Inhoudsopgave I
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

INTEGRATED DEVELOPMENT OF ENTREPRENEURIAL ACTIVITIES

 

I.C.E.

Ezelsbruggetje, waarbij zowel het gehele woord als elke letter afzonderlijk een betekenis heeft. Het is de standaardprocedure voor eerstehulpverlening bij acute letsels aan de onderhuidse weefsels, zoals kneuzing, peesscheuren, spierscheuren, verrekking, verstuiking en verzwikking.

ICE
KoelenMet zachtstromend koud water of met ijs of met een coldpack gedurende tenminste 10 minuten. Leg daarbij een theedoek/mitella tussen de huid en het ijs/de coldpack. Herhaal het koelen de eerste twee dagen een paar keer per dag.
I
ImmobiliserenZorg dat het getroffen lichaamsdeel onbeweeglijk wordt gemaakt.
C
CompressieLeg een drukverband aan.
E
ElevatieZorg dat het getroffen deel wordt hooggelegd. Geldt met name de enkel en het onderbeen.

Zie ook: marsvoet.

Terug naar Boven

 

ICOM

Communicatie met behulp van walkie-talkie-achtige verbindingsmiddelen. In het bijzonder het radioverkeer dat in Afghanistan (Uruzgan) plaatsvindt door Opposing Militant Forces (OMF)/Anti Coalition Militia (ACM), lees: Taliban.

Afgeleid van ICOM, de naam van een Amerikaans-Japanse firma van verbindingsapparatuur. Vandaar bijvoorbeeld ICOM-chat ("gepraat") en ICOM-comms (communicatie).

De Taliban maken, evenals de coalitietroepen van operatie ENDURING FREEDOM (OEF) of de International Security Assistance Force (ISAF), gebruik van radio's en walkie-talkies. Het is een publiek geheim dat het radioverkeer door beide partijen wordt af- en uitgeluisterd. Hieruit is gebleken dat de Taliban beschikken over een behoorlijk perfecte inlichtingendienst die alle relevante gegevens uit openbare bronnen verzamelt.

Uit het af- en uitluisteren van ICOM en het vertalen van radioverkeer kan bijvoorbeeld blijken dat de Taliban een hinderlaag hebben gelegd, maar dat zij niets zullen doen als zij niet worden aangegrepen. Ook andere informatie die van belang is kan worden af- en uitgeluisterd, zoals geplande aanvallen op coalitietroepen, de verplaatsing van troepen of het plaatsen van Improvised Explosive Devices (IED's). Zodra de Taliban in actie komen of zijn, neemt in de regel de ICOM toe.

Terug naar Boven

 

I.G.V.U.

Voluit: Interim Gasverkenningsuitrusting. Met de IGVU, vanaf 2003 ingestroomd bij de Koninklijke Landmacht, kunnen bepaalde soorten door de vijand gebruikte chemische strijdmiddelen (Chemical Warfare Agents, CWAs) of toxische industriŽle chemicaliŽn (Toxic Industrial Chemicals, TICs) worden vastgesteld.

Bij afwezigheid kan de commandant – via het advies van de CBRN Level 3 functionaris – het tijdstip bepalen waarop de persoonlijke en onderdeelsbeschermende maatregelen kunnen worden opgeheven (einde gasalarm); bij aanwezigheid verkondigt of verscherpt de commandant maatregelen.

De CWAs die kunnen worden vastgesteld zijn zenuwblokkerende (GA, GB, GD en VX) en blaartrekkenende chemische strijdmiddelen (HD, HN en L); de TICs ammonia, arseen, chloor, ethyleenoxide, formaldehyde, fosgeen (zenuwblokkerend chemisch strijdmiddel), salpeterzuur, waterstofcyanide, waterstoffluoride en zwaveldioxide.

Via een pomp uit de uitrusting worden de vermeende of reeds vastgestelde toxische gassen of dampen in de ‘verdachte lucht’ door een geplaatst gasdetectiebuisjes geleid. Reagentia in het gasdetectiebuisje zorgen ervoor dat na het doorpompen van het luchtmonster al dan niet verkleuring optreedt. De mate van verkleuring bepaalt de aan- of afwezigheid van het gas of de damp.

Terug naar Boven

 

IJSSELLINIE

 

Terug naar Boven

 

IJZEREN VOORRAAD

Logistiek-tactisch in plaats van economisch begrip. In dit verband met name een minimale voorraad genees- en verbandmiddelen die gereserveerd moet blijven voor geneeskundige hulpverlening aan eigen militairen bij mogelijke calamiteiten. Het begrip dateert uit de jaren '50.

Desondanks bleek tijdens de missie van Dutchbat-III in BosniŽ in 1995 de politieke gevoeligheid van het begrip, dat - hoewel het ook werd gehanteerd voor de minimumvoorraad aan diesel of munitie - met name discussie opriep bij genees- en verbandmiddelen. De ijzeren munitievoorraad mag alleen worden verschoten met toestemming van de hogere/tactische commandant. De discussie bij de ijzeren geneesmiddelenvoorraad bij Dutchbat-III draaide om het ethische dilemma dat militaire artsen primair verantwoordelijk zijn voor de hulp aan gewonde en zieke militairen, niet aan de noodlijdende burgerbevolking.

Tijdens Dutchbat-III mocht de ijzeren voorraad van de verbandplaats op de compound in Potocari op enig moment niet meer worden gebruikt voor de hulp aan gewonde burgers; het verlenen van humanitaire hulp aan de burgerbevolking diende te worden onthouden dan wel tot het uiterste te worden beperkt (waarbij slechts beperkt en selectief van de aanwezige middelen gebruik mocht worden gemaakt).

In Srebrenica had kolonel-chirurg G.D. Kremer van het team van de Krijgsmacht Hospitaal Organisatie-5 (KHO-5) een meningsverschil met chirurg en kapitein-ter-zee-arts H.G.J. Hegge van KHO-6 en met de leiding van Dutchbat-III over het al dan niet aanbreken van deze ijzeren voorraad. De voorraden waren door de hulp aan burgers door KHO-5 sterk geslonken.

De discussie over de ijzeren voorraad was een (medisch-ethisch) dilemma en had niets te maken had met het medisch handelen ten tijde van Dutchbat-III.

(Bron onder andere: 'Dutchbat III en de bevolking: medische aangelegenheden, deelstudie van het Srebrenica-rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, D.C.L. Schoonoord, 2002, hoofdstuk 5, pagina 22 t/m 33).

Terug naar Boven

 

IMPROVISED EXPLOSIVE DEVICE

Spregfalle; Unkonventionelle Spreng- oder Brandvorrichtung (USBV).
dispositif explosif de circonstance (DEC); engin explosif improvisť (EEI); engin explosif de circonstance (EEC).

Afgekort: IED. GeÔmproviseerd explosief. Synoniemen: bermbom; knutselbom; provisorische springlading; zelfgemaakt springtuig.

Zelf in elkaar gezet, onconventioneel explosief dat is vervaardigd uit lokaal beschikbare civiel-commerciŽle en/of militaire componenten en tot doel heeft om mensen te doden of verminken, economische schade te veroorzaken of een politieke voorkeur kenbaar te maken.

Het Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Defensie te Den Haag, 11 september 2015, rapportnummer 2015/134, externe link) van de Nationale Ombudsman noemt IED's "explosieven die buiten het professionele circuit worden vervaardigd."

Het Improvised Explosive Device is het favoriete wapen van opstandelingen (insurgents) en de primaire dreiging in asymmetrische oorlogsvoering; sinds de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 wordt in de media frequent gesproken over de "roadside bomb".

In de regel is een IED een valstrik (booby-trap), maar evengoed kan een IED zijn vervaardigd van gemodificeerde standaardmunitie, een geÔmproviseerde inrichting voor het afvuren van (mortier)granaten of op afstand tot detonatie te brengen explosieven.

