en napalm in het vierde amendement van de Conventies van GenŤve beperkt tot het gebruik in gebieden waar zich geen burgers bevinden.

Natriumpalmitaat – voor 85 à 95% het basisbestanddeel van zeep – zorgt ervoor dat ‘napalm’ aan zowel de huid als het maaiveld kleeft en slechts korte tijd brandt. Het laat zeer ernstige brandwonden na.

Bekendste citaat over napalm:"Do you smell that? Napalm, son. I love the smell of napalm in the morning. It smells like... victory." Lieutenant-Colonel William ‘Bill’ Kilgore (Robert Duvall) tegen Captain Benjamin L. Willard (Martin Sheen) in de film 'Apocalypse Now' (1979).

Terug naar Boven

 

NASSAU-DIETZKAZERNE

Deze kazerne, gelegen aan de Randweg-Oost in Budel (gemeente Cranendonck), was van 1963 tot 2005 de thuisbasis van opleidingseenheden van de Duitse luchtmacht (Luftwaffenausbildung). Op 25 mei 1988 wijzigde Z.K.H. Prins Bernhard op een feestelijk appèl officieel de naam 'Legerplaats Budel' in 'Nassau-Dietzkazerne'.

Op verzoek van de Duitse hoofdgebruikers werd de kazerne vernoemd naar een tak van het huis Nassau die heerste over het gelijknamige hertogdom in Duitsland, met sterke banden met het Nederlandse koningshuis. Voorbeelden van graven en vorsten uit het huis van Nassau-Dietz zijn Ernst Casimir (1573-1632), Hendrik Casimir I (1612-40), Hendrik Casimir II (1657-96) en Willem Frederik (1613-64).

De eerste Duitse eenheid die, in april 1963, de kazerne in gebruik nam was het Luftwaffenausbildungsregiment 2 (LAR 2), onder commando van Oberst Herbert Wittmann; vanaf 1 juli 1963 togen 1.800 rekruten voor een basis militaire opleiding van 18 maanden naar Budel.

De grondslag voor de stationering van Duitse militairen in het garnizoen Budel was het Budel-Seedorf-Abkommen (Budel-Seedorf-Akkoord) dat op 17 januari 1963 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Nederland werd getekend. Legerplaats Budel was in 1955 gereed gekomen en aanvankelijk voorbestemd voor het houden van herhalingsoefeningen; door het akkoord was Nederland de eerste NAVO-bondgenoot die de permanente stationering van Duitse eenheden op zijn grondgebied accepteerde.

In 1964 volgde het Heeres-Betriebsstofftransportbataillon 961 het Luftwaffenausbildungsregiments 2 (LAR 2) naar Budel; in oktober 1972 verhuisde Sanitätsbataillon 110 naar Budel.

In juni 2005 nam de bevolking van Budel na 42 jaar officieel afscheid van de Duitse gemeenschap. Met het vertrek van de laatste Duitse militairen, is de toekomst van de Nassau-Dietzkazerne onzeker geworden. De toekomst van de kazerne is onduidelijk: wellicht wordt de kazerne gesloten en krijgen het terrein en de daarop aanwezige voorzieningen een nieuwe bestemming. Momenteel zijn de School voor Leidinggeven en Opleidingskunde (SLO; een dependance van de KMS) en de Lokale Facilitaire Dienst van het RMC Zuid nog op de kazerne gehuisvest.

Op 8 november 2006 tekenden Minister van Defensie Henk Kamp en de Duitse Verteidigungsstaatssekretär Christian Schmidt op het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps in Münster (Duitsland) een nieuw Duits-Nederlands raamverdrag dat het Budel-Seedorf-Abkommen vervangt.

Zie ook: Legerplaats Seedorf.

Terug naar Boven

 

NATIONAAL MILITAIR MUSEUM

Op 8 mei 2012 heeft het Ministerie van Defensie het DBFMO-contract ondertekend met een consortium van projectontwikkelaar Heijmans N.V. voor de bouw van het nieuwe Nationaal Militair Museum (Defensiemuseum). De Rijksgebouwendienst heeft bouwbedrijf Heijmans aangewezen.

Het winnend ontwerp is vervaardigd door Claus en Kaan Architecten, het architectenbureau van prof. ir. Felix Claus en prof. ir. Kees Kaan.

In de aanbestedingsvorm DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate) zijn niet alleen de bouw, maar ook de financiering integraal en voor een langere periode, in dit geval 25 jaar, overgedragen aan een private partij. De integrale bouw-, installatietechnische en infrastructurele opdracht vertegenwoordigt een contractwaarde van bijna € 160 miljoen waarvan circa € 70 miljoen aan onderhoud en facilitair beheer.

Het museum zal medio september 2014 zijn deuren openen op het noordelijke gedeelte van de voormalige Vliegbasis Soesterberg, grenzend aan de voormalige start- en landingsbaan. Het totale projectgebied van het museum - ateliers, depots en een groot buitenterrein voor exposities en evenementen incluis - omvat 45.000 m².


In het Nationaal Militair Museum worden de collecties samengebracht van het Legermuseum, dat gevestigd was in Delft, en het Militaire Luchtvaart Museum, dat al in Soesterberg was geloceerd.

Zie ook: Kaliber (tijdschrift Nationaal Militair Museum).

Terug naar Boven

 

NATIONALE RESERVE (NATRES)

Baretembleem van de Nationale Reserve

Afkorting: NATRES. Op 3 mei 1948 riep de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken, mr. dr. Petrus Johannes Witteman, in een radiorede een viertal vrijwilligersorganisaties in het leven, waaronder de Nationale Reserve.

Aanleiding voor de oprichting van het vrijwilligersleger was de angst voor de Sovjet-Unie, die blijkbaar zijn communistische invloedssfeer wilde uitbreiden: het was twee maanden na de machtsovername in voormalig Tsjechoslowakije.

In die tijd was een aanzienlijk deel van de Nederlandse krijgsmacht in Nederlands-IndiŽ ontplooid. Volgens de autoriteiten was het daarom zaak zo snel mogelijk een militaire eenheid te vormen ter verdediging en beveiliging van het Nederlands grondgebied.

De taak van de geheel uit vrijwilligers op te bouwen organisatie bestond er niet alleen uit om mogelijke acties van een vijfde colonne de kop in te drukken, maar ook om tegen eventuele landingen van Sovjet-parachutisten op te treden.

Tegenwoordig bestaat het korps uit 2.800 ŗ 3.000 actieve reservisten (deeltijdmilitairen) met als hoofdtaak de bewaking en beveiliging van militaire objecten van zowel de Nederlandse krijgsmacht als bevriende mogendheden op het eigen grondgebied, zoals communicatiecentra, havens, kazernes, legerplaatsen, mobilisatiecomplexen, munitiedepots en vliegvelden.

Alles wat (potentieel) belangrijk is voor de krijgsmacht, kan worden bewaakt en beveiligd door de NATRES.

De Nationale Reserve is te vergelijken met de Amerikaanse National Guard en de Britse Territorial Army. Dergelijke reserve-eenheden maken het mogelijk om voldoende flexibiliteit en voortzettingsvermogen voor de krijgsmacht als geheel te waarborgen.

De Britse oud-premier Sir Winston Churchill roemde de reservist na de Tweede Wereldoorlog in zijn uitspraak: "To be a reservist is to be twice a citizen": met ťťn been in de burgermaatschappij, met het andere in de krijgsmacht.

Overige taakstellingen van de Nationale Reserve zijn:

► Maatschappelijke dienstverlening: assistentie bij rampenbestrijding, zoals watersnood; ondersteuning van de activiteiten van 4 en 5 mei; steunverlening aan evenementen

Host Nation Support: leveren van diensten aan eenheden van bevriende landen, zoals steun die wordt geleverd wanneer buitenlandse eenheden door Nederland verplaatsen.

► CeremoniŽle ondersteuning: ere-afzetting op Prinsjesdag; Vierdaagse van Nijmegen e.d.

Tot 2012 had de NATRES vijf regionaal opererende NATRES-bataljons, genummerd 10 tot en met 50. Binnen de NATRES-bataljons vervult het personeel functies naast een baan in de burgermaatschappij, zoveel mogelijk in de nabijheid van de eigen woonplaats. Er zijn ook beroepsmilitairen werkzaam in de bataljons, onder wie de plaatsvervangend bataljonscommandant (PBC). 40 en 50 NATRES-bataljon zijn opgeheven.

10 NATRES-bataljonGroningen, Friesland en DrenteAssen
20 NATRES-bataljonNoord-Holland en Zuid-Holland Den Haag
30 NATRES-bataljonZeeland, Brabant en LimburgVught
40 NATRES-bataljonGelderland en OverijsselHarskamp (Ede)
50 NATRES-bataljonUtrecht en FlevolandAmersfoort
  

◄ De nieuwe organisatorische indeling van de NATRES-bataljons is regionaal gekoppeld aan de drie brigades van de Koninklijke Landmacht.

 
43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte (geel) bevat 10 NATRES-bataljon, die de brigade kan inzetten in het noorden van Nederland.
11 Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen (rood in tekening) telt 20 NATRES-bataljon, die de brigade kan inzetten in het midden en westen van Nederland.
13 Lichte Brigade in Oirschot (groen) herbergt 30 NATRES-bataljon, die de brigade kan inzetten in het zuiden van Nederland.

Op 22 augustus 2012 gingen de compagnieŽn van 40 en 50 Natresbataljon officieel op in 10 en 20 Natresbataljon.
De Korpscommandant, luitenant-kolonel Gerard van der Thiel, droeg beide onderdeelsvlaggen op 22 september van dat jaar over aan de vice-voorzitter van de Stichting Historische Collectie Korps Nationale Reserve, luitenant-kolonel b.d. Rob Cohen.

Om de traditie van de Natresbataljons in ere te houden, kregen de vlaggen een plek in het Museum Korps Nationale Reserve van het Museumpark Harskamp.

De NATRES oefent minimaal 120 uur per jaar, met een gemiddelde van ťťn zaterdag en ťťn of twee avonden per maand. Incidenteel zijn er meerdaagse oefeningen, bijvoorbeeld voor het spelen van oefenvijand (OPFOR) voor KMS- en KMA-leerlingen.De toelatingseisen voor de Nationale Reserve zijn: in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit, tussen 19 en 49 jaar, en gezond en fit.

NATRES-militairen op 4 en 5 mei 2006, actief bij het herdenken en vieren van het einde van de Tweede Wereldoorlog (© November Romeo, Korpsblad voor de Nationale Reserve, nummer 3, juli 2006, 12de jaargang)

De NATRES is voortgekomen uit de schuttersgilden van de 13de eeuw, die in de 16de eeuw door Willem van Oranje werden georganiseerd in schutterijen.

Op 4 augustus 1914 werd de Vrijwillige Landstorm opgericht, waarin de oudste dienstplichtigen als reservisten konden worden gemobiliseerd. Aanvankelijk werd de Vrijwillige Landstorm gevormd met mensen uit patriottische streken in Friesland en Limburg.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog telde de Vrijwillige Landstorm Ī 6.000 manschappen. In de periode tussen beide wereldoorlogen besloot premier Hendrik Colijn tot uitbreiding van de Vrijwillige Landstorm, waardoor deze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog uit bijna 100.000 manschappen bestond.

Tijdens de Koude Oorlog groeide de NATRES tot een volwaardige reservisteneenheid van de Koninklijke Landmacht. Sinds 1984 heeft de NATRES een eigen vaandel en sinds 1986 mogen ook vrouwen reservist worden.

Het korpsblad van de NATRES heet 'November Romeo'.

Wervingsfilm 'Paraat of prikkeldraad' van de Nationale Reserve uit 1948 in zwart/wit. De film is een productie van Polygoon Profilti.

titel

40 jaar Korps Nationale Reserve. Beschermen wat je dierbaar is.

auteur

drs. J.P.M. Schoenmakers

ISBN

9090021779

jaar

1988

pagina's

128

uitgeverij

Korps Nationale Reserve

titel

November Romeo, Treed Nader! De Nationale Reserve 1948-1998

auteurs

J. Hoffenaar & J.P.M. Schoenmakers

ISBN

9012085756

jaar

1998

pagina's

212

uitgeverij

Sdu Uitgevers

titel

Op herhaling. De Koninklijke Landmacht en haar reservisten 1945-2006

auteurs

Michiel de Jong & Jan Hoffenaar

ISBN

9789085063414

jaar

2002

pagina's

176

uitgeverij

Boom

Bij Koninklijk Besluit nr. 51 d.d. 26 augustus 1983 is aan het Korps Nationale Reserve een vaandel toegekend.

In dit besluit schreef Koningin Beatrix: "Ik reik u het vaandel uit. Ik doe dat met des te meer genoegen omdat hiermee ook een traditie wordt voortgezet. Mijn grootmoeder reikte in de periode tussen de twee wereldoorlogen verschillende malen aan vaandel uit aan onderdelen van de burgermilitie, die toen Vrijwillige Landstorm heette.”

Op de Bernhardkazerne in Amersfoort ontving de toen 35-jarige Nationale Reserve op 3 november 1984 het vaandel uit handen van Hare Majesteit. Luitenant-kolonel N.H. van Batenburg, die het vaandel in ontvangst nam, werd hiermee de eerste Korpscommandant van de NATRES.

Op dezelfde dag kreeg de Nationale Reserve, naast het vaandel, de Korpsstatus.

De wervingsposter 'Beschermen wat je dierbaar is' uit de jaren '90 is getekend door wildschilder Nico Bulder (1953). Velen dachten echter dat deze was vervaardigd door Rien Poortvliet. Dit valt te lezen in 'Het beste leger' van Casper van den Broek (pagina 178 t/m 181).

Medio 1950. Katholieke studenten bij de Nationale Reserve: "Jonge kerels, die als leden van de Nationale Reserve de fiere kruisdragers zijn van het Carolijnse wapenschild."

Bronnen: Katholiek Documentatie Centrum en Geheugen van Nederland (externe links).

Zie ook: Host Nation Support, parcours militair (Bakker's Bluff) en vijfde colonne.

Terug naar Boven

 

NATIONAL SUPPORT ELEMENT

Afgekort: NSE.

Eenheid die uitvoering geeft aan de nationale verantwoordelijkheid voor de logistieke ondersteuning van de combined en joint ingezette Nederlandse eenheden. Ondanks het gegeven dat er tegenwoordig feitelijk alleen nog maar in internationaal verband wordt opgetreden, blijft de logistieke ondersteuning dus een nationale aangelegenheid.

Het NSE maakt geen deel uit van de ingezette eenheid zelf, maar levert vanuit een LogBase (Logistic Base) de externe logistieke ondersteuning aan alle in het missiegebied ontplooide Nederlandse eenheden: dus alle Nederlandse contingenten, eenheden en individuen in het missiegebied.

Typerend voor de natie-specifieke ondersteuning van een NSE is dat deze eenheid, door de vele functionaliteiten, altijd is samengesteld uit vele andere eenheden.

Het NSE kan een ondersteuningscompagnie van de moedereenheid ondersteunen, wat afhankelijk is van onder meer de grootte van het missiegebied. Ook kan het NSE belast zijn met de coŲrdinatie van R.S.O.M.I.

Terug naar Boven

 

NATO COE-MED

Voluit: NATO Centre of Excellence for Military Medicine (externe link). Gevestigd aan de Szilágyi Erzsébet fasor (avenue) 20-22 in Budapest.

Op 15 mei 2009 opgerichte multinationale onderzoekskern met betrekking tot militaire gezondheidszorg, geleid door een kolonel. Het kenniscentrum is geaccrediteerd door de North Atlantic Council (Noord-Atlantische Raad), het hoogste politieke lichaam van de NAVO.

Het NATO COE-MED verzorgt onder andere trainingen in Emergency Management of Battlefield Injuries (EMBI), Emergency Medical Pre-Deployment Team (EMPT), Major Incident Medical Management and Support (MIMMS), NATO First Responder Trainer (FRT) Training, NATO Medical Evaluation (MEDEVAL) Course en Patient Evacuation Coordination Cell (PECC).

NATO Centre of Excellence for Military Medicine (NATO COE-MED)

Logo van de oefening VIGOROUS WARRIOR, in 2015 georganiseerd door het NATO Centre of Excellence for Military Medicine.

De missie van het COE-MED is het ondersteunen en assisteren van de Strategic Commands, andere NAVO-bestuurslichamen, landen en overige civiele en militaire organen door ondersteuning van de transformatie van de NAVO.

Daarmee verhoogt het COE-MED de medische ondersteuning van militaire operaties en levert ze Subject Matter Expertise (SME) op het gebied van de medische trainingen en evaluaties die tot certificering leiden, medische lessons learned gericht op tactische aspecten en het ontwikkelen en borgen van standaarden op het gebied van de militaire gezondheidszorg.

De COE-MED wordt dan ook betrokken in medische trainingen, het ontwikkelen van doctrines en standaarden, lessons learned en het evalueren van medische capabiliteit (bekwaamheden) in de NAVO-lidstaten.

Zie ook: lessons learned, Major Incident Medical Management and Support (MIMMS) en NAVO.

