Inhoudsopgave k
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

KIJKER, BINOCULAIR, 6 X 42, 6400 MILS

 

KAART & KOMPAS

De meest gebruikte topografische militaire kaart is de stafkaart. De schaal 1 : 50.000 van de stafkaart - dat wil zeggen de verhouding tot de werkelijkheid - is hierbij gestandaardiseerd: 1 cm op de stafkaart is in werkelijkheid 50.000 cm (500 meter).

De vakken - kaartvierkanten - op de stafkaart meten 2 x 2 cm (in werkelijkheid 1 x 1 km).

De lijnen van het kaartvierkant worden aangegeven met getallen, die aan de rand van de stafkaart kunnen worden gevonden. Om een nauwkeurig bepaalde plaats op de stafkaart, een coördinaat, aan te geven, wordt het kaartvierkant met denkbeeldige hulplijnen in tien gelijke delen verdeeld.

Een 6-cijfer-coördinaat geeft nauwkeurigheid op honderd (100) meter, een 8-cijfer-coördinaat op tien (10) meter en een 10-cijfer-coördinaat, zoals aangegeven op het GPS, zelfs op één meter.

Ieder kaartvierkant wordt op deze manier onderverdeeld in tien gelijke delen. Het verdelen van een kaartvierkant kan zowel visueel als met behulp van een kaarthoekmeter.

Als voorbeeld het coördinaat 32V LD 0716.8864.

Om het correct opzoeken van een coördinaat te onthouden, wordt het ezelsbruggetje "Huisje in, Trapje op" gehanteerd.

Bij het noteren van het coördinaat dienen eerst de getallen van de X-as en Y-as te worden genoteerd, daarna de nauwkeurige plaats binnen het aangegeven kaartvierkant op de kaart:

► Zoek de verticaal op (Y-as)
► Zoek de horizontaal op (X-as)
► In het kaartvierkant rechts van de verticaal en boven de horizontaal bevindt zich het coördinaat
► Bepaal de afstand vanaf de verticaal (Y-as)

Ga naar rechts

"Huisje in"

► Bepaal de afstand vanaf de horizontaal (X-as)

Ga omhoog

"Trapje op"

Als voorbeeld nogmaals het coördinaat 32V LD 0716.8864:

De X-as is 07, de Y-as 88.

Om het kaartcoördinaat, in dit geval een 8-cijfer-coördinaat, te kunnen vinden, moet het snijpunt van de X-as en de Y-as van de kaarthoekmeter op het kruispunt van de lijnen 07 en 88 worden gelegd.

Ga nu vanaf de X-as 16/100e naar rechts en 64/100e omhoog. Het gevonden punt is de locatie van het gevraagde 8-cijfer-coördinaat.

 

◄ Een boek waar alles in staat over kaart en kompas is zonder twijfel Kaartlezen. Handleiding voor kaart- en kompasgebruik van John Angenent (HES Uitgevers, 1987).

Zie ook: coördinaat, KAKO/KOKA, kruispeiling en terreinoriëntatie.

Terug naar Boven

 

KAARTHOEKMETER

Een doorschijnend plastic met zwarte opdruk, waarmee afstanden, coördinaten, hoeken en posities op een stafkaart kunnen worden bepaald.

De kaarthoekmeter die binnen de Koninklijke Landmacht wordt gehanteerd heeft een onderverdeling in mils (duizendsten) in plaats van in graden.

De omrekeningstabel hiervoor is:

360 graden

=

6.400 mils

0,05625 graden

=

1 mils

1 graad

=

17,78 mils

De kaarthoekmeter bestaat uit een aantal onderdelen:

In het midden staat een noordpijl; deze moet gelijk liggen met de (denkbeeldige hulplijnen van) de verticale Y-as op de stafkaart.

In het midden staat een X/Y-assenstelsel ter grootte van de kaartvierkanten op de stafkaart. Linksonder het midden van het X/Y-assenstelsel is een opening, opdat met naald of potlood een coördinaat kan worden geschoten.

Links van het midden staat een lineaal. De schaalverdeling is 8 cm (4 km). De lineaal heeft een opening, opdat met potlood een lijn kan worden getrokken.

Rondom staat een gradenboog in mils, met in het noorden het getal 64 (6400 mils), in het oosten 18 (1800 mils), in het zuiden 32 (3200 mils) en in het westen 48 (4800 mils).

Vanuit het midden loopt een metaalgaren ter lengte van ± 100 cm; deze moet bij het schieten van een hoek op de gradenboog rondom worden gelegd; op deze wijze kan een hoek in mils worden gemeten. Het metaalgaren kan ook worden gebruikt om lengtes op te meten in het kader van KAKO/KOKA.

Zie ook: B.A.D.-formule, kaart & kompas, K.A.K.O./K.O.K.A., kompas ‘Wilkie' MK 9657, kruispeiling, mil (duizendste) en windroos.

Terug naar Boven

 

K.A.K.O. / K.O.K.A.

Het is een gegeven dat in Nederland het magnetische noorden (MN) iets ten westen van het kaartnoorden (KN) ligt. Het verschil tussen beiden, declinatie , is niet met het blote oog waarneembaar.

De jaarlijkse verandering (miswijzing) in Nederland bedraagt 2 tot 3 mils (duizendsten). Voor het rekengemak ga ik uit van 2½ mils. Op de stafkaarten van de Nederlandse Topografische Dienst staat de jaarlijkse verandering aangegeven bij de magnetische gegevens in de legenda van het kaartblad.

De rekenformule KAKO/KOKA heeft betrekking op het omrekenen van kaarthoeken naar kompashoeken en vice versa.

Omdat een kaarthoek uitgaat van het kaartnoorden en een kompashoek van het magnetische noorden, dient er - gezien de jaarlijkse declinatie - een omrekening plaats te vinden voor een correcte navigatie en oriëntatie in het werken met kaart- respectievelijk kompashoeken.

Gegevens in dit voorbeeld:

  • Stafkaart uit: 1990
  • Jaartal nu: 2007
  • Verschil in jaren: 17
  • Jaarlijkse declinatie: 2½ mils

Overigens:

  • 360 graden = 6.400 mils
  • 0.05625 graden = 1 mils
  • 1 graad = 17,78 mils

Rekenformule van kaarthoek naar kompashoek (KAKO)

KAKO eindigt op de "O" van optellen. De kaarthoek op een stafkaart uit 1990 onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.670 mils (94 graden); voor navigatie met behulp van een kompas dien ik de kaarthoek om te rekenen naar een kompashoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kompashoek te verkrijgen moet de uitkomst worden opgeteld bij de kaarthoek. In dit voorbeeld:

17 x 2½ = 42½
kaarthoek + 42 mils = kompashoek
kompashoek: 1.670 mils + 42 mils = 1.712 mils

Rekenformule van kompashoek naar kaarthoek (KOKA)

KOKA eindigt op de "A" van aftrekken. De kompashoek onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.705 mils (96 graden); voor navigatie met behulp van een stafkaart dien ik de kompashoek om te rekenen naar een kaarthoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kaarthoek te verkrijgen moet de uitkomst worden afgetrokken van de kaarthoek. In dit voorbeeld:

17 x 2½ = 42½
kompashoek - 42 mils = kaarthoek
kompashoek: 1.705 mils - 35 mils = 1.663 mils

Bovenstaande rekenformule geldt alleen in Nederland!

Zie ook: kruispeiling.

Terug naar Boven

 

KALASJNIKOV

Afgekort: A.K. (Avtomat Kalasjnikov).

Russisch (semi-)automatisch wapen met kaliber 7,62 millimeter, op 6 juli 1947 in de stad Izhevsk (hoofdstad van de republiek Oedmoertië) in produktie genomen en genaamd naar sgt¹ Michail Timofeyevitsj Kalasjnikov (geboren op 10 november 1919). Vandaar dat het meest bekende en meest geproduceerde model de AK-47 wordt genoemd.

Kalasjnikov kwam in 1938 in dienst van het Rode Leger; in oktober 1941 raakte de toenmalige tankcommandant op een T-34, tijdens een gevecht in de Slag om Brjansk aan het Oostfront zwaar gewond door een Duitse granaat. In het ziekenhuis overdacht hij de onvolkomenheden van de Russische enkelschots karabijnen.

In 1943 viel zijn oog daarbij op een buitgemaakt Duits Sturmgewehr MP-44 (een verbetering van de Schmeisser-pistoolmitrailleur), dat gebruik maakte van lichte patroonhulzen met weinig kruit, waardoor er 30 patronen pasten in een (banaanvormig) magazijn. Bovendien was de terugslag niet al te hinderlijk en liep de mondingssnelheid van de kogel niet terug. Kalasjnikov’s uitvinding moest de prestaties van de Britse Stengun en de Amerikaanse Thompson overtreffen. Pas in 1950 nam het leger van de Sowjet-Unie de kalasjnikov zelf ook in gebruik.

Na een periode van ballingschap in Siberië werd Kalasjnikov begin jaren ‘60 gerehabiliteerd, per direct tot kolonel bevorderd (later vervolgens tot generaal-majoor) en ereburger van Izhvesk.

Het vuurrepeteermechanisme van de AK-47 is voor destijds revolutionair: iedere keer dat een kogel het wapen verlaat, wordt een gedeelte van de voortstuwings- en verbrandingsgassen (door een buis bovenop de loop) teruggevoerd, opdat zuigerstang en afsluiter terug naar achteren worden gevoerd (waardoor de volgende patroon voor de slagpin komt te liggen) én, door de drukgolf in de loop, de hamer opnieuw wordt gespannen.

Er zijn intussen naar schatting 55 à 70 miljoen Kalasjnikovs vervaardigd. In de jaren ’60 en ’70 was het wapen het symbool van linkse guerrilla- en bevrijdingsbewegingen, het siert onder andere de nationale vlag van Mozambique, de vlag van Hezbollah (militante beweging van sji'itische moslims in Libanon) en het visumstempel van Burkina Fasso.

De kalasjnikov is het populairste wapen in 55 krijgsmachten wereldwijd. Nagenoeg alle voormalige Warschaupact-landen produceerden een eigen versie van de AK. De meest geprefereerde versie is de korte Chinese versie. Wapens die zijn afgeleid van de Kalasjnikov zijn onder andere de Tsjechische Samopal en de Israëlische Galil.

Michail Timofeyevitsj Kalasjnikov; links aan de muur een portret van Vladimir Iljitsj Lenin.

Vlag van Hezbollah.
Vlag van Mozambique.

Specificaties:

lengte

87 cm

loop

intern verchroomd

vizier

verstelbaar en V-vormig

kolf

metaal en opklapbaar

leeggewicht

4,3 kg

magazijn

metalen of kunststoffen Banana-clip

magazijninhoud

30 patronen

kaliber

7.62 mm X 39 mm

mondingssnelheid

710 meter per seconde

vuurkracht

10 patronen per seconde

effectief bereik repeteerstand

300 meter

effectief bereik automatisch

200 meter

(Bron onder andere: De Onderofficier, serie ‘Wapens Wereldwijd’, aflevering 1, november 1993)

Dankzij een reportage van de Amerikaanse tv-zender NBC (25 juli 2013) is bekend dat de AK-47 van Osama Bin Laden in handen van de Central Intelligence Agency (CIA) is.

De AK-47 bevindt zich in een vitrinekast van het CIA Museum in Langley, Virginia, waar het deel uitmaakt van de collectie over de War on Terror.

Tijdens de raid op Bin Laden's compound in Abbottabad, Pakistan, werd het wapen op de derde etage vlakbij zijn lichaam gevonden door SEAL Team 6.

De AK-47 heeft een serienummer en nagemaakte Chinese markeringen. Volgens museumcurator Toni Hiley is de AK van Russische afkomst en is OBL er, voor zover bekend, nooit mee op beeldmateriaal gezien.

Op vrijwel elke foto of video was over Osama’s schouder dan wel in zijn nabijheid de AKS-74U, bijgenaamd ‘Krinkov’, te zien. Deze variant van de AK-47 met een korte loop is destijds ontwikkeld voor tankbemanning van het Sovjet-leger.

© foto: John Makely/NBC News.

Zie ook: heupvuur.

Terug naar Boven

 

KALIBER (DIAMETER LOOP)

Kaliber.
calibre.
caliber.
calibre.

Van het 15e-eeuwse Italiaans "calibro": een metalen plaat met een gat waarmee bij geschut de passende kogel kan worden gevonden.

Aanduiding voor de middellijn (diameter) van de ziel van de loop van een geweer, vuurmond (geschutmonding) e.d. - dus ook van de patronen/projectielen die met dat wapen(systeem) worden verschoten.

Het kaliber wordt weergegeven in millimeters of inch. Bij de weergave in inch gaat het om honderdsten of duizendsten van 1 inch (25,4 mm); bijvoorbeeld 0,22 inch wordt uitgeschreven als .22.

De kaliberaanduiding .223 is gelijk aan 5,56 mm; die van .308 gelijk aan 7,62 mm.

De tweede cijferreeks bij het uitdrukken van een NAVO-standaardkaliber geeft de lengte van de patroon aan. Binnen de Koninklijke Landmacht zijn en waren de gebruikelijke kalibers de NAVO-standaardkalibers:

5.56 x 45 mm

7.62 x 51 mm

kogelgewicht in grains

61

150

kogelgewicht in gram

3,95 gram

9.33 gram

militaire aanpassing van

Remington .223

Winchester .308

snelheid kogel

930 meter per seconde

838 meter per seconde

vrijkomende energie

1.700 Joules

3.275 Joules

voorbeelden

Colt
Minimi

FAL
MAG

Kleinkaliberwapens (afgekort: kkw) zijn wapens die patronen verschieten met een kaliber gelijk aan of kleiner dan 20 mm.

In Nederland is het grootste kleinkaliberwapen de mitrailleur .50 inch Browning M2 HB, die patronen verschiet met een diameter van 12,7 mm.

◄ Voorbeeld van een kaliber: patroon .338 - uitgesproken als "Punt 338" - van het Geweer Lange Afstand (GLA), beter bekend als de Accuracy.

Het 25 mm snelvuurkanon Oerlikon KBA, groter dan 20 mm, is dan ook geen kleinkaliberwapen.

Elk wapen heeft een kaliberaanduiding.

Voorbeelden:

Wapen(systeem)

Kaliber

► schietbuis Leopard 2A6-gevechtstank

120 mm

► schietbuis Panzerhaubitze 2000

155 mm

► M27-raketten Multiple Launch Rocket System

277 mm

Zie ook: kleinkaliberwapens (kkw), kogel- en scherfwerend vest en ops-vest.

Terug naar Boven

 

KALIBER (TIJDSCHRIFT NMM)

Glossy tijdschrift dat wordt uitgegeven door het Nationaal Militair Museum (NMM), "een magazine dat voor iedereen van jong tot oud, van man tot vrouw, van (oud-)militair tot burger interessant is".

Het eerste, 130 pagina's tellende nummer verscheen in april 2016 in een oplage van 70.000 exemplaren.

Het magazine is landelijk verkrijgbaar bij supermarkten en tijdschriftkiosken en kost € 6,95. In de museumwinkel van het NMM kost het magazine € 5,95.

Dit eerste nummer had het 100-jarig bestaan van de tank als thema, naar de tentoonstelling 'Tank! Back to the future' in het NMM (23 april t/m 18 oktober 2016).

Het International Standard Serial Number (ISSN) van Kaliber is:

Zie ook: Nationaal Militair Museum (NMM).

Terug naar Boven

 

KAMP HOLTERHOEK

Deze kazerne, gelegen in Eibergen in de Gelderse gemeente Berkelland, is sinds 1998 de thuisbasis van het Operationeel Verbindings- en Inlichtingen Centrum (OVIC). De kazerne is opgeleverd in 1955.

Het OVIC behoort tot de Nationale Signaalinterceptie Organisatie (NSO), een samenwerkingsverband van AIVD en MIVD, waarbij de MIVD een voortzetting is van de in 1995 samengevoegde inlichtingendiensten van de krijgsmachtdelen.

Ook is er een deel van het CIS-bataljon (Communication & Information Systems-bataljon) van High Readiness Forces (HRF) Headquarters (HQ) 1 GNC gevestigd.

Tot 2001 was ook 102 EOV (Elektronische Oorlogvoering)-compagnie op Kamp Holterhoek geloceerd – indertijd de opvolger van 898 Verbindingsbataljon. In dat jaar verhuisde de eenheid naar de Generaal-majoor Kootkazerne in Garderen; in 2007 verhuisde 102 EOV-compagnie – sinds 2005 onderdeel van 103 ISTAR-bataljon – opnieuw, ditmaal naar de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne in ’t Harde.

Ten behoeve van de NSO staan op de kazerne twee zestig meter hoge masten en antennedraden en, sinds 2003, een antenneveld van vier cirkels. Elke cirkel telt twaalf antennes. Was het afluisteren van militaire opponenten tijdens de Koude Oorlog gericht op de Sovjet-Unie en het Warschaupact (Oost-Europa), na de nieuwe taakstelling van de krijgsmacht, waarin militairen wereldwijd deelnemen aan vredesoperaties, waren de voelsprieten gericht op landen als Joegoslavië, Irak en Afghanistan.

Terug naar Boven

 

KARDOES

Duits: Kartusche. Engels: cartouche; propelling charge bag. Frans: cartouche. Afgekort: kard.

Voortdrijvende lading die omhuld is in een katoenen, papieren of linnen koker of zak. Hierin zit een lading buskruit. Met behulp van de koker of zak kan een granaat worden afgevuurd voor geschut, houwitsers, kanonnen en overige vuurmonden.

Hoe groter de kardoes, des te groter de schootsafstand bij gebruik van gelijke granaten. Afhankelijk van de afstand die dient te worden bevuurd, worden één of meerdere delen van de kardoes verwijderd. Moderne kardoezen kunnen in willekeurige volgorde tot de vereiste afvuurlading worden gestapeld.

Terug naar Boven

 

Kazemat

Bunker, Kasematte.
abri, casemate, bunker.
casemate.

Etymologie: "casa armata" (Spaans voor bewapend huis).

Geheel of deels onder het maaiveld gelegen permanente militaire gevechtsdekking, met name van gewapend beton of stenen of anders van hout met een stevige gronddekking, die een zekere mate van bescherming bood tegen vijandelijk vuur.

De kazemat is een voorbeeld van een afwachtingsdekking (die slechts dient voor verdediging) met een perfecte vuur- en zichtdekking. De kazemat is oorspronkelijk bedoeld voor militairen, militaire faciliteiten of burgers (commandovoering, geschuts- of gevechtsopstelling, onderkomen, opslag, schuilplaats.

Wanneer een kazemat een gevechtsfunctie had, was ze voorzien van een of meer schietgaten voor het eigen geschut, kleinkaliberwapens of mitrailleurs. De schietgaten waren vaak gericht naar één zijde.

Vanwege de zwaar versterkte constructie, in de regel van gewapend beton, biedt een bunker een bepaalde mate van bescherming tegen beschietingen met zware kalibers en zelfs bombardementen door vliegtuigen. In WO I en II maakten kazematten vaak deel uit van een verdedigingslinie (Atlantikwall, Grebbelinie, Maginotlinie), die meestal strategisch in het terrein was gegroepeerd in een denkbeeldige lijn. Een dergelijke lijnopstelling maakte in de regel deel uit van een geordend geheel van forten, inundatiewerken en kazematten.

Functioneel dienden ze ook als langdurige slaap- en/of verblijfplaats voor de militairen. Daarnaast werden kazematten gebruikt voor de opslag van voorraden levensmiddelen, munitie en wapens.

Zie ook: ligsleuf, loopgraaf en schuttersput.

Terug naar Boven

 

KAZERNE

Kaserne.
barracks.
caserne.

Etymologie: "castra" (Latijn: kamp met meerdere gebouwen) en "quaterni" (Latijn: wachtlokaal voor vier soldaten).

Groot gebouw of verzameling van gebouwen bedoeld om militairen te huisvesten.

De eerste kazernes (castra), in de Romeinse tijd, waren bestemd voor de Pretoriaanse Garde, de lijfwacht van de keizer.

Vóór de 17e eeuw vond de legering van militairen in de regel plaats in grote gebouwen die in onbruik waren geraakt, zoals kerken en kloosters. Soldaten in het Franse leger werd in de 17e en 18e eeuw opgedragen samen bij burgers in hun garnizoensstad onderdak te vinden.
 
De kazerne heeft zijn oorsprong in Frankrijk, waar Lodewijk XIV bepaalde dat de infanterie in speciaal daartoe ontworpen kazernes moest worden gehuisvest. Architect/vestingbouwkundige Alain Vauban ontwierp een gebouw dat tot in de 19e eeuw in Frankrijk en andere Europese landen het uitgangspunt voor kazernebouw vormde.

De eerste barakken werden nog tijdens het bewind van Lodewijk XIV gebouwd. Bij decreet van 3 december 1691 werden barakken gebouwd om het Régiment des Gardes Françaises onder te brengen. Vanaf 1820 waren op Frans grondgebied voldoende kazernes te vinden; in Duitsland dateert de eerste kazernebouw van het begin van de 18e eeuw; in Groot-Brittannië werden kazernes vanaf 1790, aan de vooravond van de Napoleontische oorlogen, gebouwd.

Terug naar Boven

 

KDC-10

Voluit: McDonnell Douglas KDC-10 Extender.

Multi-role (multifunctioneel) strategisch transportvliegtuig.

De McDonnell Douglas KDC-10 is het grootste vliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht dat grote hoeveelheden vracht en personeel snel over een lange afstand kan vervoeren.

Ten opzichte van de Hercules C-130 heeft de KDC-10 het nadeel dat dit toestel een vliegveld met een verharde baan en voldoende ondersteuning nodig heeft.

Afgeleide taken van de KDC-10:

geneeskundig luchttransport (aeromedical evacuation) van het operatiegebied naar Nederland

■ humanitaire hulpvluchten

■ shuttlevluchten ten behoeve van deployment en redeployment

  

De KDC-10 is, in Nederland (in gebruik sinds 1995), bedoeld voor strategisch luchttransport en air-to-air refueling - met het zgn. boom-systeem bijtanken van vliegtuigen in volle vlucht, zoals de F-16.

De Nederlandse luchtstrijdkrachten beschikken over twee KDC-10's, ingedeeld bij 334 Squadron op de Vliegbasis Eindhoven: T-235 (Jan Scheffer) en T-264 (Prins Bernhard).

Specificaties:

hoogte

17 meter 70

kruissnelheid

895 km per uur

leeggewicht

120 ton

lengte

55 meter 45

maximaal aantal passagiers

350

maximaal cargovermogen

65 ton

maximale vlieghoogte

30.000 feet (± 9 km)

motoren

3 x General Electric turbofan

spanwijdte

50 meter 40

vliegbereik

9.730 km

De bemanning van de KDC-10 bestaat uit vier personen: piloot, co-piloot, flight engineer en boom operator (tanker).

Zie ook: geneeskundig luchtttransport, Hercules C-130 en redeployment.

Terug naar Boven

 

KEEP IN MIND

Afgekort: KIM.

Van origine een backroniem van "Kim's game": de initialen van de naam Kim vormen ook de afkorting KIM.

Kim's game komt uit de roman 'Kim' (1901) van Rudyard Kipling (1865-1936). De Engelse schrijver werd voor 'Kim' geïnspireerd in de Indiase stad Bundi, waar hij verbleef als correspondent voor de Engelstalige Indiase krant The Pioneer. In de roman is Kim de roepnaam van Kimball O'Hara.

Voorbeeld van een Kim's game:

Bovenstaande GIF-animatie bestaat uit twaalf voorwerpen die allemaal een relatie hebben met het beroep van militair.

Elk voowerp blijft vijf seconden in beeld; na één minuut zijn dus alle objecten in beeld geweest.

Probeer van ieder object zoveel mogelijk te onthouden.

 

De roman 'Kim' van Rudyard Kipling.

In Brits-India aan het einde van de 19e eeuw zwerft de wees Kimball, zoon van een Ierse militair, rond.

In Lahore bedelt hij zijn brood bij elkaar. Ook doet hij af en toe klusjes voor Mahbub Ali, een paardenhandelaar die ook voor de Britse geheime dienst werkt. Mahbub leidt Kim op als spion.

Een onderdeel van zijn opleiding is het observeren en zo minutieus mogelijk in het geheugen prenten van waarnemingen.

Om zijn geheugen te trainen speelt Kim in Simla een spel met Lurgan Sahib, eigenaar van een winkel in sieraden en spion voor de Britten tegen de Russen. Lurgan noemt dat spel 'The Play of the Jewels', Kim noemt het zijn spel: Kim's game.

Kim raakt ook bevriend met een oude Tibetaanse lama en speurt als zijn volgeling naar "innerlijke bevrijding". Ook wordt Kim door de Britten gebruikt om berichten over te brengen naar de Britse commandant in Umballa.

In het boek 'Scouting Games' (1910) van luitenant-generaal Sir Robert Baden-Powell, stichter van de Scouting, werd Kim's game geïntroduceerd als spel voor de padvinderij.

De moderne Kim's game kan bijvoorbeeld worden beoefend door sluipschutters (snipers), Special Forces, verkenners en voorwaartse waarnemers (Forward Observers) om het geheugen systematisch te verbeteren.

In een kamer of op een tafel liggen verschillende (militaire) voorwerpen. De voorwerpen zijn afgedekt. Zodra de voorwerpen zichtbaar worden gemaakt, hebben de observanten een voorgeschreven tijd (bijvoorbeeld één minuut) om de voorwerpen goed in het geheugen te prenten. Tijdens de oefening mogen de voorwerpen niet worden aangeraakt en er mag niet worden gesproken. Na één minuut worden de voorwerpen weer afgedekt. De observant moet beschrijven wat hij heeft waargenomen, met inbegrip van zo veel mogelijk details.

In onderstaande afbeelding staan alle twaalf voorwerpen uit de vorige Kim's game:

Terug naar Boven

 

K.E.K.

Betekenis: Keuken, Eetzaal en Kantine. Geheel van bij elkaar behorende ruimten op een vredeslocatie, waarin het personeel van Paresto – wat dienstverlening betreft – de spreekwoordelijke scepter zwaait. In de keuken worden de maaltijden bereid, in de eetzaal wordt gegeten en in de kantine gerelaxt.

Terug naar Boven

 

KEPIE

Käppi.
kepi.
képi.

Synoniem: sjako(pet).

Ontleend aan het Frans 'képi' ("cilindervormig militair hoofddeksel").

Enigszins hoog, cilindrisch gevormd militair hoofddeksel waarvan de stof niet in elkaar valt. Het hoofddeksel heeft aan de voorzijde een klep, is in de regel voorzien van een kinband (stormriempje) en aan de bovenzijde vlak.

De kepie werd aan het begin van de 19e eeuw, onder Napoleon, ingevoerd onder Franse militairen, feitelijk als opvolger van de 'casquette d'Afrique'.

Decennia achtereen bleef de kepie het standaardhoofddeksel van de Franse strijdkrachten.

Nu wordt de kepie - képi blanc (witte kepie) - alleen nog gedragen door de militairen van het Légion étrangère (Vreemdelingenlegioen).

Tot aan WO II behoorde de kepie ook in Nederland tot het uniform van militairen van de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marechaussee. Alle officieren droegen een kepie; elke militair behorend tot zijn verlof- en uitgaanstenue.

Zie ook: Koninklijke Marechaussee en Vreemdelingenlegioen.

Terug naar Boven

 

KERNGEDRAGINGEN INSTRUCTEUR

Lijst van 67 concrete gedragingen waaraan de instructeur tijdens het geven van instructie aandacht dient te schenken.

De kerngedragingen - afkomstig uit het zgn. Blauwe Boekje (Handleiding Instructeur) en uit de Lijst kerngedragingen instructeur KMS - zijn gegroepeerd rond de fasen tijdens het geven van instructie én de didactische werkvormen:

► tijdens de les
► aan het begin van de les
► tijdens de kern van de les
► aan het einde van de les

Tijdens de kern van de les kan de volgende verdeling worden gemaakt:

► bij alle didactische werkvormen
► voornamelijk bij overdrachtsvormen
► voornamelijk bij gespreksvormen
► voornamelijk bij opdrachtvormen

KERNGEDRAGINGEN TIJDENS DE GEHELE LES

1

Bouw de les op volgens instructieaanwijzing en lesplan
2
Geef hoofdzaken en bijzaken aan
3
Leg vaktermen uit
4
Spreek duidelijk en goed gearticuleerd in de richting van de leerlingen
5
Gebruik woorden en zinnen overeenkomstig het niveau van de leerlingen
6
Geef gelegenheid tot het stellen van vragen
7
Demonstreer voorbeeldgedrag
8
Plaats positieve opmerkingen in plaats van negatieve
9
Reageer onopvallend op kleine ordeverstoringen
10
Reageer op de juiste wijze op ernstige ordeverstoringen
11
Kies een zodanige opstelling bij alle werkvormen dat die duidelijk zicht- en hoorbaar is voor alle leerlingen
12
Toon alle werkvormen op het juiste moment en niet langer dan noodzakelijk
13
Geef aan waarop moet worden gelet voorafgaande aan, tijdens en na afloop van het getoonde
14
Zorg dat verstrekte informatie duidelijk leesbaar en hoorbaar is
15
Hanteer een medium overeenkomstig de gebruiksaanwijzing
16
Toon alleen wat van wezenlijk belang is voor het te behandelen onderwerp (need-to-know versus nice-to-know)

KERNGEDRAGINGEN AAN HET BEGIN VAN DE LES

17
Begin na binnenkomst met een praatje ("praatje pot")
18
Begin de les met een herhaling, overhoring of inleiding (HOI)
19
Maak de leerdoelen van de les bekend en verklaar de leerdoelen
20
Geef het nut/belang van de les aan
21
Leg een relatie met vorige en/of toekomstige leerdoelen
22
Geef de structuur en werkwijze van de les aan
23
Controleer of het begin van de les duidelijk is

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ ALLE WERKVORMEN

24
Erken ideeën
25
Gebruik ideeën
26
Accepteer gedrag
27
Accepteer gevoelens
28
Prijs zonder argument
29
Prijs met zakelijk argument
30
Verwerp zonder argument
31
Verwerp met zakelijk argument
32
Geef een bijsturende reactie
33
Baken stappen herkenbaar af en leg een relatie tussen de verschillende stappen
34
Vat regelmatig samen voor zoveel mogelijk leerlingen
35
Varieer in presentatie m.b.t. school- of whiteboardbord, overheadprojector, Power Point, andere onderwijsleermiddelen/media, standplaats, blikrichting en stemgebruik

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE VOORDRACHTSVORM

36
Motiveer leerlingen d.m.v. uitspraken
37
Beschrijf feiten op zakelijke wijze
38
Verklaar feiten op zakelijke wijze
39
Geef een persoonlijke mening
40
Wissel de voordrachtsvorm regelmatig af met de andere werkvormen

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE GESPREKSVORM

41
Stel geheugenvragen
42
Stel begripsvragen
43
Stel creatieve vragen
44
Stel persoonlijke meningsvragen
45
Stel de vraag technisch juist:
  • vraag stellen
  • pauze in acht nemen
  • naam van antwoordgever noemen
46
Verdeel de beurten over de klas
47
Vraag oplettendheid
48
Stel juist geformuleerde vragen
49
Speel dezelfde vraag door aan andere leerlingen
50
Vat antwoorden van leerlingen samen
51
Vraag door aan cq. spits toe bij dezelfde leerlingen
52
Speel de vraag van een leerling terug naar andere leerlingen

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE OPDRACHTSVORM

53
Geef een reproduktie-opdracht
54
Geef een toepassingsopdracht
55
Geef een creatieve opdracht
56
Geef een persoonlijke meningopdracht
57
Kijk naar vorderingen tijdens het werk
58
Stel vragen over vorderingen tijdens het werk
59
Kijk naar het resultaat van het werk
60
Betrek leerlingen bij elkaars werk
61
Handel bij (deel)opdrachten op de juiste wijze

KERNGEDRAGINGEN AAN HET EINDE VAN DE LES

62
Vat de leerstof samen
63
Verwijs naar de leerdoelen
64
Ga naar of de leerdoelen zijn gehaald ( produkt-evaluatie )
65
Bespreek de resultaten
66
Leg een relatie met het doel of de toekomst
67
Stel het lesverloop aan de orde ( proces-evaluatie )

Zie ook: didactische kernvragen, ECOD, instructiebekwaamheid, Lead By Example, leidinggeven en onderofficier.