Op afstand tot detonatie gebrachte IED's worden RCIEDs genoemd: Remote/Radio Controlled Improvised Explosive Devices. Daarnaast zijn er onder andere IED's met een tijdvertraging (Time Operated IEDs), Command Wire IEDs en IED's in voertuigen die worden gebruikt bij zelfmoordaanslagen (Vehicle Borne IEDs).

Een Stryker Combat Vehicle, een Amerikaanse pantserwielvoertuig, ligt op z'n zij na een IED-strike op 15 april 2007.

De Stryker van 3rd Stryker Brigade Combat Team, 2nd Infantry Division (3-2 SBCT) nam deel aan operatie IRAQI FREEDOM en werd getroffen door een ingegraven IED.

Bron: artikel General Lee rides again (externe link), 6 juni 2008.

Doorgaans worden IED's vervaardigd uit (ver)oude(rde) ongesprongen projectielen die met een draadloze ontsteking, mobiele telefoon, lont of tijdklok tot detonatie worden gebracht. Om ontdekking te voorkomen worden ze verborgen in vuilnisbakken, kuilen in de (midden)berm van wegen, in de kofferbak van een voertuig, onder afvalbergen, kadavers en lijken.

Kenmerken van IED's:

► detonatie resulteert in blast-, brand- en scherfverwondingen
► meestal van een technisch hoogwaardig niveau
► moeilijk herkenbaar, ook wat betreft inhoud en ontstekingswijze
► tegen zeer lage kosten te vervaardigen
► uiterst effectief

De wijdverspreide dreiging van IED's is sterk in opmars voor het plegen van aanslagen op troepen die deelnemen aan vredesmissies, zoals ISAF (Afghanistan) en SFIR (Irak). Door de toegenomen inzet van militairen in gebieden met een hoog geweldsspectrum zijn daarmee de risico's toegenomen dat ze verwondingen oplopen als gevolg van de effecten van IED's.

Daarom is ook in Nederland de personele en materiŽle capaciteit om IED's te detecteren en te neutraliseren uitgebreid. Zo werd in 2006 bij het Opleidings- en Trainingscentrum OperatiŽn een Taskforce Counter-IED opgericht, die zich bezighoudt met het opstellen van doctrines en procedures die de bewapening tegen IED's mogelijk maakt. Operationele concepten worden aangepast en militaire kampementen versterkt.

Het inlichtingenwerk en de opleiding en training van militairen besteden aandacht aan de dreiging van aanslagen. Op wielvoertuigen is aanvullende bescherming aangebracht dan wel worden beter beschermde voertuigen geÔntroduceerd. Intussen is een heuse wedloop gaande: steeds wanneer coalitietroepen een nieuwe oplossing invoeren om zich te weren tegen een bepaald type IED, lijkt de insurgent juist een nieuw type te introduceren.

Naast lessen in ammunition-awareness, worden ook jammers gebruikt om IED-strikes tegen te gaan. Actie van EOD'ers en genisten is in de eerste plaats gericht op het detecteren, onschadelijk maken en minimaliseren van de effecten van IED's. In het grotere plaatje wordt alles in het werk gesteld om IED-strikes (ťn de exploitatie van geÔmproviseerde explosieven door netwerken van insurgents/terroristen) te voorspellen en te voorkomen.

Nederlandse genisten in Uruzgan gaan hun zoektocht naar bermbommen vanaf medio april 2009 onder meer uitvoeren op luchtschoenen: rubberen veiligheidsschoenen met een lengte van 70 cm, breedte van 35 cm, dikte van 14 cm en een gewicht van 2,6 kg per schoen ten behoeve van het searchen en de-minen.

De zolen van de schoenen, genaamd Matramine, zijn geschikt voor elke ondergrond en kunnen worden opgepompt met 25 liter lucht. Daardoor wordt de druk van het lichaamsgewicht over een groot en flexibel oppervlak verspreid.

Deze drukspreiding verkleint de kans dat een niet ontdekte IED detoneert als de militair erop gaat staan. Wanneer er iets misgaat, hebben de schoenen een licht beschermende werking. Defensie heeft veertig paar van de Matramine aangekocht bij de Franse firma Elastomères de Bigorre S.A. De schoenen zijn geen nieuwe vinding, maar worden door de Nederlandse ISAF-troepen wel voor het eerst gebruikt als bescherming bij het zoeken naar bermbommen.

In de buitenring van Kamp Holland (Tarin Kowt, Uruzgan) is op 11 juni 2009 het Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) oefengebied in gebruik genomen, een zgn. IED-lane. Hier leren nieuwe, naar Uruzgan uitgezonden, eenheden hoe zij geÔmproviseerde explosieven tijdig kunnen herkennen en onschadelijk maken. Doel is om de nieuwkomers in de eerste weken in Uruzgan de IED-awareness aan te scherpen.

Het oefengebied - opgebouwd door de Nederlandse en Australische genie - bestaat onder andere uit een nagebouwde weg, waar de simulatie-explosieven ingegraven worden door de instructeurs. De nieuwe IED-lane geeft een goed beeld van de werkelijkheid. Een instructeur loopt het hele circuit af met de militairen, die zelf de IED's met het blote oog moeten opsporen; na het aantreffen van de (onschadelijke) bom kijken ze naar het soort IED en hoe die in elkaar is gezet. Op die manier krijgen de militairen een goed beeld van de echte explosieven buiten de poort.

De IED's die ingegraven worden, zijn nagemaakte of onschadelijke gemaakte bommen die aangetroffen worden in Uruzgan. Maar ook IED's uit andere gebieden worden gebruikt, want ook die kunnen in Uruzgan worden gevonden. Op 15 oktober 2009 is deze IED-lane vernoemd naar de op 7 september 2009 gesneuvelde sergeant-majoor Mark Leijsen. De 'Mark Leijsen C-IED Trainingslane' draagt de naam van de sergeant-majoor omdat hij een expert was in het opsporen van geÔmproviseerde explosieven.

IED's moeten niet worden verward met UXO's en zgn. ontplofbare oorlogsresten (Explosive Remnants of War, ERW's).

Bron: Kijk, 2012.

Zie ook: asymmetrische oorlogsvoering, daisy chain, explosively formed penetrator (EFP) en trekbom.

Terug naar Boven

 

IMPROVISE, ADAPT, OVERCOME

One-liner van United States Marine Corps gunnery sergeant Tom 'Gunny' Highway in de speelfilm 'Heartbreak Ridge' uit 1986. Highway wordt gespeeld door Clint Eastwood , tevens regisseur van de film:

Improvise

In een onvoorziene situatie iets nieuws bedenken

Adapt

Zich aanpassen aan de nieuwe situatie

Overcome

De nieuwe situatie overwinnen en eigen maken

Korea- en Vietnam-veteraan Tom Highway nadert de pensioengerechtigde leeftijd maar heeft als laatste taak de opdracht een zootje ongeregeld om te smeden tot een zichzelf respecterende eenheid.

Allerlei omgevingsfactoren doen een lafhartige poging roet in het eten te gooien, zoals door hem op te leiden officieren die alleen maar volgens de theorie kunnen werken, zijn ex-vrouw tot wie hij zich nog altijd aangetrokken voelt, zijn eigen drinkgedrag en de hogere legerleiding die hem liever kwijt dan rijk is.

Clint Eastwood, a.k.a. gunnery sergeant Tom 'Gunny' Highway.

Het is geen toeval dat de kreet ook binnen de krijgsmacht regelmatig wordt gebezigd, onder andere bij het Korps Mariniers.

Een vermelding van het citaat is in het boek 'Durf te springen! Persoonlijke ervaringen van een Nederlandse marinier' van Kees Amsterdam (2004, Uitgeverij Bzztôh).

Terug naar Boven

 

INBRAAK

Duits: Einbruch; Eindringen. Engels: breaking-in; penetration. Frans: attaque de rupture.

Fase in de aanval, waarin een vijandelijk opstelling (voorste vijandelijke verdedigingsopstelling, strook) wordt binnengedrongen. Het aanvallend gevecht kent in principe de volgende in elkaar overgaande fasen: naderingsmars (advance-to-contact), inbraak en voortzetting van de aanval.