Terug naar Boven

 

NATO KENTEKEN

 

Terug naar Boven

 

NATO-LANDENCODES

Het 5de en 6de getal uit het 13 getallen tellende NATO Stock Number (NSN) is de NATO Country Code (landencode). Hieraan kan worden afgelezen waar het betreffende artikel, item of product vandaan komt.

Ook genaamd landenkengetal.

NUMERIEKE VOLGORDE

 

ALFABETISCHE VOLGORDE

 

00-09

Verenigde Staten

 

ArgentiniŽ

29

11

NAVO

 

AustraliŽ

66

12

Duitsland

 

BelgiŽ

13

13

BelgiŽ

 

BraziliŽ

19

14

Frankrijk

 

Bulgarije

50

15

ItaliŽ

 

Canada

20-21

16

TsjechiŽ

 

Chili

52

17

Nederland

 

Denemarken

22

18

Zuid-Afrika

 

Duitsland

12

19

BraziliŽ

 

Egypte

36

20-21

Canada

 

Estland

38

22

Denemarken

 

Fiji

48

23

Griekenland

 

Filippijnen

46

24

IJsland

 

Frankrijk

14

25

Noorwegen

 

FYROM

54

26

Portugal

 

Griekenland

23

27

Turkije

 

Groot-BrittanniŽ

99

28

Luxemburg

 

Hongarije

51

29

ArgentiniŽ

 

IJsland

24

30

Japan

 

IndonesiŽ

45

31

Israel

 

IsraŽl

31

33

Spanje

 

ItaliŽ

15

32

Singapore

 

Japan

30

34

MaleisiŽ

 

KroatiŽ

53

35

Thailand

 

Letland

55

36

Egypte

 

Litouwen

47

37

Zuid-Korea

 

Luxemburg

28

38

Estland

 

MaleisiŽ

34

39

RoemeniŽ

 

NAVO

11

40

Slowakije

 

Nederland

17

41

Oostenrijk

 

Nieuw-Zeeland

98

42

SloveniŽ

 

Noorwegen

25

43

Polen

 

Oman

56

44

Verenigde Naties

 

Oostenrijk

41

45

IndonesiŽ

 

Polen

43

46

Filippijnen

 

Portugal

26

47

Litouwen

 

RoemeniŽ

39

48

Fiji

 

Saoedi-ArabiŽ

70

49

Tonga

 

Singapore

32

50

Bulgarije

 

SloveniŽ

42

51

Hongarije

 

Slowakije

40

52

Chili

 

Spanje

33

53

KroatiŽ

 

Thailand

35

54

FYROM

 

Tonga

49

55

Letland

 

TsjechiŽ

16

56

Oman

 

Turkije

27

66

AustraliŽ

 

VAE

71

70

Saoedi-ArabiŽ

 

Verenigde Staten

00-09

71

VAE

 

Verenigde Naties

44

98

Nieuw-Zeeland

 

Zuid-Afrika

18

99

Groot-BrittanniŽ

 

Zuid-Korea

37

Terug naar Boven

 

NATO-MATRAS

IDuits: NATO-Matratze. Engels: NATO-mattress. Denigrerende benaming voor een vrouw, niet per se beroepsmatig van lichte zeden, die zich ophoudt in de nabijheid van kazernes om met iedere gegadigde die normaliter een uniform draagt uit te gaan. Het ‘stappen’ is vaak een middel om het doel – seks – te bereiken. Om deze reden gedragen en kleden dergelijke vrouwen zich in de regel ontuchtig. De NATO-matras was een wijd verbreid fenomeen ten tijde van de Legerplaats Seedorf.

De rapportage ‘Ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht’ van de Commissie Onderzoek Ongewenst Gedrag binnen de Krijgsmacht, d.d. 29 september 2006, citeert een tweede betekenis: “Vrouwelijke militairen die meerdere seksuele partners hebben gehad zijn kwetsbaar als het gaat om hun reputatie en krijgen de bijnaam ‘Nato-matras’ of ‘Matras eerste klas’.”

Terug naar Boven

 

NATO MILITARY RELIEF HOSPITAL

Afgekort: NMRH. Voluit: 1 (NLD) NATO Military Relief Hospital.

De Pakistaanse stad Bagh

Nadat Pakistan op 8 oktober 2005 werd getroffen door een aardbeving met de kracht van 7.6 op de Schaal van Richter, overleden ± 80.000 mensen, raakten er zo'n 100.000 gewond en werden ± 3 miljoen mensen dakloos. De NAVO zegde humanitaire noodhulp toe. Nederland droeg in eerste instantie bij met een field dressing station (FDS) van het Korps Mariniers, dat aanwezig was in het noorden van Afghanistan. Het FDS had onder andere de beschikking over 2 Intensive Care-bedden.

In november 2005 nam de Koninklijke Landmacht de missie over: 1 (NLD) NATO Military Relief Hospital is in de stad Bagh operationeel geweest tussen 9 november 2005 en 10 januari 2006. Het was de eerste NAVO-operatie op Pakistaanse grondgebied.

Het Nederlandse noodhospitaal in Bagh (© foto: Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, 64ste jaargang, juli 2011, nummer 4).

Het hospitaal heeft in die tijd ruim 4.600 mensen behandeld. Bij de dagelijkse bezoeken met de Mobiele Medische Teams, die per voertuig of ezelpatrouille werden afgelegd aan afgelegen oorden in de wijde omgeving, nog eens 3.300. In totaal zijn in Pakistan 8.314 patiënten geholpen.

Het patiëntenaanbod varieerde van verwondingen als gevolg van de aardbeving, zoals (verwaarloosde) fracturen en brandwonden, tot verheugende zaken als geboorten (in totaal 11). Er werden 159 operaties uitgevoerd. Het aanzienlijke patiëntenaanbod werd onder meer veroorzaakt doordat lokale ziekenhuizen door de aardbeving volledig waren vernield.

Het personeel bestond uit militairen van 400 Geneeskundig Bataljon, Centraal Militair Hospitaal en Civiel Medisch Personeel (CMP'ers), maar ook Britten, Fransen, MacedoniŽrs, Portugezen en Tsjechen. Senior Medical Officer van het detachement was luitenant-kolonel Johan de Graaf, Clinical Director luitenant-kolonel chirurg Ignace Janssen.

De militairen die in het NMRH in Pakistan hebben gewerkt, ontvingen de Herinneringsmedaille voor Humanitaire Hulpverlening bij Rampen met de gesp 'Pakistan 2005'.

Terug naar Boven

 

NATOPS (NATIONALE OPERATIES)

Een van de onderdelen van de “derde hoofdtaak” van Defensie, zoals die is gedefinieerd in de Defensienota 2000: ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

In de Landmacht Doctrine Publicatie ‘Nationale Operaties’ (LDP IV, 2001) kwam de afkorting NatOps nog geen enkele keer voor.

NatOps zijn doorgaans gericht op het ondersteunen van de civiele autoriteiten, waarbij Defensie garant staat voor aanvullende ondersteunende capaciteiten. Daartoe behoren ook de bijdragen aan de interne veiligheid door bijvoorbeeld het internationaal vergaren van inlichtingen en door counterdrugsoperaties.

Inzet in het kader van Nationale Operaties vindt plaats in drie deelgebieden:

Ondersteuning
civiele
autoriteiten

 

Brandweer, CBRN-ontsmetting, ICT-voorzieningen, medische faciliteiten, politie, transport, waterzuivering e.v.a.

Host
Nation
Support
(HNS)

 

Gastlandsteun. Militaire en civiele steunverlening die tijdens een operatie door een gastland wordt geleverd aan troepenleverende landen (troop contributing nations, TCN) of internationale organisaties, die zijn ingezet op of zich verplaatsen over het grondgebied van het gastland.

Expeditionaire
Logistieke
Ondersteuning
(ELO)

Engels: Expeditionary Logistics Support.

Logistieke ondersteuning van Nederlandse eenheden bij hun inzet in het buitenland tijdens operaties en grote oefeningen, mogelijk op grote afstand van Nederland, zoals die wordt verleend tijdens inzet, voorbereiding en afronding. Hieronder valt ook de verplaatsing naar en vanuit het buitenland (inzetgebied) in het kader van de strategische mobiliteit (RSOMI). Wordt naar gelang de logistieke behoefte geformeerd uit eenheden die zich in de accentperiode bevinden.

Kenmerken van NatOps (volgens de Nederlandse Defensie Doctrine, 2005):

►Vinden in beginsel op het eigen, nationale grondgebied plaats, maar de logistieke ondersteuning van Nederlandse militairen die in multinationaal verband buiten Nederland optreden, wordt ook als een NatOps gezien.

►Kunnen plaatsvinden in vredesomstandigheden of in buitengewone omstandigheden, waarbij maatregelen uit het staatsnoodrecht van kracht zijn.

►Steun vindt plaats aan civiele autoriteiten of bondgenoten.

►Het niveau van geweldgebruik zal bij de uitvoering van de meeste NatOps veelal laag zijn, echter bepaalde activiteiten, zoals BBE-taken, kustwachttaken en beveiligingstaken kunnen (veel) geweld met zich meebrengen.

►Kunnen in combinatie met andere operaties plaatsvinden.

►Kunnen onder het gezag van of in samenwerking met civiele overheden worden uitgevoerd.

De samenwerking tussen civiele (overheids)actoren en Defensie is in de 21ste eeuw significant toegenomen. Liaisonofficieren (intermediairs) hebben vergaande contacten met civiele hulpverleningsinstanties, maken structureel deel uit van de civiele crisismanagementorganisatie, vervullen taken als officier veiligheidsregio (OVR) of officier beleidsteam (OBT), nemen deel aan oefeningen en leveren bijdragen aan draaiboeken.

NatOps haalt zijn inzetmiddelen uit de gehele Defensieorganisatie. Bij (dreigende) crises, rampen of grootschalige ordeverstoringen kunnen de civiele autoriteiten onmiddellijk een beroep doen op Defensie, bijvoorbeeld wanneer wordt geconstateerd dat de capaciteiten van civiele diensten als brandweer en politie niet toereikend zijn of de inzet van specifieke deskundigheid of specifiek materieel van Defensie vereist is.

Voorbeelden zijn de bestrijding van bos- en heidebranden met bambi buckets onder een transporthelikopter, het ruimen van explosieven door de EODD of het afgrendelen van een gebied als gevolg van mond-en-klauwzeer of varkenspest.

Afspraken in het kader van de Intensivering van Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) hebben ertoe geleid dat de krijgsmacht en de civiele veiligheidspartners in de veiligheidsregio's gezamenlijk procedures en inzetopties ontwikkelen en beoefenen. Op basis hiervan zijn per 1 januari 2007 Defensiecapaciteiten gegarandeerd. Binnen het geneeskundig functiegebied is dit, ter aanvulling op de lokale civiele ziekenhuiscapaciteit, de beschikbaarheid binnen 48 uur van:

Geneeskundige
hulpposten (6)

Voor triage en de eerstelijns zorg aan gewonden

Mobiel
noodhospitaal

Bestaat uit drie verpleeggroepen van elk 20 bedden, elk inclusief een C2-element

Ziekenautopeloton

Als aanvulling op de civiele ambulancecapaciteit voor gewondenvervoer van de hulpposten naar de diverse hospitalen

Voor NatOps zijn reservisten van de Nationale Reserve, die vanuit hun regionale en lokale binding en netwerken zijn verankerd in de burgermaatschappij, ideaal. Dit geldt ook voor de reservisten met een specifieke deskundigheid (RSD) die functies vervullen op het gebied van onder andere milieuhygiŽne, veterinaire deskundigheid of watermanagement.

Gezien het adagium 'Operaties zijn operaties' - operaties worden fundamenteel op dezelfde manier benaderd, waar die ook worden uitgevoerd - worden de planning, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van een NatOps op dezelfde wijze aangelopen als alle andere operaties.

Terug naar Boven

 

NATO RESPONSE FORCE

Schnelle Interventionstruppe der NATO.
Frans: Force de rťaction de l'OTAN.

Afgekort: NRF.

Feitelijk is de NRF het gestructureerde antwoord van de NAVO op nieuwe uitdagingen en bedreigingen, zoals het terrorisme.

Hoewel het initiatief tot de NRF op 24 en 25 september 2002 in Warschau is gelanceerd tijdens een informele ontmoeting van de ministers van Defensie van de NAVO-lidstaten, is het eigenlijke concept van de NRF geboren op 21 en 22 november 2002 tijdens de NAVO-topconferentie in Praag. Al in juni 2003 is in Brussel het NRF-concept geaccordeerd door de gezamenlijke Ministers van Defensie van de NAVO met de presentatie van Military Committee Directive MC-477 ('Military Concept for the NATO Response Force').

De rol van de NRF is het leveren van geïntegreerde en volledig interoperabele land-, lucht- en zeestrijdkrachten, onder ťťn commando, waar ook ter wereld om een conflict of escalatiedreiging te voorkomen.

Het principe van de NRF is een snelle interventiemacht die met een korte notice to move van 5 tot 30 dagen kan worden ingezet.

De NRF is joint en combined , wordt voor iedere missie tailor-made samengesteld, is geschikt voor het optreden in het hoge geweldsspectrum (worst case-scenario) en heeft een voortzettingsvermogen dat een logistieke onafhankelijkheid garandeert van 30 dagen.

Kernbegrippen van de NRF zijn:

Deployable (Inzetbaar)
Flexible (Flexibel)
Interoperable (Uitwisselbaar)
Sustainable (Duurzaam)
Technologically advanced (Technologisch geavanceerd)

De missies die de NRF, ontplooid als een zelfstandige ("stand-alone") eenheid, kan uitvoeren staan omschreven in MC-477 (Military Concept for the NATO Response Force):

Crisis Response Operations (CRO)

► Embargo Operations

Non-combattant Evacuation Operations (NEO)

► ondersteuning van contra-terrorism (CT)

► ondersteuning van Consequence Management (CBRN of humanitaire crisis)

► ontplooien als Initial Entry Force (IEF) - als eerste eenheid in het inzetgebied - om de aankomst van follow-on forces in een Joint Operations Area te faciliteren in een operationele omgeving die tolerant (permissive), onzeker (uncertain) of vijandig (hostile) is, zoals Peace Enforcement

► ontplooien ter demonstratie van de vastberadenheid van de NAVO-lidstaten

De halfjaarlijkse rotaties van de NRF zijn gebaseerd op een periode van eenheidstraining, vervolgens zes maanden systeem- en interoperabiliteitstraining en tot slot zes maanden onmiddellijke beschikbaarheid ("on call").

De NRF-samenstelling is gebaseerd op een landelement van brigadegrootte (inclusief Special Forces e.a.), een maritiem element dat bestaat uit een joint Task Force en een air power element dat geschikt is om tweehonderd (200) combat missions per dag te vliegen.

Het op 19 mei 2004 officieel opgerichte Allied Command Operations (ACO) op het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) in Mons (België) heeft de leiding over de NRF, inbegrepen de standaardisering, certificering en oefening.

Wat zijn/worden de wapenfeiten van de NRF, met name gericht op de inbreng van Nederland in de NRF:

15 oktober 2003

Tijdens een ceremonie op HQ AFNORTH in Brunssum is de NRF officieel geactiveerd door de Britse generaal Jack Deverell (CINC-AFNORTH) en de Amerikaanse generaal James Jones (SACEUR)

15 november 2003

Generaal Jack Deverell neemt het eerste commando van de NRF op zich, die in totaal 9.000 militairen telt

20 november 2003

In het Turkse Doganbey, Izmir vindt de eerste NRF-demonstratie plaats onder de naam ALLIED RESPONSE

juni/juli 2004
NRF-certificeringsoefening BISON MEDIC RESPONSE (FTX) vindt plaats voor de eenheden van de Medical Task Force NRF-4
oktober 2004
Oefening HEROIC DWORD (CPX/FTX) vindt plaats voor de eenheden van NRF-4.
november 2004
NRF-certificeringsoefening ALLIED WARRIOR vindt plaats ten behoeve van 1GNC
januari t/m juni 2005

Eerste "on call" -fase voor Nederland:
1GNC voert Land Component Command (LCC) over NRF-4 aan met onder andere 3.100 Nederlanders (exclusief nationale logistieke ondersteuning); daadwerkelijke inzet van (een deel van) NRF-4 wordt zeer waarschijnlijk geacht.

oktober 2006

De NRF bereikt de status van Full Operational Capability (FOC) met een gepland totaal van 21.000 militairen.

januari t/m juni 2008

Tweede "on call"-fase voor Nederland:
1GNC voert NRF-10 aan.

Zowel voorbereidings- als "on call"-fase komen wat de Nederlandse krijgsmacht betreft bovenop de lopende verplichtingen, zoals de missies in Afghanistan (ISAF), BosniŽ (SFOR) en Irak (SFIR).

43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte levert het leeuwendeel van de eenheden en dus ook van het personeel binnen de Land Component Command van NRF-4.

Meer informatie over de NRF is te vinden via de websites van het Regional Headquarters Allied Forces North Europe (AFNORTH), het Allied Command Europe Rapid Reaction Corps (ARRC) en het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE).

Zie ook: E.U. Battle Group (EUBG) en force generation.