Terug naar Boven

 

KERNWAPEN

Kernwaffe, Atomsprengkörper.
nuclear weapon, atomic weapon.
arme nucléaire, arme atomique.

Synoniemen: atoombom; atoomwapen; nucleair strijdmiddel.

Wapen dat in zijn finale configuratie - na volledige montage, ontgrendeling, buisinstelling en afvuur- of ontstekingsprocedure - geschikt is om door fusie dan wel splijting van atoomkernen te exploderen. Bij de hierdoor teweeggebrachte nucleaire reactie komt een zeer grote hoeveelheid energie vrij, waardoor de uitwerking van een kernwapen vele malen groter is dan die van een conventioneel wapen.

Bij een kernexplosie ontstaan achtereenvolgens een lichtflits, hitte, luchtdrukgolven, radioactieve straling (onder andere als gevolg van de fall-out) en een elektromagnetische puls.

Als gevolg van een kernwapenexplosie kunnen in elk geval als letsels blast, blindheid, botbreuken, brandwonden en stralingsletsel worden verwacht. Bij een kernwapenexplosie moeten de ogen worden beschermd tegen de lichtflits, de huid tegen de hitte (schaduw, kleding). Indien mogelijk moet dekking worden gezocht tegen de gevolgen van de luchtdrukgolven, die tevens een gunstig effect heeft op het afschermen tegen de radioactieve, ioniserende straling en fall-out.

De mate waarin de explosieverschijnselen zich voordoen is afhankelijk van het wapenvermogen (in kiloton, kT, om megaton, mT) en de hoogte waarop de kernwapenexplosie plaatsvindt.

Bij een kernwapenexplosie van 1 kT komt evenveel energie vrij als bij de explosie van één miljoen kilogram conventionele springstof trinitrotolueen (TNT).

Maaiveldexplosie.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

► Luchtexplosie

op zodanig grote hoogte dat de vuurbol de grond niet raakt

► Maaiveldexplosie

op zodanige hoogte dat de vuurbol de grond raakt

► Ondergrondse explosie

waarbij het middelpunt van de vuurbol beneden het aard- of wateroppervlak ligt

In een relatief klein gebied rondom het explosiepunt zal, ondanks genomen collectieve en persoonlijke beschermingsmaatregelen, het aantal overlevenden gering zijn. Omdat de energie van de explosieverschijnselen snel afneemt naarmate de afstand tot de explosie toeneemt, zal zich buiten dat gebied een veel groter gebied bevinden waarin het nemen van beschermende maatregelen van grote invloed is op de overlevingskans en de kans op gewond raken.

Omdat de kernwapenexplosie een aselectieve vernietiging veroorzaakt, wordt in een zeer groot verspreidingsgebied rond het explosiepunt zeer ernstige schade toegebracht aan mens (organen en weefsels) en materieel (infrastructuur).

Militair wordt een indeling gemaakt in strategische en tactische kernwapens: strategische - met een groot vermogen en dito bereik - zijn bedoeld om middels intercontinentale wapensystemen op het doel (industrie, militaire reserve, stad, strategische vergeldingsmacht) te worden gebracht, tactische - met een kleiner vermogen en dito bereik - worden lokaal/regionaal gebruikt om het gevecht in het voordeel te beslechten.

De eerste kernwapens werden ontwikkeld in het Manhattanproject: een geheime operatie waarin de Verenigde Staten tijdens WO II de atoombom ontwikkelden. Het Manhattanproject, vanaf 1943 uitgevoerd in Los Alamos (New Mexico), was gestart om kernwapens te ontwerpen en voldoende splijtbaar materiaal te produceren. De eerste proefexplosie, met een plutoniumbom met de codenaam Trinity en een explosieve kracht van 10 kT, vopnd plaats op 16 juli 1945 in de woestijn van Alamogordo (New Mexico).

Little Boy, de atoombom die de Amerikanen boven Hiroshima afwierpen.

Hoewel de bom slechts 4.000 kg woog was de explosieve kracht gelijk aan die van 20.000 ton (20 kiloton) trinitrotolueen (TNT).

Het gevolg van de Amerikaanse atoombom op Hiroshima op 6 augustus 1945.

De eerste kernwapens die in oorlogstijd werden ingezet, waren Little Boy (20 kT TNT) en Fat Man (21 kT TNT), respectievelijk op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki op 6 en 9 augustus 1945. Kort na de Amerikaanse aanvallen capituleerde Japan onvoorwaardelijk, waarmee een einde kwam aan WO II. Het dodental als gevolg van beide kernwapens beliep aan het einde van WO II al ruim 200.000.

Binnen enkele jaren na WO II brachten de VS en de Sovjet-Unie beiden een kernfusiewapen (waterstofbom) tot explosie, respectievelijk in 1952 en '53. Beide landen bleven doorgaan met kernproeven en bleken vanaf de jaren '60 in de 20e eeuw niet langer het monopolie te bezitten: ook Groot-Brittannië (1952), Frankrijk (1960) en China (1964) hielden hun eerste kernproeven.

Dat het bezit van kernwapens conventionele oorlogvoering allesbehalve overbodig heeft gemaakt, bewijst de kernwapenwedloop die tijdens de Koude Oorlog plaatsvond. Beide partijen - West (de VS en de NAVO) versus Oost (de Sovjet-Unie en het Warschaupact) - schrokken elkaar decennia achtereen af (Nuclear Deterrence) en trachtten elkaar af te troeven met een grote hoeveelheid opgeslagen kernwapens en dito dreigementen daarmee. Gelet op de superioriteit van de conventionele Sovjet-strijdkrachten, was de VS bevreesd de Sovjet-Unie alleen met inzet van kernwapens te kunnen tegenhouden wanneer ze West-Europa zouden binnentrekken.

Uit de Koude Oorlog dateert ook de strategie van de Mutual Assured Destruction (MAD), geïntroduceerd door de Amerikaanse minister van Defensie Robert McNamara, die ervan uitgaat dat het gebruik van kernwapens door één van beiden resulteert in de gegarandeerde vernietiging van zowel de aanvaller als de verdediger.

Na de MAD volgde tot het einde van de Koude Oorlog de strategie van Flexible Response. Deze strategie behelsde dezelfde massale inzet van kernwapens als in de MAD, maar kon daarnaast een "passend antwoord" geven: de directe verdediging die beoogt een aanval af te slaan op het niveau waarop de agressie is gepleegd of de weloverwogen escalatie.

Na de Koude Oorlog ligt het belang van kernwapens met name in het horrorscenario van het gebruik hiervan door landen als India, Iran, Israël, Noord-Korea en Pakistan. Dictaturen als die in Iran en Noord-Korea schrikken er bijvoorbeeld niet voor terug om proeflanceringen uit te voeren met ballistische raketten.

In 1968 ondertekenden bijna alle landen ter wereld het Non-Proliferatie Verdrag, dat uiteindelijk het bezit van kernwapens zal moeten beperken.

China, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland en de Verenigde Staten zijn de officiële kernmachten: landen met kernwapens.

Mede dankzij het nucleaire non-proliferatieverdrag (NPV) van 1968 kon de verdere verspreiding van nucleaire strijdmiddelen enigszins in toom gehouden worden. Hoewel het NPV niet is ondertekend door India, Israël en Pakistan, baren juist ondertekenaars als Iran en Noord-Korea de meeste zorgen.

Zie ook: Koude Oorlog, Nationaal verbod kernwapens strandt in Tweede Kamer (28 april 2016) en NAVO.

Terug naar Boven

 

K.I.A.

Getötet im Einsatz.
tué en action.

Voluit: Killed In Action.

Term die wordt gebruikt voor militairen die zijn gesneuveld in een (militair) gevecht.

Volgens de maatstaf van de algemene verdedigingstaak (AVT) zal een minderheid van het totale gevechtsverlies bestaan uit gesneuvelden.

Onder alle omstandigheden worden gesneuvelden afgevoerd, idealiter in de lijn van het ontplooide militaire gezondheidszorgsysteem.

Volgens de BATLS UK zijn de belangrijkste oorzaken van KIA:

46 %

Catastrofale bloedingen

21 %

Penetrerend hersenletsel

4 %

Letsel aan de ademweg

9 %

Combinaties van bovengenoemde letsels

10 %

Verminkend blastletsel

90 %

TOTAAL

Zie ook: Died Of Wounds (DOW) en gevechtsverlies.

Terug naar Boven

 

KIKADEWADO

Betekenis: "Kind kan de was doen".

Uitdrukking die wordt gebruikt om de kinderlijke eenvoud van iets aan te geven.

Hoe gemakkelijk iets gaat dan wel hoe eenvoudig iets is om te doen, kan het best worden nagestreefd door middel van het ezelsbruggetje KISS (Keep It Stupidly Simple).

Terug naar Boven

 

KILLING HOUSE

Gebouw dat wordt gebruikt om het bevrijden van gegijzelden en het zuiveren van gebouwen te beoefenen ("room clearing"), al dan niet met gebruikmaking van scherpe munitie.

Het killing house traint militairen van Special Forces (SF) in antiterreur-technieken, Close Quarter Battle (CQB) en Direct Action (DA).

Het oefenprogramma vindt plaats in een speciaal daartoe geprepareerd gebouw met een laybyrint aan kamers, gangen en obstakels. Tijdens de training kunnen collega's of VIP's worden gebruikt als te bevrijden gegijzelden.

Het bekendste killing house is zonder twijfel dat van de Special Air Service (SAS), maar ook het Korps Commandotroepen (KCT) gebruikt een killing house: op de voormalige Koningin Wilhelminakazerne in Ossendrecht.

Zie ook: Close Quarter Battle (CQB), Direct Action (DA), Korps Commandotroepen (KCT), Special Air Service (SAS) en Special Forces (SF).

Terug naar Boven

 

KILROY WAS HERE

De Amerikaan James J. Kilroy was in de Tweede Wereldoorlog een scheepsinspecteur op de Fore River Shipyard in Quincy, Massachusetts. Met zijn in geel krijt gekrabbelde "Kilroy was here" gaf hij aan dat een vaartuig zeevaardig was bevonden.

Militairen die op een schip Kilroy's slogan ontdekten, ervoeren dat Kilroy steeds als eerste ergens was geweest en verspreidden de kreet vervolgens bij wijze van grap op de muren van oorden waar strijd werd geleverd, dus met name in Europa en Zuidoost-Azië. Doordat Kilroy iedere keer ergens als eerste bleek te zijn geweest, kreeg hij in de Amerikaanse krijgsmacht de mythisch-legendarische proporties van een Super-GI.

Naar verluidt is de kreet "Kilroy was here" zelfs te vinden op de top van de Mount Everest, het Newyorkse Statue of Liberty, aan de onderkant van de Parijse Arc de Triomphe en op de maan.

Terug naar Boven

 

KINDSOLDAAT

Duits: Kindersoldat. Engels: child soldier. Frans: enfant soldat.

In de Herziene militair-historische leeswijzer Afrika (2014) zijn ook titels te vinden over het verschijnsel ‘kindsoldaat’. De brochure kan worden gedownload van de website van het Ministerie van Defensie.

Kind - volgens de Convention on the Rights of the Child (Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties) iedereen onder de 18 jaar - dat als soldaat dienst doet in een regeringsleger of georganiseerde gewapende politieke groep, zoals een rebellenleger.

De Convention on the Rights of the Child is goedgekeurd op 20 november 1989 en in werking getreden op 2 september 1990.

In de eerste plaats neemt een kindsoldaat direct deel aan vijandelijkheden, maar het militaire misbruik strekt zich uit tot taken als bewaker, boodschapper, drager (van bijvoorbeeld munitie, voedsel en wapens), portier, runner, spion, uitkijk en overige hand-en-spandiensten.

Daarnaast worden ze misbruikt als (seks)slaaf, ingezet als menselijk schild of voor propagandandistische doeleinden. Ook worden kinderen onder dwang gerekruteerd of ontvoerd.

Artikel 38 van de Convention on the Rights of the Child bepaalt dat personen jonger dan vijftien jaar niet rechtstreeks aan vijandelijkheden mogen deelnemen. In de praktijk blijkt de leeftijdsgroep 15-18 jaar de meeste kwetsbare.

Wereldwijd worden honderdduizenden kinderen onder de 18 jaar in legers ingelijfd. Afrika kent het grootste aantal kindsoldaten dat direct in gewapende conflicten wordt ingezet. Naar schatting worden kindsoldaten in driekwart van alle conflicten ingezet.

UNICEF, Terre des Hommes en Amnesty International betitelen alle strijders jonger dan 18 jaar als kindsoldaten. Volgens UNICEF waren er in 2007 meer dan 250.000 kinderen die werden misbruikt als kindsoldaten.

De enorme verspreiding van kleinkaliberwapens draagt bij aam de toegenomen rekrutering van kindsoldaten.

Ook voor kinderen zijn deze wapens gemakkelijk in het gebruik. Kinderen in landen waar gewapende conflicten plaatsvinden zijn veelal op de vlucht, wees of afkomstig uit arme dan wel gebroken gezinnen.

In een leger vinden ze bescherming, onderdak en voedsel. Kinderen zijn daarmee een gemakkelijke prooi voor militaire rekrutering:

► Kinderen zijn goedkoop. Vaak krijgen of willen ze geen soldij. Bovendien eten ze minder dan volwassenen.

► Ook zijn kinderen per definitie zeer beïnvloedbaar. Het is gemakkelijk om ze te overreden zich aan te sluiten bij een leger.

► Hoewel kinderen een fascinatie voor geweld hebben, krijgen ze soms drugs om hun angst en aarzeling te overwinnen. Kinderen zijn zowel dapper en onverschrokken als onbezonnen, wat ze gemakkelijk tot slachtoffer maakt, juist ook omdat ze geen benul van de dood hebben.

► Kinderen zijn gehoorzaam. Wanneer ze deserteren, wordt wraak genomen op hun familie.

Na een gewapend conflict is het proces van Disarmament, Demobilization and Reintegration juist ook voor voormalige kindsoldaten mede bepalend voor hun toekomst.

Omdat kindsoldaten opgroeien in een gewelddadige omgeving met mensonterende normen en waarden, blijven velen na een oorlog verweesd, getraumatiseerd, ontspoord en als analfabeet achter.

Wanneer oud-kindsoldaten niet goed worden opgevangen, geen onderwijs krijgen en niet de geborgenheid van familie hebben, is hun toekomst ongewis. De gehele gemeenschap dient betrokken te tonen bij de opvang van en steun voor deze kinderen.

Terug naar Boven

 

K.I.S.S.

Ezelsbruggetje over de eenvoud zelve:

K
Keep
I
It
S
Stupidly
S
Simple

Nederlands: Houd het zo simpel mogelijk.

Terug naar Boven

 

KLAPMOK

Synoniemen: aasgiermokje; vouwmok.

Duits: Klappbecher. Engels: fold-a-cup. Frans: tasse en plastique. Gemakkelijk mee te nemen (broekzak, rugzak of smockjas) invouwbaar plastic mok met een grootste doorsnede van 9 cm en een inhoud van 200 ml.

Het ruimtebesparende en lichtgewicht (28 gram) mokje dat nooit lekt is in het begin van de jaren ’90 in de Zweedse krijgsmacht geïntroduceerd en is verkrijgbaar in alle mogelijke kleuren, inclusief olijfgroen.

Terug naar Boven

 

KLASSE I t/m X

I
Voeding (eten en drinken), incl. gevechtsrantsoenen Subsistence (food, rations and water)
II

PGU, persoonlijke wapens, reservedelen en gereedschappen

Clothing & Individual equipment
III
Brandstof, oliën, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO) Petroleum, oils and lubricants (POL)
IV

Goederen niet behorend tot de eenheid, zoals: bouwmaterialen, bulkmateriaal, gereedschappen en instrumenten, kantoorartikelen, kazerneringsgoederen, legeringsgoederen, LO/Sport-artikelen, onderwijsleermiddelen en veldversterkingsmiddelen (incl. draadhindernissen en mijnen)

Barrier materials, construction materials and fortification materials
V

Munitie, inclusief nucleaire, biologische, chemische en specialistische strijdmiddelen (explosieven en chemicaliën)

Ammunition (Ammo)
VI
Paresto- en Dutch Army Shop-artikelen, incl. bier en sterke drankPersonal convenience/demand items
VII
Rollend, varend en vliegend materieel, incl. brugleggers, raketlanceerinrichtingen, administratieve en tactische voertuigen, raketten en (speciale) wapens Major end items (trucks, tanks, buses)
VIII
Geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen Medical supplies *
IX
Reserveonderdelen m.b.t. materieel Repair parts and components
X
Niet-militaire ondersteuningsmaterialen m.b.t. landbouw en economische opbouwactiviteiten t.b.v. CIMIC Non-military materials & Miscellaneous supplies
 

* Medical supplies (geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen) vallen in Nederland onder klasse II.

Klasse I-, III- en V-goederen zijn verbruiksgoederen; klasse II- en IV-goederen gebruiksgoederen.

In de regel worden in ieder geval de eerste vijf klassen gebruikt door alle NAVO-landen, klasse VI tot en met X ook door de Verenigde Staten.

Het onderscheid tussen verbruiks- en gebruiksgoederen is de basis voor de verdeling van de logistieke activiteiten in twee afzonderlijke taakgebieden. De bevoorradingsdienst voorziet te troepen van verbruiksgoederen; de materieeldienst voorziet deze van gebruiksgoederen.

Zie ook: H.A.C.C.P.

Terug naar Boven

 

KLEINE BEER

Locatie Kleine Beer ten opzichte van Grote Beer en Poolster

Latijn: Ursa Minor. Sterrenbeeld dat, evenals de Grote Beer (Ursa Major), de vorm van een steelpan heeft.

Kleine Beer bestaat uit 7 sterren: twee grote en vijf kleine. De staartster aan het einde van de steel - de helderste ster van de Kleine Beer - is de Poolster (Stella Polaris).

De beeldspraak van de grote en de kleine beer gevisualiseerd

Zie ook Casseiopeia, Grote Beer en Poolster.

Terug naar Boven

 

KLEINKALIBERWAPENS

Kleinkaliber-Waffen.
small arms.
armes légères.

Afgekort: kkw. Synoniem: handvuurwapens.

Kleinkaliberwapens verschieten munitie met een kaliber gelijk aan of kleiner dan 20 mm.

NSA

NATO Small Arms

kleinkaliberwapens met kaliber conform NAVO

SAA

Small Arms Ammunition

munitie voor kleinkaliberwapens

SAF

Small Arms Fire

vuur van kleinkaliberwapens

In de regel kan een kleinkaliberwapen door één persoon worden gedragen en, al dan niet met gebruikmaking van (snel)richtmiddelen, worden afgevuurd. Ook kunnen kleinkaliberwapens dienen als groepswapen. Tot beide categorieën behoren onder andere geweren (jachtgeweren, aanvalswapens, sniperwapens), lichte machinegeweren (mitrailleurs) en (machine)pistolen.

Wellicht het bekendste kleinkaliberwapen ter wereld is de AK-47 of kalasjnikov, die sinds 1947 wordt geproduceerd (kaliber 7.62 x 39 mm). Irreguliere strijders en strijdgroepen (Al Qaida, Islamitische Staat, Taliban) maken, behalve van explosieven, mortieren en raketsystemen (bijvoorbeeld RPG's), veelvuldig gebruik van kleinkaliberwapens, zoals de kalasjnikov.

Doorgaans behoort een kleinkaliberwapen tot de standaarduitrusting van een militair (persoonlijk wapen). Het standaardwapen voor de meeste militairen bij de Koninklijke Landmacht is de Colt (voorheen: Diemaco).

Schutters kunnen met hun persoonlijk wapen achtereenvolgens worden opgeleid tot basisschutter (iedereen in zijn initiële opleiding), geoefend schutter en gevechtsschutter, overeenkomstig het opleidings- en trainingsprincipe kruipen-lopen-rennen. Alleen gevechtsschutters mogen deelnemen aan schietoefeningen met de groep en het peloton.

Lichte mitrailleurs, zoals de MAG en de Minimi, zijn door hun vuurkracht met automatisch vuur (schieten in vuurstoten) een waardevolle aanvulling voor het optreden van de groep.

De meeste (licht)gepantserde voertuigen zijn bestand tegen (de uitwerking van) vuur uit kleinkaliberwapens. Daarentegen kan het uitwerkingsvuur van kleinkaliberwapens zeer effectief zijn tegen helikopters.

Wapenfabrikant Spike's Tactical uit Apopka, Florida (VS) bracht vanaf juli 2015 bovenstaand wapen op de markt: de AR (ArmaLite)-15, kaliber 5.56x45mm NATO, model STR5525-M2D, bijgenaamd 'Crusader'.

Op de patroonhouder van het wapen staat Psalm 144:1: "Blessed be the Lord my Rock, who trains my hands for war, my fingers for battle." ("Geloofd zij de Heer, mijn rots, die mijn handen leert om te strijden, mijn vingers om oorlog te voeren.")

Voor 1.395 dollar heeft de koper deze AR-15 met, behalve dit Bijbelvers, een (christelijk) kruis en een gecombineerde vuurselector-/veiligheidspal met drie standen: "Peace", "War" en "God Wills It".

De fabrikant vindt de uitvoering geoorloofd in de strijd tegen het moslimterrorisme, nu blijkt dat steeds meer wapens uit de VS in handen van personen vallen die een 'heilige oorlog' tegen het westen willen voeren.

Zie ook: double-tap en kaliber.

Terug naar Boven

 

KLEWANG

Klewang klewang; cutlass kléban.

De gliwang is van oorsprong een verzamelnaam voor houw- en slagzwaarden uit Atjeh, die in gebruik waren als gereedschap en pas in de strijd werden gebruikt om koppen te snellen:

Klewang

"Hunne wapenen bestonden in bogen en pijlen, schichten en een groot mes, klewang geheeten, dat hun dient om het hoofd van hunnen overwonnen vijand af te houwen, hetgeen zij nimmer missen in éénen slag te doen. Zij leggen dezen klewang nooit af, zelfs niet wanneer zij gaan wandelen, en daar zij geene schede hebben om denzelven in te bewaren, dragen zij dien altijd bloot in de hand, zoodat zij steeds het voorkomen hebben van lieden die gaan vechten." [*1].

De Nederlandse militaire klewang is een licht gekromde sabel met een lengte van 40 à 75 cm, waarvan de kling naar de punt toe steeds breder uiteenloopt. Hierdoor ligt het zwaartepunt ver naar voren. Aan het uiteinde is de kling schuin afgesneden, terwijl de handgreep en de kling eenzelfde gekromde lijn vormen. De Nederlanders hebben de klewang gekopieerd van soortgelijke wapens die bij verschillende Indische volksstammen in gebruik zijn; daar worden ze voornamelijk gedragen en gebruikt als hak- of slagwerktuig.

De klewang is alleen woordtechnisch afgeleid van de Atjehse gliwang [*2]; mogelijk hebben daarentegen andere blanke wapens als de sikin en de peudeung als voorbeeld voor de Nederlandse militaire klewang gediend. De klewang is slechts een van de vele Indonesische blanke wapens, naast bijvoorbeeld goloks, mandaus, pendangs en rentjongs, maar de klewang was het meest berucht: "In de schijnbaar rustige remboe, daar voor u, lag de Atjeher met de gewette klewang klaar, om zich in het stille nachtelijk uur, begunstigd door een duisternis, die ons het voordeel der betere vuurwapens ontnam, als een tijger op zijn prooi op de door den slaap overweldigde arme bezetting te werpen." [*3].

Nadat in ± 1832 als eerste militair blank wapen een klewang werd ingevoerd voor de sappeurs van het KNIL, werd in 1898 de klewang één van de meest kenmerkende uitrustingsstukken van het expeditionaire Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Dit is de zgn. Marechausseesabel, waarmee uiteindelijk iedereen van het op 26 mei 1890 opgerichte Korps Marechaussee te velde werd voorzien. Werden de eerste Nederlandse klewangs gefabriceerd in de smederijen van Tjikeroeh en Tjibatoe in het westen van Java, daarna week de productie uit naar achtereenvolgens Duitsland (Solingen), Nederland (Artillerie Inrichtingen Hembrug) en de VS (Milsco en Vince).

Nadat de Atjeh-oorlogen de Nederlanders kennis lieten maken met de gliwang-aanvallen van de inlanders (die daarnaast gebruik maakten van krissen, lansen, pentongs (korte, dikke stokken), peudeungs, pieken, rentongs (dolkmessen) en sikins) bracht de vervanging van het lang geweer met bajonet door de klewang en de 3½ kg lichte karabijn het gewenste resultaat. De klewang was eerste keus, vooral om het gewelddadige karakter van het optreden te verminderen en ongewilde verliezen onder non-combattanten en eigen personeel te vermijden.

Het niet onder het KNIL ressorterende 'Korps Marechaussee in Atjeh en Onderhoorigheden' bestreed de vijand met een contraguerrilla. Het korps, onderverdeeld in infanteriegroepen (onder de naam brigades) van zestien (16) man, was mobiel, gespecialiseerd in patrouillegang in de jungle en kon de vijand daardoor op eigen terrein gemakkelijker aangrijpen. Hierdoor werden de Atjehers eindelijk geconfronteerd met een gevreesde opponent, die de bentengs verlieten en de klewang hanteerde zoals de Atjehers dat zelf ook deden.

Uiteindelijk stond het optreden van het Korps Marechaussee model voor de gehele KNIL-infanterie, eerst op Atjeh en daarna bij de verdere pacificatie in de rest van de archipel.

Het Korps Marechaussee in Atjeh en Onderhoorigheden met getrokken klewangs in een egelstelling

Juist ook in de zwaar beboste, bijna ondoordringbare jungle bleek de Marechausseesabel daarnaast een ideaal werktuig voor het doden van slangen, het banen van paden, kappen van rond- en brandhout, graven van kuilen, vormen van taluds en vele andere toepassingen. Ook zijn er gevallen bekend van 'ondervragingen' met een gloeiende klewang. Al met al werd de klewang gaandeweg een legendarisch wapen.

Tot en met de Tweede Wereldoorlog hebben officieren binnen de landstrijdkrachten naast het pistool vaak een klewang als persoonlijk wapen gedragen. Behalve als zeer effectief wapen in de jungle van Nederlands-Indië was het ongeschikt voor de moderne oorlogvoering en verwerd het langzaamaan tot een statussymbool.

Overigens maakt de klewang - samen met de bamboehoed en de karabijn M95 Hembrug.30 inch - nog steeds deel uit van het traditietenue van het Regiment Van Heutsz (12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault), dat de tradities van het KNIL voortzet.

De regimentscommandant, zijn dienstdoende adjudant, vaandelwacht en onderofficier van compagniesdienst zijn gerechtigd een klewang te dragen.

Ook binnen het korps adelborsten maakt de klewang deel uit van het Ceremoniële Tenue (CT): de adelborsten ingedeeld als pelotons-, compagnies- of paradecommandant dragen een klewang in plaats van een FAL bij gewapende ceremonies.

Het naslagwerk over klewangs is: 'Klewang. Catalogus van het Legermuseum. KNIL, Landmacht, Zeemacht, Marechaussee en Politie' van Jan Piet Puype en Rob J. de Stürler Boekweit (2001, uitgeverij Eburon).

*1] 'Het oorlogsleven in 1827 op Java' door L.H.W. baron van Aylva Rengers (1795-1866), in 1845 opgetekend in de Militaire Spectator.

*2] Deze wetenschap is de verdienste van K.B.C. Görlitz en H.J. Janse die de tot dan toe heersende opvatting, als zou de militaire klewang zijn ontwikkeld uit de Atjehse gliwang, overtuigend hebben ontkracht in het artikel Het ontstaan van de militaire klewang: in vage legende gehuld, in dodelijke strijd geboren (Armamentaria 9, 1947, pagina 67-77).

*3] Aldus ene Sprokkelaar in de Militaire Spectator.

Terug naar Boven

 

KL/GRC-4394

Voluit: enkelzijband (EZB) radio-installatie KL/GRC-4394.