De inbraak kan worden voorafgegaan door een inleidende gevechtsactie (voorbereidende beschieting met behulp van vuursteunmiddelen en/of gevechtshelikopters op de locatie van de inbraak dan wel het zwaartepunt van de aanval) om de inbraak in het vijandelijk weerstandsgebied gemakkelijker te maken. Rookvuren kunnen de inbraak maskeren.

Tijdens de inbraak zijn er een piekverbruik van klasse V en een piekaanbod van gewonden; luchtgewondentransport is in de regel niet mogelijk. Wanneer de voorste eenheid de inbraak heeft voltooid, haar flanken beveiligt en zich voldoende diepte heeft bevochten, kunnen opvolgende eenheden worden ingezet voor de voortzetting van de aanval.

Zie ook: aanvallend gevecht, advance to contact en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

INCIDENT REPORT

Rapport dat vanaf een positie dient te worden opgemaakt wanneer een incident heeft plaatsgevonden.

Een incident kan in een militaire setting worden gedefinieerd als een voorval dat stoort, van voorbijgaande aard is en niet inhoudt dat er vijandelijkheden worden voortgezet.

Een incident report wordt doorgegeven via de radio aan de Ops-room op een compound. Op de Ops-room komen alle rapporten met meldingen vanuit verschillende posities binnen, onder andere bij Peace Support Operations.

A

Tijdstip van de waarneming

D

Locatie

F

Groepering; sterkte; bewapening

L

Omschrijving incident

Zie ook: Ops-room.

Terug naar Boven

 

INCLINATIE

De aarde heeft een magnetische noord- en zuidpool. De magnetische noordpool valt echter niet samen met de geografische noordpool. Het verschil heet declinatie. Ook de magnetische velden op aarde lopen niet keurig horizontaal: de sterkte van deze magnetische velden, die uitwerken op de magneetnaald in het kompashuis, heet inclinatie.

Vanwege de inclinatie blijft de magneetnaald nooit helemaal liggen: de naald kan door de magnetische schommelingen niet vrij ronddraaien in het kompashuis en wordt daardoor belemmerd in het correct aanwijzen van het noorden.

De inclinatie hangt, evenals de declinatie, af van de plaats waar u zich op aarde bevindt. Als een kompas op het zuidelijk halfrond wordt gebruikt (specifieker: in Afrika of AustraliŽ) is het mogelijk dat het kompas onbruikbaar is. In Nederland en het grootste deel van Europa heeft de inclinatie nauwelijks effect op het uitzetten van kompasstanden.

Voor het werken met kaart en kompas is inclinatie minder belangrijk dan declinatie.

Terug naar Boven

 

INDAS

Betekent: Individueel Aanvullingssysteem. Ook genoemd: filler-systeem (uit het Engels: “Iemand die vult”).

Personeelsaanvullingssysteem waarbij individuen als nieuw op te leiden of al opgeleide beroeps- of dienstplichtige militairen in gedeelten opkomen bij én instromen in een eenheid.

In het dienstplichttijdperk was het INDAS in het bijzonder van toepassing op staf- én gevechtsverzorgings- of logistieke eenheden, terwijl de manoeuvre-eenheden vooral pelotons- en compagniesgewijs werden gevuld.

Zie ook: ONDAS en rekruut.

Terug naar Boven

 

INDIANENBRUG

Dubbele touwbrug, waarbij twee horizontale touwen parallel boven elkaar zijn gespannen. Het bovenste touw geeft steun aan de handen, het onderste is het looptouw. De indianenbrug is een hulpmiddel om een hindernis (ravijn, rivier) over te steken en wordt vaak gebruikt bij grensverleggende activiteiten.

De hindernis kan het beste zijwaarts schuifelend worden overbrugd: de voeten zijn daarbij loodrecht op het touw geplaatst, de overgang tussen hak en zool van de gevechtslaarzen is in het touw geplaatst. Steeds dient met beide touwen contact te worden gehouden: de armen ietwat gestrekt en gespreid, het bovenlichaam een beetje naar voren hangend.

Terug naar Boven

 

INDISCH INSTRUCTIE BATALJON

Terug naar Boven

 

INDIVIDUELE HULPVERLENING

De Afdeling Individuele Hulpverlening (AIH; gevestigd in Amersfoort) van de Koninklijke Landmacht (KL) is regionaal georganiseerd in Eindhoven, Utrecht en Zwolle (en voorheen ook in Seedorf).

De regio's worden Sectie Individuele Hulpverlening (SIH) genoemd.

De SIH's werken ten behoeve van de in de regio geplaatste militairen, maar ook partners, gezinsleden en veteranen kunnen er terecht voor een hulpvraag.

AIH/SIH zijn tweedelijns hulpverleners, die specialistische zorg leveren bij psychische en psycho-sociale problemen.

Bij AIH/SIH werken psychologen, psychotherapeuten, gespecialiseerde maatschappelijk werkers en psychiaters. Wie zich aanmeldt bij AIH/SIH heeft hoofdzakelijk psychische of psychosociale problemen die het tijdelijk en plaatselijk onmogelijk maken een leven te leiden dat bevredigend mag worden genoemd. Lichamelijke en/of psychische klachten, relatie- en/of werkgerelateerde problemen liggen hieraan ten grondslag:

► Lichamelijke klachten
Hoofdpijn; hyperventilatie; lage rugpijn; oververmoeidheid; slaapproblemen.

► Psychische klachten
Angstgedachten en –gevoelens; concentratieproblemen; depressie; futloosheid; geen uitkomst meer weten; nervositeit.

► Relatieproblemen
Eenzaamheid; geen vrienden kunnen maken / vasthouden; problemen met de kinderen; zich onbegrepen voelen in een privťrelatie.

► Werkgerelateerde problemen
Niet (meer) aankunnen van de opgedragen werkzaamheden; ruzie met collega's / onderhebbenden / meerderen; zich onbegrepen voelen in een werkrelatie.

In iemands leven kunnen zich ingrijpende gebeurtenissen ('life events') voordoen, niet alleen tijdens uitzendingen.

Het ontstaan van psychische en psycho-sociale problemen is dikwijls niet direct duidelijk. Vaak uiten de problemen zich in een combinatie van lichamelijke / psychische klachten en relatiegerelateerde / werkgerelateerde problemen.

Terug naar Boven

 

INFANTERIE

Infanterie.
infantry.
infanterie.

Militair van het wapen ("Groot en Sterk") der infanterie, een gevechtseenheid die de directe strijd in bossen, te velde en in oorden voert. Ook "Koningin van het Slagveld" genoemd. Van oudsher zijn infanteristen het voetvolk van de krijgsmacht.

Vandaag de dag wordt binnen de Nederlandse krijgsmacht een onderscheid gemaakt in commando's, pantserinfanteristen, luchtmobiele infanteristen en mariniers; beide laatsten worden gerekend tot de lichte infanterie.

Commando (bij het Korps Commandotroepen):

103 Commandotroepencompagnie

 Roosendaal

104 Commandotroepencompagnie

105 Commandotroepencompagnie

108 Commandotroepencompagnie

Luchtmobiele infanterist (bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault):

11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Schaarsbergen

12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Schaarsbergen

13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault

Assen

Panterinfanterist (bij een pantserinfanteriebataljon):

17 Pantserinfanteriebataljon

Oirschot

42 Pantserinfanteriebataljon

Oirschot

44 Pantserinfanteriebataljon

Havelte

45 Pantserinfanteriebataljon

Ermelo

Bijnamen van de infanterist: infantroos, heihaas, zandhaas en zandhapper.

Militairen in de InitiŽle Militaire Opleiding (IMO) worden primair opgeleid als infanterist. De infanterie levert direct een bijdrage aan de hoofdtaak van de Koninklijke Landmacht: het leveren van gevechtskracht en/of crisisbeheersingsvermogen. De kern van elke krijgsmacht wordt gevormd door de militairen die het grond(nabij)gevecht voeren.