Terug naar Boven

 

NATO-spelalfabet

NATO Buchstabieralphabet.
NATO phonetic alphabet.
alphabet phonťtique de l'OTAN.

De militair dient uit het hoofd woorden te kunnen spellen met behulp van het NATO-spelalfabet.

Dit komt de uniformiteit in spelling, taalgebruik en het voeren van radiocommunicatie (het verzenden en beantwoorden van berichten tijdens de radiotelefonieprocedure) ten goede.

Conform het Memorandum voor Radiotelefonie (IK 11-7) wordt bij het noemen van de letters of lettergrepen van een woord de dienstuitdrukking "Ik spel" gebruikt bij het verzenden van afkortingen, moeilijk uitspreekbare of moeilijk verstaanbare woorden of wanneer de schrijfwijze afwijkt van het spraakgebruik.

Hierbij moet het onderstaande NATO-spelalfabet worden gebruikt:

LETTER

SPELLING

 

A

ALFA

B

BRAVO

C

CHARLIE

D

DELTA

E

ECHO

F

FOXTROT

G

GOLF

H

HOTEL

I

INDIA

J

JULIET

K

KILO

L

LIMA

M

MIKE

LETTER

SPELLING

 

N

NOVEMBER

O

OSCAR

P

PAPA

Q

QUEBEC

R

ROMEO

S

SIERRA

T

TANGO

U

UNIFORM

V

VICTOR

W

WISKEY

X

X-RAY

Y

YANKEE

Z

ZULU

 
► Bij combinaties van cijfers en letters worden de cijfers op z'n Engels uitgesproken.

► IJ wordt gespeld als INDIA JULIETT.

► De Duitse letter ß (Ringel-S) wordt uitgesproken als Sierra-Sierra.

► Een letter met een trema (twee stippen boven de klinkers A, O, I of U) wordt uitgesproken als respectievelijk Alfa-Echo, India-Echo, Oscar-Echo of Uniform-Echo.

► Groepen van letters worden letter voor letter uitgesproken.

Getallen worden cijfer voor cijfer uitgesproken:

Cijfer

Nederlands

0

Nul

1

ź…ťn

2

Twee

3

Derie

4

Vier

5

Vijf

6

Zes

7

Zeuven

8

Acht

9

Negen

In het Engels wordt 4 (four) uitgesproken als "fower" en 9 (nine) als "niner".

Een getal van twee cijfers wordt cijfer voor cijfer uitgesproken. Voorbeeld: 96 wordt uitgesproken als "negen zes". Dit geldt ook voor getallen van vier of meer cijfers, zoals kaartcoŲrdinaten en tijdsaanduidingen; ook deze worden uitgesproken in groepen van twee cijfers. Voorbeeld: 10.45 uur wordt uitgesproken als "ťťn nul vier vijf uur".

Citaat uit Tango Twee. Si vis pacem, para bellum (externe link). Tango, de twintigste letter uit het (NATO-spel)alfabet, klinkt fonetisch als "Teng go".

Zie ook: data & tijden, datumtijdgroep (dtg), kaartcoordinaat en roepnamen.

Terug naar Boven

 

NATO STOCK NUMBER

Versorgungsnummer.
Numťro de Nomenclature OTAN (NNO).

Afgekort: NSN.

13-cijferig getal dat door de lidstaten van de NAVO aan ieder uniek artikel wordt toegewezen volgens het NATO Codification System (NCS). Het NCS wordt geleid door een NATO Cadre Group die bestaat uit de nationale hoofden van Codification Allied Committee 135 (AC/135). AC/135 houdt zich onder andere bezig met het toekennen en catalogiseren van NATO Stock Numbers.

Het NCS is gebaseerd op de NATO-Standardization Agreement (STANAGS) 3150 (Uniform System of Supply Classification) en 3151 (Uniform System of Item Identification).

Een voorbeeld is de zaklamp MX-991/U, onder andere in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, die als NSN 6230-00-264-8261/0 heeft.

Het NSN kan worden ontleed in vier groepen van getallen, onderbroken door een plat streepje, met achter de schuine streep het controlegetal:

6230 Groepsnummer NATO Supply Classification Code (NSC)
00 Landenkengetal NATO Code for National Classification (NCB)
264

8261

Artikelidentificatienummer Non-Significant Number
0 Controlegetal

Het landenkengetal geeft in welk land het unieke artikel is geproduceerd: in dit geval staat de tweecijferige combinatie 00 voor de Verenigde Staten. Wanneer het artikel in Nederland is geproduceerd is het landenkengetal 17.

De laatste negen cijfers van het NSN (NSN minus groepsnummer) is het NATO Item Identification Number (NIIN).

Om het controlegetal, indien niet gegeven, te berekenen moeten de laatste drie cijfergroepen bij elkaar worden opgeteld en gedeeld door 11. In bovenstaand voorbeeld: (00 + 264 + 8261) : 11 = (8525 : 11) = 775,0.

Het restgetal van de uitkomst - m.a.w. het getal dat niet meer kan worden gedeeld zonder dat het een breuk wordt - is het controlegetal. Het controlegetal is onder andere terug te vinden in de Organisatie Tabel en Autorisatie Staat (OTAS), de lijst van alle personeel en materieel binnen een eenheid.

Binnen de NAVO zijn miljoenen actieve NSN's, waarvan het merendeel is toegewezen aan de Verenigde Staten. De artikelen lopen uiteen van handgranaten tot geleide projectielen, van stukken zeep tot wasmachines, van zaklampen tot bouwlampen.

Zie ook: NATO-landencodes.

Terug naar Boven

 

NATTE GROEP

Bad- en wasfaciliteit, met name geloceerd in een Porta Cabin of andere gecontaineriseerde of geprefabriceerde ruimte. De ruimte is uitgerust met airconditioning, boilers, douches, spiegels, toiletten, urinoirs, ventilators en/of wasbakken met kranen.

In Uruzgan bestaat een natte groep uit 2 containers met 2 douches, 2 toiletten, 2 urinoirs en 4 wasbakken. Verder is elke container voorzien van airconditioning en verwarming. Per stuk kosten de containers € 30.000.

Terug naar Boven

 

NAUTISCHE SCHEMERING

Bij de planning van operaties hanteert de krijgsmacht de tijdstippen van de nautische ochtend- en avondschemering om de wisseling van dag- naar nachtomstandigheden en vice versa uit te drukken (lichtgegevens).

Nautische schemering is de periode waarin het middelpunt van de zon zich tussen 12º en 6º onder de westerse horizon bevindt. Hoewel de horizon niet duidelijk zichtbaar is, kunnen de omtrekken van objecten die boven de horizon uitsteken nog wťl worden waargenomen.

In de nautische schemering zijn, althans bij een wolkenloze hemel, de navigatiesterren zichtbaar en kunnen bewegende voorwerpen tot op een afstand van Ī 300 meter worden waargenomen.

BNMS
Begin Nautische Morgen Schemering
Beginn der nautischen Morgendšmmerung.
Beginning Morning Nautical Twilight (BMNT).
lever du soleil (crťpuscule nautique).

De tijd tussen het moment dat de zon 12 graden onder de horizon staat en zonsopkomst.

Het tijdstip valt globaal ťťn uur vůůr zonsopkomst. De periode van daglicht begint bij praktisch volledige duisternis en eindigt bij vol daglicht (zonsopkomst).

ENAS
Einde Nautische Avond Schemering
Ende der nautischen Abenddšmmerung.
End of Evening Nautical Twilight (EENT).
fin du crťpuscule nautique du soir.

De tijd tussen zonsondergang en het moment dat de zon 12 graden onder de horizon staat.

Het tijdstip valt globaal één uur na zonsondergang. De periode van daglicht begint bij zonsondergang en eindigt bij volledige duisternis.

  

UNIFORME DAGLICHT PERIODE

De luchtvaart kent de Uniforme Daglicht Periode (Uniform Daylight Period, UDP).

Het Nederlandse Luchtverkeersreglement stelt dat de UDP 15 minuten vůůr zonsopkomst begint en 15 minuten na zonsondergang eindigt.

De UDP heeft te maken met de Visual Flight Rules (VFR) die, naast de weersomstandigheden, bepaalt of vliegen op zicht is toegestaan.

BNMS en ENAS zijn belangrijk om te weten of militair optreden onder donkere of verduisterde omstandigheden plaatsvindt.

Tijdens de nautische avondschemering zijn de omtrekken van objecten bij afwezigheid van verlichting nog herkenbaar; dit geldt dus niet in de bebouwde kom dan wel verstedelijkte gebieden.

De tijd van zonsopkomst of -ondergang kan afwijken door de opbouw van de atmosfeer ("optisch bedrog"), topografie (geaccidenteerd terrein of obstakels) of de hoogte van de waarnemer.

Militairen zijn in de perioden BNMS en ENAS verhoogd waakzaam; desnoods worden zelfs (verdedigende) opstellingen betrokken (gevechtsvaardigheid algeheel).

In deze perioden zullen militairen aanvallen lanceren. Daarbij is een aanval in ENAS voor de aanvaller het meest lonend.

De aanvallende partij kan een daaropvolgende nachtelijke periode niet alleen uitbuiten om zijn eigen posities te consolideren, ůůk de chaos en onmacht aan vijandzijde. Bovendien zijn helderheidsversterkers niet meer effectief.

► Bron: 'Military Operations under Special Conditions of Terrain and Weather', I. M. Datz (Lancer Publishers, 2008).

Zie ook: aanval, consolidatie en data & tijden.

Terug naar Boven

 

NAVO

Afkorting van Noord-Atlantische Verdrags Organisatie.

Duits: Nordatlantikvertrag-Organisation. Engels: North Atlantic Treaty Organisation (NATO). Frans: Organisation du Traitť de l'Atlantique Nord (OTAN).

De NAVO is opgericht na de Tweede Wereldoorlog door BelgiŽ, Canada, Denemarken, Frankrijk, Groot-BrittanniŽ, IJsland, ItaliŽ, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal en de Verenigde Staten. Het verdrag is getekend op 4 april 1949 in Washington D.C.

In 1963 kwam er van Franse zijde kritiek op de Amerikaans-Britse plannen inzake de NAVO; in ’65 ontvingen alle Franse troepencontingenten van de regering de order verdere deelname aan de gemeenschappelijke manoeuvres van het bondgenootschap op te schorten. Frankrijk maakte in het vervolg geen deel meer uit van de militaire organen van de NAVO en in '66 werden de militaire instanties uit Parijs verhuisd. Het geallieerde opperbevel (Supreme Allied Commander, SACEUR) trok naar Bergen (Mons) en Casteau in BelgiŽ. De SACEUR is altijd een Amerikaanse generaal.

In 2000 bestond de NAVO meer dan 50 jaar.

De Secretaris-Generaal, de hoogste civiele functionaris binnen de NAVO, was tot op heden driemaal een Nederlander: Dirk Stikker (1961-1964), Joseph Luns (1971-1984) en Jaap de Hoop Scheffer (2004-2009).

Het NAVO-verdrag regelt onder andere de wederzijdse verdediging en supranationale samenwerking van de krijgsmachten van de meeste westerse landen. De kern van het NAVO-verdrag wordt vernoemd in Artikel 5 van het NAVO-verdrag. Dit geeft aan dat in geval van een aanval op ťťn van de lidstaten deze aanval door de andere lidstaten zal worden opgevat als een aanval op alle lidstaten; vervolgens zullen alle lidstaten samenwerken om de aanval af te slaan.


De huidige 28 lidstaten van de NAVO zijn:

Listaat

Jaar van toetreding

AlbaniŽ2009

BelgiŽ

1949

Bulgarije

2004

Canada

1949

Denemarken

1949

Duitsland

1955

Estland

2004

Frankrijk

1949

Griekenland

1952

Groot-BrittanniŽ

1949

Hongarije

1999

IJsland

1949

ItaliŽ

1949

KroatiŽ2009

Letland

2004

Litouwen

2004

Luxemburg

1949

Nederland

1949

Noorwegen

1949

Polen

1999

Portugal

1949

RoemeniŽ

2004

SloveniŽ

2004

Slowakije

2004

Spanje

1982

TsjechiŽ

1999

Turkije

1952

Verenigde Staten

1949

Download hier 'NAVO 60 jaar. Verjaardag in oorlogstijd' - Juurd Eijsvogel (M, het maandblad van NRC Handelsblad, maart 2009, 7 maart 2009, pagina 30 t/m 34)

Op 1 april 2009 zijn AlbaniŽ en KroatiŽ toegetreden tot de NAVO. Door de uitbreiding bestaat het bondgenootschap nu uit 28 landen.

Op 3 augustus 2009 is bekendgemaakt dat de voormalige Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, voorzitter wordt van een expertgroep van de NAVO die moet komen tot een nieuw Strategisch Concept. De expertgroep is opgericht op verzoek van de nieuwe Secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Ramussen.

Volgens Ramussen is dit nodig vanwege de opkomst van dreigingen als internationaal terrorisme, cybercrime en piraterij. Het huidige Strategisch Concept dateert van 1999, voordat op 11 september 2001 zo'n drieduizend mensen om het leven kwamen bij de terroristische aanvallen op New York, het ontstaan van cybercrime, de neergang en opkomst van de Taliban in Afghanistan en de piratenaanvallen in de Golf van Aden.

Vice-voorzitter van de twaalf man sterke expertgroep wordt de voormalige bestuursvoorzitter van Royal Dutch Shell, Jeroen van der Veer. Onder de overige tien experts bevinden zich de Britse oud-Minister van Defensie Geoff Hoon, de voormalig gezant bij de NAVO voor Turkije, Umit Pamir, de president van de Franse nationale bibliotheek en tevens strategie-expert, Bruno Racine, de Poolse oud-Minister van Buitenlandse Zaken Adam Daniel Rotfeld en een aantal carriŤrediplomaten.

Het plan van de expertgroep zal op de NAVO-topconferentie in Lissabon in 2010 ter goedkeuring aan de leiders van de NAVO-lidstaten worden voorgelegd.

Alle NAVO-uitbreidingen in ťťn kaart: 1949 (oprichting van het Noordatlantisch bondgenootschap), 1952, 1955, 1982, 1990, 1999, 2004 en 2009. (Bron: Armex. Onafhankelijk Defensiemagazine, 94ste jaargang, augustus 2010, nummer 4).

"Rusland valt aan de Europese oostgrens OekraÔne aan", herhaalde NAVO Secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen op de slotdag van de NATO Summit Wales 2014 (4 en 5 september 2014).

Wakker geschud door de oorlog die de Russische president Vladimir Poetin in OekraÔne is gestart, kondigde de NAVO maatregelen af voor zowel OekraÔne als de Oost-Europese NAVO-landen: militaire oefeningen, bescherming van het luchtruim, marinepatrouilles en -oefeningen en verkenningen van het luchtruim.

De rode stippellijn geeft de grens aan van de Russische invloedssfeer tot het einde van de Koude Oorlog (1990).

De afbeelding behoort bij het artikel 'NAVO hervindt bestaansrecht' van Tijn Sadťe in NRC Handelsblad d.d. 6 september 2014. De volledige afbeelding kan hier worden gedownload.

Zie ook: drielettercodes, dienstplicht, Koude Oorlog, NATO Response Force (NRF) en Very High Readiness Joint Task Force (VJTF).

Terug naar Boven

 

NAVO-5-PARAGRAFENBEVEL

Zie voor uitgebreide uitleg: bevel.

Zie ook: beoordeling van toestand (BVT), operationeel besluitvormingsproces (OBP) en O.T.V.O.E.M.

Terug naar Boven

 

NBC

Betekenis: Nucleair, Biologisch, Chemisch. Verouderde benaming voor wat tegenwoordig NAVO-breed C.B.R.N. wordt genoemd: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair.

NBC werd ook wel ABC genoemd: Atomair, Biologisch, Chemisch. Zowel NBC, ABC als CBRN duiden op onconventionele strijdmiddelen die kunnen worden gebruikt.

Ook wel aangeduid als massavernietigingswapens. Van de verspreiding van massavernietigingswapens gaat een groeiende bedreiging uit, zoals bij internationaal terrorisme.

Zie ook: C.B.R.N. en massavernietigingswapens.

Terug naar Boven

 

NEC TEMERE, NEC TIMIDE

"Weder Furchtsam Noch Unbesonnen."
"Neither rashly nor timidly".

Het in het Latijn gestelde motto van 11 Luchtmobiele Brigade is 'Nec Temere, Nec Timide'. In het Nederlands betekent dit: "Noch roekeloos, noch vreesachtig."

De wapenspreuk geeft aan dat de militair van 11 Luchtmobiele Brigade zich weliswaar zorgen maakt met betrekking tot de gevolgen van een handeling of het daaraan verbonden gevaar, maar zeker niet dat hij bang is uitgevallen.

In Duitsland is dit tevens de zinspreuk van de Hansestadt Danzig. Ook is dit het motto van het Amerikaanse 12th Field Artillery Battalion uit Fort Meyer, Virginia, dat in de Eerste Wereldoorlog, als een integraal onderdeel van de 2nd (US) Division, slag voerde in Frankrijk.