De KL/GRC-4394 was zeer geschikt om over middelgrote afstanden simplex radioverkeer (niet gelijktijdig zenden en ontvangen) tot stand te brengen in het High Frequency (HF) frequentiegebied van 2 tot 30 Megahertz (MHz) - amplitude gemoduleerd of amplitude gemoduleerd enkelzijband. Door toepassing van één zijdeband (enkelzijbandmodulatie) kunnen meerdere zenders gebruik maken van de totale bandbreedte. Bij een stationaire opstelling was radiotelefonie en telexverkeer mogelijk.

De enkelzijband (EZB) radio-installatie van fabrikant Collins Radio Company (later: Rockwell International) stamt uit 1974. In 1988 startte het project 'Vervanging HF-EZB radio-installaties', waaruit in 1994 de vervanging van de digitale, tactische korte golf-radio Harris HF7000 - de Nederlandse naam voor de RF-5000 radio's van de Amerikaanse firma Harris.

In de regel was de KL/GRC-4394 ingebouwd in de 1-tonner DAF YA-126: de radiowagen met metalen huif in de types YA-126 EZB en YA-126 FM. De EZB-versie beschikte over de zender-ontvanger KL/MRC-5062 op basis van de KL/GRC-4394. Door gebruikmaking van de antennemast AB-4514 of staafantenne AS-4529 was het afstandsbereik ± 60 km.

Voor het zenden-ontvangen werd gebruik gemaakt van de hoofdtelemicrofoon H-4761, bestaande uit een hoofdtelefoon met een microfoon op een arm, een verbindingssnoer met een schakelknop en een vijfpuntsstekker om het geheel aan de zender-ontvanger te koppelen.

Kenmerken:

afstandsbereik

► met dipoolantenne ± 1.500 km
► met draadantenne ± 500 km
► met antennemast AB-4514 of staafantenne AS-4529 ± 60 km

frequentiebereik

2 t/m 30 MHz.

kanalen

280.000, instelbaar in stappen van 100 Hertz (Hz).

modulaties

►bovenzijband (bzb)
►onderzijband (ozb)
►Amplitude Modulatie (AM)

radiotelegrafie

Continuous Wave (morse).

radiotelex

in DATA/B (bovenzijband) of DATA/O (onderzijband).

voeding

220 Volt wisselstroom (AC) of, in noodomstandigheden, 24 Volt gelijkstroom (DC).

zendvermogen, maximaal

400 Watt.

zendvermogen, nominaal

50 Watt.

  

Met behulp van twee regelaars C-4526 kon de KL/GRC-4394, zowel ter plaatse als via WD-1/TT (op DR-8) tot een afstand van zo'n 10 km, worden bediend.

Met de C-4526 kon:

► de frequentie worden ingesteld

► de modulatie worden ingesteld op Amplitude Modulatie (AM), bovenzijband (bzb) of onderzijband (ozb).

► worden gekozen tussen spraak (radiotelefonie) of continuous wave (CW): het herhaaldelijk in- en uitschakelen van het radiosignaal, vergelijkbaar met morse.

Op de EZB kon iedereen meeluisteren en van beveiligde radiotelefonie was dus geen sprake; het dataverkeer (telex) was wél beveiligd.

Regelaar C-4526 van de KL/GRC-4394.

Ook tijdens de uitzendingen van 11 Luchtmobiele Brigade naar voormalig Joegoslavië - Dutchbat - werd gebruik gemaakt van EZB radioapparatuur. Op de foto, gemaakt in de Opsroom op observatiepost Tango 2 in het noordoosten van Bosni, zijn de twee regelaars C-4526 van de KL/GRC-4394 duidelijk zichtbaar tegen de wand.

Vergelijkbare EZB radio-installaties waren de KL/GRC-4470 en de KL/GRC-4480.

Zie ook: HF700, morse en WD-1/TT.

Terug naar Boven

 

KLIK

Van het Engels: "click".

  • 1 kilometer (0,62 mijl, 1.094 yard, 3.280 feet): "Het aanvalsdoel ligt op 14 klikken."
  • Door de ontvanger tweemaal achter elkaar klikken op de microfoon van een radio om aan te geven dat het bericht van de zender wordt "bevestigd".

Zie ook: roger.

Terug naar Boven

 

KLIMAATBEHEERSINGSSYSTEEM

Volledige benaming: klimaatbeheersingssysteem ZKB15/10 MFA.

Het klimaatbeheersingsysteem, zoals dat binnen de Koninklijke Landmacht is ingevoerd bij onder andere de geneeskundige eenheden die deelnemen aan de NATO Response Force, is ontwikkeld door de firma Weiss Technik GmbH uit Duitsland en bestaat uit drie elementen die tezamen het complete systeem vormen. Het systeem is ontwikkeld om de volgende taken te kunnen uitvoeren: koelen, verwarmen, luchten en filteren van de lucht in tenten. In dit geval met name de Schall-tenten.

Foto-compilatie van het klimaatbeheersingssysteem ZKB15/10 MFA, zoals dat onder andere is ingevoerd bij de hulppostgroepen van 43 Geneeskundige Compagnie in Havelte

Een compleet systeem is afdoende om één tent op temperatuur te kunnen houden onder bijna elke omstandigheid, en één tent onder Collective Protection (ColPro) te zetten bij inzet onder CBRN-omstandigheden.

Het complete systeem bestaat uit:

airco/kachelelement

135 kg

brandstofkachelelement

100 kg

verdampingselement

100 kg

Het systeem is zelfdenkend door middel van een thermostaat die in de tent wordt gehangen en waarop de verschillende functies kunnen worden gekozen.

Technische gegevens:

breedte per element

92 cm

hoogte per element

75 cm

lengte per element

90 cm

inzetbereik

tussen de 55 graden Celsius en -32 graden Celsius

spanning

380 Volt, 3 fasen, 50 Hertz

vermogen brandstof

20 kiloWatt

vermogen elektrisch

7,2 kiloWatt

Terug naar Boven

 

KLINISCHE TIJDLIJNEN

clinical timelines.

Evidence-Based Medicine (EBM) toont aan dat de risico's op overlijden of blijvende invaliditeit sterk worden verminderd wanneer gewonden zo snel mogelijk worden behandeld na het oplopen van een verwonding.

Op basis van EBM streeft de NAVO naar gerichte levens-, ledemaat- en functiegerichte behandeling binnen specifieke klinische tijdlijnen.

De klinische tijdslijnen staan bekend als de 10-1-2 tijdlijn (10-1-2 Timeline):

BinnenActie

10 minuten

ENHANCED FIRST AID

Onmiddellijk en uitgebreide eerstehulpverlening door personeel dat is getraind in Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Binnen 10 minuten na het gewond-raken moet de ademweg (A) vrij zijn, de ademhaling (B) onder controle en levensbedreigende bloedingen (C) gestelpt.

1 uur

DAMAGE CONTROL RESUSCITATION

Binnen 1 uur na het gewond-raken moet Damage Control Resuscitation zijn begonnen om acute, levensbedreigende stoornissen in de ademhaling te voorkomen of corrigeren.

Dit is mogelijk vanaf het zorgniveau Role 1 Medical Treatment Facility.

2 uur

DAMAGE CONTROL SURGERY

Binnen 2 uur na het gewond-raken moet Damage Control Surgery zijn begonnen: chirurgisch ingrijpen waarbij volledig en direct chirurgisch herstel ondergeschikt is aan het controleren van bloedingen en infecties om verslechtering in de toestand van de patiënt te voorkomen.

Dit is mogelijk vanaf het zorgniveau Role 2 Medical Treatment Facility.

Bronnen: Allied Joint Doctrine for Medical Support AJP-4.10 en NATO Principles and Policies on Operational Medical Support (MC 326/2).

Zie ook: geneeskundige tijdslimieten en Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

KLOKMETHODE

Uhrzeigerverfahren.
clock method.

Volledig: horizontale klokmethode.

Methode voor het grof aanduiden van de richting van een doel.

De lengteas van de waarnemende militair bevindt zich in het midden van een denkbeeldige klok; zijn positie valt samen met de denkbeeldige lijn van 6 uur naar 12 uur.

Elke waarneming in de richting van een doel, zowel op de stafkaart als in het terrein, zoals een vijandelijke militair of kenmerkende terreinfactor, vindt plaats vanuit de eigen positie. 12 uur valt samen met het noorden of de globale lijn noordwaarts vanuit de eigen positie.

Het doel wordt bekend gesteld in uren: het doel bevindt zich bijvoorbeeld op 2 uur in de frontrichting.

Bij de vijandmelding volgens de RAD-methode wordt het doel aangeduid met R: Richting volgens de klokmethode in uren. A staat voor Afstand in meters, D voor Doelomschrijving zo gedetailleerd mogelijk.

Voorbeeld van de RAD-methode: 3 uur, 400 meter, 2e verdieping gebouw: sluipschutter.

Ook een (waarnemings)sector wordt aangeduid in uren, bijvoorbeeld een sector van 10 tot 2 (uur).

De klokmethode is bij optreden in verstedelijkt gebied (OVG) niet nauwkeurig genoeg. Daarom wordt in verstedelijkt gebied gebruik gemaakt van de doelaanduiding Optreden Verstedelijkt Gebied.

De klokmethode voor het aanduiden van doelen. Voor de militair in het midden van de afbeelding bevindt de liggend waarnemende militair zich op 2 uur.

Bron: VS 2-1352 (Handboek KL-militair).

Zie ook: RADUSA.

Terug naar Boven

 

KL-VSAT

Betekenis VSAT: Very Small Aperture Terminal.

Links AIR-VSAT, rechts KL-VSAT op infrastructuur

Militair satellietcommunicatiesysteem (MILSATCOM) met grote capaciteit dat via de satelliet de operationele verbindingen onderhoudt met diverse missiegebieden. De diameter van de antenneschotel is niet groter dan 2 meter (in de regel 1,2 tot 1,8 meter). Een terminal van de KL-VSAT bestaat verder uit een Outdoor Unit (ODU) en een Indoor Unit (IDU).

KL-VSAT is voor zowel bevelvoering (“Zonder verbindingen geen bevelvoering”) als berichtgeving van groot belang, zeker als het operatiegebied in oorlogssituatie verkeert of de commandopost in onherbergzaam terrein is opgesteld. Het grondstation maakt via de satelliet contact met andere stations. Door de productie van een gebundelde straal verbindt KL-VSAT alle locaties en zorgt zij voor datatransport tussen deze locaties. Uitlopers van KL-VSAT worden door middel van een straalverbinding gekoppeld.

KL-VSAT wordt met name gebruikt in gebieden waar géén infrastructuur beschikbaar is, zoals Bosnië-Hercegovina (UNPROFOR, IFOR en SFOR), Irak (SFIR) en Afghanistan (ISAF). De systemen KL-VSAT en AIR-VSAT zijn in 1995 aangekocht bij Xantic (Stratos). AIR-VSAT heeft met name dienst gedaan bij de Multi-National Division (Central) in Duitsland.

Nogmaals de AIR-VSAT (© 'Van telegraaf tot satelliet').

Met KL-VSAT kan ook direct op het Militair Dienst Telefonie Netwerk (MDTN) worden ingebeld (*06) en wordt de welfare-telefonie naar het thuisfront gerealiseerd.

Als back-up om bij uitval van de KL-VSAT nog beveiligd data te kunnen uitwisselen zijn locaties in de regel voorzien van een tactische korte golf-radio Harris HF7000.

Terug naar Boven

 

KNOCK - TALK - SEARCH

Afgekort: KTS. Gerichte operaties. Een van de wijzen van optreden van westerse krijgsmachten, die als de ‘core business' van de dagelijkse gang van zaken van een Peace Support Operation worden gezien. De andere wijzen van optreden zijn CIMIC, IO en NFO:

NFO

Normal Framework Operation

dagelijks optreden

KTS

Knock-Talk-Search

gerichte acties

CIMIC

Civil-Military Co-operation

civiel-militaire samenwerking

IO

Information Operation

informatie operatie

Gerichte operaties worden uitgevoerd door eenheden die worden vrijgemaakt van NFO. Dergelijke operaties houden – zwart/wit - in dat bij verdachten wordt aangeklopt, een praatje aan de voordeur gemaakt, gevraagd of het huis doorzocht mag worden en betrokkenen indien nodig worden aangehouden.

Gewone eenheden treden in het kader van KTS meestal op compagnies- of bataljonsniveau op.

Doel van KTS door gewone eenheden is bijvoorbeeld:

inlichtingen op specifieke terreinen verder aanvullen

► criminele en illegale activiteiten

high value targets (HVT): hoge functionarissen van een voormalig regime

KTS draagt bij aan een positieve beeldvorming in het kader van hearts & minds.

Zie ook: Normal Framework Operations (NFO).

Terug naar Boven

 

KOEGRAS

Ezelsbruggetje voor de eigenschappen van motor- dan wel smeerolie:

KOE

Koeling

G

Geluiddemping

R

Reiniging

A

Afdichting

S

Smering

De eigenschappen staat niet in volgorde van belangrijkheid.

Zie ook: Regiment Technische Troepen.

Terug naar Boven

 

KOGELBAAN

ballistische Flugbahn; ballistische Kurve.
ballistic trajectory.
trajectoire balistique.

Synoniem: ballistische lijn; schootslijn; schootsverheid.

Het traject, weergegeven in een kromme lijn, dat een verschoten projectiel aflegt totdat dit een obstakel raakt of eindigt. Snelheid en richting van een verschoten projectiel worden in meer of mindere mate beïnvloed door zwaartekracht en luchtweerstand.

De ballistiek, de leer van de kogelbaan, bestudeert de baan die een verschoten projectiel in de lucht beschrijft en welk effect een verschoten projectiel heeft.

De kromme lijn gaat door het culminatiepunt (hoogste punt van de kogelbaan) en kent twee tegenover elkaar liggende delen: de klimmende en dalende tak van de kogelbaan. De klimmende tak is het deel van de kogelbaan vanaf het punt waar het projectiel wordt verschoten tot het culminatiepunt; de dalende tak vanaf het culminatiepunt tot waar de kogelbaan eindigt.

De dalende tak is altijd steiler dan de klimmende: tegen het einde van de kogelbaan is de werking van de zwaartekracht groter dan de snelheid waarmee het projectiel wordt voortgedreven.

Hoe langer de vluchttijd en hoe hoger het culminatiepunt, des te groter is de invloed van de weersomstandigheden in de verschillende luchtlagen. Dit is met name het geval bij artillerie- of raketvuur.

Luchtdichtheid en -temperatuur, windkracht en -richting (die min of meer recht op de kogelbaan staat) bepalen tot het culminatiepunt voor een groot deel de kogelbaan. In de kogelbaanberekening worden dan ook de meteogegevens verwerkt om de nauwkeurigheid van een schot te verbeteren.

Behalve luchtweerstand, weersomstandigheden en zwaartekracht kan een kogelbaan afwijken door bijvoorbeeld het wapensysteem, elektronische of mechanische beperkingen, frictie, minieme verschillen in munitie of richtfouten.

Zie ook: artillerie, Barbarameldung/MET MESSAGE (Sinte Barbara) en frictie.

Terug naar Boven

 

KOGEL- EN SCHERFWEREND VEST

Flak(feuer)jacke.
flak jacket.
gilet pare-balles.

Het kogel- en scherfwerend vest zijn de moderne varianten van de kuras.

De kuras, bestaande uit een borst- en een rugplaat (vaak aaneengemaakt tot harnas), werd al door de Grieken en Romeinen gebruikt en is daarmee een van de oudste militaire uitrustingstukken.

Wanneer de torso wordt geraakt hebben verwondingen dikwijls een dodelijke afloop, terwijl verwondingen aan de extremiteiten zijn te genezen.

Kogel- en scherfwerende vesten zijn maatgebonden persoonlijke uitrustingsstukken in het kader van de ballistische bescherming.

De huidige kogel- en scherfwerende vesten werken dankzij kunstvezels: het vest kan aan de voor- en achterzijde worden voorzien van kogelwerende keramische (Kevlar®) of polyethylene (Dyneema®) platen.

Het scherfwerend vest is zonder platen logischerwijs lichter dan het kogelwerend vest; ook biedt het meer comfort maar minder ballistische bescherming. Ook de kraag van het vest biedt enige bescherming. Daarnaast is het vest voorzien van een uitklapbare kruisbescherming.

Het vest beschermt alleen egen de uitwerking van kleinkaliberwapens.

Een kogelwerend vest weert nadrukkelijk geen kogels af. In plaats daarvan vangen verschillende lagen van het materiaal de kogel op en verspreiden de kracht over een groter deel van het lichaam. Daardoor wordt de energie sneller geabsorbeerd, in de hoop dat de kogel wordt gestopt. Het werende effect veroorzaakt wél interne bloedingen, al dan niet zichtbaar door bloeduitstortingen.

Normaliter wordt het vest gedragen in combinatie met scherfwerende bril, helm en persoonlijk wapen. Over het vest wordt het draagharnas niet gedragen, wél een ops-vest.

Zie ook: kleinkaliberwapens en ops-vest.

Terug naar Boven

 

KOKEN TE VELDE

Voorheen had de Koninklijke Landmacht het voorschrift ‘Koken te velde' (VS 10-104), dat voornamelijk was gericht op de professionele bereiders van voedsel. In het Handboek KL-militair wordt aan het onderwerp ‘koken te velde’ in hoofdstuk 28 (Overleven) aandacht besteed.

Koken te velde wordt onder andere aangeleerd in de gevechtscursus, de Gevechtsopleiding Buddysysteem (GOBS) en initiële opleidingen. Daarnaast wordt het eten te velde beoefend tijdens oefeningen.

Koken te velde gebeurt in de regel op een open vuur: een zelf gegraven veldoven dan wel een gasbrander, Peak One-brander of esbitbrander (kochertje) met vaste brandstof (esbit / hexamine / trioxaan).

De meest beoefende geïmproviseerde kookstelling te velde binnen de KL is de veldoven.

Op alle kookstellingen kunnen zowel in natura aangevoerde klasse I als gevechtsrantsoenen worden verwarmd.

Om in natura aangevoerde verse maar rauwe groenten en vlees (klasse I) te bereiden en te kunnen eten moet de militair zich aan enkele basisprincipes houden:

► hygiëne is belangrijk; indien mogelijk moeten voorafgaand aan het bereiden van voedsel altijd de handen worden gewassen;

► bij levende have (kip, konijn) mogen alleen die delen van het dier worden gekookt of gebakken wwelke voor consumptie geschikt zijn;

► het eten moet door en door verhit (gaar) zijn; vlees of vis dat aan de binnenkant niet gaar is, vergroot het risico op een voedselinfectie;

► het op smaak brengen van eten op een veldoven is mogelijk met peper en zout

Voordat de individuele militair in het oefenterrein met koken te velde begint, moet hiervoor toestemming zijn gegeven door de terreinopzichter.

Voor het maken van vuur zijn nodig:

► Ontstekingsmateriaal

Lucifers, aansteker.

► Brandbaar materiaal

Boombast, dons, gras, hooi, kleding, mos, papier, schoensmeer, stro, takjes, touw, vacht, veen, vermolmd hout, vogelnestjes.

► Ontvlammingsmateriaal

Droge twijgjes, dunne takjes, plantenstengels.

De veldoven moet in stevige grond worden gegraven om inzakken te voorkomen. De ingang van de veldoven, de plaats waar het open vuur wordt gemaakt, moet op de wind liggen. Zo ontstaat een goede trek (schoorsteeneffect) en blijft het vuur branden.

Het vuur wordt opgebouwd met enkele kleine takjes en twijgjes, droog mos e.d.

Brandt het vuur, dan kunnen de messtins boven het vuur gezet en het eten bereid worden.

Het kleine messtin kan dienen als pannetje, het grote als deksel. Hierdoor blijft de kookwarmte binnen (zodat het eten sneller gaar is) en het vuil buiten.

Zie ook: esbit, esbitbrander (kochertje), etensblikken (messtins), gevechtsrantsoen, klasse I en konijn.

Terug naar Boven

 

KOLONEL SIXKAZERNE

Voormalige kazerne aan de Basisweg in Amsterdam.

Op de Kolonel Sixkazerne, een kantoorflat met acht verdiepingen, waren op het hoogtepunt zo'n 400 militairen gehuisvest, onder wie diverse commandanten en hun staven en verschillende administratieve diensten.

De Kolonel Sixkazerne werd op 28 oktober 1987 officieel in gebruik genomen.

De openingshandeling werd verricht door een zeer goede vriend van Jonkheer Six: Prins Bernhard.

De prins overhandigde tijdens de ceremonie het boek 'Jonkheer P. J. Six. Amsterdammer en verzetsstrijder' aan de chef de famille, Jonkheer Jan Six van Hillegom.

Het boek, geschreven door dr. C. M. Schulten, verscheen bij uitgeverij Special Images in Nijmegen (148 pagina's, ISBN 9789072106025) ►

Van 1987 tot 2004 werd de Kolonel Sixkazerne door de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marechaussee gebruikt. Daarna werd de Kolonel Sixkazerne verkocht aan de Politie Amsterdam-Amstelland.

De hoofdgebruikers waren onder meer de directie Noord-Holland van de Dienst Gebouwen, Werken & Terreinen (DGW&T), de Indelingsraad (ten behoeve van de keuring van dienstplichtigen), de Projectorganisatie Loopbaanprognose (LoPro) en het Provinciaal Militair Commando (PMC) Noord-Holland (1987-1995).

Ondanks de dreigende sluiting van de kazerne in 1996, werd het Nationaal Commando Telematicabedrijf (NATEL) van de Koninklijke landmacht er nog enige tijd gehuisvest.

Naamgever

Jonkheer Pieter Jacob Six (Amsterdam, 5 april 1895 - 's-Graveland, 27 april 1986) was verzetsstrijder in WO II, bekend onder de naam Van Santen.

In de rang van reserve-ritmeester was Six in de meidagen van 1940 commandant van het 2e Eskadron van het 1e Regiment Huzaren (2-1RH) - een van de bereden eskadrons.

Van 1942 tot 1945 was Six chef-staf van de Ordedienst (OD) en ondercommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) onder reserve-kolonel Henri Koot. Six zette ook het 'Signalementenblad' op, strooibiljetten met namenlijsten van Nederlandse collaborateurs.

 

◄ Jonkheer Pieter Jacob Six, Ridder 4e klasse in de Militaire Willems-Orde.

Namens de commandant BS voerde Six op 12 en 13 april 1945 de rechtstreekse onderhandelingen met de Duitse rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, onder andere om inundaties te voorkomen, voedseldroppings in nog bezet West-Nederland uit te voeren en een einde te maken aan vernielingen en massa-executies. Dit lukte ten dele.

Na de bevrijding was Six als sous-chef van de staf van het Militair Gezag de rechterhand van generaal H.J. Kruls.

In 1946 werd hij bevorderd tot tijdelijk reserve-kolonel van het wapen der cavalerie.

Vanwege zijn verzetsdaden werd Jhr. Six bij Koninklijk Besluit nr. 4 van 24 augustus 1946 benoemd tot Ridder 4e klasse in de Militaire Willems-Orde. Ook ontving hij de Amerikaanse Legion of Merit in de graad van Legionnaire en de Britse King's Medal for Courage in the Cause of Freedom.

Jhr. P.J. Six overleed op 92-jarige leeftijd in 1986.

Terug naar Boven

 

KOMPAS 'WILKIE' MK 9657

Het vloeistofkompas 'Wilkie' MK 9657 wordt gebruikt als hulpmiddel bij de vuurleiding van artillerie en mortieren, maar ook bij kaartleesoefeningen en tijdens operationele inzet.

De toegestane afwijking is ± 5 mils. De toegestane afwijking bij kompaslezen is 20 mils. Voor het lezen van het kompas moeten het te "schieten"object, de haarlijn in het transparante kompasdeksel en de verdeling op de kompasroos in één lijn zichtbaar zijn. Op 1.000 meter afstand is 1 mils gelijk aan 1 meter.

In verband met de magnetische afwijking mag het kompas niet worden gebruikt in de buurt van metalen voorwerpen:

Veilige afstand

Object

1 meter

geweren
helmen

3 meter

mitrailleurs

10 meter

telefoondraden

20 meter

geschut
pantservoertuigen
tanks

50 meter

hoogspanningsleidingen

Voor het opmeten van een kompashoek moet het kompas op ± 20 à 30 cm van het oog worden gebracht en gericht op het te "schieten" object. Draai vervolgens het glas totdat de noordpijl en de 'N' van het noorden samenvallen. Lees tot slot de kompashoek af onder de afleesnaald.

Voor het verplaatsen op een opgegeven kompas(hoek)stand moet het glas worden gedraaid totdat de te lopen kompashoek zich onder de afleesnaald bevindt. Omdat het Wilkiekompas een prisma heeft, moet het vlak tegen het oog worden aangehouden, als het ware tegen het gezicht aangedrukt. Draai nu uw lichaam zo dat de noordpijl en de 'N' van het noorden samenvallen. Zoek daarna in de looprichting een markant terreinkenmerk. Houd in het geval van duisternis of slecht zicht de neonlichtgevende punt tussen de twee stippen.

Het kompas 'Wilkie' bevat vijf tritiumlichtbronnen (radioactieve isotopen H-3).

Het kompas is sinds 1990 in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, als opvolger van het Askania-kompas.

De fabrikant was van origine het Duitse bedrijf Wilkie (Wilhelm Kienzler), dat in 1976 werd overgenomen door Eschenbach; in 2005 ging de productie over naar Kasper & Richter (K&R). Sinds 2007 is een ander type Wilkiekompas, zonder de radioactieve cellen, bij de KL in gebruik: de Wilkie Meridian Pro.

Zie ook: artillerie, kompasdoorsteek, mils en mortieren.

Terug naar Boven

 

KOMPASDOORSTEEK

Synoniem: kompas schieten.

Techniek waarbij met behulp van een opgegeven kompas(hoek)stand over een bepaalde afstand in rechte lijn door het terrein wordt verplaatst.

Een kompasdoorsteek betekent de kortste dan wel zo kort mogelijke weg dwars door het terrein, in de regel open vlakte of juist een bosperceel.

Om met het kompas te schieten is een richting vereist tussen het aanvangs- en het eindpunt. De richting wordt gegeven met mils.

Het schieten van een kompas(hoek)stand (richting):

► Houd het kompas voor de ogen; kijk over het kompas heen naar het te schieten object in de verte;

► Draai de kompasring zo dat de kompasring/kompasnaald naar het kompasnoorden wijst;

► Het punt dat op de kompasring wordt afgelezen dat precies naar het object wijst, geeft de kompasstand naar het object;

► Laat een collega voorgaan in de correcte richting en het aantal passen tellen (afpassen);

► Loop van markant terreinkenmerk naar markant terreinkenmerk; houd steeds de correcte kompasstand in de gaten.

De afstand kan worden geschat, worden geteld met behulp van een pedometer (stappenteller) of worden geteld door een voorgaande collega.

De gewone pas telt gemiddeld genomen 70 cm, zodat na 140 à 145 passen 100 meter is afgelegd.

Zie ook: kompas 'Wilkie' MK 9657, mils en pas.

Terug naar Boven

 

KONIJN

Het werkwoord 'konijniseren' (kopiëren, stencilen) geeft aan wat de kracht van het konijn is: zich vermenigvuldigen.

Het konijn (Latijn: Oryctolagus cuniculus) komt op veel plaatsen in het wild voor, maar leefde oorspronkelijk alleen zuidelijk van de Pyreneeën. De Romeinen, die uitvonden dat konijnenvlees voedzaam en lekker is, exporteerden het konijn naar alle uithoeken van Europa.

Tegenwoordig wordt het konijn, ook door militairen, gezien als een smakelijke maaltijd in het kader van koken te velde en overleven op het gevechtsveld.

Om te kunnen eten, moet het konijn eerst worden gevangen. Om het konijn te slim af te zijn kan een eenvoudige strik of val worden geplaatst bij de uitgang van zijn hol. Dit heeft alleen zin als er verse sporen, vers uitgeworpen grond of verse uitwerpselen bij de ingang van het konijnenhol worden gevonden.

Het gevangen konijn moet met een zware slag in de nek bewusteloos worden geslagen. Van het bewusteloze konijn moet de halsslagader worden doorgesneden, waardoor het dier doodbloedt. Daarna kan het vel van het konijn worden gestroopt, geslacht en gekookt of gebakken worden.

Instructeurs overlevingstechnieken van het Korps Commandotroepen en Korps Mariniers en instructeurs van de Koninklijke Militaire School leren cursisten hoe onder bijzondere gevechtsomstandigheden levende have, meestal een kip of konijn, diervriendelijk, humaan en verantwoord kan worden gedood. Ook leren de cursisten welke delen van het dier voor consumptie geschikt zijn.

Om onder alle omstandigheden te kunnen overleven, behoort het doden van een konijn tot de mogelijkheden.

Voor menigeen is dit ingrijpend of zelfs ronduit weerzinwekkend.

De cursist krijgt een konijn uitgereikt en moet hier enige tijd, soms zelfs enkele dagen, voor zorgen.

Er ontstaat, hoe klein ook, een band met het konijn. Toch moet de cursist het dier na enige tijd zelf doden om het te kunnen opeten.

Zie ook: koken te velde, Koninklijke Militaire School (KMS), Korps Commandotroepen (KCT), Korps Mariniers en overleven.

Terug naar Boven

 

KONINKLIJKE MILITAIRE ACADEMIE

De KMA bestaat sinds 29 mei 1826 bij Koninklijk Besluit nummer 27, toen Koning Willem I de opheffing gelastte van de Artillerie- en Genieschool in Delft en de oprichting van de KMA.

Hiermee was de KMA de eerste militaire inrichting in Europa waar de krijgskunst in haar gehele omvang en op wetenschappelijke grondslagen door de toekomstige officieren van alle wapens werd bestudeerd.

in verband met de Belgische omwenteling werden van oktober 1830 tot november 1836 het lesgeven geschorst. Daarna volgde een periode waarin de KMA zelfs internationale faam verwierf. Ondanks dat ook in 1870 (Frans-Duitse oorlog) en in de periode 1914-1918 (Eerste Wereldoorlog) de lessen moesten worden geschorst, heeft de KMA tot eind 1939 een ononderbroken bestaan geleid.

Onder druk van het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de KMA opgeheven. Op 1 mei 1948 werd de KMA opnieuw geformeerd.