De militairen worden met gevechtsvoertuigen (pantserinfanterie) of helikopters (luchtmobiele infanterie) naar de plaats van inzet gebracht. De infanterist maakt gebruik van (semi-)automatische kleinkaliberwapens (kkw), mortieren en antitankwapens. Ook beschikt de infanterie over geavanceerde communicatiemiddelen, laserapparatuur en verschillende soorten nachtzichtapparatuur.

Aan de Otterloseweg in Harskamp bevindt zich het Infanterie Museum. Dit is geopend van maandag tot en met vrijdag van 13.00 tot 16.00 uur en de toegang is gratis. De collecties in het Infanterie Museum geven van alle bestaande ťn opgeheven infanterieregimenten een goed historisch beeld.

Het driemaandelijks verschijnende vakblad van de infanterist, uitgegeven door de Vereniging Infanterie Officieren (VIO), heet 'De Infanterist'. In december 2005 verscheen het 40e nummer van 'De Infanterie'.

De huidige bakermat van de infanterist is de Infanterieschool op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMAN) op de Bernhardkazerne in Amersfoort.

Op 17 december 2004 reikte kolonel b.d. Joop Lodders het eerste exemplaar van het boek 'Het Wapen der Infanterie. Geschiedenis en tradities van de Nederlandse infanterie' uit aan de voorzitter van de Wapentraditieraad Infanterie, generaal-majoor Peter van Uhm. Het boek is bedoeld voor cadetten van de KMA en aspirant-onderofficieren van de KMS.

Omslag 'Het Wapen der Infanterie'.

Zie ook: bloedgroepfout, ersatz, lichte infanterie, pantserinfanterie en rode baret.

Terug naar Boven

 

INFANTERIE, LICHTE

Infanterie toegerust of manpacked met uitrusting die 'licht' in gewicht te noemen is. Behalve kleinkaliberwapens gebruikt de lichte infanterie onder andere antitankwapens met grote vuurkracht, zoals Dragon, Gill en TOW.

De vuurkracht van de wapens en wapensystemen is allesbehalve gering. Hoewel de wapens hebben in de loop der jaren een miniaturisering hebben doorgemaakt, bepaalt de 'lichtgewichte' bewapening nog steeds in grote mate de draagwijdte van het optreden van de lichte infanterie. Het gewicht van zowel bewapening als uitrusting blijft van cruciaal belang.

Eenheden met lichte infanterie hebben ook de beschikking over geŽigende gevechtssteun, bijvoorbeeld met genie-, luchtverdedigings- en vuursteunmiddelen, en gevechtsverzorgingssteun, zoals die van geneeskundig personeel.

In Nederland wordt de lichte infanterie binnen de krijgsmacht vertegenwoordigd door:

Luchtmobiele infanterie

Eenheden van 11 Luchtmobiele Brigade (11 LMB) van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) - 11 Infanteriebataljon Air Assault, 12 Infanteriebataljon Air Assault en 13 Infanteriebataljon Air Assault - zijn met transporthelikopters door de lucht verplaatsbaar over het gevechtsveld.

 

Maritieme infanterie

Eenheden van de Marine Combat Groups (mariniersbataljons) van het Korps Mariniers van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) - 1st en 2nd Marine Combat Group - zijn "maritime special operations capable".

De mariniers, zowel amfibisch als door de lucht verplaatsbaar, zijn gespecialiseerd in maritieme speciale operaties (samen met de Netherlands Maritime Special Operations Forces, NLMARSOF), amfibische operaties en expeditionair landoptreden met lichte infanterie-eenheden.

 

Speciale infanterie

Eenheden van het Korps Commando Troepen (KCT) - de Special Forces van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) - voeren met verschillende middelen van vervoer diep in vijandelijk gebied verkennende of gevechtstaken uit in het kader van speciale operaties voor bondgenootschappelijke verdedigings- en crisisbeheersingstaken.


Eenheden lichte infanterie, in de regel met vergelijkbare dan wel elkaar aanvullende specialismen en onderling uitwisselbare taakstellingen, kenmerken zich door:

► geschikt voor optreden onder afwijkende geografische en/of klimatologische omstandigheden, zoals bergachtig terrein, jungle, poolgebied of tropen;

► organiek te voet dan wel met lichte voertuigen opererend;

► relatief geringe logistieke footprint;

► relatief langdurig zelfvoorzienend (zelfstandig), van 72 uur tot weken;

► snel inzetbaar;

► strategisch en tactisch mobiele mobiliteit.

Zie ook:11 Infanteriebataljon Air Assault, 12 Infanteriebataljon Air Assault, 13 Infanteriebataljon Air Assault, Air Manoeuvre Brigade, gevechtssteun (Combat Support), gevechtsverzorgingssteun (Combat Service Support), infanterie, Korps Commandotroepen, Korps Mariniers en Special Forces.

Terug naar Boven

 

INFANTERIELIED

Geschreven in de jaren '40 van de 20e eeuw:

"Wij zijn van d'infanterie, het wapen groot en sterk.
Door alle eeuwen heen was zij de draagster van het gewin.
Voorwaarts granaat gereed, op de vijand in.
Volhard door alles heen, grijpt hem aan, slaat hem neer en overwin."

De originele tekst met de overige coupletten hangt in de hal van de Infanterieschool op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan) in Amersfoort:

Terug naar Boven

 

INFANTERIESCHIETKAMP

Afgekort: ISK.

Het ISK (sinds 2010 ook Defensie Schietkamp - DSK - genoemd) maakt deel uit van de Legerplaats Harskamp. Het is gelegen ten noordwesten van het Nationaal Park 'De Hoge Veluwe' in Harskamp, gemeente Ede.

Foto-impressie van het Infanterie Schietkamp in Harskamp.

De historie van het ISK gaat terug naar 1 september 1899, toen het eerste schot werd afgevuurd op een schietterrein dat tegenwoordig het schietkamp wordt genoemd. Het Veluwse landschap van 3.000 hectare was door de toenmalige landmacht aangekocht vanwege de invoering van een nieuw geweer, de Oostenrijks-Hongaarse Steyr Mannlicher M95, een kleinkaliberwapen met een dracht van meer dan 1.000 meter.

Het ISK valt onder het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan) in Amersfoort. Vandaag de dag wordt het ISK gerund door zo'n 70 mensen, onder wie Ī 25 militairen die zorgen voor onderhoud, planning van de schietactiviteiten, terreinbeheer en veiligheid.

Met uitzondering van tanks, artillerie en anti-tank lange dracht, kan op het ISK met alle wapens worden geschoten. Het ISK beschikt over banen met een lengte van 100, 300 en 500 meter voor kleinkaliberwapens en daarnaast over de gevechtsbaan en schietbanen voor draagbare anti-tankwapens en mitrailleurs.

De schietbanen zijn gelegen aan een rondweg met de doelen en de onveilige gebieden naar binnen gericht; de onveilige gebieden overlappen elkaar.

Jaarlijks maken zo'n 125.000 schutters gebruik van de faciliteiten op het ISK. Na aanpassingen kunnen in de nabije toekomst in het gehele terrein gevechtsoefeningen met scherpe munitie (Live Firing) plaatsvinden. De noodzaak tot het schieten met scherpe munitie is groot, uitgaande van het principe Train As You Fight.

Militair oefen- en schietterrein omgeving Harskamp.

Op 15 mei 2007 heeft de Legerplaats Harskamp officieel de toevoeging 'Generaal Winkelmankazerne' gekregen. Commandant Landstrijdkrachten luitenant-generaal Peter van Uhm doopte de kazerne door een monument te onthullen dat zich naast de ingang bevindt.

De naam was tot 2004 verbonden aan de gelijknamige kazerne aan de Elspeterweg in Nunspeet, waar tot dan toe 200 Bevoorradings- & Transportbataljon gelegerd was. In dat jaar werd met de sloop begonnen.

Zie ook: gevechtsbaan en muiterij in de Harskamp.

Terug naar Boven

 

INFILTRATIE

Einsickern.
infiltration.
infiltration.