Terug naar Boven

 

NEDERLANDS DETACHEMENT VERENIGDE NATIES (KOREA)

Afgekort: NDVN.

Bij MinisteriŽle Beschikking van 25 september 1950 wordt op 15 oktober 1950 het Nederlands Detachement Verenigde Naties opgericht.

Het NDVN wordt ook wel Van Heutsz Bataljon genoemd, omdat alle leden registratief onder het Regiment Van Heutsz vallen.

Vanaf 1 juli 1950 neemt het regiment bij Koninklijk Besluit de tradities van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) over. Het NDVN telt veel IndiŽveteranen in de gelederen

Op 25 juni 1950 trekken zeven volledig door de Sovjet-Unie uitgeruste Noord-Koreaanse infanteriedivisies de 38e breedtegraad over naar het westers georiŽnteerde Republiek Korea (Zuid-Korea). De initiŽle aanval wordt aangevoerd door 230 Russische T-34 tanks.

Dankzij een boycot van de vergaderingen door de Sovjet-Unie kan de VN-Veiligheidsraad al op de eerste oorlogsdag besluiten een VN-vredesmacht naar Zuid-Korea te sturen. (De Sovjet-Unie protesteert hiermee tegen de weigering de in 1949 uitgeroepen Volksrepubliek China een zetel in de Verenigde Naties te geven.)

Hoewel in resolutie 82 nog slechts een sterke veroordeling van de aanval wordt uitgesproken, arriveren al binnen een week de eerste Amerikaanse troepen in Zuid-Korea.

Op 27 juni 1950 neemt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 83 aan, die "een schending van de vrede" vaststelt van Noord-Koreaanse troepen in Zuid-Korea en beveelt dat de lidstaten van de VN Zuid-Korea helpen de aanval af te weren en de internationale vrede en veiligheid in de regio te herstellen. Ook deze resolutie kan door afwezigheid van de Sovjet-Unie worden aangenomen.

Resolutie 84 is historisch gezien de belangrijkste: het is de eerste poging van de Verenigde Naties om in het kader van de collectieve veiligheid een oorlog te stoppen en de vrede te herstellen. Resolutie 84 wordt aangenomen op 7 juli 1950.

Evenals tien andere VN-lidstaten neemt Nederland deel aan het United Nations Command. Het NDVN zal ter beschikking worden gesteld aan de commandant van de troepenmacht in Zuid-Korea om een peace enforcement operatie uit te voeren.

Het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954 - adjudant b.d. R.K. Meijer (De Onderofficier, 1985-1987)

Op 11 augustus 1950 start de werving van oorlogsvrijwilligers voor Korea. Om in aanmerking te komen zijn minimaal een jaar ervaring in werkelijke dienst, een leeftijd van minstens 19 jaar en tropengeschiktheid vereist.

Na een oproep in de landelijke dagbladen stromen de vrijwilligers toe naar de Alexanderkazerne in Den Haag, die ook het opleidingscentrum is. In de jaren 1950-'54 melden zich in totaal 16.225 vrijwilligers, van wie 75% in Nederlands-IndiŽ heeft gediend.

◄ Adjudant b.d. R.K. Meijer schrijft in de jaren 1985-'87 voor het vakblad De Onderofficier in 20 delen 'Het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954'.

Het NDVN heeft de sterkte van een bataljon. In eerste instantie telt het bataljon twee, later drie tirailleurcompagnieŽn, en een ondersteuningscompagnie. Alleen de tirailleurcompagnieŽn zijn organiek op sterkte, elk 190 militairen.

De staf- en ondersteuningscompagnie van het bataljon zijn echter ondervuld, de derde tirailleurcompagnie laat nog op zich wachten. Dit is de hoofdreden dat in de loop der jaren in totaal 26 aanvullingsdetachementen naar Zuid-Korea worden gestuurd.

Omslag van een voorlichtingsbrochure over het NDVN.

Pas op 25 mei 1951 zorgt aanvulling voor de totstandkoming van de derde tirailleurcompagnie (Charlie Compagnie); het laatste aanvullingsdetachement vertrekt pas op 27 juli 1954 naar Korea.

Op 26 oktober 1950 vertrekt de eerste lichting van ruim zeshonderd Nederlandse militairen vanuit Rotterdam met het troepentransportschip Hr. Ms. Zuiderkruis naar Korea: 634 militairen en twee verpleegsters van het Vrouwen Hulp Korps.

Het schip komt op 23 november 1950 in Pusan de zuidoostkust van Korea aan.

Het detachement wordt op 13 december als vierde bataljon ingedeeld bij het Amerikaanse 38th Regiment 'Rock of the Marne'.

Het Amerikaanse 38e regiment maakt deel uit van de 2nd (US) Infantry Division 'Second to None' - beter bekend als: 'Indian Head' - van de 8th (US) Army.

De 8th (US) Army in Korea telt dan vier legerkorpsen: 1st (US) Corps, 9th (US) Corps, 10th (US) Corps en het 1e Zuid-Koreaanse legerkorps.

De onderbezetting van het NDVN wordt aangevuld met een honderdtal Katusa's (Korean Troops with the US Army).

Gesteund door de Katusa's, die vanwege hun geringe militaire kwaliteiten met name worden ingezet voor ondersteunende taken, wordt het NDVN al in december 1950 aan het front ingezet om een nieuwe opmars van de Noord-Koreanen en Chinezen te voorkomen.

Intussen zijn de VN-troepen teruggedrongen tot de perimeter van Pusan.

Op 15 september hebben amfibische landingen bij Inchon aan de Koreaanse westkust het tegenoffensief van de VN-troepen ingeleid en lukt het een tweede front te vormen.

Weliswaar bereiken de VN-troepen de 38e breedtegraad, de Chinezen trekken na de landingen bij Inchon een leger samen langs de rivier Jaloe. Voor het eerst raken Amerikaanse troepen slaags met de 300.000 (!) Chinese vrijwilligers.

De inmenging van China in de strijd resulteert in een chaotische terugtrekking van de VN-troepenmacht.

Bij aankomst van de Nederlanders zijn, door toedoen van het Chinese nieuwjaarsoffensief, de krijgskansen van de VN-troepen ten nadele gekeerd. Het NDVN krijgt opdracht met spoed richting het trainingskamp in Taegu te reizen voor een aanvullende opleiding en zich bij het VN-leger te voegen.

Vanuit Taegu verplaatst het NDVN op 31 december 1950 naar de omgeving van Hoengsong, ten oosten van Seoul.

Pas op 24 januari 1951 komt het Chinese offensief stilstand bij de rivier Han ten zuiden van de 38e breedtegraad.

Generaal Douglas MacArthur is de opperbevelhebber van het United Nations Command. De 8th (US) Army, waar het NDVN is ingedeeld, wordt geleid door generaal Walton Walker, later door generaal Matthew Ridgway.

Vanaf oktober 1950 is overduidelijk dat China aan Noord-Koreaanse zijde meevecht. Hierop wil generaal MacArthur China binnenvallen. De Amerikaanse president Harry Truman en zijn Joint Chiefs of Staff vrezen dat dit een nieuwe wereldoorlog zal ontketenen, maar generaal MacArthur uit in het openbaar zijn ongenoegen over Trumans beleid. President Truman rest geen andere keuze dan generaal MacArthur, op 11 april 1950, te ontslaan. MacArthur wordt vervangen door generaal Ridgway.

In de Koreaoorlog levert het NDVN aan vele, soms zeer zware gevechtsacties belangrijke bijdragen.

De meest in het oog springende acties vinden plaats bij Hoengsong, Wonju (Heuvel 325) en in de "Punchbowl", noordelijk van het oord Inje (Heuvel 549) aan de rivier Soyang:

Hoengsong

4 - 12 februari 1951

Wonju (Heuvel 325)

13 - 16 februari 1951

Inje (Heuvel 549)

29 mei - 8 juni 1951

Op 12 februari 1951 sneuvelt de eerste commandant van het NDVN, luitenant-kolonel M.P.A. den Ouden, met veertien anderen bij Hoengsong. Met misleiding overvallen vierhonderd Chinezen, verkleed als Zuid-Koreaanse militairen en bewapend met Amerikaanse wapens, de bataljonscommandopost.

Na het overlijden van Den Ouden komt het commando in handen van majoor, later: luitenant-kolonel, W.D.H. Eekhout.

Overste Den Ouden wordt postuum benoemd tot ridder der 4e klasse in de Militaire Willems-Orde. Van alle Nederlanders die in Korea hebben gediend, ontvangen er drie de hoogste dapperheidsonderscheiding. Dezelfde eerbewijzen vallen soldaat Johan Frans Ketting Olivier en kapitein Johannes Anemaet ten deel:

► kapitein Johannes Anemaet leidt als plaatsvervangend commandant van de Alfa Compagnie van het NDVN op 14 en 15 februari 1951 de geslaagde aanval op de door Chinese troepen bezette Heuvel 325;

► soldaat Johan Frans Ketting Olivier sneuvelt tijdens diezelfde bestorming als hij, met de bajonet op het geweer geplaatst, als eerste een vijandelijke heuvelstelling binnendringt.

Verder worden vijf militairen onderscheiden met de Bronzen Leeuw, negentien met het Bronzen Kruis en vier met het Kruis van Verdienste.

De militairen die aan gevechten hebben deelgenomen zijn gerechtigd tot het dragen van de Combat Infantryman Badge.

Op 27 juli 1953 wordt in Panmoenjon de wapenstilstand tussen Noord- en Zuid-Korea gesloten.

De Combat Infantryman Badge.

De enige 'hete oorlog' uit de Koude Oorlog heeft Ī 4 miljoen doden en gewonden geŽist, onder wie bijna 34.000 Amerikaanse militairen. Tot overmaat van ramp ligt de grens tussen het noorden en zuiden niet veel anders dan aan het begin van de oorlog en duurt de verdeling van de beide Korea's tot de dag van vandaag voort.

In oktober 1954 keren de laatste Nederlanders terug naar het vaderland en op 15 december 1954 zetten de laatste vrijwilligers van het bataljon voet op Nederlandse bodem.

In vier jaar oorlog in Zuid-Korea worden in totaal 4.748 Nederlandse militairen ingezet, ongeveer een kwart van de vrijwilligers die zich hebben aangemeld. Van hen behoort 65% tot de landmacht, de overigen tot het Korps Mariniers.

In totaal sneuvelen of overlijden (door ongevallen en ziekte) 123 Nederlandse militairen.

Het aantal zieken en gewonden onder de Nederlanders bedraagt 645, van wie 381 gewond raken in gevechtsacties, 52 door ongevallen, 26 door oefeningen en 186 door ziekte. Drie Nederlanders worden als vermist (MIA) opgegeven.

Daarmee heeft het NDVN de zwaarste verliezen geleden die ooit bij de Koninklijke Landmacht in bataljonsverband zijn voorgekomen.

Het grootste deel van de in Korea omgekomen militairen, 116, ligt begraven op het United Nations Memorial Cemetery, het ereveld in Tanggok, net buiten Pusan.

Op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal is in 1982 een monument, geschonken door het Koreaanse volk, onthuld ter nagedachtenis aan de Koreaveteranen.

De Koreaveteranen zijn verenigd in de Vereniging van Oud-Korea Strijders (VOKS, externe link), die onder meer jaarlijks herdenkingen houdt op de Oranjekazerne, de bakermat van het Regiment Van Heutsz.

12 Infanteriebataljon Air Assault Regiment Van Heutsz zet niet alleen de tradities voort van het KNIL, ook die van het NDVN.

In 1977 is de 'Indian Head' officieel ingevoerd als borstzakembleem.

In januari 1951 maakte het NDVN de eerste Noord-Koreaan krijgsgevangen. De foto is gemaakt door de Nederlandse Nederlandse legerfotograaf en -correspondent Wim Dussel, die van november 1950 tot augustus 1951 in Korea was. Als commentaar bij de foto tekende Dussel op: "Tegen zulke mensen vecht men nu."

Na de Korea-oorlog is de Nederlandse deelname aan vredesoperaties (Peace Support Operations) flink toegenomen:

Van Korea tot Kosovo. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945.

Van Korea tot Kabul. De Nederlandse militaire deelname aan vredesoperaties sinds 1945.

Het NDVN ontvangt tweemaal de Presidential Unit Citation van de Amerikaanse president:

► voor zijn bijzondere krijgsverrichtingen bij Hoengsong en Wonju (Heuvel 325);
► Ī 60 km ten zuiden van de 38ste breedtegraad;
► 12-15 februari 1951.

Het ereteken bestaat uit een donkerblauw lint gevat in een goudkleurige metalen omlijsting van laurierbladeren.

 

► vanwege zijn heldhaftige acties in de "Punchbowl" ten noorden van het oord Inje aan de rivier Soyang;
► langs de 38e breedtegraad;
► 16-22 mei 1951

Het ereteken bestaat uit een donkerblauw lint gevat in een goudkleurige metalen omlijsting van laurierbladeren met in het midden de Bronze Oak Leaf Cluster.

Militair van het Nederlandse VN-detachement.

Naslag over de Koreaoorlog:

'Aan de leiband? De Nederlandse pers en de Korea-oorlog (1950-1953)', Bas van Barneveld (masterscriptie, 2014).

'De bloedigste oorlog. Het vergeten bataljon Nederlandse militairen in Korea', Robert Stiphout (2009).

'De militaire identiteit van het Regiment Van Heutsz 1950-2000', Laurens Schaberg (masterscriptie, 2011).

'Een wederzijdse testcase. Het besluitvormingsproces rond het zenden van grondtroepen naar het Korea-conflict', Maarten Visker (masterscriptie, 2008).

'Focus Op Korea. De rol van de Nederlandse pers in de beeldvorming over de Korea-oorlog 1950-1953', Herman Roozenbeek, Okke Groot & Bernadette Kester (2000).

'Het Nederlands detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954', luitenant-kolonel b.d. der artillerie M.D. Schaafsma. Vereniging Oud-Koreastrijders (2000).

'Het Nederlandse VN-optreden in Korea', tweede luitenant der artillerie J.P. Tack (Militaire Spectator, 1984).

'Ik wil leven. De onmenselijke strijd in Korea', Wim Hornman (1952).

'In dienst van de vrede. Een onderzoek naar de maatschappelijke erkenning van Korea-veteranen in Nederland 1950-2010', Christian Kranendonk (masterscriptie, 2011).

'Inventaris van het archief van het Nederlandse Detachement Verenigde Naties in Korea, 1950-1954' (Nationaal Archief, 1979).

'MŁnchen? NEE! Politieke argumentatie over de Nederlandse deelname aan de Korea oorlog', Frank van der Linden (masterscriptie, 2011).

Het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954 - adjudant b.d. R.K. Meijer (De Onderofficier, 1985-1987)

Het Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea 1950-1954 - adjudant b.d. R.K. Meijer.

Zie ook: Adrianus Arnold van Balkom, Heuvel 325, Korea, 15 februari 1951 (Militaire Canon), Johannes Benedictus van Heutsz, Soldaat Ketting Olivier Kazerne (SKOK) en tjot.

Terug naar Boven

 

NEGEN, REGEL VAN

Volledig: regel van negen volgens Wallace.

In 1951 introduceerde dr. "Alister" (Alexander Burns) Wallace (1906-1974) de regel van negen ('Rule of Nines') in een artikel in het Brits medisch tijdschrift The Lancet.

Wallace, een Schots plastisch chirurg die in Bangour General Hospital bij Edinburgh werkte, voerde de regel in voor volwassen patiŽnten.

De regel van negen levert, hoewel geschat, een bruikbaar percentage op van de Total Body Surface Area (TBSA) dat verbrand is. Overleven is sterk afhankelijk van de oppervlakte van de brandwond(en): een brandwond met een oppervlakte groter dan 9% dient te allen tijde te worden beoordeeld door een arts.

Hoe groter de oppervlakte van de brandwond, des te groter het gevaar van warmteverlies (hypothermie), vochtverlies (dehydratie) en infectie.

GenitaliŽn

1%

Arm en hand

9%

Hoofd en hals

9%

Been en voet

18%

Romp

36%

Gehele lichaam

100%

Terug naar Boven

 

NEKAF

OfficiŽle benaming: Jeep, M 38A1, 1/4 ton, 4x4, 24V. De naam Nekaf is een samentrekking van de Nederlandse Kaiser-Frazer Fabrieken NV, oorspronkelijk de Europese vestiging van het Amerikaanse Kaiser Frazer dat in 1953 de productie van de jeep had overgenomen van Willys-Overland. In 1970 zou Kaiser door American Motors worden overgenomen.

Het assemblagebedrijf was gevestigd aan de Sluisjesdijk in Rotterdam en stelde in licentie grote aantallen voertuigen voor de Nederlandse krijgsmacht samen. De voor de M38A1 Nekaf benodigde onderdelen werden geleverd door de Willys Overland fabrieken in Toledo, Ohio, VS.