In 2003 heeft de KMA haar 175-jarig bestaan gevierd. Pas in 2001 is officieel erkend dat het onderwijs aan de KMA van universitair-wetenschappelijk niveau is.

De KMA, gehuisvest in het 14e-eeuwse Kasteel, ontworpen door de Italiaanse architect Thomasso Vincidor da Bologna e.a. en gelegen aan het Kasteelplein in Breda, leidt officieren op voor de Nederlandse krijgsmacht.

De opleidingen betreffen alle basisofficiersopleidingen voor de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht.

Officieren in opleiding, cadetten, volgen hun opleiding dus niet bij een opleidingscentrum van het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO). Wel krijgen officieren hun specialistische wapen- of dienstvaktechnische kennis aangereikt bij de opleidingscentra van het OTCO.

Cadetten volgen hun militaire opleiding & training in de Algemene Militaire Opleiding (AMO), waarin militaire basisvaardigheden als exercitie, kaartlezen en schieten worden aangeleerd. In de Algemene Kader Opleiding (AKO) volgt het leren leiding geven aan een groep, waarin bevelvoering en commandovoeringsprocedures centraal staan.

Na de AMO en AKO ligt de nadruk op zelfstandigheid en het uitdiepen van leiderschapskwaliteiten in het militair-wetenschappelijke deel van de officiersopleiding. De Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW) biedt drie erkende bacheloropleidingen (studierichtingen):

► Krijgswetenschappen (KW)

► Militaire Bedrijfswetenschappen (MBW)

► Militaire Systemen en Technologie (MS&T)

Met een HAVO-diploma kies je voor het 'korte model': 1-jarige basisoffciersopleiding, gevolgd door een half jaar vaktechnische opleiding; met een VWO-diploma kies je voor het 'lange model': 4 jaar wetenschappelijke bachelorprogramma's. De officiersopleiding duurt dus maximaal vier jaar.

Naast de basisopleiding, verzorgt de KMA ook opleidingen voor onderofficieren die officier worden en diverse cursussen. Enkele van deze cursussen zijn bedoeld voor Civiel Medisch Personeel, Fundamentele Voorlichting en de Defensie Controllers Opleiding.

Een Leopard 2 op het terrein van de KMA.

Een officier is als vakman, leider en manager direct verantwoordelijk voor een groep militairen van ± 30 personen (peloton).

Het devies van het Cadettencorps van de Koninklijke Militaire Academie is hetzelfde als dat van het U.S. Marine Corps: "Semper Fidelis" ("Altijd Trouw").

Zie ook: Bon Soir, cadet, Cadettenlied, pettenceremonie en Ulterior Sit Iter.

Terug naar Boven

 

KONINKLIJKE MILITAIRE SCHOOL

Afgekort: KMS. Walhalla van de onderofficier in het Noord-Limburgse Weert.

In 1949 startte in Wezep een onderofficiersopleiding; in 1950 een in Ede. In 1952 zijn beide onderofficiersopleidingen gebundeld in en ondergebracht op de Van Hornekazerne in Weert: gedurende de eerste jaren stond de school bekend als de Onderofficiers School (OOS). Als officiële oprichtingsdatum wordt 1 september 1951 aangehouden. 

Op 1 september 1961 werd door Z.K.H. Prins Bernhard het predikaat 'Koninklijk' uitgereikt aan de OOS; vanaf dan gaat de onderofficiersopleiding als Koninklijke Militaire School door het leven. Bij Koninklijk Besluit heeft de KMS op 5 september 1973 een eigen vaandel verkregen.

Ingang van de Koninklijke Militaire School

De Van Hornekazerne is vernoemd naar Willem Adriaan II van Horne (1633-1694), geboren in het Limburgse Kessel. Zijn adellijke titels waren Graf von Horn, Baron van Kessel en Heer van Batenburg. Van Horne werd in het Rampjaar 1672 benoemd tot meester-generaal der artillerie.

Ofschoon de beroemde generaal geen directe relatie heeft met Weert, maakte de toenmalige minister van Defensie Jannes van Dijk in 1938 bekend dat, bij beschikking van 21 december 1938, de kazerne de naam Van Hornekazerne zou dragen.

Op 31 augustus 2001, onder het commando van luitenant-kolonel Ruud Vermeulen, vierde de KMS haar 50-jarig jubileum.

Op 13 november 2003 is op de KMS aan het Korps Onderofficieren de Prins Mauritsmedaille van de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger' uitgereikt.

Baretembleem voor leerlingen van de Koninklijke Militaire School.

De school leidt onderofficieren - het middenkader van de KL - op. Hierbij ligt de nadruk op individuele, kader- en militaire vorming.

Het minimale ingangsniveau is Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) of Middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Afhankelijk van de vooropleiding gaan onderofficieren een gevechts-, instructieve, logistieke, technische of administratieve functie vervullen.

Aspirant-onderofficieren worden voorbereid op leidinggeven op de (uitvoerende) niveaus I en II (individu en groep): militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals basisgevechtstechnieken, exercitie, fysieke vaardigheden, kaartlezen en schieten.

De aspirant-onderofficier (AO) volgt zijn Initiële Vorming Onderofficieren (IVO) aan de School Initiële Vorming Onderofficieren (SIVO) van de KMS. De IVO bestaat uit drie delen (2015):

Algemene
Militaire
Opleiding
(AMO)

Algemene
Kader
Opleiding
(AKO)

Algemene
Kader
Vorming
(AKV)

► militaire basisvaardigheden (skills en drills) en vorming van de individuele militair

► verblijf en bivak te velde

► beveiligd bivak

verzamelgebied

► optreden onder vijanddreiging

► opleiding persoonlijk wapen Colt tot basisschutter

► overleven onder CBRN-omstandigheden (incl. MOR)

ZHKH

► Militair Recht

Fysieke Inzetbaarheids Test (FIT) niveau 1

► verzorgen van instructie

► commandovoering en groepsbevel

Elementaire Didactische Vaardigheden (EDV) ¹

► groepsuitrusting

► materiaalbeheer

► begeleidingsgesprek

►vorming in het domein van de onderofficier in de taakaspecten leider, vakman en instructeur

► Instructeur Persoonlijke Bescherming (IPB/CBRN)

► reactie op vijandelijk vuur

Grensverleggende Activiteiten (GVA)

► correctiegesprek

► voorbereiding en uitvoering van een AMO-carrousel

► leidinggeven onder verzwaarde en stressvolle omstandigheden

► Proeven van Bekwaamheid (PVB)

Het vaandel van de KMS.

Dit bord stond aan de appèlplaats van de Onderofficiersschool (OOS), de voorloper van de KMS. Ook toen al in het besef van de cruciale verstrengeling van kennis en vorming.

De eerste letters van de woorden van de tekst "Kennis is macht, karakter is meer" vormen samen tweemaal het woord KIM. De lijfspreuk is dan ook overgenomen van het Koninklijk Instituut van de Marine (KIM) in Den Helder en is tegenwoordig ook het motto van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Op 8 april 1998 wordt met een Twinning Ceremony ('tweelingceremonie') op de Van Hornekazerne in Weert, het vriendschapsverdrag bevestigd tussen de Duitse Heeresunteroffizierschule I, gevestigd op de Lützow-Kaserne in Münster-Handorf, en de Koninklijke Militaire School.

Van links naar rechts: luitenant-generaal Karsten Oltmanns, commandant van 1 GE/NL Corps; generaal-majoor G.J.C. Roozendaal, commandant van het Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL, voorloper van het Opleidings- en Trainingscommando, OTCO); kolonel Ruud Vermeulen, commandant van de KMS; en luitenant-kolonel Dieter Hintelmann, commandant van de Heeresunteroffizierschule I.

Het sportcomplex op de KMS is vernoemd naar sergeant der eerste klasse Pieter van Wesel. Op 25 november 1999 opende de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten, de nieuwe sporthal.

Pieter van Wesel raakte op 3 juni 1995 in Bosnië (Dutchbat-III) zwaar gewond toen zijn YPR-pantserrupsvoertuig door een antitankgranaat werd getroffen. Ook soldaat Gaby van Loon raakte hierbij zwaar gewond.

Door de moed en wilskracht die hij toonde tijdens zijn revalidatieproces en de manier waarop hij daarna zijn leven weer vorm wist te geven, werd hij een voorbeeld voor velen.

Behalve over een sportcomplex, beschikt de KMS over een zwembad, hindernisbaan, touwbaan, sintelbaan, klimtoren en kleinkaliberwapen-schietsimulator.

In de nabije omgeving bevinden zich schietbanen en oefenterreinen, zoals de Kruispeel (met zijn door generaties aspirant-onderofficieren tijdelijk bemande Kruispeelloods), Weerter- en Budelerbergen en Weerterheide.

Tot slot kent de KMS de Historische Verzameling KMS, gevestigd in 'De Bastion' en heropend op 22 november 2003.

De KMS is gevestigd op de Van Hornekazerne aan de Kazernelaan 101, 6006 SP in Weert.

In 2001 verscheen het boek 'De onderofficier in het Nederlandse leger 1568-2001' van Willem Bevaart en de Sectie Militaire Geschiedenis.

Boven de Hongaarse lus (organiek citroengeel), daaronder de twee gekruiste spontons gedekt door een Koninklijke kroon.

Op de bakermat van de onderofficier worden ook de loopbaancursussen gevolgd aan de School Verdere Vorming Onderofficieren (SVVO):

tr>

Primaire Vorming
(PV)

Voor sergeanten/wachtmeesters der eerste klasse (pelotonsniveau);
in het 5e jaar van het onderoffcierschap.

Secundaire Vorming
(SV)

Voor sergeant-majoors/opperwachtmeesters (compagniesniveau);
in het 12e jaar van het onderoffierschap.

Tertiaire Vorming
(TV)

Voor oudere onderofficieren;
na aanname op een functie waaraan bevordering naar de rang van adjudant is verbonden.

Joint Tertiaire Vorming
(JTV)

Voor adjudanten die in het traject Management Development stafadjudant worden.

BA-cursus

Voor adjudanten die op de functie van bataljonsadjudant worden geplaatst.

In de doorlopende leerlijn (DLL) van de onderofficier wordt een koppeling gemaakt tussen de bevordering in de naasthogere rang sergeant der eerste klasse, sergeant-majoor of adjudant; de loopbaancursussen aan de School Verdere Vorming Onderofficieren (SVVO) van de KMS; en de opeenvolgende niveaus in de leerlijn 'Begeleiden van lerenden' van het Expertise Centrum Opleidingskunde Defensie (ECOD).

Een opvallende KMS-leerling was Desi Bouterse, sinds 2010 president van Suriname.

In 1968 kwam Bouterse naar Nederland, waarna hij aansluitend zijn dienstplicht vervulde op de Legerplaats Seedorf. Daarna meldde hij zich voor de onderofficiersopleiding in Weert.

Na zijn opleiding tot sportinstructeur in het Drentse Kamp Hooghalen, werd hij als sportinstructeur geplaatst bij 47 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Menno van Coehoorn in Havelte.

In 1975, het jaar waarin Suriname onafhankelijk van Nederland werd, keerde Bouterse terug naar zijn vaderland. Vijf jaar later kwam hij via een coup aan de macht.

Zie ook: elementaire didactische vaardigheden (EDV), oefening PAS AAN en Van Hornekazerne.

Terug naar Boven

 

KONINKLIJK HUIS

Het Koninklijk Huis heeft van oudsher een nauwe verbondenheid met de krijgsmacht. Deze band komt onder andere tot uiting in de volgende zaken:

De eed / belofte die militairen afleggen: “Ik zweer (beloof) trouw aan de Koningin”. De trouw aan het Huis van Oranje komt eveneens tot uitdrukking door de aanstelling bij Koninklijk Besluit van militairen in officiersrangen.

 

De beveiliging en bewaking van de leden van het Koninklijk Huis door zorg van de – Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de – Koninklijke Marechaussee, in nauwe samenwerking met de Divisie Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging van het Korps Landelijke Politie Diensten. Dat is onder andere het geval bij De Eikenhorst in Wassenaar (Prins van Oranje en Prinses Máxima), paleis Huis ten Bosch en paleis Noordeinde in Den Haag, het Koninklijk Paleis in Amsterdam en het landgoed Huis Het Loo in Apeldoorn (Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven). De paleisbeveiliging werd in 1908 aan de hoede van de KMar toevertrouwd: op verzoek van Koningin Wilhelmina werd toen de zgn. Klompenwacht bij paleis ‘t Loo overgenomen door de KMar. In 1956 werd Koningin Beatrix, toen nog prinses, ´Schutsvrouwe´ van het Wapen der Koninklijke Marechaussee.

 

De Garderegimenten.

In 1829 richtte Koning Willem I bij Koninklijk Besluit het gezamenlijke Garderegiment Grenadiers en Jagers op: een afdeling Grenadiers om "onder het oog des Konings" te dienen en twee bataljons Jagers.

Beide regimenten waren tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in de regio Den Haag; vanaf 1995 dienen zij samen in één Garderegiment. De traditie en geschiedenis van beide regimenten wordt gehandhaafd door 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel.

Een derde Garderegiment is het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (vernoemd naar de tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard, opgericht in 1946), waarvan de tradities en geschiedenis worden gehandhaafd door 17 Pantserinfanteriebataljon. Het predicaat 'Garde' betekent in Nederland dat de parate militairen vaker dan militairen van andere eenheden belast zijn met de uitvoering van ceremoniële diensten.

 

De naoorlogse baretemblemen van de Koninklijke Landmacht, ontworpen door de militair stilist Frans Smits Sr. (1915-2006). Hij was decennia achtereen het meest prominente lid van de Uniformcommissie van de Koninklijke Landmacht. De basis voor het baretembleem is een gesp in de vorm van een gestileerde, gotische 'W'. Op de gesp bevindt zich het embleem van het betrokken dienstvak, korps, regiment of wapen. De ‘W’ is het lettervignet van Wilhelmina, Koningin der Nederlanden van 1898 -1948. De baretemblemen werden ontworpen in de jaren 1945-’46 en vanaf begin 1947 ingevoerd.

 

Het Korps Commandotroepen (KCT). Deze eenheid van Special Forces heeft een sterke band met het Koningshuis. Z.K.H. Prins Bernard maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog de oprichting van de Nederlandse commando-eenheid No. 2 Dutch Troop op 29 juni 1942 mede mogelijk. De eenheid werd ingedeeld bij No. 10 Interallied Commando onder leiding van Colonel Dudley Lister. Op 6 december 1943 schonk Bernhard in Portmadoc (Wales) een rood-wit-blauwe fanion met oranje rand aan de Troop. De prins bleef sindsdien betrokkenheid tonen met de commando's. Bij het vijftigjarig jubileum van het KCT in 1992 werd de prins benoemd tot erecommando en kreeg hij de groene baret uitgereikt.

 

Het militair ceremonieel. Hierbij gaat het om incidentele en vaste plechtigheden, zoals Prinsjesdag, bezoeken van buitenlandse staatshoofden aan Nederland, huwelijken en begrafenissen van leden van het Koninklijk Huis. Dat wordt onder andere bekleedt door een erecompagnie, erecouloirs langs routes, ere-escortes te voet en te paard en saluutbatterijen. Een vaste rol in dit protocol hebben 11 Afdeling Rijdende Artillerie (Gele Rijders), cavalerie, Garderegimenten, Koninklijke Marechaussee en militaire kapellen.

 

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd benoemd tot Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht en na W.O. II de eerste Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten werd.

Dankzij het inspirerend leiderschap van Prins Bernhard ontstond er een nauwe relatie met (oud-)militairen, in het begin vooral de militairen die tijdens W.O. II of in Nederlands-Indië hadden gediend. Om dezelfde reden werd Prins Bernhard op 15 juni 1946 benoemd tot Commandeur in de Militaire Willemsorde.

De verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis zijn:

DATUM

WIE

RELATIE & BIJZONDERHEDEN

19 januari (1943)

Prinses Margriet

Derde dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard.

31 januari (1938)

Koningin Beatrix

Prinses der Nederlanden sinds 30 april 2013 na 33 jaar Koningin der Nederlanden te zijn geweest (sinds 30 april 1980). Was getrouwd met Prins Claus. Drie zonen: Prins Willem-Alexander, Prins Friso en Prins Constantijn. Opgevolgd door haar oudste zoon, Willem-Alexander.

4 februari (1970)

Prinses Marilène

Getrouwd met Prins Maurits, de oudste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Drie kinderen: Anna, Lucas en Felicia.

18 februari (1947)

Prinses Christina

Jongste dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard.

22 maart (1972)

Prins Pieter-Christiaan

Derde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven.

10 april (1975)

Prins Floris

Vierde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven.

10 april(2007)

Prinses Ariane

Derde en jongste dochter van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima.

17 april (1968)

Prins Maurits

Oudste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Getrouwd met Prinses Marilène. Drie kinderen: Anna, Lucas en Felicia.

18 april (1972)

Prinses Annette

Getrouwd met Prins Bernhard jr., de tweede zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Drie kinderen: Isabella, Samuel en Benjamin.

27 april (1967)

Prins Willem-Alexander

Sinds 30 april 2013 Koning der Nederlanden. Oudste zoon van Prinses Beatrix. Getrouwd met Koningin Máxima. Drie dochters: Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane.

30 april (1939)

Mr. Pieter van Vollenhoven

Echtgenoot van Prinses Margriet, één van de drie zusters van Prinses Beatrix. Vier zonen: Prins Maurits, Prins Bernhard, Prins Pieter-Christiaan en Prins Floris.

17 mei (1971)

Prinses Máxima

Getrouwd met Koning Willem-Alexander. Drie dochters: Prinses Catharina-Amalia, Prinses Alexia en Prinses Ariane. Sinds 30 april 2013 Koningin Máxima.

25 mei (1966)

Prinses Laurentien

Echtgenote van Prins Constantijn, de derde en jongste zoon van Prinses Beatrix. Drie kinderen: Eloise, Claus-Casimir en Leonore.

26 juni (2005)

Prinses Alexia

Tweede dochter van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima.

5 augustus (1939)

Prinses Irene

Tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard.

11 augustus (1968)

Prinses Mabel

Echtgenote van Prins Johan Friso.

25 september (1968)

Prins Johan Friso

Tweede zoon van Prinses Beatrix en Prins Claus. Overleden op 12 augustus 2013.

11 oktober (1969)

Prins Constantijn

Derde en jongste zoon van Prinses Beatrix en Prins Claus. Getrouwd met Prinses Laurentien. Drie kinderen: Eloise, Claus-Casimir en Leonore.

18 oktober (1977)

Prinses Aimée

Getrouwd met Prins Floris, de jongste zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven.

27 oktober (1969)

Prinses Anita

Getrouwd met Prins Pieter-Christiaan, de derde zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven.

7 december (2003)

Prinses Catharina-Amalia

Oudste dochter van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima. Tweede in de lijn van troonopvolging na haar vader.

25 december (1969)

Prins Bernhard jr.

Tweede zoon van Prinses Margriet en Mr. Pieter van Vollenhoven. Getrouwd met Prinses Annette. Drie kinderen: Isabella, Samuel en Benjamin.

 

Wijlen Koningin Juliana

Geboren 30 april 1909, overleden 20 maart 2004. Koningin der Nederlanden van 1948 tot 1980.

 

Wijlen Prins Bernhard

Geboren 29 juni 1911, overleden 1 december 2004. Echtgenote van Koningin Juliana. Van 1937 tot 1980 officieel Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins der Nederlanden.

Terug naar Boven

 

KONINKLIJK NEDERLANDSCH-INDISCH LEGER

Afgekort: KNIL. Nederlands koloniaal leger dat officieel werd verzelfstandigd op 30 maart 1830 in Nederlands-Indië. Hoewel Koning Willem I het predicaat ‘Koninklijk’ al in 1836 aan het leger toekende, werd de benaming pas in 1933 op initiatief van Minister van Koloniën dr. Hendrik Colijn, zelf oud-KNIL-officier, definitief ingevoerd. In tegenstelling tot de Koninklijke Landmacht, die behoorde tot het Ministerie van Oorlog, viel het KNIL onder het Ministerie van Koloniën. Het bestond van meet af aan alleen uit beroepsmilitairen.

In 1936 was grofweg driekwart van de KNIL’ers afkomstig van de Archipel (Ambon, Java, Menado, Soenda, Timor). De KNIL-militair woonde met zijn gezin op een tangsi (kazerne).Zes maanden na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, op 26 juli 1950, wordt het KNIL opgeheven.

Aan het begin van de 19de eeuw waren de Engelsen korte tijd de baas in Nederlands-Indië. Toen zij in 1814 de archipel teruggaven aan Nederland was het in het bijzonder de Javaanse prins Dipo Negoro van het gebied Djokjakarta op het eiland Java (zoon van de sultan die zijn vader niet mocht opvolgen) die in opstand kwam.

Op Java schitterde Nederland door wanbestuur, maar toen de Nederlanders zonder zijn toestemming een weg op zijn grondgebied aanlegden, liep de emmer helemaal over. De resident, A.H. Smissaert, dacht het brandje te kunnen blussen door Negoro gevangen te nemen, maar vanwege diens charisma en populariteit kon hij een groot leger op de been brengen. Daarmee trok hij in 1825 ten oorlog tegen de Nederlanders.

De Java-oorlog duurde tot 1830, omdat Negoro's manschappen toen de uitputting nabij waren. In de oorlog verloren tienduizenden Javanen het leven. Nu moest de prins onderhandelen. Na drie uur onderhandelen over wapenstilstand – in het residentshuis te Magelang op Java op 28 maart 1830 – nam luitenant-generaal H.M. Baron De Kock, commandant van het leger, Negoro gevangen, samen met zijn schoonzoon, majoor F.V.H.A. de Stuers.

Negoro werd via Batavia van Java verbannen.

Gedurende de Java-oorlog was gebleken dat de organisatiestructuur van het leger ongeschikt was voor de omstandigheden in Nederlands-Indië: er was geen sprake van onderlinge verbanden, laat staan van verbonden wapens. Een reorganisatie bood soelaas.

Volgens het besluit 'Algemene Orders voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger' d.d. 4 december 1830 werd het leger in de Oost losgeweekt van het leger in Nederland. Het besluit kwam van gouverneur-generaal Johannes van den Bosch, bekend vanwege het Cultuurstelsel en zijn fortenstelsel op Java.

De zelfstandige formatie van het Nederlandsch-Oost-Indisch leger bestond uit acht mobiele korpsen, elk met een bataljon infanterie (genummerd 19 t/m 26), een compagnie cavalerie en vier stukken bergartillerie, in totaal ± 13.500 militairen.

Cadetten van het KNIL in training.

Van den Bosch' gouvernementsbesluit werd bij Koninklijk Besluit van 10 maart 1832, nummers 93 en 94, bekrachtigd door Koning Willem I. De eerste echte gevechtshandelingen waren echter pas anderhalf decennium later de expedities naar Bali.

Volgens de Defensiegrondslagen 1927 had het KNIL twee taken.

In dit document, dat concludeerde dat Nederlands-Indië in wezen niet te verdedigen was als de verdediging alleen afhing van (troepen uit) Nederland, waren de uitgangspunten voor de krijgsmacht in Nederlands-Indië tot in detail vastgelegd.

De nota spitste zich toe op de bijdrage van de marine, een beetje op die van de landmacht en in het geheel niet op die van de luchtmacht.

De taken waren:

“Handhaving van het Nederlands gezag in de Archipel tegen onrust of verzet binnen de grenzen”; optreden tegen een interne vijand.

“Vervulling van de militaire plicht als lid van de volkengemeenschap tegenover andere volken”; optreden tegen een externe vijand; de taak van het leger beperkte zich tot handhaving van strikte neutraliteit in conflicten tussen andere mogendheden

De marine zou de Buitengewesten verdedigen, op Java en in enkele havens geholpen door het KNIL. Pas in 1910 voltooide het KNIL haar taak om de Buitengewesten, vaak met harde hand, onder Nederlands gezag te brengen.

Op 29 september 1948 werd een wijziging in de Grondwet afgekondigd waarbij de naam Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, op voorstel van luitenant-generaal Simon H. Spoor, werd herzien in Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger. De naamsverandering werd op 11 oktober 1948 van kracht.

Wervingsaffiche voor dienstneming in het KNIL. De belangrijkste taak van de Koloniale Reserve, eerst in Harderwijk en later in Nijmegen, was het werven van een constante stroom nieuwe vrijwilligers voor het KNIL.

Bron: Stadsmuseum Harderwijk. Externe link: http://www.stadsmuseum-harderwijk.nl

Terug naar Boven

 

KONVOOI

Konvoi.
convoy.
convoi.

KONVOOI-ESCORTE

Geleit; Konvoisicherung; Geleitschutz.
convoy escort.
escorte de convoi.

De wijze van begeleiding en beveiliging/bewaking van een konvooi door een force protection-eenheid (bewapend escorte), wordt onder andere bepaald door een analyse van de dreiging en risico's.

Konvooibewaking (screen of a convoy) en konvooibeveiliging (security of a convoy) zijn force protection-activiteiten.

Konvooi-escorte wordt verdeeld in:

Directe escorte: manoeuvre-elementen en/of gevechtsvoertuigen bevinden zich vóór, in het midden en achter het konvooi.

Indirecte escorte: lucht(nabij)steun met gevechtshelikopters en/of -vliegtuigen houdt de konvooiroute in de gaten of een verkenningselement 'op de wielen' rijdt kilometers vóór het konvooi uit.

Konvooiescorte moet deconcentratie van middelen (ontbinding van het konvooi, spreiding van konvooi-elementen), inbeslagneming of vernieling van goederen en gijzeling van personeel voorkomen.

Bij grondgebonden operaties elk bereden optreden waarbij een groep samengevoegde voertuigen zich onder eenhoofdige leiding en geordend van een begin- naar een eindpunt verplaatst.

Het doel van konvooirijden is het veilig en gecoördineerd vervoeren van goederen (cargo) en/of personeel (pax).

Onder de operationele wegverplaatsingen geldt een konvooiverplaatsing als een onregelmatige colonneverplaatsing.

Voor de manoeuvre is een konvooioperatie (Convoy Ops) een voorwaardenscheppende activiteit om tactisch te kunnen verplaatsen.

Voor de logistiek is het konvooi een op zichzelf staande operationele verplaatsing, die wordt toegepast als sprake is van een onbekend of onduidelijk dreigingsbeeld.

Bij een verplaatsing in het operatiegebied kan de aanwezigheid van militaire verkeersleiding niet worden gegarandeerd; dit is op het aanvangs- en eindpunt van een konvooi in vredestijd in de regel gewaarborgd.

Per opdracht verschillen de grootte en samenstelling van een konvooi. Niet alleen maken konvooien, over grote afstanden en gedurende meerdere dagen, deel uit van de Normal Framework Operations in het inzetgebied; konvooien kunnen ook deel uitmaken van de RSOI (Onward Movement).

Konvooi met VN-voertuigen in voormalig Joegoslavië.

Kenmerken van een konvooi:

► het konvooi bestaat, uit oogpunt van commandovoering en veiligheid, uit maximaal 20 voertuigen (pelotonssterkte)

► afhankelijk van verschillende factoren, zoals de beschikbare force protection, kan het aantal voertuigen hoger liggen dan 20 voertuigen

► in het operatiegebied is het konvooi een eenheid die zelfstandig een opdracht uitvoert

► de snelheid van het konvooi wordt bepaald door het traagste voertuig

► het konvooi vermijdt, indien mogelijk, verstedelijke gebieden

Soorten konvooien:

► Humanitair konvooi: voor het vervoer van bijvoorbeeld hulpgoederen of vluchtelingen (hulp- en voedselkonvooien)

► Logistiek konvooi: voor het vervoer van goederen, materieel of personeel van eigen eenheden (zoals verlofgangerskonvooien)

Mogelijke incidenten tijdens het konvooirijden:

► Aanslagen en zelfmoordaanslagen (suicide attacks)

► Blokkades en roadblocks

► Defecte voertuigen of infrastructuur (bruggen, viaducten, wegen)

Hinderlagen en IED-strikes (waar het konvooi door het terrein gedwongen wordt om bepaalde routes of overgangen te kiezen)

► Inzet van militaire middelen (strijdgroepen, gewapende lokale bevolking, IED's, RPG's, scherpschutters)

► Lokale bevolking die de verkeersregels niet serieus neemt (inhalen in bochten en op hellingen, niets aantrekken van tegenliggers)

► Operationele planning die wijzigt (b.v. door opschaling naar hoger geweldsspectrum)

► Verkeersongevallen met gewonden (aan eigen zijde)

► Verkeersopstoppingen


Elementen van het konvooi:

Wie

Wat

 

Commando

Verbindingen (radio, SatCom, HF). De konvooicommandant is eindverantwoordlijk; vergroot/verkleint, indien nodig, onderlinge tussenruimtes en snelheden; kan het konvooi derouteren.

 

Transport

Voertuigen, al dan niet met verbindingsmiddelen.

 

Logistieke ondersteuning

Logistieke zelfstandigheid voor meerdere dagen: voldoende klasse I en water, geneeskundige verzorging (AMV) en herstel- en bergingscapaciteit (ODB).

 

Beveiliging (escorte)

Konvooibescherming met voldoende gevechtskracht.

 

Verkenning

Voertuig dat een aantal kilometers voor het konvooi uit verplaatst om de route te verkennen, obstakels te identificeren, het konvooi aan te melden en coördinerend op te treden bij kritieke punten.

 

Enablers

Genie (mijnenruimers/sneeuwruimers) verkent kruispunten en verdachte gebieden op IED's voordat het konvooi deze punten en gebieden passeert.
Koninklijke Marechaussee
► Media
► Militaire voorlichter
► Tolk
UAV's voeren boven de route verkenningen uit naar hinderlaagposities.

Zie ook: colonne, Convoy Support Center (CSC), Hier Romeo, we gaan rijden! Een reisverslag van de laatste konvooien naar Srebrenica (1998, Arco Solkesz), Konvooien bij vredesoperaties (Lessons Learned-publicatie 13, 2001), marseenheid, Main Supply Route (MSR), Movement Control (MovCon), Personal Role Radio (PRR) en Rest / Remain Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

KOOI-AAP

Meeneemvorkheftruck (mvth), geproduceerd door (voorheen Kooi B.V., nu) Moffett-Kooi in Oude Leije (Friesland), die voor militair gebruik zeer geschikt is als overslagmiddel in ruw terrein.