Afgekort: infil.

Techniek waarbij zo onopgemerkt mogelijk, liefst 's nachts of tijdens verminderd zicht, wordt binnengedrongen in en verplaatst door, langs, in of om vijandelijk weerstandsgebied met als doel offensief op te treden tegen vijandelijke activiteiten.

Bij een infiltratie worden de vijandelijke gebieds- en objectbeveiliging misleid en wordt (vuur)contact met en onderkenning door de vijand vermeden.

De infiltratie kan worden aangewend om:

► belangrijke gebieden ter ondersteuning van de hoofdaanval te vermeesteren

► een vijandelijke achtergebiedsoperatie te verstoren

inlichtingen te verkrijgen

► vijandelijke opstellingen in de flank of de rug aan te grijpen

► vijandelijke terugtochtwegen af te snijden

Soms is na uitvoering van de opdracht een exfiltratie nodig om naar eigen gebied terug te keren. De exfiltratie (terugverplaatsing) wordt op dezelfde manier uitgevoerd als de infiltratie (heenverplaatsing).

Infiltratie kan worden toegepast in elke manoeuvrevorm, maar vindt in de regel plaats door kleine ploegen, groepen of individuen, met name door Special Forces en overige infanterie.

Infiltranten komen vervolgens in de diepte van het vijandelijk weerstandsgebied bij elkaar om een aanval of raid (overvalling) uit te voeren.

Vooral het optreden in verstedelijkte gebieden biedt goede mogelijkheden voor infiltratie door infanterie. De bebouwing met zijn ruime dekking en beperkte waarnemingsmogelijkheden leent zich uitstekend voor infiltraties te voet, vooral bij verminderd zicht.

Offensieve activiteiten die tezelfdertijd kunnen plaatsvinden zijn bijvoorbeeld een flankerende (tegen)aanval, inleidende gevechtsactie, omtrekking, ontplooiing van Stay Behind Forces of verkenning.

Terug naar Boven

 

INITIATIEF

Initiative.
initiative.
initiative.

De beoordeling van de toestand, besluitvorming en uitvoering in het gevecht van kortere duur laten zijn dan die bij de vijand. Dit is mogelijk door een hoog operationeel tempo, op zijn minst plaatselijk en tijdelijk, liefst continu. Hiertoe kan onder andere worden bijgedragen door informatiesuperioriteit in de beslissingscyclus (O.O.D.A.-loop).

Door een hoog operationeel tempo (snelheid), gerealiseerd door inzet, doorzettings- en improvisatievermogen, ťn vrijheid van handelen wordt de verrassing in het optreden bevorderd dan wel worden de voorwaarden van het gevecht gunstig beÔnvloed.

Initiatief is daarnaast zowel een doel als een middel om vrijheid van handelen te verkrijgen en te behouden. Het initiatief aan de vijand laten is ongunstig; de volharding en de wil van de vijand moeten worden doorbroken door in te breken in de besluitvormings- en uitvoeringscycli van de vijand.

De gebeurtenissen moeten worden beheerst in plaats van te reageren op de gebeurtenissen (proactief i.p.v. reactief). Proactiviteit sluit niet uit dat in bepaalde gevallen – bijvoorbeeld in Peace Support Operations (PSO) – berusting of geduld vereist is. Een methode om proactiviteit te realiseren in PSO is de andere partij(en) haalbare maar strikte doelstellingen en tijdslimieten op te dragen. Door pressie op de andere partij(en) te houden cq. op te voeren, zal het initiatief behouden blijven of wordt zij juist verkregen. Op het politiek-strategische operationele niveau blijft het momentum gehandhaafd.

Initiatief is een van de grondbeginselen van militair optreden.

Terug naar Boven

 

I.N.K.-MANAGEMENTMODEL

Model van het Instituut Nederlandse Kwaliteit (INK, externe link) dat de hoofdprocessen (besturingsniveaus) in een organisatie beschrijft:

Op strategisch, tactisch en operationeel niveau wordt respectievelijk de koers in een organisatie bepaald, vertaald en gehouden:

Richten

Inrichten

Verrichten

► Strategisch niveau

► Koers bepalen
(missie / visie)

► Welke resultaten (effecten) moeten in grote lijnen worden bereikt?

► Tactisch niveau

► Koers vertalen
(verbinding maken tussen beleid en uitvoering) en voorwaarden scheppen

► Welke structuur (organisatie en processen) is nodig om dat te realiseren?

► Operationeel niveau

► Koers houden

► Wie, wat, waar en wanneer? (op detailniveau)

► In de ingezette richting doorgaan door monitoring en bijsturing

Terug naar Boven

 

INFRASTRUCTUUR

Infrastruktur.
infrastructure.
infrastructure.

Het geheel van onroerende voorzieningen dat in of op de bodem is aangebracht en van blijvende en statische aard is. Tot de infrastructuur behoren onder andere (spoor- en water)wegen, vliegvelden, rioleringen, pijpleidingen, opslagplaatsen, openbare nutsvoorzieningen zoals telecommunicatie en (water)krachtcentrales, omheiningen, industrieterreinen, havens, bruggen en bekabeling.

Alle infrastructuur geldt als potentieel doel voor een vijand.

Volgens 'Krijgsmacht: studies over de organisatie en het optreden' (2004) is "minder dan ťťn procent van het Nederlandse grondgebied" militaire infrastructuur, dat wil zeggen: infrastructuur die in gebruik is bij het ministerie van Defensie. Tot het direct ruimtebeslag behoren oefen- en schietterreinen, kazernes, vliegkampen en -bases, een vlootbasis en logistieke inrichtingen zoals kantoren, werkplaatsen, munitie- en magazijncomplexen, spoorwegemplacementen (raccordementen), zendstations, forten en oorlogskerkhoven.

In relatie tot het optreden in verstedelijkte gebieden is infrastructuur een element om in de besluitvorming en commandovoering rekening mee te houden. Zo kan de genie de infrastructuur aanpassen (herstel, uitbreiding of verbetering) of juist in stand houden. Dat zal in het inzetgebied vaker nodig zijn, aangezien militair optreden aan de periferie van het verdragsgebied van de NAVO en elders eerder regel dan uitzondering is geworden. Niet alleen deze capaciteit kan door de genie worden gegenereerd: zij kunnen infrastructuur eveneens vernietiging of het gebruik ervan ontzeggen.

Voor gevechtseenheden bepaalt de hoeveelheid en het soort infrastructuur bijvoorbeeld hoeveel mankracht voorwaarts te sturen, al dan niet af te zien van voertuigbewegingen in oorden, het beschikken over locaties voor eigen troepen en het behoud dan wel verkrijgen van freedom of movement (FOM).

Zie ook: H.N.B.I.W.V.

Terug naar Boven

 

INITIËLE MILITAIRE OPLEIDING

Afgekort: IMO. Voorheen Algemene Militair Opleiding genoemd. Opleiding die in principe aan iedere rekruut wordt gegeven, of die nu tot de manschappen (soldaat of korporaal), onderofficieren of officieren zal behoren. Rekruten die door de werving en selectie zijn gekomen krijgen bij het met goed gevolg volbrengen van de IMO de stand van soldaat der tweede klasse. Na de IMO volgt de Functie Opleiding (FO). De FO's zijn zeer verschillend; bij de manschappen is er keuze uit ± 200 verschillende soorten functies. Na het met goed gevolg volbrengen van de FO worden de soldaten der tweede klasse bij de operationele eenheid gepromoveerd tot de stand van soldaat der eerste klasse.

De IMO leidt op in de militaire basisvaardigheden (skills en drills). Voor de manschappen wordt de IMO verzorgt door één van de vier (sinds 2007: drie) schoolbataljons:

SCHOOLBATALJON KAZERNE LOCATIE
Noord Johan Willem Frisokazerne Assen
Centraal Jan van SchaffelaerkazerneErmelo***
Zuid Generaal-majoor De Ruijter Van Steveninckkazerne Oirschot
Luchtmobiel Oranjekazerne Schaarsbergen

*** Opgeheven in 2007.

Logo Schoolbataljon Luchtmobiele Brigade (11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault).