Ondanks concurrentie van de destijds speciaal voor de Nederlandse landmacht ontwikkelde lichte terreinwagen DAF YA-054, werd in januari 1955 het eerste contact getekend voor de levering aan het toenmalige Ministerie van Oorlog. De eerste M38A1 Nekaf werd uitgeleverd op 28 mei 1955. In totaal werden er 5.676 Nekafs gebouwd, waarvan de laatste in 1958 van de band rolde. Nadat in dat jaar de firma Kemper & Van Twist Diesel uit Dordrecht de productie had overgenomen, werden nog eens 2.000 jeeps gebouwd. Daarmee zijn in totaal 7.676 exemplaren geproduceerd.

Nekaf ten tijde van de missie UNIFIL in Libanon.

De M38A1 werd geassembleerd in een Algemene Dienst (AD) uitvoering, gewondentransport (GWT), met een terugstootloze vuurmond 106 mm, met een 30 inch mitrailleur, als verkenningsvoertuig en als brandweervoertuig.

In zijn standaarduitvoering biedt de Nekaf plaats aan vier personen, inclusief de bestuurder.

Specificaties van de standaarduitvoering:

actieradius

320 km

bandenmaat

700/16 (ťťn reservewiel)

bodemvrijheid

23 cm

brandstoftank

63,5 liter

breedte

1 meter 55

brugclassificatie

4

draaicirkel

11 meter 60

kostprijs

ƒ 12.000 (Ä 5.445)

laadvermogen

545 kg (terrein Ī 70%)

ledig gewicht

1.225 kg

lengte

3 meter 51

motor

4-cilinder Willy Overland Hurricane benzinemotor, 4-takt, vloeistof gekoeld

motorinhoud

2.199 cm³

motorvermogen

53 KW (72 pk)

spoorbreedte

1 meter 25

waadvermogen

75 cm

Na ruim dertig jaar dienst werden in juli 1991 de tien Nekafs van de Koninklijke Militaire School vervangen door moderne LandRovers.

Terug naar Boven

 

NEPVETERAAN

Helaas brak in 2004 het woord 'nepveteraan' door in de Nederlandse vocabulaire. Het gaat hier om een zeer fout fenomeen: een man of vrouw die zich met een uitgestreken gezicht - in vol ornaat, blazer of colbertjasje behangen met medailles en overige onderscheidingen - tijdens defilťs, herdenkingen en reŁnies militaire eer laat welgevallen die hij/zij in het geheel niet verdient.

Voor de echte veteraan - een militair die heeft gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesoperaties - is de nepveteraan een belediging en plaaggeest. De nepveteraan doet afbreuk aan de inzet en offers van echte veteranen. Soms worden deze nepveteranen bij herdenkingen nota bene met de meeste égards behandeld.

Meest in het oog springende pseudo-oud-strijders - tevens helden-op-sokken en pathologische leugenaars - zijn Anton den Harder, Henk Lenting, Will Weyenberg en de Canadese Nederlander Dick Wille.

Weyenberg verklaarde in 1998 te handelen vanuit een sterke betrokkenheid bij de strijders uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de jaren 1940-'45 was hij echter geen militair maar grafdelver. Hij werd uiteindelijk ontmaskerd door de Vereniging van Oud-Korea Strijders (VOKS). Voor de in Canada woonachtige Dick Wille, die tot 2006 jaarlijks een grote veteranenbijeenkomst organiseerde in het Lady Luck Hotel in Las Vegas (VS), werd gewaarschuwd door het Veteranenplatform.

Henk Lenting is nooit in actieve dienst geweest en staat bij het Veteraneninstituut bekend als 'fantast': sinds de invalide 'BosniŽ-veteraan' begin 2009 in Venray zou zijn overvallen, weten ook het ministerie van Defensie en het ReŁnieverband Dutchbat III van het bestaan van deze nepveteraan.

Bij de 50ste herdenking van de Slag om Arnhem doken zo'n vijf tot tien nepveteranen op. In 2004 dook tijdens de Airborne Wandeltocht een Belg op leeftijd op, getooid met de maroonrode baret, die liet weten veel moeite te hebben met de terugkeer naar de plaats waar hij bijna zestig kameraden van de Special Air Service (SAS) had verloren. Bij navraag gaf de Belg toe nooit tijdens de Slag om Arnhem aanwezig te zijn geweest.

De nepveteranen Vrulink, Simons en Van Briels in de tragikomedie 'Helden zonder glorie'.

Toneelgroep Het Volk maakte in 2005 over de drie nepveteranen Vrulink, Simons en Van Briels de tragikomedie 'Helden zonder glorie', geschreven door Don Duyns. Hierin spelen de acteurs Bert Bunschoten, Joep Kruijver en Wigbolt Kruijver drie verknipte oorlogsveteranen die voorlichtingsavonden organiseren waar ze hoog opgeven over hun zogenaamd waargebeurde wapenfeiten en oorlogsverhalen. Uiteindelijk leiden de avonden de totale ontluistering van drie eenzame, geïsoleerde individuen in.

Het maandblad voor veteranen Checkpoint besteedde in april 2009 aandacht aan de nepveteraan.

Zie ook: Checkpoint en veteraan.

Terug naar Boven

 

N.G.O.

Betekenis: Non-Gouvernementele Organisatie.

Transnationale, veelal maatschappelijk geŽngageerde organisatie die gewoonlijk niet van regeringswege wordt gestuurd, waar de overheid primair geen invloed op heeft en die niet door een overheid wordt vertegenwoordigd.

In de regel zijn NGO's non-profit organisaties (zonder winstoogmerk) die draaien op vrijwilligers die, evenals de hun ter beschikking staande middelen, worden gefinancierd uit fondsenwerving. Het gemeenschappelijke belang van NGO's ligt veelal op het gebied van conflictpreventie, humanitaire hulpverlening, mensenrechten en ontwikkelingshulp. NGO's van naam zijn Amnesty International, Artsen Zonder Grenzen (Mťdecins Sans FrontiŤres), Cordaid, Human Rights Watch en Oxfam Novib.

Zowel de aanwezigheid van NGO's (locaties, mogelijkheden, omvang en soort) als de onderlinge afstemming van de verschillende NGO's met de lokale autoriteiten en de aanwezige militairen, kan essentieel zijn om een specifieke inzet sneller te laten verlopen. Het lenigen van de acute nood, in het bijzonder bij natuurrampen (aardbeving, droogte, epidemie, hongersnood, overstroming), vindt normaliter het snelste plaats door de al aanwezige NGO's.

Sommige NGO's wensen niet samen te werken met militairen, omdat zij zelf neutraal willen blijven of vinden dat de krijgsmacht in dezelfde vijver vist als de NGO's. Defensie voert dan ook in toenemende mate zelf ontwikkelingshulpprojecten uit in het kader van civiel-militaire samenwerking en quick impact projects.

Een betere afstemming op ťn communicatie met militairen is een vereiste. Hiertoe kan in een missiegebied als intermediair tussen NGO's en militaire hulpverleners een liaison worden aangesteld. Indien de situatie zo gevaarlijk en/of instabiel is dat militairen de enigen zijn die toegang hebben tot een bepaald gebied, blijven de NGO's wijselijk weg. Hoewel de aanwezigheid van militairen en/of het zich, ongewild, voor het karretje van militairen laten spannen voor de meeste NGO's dť pijnpunten zijn, blijkt uit het op 29 mei 2006 verschenen onderzoeksrapport 'Principles and Pragmatism, Civil-military action in Afghanistan and Liberia' van de NGO Cordaid dat militairen in missiegebieden juist populairder zijn dan NGO's.

Zie ook: CIMIC.

Terug naar Boven

 

NICHECAPACITEIT

Duits: Nischenkapazitšten. Engels: niche capability. Frans: capacitť niche. Bijzondere en/of schaarse capaciteit waarover, in NAVO- en EU-verband, een beperkt aantal lidstaten beschikt. In internationaal verband vertegenwoordigen nichecapaciteiten een belangrijke toegevoegde waarde.

Nichecapaciteiten, een deel van de totale operationele capaciteiten, zijn in de regel duur, hoogwaardig, onmisbaar (internationaal veel vraag en weinig aanbod), specifiek en komen eerder in aanmerking voor taakspecialisatie en internationale inbedding dan basiscapaciteiten.

Lidstaten tonen zich een betrouwbare partner door nichecapaciteiten aan te houden die in andere lidstaten slechts beperkt voorhanden zijn en die in te zetten als de omstandigheden daarom vragen. Omdat bondgenoten de lasten (burden sharing) en risico’s (risk sharing) verdelen, biedt internationale samenwerking de mogelijkheid om bepaalde capaciteiten af te stoten als partnerlanden die op hun beurt in stand houden – en vice versa.

Nederlandse nichecapaciteiten zijn (2013):

►1 Civil Military Interaction Commando
►air-to-air refuelling
►hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps
►Joint Support Ship (JSS) Zr. Ms. Karel Doorman
►luchttransport
►Luchtverdedigings- en Commandovoeringsfregatten (LCF’en) met Smart L-radar
►offensieve cybercapaciteit
►onderzeeboten van de Walrusklasse
►Patriot-luchtafweersystemen
►Special Forces

Zie ook: basiscapaciteit en burden sharing.

Terug naar Boven

 

NIEUWERSLUIS

Aan het Zandpad in Nieuwersluis, aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie, liet Zijne Majesteit Koning Willem III tussen 1877 en 1881, in navolging van onder andere Frankrijk en Pruisen, een Pupillenschool bouwen. Jongeren van 12 tot 18 jaar die bestemd waren voor het militaire vak heetten pupillen.

Wanneer de ouders geen geld hadden om zelf de opvoeding en scholing van hun kinderen te betalen, kregen die hier vanaf hun 12e jaar instructie in aardrijkskunde, exercitie, geschiedenis, godsdienst naar keuze, gymnastiek, militaire reglementen, Nederlandse taal (lezen en schrijven), oefening met geschut en brandspuit, rekenen, schaatsen en zwemmen. Op 16-jarige leeftijd konden de jongen vervolgens in krijgsdienst treden, bijvoorbeeld bij infanterie of artillerie.

De school werd opgericht bij Koninklijk Besluit van 27 januari 1877 en stond onder beschermheerschap van Koning Willem III zelf. De dagelijkse leiding van de school was in handen van een kapitein der infanterie, die directeur van de school was. De school viel onder de Inspecteur der Infanterie.

Per 1 januari 1896 werd de Pupillenschool opgeheven: in de 18 jaar van haar bestaan genoten bijna tweeduizend jongeren er hun opleiding. De school werd ook wel 'School voor zonen van dienende en/of gewezen militairen' genoemd.

Marechaussees in 1939 bezig met fietsexercitie op het terrein van de Koning Willem III kazerne in Nieuwersluis. Hier was toen de depotcompagnie van het Korps Politietroepen gevestigd,

Formeel was het korps in 1919 opgericht om de orde in het leger te handhaven. Bij MinisteriŽle Beschikking van 2 juni 1922 werd het Korps Politietroepen opgenomen in de vredesorganisatie van de landmacht.

De foto is van de hand van fotograaf Wiel van der Randen (1897-1949) van uitgeverij De Spaarnestad.

Vervolgens werden in de Koning Willem III Kazerne, zoals het gebouw zelf werd genoemd, tussen eind 20e eeuw en het einde van W.O. II nog het Depot voor Discipline van het Korps Politietroepen, de Tuchtklasse voor de Opleidingsschool Marechaussee en het Centraal Bewaringskamp politieke gevangenen gevestigd.

Op 1 september 1946 werd het Depot- en Detentiekamp opgericht ten behoeve van dienstweigeraars (met een beroep op de Dienstweigeringwet) van uitzending naar Nederlands-IndiŽ en van wie de aanwezigheid bij de troep ongewenst was, een gevaar kon opleveren of schade voor de geest van de troep kon berokkenen.

Vanaf 1 juli 1950 wijzigde de naam in Depot voor Discipline, dat direct onder de Bevelhebber der Landstrijdkrachten ressorteerde. De militaire detentie werd, in tegenstelling tot in de burgermaatschappij, niet expliciet voor bepaalde straffen toegepast, maar veelvuldig opgelegd in plaats van gevangenisstraf, om hechtenis te besparen of te bevorderen dat de militaire geoefendheid kon worden onderhouden. Militaire detentie was dus meer preventief dan reactief. Vůůr 1974 werd in Nieuwersluis ook de tuchtrechtelijke straf plaatsing in een tuchtklasse uitgevoerd, een straf die met de wijziging van het tuchtrecht verdween.

In 1979 veranderde de naam in Militair Penitentiair Centrum (MPC) Nieuwersluis, nog steeds ten behoeve van het in detentie houden van militairen die waren veroordeeld tot een vrijheidsstraf.

In 1997 is de Koning Willem III Kazerne overgedragen aan de Dienst JustitiŽle Inrichtingen, die er een penitentiaire inrichting voor vrouwen vestigde.

Defensie huurde er tot maart 1999 celruimte, waarna het MPC verhuisde naar gebouw 283 op de Majoor Mulderkazerne aan de Wolweg in Stroe, gemeente Barneveld.

Ook het MPC Stroe is zowel een huis van bewaring, waar een verdachte in voorlopig arrest kan worden gehouden, als een gevangenis, waar een gedetineerde - die rechtens van zijn vrijheid is beroofd - gevangenisstraf, hechtenis of militaire detentie ondergaat.

Zie ook: Militair Penitentiair Centrum Stroe, plaatsing in de tuchtklasse en tuchtrecht.

Terug naar Boven

 

NIEUWPOORT, SLAG BIJ

De bekendste veldslag uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis vond plaats op 1 juli 1600, halverwege de Tachtigjarige Oorlog. Krijgsheer Prins Maurits, zoon van Willem van Oranje, was eigenlijk op weg naar Duinkerken om de kapers aan te pakken die de zee onveilig maakten en dus de Nederlandse handelsvloot het werken onmogelijk maakten. Maurits – opperbevelhebber van het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (Friesland, Gelderland, Groningen, Holland, Overijssel, Utrecht en Zeeland) – was in opdracht van de Staten-Generaal vanuit Vlissingen met zijn leger op weg gegaan.

Over land en ter zee trok hij met 1.300 schepen, 13.000 man voetvolk (musketiers en piekeniers) en 3.000 ruiters op naar Oostende, dat al in Hollandse handen was. Bij de Vlaamse havenplaats Nieuwpoort stuitte hij op de gecombineerde troepenmacht van aartshertog Albrecht van Oostenrijk (in opdracht van de Spanjaarden landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden) en de Spaanse generaal Francisco de Mendoza.

Nadat Prins Maurits zijn eerste confrontatie met de Spaanse vijand aan de IJzer drastisch had verloren, stelde hij zijn troepen op in de duinen aan de kust. Terwijl beide partijen hun stellingen innamen voor een verrassingsaanval, begon de eigenlijke veldslag.

Het schilderij 'Prins Maurits tijdens de Slag bij Nieuwpoort (1600)' is van de hand van de Amsterdamse veldslagschilder Hendrik Ambrosis Pacx.

Met 6.500 man voetvolk en 1.200 man ruiterij beschikte Albrecht van Oostenrijk over minder capaciteit dan Prins Maurits. Omdat de Nederlandse en Engelse troepen zich in de duinen en op het strand opstelden, moesten de Spaanse troepen daarnaast tegen de zon en de wind in vechten. Omdat Maurits lang een groep ruiters als reserve kon achterhouden en deze pas inzette toen zijn leger verslagen leek, werd de Slag bij Nieuwpoort in minder dan vier uur tijd door de Nederlanders gewonnen.

De Spanjaarden verloren ruim 4.000 man, Maurits 1.700. Albrecht van Oostenrijk sloeg op de vlucht, Francisco de Mendoza werd gevangengenomen. Hoewel Prins Maurits in zijn eerste échte veldslag een klinkende overwinning behaalde, had de veldslag geen militair nut: Nieuwpoort bleef in handen van de Spanjaarden.

Toch gold door de overwinning in de Slag bij Nieuwpoort het leger van het genie Maurits als een schoolvoorbeeld voor anderen. Het geheim school in het feit dat hij zijn manschappen organiseerde en op het slagveld het principe van de kleinere eenheden herintroduceerde zodat een wendbaarder strijdmacht ontstond.

Terug naar Boven

 

NIGHT OPS

Night operations. Duits: Nachtbetrieb. Frans: opťrations de nuit. Nederlands: nachtoperaties.

Nachtelijk optreden – tussen schemering en dageraad, of uitgebreider: tussen ENAS en BNMS – dan wel optreden bij verminderd zicht (mist, nevel, regen, sneeuw, zandstorm) is vanwege het belemmerde vrije zicht op het terrein en de vijand die zich daar ophoudt, gevaarlijker dan overdag. Hoewel de periode van zonsondergang tot –opgang ideaal lijkt om slachtoffers door vijandelijk vuur te mijden, zich aan vijandelijke observatie te onttrekken en tijd te winnen, kunnen de psychologische effecten van de nacht zwaar op het optreden drukken. (De duisternis kan zelfs verhinderen dat het verkregen tactisch voordeel wordt opgemerkt, waardoor het niet wordt uitgebuit.)