Deze vorkheftruck is in 1968 ontwikkeld door tulpenkweker Hessel Kooi. Hij bedacht de vorkheftruck die aan de achterzijde van een vrachtwagen kan worden meegenomen, doordat de vorken van de heftruck in de kokerbalken van de vrachtwagen worden gestoken. De vorkheftruck tilt zichzelf omhoog. Ook kan de Kooi-Aap op een flatrack of aanhangwagen worden vervoerd.

Omdat de Kooi-Aap niet, zoals bij vorkheftrucks gangbaar is, beschikt over een contragewicht is deze lichter en kan beter worden benut in ruw terrein. De Kooi-Aap stuurt met het achterwiel; het stuurbereik is bijna 180 graden. Daardoor heeft de meeneemvorkheftruck een minimale draaicirkel, wat voordeel oplevert bij het werken in nauwe ruimtes.

De Kooi-Aap is/was onder andere ingedeeld bij de Bevoorradings- en Geneeskundige compagnieën.

Terug naar Boven

 

KOOKPUNTBENZINE

Merknaam: Coleman Fuel®. Duits: Kocherbenzin; Reinbenzin; Spezialbenzin. Engels: bollingpoint petrol. Frans: mélange d'essence pour réchaud.

Relatief zuiver mengsel van butaan en propaan dat kan worden gebruikt voor benzinebranders (kooktoestellen), zoals die ook door militairen worden gebruikt.

De heldere, kleurloze vloeistof bevat minder dan 0,001% benzeen en heeft een octaangehalte van 50 à 55.

Kookpuntbenzine ontbrandt gemakkelijk (is licht ontvlambaar) en verbrandt gemakkelijk (produceert nauwelijks roet), ook bij lagere temperaturen. Ook beneden het vriespunt werkt de brandstof goed (heeft een zeer hoog kookpunt): op zeeniveau zal 1 liter water in ± 3½ minuut koken.

Een 1-liter fles kookpuntbenzine (Coleman Fuel®) en - rechts - een kooktoestel van hetzelfde merk.

Bovendien laat kookpuntbenzine een minimum aan verontreiniging achter in de brander. Bij gebruik in een brander kan met 1 liter kookpuntbenzine ± 1½ uur worden gekookt.

Kookpuntbenzine (Coleman Fuel®) is irriterend voor de huid; de dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken.

Terug naar Boven

 

KORNET

Fähnrich cornet; color-sergeant; ensign cornette.

Van het Spaanse "corneta" (ruitervaan, standaard).

In de regel jonge aspirant-officier die tijdelijk in de hoogste onderofficiersrang verkeert. Een kornet is een vaandrig bij de artillerie, cavalerie, luchtdoelartillerie (bereden wapens) of Koninklijke Marechaussee. De kornet/vaandrig is hiermee gelijkgesteld aan de rang van adjudant-onderofficier en heeft als rangonderscheidingsteken een gebombeerd knoopje ("stip").

Traditiegetrouw is de kornet/vaandrig de drager van de aan een lans bevestigde ruitervaan dan wel het vaandel van een compagnie/batterij. In vroeger tijden, toen de vaandrig nog te paard ging, was hij de traditionele drager van de regimentsstandaard bij de cavalerie.

Terug naar Boven

 

KORNWERDERZAND, STELLING

Kornwerderzand ligt in de gemeente Súdwest Fryslân, provincie Friesland.

Na weerstand van het Departement van Oorlog, wordt in 1921 besloten tot de aanleg van de Afsluitdijk. Omdat het te gemakkelijk zou zijn voor de vijand om via de nieuwe dijk de Vesting Holland binnen te trekken, worden ter hoogte van Kornwerderzand en Den Oever voor die tijd moderne verdedigingswerken gebouwd.

Behalve om een inbraak in de Vesting Holland onmogelijk te maken, dient de stelling om het in de Afsluitdijk gelegen complex van de Lorentzsluizen te beschermen. Deze uitwateringssluizen zijn van groot belang voor het reguleren van het waterpeil van het IJsselmeer, dat het inundatiewater levert voor het Nederlandse verdedigingsstelsel: delen van de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie.

Van 1929 tot '34 wordt een aantal kilometer uit de Friese kust naar een ontwerp van de genie de stelling Kornwerderzand (KWZ) gebouwd. De genie legde hiertoe contact met de ontwerpers van de Maginotlinie in Noordoost-Frankrijk, destijds de modernste Europese verdedigingslinie. Het geld voor de stelling, ruim 2 miljoen gulden (iets meer dan € 900.000), is afkomstig uit het Zuiderzeefonds. Omdat de Defensieuitgaven die jaren aan banden zijn gelegd (gebroken geweertje) is door deze manier van financiering alsnog voldoende geld beschikbaar.

De stelling is geloceerd in de lichte knik naar het noorden in de Afsluitdijk, welke een belangrijk strategisch voordeel voor de verdediging heeft: één van de kazematten kan in het verlengde van de dijk worden gebouwd.

Het kazemattencomplex ligt grotendeels onder de grond, bestaat uit zeventien verspreid liggende bunkers met buitenmuren van 2,8 meter monoliet gegoten gewapend beton en is voorzien van zoeklichten. Het complex is planmatig bestand tegen beschietingen tot kaliber 28 cm. Van de zeventien betonkazematten, genummerd in Romeinse cijfers, liggen er negen in de eerste linie. De twee linies liggen dwars over de Afsluitdijk aan weerszijden van de Lorentzsluizen.

Het kazemattencomplex beschikt onder andere over een aggregaathuis, keuken, magazijnen, munitiekamers, een telefooncentrale, een verbandplaats en verschillende verblijven.

Via loopgraven staat het kazemattencomplex in verbinding met de Stelling Den Oever. Ook de Wonsstelling op het Friese vasteland draagt bij aan de verdediging van de Afsluitdijk.

De mitrailleurkazematten van de stelling Kornwerderzand hebben een betonnen borstwering met daarin uitsparingen voor de eenentwintig opgestelde 50 mm-mitrailleurs. De andere bewapening bestaat uit 50 L 50 Sideriuskanonnen, gebouwd door de Artillerie-Inrichtingen (AI) Hembrug, en de Oostenrijkse Schwarzlose M.08, een mitrailleur met kaliber 7.92 mm.

De vuurrichting is naar alle zijden, maar met name richting de Friese kust (oostzijde). Aan de oostelijke zijde liggen ook een vechtwagenhindernis (hindernis tegen tanks en andere pantservoertuigen) en uitgebreide versperringen.

De achterkant van de Commandokazemat (IV), aan de zuidzijde van de Asluitdijk, tijdens de mobilisatie.

In september en oktober 1938 geeft het Nederlandse leger voor het eerst het bevel tot verhoogde waakzaamheid: de belangrijkste posten op de stelling Kornwerderzand worden bemand. Op het moment van de mobilisatie op 29 augustus 1939 is in Kornwerderzand echter alleen een bewakingseenheid aanwezig; pas na een week is de gehele stelling alsnog bezet met zo'n 225 militairen.

In mei 1940 bewijzen de kazematten hun gevechtswaarde. Terwijl in andere delen van Nederland de Duitsers eenvoudig doorstoten, wordt ze bij Kornwerderzand een halt toegeroepen. Veel Nederlandse troepen kunnen niet anders dan terugtrekken over de Afsluitdijk, terwijl de rest door de Duitsers wordt gevangengenomen.

De stelling Kornwerderzand komt in de frontlijn te liggen. De aanwezige militairen van het 1e Bataljon 33e Regiment Infanterie (33 RI) onder leiding van kapitein Christiaan Boers bewijzen dat Kornwerderzand nut heeft.

Onder bevel van General-Major Kurt Feldt rukt intussen de 12.000 man sterke 1. Kavalleriedivision op naar de kop van de Afsluitdijk. De kern van de Duitse divisie bestaat uit vier regimenten ruiterij, in te zetten als infanterie, en enkele artillerie-, pioniers- en wielrijderseenheden.

De linies op de Afsluitdijk ressorteren onder de commandant van de Stelling van Den Helder, schout-bij-nacht Hoyte Jolles, tevens commandant van het IJsselmeerflottielje - waartoe onder andere de kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau behoort.

De Slag om de Afsluitdijk staat op het punt van beginnen als de Duitsers de Wonsstelling veroverd hebben.

Met efficiënt mitrailleursnelvuur slaat de kazemattenbemanning op 12 mei de eerste Duitse aanvallen van de Luftwaffe af.

Een dag later wordt het complex zowel vanuit de lucht als voor het eerst ook vanaf de Friese kust met artilleriegranaten bestookt. Zowel op 13 als 14 mei neemt de luchtafweer - het 2e Peloton Luchtdoelmitrailleurs met 4 x M25 Spandau (zware mitrailleur 7.92 mm) en een peloton Oerlikon 2 cm TL (tegen luchtdoelen) nr. 1 van het Vrijwillige Landstormkorps Luchtafweerdienst Leeuwarden - de Luftwaffe met succes onder vuur.

Met de ruim zestig militairen van de luchtafweer die in de nacht van 12 op 13 mei zijn gearriveerd, komt de totale stellingbezetting op 286 militairen.

Ook een directe Duitse aanval via de Afsluitdijk - door detachementen Duitse fietsers - mislukt. De stellingcommandant, kapitein Boers, laat de Duitsers tot op 800 meter naderen en geeft dan bevel het vuur op hen te openen, waarna de Duitsers terugtrekken naar de eigen linies.

Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau brengt op 14 mei 1940 doeltreffend vuur uit op de Duitse posities op de kop van de Afsluitdijk.

In de ochtend van 14 mei assisteert de kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau de stelling Kornwerderzand succesvol met het bestoken van Duitse artillerie. Het schip, dat voor anker ligt bij de Dove Balg, een zandplaat ten noorden van de Afsluitdijk, beschiet de Duitsers met 98 schoten uit haar 15 cm-kanon op het achterdek, met een bereik van maar liefst 18.500 meter.

Later die dag gaat het schip verloren bij een luchtaanval bij Callantsoog.

Weer een dag later gaan Duitse Junkers JU-88 bommenwerpers in de aanval. Een van de kazematten in het westelijk deel van de linie wordt weliswaar zwaar getroffen maar geeft geen krimp.

In de middag van 14 mei wordt kapitein Boers via schout-bij-nacht Jolles op de hoogte gebracht van de capitulatie waartoe generaal Henri Winkelman heeft besloten.

In totaal 286 Nederlandse militairen hebben de stelling Kornwerderzand met succes verdedigd. Pas na de capitulatie rukt 1. Kavalleriedivision door het kazemattencomplex op naar Noord-Holland.

De verdediging van Kornwerderzand - de enige plaats waar het Nederlandse verzet niet gebroken is - moet worden opgegeven. Hoewel bij Kornwerderzand zwaar strijd is geleverd, is hier geen enkele Nederlandse militair gesneuveld. Aan Nederlandse zijde zijn alleen een paar lichtgewonden; de schade aan de stelling is miniem.

De Duitsers hebben altijd beweerd dat aan hun kant niemand is gesneuveld. Toch zijn er altijd geruchten geweest over zgn. geheime dodentransporten naar Duitsland. In het boek 'Blitzkrieg! Halte Kornwerderzand' (2006) is die mythe ontzenuwd: gewonde en gedode Duitse militairen zijn inderdaad heimelijk gerepatrieerd.

Het boek 'Blitzkrieg! Halte Kornwerderzand', geschreven door Hans en Anke Sprakel, verscheen in 2006. Meer informatie staat op de website blitzkriegboek.

De Duitsers hebben hun verlies niet openlijk willen toegeven ("Bij Kornwerderzand waren de Duitsers eenvoudig van de Afsluitdijk geblazen", schreef Loe de Jong): de Slag om de Afsluitdijk is dan ook een van de weinigen die de Duitsers tijdens hun campagne in Europa verloren. Niettemin blijft het exacte aantal doden aan Duitse zijde in de Slag om de Afsluitdijk in nevelen gehuld.

Kapitein Christiaan Boers - die zeer inspirerend voor zijn troepen was - werd vanwege spionage en verzet op 3 mei 1942 gefusilleerd in het concentratiekamp Sachsenhausen. Op 9 mei 1946 werd de commandant van de stelling Kornwerderzand postuum begiftigd met het Bronzen Kruis.

Sinds 1985 staat er op het eiland Kornwerderzand het Kazemattenmuseum Kornwerderzand. Volgens de Monumentenwet maakt het museum deel uit van de collectie jongere bouwkunst.

Het kazemattencomplex kreeg in 2001 de status van Rijksmonument.

Kornwerderzand is enige tijd vernoemd geweest in een van de regimenten luchtdoelartillerie. In 1950 werd onder meer het Regiment lichte luchtdoelartillerie Kornwerderzand opgericht, dat de traditie voortzette van het 3e Regiment luchtdoelartillerie. Omdat de aard van de opleidingen veranderde werden de regimenten luchtdoelartillerie enkele jaren later samengevoegd in depots. Het Regiment lichte luchtdoelartillerie Kornwerderzand werd in 1954 ondergebracht in het Depot Luchtdoelartillerie in Ossendrecht.

Must-read zijn de artikelen van eerste luitenant der infanterie Quirinus Johannes Ham die in 1941 verschenen in het tijdschrift Militaire Spectator: 'De verdedigingswerken aan het Kornwerderzand gedurende de oorlogsdagen' (p. 170 t/m 181) en 'De verdedigingswerken en de gevechten bij het Kornwerderzand' (p. 244 t/m 255).

Luitenant Ham was ten tijde van de Slag om de Afsluitdijk plaatsvervangend commandant van de Stelling Kornwerderzand.

Beide artikelen kunnen worden geraadpleegd op de website met het Cultureel Erfgoed van de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap (KVBK) en de Militaire Spectator (externe link).

Zie ook: artikel De positie Kornwerderzand 1940 - 1985 van militair verdedigingswerk tot museum (externe link Collectie Legermuseum), artikel Driehonderd jaar bouwen voor de landsverdediging (externe link Collectie Legermuseum), Bronzen Kruis, capitulatie, gebroken geweertje, genie, inundatie en kazemat.

Terug naar Boven

 

KORPORAAL

Van het Italiaanse "caporale" afgeleid van "capo", dat op zijn beurt is afgeleid van het Latijn "caput", dat "hoofd" betekent.

Bij de Koninklijke Landmacht de laagste graad (rang) boven de stand van soldaat der eerste klasse. De korporaal kan het gedelegeerde bevel voeren over een kleine afdeling soldaten, meestal een (deel van een) groep. Zo staat de korporaal zijn onderofficier bij in het leidinggeven, vervangt deze bij afwezigheid en houdt toezicht op de soldaten.

Bij de Koninklijke Landmacht is de korporaal geen onderofficier, maar bij de Koninklijke Marine (Korps Mariniers) is het korporaalschap (of kwartiermeesterschap) gelijkgesteld aan de laagste onderofficiersrang, direct onder de sergeant (bootsman). Korporaals hebben dan dezelfde bevoegdheden en verantwoordelijkheden als onderofficieren.

Korporaals werden voorheen, evenals onderofficieren, ingedeeld in weekdiensten op de compagnie dan wel wachtdiensten, respectievelijk als 'korporaal van de week' en 'korporaal van de wacht'/'korporaal van aflossing'.

Er is onderscheid in korporaals en korporaals der eerste klasse:

Korporaal
Korporaal bij administratie, (rijdende) artillerie en cavalerie
Korporaal der eerste klasse
Korporaal der eerste klasse bij administratie, (rijdende) artillerie en cavalerie
  

Vaak telt het aantal dienstjaren voor een bevordering van soldaat der tweede klasse naar korporaal of van korporaal naar korporaal der eerste klasse.

In de tijd van het Staatse leger en de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was de "lanspassaat" een ervaren soldaat met een hoger soldij dan de soldaat.

Andere benamingen voor de lanspassaat waren "onderkorporaal" en "vicekorporaal", omdat de lanspassaat in rang lager was dan de korporaal.

Korporaal en korporaal der eerste klasse worden binnen de NAVO ingedeeld in de NATO Rank Codes 03 en 04 (STANAG 2116):

Column 'Strohalmpatiënten', Youp van 't Hek, NRC Handelsblad, 6 augustus 2016.

Charl Schwietert was vijf dagen staatssecretaris van Defensie, van 4 t/m 8 november 1982.

   

 

NATO Rank Code OR-3

NATO Rank Code OR-4

BEL

korporaal

korporaal-chef & eerste korporaal-chef

DEU

Hauptgefreiter & Obergefreiter

Oberstabsgefreiter & Stabsgefreiter

FRA

caporal

caporal-chef

GBR

lance corporal

corporal

NLD

korporaal

korporaal der eerste klasse

USA

private 1st class

corporal

Zie ook: officier, onderofficier en Opleiding voor Leidinggevende Korporaals (OLK).

Terug naar Boven

 

KORPS

Korps corps corps.

Afgeleid van het Latijn "corpus" ("lichaam").

1

Verkorting van legerkorps, een subeenheid van een leger.

Een legerkorps telt in theorie 40.000 à 60.000 militairen en wordt gecommandeerd door een luitenant-generaal.

Twee of meer legerkorpsen vormen samen een leger, twee of meer legers een legergroep.

Een voorbeeld is het Duits-Nederlandse Legerkorps (1 GNC).

 

2

Iedere zelfstandige troepenafdeling die door haar aard niet geschikt is om als regiment of brigade te worden georganiseerd, een bijzondere bestemming heeft en/of te klein is.

Een korps is kleiner dan een regiment: een korps had bij zijn ontstaan een organieke troepensterkte kleiner dan 600 militairen.

Historische voorbeelden:

► Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs
Korps Mobiele Colonnes
► Korps Pontonniers en Torpedisten
► Korps Speciale Troepen

Huidige voorbeelden:

► Korps Luchtdoelartillerie, Korps Rijdende Artillerie (Gele Rijders) en Korps Veldartillerie van het wapen der artillerie;
Korps Mariniers bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK);
Korps Militaire Administratie;
Korps Commandotroepen en Korps Nationale Reserve (van beide eenheden is het grootteteken dat van het Regiment: III).

Zie ook: regiment.

Terug naar Boven

 

KORPS COMMANDOTROEPEN

Afgekort: KCT.

Het KCT heeft als de Special Forces-eenheid van de Koninklijke Landmacht (KL) de taak speciale operaties in het kader van bondgenootschappelijke verdedigings- en crisisbeheersingstaken voor te bereiden en uit te voeren. Een lid van het Korps Commandotroepen wordt in modern militair jargon Special Forces Operator genoemd.

Links erecommando Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard, in het midden de kraagspiegel van het KCT, rechts een commando in vol ornaat

De elite-infanterist die zich na een zware opleiding commando mag noemen draagt de groene baret - niet te verwarren met de nieuwe KL-baret. Het baretembleem van het KCT bestaat uit een Gotische W van Koningin Wilhelmina, waar een dolk doorheen loopt. De handgranaat met de uiteenspattende vlam geeft de agressiviteit en het doorzettingsvermogen weer die een commando dient te hebben. De wapenspreuk is "Nunc aut Nunquam" ("Nu of Nooit").


De hoofdtaak van het KCT is veelzijdig. Speciale operaties worden uitgevoerd door kleine eenheden die met speciale uitrusting worden ingezet in vijandelijk gebied, bijvoorbeeld om:

doelwit te saboteren
gegijzelde burgers en militairen te bevrijden
hinderlagen te leggen
informatie te verzamelen in vijandelijk gebied
overvallen te plegen
terrorisme te bestrijden

Speciale operaties worden onderverdeeld in:

Speciale Verkenningen (Special Reconnaissance)
Offensieve Acties (Direct Action)
Militaire Steunverlening (Military Assistance)
Afgeleide Taken (Collateral Activities)

Een commando moet bij de uitvoering van de taken volledig op zichzelf kunnen staan. Ook verzorgt het KCT opleidingen voor het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps (1GNC) en verlenen bijzondere militaire steun aan bondgenoten of aan eenheden van de Nederlandse landmacht, luchtmacht of marine.

Commando's aan het werk in Afghanistan.

Elke commando heeft zijn specialisatie:

► Communicatie

Demolition (explosieven)

► Duiken

Medic

► Para

► Rotsklimmen

Sniper (sluipschutter)

De commando-opleiding bestaat uit:

► Algemene Militaire Opleiding (AMO)

► Vooropleiding (VO)

► Elementaire Commando Opleiding (ECO)

► Voortgezette Commando Opleiding (VCO)

De ECO duurt 8 weken.

Het Korps Commandotroepen speelde een rol in de laatste uren voor de val van de enclave Srebrenica.

Op 11 juli 1995 namen commando's het initiatief om onder vijandelijk vuur de aanvragen voor luchtsteun voor twee F-16's waar te nemen van de organieke Forward Air Controllers.

Luitenant-kolonel Otto van Wiggen, commandant van het KCT van 1998 tot 2002, droeg in 2000 drie commando's voor een dapperheidonderscheiding voor (Bronzen Leeuw), omdat ze op dat moment meer hebben gedaan dan van hen mocht worden verwacht.

Op 23 januari 2002 zou één van hen door minister van Defensie Frank de Grave worden onderscheiden. Hij weigerde, uit loyaliteit naar zijn twee collega's.

Bij dezelfde acties in de enclave Srebrenica waren ook drie Britse militairen van de Special Air Service en de Royal Air Force aanwezig. Ze ontvingen het Military Cross (MC).

SAS-sergeant 'Nick Cameron' vertelde in The Sunday Times dat hij na een lange dag van zware gevechten, zij aan zij met Nederlandse commando's en tegen de Bosnische Serviërs, de opmars van generaal Ratko Mladic urenlang vertraagde. Op deze manier konden vluchtelingen in veiligheid worden gebracht.

Bronnen onder andere: De Opmaat (februari 1999), De Telegraaf (25 juni 2005) en The Sunday Times (21 juli 2002).

Aan het einde van de Elementaire Commando Opleiding komen 's ochtends de nieuwe aspirant commando's de Engelbrecht van Nassaukazerne opgemarcheerd.

Fysieke eisen KCT:

push-ups

25

sit-ups

40

Coopertest (12-minutenloop)

≥ 2.800 meter

touwklimmen

7½ meter

beklimmen klimtoren

20 meter

 

 

snelmars 3 km

≤ 18 minuten (*1)

geforceerde mars 12 km

≤ 1 uur en 40 minuten (*1)

hindernisbaan Hollandia (*2)

≤ 6 minuten

touwbaan Bloemendaal (*2)

≤ 9 minuten

 

 

 

*1 = Tenue: GVT + gevechtsuitrusting + dummywapen

 *2 = Op Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal

Legermuseum, tentoonstelling 'Special Forces' over het Korps Commandotroepen en de SF Korps Mariniers


Een demonstratie van het KCT tijdens de Landmachtdagen 2012 op de Generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.

De commando's simuleren een inval in een huis.

Advertorial Korps Commandotroepen.Advertorial Korps Commandotroepen.
Stameenheden Korps Commandotroepen.Stameenheden Korps Commandotroepen.
'De uitrusting van Lars', Casper van Bruggen & Alfred Staarman, Armamentaria 2006-2007.'De uitrusting van Lars', Casper van Bruggen & Alfred Staarman, Armamentaria 2006-2007.
'Klaar voor de strijd. De Nederlandse commando's willen vechten maar mogen niet', Steven Derix, NRC's Magazine, 5 oktober 2002.'Klaar voor de strijd. De Nederlandse commando's willen vechten maar mogen niet', Steven Derix, NRC's Magazine, 5 oktober 2002.

Download hier het ‘Korps Commandotroepen Factbook: Verleden - Heden – Toekomst’ (2014)

Download hier het 'Korps Commandotroepen Factbook: Verleden - Heden - Toekomst' (2014).

Zie ook: AN/PRC-117F, Barrett M82-A1 snipergeweer, bloedgroepfout, Chinese parliament, Engelbrecht van Nassaukazerne, H.A.H.O. & H.A.L.O., Heckler & Koch HK416-geweer (opvolger Diemaco C8A1GD), Hilleberg Keron 4GT vierpersoonstent, killing house, long range reconnaissance patrol (LRRP), MBITR, medic, M49-observatietelescoop, No. 2 (Dutch) Troop, Rigid Hull Inflatable Boat (RHIB), Special Forces, Task Force 55, Task Force Viper, stormdolk, Vaarschool en wing.

Terug naar Boven

 

KORPS MARINIERS

Oudste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht.

Het woord 'marinier' is afgeleid van het middeleeuwse 'marinarius', dat op zijn beurt afkomstig is van het Latijn 'marinus' ("tot de zee behorend").

De voormalige scheeps- of zeesoldaten zijn in de loop der eeuwen verworden tot een keurkorps elitetroepen.

Op 10 december 1665 namen de Staten van Holland een resolutie aan waarbij de oprichting van een 'Regiment de Marine' werd vastgesteld. Sindsdien mogen de Nederlandse zeesoldaten zich een korps noemen. De drijvende krachten hierachter waren raadspensionaris Johan de Witt en luitenant-admiraal Michiel Adriaanszoon de Ruyter.

De eerste commandant van de mariniers was kolonel Willem Joseph baron Van Ghent.

De mariniers namen deel aan grote zeeslagen in de strijd met Engeland en Frankrijk, zoals Solebay (1672), Kijkduin (1673) en Chatham (1667), maar uit het feit dat in 1665 een 'Regiment de Marine' is opgericht kan niet worden afgeleid dat er toen een Korps Mariniers ontstond zoals dat nu bestaat: er werd een infanterieregiment opgericht dat ook ter zee kon worden ingezet.

De inzet te land gebeurde onder meer in de strijd tegen de Franse Koning Lodewijk XIV met de mariniersregimenten van de kolonels François Palm en George van Weede, die binnen het verband van het Staatse leger keurtroepen vormden.

De gevechten die geheel - zoals bij Seneffe (in België, op 11 augustus 1674) - of deels (amfibisch) - zoals bij de verovering van Gibraltar op Spanje op 3 augustus 1704 - te land zijn gevoerd, hebben de mariniers verricht als organisatorisch binnen het Staatse leger ingedeelde infanterieregimenten.

Elk jaar op 10 december herdenkt het Korps Mariniers bij het Mariniersmonument op het Oostplein in Rotterdam de oprichtingsdatum.

◄ Hare Majesteit Koningin Wilhelmina reikte op 16 september 1929 op het Malieveld in Den Haag het vaandel uit aan het Korps Mariniers. Staande in haar rijtuig sprak zij bij deze gelegenheid: "Als oudste corps onzer weermacht wekt gij als het ware vanzelf de herinnering op aan ons groote verleden, waarin Neerlands groote admiraal uwe oprichting voorstond en tot stand bracht."

Het vaandel kent de volgende wapenfeiten: Spanje-Algiers, West-Indië, Seneffe, Kijkduin, Doggersbank, Atjeh-Bali, Chatham, Rotterdam, Javazee, Java en Madoera, en Nieuw-Guinea.

Aan het vaandel is de Militaire Willems-Orde vastgemaakt, toegekend bij Koninklijk Besluit nummer 51 op 4 december 1946.

Op 10 december 1946 hechtte de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, viceadmiraal Conrad Helfrich, op de Coolsingel in Rotterdam het ordeteken van Ridder der 4e klasse aan het vaandel van het Korps Mariniers.

Op 10 december 1946 verwierf het Korps Mariniers haar wapenspreuk Qua Patet Orbis van Koningin Wilhelmina. Dat was de lijfspreuk van opperbevelhebber Johan Maurits van Nassau, onder andere tijdens zijn campagnes naar Engeland. Pas op 2 december 1817 werd de naam Korps Mariniers officieel in Nederland ingevoerd.

Oorspronkelijk was de marinier bedoeld voor het verrichten van dienst aan boord van schepen: het kostte te veel tijd en moeite om steeds landsoldaten in te schepen die geen idee hadden van het werk aan boord en almaar zeeziek werden.

Later kreeg de marinier een specialistische taakstelling bij amfibische operaties en andere krijgsverrichtingen op de grens van land en water, maar ook aan de wal.

Modern amfibisch optreden betreft niet alleen het bevechten van een landingsplaats of het vanuit zee uitschakelen van één doel, maar juist ook het beweeglijk optreden waarbij capaciteiten te land, ter zee en in de lucht in omderlinge samenhang worden ingezet, bijvoorbeeld om een gebied binnen te dringen en tijdelijk te bezetten.

Amfibische eenheden zijn weliswaar licht, maar moeten voldoende zelfbescherming hebben, onder andere op het gebied van CBRN, vuurkracht en mobiliteit.

De hedendaagse marinier kan een veelheid aan taken vervullen, zowel op en vanuit zee en in nauwe samenwerking met de eenheden van de Koninklijke Marine als te land, combined, joint en zelfstandig, humanitaire noodhulp of offensieve acties.

De Nederlandse mariniers staan hierbij bekend als snel inzetbare, meestal licht bewapende infanterie-eenheden, die wat opleiding en taakstelling betreft veel overeenkomsten vertonen met de eenheden van het United States Marine Corps en de Britse Royal Marines.

Zoals haar wapenspreuk Qua Patet Orbis aangeeft, is ze overal ter wereld inzetbaar, van berg-, jungle- en koudweer- tot woestijngebieden. De amfibische operaties nemen nog steeds een prominente plaats in: hiertoe kunnen de mariniers met gespecialiseerde schepen (Landing Platform Docks) naar het landingsgebied worden getransporteerd en met landingsvaartuigen - de Landing Craft Utility (LCU) of Landing Craft Vehicle Personnel (LCVP) - of helikopters aan wal worden gezet.

Ook heeft het Korps Mariniers de beschikking over de Rigid Hull Inflatable Boat (RHIB), een kleine, wendbare en snelle motorboot. De RHIB's worden met name ingezet bij anti-drugsoperaties, rivieroperaties en boardings op zee.

De amfibische transportschepen (Landing Platform Docks) Zr. Ms. Rotterdam en Zr. Ms. Johan de Witt - respectievelijk in de vaart genomen in 1998 en 2007 - kunnen een geëmbarkeerd bataljon mariniers (600 à 800 mariniers) op locatie brengen en landingsacties tot op brigade- of divisieniveau coördineren.