In de keuze van onderwerpen wordt tijdens de IMO/AMO de nadruk gelegd op:

Algemene crisisbeheersing (ACB)

Ammunition awareness (AAW)

Camoufleren

Exercitie

Gevechtsopleiding buddysysteem (GOBS)

Grensverleggende activiteiten (GVA)

HygiŽne en preventieve gezondheidszorg (HPG)

Inwendige dienst

Kaartlezen

Koken te velde

Materieelherkenning

Militair recht

Militaire ethiek

NATO-spelalfabet

Organisatie

Persoonlijke bescherming tegen CBRN-middelen

Verplaatsingen te voet

Wapen- en schietopleidingDiemaco

Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH)

De IMO wordt verzorgd door het Opleidingscentrum voor Initiële Opleidingen (OCIO) in Ermelo, dat ressorteert onder het Opleidings- en Trainingscommando (OTCO) - sinds juni 2003 de opvolger van het Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL).

Vandaag de dag is het mogelijk dat een gedeelte van de IMO wordt verzorgd door de operationele eenheid waar de instromende militair wordt geplaatst, met name onder de noemer Voortgezette Militaire Opleiding (VMO).

Terug naar Boven

 

INITIAL COMMANDERS' BACKBRIEF (ICBB)

Afgekort: ICBB.

Het doel van de ICBB, die volgt na stap 2 van het OATDOEM (A van Analyse van de opdracht), is om vast te stellen dat de commandant en de ondercommandant op dezelfde lijn zitten voor wat betreft de analyse van de opdracht.

De ICBB is een persoonlijk gesprek tussen de commandant en zijn ondercommandant. De ondercommandant dient hiervoor zijn eigen bewoordingen te kiezen en ondersteunt de ICBB met:

► gegevens uit het waarschuwingsbevel

► een oleaat of operatieschets

► een tijdactiviteitenschema (TAS, tijdsbalk) met opgedragen en afgeleide tijden

Voor de ICBB kan de commandant naar de locatie van zijn ondercommandant gaan of op zijn eigen locatie blijven.

Onderwerpen die kunnen worden besproken zijn:

► Wat is volgens de opdracht uw rol in het geheel?

► Wat is volgens de opdracht de doelstelling (gewenste effect, end state) die u moet behalen?

► Wat is volgens de opdracht uw hoofdtaak?

► Heeft u een aanvullende informatiebehoefte / coördinatiebehoefte om de opdracht te kunnen uitvoeren?

► Welke kansen / bedreigingen zijn gerelateerd aan de opdracht?

► Welke kritieke punten heeft u onderkend en wat zijn uw oplossingen hiervoor?

Met de uitgifte van een waarschuwingsbevel geeft de ondercommandant zo snel mogelijk na de ICBB de relevante beschikbare informatie door aan zijn eenheid.

De ICBB is niet hetzelfde als de 1e CT.

Zie ook: Commander’s Intent, Confirmation Brief, denken in effecten, Final Commanders' Backbrief (FCBB), OATDOEM, Tactisch Besluitvormings Model (TBM).

Terug naar Boven

 

INITIAL ENTRY CAPABILITY

Afgekort: IEC. De beginfase in de ontplooiing van een eenheid in een crisisbeheersingsoperatie gericht op het zonodig gewapenderhand verkrijgen van toegang tot het gebied. Feitelijk gaat het er dus om dat eenheden binnen no-time de deur intrappen om zich een toegang tot het gebied te verschaffen. De Initial Entry onderscheidt zich van de Follow On, waarin de overige, niet-Rapid Deployable eenheden de taken van de Initial Entry overnemen.

De Nederlandse Initial Entry Forces behoren tot het Korps Mariniers en 11 Air Manoeuvre Brigade; hierbij gaat het om respectievelijk twee mariniersbataljons die ressorteren onder de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM; 1 MARNSBAT en 2 MARNSBAT, beide gestationneerd op de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn) en drie infanteriebataljons luchtmobiel, t.w. 11, 12 en 13 INFBAT LUMBL.

De vijf genoemde gespecialiseerde bataljons zijn snel beschikbaar voor bijzondere gevechts- en crisisbeheersingstaken, terwijl de eenheden van de Gemechaniseerde Brigades van de Koninklijke Landmacht, naast een taakstelling binnen bijvoorbeeld de NATO Response Force (NRF), zijn voorbehouden voor Peace Support Operations. Het Korps Mariniers (grondgebonden optreden in combinatie met amfibische operaties) levert eenheden aan de Supreme Allied Commander Atlantic (SACLANT) en de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), 11 Air Manoeuvre Brigade (grondgebonden optreden in combinatie met gevechts- en transporthelikopters) enkel aan de SACEUR.

Omdat crisisbeheersingsoperaties een steeds 'harder' karakter krijgen - veroorzaakt door zowel de risico's verbonden aan het ingrijpen in intrastatelijke conflicten (Bosnië, Afghanistan, Irak) als de opkomst van het internationaal terrorisme - is er binnen de NAVO een groeiende behoefte gebleken aan escalatievermogen in de vorm van flexibel inzetbare en hoogwaardige Rapid Deployable-eenheden plus een groter belang van Force Protection.

Binnen het snel inzetbare High Readiness Forces (Land) Headquarters 1 GE/NL Corps is 11 Air Manoeuvre Brigade voorbestemd om deel uit te maken van de Initial Entry Capability van de NAVO-landstrijdkrachten. Binnen enkele jaren zal de Duitse Division Lüftbewegliche Operationen hier in een samenwerkingsverband eveneens deel van uitmaken. Vooralsnog heeft de IEC van 11 Air Manoeuvre Brigade een uniek (en daarom schaars) karakter binnen de Europese NAVO-strijdkrachten. In oktober 2003 heeft in Polen de legerkorpsoefening GAINFUL SWORD plaatsgehad; deze oefening, waarin 11 Air Manoeuvre Brigade haar Operationele Gereedheids Status (OGS) heeft behaald, heeft aangetoond dat de brigade als Initial Entry Force kan worden ingezet.

Operaties in het kader van Initial Entry kunnen ook worden uitgevoerd door de NATO Response Force; de NATO Response Force zal zich richten op snelle inzet binnen het gehele geweldsspectrum, inclusief artikel-5-operaties en Peace Enforcement.

Zie ook: follow-on force.

Terug naar Boven

 

INKTVLEKSTRATEGIE

inkspot strategy; fortified hamlet-strategy.

Strategie die is gericht op het winnen van hearts & minds. De uitvoering ervan begint in oord X en breidt zich vervolgens circulair uit naar alle kanten, zoals bij een inktvlek.

In oord X wordt met name aandacht besteed aan vraagstukken op het gebied van ondersteuning van het civiel bestuur, infrastructuur, (weder)opbouw en veiligheid.

Zodra oord X door de eigen eenheden controleerbaar is, zal de actieradius van de eigen eenheden worden vergroot, waarna het (relatief) rustige, gecontroleerde en (uit)ontwikkelde oord X bijvoorbeeld gevoeglijk kan worden overgedragen aan lokale en/of geallieerde troepen.

Een voorbeeld van de inktvlekmethode: de binnenste, groene vlek is de wederopbouwzone (build). De gele vlek is de veiligheids- en beÔnvloedingszone (clear & hold). De buitenste, rode vlek is de ontwrichtingszone (shape).

 

Build

 

► InitiŽle focus van de operatie, in de regel een gebied dat permanent door coalitietroepen wordt bezet om de bevolking 24/7 te beschermen en de bevolking de coalitietroepen het meest steunt.
► Belangrijkste gebied voor civielgerichte activiteiten.
► In dit gebied geen kinetische operaties zonder toestemming van de civiele commandant.
► De inktvlek wordt pas uitgebreid als die volledig veilig is.