Ook stimuleert de duisternis de verbeeldingskracht; dit is hinderlijk, zeker onder omstandigheden waarbij iedereen al zwaar op de proef wordt gesteld door terrein- en weersomstandigheden, vijanddruk en slaapdeprivatie (moeheid en uitputting). Daaraan kan nog worden toegevoegd dat in het donker afstanden en voorwerpen groter lijken, terwijl het gehoor geluiden waarneemt die overdag nauwelijks hoorbaar zijn.

Het effect van nachtelijk optreden neemt af/toe met de mate van duisternis. Operaties tijdens volle maan, in het bijzonder boven woestijn- of besneeuwd terrein, hebben vergelijkbare omstandigheden als overdag. Daarentegen doen operaties tijdens bewolkte, donkere, mistige en regenachtige weersomstandigheden eerder een beroep op het gehoor dan op het zicht; ook worden dan het fysieke uithoudingsvermogen en de mentale weerbaarheid zwaar op de proef gesteld.

Omdat de duisternis het overzicht van werkzaamheden moeilijk maakt, moet personeel op elkaar ingespeeld zijn door opleiding, training, voorbereiding en opwerkingstraject: oriëntatie van en coördinatie tussen de verschillende eenheden en de in te zetten wapensystemen verloopt dan zo correct mogelijk. Door detailplanning en het afvinken van checklists hoeft niets aan het toeval te worden overgelaten om frictie in elk geval planmatig te voorkomen.

Om klokrond (24/7) te kunnen optreden en derhalve ook de nacht door te brengen, moeten de troepen weloverwogen en gedisciplineerd zijn, liefst in een basale formatie worden ontplooid en goed op zichzelf aangewezen kunnen zijn. Alle mogelijke manieren van camouflage, geheimhouding en misleiding dienen tijdens nachtelijke krijgsverrichtingen te worden toegepast. Wanneer dit het geval is, is de eenheid psychologisch en tactisch in het voordeel (force multiplier). Nachtovervallen (camisades), uitvallen en vuurovervallen zijn beproefde tactieken tijdens night ops.

Meer nog dan overdag geldt dat wie het initiatief neemt in het voordeel is. Ook in de 21ste eeuw hangt het welslagen van night ops af van verrassing, niet primair van de mate van hightech.

Essentieel (indien mogelijk/nodig):

►gebruik camouflage en natuurlijke bescherming die het terrein biedt (als overdag)

►gebruik lineaire en/of kunstmatige terreinkenmerken werken als oriŽntatie- en navigatiepunten (bergrand, brug, gebouw, heuvel, rivier, toren, weg)

►houd allen hetzelfde doel en dezelfde richting (vermijd friendly fire)

►houd u aan de lichtdiscipline: gebruik nachtzichtapparatuur (HV, IR en WB) en alleen in uiterste noodzaak breaklights, flares, lichtpatronen, zaklampen e.d.

►verken het terrein bij daglicht; bepaal een (escape-)route die vrij is van hindernissen

►zorg ervoor een reserve achter te houden

►zorg voor cross-training en een werk-rustschema (bredere inzetbaarheid personeel)

►zorg voor een goede voorbereiding op veranderende weersomstandigheden (temperatuurverschillen) en/of duur van de opdracht

Terug naar Boven

 

NINE-LINER

9-liner. NAVO-format dat wordt gebruikt voor het aanvragen van luchtgewondentransport op locatie in geval van een MEDEVAC. Het is, zoals de naam aangeeft, een negenregelig standaardbericht. Hierin wordt onder meer aangegeven waar de gewonde zich bevindt, wat de aard van de verwondingen is en of er extra (geneeskundige) middelen op locatie nodig zijn.

De 9-liner is gebaseerd op AJMedP-2 (‘Allied Joint Doctrine for Medical Evacuation’), AMedP-27 (‘Medical Evaluation Manual’) en NATO Stanag 2087 (‘Medical Employment of Air Transport in the Forward Area’).

Afhankelijk van de aard van de MEDEVAC (forward, tactical of strategic aeromedical) wordt het luchttransport uitgevoerd met helikopter (rotary wing) of vliegtuig (fixed wing). Voor het aanvragen van een helikopter kan een nine-liner worden opgemaakt door:

Nadat de nine-liner bij de Med Cell/Med Ops is binnengekomen, wordt daar de beslissing genomen tot het al dan niet uitrukken ten behoeve van een MEDEVAC. De beslissing is een operationele, géén geneeskundige. Logischerwijs wordt de beslissingsautoriteit te allen tijde geadviseerd door een geneeskundig (staf)officier, bijvoorbeeld de Senior Medical Officer (SMO), of onderofficier geneeskundig toegevoegd.

De aanvrager leest de request (aanvraag) langzaam op, voorafgegaan door de regelnummers. De ontvanger dient de gehele aanvraag langzaam terug te lezen (read back). Nadat de aanvraag is opgelezen, dient de aanvragende eenheid de radiofrequentie om te zetten naar die welke is genoemd in de tweede regel (line 2). Het verloop van de feitelijke MEDEVAC zal zo veel mogelijk onder radiostilte worden uitgevoerd.

LINE 1

LOCATION
8-cijfercoordinaat

WT 1234.5678

LINE 2

CALL SIGN
Roepnaam / Frequentie

NE / 54.300

LINE 3

PRECEDENCE
Aantal gewonden naar prioriteit en verwonding *1

1 urgent arterial bleeding femur

LINE 4

SPECIAL EQUIPMENT REQUIRED
Benodigde extra geneeskundige uitrusting
(hoist, extractieapparatuur, ventilator)

2 packed cells (concentrate RBC’s)

LINE 5

NUMBER OF PATIENTS (litter or ambulatory)
Aantal liggende / zittende gewonden

1 litter patient

LINE 6

SECURITY OF P.U.P.
Veiligheid op PUP

*2 en 4

LINE 7

MARKING OF P.U.P.
Wijze van markeren PUP
(marker panel, pyrotechnisch middel, rook)

Green marker panel

LINE 8

NATIONALITY
Nationaliteit en status *3

1 Dutch soldier

LINE 9

LANDING-POINT DESCRIPTION
Beschrijving landing point
(gegevens PUP, kleur rook)

next to lake, size 5, green smoke

  

1

Voor indeling naar prioriteit: P-classificatie en T-classificatie.

2

In vredestijd te vervangen door: "Number and descriptive type of wound, injury or illness" ("Aantal gewonden met beschrijving verwonding of ziekte").

3

Bijvoorbeeld: detainee, krijgsgevangene, Sierra of Tango.

4

Eventueel aangevuld met CBRN-besmetting.

Zie ook: luchtgewondentransport (LUTRA), MEDEVAC en M.E.T.H.A.N.E.

Terug naar Boven

 

NIVEAUTRAINING

De hoofdlijn van het opleidings- en trainingsproces is ingedeeld in niveaus die overeenkomen met de grootte van eenheden:

1 Individu Militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid en wil om te winnen.
2

Groep
Wapensysteem

Militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid en wil om te winnen.
3

Peloton
Module

Periodiek beoefenen van skills & drills m.b.t. gevechtstechnieken, gevechtsschieten en vormingsaspecten; moet worden beheerst, ongeacht in welke accentperiode de eenheid zich bevindt.
4

Compagnie *1

Periodiek beoefenen; belangrijkste bouwsteen in het gevecht van verbonden wapens; laten integreren in tactische training van manoeuvre, vuursteun, gevechtssteun en gevechtsverzorgingssteun.
5 BataljonIntegreren van eenheden en afstemmen van (gevechts)acties in ruimte en tijd; eerst staftraining in de vorm van TOOK, TOZT of CPX.
6

Brigade *2

Inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door en plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined); gemechaniseerde brigade eenmaal in de 36 maanden te velde oefenen, inclusief logistieke ondersteuning.
7

Divisie *3

Inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door en plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).
8

Legerkorps *4

Inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door en plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).
 

Noten:

1

De uitvoering van, bijvoorbeeld, de integrale training van niveau 4 (compagnie) is idealiter in handen van het naasthogere niveau, in dit geval 5 (bataljon).

2

Niveau 6 wordt vertegenwoordigd door 11 Luchtmobiele Brigade, 13 en 43 Gemechaniseerde Brigade en het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL).

3

Niveau 7 wordt vertegenwoordigd door de divisie; aangezien de KL formeel niet beschikt over een divisie, is dit niveau gelijkgesteld aan het Operationeel Commando Landstrijdkrachten (OPCO CLAS).

4

Niveau 8 wordt vertegenwoordigt door het legerkorps; aangezien het Commando Landstrijdkrachten dit niveau deelt met de Bondsrepubliek Duitsland, is dit 1 (German/Netherlands) Corps.

Terug naar Boven

 

NO. 2 (DUTCH) TROOP

Op 22 maart 1942 – de datum die volgens het Koninklijk Besluit nummer 41 van 19 oktober 1953 geldt als de oprichtingsdatum van het Korps Commandotroepen (KCT) – vertrokken acht officieren, 17 onderofficieren, vier korporaals en 19 soldaten – in totaal 48 man – van de Prinses Irene Brigade naar Schotland om vrijwillig deel te nemen aan een extreem zware Britse commandotraining.

De Britten hadden behoefte aan mannen die afkomstig waren uit door de Duitsers bezet gebied, die konden worden ingezet voor speciale operaties (overvallen, raids) op de door de Duitsers bezette kusten.

De achtenveertig Nederlanders kwamen aan op Spean Bridge Railway Station. Op het station kregen ze 60 minuten de tijd om de 7 mijl (ruim 11 km) naar Achnacarry House te voet af te leggen met bepakking.

Na een speedmars (snelmars) van precies ťťn uur, waarbij een hoogteverschil van 120 meter was overbrugd, sloot de poort. Iedereen die niet binnen was, kon terug naar zijn onderdeel.

Achnacarry Castle.

De Britten hadden onmiddellijk na het uitbreken van de oorlog een begin gemaakt met het opleiden en trainen van militairen die te zijner tijd achter de Duitse linies in actie moesten komen. Al na de evacuatie van het grootste deel van de British Expeditionary Force in Duinkerken (1940), gaf de Britse premier Winston Churchill op 22 juni 1940 opdracht tot het formeren van een ‘butcher and bolt’ invasiemacht van tenminste 20.000 militairen. Deze militairen moesten worden opgeleid zoals de speciale eenheden uit de Tweede Boerenoorlog (1899-1902): commando's.

Na een voorselectie, waarvoor de groep werd gesplitst en ingedeeld bij No. 3, No. 4, No. 9 en No. 12 Commando, begon de eigenlijke commandotraining in het Commando Basic Training Depot in Achnacarry in Schotland. Achnacarry ligt in het midwesten van de Crampian Mountains, op de landengte tussen Loch Lochy en Loch Arkaig, op ruim 20 km van Fort William en zo'n 10 km van het dorpje Spean Bridge.

Nederlanders trainen en poseren in de Crampian Mountains.

Uiteindelijk behaalden 25 van de 48 Nederlanders de groene baret, onder wie Raymond Westerling. In Achnacarry werden niet alleen de Nederlanders opgeleid en getraind. Ook Britse commando's, Amerikaanse Army Rangers en commando's uit BelgiŽ, Frankrijk, Noorwegen, Polen en Tsjechoslowakije. Uiteindelijk passeerden bijna 25.000 militairen Achnacarry Castle onder het goedkeurende oog van Lieutenant Colonel Charles E. Vaughan - de Commanding Officer van het trainingscentrum. Een van Vaughan's bijnamen was ‘Rommel of the North’, vanwege zijn strikte discipline en harde trainingsbewind.

Vaughan, een voormalige drillsergeant van de Coldstream Guards en veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, deed onder andere mee aan de eerste echte raid van de commando's op de Noorse Lofoten-eilanden. Een van zijn disciplinekreten was: “A man who keeps his equipment clean, no matter the conditions under which he's living, will also keep his body and mind tidy and alert”. Daarnaast had Vaughan een vreemd gevoel voor humor: voor de poort van zijn kampement had hij een aantal graven laten aanleggen met de namen van hen die tijdens de commando-opleiding om het leven waren gekomen en de reden waarom ze de training niet hadden overleefd.

De 25 Nederlanders die de opleiding volbrachten, werden op 29 juni 1942 overgeplaatst naar No. 4 Commando in Troon, aan de Schotse westkust. Uiteindelijk werd daar No. 2 (Dutch) Troop geformeerd, de oudste stameenheid van het Korps Commandotroepen. De eerste commandant was eerste luitenant, later kapitein, P.J. Mulders. Toegevoegde officieren waren de reserve tweede luitenants Carel Ruysch van Dugteren, Jan Linzel en Maarten Jan Knottenbelt.

Op 16 juli werd No. 2 (Dutch) Troop overgeplaatst naar het vissersplaatsje Portmadoc in het noorden van Wales, waar de eenheid bij No. 10 (Inter Allied) Commando werd ingedeeld – het grootste commando in de Britse landstrijdkrachten. Naar Brits model bestond No. 2 (Dutch) Troop uit een stafsectie, waarin onder meer de ondersteuningswapens en de verbindingsapparatuur waren ondergebracht en twee gevechtssecties, elk onderverdeeld in twee groepen.

No. 10 IA Commando was begin 1942 geformeerd en gehuisvest op Fort William, in Nevin in het zuiden van Wales. De eenheid stond onder Brits commando – Lieutenant Colonel Dudley Lister – en was uiteraard samengesteld uit militairen van door de Duitsers bezette landen:

No.1 Troop

Frankrijk

No.2 Troop

Nederland

No.3 Troop

vluchtelingen uit As-landen (‘X Troop’), met name Duitsland en Oostenrijk

No.4 Troop

BelgiŽ

No.5 Troop

Noorwegen

No.6 Troop

Polen

No.7 Troop

JoegoslaviŽ

No.8 Troop

Frankrijk

Later werden nog twee Troops uit BelgiŽ toegevoegd. In totaal bestonden er tijdens de Tweede Wereldoorlog twaalf landmacht- en negen marinierscommando's, samengevoegd in vier brigades. Daarnaast waren er nog zes zelfstandige commando's.

Op 18 december 1942 bracht Prins Bernhard een bezoek aan de Troop en woonde enige oefeningen bij. Op 31 mei 1943 verhuisde No. 2 (Dutch) Troop met andere delen van No. 10 (IA) Commando naar het Engelse Eastbourne. Daar zouden ze gedurende de oorlogsjaren blijven. Vůůr het vertrek naar India van delen van de eenheid gaf Prins Bernhard op 6 december 1943 de eenheid een fanion, dat gedurende de gehele oorlog is meegevoerd.

Medio 1944 keerde No. 2 (Dutch) Troop terug naar het vasteland van Europa. Hun eerste missie was deelname aan de grootste, meest gedurfde luchtlandingsoperatie uit de Tweede Wereldoorlog: Operation Market Garden.

De eenheid werd onderverdeeld onder drie parachutistendivisies:

11 commando's

bij 82nd (US) Airborne Division (Nijmegen)

12 commando's

bij 1st (UK) Airborne Division (Arnhem)

3 commando's

bij HQ 1st (UK) Airborne Corps (Nijmegen)

5 commando's

bij 101st (US) Airborne Division (Eindhoven)

5 commando's

bij 52nd (Lowland) Division; ingevlogen voor het heroveren van vliegveld Deelen; uiteindelijk beland bij HQ 1st (UK) Airborne Corps

Vůůr Operation Market Garden waren bovendien vijf commando's als bodyguards in dienst getreden van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO) van de staf van Prins Bernhard.

Op eigen verzoek werden de leden van de eerste Nederlandse commando-eenheid ingezet tegen de versterkte Duitse vesting Walcheren in november 1944. De aanval op Walcheren – Operation Infatuate I en II – werd, met de grootste concentratie militairen van No. 10 IA Commando sinds de formatieparade in 1943, ontplooid onder het commando van Lieutenant Colonel Robert Laycock.

In de ochtend van 1 november 1944 vonden amfibische landingen plaats op Vlissingen en Westkapelle, met respectievelijk elf en veertien onder bevel gestelde Nederlandse commando's. Commando Cornelis de Ruiter was commandant van de elf commando's die als onderdeel van het Britse No. 4 Commando in Vlissingen landden. Al op 3 november, nadat decommando's grip op de kustlijn hadden gekregen, was Walcheren bevrijd van de Duitsers.

De Nederlandse commando's die bij Westkapelle landden, waren ingedeeld bij No. 47 (Royal Marine) Commando. Negen Nederlanders raakten bij de zeer zware gevechten gewond. No. 4 Commando en No. 47 (Royal Marine) Commando waren ingedeeld bij de 4th Special Service Brigade, geleid door Brigadier Bernard Leicester. Zowel Vlissingen als Westkapelle sieren het korpsvaandel van het Korps Commandotroepen (KCT).

In december 1943 werden – op verzoek van Prins Bernhard en kapitein Jan Linzel, voormalig Engelandvaarder en op dat moment commandant van No. 2 (Dutch) Troop – vijf leden van de eenheid uitgezonden naar het Verre Oosten om samen met No. 44 (Royal Marine) Commando en No. 5 Commando te worden ingezet bij campagnes achter de Japanse linies in Arakan in het westen van Burma.