Hiermee is de snel inzetbare expeditionaire capaciteit afdoende gewaarborgd.

Op de Nederlandse Antillen, Aruba en in het Caribische gebied dragen onder andere de mariniers - 32e Infanteriecompagnie van het Korps Mariniers - zorg voor de territoriale verdediging en leiden ze de toekomstige Antilliaanse en Arubaanse krijgsmacht op.

 

UK/NL LANDING FORCE

Sinds 1973 vormen Groot-Brittannië en Nederland de United Kingdom/ Netherlands-Amphibious Force (UK/NL AF).

De intensieve samenwerking tussen het Korps Mariniers en 3 Commando Brigade (3 Cdo Bde) van de Britse Royal Marines (externe link) is een voorbeeld van vergaande NAVO-integratie

De brigade+ is gespecialiseerd in rapid deployment amfibische operaties onder alle (weers)omstandigheden, maar primair bedoeld voor de beveiliging van de noordflank van het NAVO-verdragsterritorium in het noorden van Noorwegen.

De eenheden gebruiken dezelfde Tactieken, Technieken & Procedures en leiden hun mariniers hetzelfde op.

 

Het Korps Mariniers is geen krijgsmachtdeel maar een volwaardig onderdeel van de Koninklijke Marine.

In de organisatie van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK, Netherlands Maritime Force) zijn de vloot en de mariniers vergaand geïntegreerd.

Voor operaties van het Korps Mariniers is de Koninklijke Marine in principe verantwoordelijk, tenzij de operatie van langere duur is en meer vergt dan de organieke logistieke capaciteiten van het krijgsmachtdeel aankunnen.

Het Korps Mariniers telt ± 3.500 militairen: voornamelijk mariniers, maar voor de gevechts(verzorgings)steun ook vlootpersoneel van de Koninklijke Marine.

De operationele eenheden zijn sinds 2014 ondergebracht in het Marine Training Command (MTC).

Organisatorisch is het Korps Mariniers tegenwoordig gebouwd rond twee Marine Combat Groups: lichte infanterie-eenheden met geïntegreerde vuursteun (Combat Support) en logistiek (Combat Service Support).

De 1st Marine Combat Group en 2nd Marine Combat Group zijn beiden gelegerd op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn.

Een Marine Combat Group is van bataljonsgrootte en bestaat, naast een staf, uit:

► een Reconnaissance, Surveillance and Target Acquisition Squadron (RSTA Sqn);

► drie Raiding Squadrons (R Sqn, waarvan één met de specialisatie parachute);

► een Combat Support Squadron (CS Sqn);

► een Combat Service Support Squadron (CSS Sqn).

Naast de reguliere eenheden kent het Korps Mariniers ook de Netherlands Maritime Special Operations Forces, de Surface Assault and Training Group en de Seabased Support Group.

In de Netherlands Maritime Special Operations Forces is de Unit Interventie Mariniers (UIM) geïntegreerd, een aanhoudings- en ondersteuningseenheid.

Deze Special Forces zijn bedoeld voor het aanhouden van vuurwapengevaarlijke verdachten en terroristische elementen en onder meer gespecialiseerd in grootschalige, offensieve of complexe acties. Bij haar inzet valt de UIM onder aansturing van de Dienst Speciale Interventies (DSI).

Het tenue van een marinier in Nieuw-Guinea.

Van de ± 30.000 Nederlandse militairen die in de jaren 1950-'62 in Nederlands Nieuw-Guinea hebben gediend was ruim de helft in dienst van de Koninklijke Marine; een groot deel van hen was afkomstig van het Korps Mariniers.

Pas in 1968 werden de destijds tegen de Indonesische parachutisten en guerrillero's uitgevoerde operaties officieel onderscheiden door de toevoeging van 'Nieuw-Guinea' aan de wapenfeiten in het vaandel van het korps.

Wervingsaffiche van het Korps Mariniers om jonge Nederlanders te enthousiasmeren deel te nemen aan de Brigade Mariniers in de Tweede Wereldoorlog.
  

Een marinier (Royal Netherlands Marine Corps) die deelneemt aan de NAVO-operatie OCEAN SHIELD voor de kust van Somalië.

Nederland neemt sinds 2010 deel aan deze antipiraterijmissie.

Aan bood van een schip van de Koninklijke Marine bevindt zich een Enhanced Boarding Element (EBE).

Deze eenheid bestaat uit Special Operations Capable (SOC) opgeleide mariniers die boardingen (aan boord gaan van een schip, al dan niet met tegenstand) en eventueel bevrijdingsacties kunnen uitvoeren.

De Koninklijke Marine heeft in 2009 en 2010 tevens bijgedragen aan operatie ATALANTA, de anti-piraterijmissie van de Europese Unie in de Somalische kustwateren ►

Zie ook: Dienst Speciale Interventies (DSI), infanterie, Militaire Willems-Orde, Qua Patet Orbis, Special Forces, vaandel en Vanaf 2017 vrouwen bij Korps Mariniers (27 mei 2016).

Terug naar Boven

 

KORPS MOBIELE COLONNES

Afgekort: KMC. Motto: "Ad Auxilium Appellatus" ("Tot hulp geroepen").

In 1952 werd in Nederland de Wet op de Bescherming Bevolking (BB) aangenomen. Hierbij ging het om het geheel van te nemen niet-militaire maatregelen tot bescherming van de bevolking tegen oorlogsgeweld. Het was de bedoeling dat de BB geheel met vrijwilligers zou worden gevuld. Omdat dit niet goed uitviel, werd bij Koninklijk Besluit nummer 41 (Staatscourant 1955, 233) van 14 november 1955 - d.w.z. na de watersnoodramp van 1953 - het KMC opgericht. Als oprichtingsdatum wordt 1 augustus 1955 aangehouden.

Tot 1963 was het KMC onder de naam Rijks Mobiele Colonnes (RMC) een zelfstandig (vierde) krijgsmachtdeel naast Koninklijke Landmacht, Luchtmacht en Marine, dat in oorlogsomstandigheden of bij grote rampen, via de nationale commandant van de BB, aan de lokale autoriteiten steun kon verlenen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zorgde voor de financiering van het KMC.

In de praktijk richtte een burgemeester een verzoek tot militaire steunverlening door het KMC aan de Commissaris van de Koningin in de betrokken provincie. Hieronder vielen brandbestrijding, redding, gewondentransport, geneeskundige hulpverlening, nooddrinkwater(leiding)voorzieningen en waterzuivering. Wanneer de Commissaris van de Koningin niet kon voldoen aan het verzoek van de burgemeester, wendde hij zich tot de minister van Binnenlandse Zaken.

Mouwembleem van het KMC.

Bij Koninklijk Besluit van 1 februari 1963 werd het KMC opgenomen in de gelederen van de Koninklijke Landmacht, maar militairen uit andere krijgsmachtdelen konden tevens deel blijven uitmaken.

Het KMC ressorteerde onder de Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS).

Alle personeel van het KMC was lid van de militair geneeskundige dienst en werd opgeleid in brandweer-, reddings- en eerstehulpwerkzaamheden.

In geval van een calamiteit of ramp konden zich tienduizenden dienstplichtigen en mobilisabele reservisten in vijftien mobiele colonnes van bataljonsgrootte (± 800 man) ontplooien.

Hiertoe hadden ze de beschikking over honderden auto- en motoraanhangerspuiten (DAF en Magirus-Deutz), andere gereedschap- en reddingvoertuigen, verplaatsbare waterzuiveringsinstallaties, waterzakken (à 40 liter) en opvouwbare watertanks (à 3.000 liter).

De brandweer-, reddings- en drinkwatervoorzieningseenheden van het Korps Mobiele Colonnes konden op deze manier op provinciale en nationale schaal militaire steun verlenen in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden. Deze hulpverlening in het openbaar belang mocht niet verward worden met militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht ter handhaving van de openbare orde, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en in geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) of bijzondere militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht aan justitiële autoriteiten in geval van terroristische acties of bijzondere militaire bijstand).

In november/december 1966 deed zich een uitzonderlijke, buitenlandse inzet voor met operatie Aqua Vita: vier waterzuiveringpelotons, onder andere afkomstig van het KMC, namen deel aan het lenigen van noden als gevolg van storm en zware regenval in de omgeving van de Italiaanse stad Florence.

Bij Ministeriele Beschikking van 5 februari 1967 kreeg het KMC een nieuw baretembleem, bestaande uit de staf van Asklepios (esculaap) op een gekruist zwaard en bijl. Het embleem symboliseert de geneeskundige- (Asklepiosstaf), opruimings- en reddings- (bijl) en brandweercolonnes (vlam), welke colonnes allen deel uitmaken van het KMC.

Door de inwerkingtreding van de Brandweerwet en de Rampenwet in 1985 vervielen de brandweertaken van het KMC aan de civiele brandweerkorpsen, waarna de KMC-brandweercolonnes werden afgestoten.

Baretembleem van het Korps Mobiele Colonnes.

Op 11 juni 1986 werd de wet Bescherming Bevolking ingetrokken, waarna het KMC uiteindelijk alleen nog werd gevormd door de colonnes reddings- en Geneeskundige Dienst, de ziekenautocompagnieën en de eenheid voor de nooddrinkwatervoorziening.

In 1989 verscheen het Besluit Korps Mobiele Colonnes met nieuwe regels voor het KMC in verband met de reorganisatie van de rampenbestrijding.

De minister van Binnenlandse Zaken bevorderde de deelname van het KMC aan oefeningen van bij de rampenbestrijding betrokken diensten en het KMC nam, samen met de civiele brandweerkorpsen en het Rode Kruis, de taken van de Bescherming Bevolking over.

Het takenpakket en de werkwijze van het KMC werd tot de opheffing op 1 maart 1993 geregeld in de gemeenschappelijke beschikkingen van de ministers van Binnenlandse Zaken, Defensie en Volksgezondheid. In september 1991 werd beslist dat het Korps Mobiele Colonnes met ingang van 1 januari 1993 zou worden opgeheven. Redenen hiervoor waren het feit dat de taakstelling van het KMC niet meer aansloot bij de manier waarop de rampenbestrijding vanaf 1985 werd vormgegeven én de verminderde oorlogsdreiging uit het Oosten na het einde van de Koude Oorlog (incasseren van het vredesdividend).

Na het stopzetten van het KMC bleef de behoefte aan militaire bijstand noodzakelijk in situaties waarbij de capaciteit van de civiele hulpverlening ontoereikend en/of noodzakelijk zou zijn voor de aanvulling of aflossing van de civiele eenheden. Het KMC werd opgevolgd door het Commando Rampbestrijding (CORAD), maar dat werd in 1995 eveneens opgeheven. Daarna werden de hulpverleningsketens van het CORAB organisatorisch ondergebracht bij de drie toenmalige Regionale Militaire Commando's (RMC's). Per RMC bleven er twee rampbestrijdingscompagnieën over bij de Nationale Reserve (NATRES) en één acuut mobilisabel rampbestrijdingsbataljon. In totaal ging het om vijf rampenbestrijdingsbataljons, met in totaal 4.000 redders en hospikken.

Ondanks de intussen op 1 januari 1994 in werking getreden bestuursafspraak, welke inhield dat Defensie naast haar bestaande capaciteit in geval van een ramp bijstand zou verlenen ter aanvulling van het civiele geneeskundige potentieel, is nauwelijks om militaire steunverlening verzocht.

Zowel het KMC als het CORAD waren gehuisvest op de Kolonel Palmkazerne in Crailo (Bussum).

Het grote nadeel van grootschalige geneeskundige hulpverlening onder Rijksverantwoordelijkheid, zoals die was geregeld bij de BB en het KMC, was dat het geen parate organisaties waren. Juist bij hulpverlening is direct optreden van levensbelang.

Bronnen: onder andere Armamentaria 43 (2008), 'Het Korps Mobiele Colonnes' door Ph. M. Mes en de tentoonstelling 'Rampenbestrijders uit de tijd van de Koude Oorlog' ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Officieren Korps Mobiele Colonnes in het Museumpark Harskamp.

Terug naar Boven

 

K.O.S.S.O.K.

Betekenis: "Klop op de schouder, schop onder de kont". Een commandant dient, onder gelijke omstandigheden, evengoed te belonen als te straffen – of omgekeerd.

Generaal Patrick Cammaert herinnert zich – in het artikel ‘Goedschiks of kwaadschiks’ (de Volkskrant, 24 september 2005) – de woorden van een docent aan het Koninklijk Instituut voor de Marine: “Aanmoediging en beloning, terechtwijzing en bestraffing, prijs op luide en corrigeer op milde toon.”

Terug naar Boven

 

KOSTEN OORLOG

Bron: NRC Handelsblad, 6 augustus 2011.

Terug naar Boven

 

KOUDELETSELS

Verzamelnaam voor letsels die kunnen optreden als gevolg van koude, zowel bij normale koudweeromstandigheden als in koudweergebieden.

Koudeletsels kunnen worden onderverdeeld in letsels zonder bevriezing, letsels met bevriezing en andere koudweerproblemen.

Letsels zonder bevriezing:

Onderkoeling (hypothermie)

Uitputting

Loopgraafvoet (trenchfoot)

Onderdompelingsvoet (immersionfoot)

Letsels met bevriezing:

Lokale bevriezing: frostbite en frostnip

 

Andere koudweerproblemen:

Constipatie

Hoogteziekte

Koolmonoxidevergiftiging

Sneeuwblindheid

Tentogen

Het probleem bij koudeletsel is dat vele factoren eraan debet zijn dat het menselijk lichaam warmte verliest, met name onder winderige en/of natte weersomstandigheden. Deze facoren zijn weergegeven in nevenstaande tekening.

     

Geleiding

Stroming

Verdamping

Straling

Ademhaling

Conductie

Convectie

Evaporisatie

Radiatie

Respiratie

Metalen zijn goede geleiders. Bij zitten op een ijzeren stoel in een koude kamer, onttrekt de stoel door geleiding warmte aan het lichaam.

Langs het lichaam stromende lucht neemt warmte op. In een constante luchtstroom verliest het lichaam snel warmte, omdat ook de stralingswarmte die het lichaam omringt wordt afgevoerd.

Op de huid vindt omzetting in waterdamp plaats met water. Bij warm weer past het lichaam deze methode van koelen toe door transpiratie af te scheiden, die vervolgens verdampt.

Het lichaam straalt voortdurend warmte uit naar koude voorwerpen. Tegelijkertijd ontvangt het lichaam straling van warme objecten in de omgeving.

Het lichaam ademt lucht in, neemt daaruit de zuurstof op en ademt het restant uit.

Bij koude zorgt alcohol voor:

► vaatverwijding (vasodilatatie), m.n. van de aders

► toename van de bloeddoorstroming (perfusie) van de huid

► toename van de warmte-afgifte van de huid

► afname van de kerntemperatuur

► grotere kans op algemene onderkoeling (hypothermie)

Bij koude zorgt roken voor:

► vaatvernauwing (vasoconstrictie), m.n. van de (krans)slagaders

► afname van de bloeddoorstroming, m.n. in extremiteiten en uitstekende lichaamsdelen (vingers, tenen, neus en oren)

► afname van de warmte-aanvoer

► grotere kans op lokale bevriezing

Ter voorkoming van koudeletsels geldt dat goed moet worden gegeten, warme dranken moeten worden gedronken en oververhitting door transpiratie moet worden voorkomen. Verder geldt:

Houd elkaar in de gaten (buddysysteem)

Pas de kleding aan (meerlagensysteem)

Pas het werk- en rusttijdenschema

Zorg voor een goede lichamelijke conditie

Beperk alcohol en roken

Specifiek met betrekking tot de handen geldt:

► Houd de handen zo veel mogelijk bedekt (handschoenen)
► Draag geen handschoenen of wanten die te nauw zijn
► Warm koude handen door die onder de bovenkleding in de okselholte of tegen de buik te houden
► Bevorder de doorbloeding door afwisselend de vuisten te ballen en de hand te ontspannen
► Raak met onbeschermde handen geen metaal aan

Specifiek met betrekking tot de voeten geldt:

► Wissel elke 8 uur de sokken
► Draag geen gevechtslaarzen of sokken die knellen
► Blijf in beweging (kniebuigingen, lopen, tenen bewegen)
► Draag altijd inlegzolen in de schoenen
► Trek, bij natte voeten, de gevechtslaarzen en sokken uit, droog de voeten (vooral tussen de tenen) en masseer de voeten gedurende 5 minuten; tot slot droge sokken en gevechtslaarzen aantrekken

Zie ook: C.O.L.D. F.E.E.T., L.O.R.D., meerlagensysteem, poeroet en reddingsdeken.

Terug naar Boven

 

Koude oorlog

Kalter Krieg.
Cold War.
Guerre Froide.

Russisch: kholodnaya voyna.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er aanhoudend grote politiek-militaire spanningen tussen de landen die bij het communistische Oostblok hoorden, de landen van het in 1955 opgerichte Warschau Pact, en die in het kapitalistische westen, gegroepeerd rond de in 1949 gestichte Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO).

De Koude Oorlog begon in 1946. Afhankelijk van de benadering, liep deze gewapende vrede ten einde in 1989, toen de communistische regimes in Oost-Europa vielen, of in 1991, toen de Sovjet-Unie ineenstortte en het Warschau Pact werd ontbonden.

Niet alleen in politiek en militair opzicht, ook in de economie, techniek en wetenschap probeerden beide kanten in deze decennia elkaars invloed te begrijpen of juist te verminderen.

Koude Oorlog: reële dreiging en hoge paraatheid.

De betrekkingen met de Sovjet-Unie verdwenen na de Tweede Oorlog als sneeuw voor de zon. Dwars door Europa fungeerde het IJzeren Gordijn (Duits: Eiserner Vorhang, Engels: Iron Curtain, Frans: Rideau de Fer) als scherprechter tussen Oost en West. Vanuit het perspectief van democratie en kapitalisme van de Amerikanen en West-Europa was de samenleving aan gene zijde van het IJzeren Gordijn armoedig, grauw en vooral communistisch en dus onvrij.

Europa was onherroepelijk in tweeën gesplitst. Daarbij leidden de hoog oplopende spanningen tot een nucleaire wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en hun respectievelijke bondgenoten. Oost en West bekeken elkaar met argusogen en bespioneerden elkaar.

Als gevolg van de ontwikkeling van de Forward Defence zag 1 Legerkorps in de loop van de Koude Oorlogsjaren zijn verdedigingsvak opschuiven in de richting van het IJzeren Gordijn. Tussen 1955 en '68 verschoof de geplande voorste rand van het weerstandsgebied van de lijn IJssel-Rijn, via het Dortmund-Emskanaal en daarna de Weser, naar zijn uiteindelijke locatie langs het Elbe-Seitenkanal (ESK).

IRON CURTAIN

Op uitnodiging van de Amerikaanse president Harry S. Truman hield de Britse oud-premier Winston Churchill op 5 maart 1946 de Fulton Speech in het Westminster College in Fulton (Missouri, VS).

De toespraak wordt gezien als een reactie op Josef Stalins redevoering tijdens een verkiezingsbijeenkomst op 9 februari 1945 in het Bolsjoj Theater in Moskou.

Behalve de geëigende communistische klaagzang op het kapitalisme, beweerde Stalin dat "[...] the development of world capitalism in our times does not proceed smoothly and evenly, but through crises and war catastrophes." Amerikaanse politici zagen hierin, al dan niet terecht, een dreigement.

Churchill waarschuwde in zijn speech tegen de langzaamaan zichbare tweedeling van Europa:

"From Stettin in the Baltic to Trieste in the Adriatic an 'iron curtain' has descended across the Continent. Behind that line lie all the capitals of the ancient states of Central and Eastern Europe. Warsaw, Berlin, Prague, Vienna, Budapest, Belgrade, Bucharest and Sofia; all these famous cities and the populations around them lie in what I must call the Soviet sphere, and all are subject, in one form or another, not only to Soviet influence but to a very high and in some cases increasing measure of control from Moscow."

("Van Stettin aan de Oostzee tot Triëst aan de Adriatische Zee, is een ijzeren gordijn neergelaten dwars door het Europese continent. Achter die lijn liggen alle hoofdsteden van de oude staten van Centraal- en Oost-Europa. Warschau, Berlijn, Praag, Wenen, Boedapest, Belgrado, Boekarest en Sofia; al deze beroemde steden en de bevolkingen eromheen, liggen binnen de Sovjetsfeer en zijn alle in een of andere vorm onderworpen, niet alleen aan de Sovjetinvloed, maar in grote en steeds grotere mate aan directe beheersing door Moskou.")

Terugkijkend kan worden vastgesteld dat een gecentraliseerde bevelvoering in de praktijk blijkbaar werkte. Dat had alles te maken met de ontwikkeling van de Forward Defence in de jaren 1970.

De NAVO-legerkorpsen kregen daarbij gaandeweg elk hun eigen weerstandsgebieden, naast elkaar gelegen, op korte afstand van het IJzeren Gordijn. Daarin werd elk legerkorps geacht zelfstandig te verdedigen.

Naast de kapitalistische en communistische machtsblokken ontstond een groep van neutrale, niet-gebonden landen, opgericht door Egypte, India en Joegoslavië, die aanvankelijk elke associatie met de VS of de USSR meed.

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog was de Koninklijke Luchtmacht met vijf Groepen Geleide Wapens actief in de Bondsrepubliek Duitsland.

De val van de Berlijnse muur op 9 november 1989 markeerde het einde van de Koude Oorlog.

"De meeste aandacht ging uit naar het oosten, met het IJzeren Gordijn als middenlijn van het slagveld. We wachtten op Het Grote Conflict. We wisten niet precies wat ons te wachten stond, noch konden we dat toetsen aan de praktijk”, aldus de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, op 22 november 2012 in zijn lezing 'Onderwijs en Defensie delen eenzelfde opdracht' voor het Nederlands Instituut Voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ).

De houdbaarheidsdatum van de goed bewapende vijand aan de overzijde van het IJzeren Gordijn was verlopen, de vijand scheen verder verwijderd dan ooit van de eigen achtertuin verwijderd en oorlog leek alleen op de lange termijn denkbaar.

Maar de prille hoop op wereldvrede na het beëindigen van de Koude Oorlog werd door tal van crises en regionale conflicten onmiddellijk de kop ingedrukt:

► in 1990 viel Irak Koeweit binnen en annexeerde het kleine olierijk, wat begin 1991 resulteerde in de Golfoorlog (operatie Desert Storm);

► in 1991 viel de federale staat Joegoslavië uiteen, met als gevolg een reeks van gewapende conflicten tussen de diverse etnische groepen in voormalig Joegoslavië;

► in 1991 hield de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken in 1991 op te bestaan;

►in 1992 kostte een genocide in Rwanda aan naar schatting 0,5 tot 1 miljoen Hutu's en Tutsi's het leven.

Hoewel de naweeën van de Koude Oorlog duidelijk anders uitwezen, koesterden velen na de val van het IJzeren Gordijn jarenlang een gevoel van (schijn)veiligheid.

Intussen waren de machtsverhoudingen verschoven en werd in 1993 in Nederland - als relict uit het tijdperk van de Koude Oorlog én als onderpand voor de veranderde veiligheidssituatie - 11 Luchtmobiele Brigade opgericht. Tegelijkertijd was ook Nederland begonnen met het innen van het vredesdividend. Hier maakten het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen (1997) en de omvorming naar een professionele, gereduceerde krijgsmacht deel van uit.

Na het vallen van het IJzeren Gordijn volgden de geo-politieke ontwikkelingen elkaar razendsnel op, niet in de laatste plaats door de terroristische aanslagen op de Verenigde Staten op 11 september 2001. Het internationaal terrorisme bedreigde de internationale rechtsorde van binnenuit, waarmee krijgsmachten wereldwijd niet anders konden dan zich bezinnen op een nieuwe rol om de internationale veiligheidssituatie te verbeteren.

Toen in 1961 de Berlijnse Muur werd gebouwd, stonden geallieerde en Sovjet-tanks dreigend tegenover elkaar. De bouw van de afscheidingsmuur moest voorkomen dat de inwoners van het communistische Oost-Duitsland (DDR) naar het westen overliepen.

De naamgeving "Cold War" werd bedacht door de Engelse journalist en schrijver George Orwell (1903-'50).

Aan het einde van WO II, na het vallen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, schreef hij in het weekblad Tribune het essay 'You and the Atomic Bomb' (19 oktober 1945). Hierin beschreef Orwell een wereld waarin de twee grootmachten, elk in het bezit van kernwapens, elkaar in een directe confrontatie dreigden met vernietiging in een nucleaire oorlog (Mutual Assured Destruction). Feitelijk waarschuwde hij hiermee voor een nieuwe wereldorde van totalitaire staten. Met 'You and the Atomic Bomb' legde Orwell de basis voor zijn bestseller '1984'.

Zie ook: detente, fault line conflict, Fulda Gap, Mutual Assured Destruction (MAD), NAVO, propaganda en VS wilden nucleaire wapens op IJsland stationeren (15 augustus 2016).

Terug naar Boven

 

KOUDWEERTRAINING

Tijdens koudweertrainingen staan het overleven en uitvoeren van diverse skills en drills onder koudweeromstandigheden centraal.

Het uitvoeren van operaties onder (extreme) koudweeromstandigheden is moeilijk en tijdrovend: het overleven van de eenheid is vaak een groter probleem dan het afrekenen met de vijand. Koude en wind chill factor vragen veel energie van het lichaam en kunnen uitputting, depressie en dorst veroorzaken. De koude heeft door bevriezing vaak een negatieve invloed op de werking van het materieel.

Het voorkomen van de uitval van personeel als gevolg van niet-gevechtsverliezen (Diseases and Non-Battle Injuries) komt met name door:

► dragen en aanpassen van de juiste kleding (koudweerkledingpakket, thermische sokken en meerlagensysteem)

Hygiëne en Preventieve Gezondheidszorg (HPG)

► (acclimatisatie tijdens) geografisch-klimatologische training

Dit laatste vindt voor de Nederlandse krijgsmacht met name plaats in Noorwegen, al dan niet boven de Poolcirkel, waarbij bijvoorbeeld wordt geoefend in navigeren, optreden en verplaatsen in sneeuwsituaties, overnachten te velde (iglo, sneeuwhol, tent), uitvoeren van schietoefeningen onder extreme kou, verplaatsten bij duisternis en voorkomen van en omgaan met koudeletsels.

Specialisten op het gebied van optreden in koudweeromstandigheden zijn de Mountain Leaders (berg- en koudweerspecialisten) van het Korps Mariniers en de instructeurs Optreden Bergachtig Terrein (OBT) van het Korps Commandotroepen.

Tips voor koudweertraining:

  • Adem niet in je slaapzak; het condensvocht kan bevriezen
  • Berg je schoenen op in de slaapzak ter voorkoming van bevriezing
  • Controleer je buddy op het oplopen van koudeletsels
  • Doe bij gebrek aan droge kleding bij nieuwe inspanning de natte kleding weer aan; zo heb je na afloop toch weer droge kleding
  • Doe je behoefte voor het slapen; anders moet je ’s nachts de kou weer in
  • Doe je muts op in de slaapzak om warmteverlies via onbedekt hoofd en hals (70%) te voorkomen
  • Consumeer warme dranken/soep voordat je gaat slapen; dat zorgt voor energie (warmte); neem evt. warme drank mee in een thermosfles
  • Ga warm je slaapzak in, anders word je niet meer warm
  • Slaap als je slapen kunt
  • Verwissel na inspanning natte kleding voor droge kleding ter voorkoming van koudeletsel of bevriezingsverschijnselen
  • Zorg dat je ventileert in plaats van transpireert


Foto uit het artikel Afzien in de Arctic. Op koudweertraining met de mariniers van Sander Koenen (KIJK, mei 2009). Koenen maakte de reportage tijdens de oefening ALGOR BELLATOR ("Vechten tegen de kou").

Mariniers verplaatsen zich graag op ski's, maar de verplaatsingssnelheid op ski's bedraagt gemiddeld slechts 1 à 3 km per uur.

Een Finse skipatrouille in de Tweede Wereldoorlog.

De Finse maarschalk Carl Gustaf Mannerheim analyseerde de Russische nederlagen op zijn troepen, van de Winteroorlog (de eerste aanval door de Sovjet-Unie ving op 30 november 1939 aan) tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Volgens de opperbevelhebber van de Finse troepen was het falen van de Sovjettroepen voornamelijk te wijten aan het totale gebrek aan opleiding in het gebruik van ski's.

Het kleine Finse leger had echter aan het gebruik van skitroepen veel aandacht besteed. De Finse militairen staken zich in winterkleding en verplaatsten zich, moeilijk waarneembaar, vlot over de sneeuw. Hierdoor waren de skitroepen zeer goed in staat tactische manoeuvres uit te voeren tegen de relatief statische Sovjeteenheden.

De Russen noemden de Finse skitroepen niet voor niets de "Bjelaja Smert" ("Witte Dood").

Zie ook: artikel Afzien in de Arctic. Op koudweertraining met de mariniers (Sander Koenen, 2009), Korps Mariniers en website Sander Koenen, journalist & fotograaf (externe link).

Terug naar Boven

 

KPU-BEDRIJF

Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Bedrijf.

Het KPU-Bedrijf valt onder de Directie Materieellogistiek van de Directie Materieel Organisatie (DMO).

KPU is gevestigd op Kamp Soesterberg aan Het Zeisterspoor 10 in Soesterberg. Als gevolg van het reorganisatieplan 'Van maatwerk naar passende confectie' is het KPU-bedrijf geconcentreerd met de Centrale Kleding Uitgifte (CKU, voorheen in Utrecht) en het Depot Ceremoniële Tenuen (DCT, voorheen in Rijswijk).

De klanten van het KPU-Bedrijf zijn burgermedewerkers en militairen die werkzaam zijn voor het Ministerie van Defensie.

KPU draagt zorg voor de kleding van alle militairen, zoals het Dagelijks Tenue (DT) en de schoenen, maar ook voor de PGU*, zoals gevechtslaarzen, gevechtstenue, helm, lijfgoederen (ondergoed, t-shirts, sokken e.d.), rugzak, slaapzak, veldfles en zakmes. De PGU is standaarduitrusting en kan tevens gerelateerd zijn aan de functie die de militair bekleedt.