Clear & Hold

 

► Focus op de bescherming en beÔnvloeding van de bevolking.
► Lokale leiders moeten worden overtuigd om mee te doen.
► Als aan de voorwaarden is voldaan, kan de inktvlek uitbreiden.

Shape

► Focus op het verzamelen van inlichtingen en het optreden van Special Forces.
► Doel is het ontwrichten van de opponent, de balans te verstoren en de volgende inktvlek te selecteren.
► Als aan de voorwaarden is voldaan en voldoende troepen beschikbaar zijn, kunnen de 'shaping operations' van start gaan.

De inktvlek zal zich in eerste instantie verspreiden door vanuit de compound (sociale) patrouilles uit te voeren naar en in de nog niet gecontroleerde oorden in het gebied. Daar wordt met de lokale bevolking kennisgemaakt, gekeken naar overeenkomsten/verschillen in machtsstructuren en de inlichtingenstatus over de oorden geverifieerd.

De strategie werkte al tijdens de Britse campagnes in MaleisiŽ in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw en - zij het in mindere mate - bij de Amerikaanse militairen in de Vietnamoorlog.

Vanaf ISAF Stage-III (2006) in Afghanistan is de inktvlekstrategie door de Britse luitenant-generaal David J. Richards heringevoerd. Hier is de beleid vooral gericht op het indammen van counter-insurgency (COIN).

Zie ook: counter-insurgency (COIN), hearts & minds, Special Forces, strategie en Vietnamoorlog.

Terug naar Boven

 

INLICHTINGEN

Aufklšrung.
intelligence (intell).
renseignement.

Een definitie van militaire inlichtingen is:

"Het product van het verzamelen en verwerken¹ van gegevens over vreemde mogendheden, (potentieel) vijandelijke (elementen van) reguliere strijdkrachten, irregulier strijdende partijen en over gebieden en omstandigheden waarin wordt opgetreden of in de toekomst mogelijk moet worden opgetreden.”

¹ verwerken: vastleggen, evalueren, analyseren, integreren en interpreteren van antwoorden van verzamelorganen, eenheden en andere inlichtingenstaven.

Inlichtingen onderscheiden zich van informatie door integratie met of interpretatie aan de hand van al bestaande informatie of inlichtingen.

Militaire inlichtingen zijn een voorwaarde voor het goed kunnen functioneren van militaire eenheden:

► geven een vollediger en, vaak, actueel beeld van de Siituational Awareness in de operationele omgeving;

► genereren kennis van en begrip over de activiteiten, mogelijkheden en intenties van relevante actoren;

► zorgen ervoor dat de beschikbare capaciteiten zo effectief mogelijk worden ingezet om het verloop van een operatie zo gunstig mogelijk te beÔnvloeden.

Inlichtingen zijn het werkgebied van de gehele Inlichtingen & Veiligheid (I&V)-keten van de krijgsmacht, van de sectie 2 / G2 tot en met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

Een voorbeeld van het inlichtingenproces, van intell-gathering (verzamelen) tot intell-sharing (delen):

In een inzetgebied vallen tijdens een patrouillegang bepaalde feiten en omstandigheden op.

De patrouillecommandant rapporteert dit bij terugkomst op de compound aan de Intell Cell, die de aangeleverde informatie evalueert en analyseert.

De Intell Cell voegt de informatie uit meerdere patrouilleverslagen en andere informatiebronnen samen, interpreteert het totaalbeeld en verspreidt de aldus verkregen inlichtingen, bijvoorbeeld wanneeer een nieuwe patrouille de poort uitgaat.

Wanneer inlichtingen onmiddellijk moeten worden gebruikt, wordt gesproken van "hot intell".

De Intell Cell zal het personeel van de militaire eenheden in het inzetgebied zo veel mogelijk informeren over de stand van zaken aan de hand van Intelligence Summaries (IntSums).

De inlichtingencyclus - het proces van het inwinnen van informatie tot en met het kunnen gebruiken van militaire inlichtingen - kent de volgende stadia:

InitiŽren

Op basis van de inlichtingenbehoefte van een commandant.

Verzamelen

Aan de hand van het inlichtingenverzamelplan ter voorkoming van duplicering van opdrachten: wie verzamelt wat, waar en wanneer.

Verwerken
&
Analyseren

Is de informatie militair relevant, uit betrouwbare bron, waarschijnlijk en tijdig beschikbaar?

Verspreiden
&
Gebruiken

Door schriftelijke rapportages (Intelligence Summaries, INTSUM's), briefings, bevelen, opdrachten en mondelinge mededelingen.

Er worden verschillende soorten inlichtingen onderscheiden: Human Intelligence (HUMINT), Imagery Intelligence (IMINT), Open Source Intelligence (OSINT) en Signal Intelligence (SIGINT).

OSINT (Open Source Intelligence)

Via

Media (onder andere CNN en BBC World Service), internet, overige open nieuwsbronnen.

 

Voordeel

Veel informatie over veel onderwerpen snel ter beschikking.

 

Nadeel

Vaak niet militair relevant en/of niet betrouwbaar.

 

Niveau

1 Duits-Nederlands Legerkorps (1GNC)
► brigades
► Operationele Commando's (OpCo's)

SIGINT (Signal Intelligence)

Via

Interceptie van uitzendingen in het elektromagnetisch spectrum d.m.v. telecommunicatiemiddelen, radaremissies, navigatiesystemen en telemetriesystemen.

 

Niveau

► 102 Elektronische Oorlogvoerings (EOV-)compagnie
► Verbindingsbataljons

IMINT (Imagery Intelligence)

Via

Maken en interpreteren van luchtfotografie door Remotedly Piloted Vehicles (RPV’s).

 

Niveau

► 107 Aerial Systems Batterij (voorheen: 101 RPV-compagnie)

HUMINT (Human Intelligence)

Via

Verzameld door personeel van de verkenningseskadrons en KCT (die, al dan niet diep, in vijandelijk gebied informatie verzamelen), inlichtingen- en doelopsporingsorganen.

 

Niveau ► 101 Doelopsporingsbatterij (voorheen: Artilleriedoelopsporing)
103 Grondgebonden Verkenningseskadron (JISTARC)
104 Grondgebonden Verkenningseskadron (JISTARC)
► 106 Inlichtingeneskadron (voorheen: 101 Militaire Inlichtingenpeloton)
Korps Commandotroepen

Zie ook: intell, Intelligence Preparation of the Battlefield (IPB), ISTAR, JISTARC en Situational Awareness.

Terug naar Boven

 

INLICHTINGENCYCLUS

Nachrichtenbearbeitung; Aufklšrungszyklus.
intelligence cycle.
cycle du renseignement.

Afgekort: inlncyc.

Systematisch en doelgericht uitgevoerde inlichtingenactiviteiten om belanghebbende gebruikers te voorzien van inlichtingen. Het proces heeft als doel om gegevens om te zetten in inlichtingen ten behoeve van besluitvorming, bevelvoering (Situational Awareness) en doelbestrijding (targeting).

De belanghebbende gebruikers zijn in de regel de commandant en zijn staf en hogere, neven- en lagere commandanten.

De inlichtingencyclus vangt aan met de behoefte aan inlichtingen en wordt afgerond met het aanleveren van het gewenste inlichtingenproduct.

De inlichtingencyclus bestaat uit de fasen:

► InitiŽren (Direction)

In gang zetten van de inlichtingenwerkzaamheden op basis van richtlijnen van de commandant.

► Verzamelen (Collection)

Verzamelen van gegevens over de factoren terrein, weer en opponent/partijen.

► Verwerken (Processing)

Registreren, evalueren, analyseren, integreren en interpreteren van gegevens tot (gevechts)inlichtingen.

► Verspreiden (Dissemination)

Verspreiden van (gevechts)inlichtingen naar de belanghebbende gebruikers.

Inlichtingenactiviteiten vinden plaats in een vast patroon dat zichzelf voortdurend herhaalt en worden dan ook nooit afgesloten.

De analyse van de factoren weer, terrein en dreiging bij een operatie wordt Intelligence Preparation of the Battlefield (IPB) genoemd - in het Nederlands: inlichtingenvoorbereiding van de operatie (IVO).