Na de strijd om Walcheren keerden de commando's terug naar Eastbourne. In het inmiddels bevrijde Zuid-Nederland arriveerden medio november 1944 de eerste geworven vrijwilligers om in Engeland aan hun commandoopleiding te beginnen. Eind januari 1945 werd de opleiding door 72 van de 107 vrijwilligers met succes afgerond. Ze werden toegevoegd aan No. 2 Dutch Troop. Op 26 april 1945 is de Troop nog ingezet aan het front bij het Brabantse Made, op de lijn Moerdijk-Geertruidenberg. Later werd de eenheid belast met het bewaken van een interneringskamp in het Duitse Recklinghausen en na de Duitse capitulatie verbleven de mannen nog een maand in Winterswijk.

Op 26 november 1945 werd No. 2 Dutch Troop ontbonden. Hoewel een groot deel van het personeel werd gedemobiliseerd, speelden na deze, naar later bleek: tijdelijke opheffing van het kleine keurkorps, talrijke (onder)officieren een belangrijke rol bij de vorming van (para)commando-eenheden in Nederlands-IndiŽ, waar de feniks uit zijn as herrees. De overigen kwamen als instructeur terecht bij het 6de Koninklijk Nederlands Infanterie Depot (6 KNID) in het trainingskamp 'Wildhoef' in Bloemendaal. Al op 7 mei 1946 is de naam van dit Depot gewijzigd in Stormschool Bloemendaal.

Commandant kapitein Jan Gualthťrie van Weezel voerde in 1948 aan dat de herovering van de Moerdijkbruggen in mei 1940 mogelijk was geweest wanneer de Koninklijke Landmacht de beschikking had over goed getrainde stormtroepen; hij bleef pleiten voor de vorming van commando-eenheden.

Intussen werden de Ī 75 instructeurs bij 6 KNID belast met het geven van kaderopleidingen en gevechtscursussen. Aanvankelijk werden onder leiding van kapitein Gualthťrie van Weezel en kapitein De Ruiter voormalige leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in OVW-verband opgeleid voor uitzending naar Nederlans-IndiŽ. Het doel was om maandelijks 400 BS'ers te trainen onder leiding van kapitein De Ruiter.

Op 30 april 1949 werd de Stormschool Nederland in Roosendaal opgericht, waarmee een einde aan de Stormschool Bloemendaal kwam. De Stormschool en het in Nederlands-IndiŽ ontbonden Regiment Speciale Troepen gingen, tot slot, samen op in het op 1 juli 1950 opgerichte Korps Commandotroepen.

Meer achtergrondinformatie over No. 2 (Dutch) Troop is te vinden in:

No. 2 (Dutch) Troop is weliswaar de oudste stameenheid van het KCT, maar er is ook een stamlijn vanuit Zuidoost-AziŽ en Nederlands-IndiŽ. Die loopt via de oprichting van het Korps Insulinde in 1942 in Ceylon, via het Depot/Korps Speciale Troepen (DST/KST) en de School voor Opleiding van Parachutisten (SOP), naar het Regiment Speciale Troepen.

Zie ook: Koninklijk Huis, Last Post, mutsdas, signaal taptoe en Slag om Arnhem, No. 2 (Dutch) Troop.

Terug naar Boven

 

NO-FLY ZONE

Afgekort: NFZ. Ook genaamd: no-fly area; air exclusion zone. Duits: Flugverbotszone. Frans: zone d'exclusion aérienne, zone d'interdiction aérienne. Nederlands: zone met vliegverbod.

Deel van het luchtruim boven een land of regio waarin het met name (gespecificeerde types van militaire) vliegtuigen - fixed wing (vliegtuigen) en rotary wing (helikopters) - niet is toegestaan boven een bepaald gebied, bijvoorbeeld tussen twee breedtegraden, te vliegen.

Een no-fly zone wordt in de regel in een militaire context afgedwongen (enforcement) door een mandaat van een internationale organisatie, zoals VN, NAVO of EU, en kan worden vergeleken met een gedemilitariseerde zone. Door de VN wordt een no-fly zone afgekondigd in het kader van hoofdstuk VII van het VN-Handvest (Optreden met betrekking tot bedreiging van de vrede, verbreking van de vrede en daden van agressie).

Concreet beperkt de dwangmaatregel het vrije gebruik van de derde dimensie: het luchtruim is niet langer vrij toegankelijk voor bepaalde vliegbewegingen. Het luchtembargo dwingt het land het internationaal recht na te leven dan wel een resolutie van de VN-Veiligheidsraad na te komen, bijvoorbeeld om een humanitaire hulpoperatie te kunnen uitvoeren, ter bescherming van het grondpersoneel van een alliantie/coalitie of ter voorkoming van aanvallen op de burgerbevolking. Het instellen van een no-fly zone kan beginnen met een grootschalige aanval om de luchtmacht en luchtafweer van een land te vernietigen.

Voor het naleven van het vliegverbod in de no-fly zone worden alleen vliegtuigen toegestaan die door de internationale gemeenschap zijn gemandateerd en dus niet door vijandelijke luchtafweer mogen worden neergehaald. Een vliegtuig dat de no-fly zone schendt, zal worden onderschept, aangevallen en neergeschoten. Hiermee kan het militair optreden in het kader van een no-fly zone een openlijke oorlogsverklaring tot gevolg hebben, hoewel het instellen van een no-fly zone als zodanig geen militaire interventie is.

Toezicht op de naleving van de no-fly zone kan plaatsvinden met systemen als JSTARS (Joint Surveillance and Target Attack Radar System) en AWACS (Airborne Warning and Control System), respectievelijk voor het monitoren van troepenbewegingen op de grond en vluchtbewegingen.

Bekende no-fly zones waren:

Irak

BosniŽ-Hercegovina

1991-2003

1993-1995

  

Operaties NORTHERN WATCH en SOUTHERN WATCH, ter bescherming tegen repressie van respectievelijk de Koerden in het noorden en de sjiitische opstandelingen in het zuiden.

Groot-BrittanniŽ, Frankrijk en de Verenigde Staten voeren luchtpatrouilles en luchtaanvallen uit, in het laatste geval op door de Irakezen geplaatst luchtafweergeschut (surface-to-air missiles).

Operatie DENY FLIGHT, tijdens UNPROFOR in voormalig JoegoslaviŽ. Hierbij waren ook Nederlandse F-16's betrokken, gestationeerd op de Italiaanse vliegbasis Villafranca.

Op 28 februari 1994 werden vier Servische Soko J-21 Jastrebs, die de no-fly zone boven BosniŽ-Hercegovina schonden, door Amerikaanse F-16's neergeschoten in de eerste militaire aanval die ooit door de NAVO is uitgevoerd.

Terug naar Boven

 

NON-Artikel 5-operatie

Ook genaamd: Crisis Response Operation (afgekort: CRO). Operatie die niet is gebaseerd op artikel 5 van het NAVO-verdrag (voortvloeiend uit artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties), dat stelt dat in geval van een aanval op één van de NAVO-lidstaten, deze aanval door alle andere lidstaten zal worden opgevat als een aanval op allen; alle lidstaten zullen vervolgens samenwerken om de aanvaller af te weren.

Binnen een non-artikel 5-operatie Ė dus niet gericht op de collectieve verdediging van het bondgenootschappelijk grondgebied (Collective Defense Operation, CDO) Ė kan een door de NAVO geleide strijdmacht buiten het verdragsgebied van de NAVO bemiddelen tussen twee partijen dan wel met geweld een einde maken aan conflicten.

Een Peace Support Operation (PSO) kan deel uitmaken van dan wel het vervolg zijn op een non-artikel 5-operatie.

Terug naar Boven

 

NON-COMBATANT EVACUATION OPERATION

Afgekort: NEO. Engels: rescue of nationals. Frans: …vacuation des ressortissants (RESEVAC); opťration d'ťvacuation de non-combattants.

Evacuatie van non-combattanten. Militaire operatie die erop is gericht non-combattanten – in dit verband: landgenoten (staatsburgers), andere rechthebbende burgers (bijvoorbeeld IO’s en NGO’s), vluchtelingen en/of ongewapende militairen, al dan niet van bondgenootschappelijke of bevriende landen waarvoor de Nederlandse regering zich verantwoordelijk voelt – die worden bedreigd op een zo veilig mogelijke manier vanuit (een instabiel gebied in) een vreemd land te evacueren naar een veilige(r) omgeving (moederland).

Vanuit een vreemd land worden de evacuťs naar een veilig gebied gebracht, waar ze worden hergroepeerd, geteld, administratief ingeboekt en medisch behandeld. De daadwerkelijke evacuatie, vanuit het veilig gebied (al dan niet in het vreemde land), vindt plaats naar het moederland. De eenheid die een NEO uitvoert, realiseert beveiliging, transport, medische hulpverlening, initiŽle opvang en begeleiding van de evacuťs.

Een NEO wordt uitgevoerd door het Ministerie van Defensie in nauwe samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De evacuatie (extractie) zal in de regel in gang worden gezet door de chef de poste (ambassadeur, consul) in het vreemde land; hij wijst de te evacueren evacuťs aan. Tot een militaire evacuatie kan worden besloten als de lokale overheid de veiligheid van non-combattanten niet langer kan garanderen, wanneer er ernstige twijfels bestaan of non-combattanten op eigen gelegenheid het land kunnen verlaten of de afwezigheid van beschikbare infrastructuur (haven, vliegveld) noodzaakt tot de inzet van militaire middelen.

De fasering in een NEO bestaat uit een initiŽle ontplooiing, tactische ontplooiing, veiligheidsoperatie, daadwerkelijke evacuatie en terugtrekking.

Voor de wijze van uitvoering van een NEO is het geweldsniveau bepalend. De NEO wordt uitgevoerd met of zonder geweldsdreiging:

Met geweld(sdreiging)

Zonder geweld(sdreiging)

Non-permissive

Permissive

Houd rekening met gewapende tegenstand

Gastland geeft toestemming voor extractie

Militaire operatie met elementen van verbonden wapens

Militaire operatie met inzet van communicatie, logistiek en transport

Operatie FREQUENT WIND is misschien wel de bekendste NEO. Tijdens de Amerikaanse operatie op 29 en 30 april 1975 worden ruim 7.000 burgers vanuit Saigon, Zuid-Vietnam, geŽvacueerd.

Op 29 april 1975 zendt Radio Saigon de woorden "It is 112 degrees and rising" (44,4 graden Celsius) uit, gevolgd door 'White Christmas' van Bing Crosby: het startsein voor de helikopterevacuatie uit Saigon. Het codebericht betekent dat Amerikanen, buitenlanders en Vietnamezen die voor de Amerikanen werken snel naar aangewezen landingzones in de stad moeten gaan. Van hieruit worden ze geŽvacueerd naar vliegdekschepen voor de kust.

Op 30 april worden de laatste mariniers met de vlag van de Amerikaanse ambassade opgepikt, neemt het Noord-Vietnamese leger de stad in en is de val van Saigon een feit.

Een Huey van Air America tijdens operatie FREQUENT WIND op het dak van de 'Pittman Apartments' in Saigon, gereed om evacuťs te laten boarden.

De beroemde foto's zijn op 29 april 1975 gemaakt door de Nederlandse oorlogsfotograaf Hubert (Hugh) van Es (1941-2009), werkzaam voor United Press International (UPI).

De toeloop van evacuťs is te groot om iedereen mee te nemen. Van Es' foto's van het overhaaste Amerikaanse vertrek uit Vietnam is symbolisch voor de debacle van de Vietnamoorlog.

Terug naar Boven

 

NONEX

Betekenis: Non-Exercise (niet-oefenend, niet met betrekking tot de oefening). Geen NAVO-term. Ook genaamd: no-play.

Algemeen

NONEX houdt in dat activiteiten niet tot de oefening behoren, maar daadwerkelijk plaatsvinden of van kracht worden verklaard vanwege ondersteuning van de oefening, ongevallen en vredesbeperkingen tijdens vredesomstandigheden, zoals Exercise Supply (EXSUP).

Geneeskundig

Met betrekking tot echte gewonden en zieken. Deze vallen derhalve buiten het bestek van het oefenscenario, m.a.w. wanneer die het gevolg zijn van echte ongevallen, calamiteiten of ziekte. In principe is elke oefenende eenheid altijd zelf verantwoordelijk voor de NONEX-ondersteuning. De 24/7 beschikbare NONEX-ondersteuning wordt gerealiseerd met:

  • arts/AMV/geneeskundige eenheid, inclusief geneeskundig hulppersoneel
  • een volledig toegerust, inzetbaar en beschikbaar gewondentransport en/of geneeskundige inrichting (ook voor niet-spoedeisend ziekenrapport)
  • fysieke aansluiting op de civiele gezondheidszorg (o.a. overlaadpunten)
  • gegarandeerde verbindingen en bekendheid met meldingsprocedures

Bij het spoedeisend karakter van letsel of verwondingen kan NONEX-ondersteuning gepaard gaan met geneeskundige spoedafvoer.

Vanwege de beschikbaarheid van de AMV'er is er tegenwoordig geen formele scheiding tussen NONEX- en oefentactische zorg. Een AMV'er zal altijd zorg verlenen, of hij/zij nu op ernstmissie, oefening of vredeslocatie is.

Terug naar Boven

 

NON-KINETISCHE OORLOGVOERING

Kinetische oorlogvoering is gebaseerd op het gebruik van wapens die chemische of kinetische energie (bewegende massa) afgeven bij inslag en explosie. Vervolgens veroorzaken zij bij de vijand infrastructurele en materiele vernietiging en personeelsverliezen of in elk geval hinder van het vijandelijk optreden. Kinetische oorlogvoering is niets anders dan een andere benaming voor conventionele oorlogvoering. In dit verband wil 'conventioneel' zeggen dat de middelen die worden aangewend steeds te maken hebben met wapens en munitie.

In dit verband is het woord ‘kinetisch’ een retroniem: het werd pas gebruikt – bijvoorbeeld in het boek ‘Bush at war’ (2002) van Bob Woodward – toen onderscheid moest worden gemaakt met een begrip dat voorheen ongekend was, ‘non-kinetisch’, ten teken van oorlogvoering die niets of nauwelijks iets met wapens en munitie te maken heeft.

Zo gebruikte de Amerikaanse generaal David Petraeus, commandant van de Multi-National Force Iraq (MNF-I), het woord ‘kinetisch’ tweemaal in de Bagdad-context in zijn Irak-speech voor het Congres op 10 september 2007, overigens zonder een definitie te geven. Petraeus gaf aan dat kinetische oorlogvoering niet de oplossing is voor wat de Amerikanen in Irak willen bereiken.

De verschillen tussen kinetische en non-kinetische oorlogvoering:

Kinetisch

Non-kinetisch

Intentie

Wapens en munitie gebruiken bij gevechtshandelingen tegen de vijand

Handelwijzen om denkproces en ideeëngoed te van de vijand te beïnvloeden

Doel

Zijn wil aan de vijand op te leggen, de vijand aan te vallen of de vijand te vernietigen

Cultuur en gebruiken van de vijand aan te vallen (traditioneel) of te beïnvloeden zonder zijn wil op te leggen (nieuwerwets)

Effecten

  • dodelijk (lethaal) of tenminste schade en gewonden
  • (onmiddellijk) zichtbaar
  • trekt aandacht van de pers (mediacentrisch)
  • negatief voor lokale bevolking en publieke opinie
  • niet-dodelijk (non-lethaal)
  • niet (onmiddellijk) zichtbaar
  • trekt aandacht van de gemeenschap (maatschappijcentrisch)
  • in de regel positief voor lokale bevolking en publieke opinie

Non-kinetische oorlogvoering wordt door sommige analisten de overgang genoemd van de War on Terror (na de aanslagen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten) naar de War of Ideas – onderdeel van de 5th Generation of Warfare (5GW).

Traditionele voorbeelden van non-kinetische oorlogvoering zijn contra-inlichtingen, elektronische oorlogvoering (EOV) en psychologische operaties (PsyOps). De nieuwerwetse voorbeelden van non-kinetische oorlogvoering hebben een meer humanitaire, sociale invloed:

Civil-Military Cooperation (CIMIC)

Genie-activiteiten i.h.k.v. nation-building

Humanitaire operaties

Security Sector Reform (opleiding en training van lokale militairen en politie)

Winning hearts and minds (WHAM)

Kinetische en non-kinetische oorlogvoering dienen elkaar aan te vullen dan wel in evenwicht te houden, bijvoorbeeld volgens luitenant-kolonel Mick Ryan (commandant van de Australische RTF in Uruzgan van augustus 2006 tot april 2007): “non-kinetic actions” worden in Uruzgan ondernomen door de Provincial Reconstruction Teams (PRT’s) en de Reconstruction Task Force (RTF). De synergie tussenbeiden kan bijvoorbeeld worden geÔncorporeerd in counter-insurgency (COIN) en optreden in verstedelijkte gebieden.

Terug naar Boven

 

NOODRANTSOEN

Notration; Verpflegung; Verpflegungspaket Ueberleben.
emergency ration.
ration d'urgence.

Door burgers wordt het noodrantsoen soms verward met het gevechtsrantsoen.