De kleding en uitrustingstukken verschillen in de regel per functie en/of per onderdeel. De militair wordt dan één of meerdere zgn. kledingpakketten toegewezen, welke zijn gekoppeld aan naam en registratienummer. De hieraan gekoppelde rechten, de zgn. pakketrechten, bepalen welke kleding en uitrustingsstukken de militair kan ruilen of aanvullen.

Een selectie uit het assortiment van het KPU-Bedrijf.

De meeste PGU krijgt de militair in bruikleen. Is een artikel versleten of vermist geraakt, dan beslist de sergeant distributie of het artikel kan worden geruild dan wel aangevuld en kan hij/zij het artikel bij het KPU-bedrijf bestellen. Bij het KPU bestelde artikelen kunnen zowel op de werkplek als op het huisadres worden afgeleverd.

Wanneer de militair op uitzending gaat, krijgt hij/zij de missiegerelateerde uitrusting eveneens van het KPU-Bedrijf, zoals een gevechtstenue in de zandkleurige desertcamouflage voor in woestijngebieden en ski's voor in poolgebieden.

De publicatie MM-KPU-008 bevat de procedures en richtlijnen betreffende KPU-goederen.

Ook postactieven of gewezen militairen kunnen bij het KPU-Bedrijf kleding kopen, mits ze tenminste 15 jaar beroeps- of reservemilitair zijn geweest. Hun kooprecht geldt uitsluitend onderdelen van het uniform dat als laatste voor het eervol ontslag is gedragen.

* PGU wordt afwisseld uitgeschreven als Persoonlijke Gevechts Uitrusting of Persoonsgebonden Uitrusting.

Terug naar Boven

 

KRATERING

Krateren; Strassentrichtersprengung.
cratering; road cratering obstacle.
cratères.

Evenals een brugvernieling, storend mijnenveld, valblok of verhakking is de kratering een situatiegebonden hindernis in het kader van één van de hoofdtaken van de genie: contramobiliteit (gereedmaken van het terrein ten nadele van het optreden van de vijand).

De kratering is een (holle) lading die juist onder het maaiveld wordt geplaatst of in een met een grondboor gemaakt gat in een asfalt- of betonnen weg. Door het stellen van een kleine springlading (kraterlading, Trichtersprengladung, charge enterrée, cratering charge) zal een krater worden gevormd, waardoor de weg van binnenuit wordt vernield.

Het aanbrengen van krateringen is uiterst effectief op (smalle) paden en wegen die dienen als vijandelijke naderingswegen. Daarbij geldt wel dat weerszijden van de krater hinderniswaarde hebben (steile helling, mijnenveld) én onder waarneming liggen.

Krateringen op landingsbanen van vliegvelden kunnen gemakshalve worden gecreëerd door het afwerpen van bommen.

Zie ook: bomkrater (granaattrechter).

Terug naar Boven

 

KRIJGSGESCHIEDENIS

Kriegsgeschichte; Militärgeschichte.
military history.
histoire militaire.

Krijgsgeschiedenis is het onderzoeken en vastleggen van de feiten uit de geschiedenis die samenhangen met de oorsprong en ontwikkeling van oorlogen in de algemene geschiedenis van de mensheid ("moeder der krijgswetenschap", aldus H.M.F. Landolt), de geschiedenis van het krijgswezen (krijgsmachten) van (collectieven van) landen en de beginselen van strategieën die landen erop nahielden.

Het onderzoeksgebied van de krijgsgeschiedenis is een gespecialiseerd deel van de algemene geschiedenis, die zich uitstrekt van geschillen tussen etnische groepen, nationale en internationale conflicten tot veldslagen en grootschalige oorlogen.

Het vroegst bekende krijgsverslag is dat van de Slag om Megiddo (zie kader). In de Bijbel zijn nog tal van andere krijgsverrichtingen begeschreven.

De krijgsgeschiedenis werd feitelijk tot aan het einde van de 19e eeuw ondergewaardeerd door de wetenschap en belangrijker gevonden door het krijgswezen zelf - in het laatste geval ten koste van de objectiviteit.

SLAG OM MEGIDDO

In de 15e eeuw vóór Christus werd de Kanaänitische (oud-Palestijnse) stad Megiddo - geloceerd zo'n 30 km ten zuidoosten van Haifa, Noord-Israël - ingenomen door de Egyptische farao Thoetmosis III.

Thoetmosis III won de slag van de troepen van de koning van Kadesh.

In hiërogliefen is de veldslag door de militair scribent Tjaneni beschreven op de muren van de tempel van Amon in Karnak, Egypte.

De hiërogliefen van Tjaneni kwamen aan het licht bij opgravingen onder leiding van de Amerikaanse egyptoloog/archeoloog James Henry Breasted.

De beschrijving van de slag is, volgens de Amerikaanse kolonel b.d. en militair historicus Trevor Nevitt Dupuy in 'The Evolution of Weapons and Warfare' (1980), ook de eerste bekende registratie van een body count.

Tegenwoordig maakt de krijgsgeschiedenis volledig deel uit van de algemene geschiedschrijving. Naast de gebruikelijke tweedeling tussen generieke en specialistische bestudering, is de context van de krijgsgeschiedenis in het algemeen drastisch verruimd en volledig interdisciplinair en multi-dimensionaal geworden. De rol van zowel krijgswezen als oorlogvoering in relatie tot de civiele maatschappij, economie, politiek en techniek staat in het middelpunt van de belangstelling (Effects-Based Approach to Operations, EBAO).

De (nieuwste) krijgsgeschiedenis, van sinds de Tweede Wereldoorlog, is niet alleen meer voor politici en militairen van belang. Door haar bestuderen kan inzicht worden verkregen in strategie en tactiek. Ondanks het gegeven dat de wijze van oorlogvoering, onder andere door technologische evoluties, veranderd is ten opzichte van vroeger, blijven principes als initiatief en verrassing onverkort van toepassing.

NEDERLAND

In oktober 1890 jaar bood luitenant-kolonel François de Bas (1840-1931) de minister van Oorlog, luitenant-generaal Johannes W. Bergansius, een memorandum aan waarin hij pleitte voor de oprichting van een afdeling krijgsgeschiedenis bij de Generale Staf.

De historische geïnteresseerde bewindsman uit het kabinet-Mackay voldeed hier deels aan en zorgde ervoor dat de overste De Bas werd belast met nasporing en studie van de Nederlandse krijgsgeschiedenis. De Bas volgde hierbij uitdrukkelijk zijn credo "Ad Fontes" ("Naar de bronnen") volgen.

De Bas werd belast met "het doen van naspeuringen en het maken van studiën op het gebied van de Nederlandsche krijgsgeschiedenis". Aanvankelijk was hij de enige officieel aangestelde krijgsmachthistoricus, later werd deze functie onderdeel van het Militair Historisch Archief van de Generale Staf.

Intussen kreeg ieder krijgsmachtdeel zijn eigen historische dienst: de oudste was die van de landmacht, opgericht bij Koninklijk Besluit van 24 april 1891 (Instituut voor Militaire Geschiedenis, IMG).

Hoofdtaak van het IMG en de andere krijgsgeschiedkundige secties van de krijgsmachtdelen wass de publicatie van studies op het gebied van de Nederlandse militaire geschiedenis te land op eigen en vreemd grondgebied en de militaire geschiedenis van andere mogendheden op Nederlands grondgebied. Verder werd het IMG geraadpleegd bij de beantwoording van beleidsvraagstukken van het Ministerie van Defensie en werd onderzoek gedaan naar de verhouding tussen de krijgsmacht en de burgermaatschappij.

in de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw ontstond de `New Military History' die het op zichzelf beschrijven van jaartallen en feiten vermijdt. De aandacht van deze stroming is niet gericht op tactieken, veldslagen en wapensystemen, maar vooral op de sociale en institutionele context van oorlogvoering: sociale, politieke en culturele structuren binnen de krijgsmacht, relaties tussen officieren, onderofficieren en manschappen, en de relatie tussen de burger- en militaire maatschappij.

In 1887 verscheen van majoor De Bas het eerste deel van de historische studie 'Prins Frederik der Nederlanden en zijn tijd', die in totaal vier delen in zes banden omvat.

Met het laatste deel, dat in 1913 verscheen, behelsde het werk de Nederlandse geschiedenis van de laatste honderd jaar. Hiermee liet De Bas zich als militair historicus gelden; voortaan legde hij zich uitsluitend toe op de beoefening van de krijgsgeschiedenis.

In 1908 werd het magnum opus van De Bas gepubliceerd bij A. Dewit in Brussel. Samen met de Belgische generaal-majoor Jacques Comte de T’Serclaes de Wommersom (1852-1914) schreef hij de uitgebreide studie 'La campagne de 1815 aux Pays-Bas d'apres les rapports officiels Néerlandais' over de veldslagen tegen Napoleon Bonaparte bij Quatre-Bras en Waterloo in juni 1815.

De studie telt drie delen en veertien kaarten.

Tot op heden is dit de meest gezaghebbende bron over de Nederlands-Belgische rol in die veldslagen; het bevat kopieën van gevechtsverslagen van Nederlandse officieren die deelnamen aan de strijd. De originelen gingen verloren bij een bombardement van de Royal Air Force op de Nederlandse krijgsarchieven in 1945.

Anno 21e eeuw groeit de belangstelling voor krijgsgeschiedenis in Nederland. Universiteiten hebben leerstoelen voor militaire geschiedenis (Amsterdam, Leiden) en het aantal studenten groeit.

Met dank aan: 'Het poldermodel ontstond niet door vreedzaam overleg. Militair geweld zit het volk van Nederland in de genen', Peter Wolfgang Klein (Historisch Nieuwsblad).

Zie ook: body count, Effects-Based Approach to Operations, strategie en tactiek.

Terug naar Boven

 

KRIJGSGEVANGENE

Kriegsgefangener.
prisoner of war (POW).
prisonnier de guerre.

Combattant of legervolger - bijvoorbeeld embedded oorlogscorrespondenten en contractanten - die tijdens een gewapend conflict in handen van de overwinnaar of tegenpartij is gevallen dan wel door een oorlogvoerende partij wordt gevangengenomen, bijvoorbeeld in het gevecht, bij capitulatie of terugtrekking.

Het doel van krijgsgevangenschap is te beletten dat een combattant opnieuw deelneemt aan vijandelijkheden; ter bescherming van de krijgsgevangene geldt krijgsgevangenschap niet als straf.

Artikel 4 van de Derde Conventie van Genève met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen (kortweg: Krijgsgevangenenverdrag), gedateerd 12 augustus 1949, is wat betreft de status van een krijgsgevangene specifiek: ieder lid van de strijdkrachten van een partij in een gewapend conflict is een combattant en iedere combattant die wordt gevangengenomen door de tegenpartij is een krijgsgevangene.

Onder een combattant wordt verstaan: iedereen die deel uitmaakt van de strijdkrachten van een partij in een gewapend conflict of van ongeorganiseerde strijdkrachten die een zekere bevelsstructuur hebben, die:

► herkenbaar is aan een uniform of een zichtbaar onderscheidend teken
► zich houdt aan de regels van het oorlogsrecht
► zijn wapens openlijk draagt

De combattant is gerechtigd tot deelname aan het gevecht, tot het gebruik van geweld gedurende het gewapend conflict en mag derhalve ook worden aangevallen. Bij gevangenneming geniet de combattant bescherming (immuniteit) van het oorlogsrecht (status van krijgsgevangene).

Nederland heeft het Krijgsgevangenenverdrag en de daaraan gerelateerde protocollen uit 1977 geratificeerd en dient zich dus aan de daarin opgenomen regels te houden. In artikel 17 van het verdrag wordt direct verwezen naar het ondervragen van krijgsgevangenen: het systematisch en gestructureerd onttrekken van informatie uit krijgsgevangen in een zorgvuldig gecontroleerde omgeving.

Krijgsgevangenondervraging is een van de oudste methoden van inlichtingenverwerving (HUMINT). Hetzelfde artikel in het Krijgsgevangenenverdrag vermeldt dat iedere krijgsgevangene bij ondervraging - ter registratie/rapportage - slechts hoeft mede te delen:

► geboortedatum
► voornamen en geslachtsnaam
► rang
► registratienummer (leger- of stamboeknummer)

Daarnaast moet de Nederlandse militair zich houden aan de gedragsregels zoals omschreven in de 'Regeling gedragsregels voor de Nederlandse militair in krijgsgevangenschap'; in artikel 3 staat hetzelfde met betrekking tot ondervraging door de vijand en onderdanen van de gevangenhoudende mogendheid.

Andere vragen mogen weliswaar gesteld worden, maar iedere vorm van druk, dwang, intimidatie of marteling om de krijgsgevangene te laten antwoorden is hierbij verboden.

Wanneer de krijgsgevangene inlichtingen over zijn eigen krijgsmacht verstrekt, maakt hij zich schuldig aan verraad; de krijgsgevangene mag dus geen antwoord geven op vraag naar bijvoorbeeld de sterkte van zijn onderdeel of de status van het moreel van zijn collega's.

Russische krijgsgevangenen na het door de Duitsers gewonnen beleg van Novo-Georgievsk, Oekraïne, in 1915. De Russen gaven zich op 20 augustus 1915 over.

Geneeskundige inrichtingen aan gene zijde moeten rekening houden met de opvang van gewonde en zieke krijgsgevangenen; daarbij moeten de hygiënische toestand en mogelijke besmettelijke ziekten onder krijgsgevangenen en de belasting van de geneeskundige behandel- en afvoerketen en het eigen gezondheidszorgsysteem worden ingecalculeerd. Het International Committee of the Red Cross (ICRC) heeft het recht krijgsgevangenen te bezoeken, te proberen verbetering in hun leefomstandigheden aan te brengen en boodschappen door te geven.

Bij het ondervragen van 'krijgsgevangenen' onder oefenomstandigheden is de aanwezigheid van een arts voorgeschreven opdat de grenzen van de fysieke en mentale draagkracht van de ondervraagde niet worden overschreden.

Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook burgers krijgsgevangen worden gemaakt. Te denken valt hier aan burgers die de strijdkrachten volgen zonder daarvan deel uit te maken (geaccrediteerde, embedded oorlogsverslaggevers, leveranciers e.d.). Geen krijgsgevangene zijn:

► criminele burgers

huurlingen

non-combattanten (burgers, gewonden en zieken, geestelijk en geneeskundig personeel)

► werknemers van Private Military Companies (PMC's), niet zijnde contractanten die ondersteuning bieden aan de strijdkrachten

In het kader van het bovenstaande dient gezegd dat de Verenigde Staten tijdens de operaties in Afghanistan en Irak hebben geweigerd de krijgsgevangenenstatus toe te kennen aan gevangengenomen leden van Al Qaida en de Taliban.

Het begin van krijgsgevangenschap kan kenbaar gemaakt worden door bijvoorbeeld het laten zien van een witte vlag: militairen die zich op deze manier overgeven moeten worden gevangengenomen, omdat het humanitair oorlogsrecht het "weigeren van kwartier" (genade) verbiedt.

De hoofdregel uit zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève is dat krijgsgevangenen altijd humaan moeten worden behandeld. Opzettelijk doden, verwonden of op een andere manier hevig lijden veroorzaken, is verboden. Alle krijgsgevangenen moeten gelijk worden behandeld, maar uitzonderingen zijn toegestaan op grond van:

  • geslacht
  • leeftijd
  • lichamelijke gesteldheid
  • rang (officieren)

Ernstige inbreuken op zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève zijn:

  • doen van experimenten op krijgsgevangenen
  • krijgsgevangenen dwingen te dienen in de strijdkrachten van de tegenstander
  • opzettelijk doden, martelen of onmenselijk behandelen
  • opzettelijk onthouden van een eerlijk proces in geval van berechting van een krijgsgevangene
  • opzettelijk veroorzaken van hevig lijden, ernstig lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid

Artikel 5 uit de 'Regeling gedragsregels voor de Nederlandse militair in krijgsgevangenschap' geeft aan dat, indien zich een geschikte gelegenheid voordoet, van de krijgsgevangene wordt verwacht dat hij zich aan gevangenschap zal onttrekken om zich weer bij een eigen of bondgenootschappelijk krijgsmachtonderdeel te voegen.

Elke gelegenheid te ontsnappen, moeten ze aangrijpen ("Ontsnap zo vroegtijdig mogelijk: hoe verder men in de vijandelijke afvoerketen is terecht gekomen, hoe kleiner de kans om te ontsnappen wordt. Benut, zo mogelijk, de verwarring die ontstaat bij beschietingen, luchtaanvallen of bij de ontsnapping van anderen."). Ontvluchte krijgsgevangenen die, voordat ze de eigen strijdmacht hebben kunnen bereiken, opnieuw gevangen worden genomen, mogen hiervoor door de autoriteiten van het vijandelijke leger alleen krijgstuchtelijk worden gestraft (arrest).

Zie ook: combattant, detainee, gevechtsverlies, huurling, Missing in Action (MIA), non-combattant, O.F.S.S.L.A en Person Under Control (PUC).

Terug naar Boven

 

KRIJGSLIST

Kriegslist.
ruse of war.
ruse de guerre, stratagème.

Grieks: stratageem.

Elke gedraging of handeling waardoor de opponent wordt misleid of ertoe wordt bewogen roekeloos te handelen, waarmee regels van het humanitair oorlogsrecht (HOR) niet worden geschonden en die tezelfdertijd een militair voordeel oplevert voor de partij die haar uitvoert.

Tenzij niet goed uitgevoerd is een krijgslist een effectieve en lonende militaire methode: ze ondermijnt de vijandelijke bereidheid tot vechten, waardoor kan worden voorkomen dat fysieke vernietiging van de opponent nodig is.

Krijgslisten, misleiding en psychologische oorlogsvoering (PsyOps) volgens het HOR toegestaan, al is de scheidslijn soms moeilijk te trekken. Kort en goed: een krijgslist schendt geen rechtsregels, toepasselijk in geval van gewapende conflicten, en is geen verraad doordat niet wordt geprobeerd het vertrouwen van de opponent te wekken met betrekking tot bescherming krachtens die rechtsregels.

Ongeoorloofde krijgslisten gelden als verraderlijk optreden.

Voorbeelden van geoorloofde krijgslisten zijn:

► Binnenvallen onder vermomming
Camouflage
► Dragen van vijandelijke uniformen, totdat daadwerkelijk wordt gevochten
► Gebruikmaken van vijandelijke codes en wachtwoorden
Hinderlagen
► Lokmiddelen
► Schijnaanvallen en overige -bewegingen
► Schijnopstellingen en -constructies, zoals een schijnmijnenveld
► Simulatie van inactiviteit
Spionage* (inzetten van geheim agenten en spionnen)
► Verspreiden van geruchten
► Verwijderen van eenheidsaanduidingen van uniformen
► Verwijderen van oriëntatiepunten in het terrein
► Verzenden van schijnberichten (onjuiste inlichtingen)

* Spionage is weliswaar geen oorlogsmisdrijf, maar volgens het nationale strafrecht wél strafbaar.

Beroemde krijgslisten zijn die met het Paard van Troje en het Turfschip van Breda (4 maart 1590). Na deze laatste actie door Prins Maurits en de zijnen hebben de Spanjaarden tweemaal geprobeerd soortgelijke krijgslisten uit te halen:

■ In 1590 verborg een compagnie Spaansgezinden zich in een hooiwagen die het oord Lochem binnenreed
■ In 1595 verschansten Spaanse troepen zich in enkele wijnschepen met de bedoeling het strategische fort Schenkenschans bij Lobith, op de splitsing van Rijn en Waal, te heroveren

In beide gevallen werd de misleiding op tijd doorzien.

Een voorbeeld van een ongeoorloofde krijgslist is onderstaande uit de Slag bij Spionkop in januari 1990 (2e Boerenoorlog). De Boeren behaalden een overwinning op de Britten, ondanks dat ze in de minderheid waren:

Een groep Boeren, voorzien van een witte vlag, hief hun armen op. De Britse militairen wenkten hen.

Plotseling doken de Boeren weg en openden hun kameraden, die zich achter hen verscholen, het vuur op de Britten. De Britse krant 'The Illustrated London News' noemde dit "een gemene truc, de favoriete krijgslist van de Boeren".

Misbruik van de witte vlag geldt als een oorlogsmisdaad. De Britse bevelhebber Lord Frederick Roberts was, op zijn zachtst gezegd, not amused over deze verradelijke handelwijze.

Een ander schoolvoorbeeld van een krijgslist vond plaats op 10 mei 1940: een indrukwekkende armada van de Duitse Luftwaffe bombardeerde bij verrassing Vliegveld Bergen in Noord-Holland door noordelijk van Nederland boven de Noordzee te vliegen en daarna een zwaai van 180 graden te maken. Bij de listige aanval werden 11 van de 12 Fokker G-1 Mercury jachtkruisers in één klap uitgeschakeld.

Zie ook: misleiding en Turfschip van Breda.

Terug naar Boven

 

KRIJGSMACHTADJUDANT

Positie

De krijgsmachtadjudant is de hoogst gepositioneerde stafadjudant binnen Defensie en maakt in de Defensiestaf deel uit van de persoonlijke staf (kabinet) van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) - voorheen de Chef Defensiestaf.

Als onderofficier naast de hoogste militair van Nederland en vertegenwoordiger van het voltallige onderofficierskorps van de krijgsmacht, is hij voor de CDS de belangrijkste adviseur over het onderofficierskorps.

Rol

► adviseert gevraagd en ongevraagd de CDS

► bepaalt het gezicht van alle onderofficieren van de krijgsmacht (primus inter pares)

► bestendigt dan wel verbetert de rol en de positie van onderofficieren in de krijgsmacht (beleidsvisie)

► draagt mede verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsborging van het onderofficierenkorps

► informeert de CDS over de kracht van het onderofficierskorps op de werkvloer

► legt verbintenissen tussen de krijgsmachtdelen en diverse groeperingen binnen de krijgsmacht

► onderhoudt contacten met onderofficieren via formele en informele netwerken

► overlegt met krijgsmachtdeeladjudanten en overige stafadjudanten

► vervult ten behoeve van onderofficieren mede de schakel tussen het bestuurlijke en het operationele

De toenmalige Chef Defensiestaf generaal Henk van den Breemen hakte indertijd de knoop door om de stem van de onderofficier luider te laten klinken binnen de krijgsmacht en benoemde als eerste krijgsmachtadjudant vanaf 1 september 1996 de adjudant René Clausen - daarvoor bataljonsadjudant van 42 Pantserinfanteriebataljon in Seedorf.

In december 2004 verscheen onder krijgsmachtadjudant Willem Tanis de ‘Beleidsvisie op de rol en positie van de onderofficier in de Nederlandse Krijgsmacht’. Deze werd tijdens de derde Nationale Onderofficiersconferentie in maart 2005 gepresenteerd aan de Chef Defensiestaf. Een 2de druk verscheen in juli 2006.

Als gevolg van de gewijzigde taakstelling, de overgang naar een beroepskrijgsmacht, de deelname aan vredesoperaties e.d. werden de rol en positie van de onderofficier herijkt. Het document was én is een beleidskader voor ontwikkelingen voor en door onderofficieren, waarin de weg naar de toekomst is aangeven.

In de beleidsvisie wordt de rol van de onderofficier als volgt omschreven: “De onderofficier zit in het hart van de uitvoering van de operationele taak en vervult daarmee een spilfunctie binnen de krijgsmacht. Hij is als het ware de ruggengraat die – door de impulsen van het hoofd – zorgt dat het lichaam functioneert”.

De beleidsvisie:

►beschrijft dat taken en verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau moeten worden belegd.

►beschrijft een aantal rollen die behoren tot het domein van de onderofficier, zoals uitvoerder, begeleider van mensen, bewaker van processen en adviseur.

►onderstreept de stelling dat de onderofficier essentieel is voor niveau 1 en 2.

Een van de eerste resultaten van de beleidsvisie was de komst van de stafadjudant. Uit de beleidsvisie onderofficieren krijgsmacht volgde onder andere, in oktober 2006, de ‘Beleidsvisie op de onderofficier in de Koninklijke Landmacht’.

De zichtbare onderscheiding van de krijgsmachtadjudant is de goud-Nassaus blauwe nestel met goudkleurige nestelpennen, die wordt gedragen om de linkerschouder en op de linkerborst.

Het model van de nestel is het model dat rond 1930 werd gedragen als nestel bij het Korps Politietroepen (KPT) – dat tussen 1919 en ’40 politiediensten ten behoeve van het leger verrichtte en bijstand verleende aan de rijkspolitie. Tevens werd het model vanaf 1956 gedragen door de onderofficier-ordonnans van het Militaire Huis van H.M. de Koningin dan wel Z.M. de Koning.

De adjudant Willem Tanis was van 2001 tot 2006 de tweede krijgsmachtadjudant.

Krijgsmachtadjudanten tot op heden:

NAAM

KRIJGSMACHTDEEL

VAN

TOT

René Clausen

Koninklijke Landmacht

01-09-1996

22-09-2001

Willem Tanis

Koninklijke Landmacht

22-09-2001

07-04-2006

Erik Nieuwenhuis

Koninklijke Marine

07-04-2006

07-04-2010

Marinus Dunnewind

Koninklijke Marechaussee

07-05-2010

23-05-2013

Ron Boer

Koninklijke Luchtmacht

23-05-2013

25-05-2016

Nico Spierenburg

Koninklijke Landmacht

25-05-2016

heden

De functie van krijgsmachtadjudant wordt afwisselend door stafadjudanten van alle krijgsmachtdelen vervuld.

Zie ook: Nieuwe krijgsmachtadjudant voor Defensie (25 mei 2016) en stafadjudant.

Terug naar Boven

 

KRIJGSRAAD

Kriegsgericht, Militärgericht, Militärtribunal.
court-martial, military tribunal.
conseil de guerre, tribunal militaire, cour martiale.

Een uit militaire rechters (officier-juristen) bestaande militaire rechtbank die wordt bijeengeroepen om recht te spreken over een aan de militaire jurisdictie onderworpen persoon, in de regel een militair in werkelijke dienst, die in staat van beschuldiging is gesteld voor het plegen van een strafbaar feit.

Rechters van een krijgsraad bestaan dus niet uit leden van de civielrechtelijke macht.

Van 1814 tot 1991 kende Nederland de krijgsraad. De rechtspraak vond, en vindt nog steeds, plaats op grond van de Wet Militair Tuchtrecht en de Wet Militair Strafrecht. In oorlogs- en daarmee gelijkgestelde omstandigheden wordt ook recht gesproken op grond van het internationaal oorlogsrecht. Tot 1991 kon de militair in Nederland in hoger beroep terecht bij het Hoog Militair Gerechtshof (HMG) – het hoogste militaire rechtscollege in Den Haag.

Op 1 januari 1991 trad de Wet militaire strafrechtspraak (WMSR) in werking; tot dan toe was het militair strafprocesrecht geregeld in de 'Rechtspleging bij de landmacht en luchtmacht' en de 'Rechtspleging bij de zeemacht'. Met de inwerkingtreding van de WMSR kwam een einde aan de afzonderlijke militairrechterlijke organisatie en kende Nederland geen krijgsraad meer. Samen met het opheffen van het HMG werden alle militaire strafrechtfuncties afgestaan: militaire zaken worden sindsdien in eerste aanleg behandeld door de militaire kantonrechter in Arnhem of – in hoger beroep dan wel bij complexe strafzaken – door de enkel- of meervoudige militaire kamer van de arrondissementsrechtbank in Arnhem. Er wordt rechtgesproken door twee leden van de civielrechtelijke macht en een lid van het Ministerie van Defensie (juristofficier).

 

Sinds de veranderingen in 1991 valt soms de kritiek te beluisteren dat een deels civiele rechtbank – vanwege het gebrek aan specifiek militaire kennis en ervaring – minder gemakkelijk een even goed afgewogen besluit inzake operationeel optreden zou kunnen vormen dan sec een militaire rechtbank.

Door de militaire deelname aan de Stabilisation Force in Iraq (SFIR) en de daaruit voortkomende rechtszaak tegen de sergeant-majoor van het Korps Mariniers Eric O. (2003) werd de verhouding tussen het Openbaar Ministerie (OM) en Defensie korte tijd op scherp gezet. Sindsdien is geprobeerd dat te veranderen en gaat het OM tijdens missies regelmatig op werkbezoek en is de samenwerking tussen de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Defensie intensiever geworden.

Op 27 december 2003 lostte sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers twee waarschuwingsschoten op een groep Irakezen die mogelijk een container wilde plunderen, één in de lucht en één in de grond. Hij was ervan overtuigd dat het leven van zijn manschappen door de Irakezen in gevaar werd gebracht. Van één van beide schoten, afgevuurd van een afstand van 70 à 90 meter, werd gesuggereerd dat hierdoor een Iraakse man was getroffen en gedood. Omdat de marinier zich niet aan de geldende instructies ten aanzien van het gebruik van geweld zou hebben gehouden, werd hij door het OM vervolgd.

Op 18 oktober 2004 werd hij door de militaire kamer van de rechtbank in Arnhem vrijgesproken; het gerechtshof in Arnhem bevestigde dat vonnis op 4 mei 2005 en sprak Eric O. vrij op basis van internationaal geldende geweldsvoorschriften. Sindsdien worden militairen bij een strafrechtelijk onderzoek naar een schietincident in eerste instantie als getuige in plaats van verdachte gezien.

Eric O. werd in zijn rechtsgang bijgestaan door de advocaat Geert-Jan Knoops, die in 2006 het boek Het tweede schot: het ware verhaal over Eric O. publiceerde. In hetzelfde jaar werd Eric O. bevorderd tot adjudant.

 
Tevens berust de verantwoordelijkheid voor het opsporings- en vervolgingsbeleid sindsdien bij het Openbaar Ministerie. Omdat de KMar voor haar opsporingstaak onder het gezag van de Minister van Justitie staat, heeft Defensie hier geen bemoeienis mee. Voorheen bepaalde Defensie zelf of een militair werd vervolgd, waardoor het risico bestond dat strafbare feiten in de doofpot werden gestopt. Een commandant die tegenwoordig een strafbaar feit constateert, is verplicht aangifte te doen bij de KMar of politie, die het procesverbaal rechtstreeks toestuurt aan de Officier van Justitie in Arnhem.