Het noodrantsoen, bestemd voor ťťn persoon gedurende ťťn etmaal, is langdurig houdbaar en wordt onder operationele omstandigheden verstrekt voor het geval niet op normale wijze in de (dagelijkse) voeding kan worden voorzien. Dit geldt bijvoorbeeld bij verstoring van de herbevoorrading (afgesneden van eigen troepen).

Iedere verpakking - 10,5 cm x 8,5 cm x 3,5 cm - weegt 230 gram.

Een noodrantsoen uit de tijd van de Politionele Acties: een conservenblik met 200 gram gehakt.

De vier repen met elk twee tabletten zijn een soort gecomprimeerde biscuits, vacuŁm verpakt in een lucht- en waterdicht aluminiumfolie.

Het noodrantsoen heeft een calorische waarde van 1.000 kilocalorieŽn (kcal) - 4.200 kilojoules - en bestaat uit aangepaste eiwitten, koolhydraten, vetten en suikers. De tabletten ruiken en smaken neutraal. Het noodrantsoen moet worden genuttigd met veel water, zodat de samengeperste koek in de maag uitzet: aangevuld met water geeft het noodrantsoen veel energie.

Blik met 72 noodbiscuits (Ī 1 kg). Acht biscuits staan gelijk aan ťťn noodmaaltijd en bevatten ca. 520 calorieŽn.

In 1961 geproduceerd door de N.V. Biscuitfabriek Patria in Amsterdam.

Het is een militaire basiseis dat de militair in staat is gedurende zes maanden qua voeding gebruik te maken van de standaard voeding, inclusief gevechts- en noodrantsoenen. Het noodrantsoen behoort onder operationele omstandigheden tot de 1ste lijns uitrusting.

Zie ook: gevechtsrantsoen, LAV (rantsoen voor lange-afstandverkenners) en ROEK (rantsoen onder extreme koude).

Zie ook: gevechtsrantsoen en militaire basiseisen.

Terug naar Boven

 

NOODWEER

Duits: Notwehr. Engels: self-defence. Frans: lťgitime dťfense. Juridische term voor een rechtvaardigings- en strafuitsluitingsgrond.

Letterlijk: het plegen van een strafbaar feit om zichzelf en/of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer (achteraf) is vastgesteld, is er géén sprake van een strafbaar feit (artikel 41, eerste lid, Wetboek van Strafrecht). Mocht iemand de grens van noodweer overschrijden, bijvoorbeeld omdat hij plotselinge erg schrikt of bang is (“hevige gemoedsbeweging”), kan - ook achteraf - sprake zijn van het noodweerexces. Ook dan is dader niet strafbaar (artikel 41, tweede lid, WvS).

Omdat noodweer berust op zelf- én rechtsbescherming is zij – als eigenhandig optreden (eigenrichting) tegen daders – aan strenge voorwaarden gebonden. Zo is het alleen toepasselijk bij “ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding”. Ook moet noodweer voldoen aan de eisen van proportionaliteit (het gebruikte middel moet in relatie tot het doel staan) en subsidiariteit (er mag alleen actie worden ondernomen als dat toegevoegde waarde heeft voor de toestand).

Onder andere op militairen rust de zgn. Garantenstellung. Dit is een bijzondere zorgplicht die geldt voor personen die met betrekking tot geweld (professionele) training hebben genoten, zoals gevangenisbewaarders, militairen, politieagenten en beoefenaars van vechtsporten.

Ook een militair bezit een bepaalde verantwoordelijkheid en/of kennis, die hogere eisen kan stellen aan de kwaliteit van de afweging van de botsende plichten of belangen die in het geding zijn. Een militair dient te allen tijde professioneel te handelen; hij moet gepast geweld gebruiken. De bijzondere zorgplicht brengt met zich mee dat een militair zich juist ook door niets te doen strafbaar kan maken, bijvoorbeeld bij het niet verlenen van eerstehulp (EHBO, ZHKH).

Terug naar Boven

 

NOORDEN

Eťn zijde van een boom is vaak begroeid met mossen.

In Nederland groeien mossen in het algemeen aan de noordzijde van een boomstam, die het minste zonlicht krijgt en hierdoor het minste uitdroogt van de regen die tegen de boom valt en waait.

Daarentegen wordt de zuidzijde van een boomstam het meeste door de zon beschenen en is dan ook zelden vochtig genoeg voor de groei van mossen.

Geografische of ware noorden (GN)

Het geografische noorden is het meest noordelijke punt van de aardbol, gesitueerd als de Noordpool.Noordelijke pool, noordelijk eindpunt van de as der aarde

De Poolster - de ster die precies boven de aardas staat - geeft altijd het geografische noorden aan. Ster van de tweede grootte van het sterrebeeld den Kleinen Beer

Kaartnoorden (KN)

De bovenzijde van elke topografische kaart komt, indien de kaart georiŽnteerd is, overeen met het magnetisch noorden. OriŽnteren naar het noorden gebeurt aan de hand van een kompas. Het kaartnoorden is het noorden volgens de verticale lijnen van het raster op de kaart. Elke verticale lijn wijst naar het kaartnoorden.

Magnetisch noorden (MN)

Ook genoemd: kompasnoorden.

Het magnetisch noorden is het noorden waar de kompasnaald altijd naartoe wijst. Onder invloed van allerlei processen - onder andere magnetische krachtenvelden, bewegingen in de aardkern, draaias van de aarde en wisselend gewicht van de poolijskap - zijn op deze plaats de magnetische krachten zo sterk, dat de kompasnaald daar naartoe wijst. De magnetische afwijking is, dankzij de genoemde invloeden, redelijk te voorspellen.

Vanuit Nederland gezien ligt het magnetische noorden iets ten westen van het geografische of ware noorden. Het verschil tussen het geografische noorden (dat van de Noordpool) en het magnetische noorden (dat wat het kompas aangeeft) wordt declinatie genoemd. De declinatie is niet met het blote oog waar te nemen, omdat de verandering - althans vanuit Nederland - jaarlijkse 2 ŗ 3 duizendsten (zo'n 0,15 graden) naar het oosten bedraagt.

Het magnetisch noorden bevindt zich op de Parry Islands, een eilandengroep die behoort tot de archipel van de Queen Elizabeth Islands ten noorden van Canada, Ī 500 km noordelijk van het Noord-Amerikaanse continent. De ligging van de Parry Islands is op 75 graden 80 minuten noorderbreedte en 102 graden 70 minuten westerlengte (75.80º Noorderbreedte 102.70º Westerlengte). De eilanden zijn in 1819/'20 ontdekt door de Britse ontdekkingsreiziger Sir William Edward Parry.

Terug naar Boven

 

NORMAL FRAMEWORK OPERATIONS

Afgekort: NFO. Dagelijkse wijze van optreden van een uitgezonden strijdmacht. Ook aangeduid als Current Operations.

Een van de wijzen van optreden van westerse krijgsmachten, die als de ‘core business' van de dagelijkse gang van zaken van een Peace Support Operation worden gezien. De andere wijzen van optreden zijn KTS, CIMIC en IO:

NFO

Normal Framework Operation
dagelijks optreden

KTS

Knock-Talk-Search
gerichte acties

CIMIC

Civil-Military Cooperation
civiel-militaire samenwerking

IO

Information Operation
informatie operatie

NFO behelst dagelijkse bezigheden zoals:

Voorzien in force protection

Beveiligen van compound en ops-room

Rijden en begeleiden van konvooien

Ter beschikking hebben en inzetten van een Quick Reaction Force (QRF) of Emergency Reaction Force (ERF)

Monitoren en ruimen van landmijnen en UXO's

Dag en nacht, uitvoeren van patrouilles, bereden, te voet of per voertuig in de eigen Area of Responsibility (AOR)

Aanwezigheids- of presentiepatrouilles

Sociale patrouilles

Verkenningspatrouilles

Uitvoeren van voertuigcontroleposten/Vehicle Check Points (VCP) of versterken van de lokale autoriteiten

Controleren van de lokale strijdkrachten

Manoeuvres

Opleiding & Training

Sites (controleren en/of inzamelen wapens en/of munitie)

Het leeuwendeel van de NFO-activiteiten buiten de compounds komt voor rekening van de niveaus 1 t/m III. De terminologie ‘NFO' kwam in Nederland in gebruik dankzij het optreden van het Korps Mariniers en operatie EUFOR – het vervolg van de operaties UNPROFOR, IFOR en SFOR in BosniŽ-Hercegovina. In de regel worden Special Forces zelden ingezet voor Normal Framework Operations.

Alle informatie uit de rapportages die het gevolg zijn van dagelijks optreden gaan naar de Sectie 2 (Inlichtingen & Veiligheid), waardoor er een beeld kan worden opgebouwd van wat er zich zoal in de AOR afspeelt. Met name om voldoende eenheden ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van gerichte acties (Knock-Talk-Search) worden eenheden soms vrijgemaakt van NFO.

Zie ook: hand-over/take-over, Knock-Talk-Search (KTS) en lines of communication (LOC).

Terug naar Boven

 

NOTICE TO MOVE

Afgekort: NTM. Duits: Marschbereit(schaft). Frans: préavis de mouvement; en alerte à. Nederlands: graad van gereedheid. De graad van gereedheid wordt in tijd aangegeven.

De tijd is gebaseerd op de maximale toegestane tijdsduur die ligt tussen het moment waarop het bericht tot uitvoering van een opdracht wordt ontvangen en het moment waarop met de uitvoering van de verplaatsing voor die opdracht moet kunnen worden aangevangen. De aangegeven tijdsduur is een maximum, wat inhoudt dat ondercommandanten altijd de verplichting hebben hun eenheid zo spoedig mogelijk gereed te hebben.

Gewoonlijk wordt de NTM door een commandant aan ondercommandanten gegeven in een waarschuwings- of operatiebevel of verplaatsingsorder. De NTM kan de voorbereidingstijd verkorten of verlengen. Het verkorten van de voorbereidingstijd waarna een eenheid gereed moet zijn voor actie, houdt een verhoging in van de graad van gereedheid.

Een NTM wordt niet alleen gegeven in het kader van strategische en tactische verplaatsingen:

Strategisch

De tijd die gegeven is aan een inzetgerede eenheid om gereed te zijn voor een strategische verplaatsing naar het operatiegebied. Deze NTM is in de regel gesteld in dagen. Een eenheid kan bijvoorbeeld op een notice to move van 14 dagen gereedstaan om te ontplooien in een operatiegebied.

Tactisch

De tijd die gegeven is aan een inzetgerede eenheid om gereed te zijn voor een tactische verplaatsing in het operatiegebied. Deze NTM is in de regel gesteld in uren of minuten.

De graad van gereedheid kan variëren van 5 minuten tot zes uren. Een graad van gereedheid van 30 minuten - NTM30 - houdt in dat een eenheid vrijwel gereed is voor actie; deze (hoge) graad van gereedheid kan niet te lang worden aangehouden.

Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking

De krijgsmacht heeft permanent eenheden op een NTM van 24-48 uur voor bewakings- en beveiligingstaken, militaire bijstand en rampenbestrijding. De betrokken eenheden per operationeel commando, de ICMS-taken en de gereedheidstermijnen zijn verder uitgewerkt in het Operatieplan (Opplan) 10400 (Militaire bijstand en steunverlening) van de Directie Operaties van het Ministerie van Defensie.

Terug naar Boven

 

NUKUBU

Betekenis: nutteloze kut burger. Onder sommige militairen een scheldwoord voor burgers.

Natuurlijk is een burger geenszins nutteloos, alleen al omdat hij/zij - evenals de Defensiewerknemer - de belastingcenten toucheert waardoor de krijgsmacht haar werk kan doen. Feit is dat de gemiddelde burger die niet werkzaam is binnen het Ministerie van Defensie geen snars snapt van het fenomeen militair. Niettemin is een goede verstandhouding met de burgerij een must, reden waarom de krijgsmacht met Public Relations zoveel mogelijk laat zien waartoe zij in staat is. Dit is het geval op open dagen, voorlichtingsdagen e.d.

Zie ook: leunstoelstrateeg.

Terug naar Boven

 

NULLI CEDO

Lijfspreuk van de infanterie algemeen, tevens het baretembleem voor militairen in de infanterie-opleiding (vůůr 2002 ook van de initiŽle opleiding bij het schoolbataljon). Betekenis: "Ik wijk voor niemand". Tevens credo van de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus (1469-1536).

Het baretembleem op een gestileerde letter W, gedragen op een poncreaurode ondergrond (patje), bestaat uit een Romaans schild, gelegen op een neerwaarts gericht zwaard en rustend op een banderol. Hierin is de wapenspreuk 'Nulli Cedo' vermeld.

Tot 8 november 2002 - toen de schoolbataljons een eigen OCIO-embleem met twee gekruiste sokkelbajonetten kregen - droegen de leerlingen van de schoolbataljons het baretembleem 'Nulli Cedo'. Bij de oprichting van de schoolbataljons was destijds gekozen voor het 'Nulli Cedo'-embleem, maar de Wapen- en Traditieraad van de infanterie uitte vanaf het begin bezwaren tegen het oneigenlijk gebruik hiervan: de opleiding bij de schoolbataljons was en is geen infanterie-opleiding, maar een basisopleiding voor alle militairen.

De Nationale Reserve heeft van 1948 tot 25 augustus 1982 ook het embleem 'Nulli Cedo' gedragen. De NATRES bestond oorspronkelijk uit hulpmarechaussee (reservegrensbewaking), luchtdoelartillerie en infanterie, met derhalve drie verschillende baretemblemen.

De infanterie, het grootste aandeel in de NATRES, droeg het goudkleurige embleem 'Nulli Cedo'. Vanaf 1960 werden de marechaussee- en luchtverdedigingstaken afgestoten, waardoor alleen de infanterie en het 'Nulli Cedo'-embleem overbleven.

Sommige leden van Onze Vrijwilligers Vereniging Korps Nationale Reserve (OVV KNR), de oud-leden van de NATRES, dragen het oude 'Nulli Cedo'-embleem nog altijd met ere.

Links een militair met het nieuwe OCIO-embleem, rechtsboven het embleem uitgelicht, rechtsonder de kleur van de ondergrond van het baretembleem (patje).

Ook het 8ste Regiment Infanterie, dat in 1950 - zoals alle genummerde regimenten - werd omgedoopt in een naamregiment (in dit geval Regiment Infanterie Oranje Gelderland), droeg hetzelfde baretembleem.

Gekscherend wordt 'Nulli Cedo' soms verbasterd tot "Nutteloos lichaam creŽert eigen doodsoorzaak" of ingevuld als acroniem:"Nooit Uitgeslapen Luie Lamlendige Infanterist, Commentaar En Dergelijke Overbodig".

De van oorsprong klarinettist en later kapelmeester Joop P. Laro (1927-1975) componeerde de gelijknamige defileermars van het wapen der infanterie, 'Nulli Cedo'. Laro was achtereenvolgens kapitein-directeur van de Johan Willem Frisokapel (1953-1964), majoor-directeur van de Marinierskapel (1964-1975) en vanaf 1975 als luitenant-kolonel Inspecteur Militaire Muziek Krijgsmacht (IMMK). Hij componeerde verder onder andere de Inspectiemars (Koninklijke Landmacht), Mars 4 Divisie, 'Qua Patet Orbis' (Korps Mariniers), Mars 1 Legerkorps, NTC-Mars 'Hollands Glorie' (Nationaal Territoriaal Commando), BLS-Mars (Bevelhebber der Landstrijdkrachten) en Mars 1 Divisie '7 December'.

Bron onder andere: 'November Romeo', Korpsblad voor de Nationale Reserve, april 2008 (speciale editie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de Nationale Reserve).

Terug naar Boven

 

NUNC AUT NUNQUAM

Latijnse wapenspreuk van het Korps Commandotroepen (KCT). Betekenis:"Nu of Nooit".

Het motto van de commando's kan onder andere worden teruggevonden in het lint op het baretembleem, het herinneringsembleem ex-commando en het monument op de appŤlplaats van de Engelbrecht van Nassaukazerne. De spreuk weerspiegelt het doorzettingsvermogen en de onverzettelijkheid waar commando's over moeten beschikken.

De strijdkreet "Nunc Aut Nunquam" werd door Graaf Lodewijk van Nassau tijdens de Tachtigjarige Oorlog gevoerd, om te beginnen in de Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1868.

De volledige inscriptie in het vaandel van de broer van Willem van Oranje luidde "Nunc aut Nunquam, Recuperare aut Mori" ("Nu of Nooit, Sterven of Herwinnen"). In het gedicht 'Op het veld bij Heiligerlee. 23 mei 1868' verwijst Nicolaas Beets ernaar:

"Waar staan wij? Op het heuvelzand,
Ter onvergeetbre stede,
Waar Nassau 't eerst voor Nederland
Het zwaard rukte uit de scheede;
Waar 't Vrijheids-vaandel werd ontplooid,
De leus weergalmde: "nu of nooit!"
En 't "sterven of herwinnen!"
Door harten dreunde en zinnen."

Graaf Lodewijk van Nassau bedoelde met zijn strijdkreet dat men voor altijd van de vrijheid moest afzien als men die nu niet wist te bevechten.

Terug naar Boven

 

Laatste update:12.04.2015