Terug naar Boven

 

KRITISCH PUNT

Duits: taktisch wichtiger Geländeabschnitt; kritischer Punkt. Engels: critical point. Frans: point critique. Terreindeel dat de tegenstander bij verovering en de daaropvolgende beheersing beslist voordeel biedt.

Terug naar Boven

 

KROMBAANVUUR

Ook genaamd: indirect vuur.

SOORT WAPENS

VOORBEELD

Artilleriestukken

 

Houwitsers

Panzerhaubitze 2000

Mortieren

Mortier 81 mm en 120 mm

Krombaangeschut is bedoeld voor het met een boog verschieten van projectielen. Indirect vuur wordt afgegeven op doelen die niet voor de schutter waarneembaar zijn óf door natuurlijke, kunstmatige of andersoortige hindernissen aan het zicht worden onttrokken.

Zie ook: vlakbaanvuur.

Terug naar Boven

 

KROMHOUTKAZERNE

Afgekort: KHK. Kazerne gelegen aan de Herculeslaan in Utrecht. Naamgever van de Kromhoutkazerne is officier van het wapen der genieJoachim Hendrik Kromhout.
 

Joachim Hendrik Kromhout

J.H. Kromhout, geboren in 1835 in Lathum, begon zijn carrière als 17-jarige cadet aan de KMA. Na de opleiding ging hij aan de slag bij het Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs en werd al op zijn 28e de eerstaanwezend ingenieur in Deventer - de oudste in rang. Pas in 1866 promoveerde hij tot kapitein in Utrecht. Een jaar later werd Kromhout geplaatst bij de Generale Staf in Den Haag. Als majoor voerde hij van 1873 tot 1876 het commando over het Bataljon Mineurs en Sappeurs.

In de jaren 1880-'84 had hij de leiding over een serie oefeningen waarbij werd uitgegaan van een aanval op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op basis van zijn ervaringen stelde hij een handleiding op om forten in staat van verdediging te brengen. Hij bedacht een manier waarop de Stelling Amsterdam in oorlogstijd van voldoende van drinkwater kon worden voorzien. Tijdens zijn loopbaan zou Kromhout vele publicaties op militair gebied het licht doen zien, zoals: 'De Stelling van Amsterdam, eene militaire studie' (1869), 'Zakboekje voor den Nederlandschen pionier' (1875), 'De genietroepen bij de Engelsche expeditie naar Coomassie' (1880) en 'Vademecum voor officieren voor alle wapens' (1883).

Na het vervullen van de functie van chef bureau Materieel der Genie volgde in 1886 de promotie tot luitenant-generaal: Kromhout werd inspecteur van het wapen der genie, de hoogst gegradueerde genist. Deze functie bekleedde hij tot 1895, toen hij op 60-jarige leeftijd ontslag uit het leger nam. J.H. Kromhout overleed in 1897 in Ellecom.

Op 2 september 1913 werd aan de oostelijke rand van Utrecht, waar later het stadion Galgewaard zou worden gebouwd, een nieuwe geniekazerne opgeleverd aan de Prins Frederik Hendriklaan. De architect was kapitein der genie P.J. Post van der Steur (1871-1960). De kazerne, die geldt als de eerste in Nederland die volgens het paviljoenstelsel is gebouwd, werd vernoemd naar Kromhout. In 1993 is de ingang van de Kromhoutkazerne verplaatst naar de Herculeslaan.

De oude Kromhoutkazerne.

Begin september 1913 werd de (oude) Kromhoutkazerne in Utrecht geopend en naar hem vernoemd. Halverwege de jaren ’40 vertrok de genie naar Vught. Vervolgens werd de kazerne gebruikt als Centrale Werkplaats van het Regiment Technische Troepen.

De nieuwe Kromhoutkazerne.

Op 20 maart 2009 sloegen de staatssecretaris van Defensie, Jack de Vries, en de Commandant Landstrijdkrachten, generaal Rob Bertholee, de eerste paal voor de nieuwbouw van de Kromhoutkazerne; op 1 oktober 2009 werd het hoogste punt van de nieuwe kazerne bereikt. De KHK beslaat een opppervlakte van 19 hectare; het kazerneterrein bestaat uit de onderdelen Veld, Wig en Strip:

Veld

bedrijfsrestaurant
legeringsgebouwen V7 t/m 9
ondergrondse parkeergarage
sporthal en –velden
vergadercentrum
vergadercentrum

Wig

groene zone met twee Rijksmonumenten (Bomvrije Wachtruimte en Tamboershut)
parkeren voor bezoekers
representatieve legering

Strip

kantoorgebouwen K1 t/m 10
appèlplaats (met tribune)
grand café (Vossegatzaal)

De KHK biedt plaats aan ± 3.000 werkplekken. Op de nieuwe Kromhoutkazerne zijn vanaf medio 2010 onder andere de volgende eenheden geplaatst:

 
(onderdelen van de) Defensie Materieel Organisatie (DMO)
(onderdelen van het) Commando Diensten Centrum (CDC)
Bureau Evenementen Koninklijke Landmacht (BEKL)
Gezondheidscentrum Utrecht (Gzhc Utrecht)
Militaire Muziek Koninklijke Landmacht (MMKL)
Personeelscommando (Persco)
School voor Leidinggeven en Opleidingskunde (SLO)
Staf Commando Landstrijdkrachten (CLAS)
Staf Opleidings- en Trainingscommando (OTCO)
Staf Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO)
Trainingsgeneeskunde en Trainingsfysiologie (TGTF)

Terug naar Boven

 

KRUIPIE-SLUIPIE

Toepassen van kruipie-sluipie.

Besluipen. Militaire taalverhaspeling van de werkwoorden ‘kruipen’ en ‘sluipen’, die een beetje doet denken aan het spelletje ‘kruip-door-sluip-door'’.

Bij kruipie-sluipie geldt dat een militair zich, door het toepassen van de gangen bij dag of nacht, zo voorzichtig mogelijk te velde (door het terrein) voortbeweegt.

Hiermee wil hij voorkomen dat hij wordt waargenomen - of doodgeschoten - door de vijand.

Om ongezien op een positie te kunnen komen waar de militair – bijvoorbeeld een scherpschutter (sniper) – zelf wél kan waarnemen, dient de militair daarnaast onder andere correct gecamoufleerd te zijn en zich te houden aan de regels van de geluid-, licht- en sporendiscipline.

Een zeer gevoelige militaire operatie wordt in het Engels ook wel een Keeni Meeni Operation (KMO) genoemd; dit is Swahili voor “onzichtbaar bewegend als een slang door het gras”. Ziehier de connectie met kruipie-sluipie.

Zie ook: BASTOS-G en B.V.W.A.K.S

Terug naar Boven

 

KRUISPEILING

Plaatsbepaling van de eigen positie op de kaart door uit te gaan van twee herkenningspunten in het terrein.

Door twee of meer waarnemingsrichtingen uit te zetten op de kaart kan het snijpunt van beide lijnen worden gevonden: de locatie waarop de waarnemer zich bevindt.

Nauwkeurigheid bij het schieten van de kompasstanden, het omzetten van de kompas- naar kaarthoeken en het intekenen op de kaart is hierbij zeer belangrijk.

De procedure voor het maken van een kruispeiling:

 
  • In de verte ziet u twee markante herkenningspunten in het terrein (A en B), die ook op de kaart zijn terug te vinden (hoogspanningsmast, kerktoren, zendmast).
  • U schiet kompasstanden (richtingshoeken) op de waargenomen herkenningspunten A en B
  • De kompasstanden worden op de kaart omgezet in kaarthoeken (KOKA: kompashoek - (aantal jaren x jaarlijkse declinatie) = kaarthoek)
  • Beide kaarthoeken worden op de kaart ingetekend.
  • Het kaartcoördinaat waarop u zich bevindt is het snijpunt van beide kaarthoeken: punt X

Terug naar Boven

 

KRUISTENT

Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen.

De kruistent (NSN: 8340-17-049-7195) meet 5,80 x 7,85 meter en heeft een grondoppervlakte van 45,5 m².

Benodigdheden voor de kruistent zijn:

 

1 x tentdoek met foedraal

1 x zak met toebehoren

2 x kist met grondplaten, koppelstukken en spanriemen

3 x grondzeil 3 x 6 meter

5 x nokligger met klauwen

18 x ligger (3 pakketten à 6 stuks)

30 x staander (6 pakketten à 5 stuks)

 

De specificaties van de kruistent zijn:

  
lengte 785 cm
breedte 580 cm
oppervlakte 45,5 m²
gewicht tentdoek in foedraal 116 kg
opzetten kruistent door 5 personen in 15 minuten
 

De kruistent kan worden gekoppeld aan de boogtent , die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de vestibule .

Met dank aan de website van de Stichting Bravo Compagnie (13 november 2002).

Terug naar Boven

 

KRUIS van verdienste

Besluit tot instelling van het Kruis van Verdienste, Koninklijk Besluit nummer 1 d.d. 20 februari 1941, onder de Nederlandse Regering in ballingschap in Londen, Hare Majesteit Koningin Wilhelmina. Het kruis kan ook postuum worden uitgereikt.

Het Kruis van Verdienste was/is bestemd voor Nederlanders en buitenlanders, “die zich in verband met vijandelijke actie door moedig en beleidvol optreden hebben onderscheiden en daarmede het belang van het Koninkrijk hebben gediend” (artikel 2). Hiervoor hoeven zij geen direct gevechtscontact met de vijand te hebben gehad.

Elke voordracht tot decoratie met het Kruis van Verdienste wordt ingediend bij en beoordeeld door de Commissie Dapperheidonderscheidingen van het Ministerie van Defensie, waarin elk krijgsmachtdeel is vertegenwoordigd.

 

Daarna doet de Minister van Defensie een voorstel aan het staatshoofd. De Koningin bekrachtigt de toekenning van de onderscheiding met een Koninklijk Besluit.

Het Kruis van Verdienste is een verguld bronzen kruis met vier armen, in totaal 35 mm in de breedte, dat is bevestigd aan 37 mm breed Nassaublauw, zijden lint met in het midden een verticale oranje streep van zes mm. In het midden van het kruis is een gekroonde ‘W’ geplaatst en over de armen van het kruis ligt een lauwerkrans. De achterkant van het kruis heeft in reliëf de Nederlandse Leeuw en het opschrift ‘Voor verdienste’.

Sinds 1941 is het Kruis van Verdienste toegekend aan 2.083 personen, vooral aan Engelandvaarders en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog.

De meest recente toekenningen zijn:

 

Op 29 juni 2005, tijdens de eerste Nederlandse Veteranendag, reikte Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander als gevolg van hun optreden in mei 2004 in Irak het Kruis van Verdienste uit aan:

soldaat der eerste klasse Ralf Jongbloed

soldaat der eerste klasse Jeffrey Kloek

 

Op 16 februari 2007 onderscheidde Minister van Defensie Henk Kamp op het landgoed Bronbeek in Arnhem vijf militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan:

sergeant der eerste klasse Martijn Brian

sergeant Abram Beekman

korporaal Sebastiaan Schoonhoven

korporaal Jens van der Sman

soldaat der eerste klasse Erik van der Meijde

 

Op 16 oktober 2008 onderscheidde Minister van Defensie Eimert van Middelkoop op het landgoed Bronbeek in Arnhem zes militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan:

korporaal der eerste klasse Bernard Smits

korporaal der eerste klasse Mike van de Vondervoort

korporaal Derk-Jan Veneberg

korporaal Joeri Vijgen

soldaat der eerste klasse Wesley Schol (postuum)

soldaat der eerste klasse Alex van de Wege

 

Op 7 oktober 2009 onderscheidde Minister van Defensie Eimert van Middelkoop op de KMA in Breda zeven militairen met het Kruis van Verdienste als gevolg van hun optreden in Uruzgan:

sergeant-majoor Jacob van Velsen

opperwachtmeester Marc Hammink

wachtmeester Dayrohn Wiesken

sergeant Rene Neef

sergeant Maurice Vissers

korporaal der eerste klasse Martijn Nieuwenhuis

korporaal Mark Groen

Terug naar Boven

 

K.S.E.S.

Afkorting staat voor: Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst.

De KSES - zoals de naam al aangeeft een Duitse geneeskundige paraplu-eenheid - is gelegerd op de Von-Lettow-Vorbeckkaserne, Papenburger Strasse 82, 26789 Leer (Ostfriesland).

 

Taakstelling KSES:

  • verzorgen van reddings- en evacuatieoperaties
  • ondersteunen van zowel de Division Spezielle Operationen (DSO) als de Division Luftbewegliche Operationen (DLO)
  • verzorgen van Initial Entry Capability voor de NATO Response Force (NRF)
  • spoedinzet in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening
  • leiden van de gezondheidszorginzet van het KSES
  • transporteren van gewonden in het inzetgebied
  • leiden van inzetopties in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening
  • beschikbaar stellen van een mobiele commandopost voor de Zentraler Sanitätsdienst der Bundeswehr (ZSanDstBw)

Logo van het Duitse Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst (KSES).

Terug naar Boven

 

KTM 400 LS-E

Sinds 2004 gebruikt de Koninklijke Landmacht in plaats van de zwaar verouderde Moto Guzzi V50 de Oostenrijkse KTM 400 Low Seat (LS)-E / Militärisch.

De ruim 1.200 in gebruik zijnde Moto Guzzi V50's, die sinds 1984 in gebruik waren, werden met name aangewend voor koeriers- en ordonnansdiensten, begeleiding van voertuigen en verplaatsingen/verkeerscontroles.

Met de vervanging was een investering gemoeid van ± € 800.000. In totaal 94 van de 115 motoren zijn in gebruik genomen door 11 Air Manoeuvre Brigade; acht motoren gingen naar het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden (OTCRIJ), dertien stuks in logistieke reserve.

Het hoger onderhoud van de KTM-motorfiets, die is aangekocht in samenwerking met het Duitse Bundesambt fur Wehrtechnik und Beschaffung (BWB), is volledig uitbesteed.

De nieuwe 400 cc-motor wordt ingezet ten behoeve van tactisch optreden: verkenningen, ordonnansdiensten, bezoek aan verderop neergestreken eenheden en helikopter handling instructors (verantwoordelijk voor de controle op en rondom de helikopter pick up-sites).

De nieuwe motorfiets kan zowel op de weg als op onverhard terrein uit de voeten.

De militaire uitvoering van de enduro- en offroad- motoren onderscheidt zich van de civiele exemplaren door een grotere brandstoftank, gedimde oorlogsverlichting en koffers aan de zijkanten.

Enduro- en offroadmotor KTM 400 LS-E / Militärisch.

Verder heeft de motor hoge spatborden en geprofileerde banden.

Specificaties:

aandrijving

watergekoelde 1-cilinder 4-takt Otto-Motor

actieradius

± 360 km

bodemvrijheid

29 cm

brandstof

loodvrije benzine

cilinderinhoud

398 cc

gewicht maximaal beladen

380 kg

inhoud brandstoftank

18 liter (w.v. 2½ liter reserve)

leeggewicht

174 kg (zonder koffer)

motorvermogen

25 kW

ontsteking

elektrisch en kickstarter

topsnelheid

± 130 km per uur

veeruitslag

voor 22 cm; achter 24 cm

zithoogte

89 cm

Zie ook: Moto Guzzi en ordonnans.

Terug naar Boven

 

KURASSIER

Kürassier cuirassier cuirassier.

Zwaarbewapende ruiterij van de cavalerie die een kuras droeg en zijn oorsprong had in de 16de en 17de eeuw. Het kuras is een borst- dan wel borst- en rugharnas, dat bestond uit een plaat voor de borst, resp. ook voor de rug. Soms was het kuras van leder vervaardigd, maar doorgaans van metaal. Daarmee was het kuras kogelvrij.

Daarnaast was de kurassier uitgerust met een helm met vizier en zowel heup- als dijstukken tot over de knie. De kurassier, die voorzien van een volledige wapenrusting voorbestemd was om in de eerste gelederen het gevecht aan te gaan, was in de regel bewapend met twee pistolen en een houwdegen. In het eerste gelid maakte de kurassier gebruik van de houwdegen; voor en na de aanval van zijn pistolen om in het gevecht van man tegen man links en rechts vuur te kunnen uitbrengen.

Op het slagveld was de kurassier in taak en impact vergelijkbaar met de latere tank.

In hun stamlijn zijn de Nederlandse cavalerieregimenten Huzaren Van Sytzama en Huzaren van Boreel deels opvolgers van de kurassiers.

KURASSIERS VAN GRAF ZU PAPPENHEIM

Historisch vereeuwigd zijn de kurassiers van de Duitse veldheer Gottfried Heinrich Graf zu Pappenheim (1594-1632). Zijn regiment stond bekend om haar moed én betrouwbaarheid tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). De Duitse schrijver Friedrich von Schiller (1759-1805) vereeuwigde Graf zu Pappenheim in deel drie van zijn toneelstuk ‘Wallensteins Tod’ (1799).

In het stuk spreekt Feldherr Albrecht von Wallenstein, opperbevelhebber van de keizerlijke troepen, de woorden “Daran erkenn' ich meine Pappenheimer” wanneer de gevreesde kurassiers uit het regiment van Graf zu Pappenheim uitspreken dat ze hem niet voor een landverrader houden en hem trouw zullen blijven - terwijl de andere regimenten hem afvallen. De zegswijze is vernederlandst tot “Ik ken mijn Pappenheimers” (“Ik ken mijn mensen”; “Ik ken de aard en het karakter van mijn aanhangers/volgelingen”).

Terug naar Boven

 

K.V.O.

Inhaltsbestätigung acknowledgement (of receipt) confirmation de contenu.

Betekenis: kennisgeving van ontvangst.

Controlewijze van een ontvangen bevel of radiotelefoniebericht.

 

► Onderaan een bevel een aanduiding dat het bevel door de ontvanger van het bevel is ontvangen en begrepen. De afkorting “KVO” volstaat, maar kan worden gecompleteerd met het verbindingsmiddel én het uiterlijk tijdstip waarop de kennisgeving van ontvangst van het bevel dient te worden doorgegeven.

► In de radiotelefonieprocedure een bericht aan de zender van een bericht, waarmee de ontvanger te kennen geeft dat hij het bericht heeft ontvangen en de inhoud heeft begrepen.

Terug naar Boven

 

K.V.P.O.R.

Na de analyse van de opdracht geeft de commandant het waarschuwingsbevel (wabvl) uit. Het wabev geeft een komende verandering van richting en/of beweging aan:
 

K

Komende actie

  • Wie, wat, waar, wanneer, hoe en met welke middelen
  • Informatie over vijand/andere partijen/facties/milities

V

Voorbereidingen & Verplaatsingen

  • Tenue; controle wapen / CBRN
  • Uit te voeren deeltaken
  • Trainen voor komende actie (trappen van voorbereiding)
  • Gevechtsgereed maken (FUCO 1)
  • Wijze van verplaatsen; over welke afstand verplaatsen; not earlier than (NET); not later than (NLT)

P

Plaats en tijd bevelsuitgifte

Door zorg van (O)PC

O

Onderbevelstellingen

Ondersteunende eenheden

R

Reactietijd

Graad van gereedheid + Verplaatsingstijd + Ontplooiingstijd

 
Zie ook: graad van gereedheid, graad van gevechtsvaardigheid en reactietijd.

Terug naar Boven

 

KWARTIERMAKEN

Van het Frans (en oud-Nederlands): quartier. De kwartiermaker (afgekort: kwm) wordt ook wel genoemd: intendant of kwartiermeester (Duits: Feldzeugmeister, Quartiermeister/Engels: quartermaster/Frans: intendant).

Het in orde brengen van een tijdelijke verblijfplaats van militairen.

In de regel gebeurt dit door militairen die worden vooruitgezonden om op de locatie van het toekomstige inzetgebied, ook in het geval van een uitzending, voorbereidingen te treffen voordat de rest van de militairen - de hoofdmacht - arriveert. Als de hoofdmacht is gearriveeerd, kan het kwartier aan de hoofdmacht worden toegewezen. Kwartiermaken vindt ook plaats ten behoeve van het betrekken van afwachtingsgebieden (Assembly Areas) en verzamelgebieden (Staging Areas)

Het kwartiermaken vindt in de regel plaats door een groep militairen, bijvoorbeeld in een kwartiermakersdetachement of -groep:

De eenheidscommandant laat een aantal collega's vooruit reizen naar de toekomstige inzetgebied.

Op compagniesniveau (IV) staat de kwartiermakersgroep in de regel onder leiding van de CSM/CA; in de kwartiermakersgroep worden de pelotons vertegenwoordigd door de OPC'n.

Op bataljonsniveau (V) staat de kwartiermakersgroep in de regel onder leiding van het hoofd van de sectie 3.

In beide gevallen zullen een commandovoerings- en beveiligingselement deel uitmaken van de groep kwartiermakers.

Een uniformvoorstelliing van kwartiermakers met kwartiervlag in de tijd van de Bataafse Republiek (1795-1806).

De kleurentekening is vervaardigd door F.J.G. ten Raa en Jan Anthonie Langendijk.

Bron: Nationaal Militair Museum.
Externe link: https://www.nmm.nl/

Mogelijke taken van de kwartiermakersgroep:

► begeleiden van de start van te bouwen objecten (uitzendgebied)

bewegwijzeren van de route naar het inzetgebied

► contact maken met lokale autoriteiten, Internationale Organisaties (IO's) en Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's)

► coördineren met neveneenheden

► inrichten van het gebied van de eenheid, inclusief commandopost (CP)

► opstellen van het beveiligings- en verdedigingsplan

► opstelling (laten) maken voor de groepswapens

► opvangen van de hoofdmacht

► plannen en aanwijzen van (de locatie van) de Quick Reaction Force (QRF)

► realiseren en testen van de verbindingen, zoals opzetten van een mast en lijnen leggen voor de Multitel

► realiseren van een gewondennest, intern circuit en legering voor het personeel

► toewijzen van en (laten) gidsen van voertuigen naar opstellingen voor de ondereenheden, al dan niet met camouflageconstructie

► verkennen van en in kaart brengen van risico's, zoals CBRN, opponent e.d.

► voorbereiden van contracten met lokale contractors (uitzendgebied)

Specifieke taken voor de CSM/CA of het hoofd van de sectie 3:

► inrichten van de CP-locatie

► vaststellen van de CBRN-posten

► vaststellen van de locatie voor krijgsgevangenen of detainees

► verstrekken van informatie aan de ondereenheden

Zie ook: afwachtingsgebied (Assembly Area), bewegwijzering, camouflage, CBRN, commandopost (CP), Compagnies Sergeant-Majoor (CSM), detainees, gewondennest, krijgsgevangene, kwartiermakersdetachement, Non-Gouvernementele Organisatie (NGO, post met CBRN-consignes, Quick Reaction Force (QRF), secties, verzamelgebied (Staging Area) en verbindingsmiddelen.

Terug naar Boven

 

KWARTIERMAKERSDETACHEMENT

Frans: détachement précurseur. Engels: enabling force; quartering party.

Detachement dat in de voorbereiding van de daadwerkelijke missie in het operatiegebied op enige locatie een tijdelijke verblijfplaats kiest, maar idealiter pas nadat inlichtingeneenheden een Fact Finding Mission hebben ondernomen en verkenningseenheden de mate van (militaire) dreiging hebben onderkend.

De tijdelijke verblijfplaats kan bijvoorbeeld een afwachtingsgebied (Staging Area), bivak, compound, kampement of verzamelgebied (Assembly Area) zijn.

Het detachement is de eerste ontplooiing van eigen troepen na de inlichtingen- en verkenningseenheden.

Het kwartiermakersdetachement draagt voor het (provisorisch) inrichten van één of meer locaties en ontwikkelen van logistieke lijnen. Het is de eerste ontplooiing van eigen troepen na de inlichtingen- en verkenningseenheden, welke zorg draagt voor het (provisorisch) inrichten van één of meer locaties en ontwikkelen van logistieke lijnen.

Voorbeelden van Nederlandse kwartiermakersdetachementen:

27 april 1991

De eerste kwartiermakers vertrekken om het basiskamp op te zetten ten oosten van de stad Zakho in Noord-Irak voor de missie van 11 Geniehulpbataljon in operatie PROVIDE COMFORT.

17 augustus 1993

Als onderdeel van een kwartiermakersgroep van de Verenigde Naties vertrekken vier Nederlanders naar Uganda om kwartier te maken voor de United Nations Observer Mission Uganda-Rwanda (UNOMUR).

27 januari 1994

Twee dagen nadat het verkenningsdetachement Srebrenica is ingetrokken, vertrekken 110 kwartiermakers van Dutchbat naar voormalig Joegoslavië.

23 augustus 2001

De kwartiermakers vertrekken naar Macedonië om bij Dračevo, ten zuiden van de hoofdstad Skopje, een basiskamp in te richten voor het Nederlandse aandeel in de Task Force Harvest in operatie ESSENTIAL HARVEST.

22 december 2001

De Nederlandse kwartiermakersgroep vertrekt naar Kabul om de missie van de infanteriecompagnie voor te bereiden die vanaf 2002 zal plaatsvinden als onderdeel van een Duitse Battle Group onder leiding van de Kabul Multinational Brigade van de International Security Assistance Force (ISAF).

3 maart 2004

Het kwartiermakersdetachement vertrekt naar Irak voor de Stabilization Force Iraq (SFIR).

14 maart 2006

De eerste kwartiermakers van de Deployment Task Force (DTF) vertrekken naar de Afghaanse provincie Uruzgan in het kader van de International Security Assistance Force (ISAF).

7 januari 2014

De eerste kwartiermakers vertrekken naar Mali voor de United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA).

Zie ook: kwartiermaken.

Terug naar Boven

 

KWARTIER VERLENEN

Letterlijk: onderdak geven. Duits: (freien) Ausgang geben; freien Ausgang geben. Engels: give quarter (in tegentegenstelling tot: denial of quarter). Frans: donner quartier libre.

Begrip uit het humanitair oorlogsrecht. Het verlenen van kwartier is bindend voor alle partijen in een internationaal gewapend conflict (oorlogssituatie). De plicht kwartier te verlenen volgt uit de regels van wie te beschouwen als hors de combat (buiten gevecht).

Geen kwartier verlenen betekent dat geen clementie of genade aan de tegenstander wordt verleend, zelfs niet als die zich onvoorwaardelijk overgeeft: iedere overwonnen tegenstander wordt tot de laatste man gedood in plaats van krijgsgevangene gemaakt.

Het niet verlenen van kwartier is verboden sinds het Landoorlogreglement (Verdrag IV nopens de wetten en gebruiken van den oorlog te land) van 18 oktober 1907. Volgens artikel 23, sub d, van het Landoorlogreglement is het verboden "te verklaren, dat geen kwartier wordt verleend". Dit is nog herbevestigd door het oordeel over de wet met betrekking tot oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de processen van het International Military Tribunal (IMT) in Neurenberg na WO II.

Op 28 oktober 1948 deed het IMT uitspraak in de zaak tegen generaal-veldmaarschalk Wilhelm von Leeb.

Von Leeb en andere nazi-opperbevelhebbers werden onder andere vervolgd omdat ze hadden geweigerd kwartier te verlenen aan krijgsgevangenen en militairen van landen die in oorlog waren met het Derde Rijk. Het IMT verklaarde: "Toen geallieerde piloten werden gedwongen te landen in Duitsland, werden ze soms onmiddellijk gedood door de burgerbevolking. De politie was geïnstrueerd zich met deze moorden niet te bemoeien en het ministerie van Justitie was geïnformeerd dat niemand voor deelname aan de moorden mocht worden vervolgd."

In de Nederlandse Wet internationale misdrijven wordt het niet verlenen van kwartier in zowel internationale als niet-internationale gewapende conflicten "gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren".

Zie ook: hors de combat, humanitair oorlogsrecht (HOR), krijgsgevangene en oorlogsmisdaad.

Terug naar Boven

 

KWATTA, ALLER OGEN ZIJN GERICHT OP...

De uitdrukking ”Aller ogen zijn gericht op Kwatta”, die pas in 1999 is opgenomen in Van Dale, heeft in veel opzichten een link met de krijgsmacht. Tegenwoordig staat de uitdrukking voor iemand die of iets wat specifiek in het middelpunt van de belangstelling staat.

Van oorsprong is de kwatta een andere naam voor de bosduivel of zwarte slingeraap (Latijn: Ateles paniscus), die onder meer in Suriname voorkomt. De link met de gelijknamige cacaoplantage in Suriname, gelegen tussen de rivieren Coppename en Suriname, is dan gelegd.

De plantage is eind 19e eeuw gesticht door Joost G. van Emden. In 1893 werd in Breda, ook door Van Emden, de Cacao- en Chocoladefabriek Kwatta NV opgericht.

Acht jaar later kwam in Nederland de eerste verpakte chocoladereep op de markt: de Kwatta-reep.

Zo waren de verpakte repen chocolade al vóór de Eerste Wereldoorlog zeer populair bij militairen. De uitdrukking "Aller ogen zijn gericht op Kwatta" zou op de kazernes zijn ontstaan.

Zeker ook door de consumptie van Kwatta-repen in de kazernekantines in Breda zelf, werd al snel, onder meer op de Koninklijke Militaire Academie, de naam 'Manoeuvre Chocolaad' aan de repen gegeven. De Kwatta-reep werd enkel gemaakt van suiker, cacao en cacaoboter.

Sinds 1911 lag de 'manoeuvrereep' in de winkel, met een daaraan gekoppeld een spaarsysteem. Uit die tijd dateert de reclameslogan "Aller ogen zijn gericht op Kwatta".

De afbeeldingen op de wikkel van de chocoladereep kregen ook een krijgshaftiger karakter: zowel een soldaatje op wacht (Rik Ransel) als een matroos aan een stuurwiel sierden de wikkel.

Het Kwatta-soldaatje oogde in eerste instantie als een doorsnee Nederlandse militair. Mede hierdoor werd Kwatta zo populair dat het van merknaam verwerd tot soortnaam.

Met de Kwatta-soldaatjes kon de spaarlustige consument deelnemen aan een spaarzegelsysteem, in navolging van Verkade. Zo waren tien soldaatjes afdoende voor een nieuwe chocoladereep, honderd voor een huishoudschaar.

Met dank aan historicus Henk Muntjewerff.

Terug naar Boven

 

Laatste update:11.11.2016