Zie ook: inlichtingen, Intelligence Preparation of the Battlefield (IPB), Situational Awareness (SA) en target.

Terug naar Boven

 

INSCHEPINGSVERLOF

Verlofvoorziening voor militairen volgens artikel 83, 'Aanspraak op inschepingsverlof', van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR, MP-bundel 31-101 / 1210) die aangeeft dat bij een verwachte uitzendduur van minimaal zes (6) maanden een recht op maximaal vijf (5) werkdagen inschepingsverlof geldt.

Bij een kortere verwachte uitzendduur bestaat geen recht op inschepingsverlof.

De verlofdagen van het inschepingsverlof vervallen als zij niet voorafgaand aan de uitzending worden genoten. Niet opgenomen inschepingsverlof wordt niet in geld vergoed.

Zie ook: ontschepingsverlof, recuperatieverlof en Ter Beek-verlof.

Terug naar Boven

 

INSERTIE

Ansatz; Insertion.
insertion.
insertion.

Tegengestelde van de extractie.

Het infiltratieproces in een door de opponent beheerst inzetgebied. Insertie vindt plaats om patrouilles, observatie, raids, verkenningen en dergelijke uit te voeren. In de regel vindt dit plaats per transporthelikopter (airmobile), parachute (airborne), vliegtuig, voertuig (bereden, gemotoriseerd) of te voet (uitgestegen).

De keuze voor de wijze van insertie hangt af van het aanvalsdoel, benodigd materieel, beschikbare (verplaatsings)tijd, gedacht optreden van de opponent en heersende terrein- en weerfactoren.

Zie ook: exfiltratie, extractie en infiltratie.

Terug naar Boven

 

INSPECTEUR-GENERAAL DER KRIJGSMACHT

Afgekort: IGK.

Onafhankelijke ombudsman binnen de krijgsmacht. De IGK staat formeel naast de organisatiestructuur van de krijgsmacht en legt rechtstreeks verantwoording af aan de minister van Defensie.

De IGK is gevestigd op het landgoed De Zwaluwenberg aan de Utrechtseweg in Hilversum.

De taken van de IGK bestaan uit:

► het (on)gevraagd van advies dienen van de minister van Defensie ten aanzien van alle vraagstukken met betrekking tot de krijgsmacht;

► het instellen van onderzoek of het bemiddelen in individuele aangelegenheden met betrekking tot (oud-)personeel van de krijgsmacht;

► het optreden als Inspecteur der Veteranen (sinds 1991).

In alle gevallen ligt het accent op zorg voor het (voormalig) personeel, zowel militair als burger, en het bevorderen van de leef- en werkomstandigheden binnen de krijgsmacht.

Naast het bijwonen en uitvoeren van ceremoniŽle activiteiten richt het werk van de Inspecteur der Veteranen zich met name op de (na)zorg en de maatschappelijke erkenning van en waardering voor veteranen, hun thuisfront en de nabestaanden. Daarnaast is de IGK vicevoorzitter van het Comitť Nationale Veteranendag, dat in 2005 door de Nederlandse regering is ingesteld.

De IGK is niet bedoeld als klachtenbureau voor zaken die op een lager niveau kunnen worden opgelost, maar ten behoeve van persoonlijke (uitdrukkelijk: geen juridische) problemen van de militair, waarbij rederlijkerwijs geen andere procedures mogelijk zijn of andere procedures niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

De IGK heeft zeer ruime autorisaties en toegang tot alle delen van de Defensieorganisatie, zoals de bevoegdheid alle mogelijke vergaderingen bij te wonen, kennis te nemen van alle benodigde documenten en zo nodig personeel te horen of ontbieden.

De historische wortels van het instituut Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) gaan terug tot 13 september 1945, toen Prins Bernhard werd benoemd in de nieuwe functie van Inspecteur-Generaal der Koninklijke Landmacht (IGKL).

Maar ook van 1813 tot 1868 kende de Nederlandse krijgsmacht de functie van Inspecteur-Generaal.

Na Napoleons vertrek uit de Nederlanden benoemde Prins Willem Frederik van Oranje - de latere koning Willem I - zijn zoon Prins Willem Frederik George Lodewijk tot Chef Inspecteur-Generaal der troepen van alle wapens om hem te helpen bij het opnieuw opbouwen van het Nederlandse leger.

Hierna bekleedden ook de Prins van Oranje (de latere Koning Willem II), Prins Alexander, de broer van Koning Willem III en de oudste zoon van de Koning, Prins Willem, die functie - beide laatsten alleen voor het wapen der cavalerie.

De laatste Inspecteur-Generaal uit deze periode, Prins Frederik, diende in 1868 zijn ontslag in vanwege gebrek aan steun van de minister en het uitblijven van verbeteringen in het leger. Ook toen al bleek de mate waarin de IGK het vertrouwen van zowel de politieke leiding als van de krijgsmacht geniet, essentieel voor zijn functioneren.

De inhoud van de toenmalige functie vertoont geen gelijkenis met de rol die Prins Bernhard toegewezen kreeg. In tegenstelling tot de Inspecteur-Generaal in de 19e eeuw, diende hij zich te beperken tot het geven van adviezen aan de Minister van Oorlog in plaats van dat hij het beleid bepaalde.

Van Wiebren Tabak verscheen in 1995 het boek
'De Inspecteur-Generaal: arbiter, raadgever, vertrouwensman' ►

IGK's in de geschiedenis:

 

Van

Tot

Prins Bernhard

13 september 1945

8 september 1976 *

luitenant-generaal Jhr. Witius H. de Savornin Lohman

16 september 1976

1980

luitenant-generaal Bob de Geus

1980

30 oktober 1985

luitenant-generaal Hans Verheijen

30 oktober 1985

1 maart 1991

luitenant-generaal John Maas

1 maart 1991

1 december 1995

viceadmiraal Joost van Aalst

1 december 1995

1 januari 1999

luitenant-generaal Cees de Veer

1 januari 1999

11 december 2003

luitenant-generaal Ad van Baal

11 december 2003

15 januari 2007

viceadmiraal ir. Michiel van Maanen

15 januari 2007

11 februari 2010

luitenant-generaal Lex Oostendorp

11 februari 2010

29 november 2012

luitenant-generaal der mariniers Ton van Ede

29 november 2012

30 juni 2014

luitenant-generaal Bart Hoitink

30 juni 2014

 

* Als gevolg van de Lockheed-affaire deed Prins Bernhard in 1976 afstand van zijn functie als IGK.

Behalve dat de prins een unieke rol in het internationale bedrijfsleven speelde, een uitzonderlijke (staatsrechtelijke) positie had en na WO II een icoon van het voormalig verzet was geworden, was hij bevriend met de directeur van Lockheed, Robert Gross.

Nederland stond op het punt haar straaljagers te vervangen door Lockheed F-104 Starfighters.

In 1959 wilde de verkoopagent van Lockheed in Europa de prins een vliegtuig cadeau te doen. Dit geschenk was bedoeld "[...] om het klimaat voor de verkoop van Lockheed-produkten in Nederland te begunstigen."

De prins sloeg het cadeau af, maar kreeg alsnog 1 miljoen dollar - destijds Ī 4 miljoen gulden - betaald.

In 1974 verzocht de prins Lockheed om commissieloon als Nederland het maritieme langeafstandspatrouillevliegtuig Lockheed P-3 Orion zou aanschaffen.

Het kabinet onder premier Joop den Uyl stelde een commissie onder leiding van mr. Andrť Donner in die de banden tussen Lockheed en de prins onderzocht.

De commissie-Donner oordeelde dat de prins "[...] gevoelig was voor gunsten en dat hij zich toegankelijk had getoond voor onoorbare aanbiedingen en hij had zich laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren [...]."

De prins had steekpenningen aangenomen; als tegenprestatie lobbyde hij bij het Nederlandse kabinet om bij Lockheed orders voor de Nederlandse krijgsmacht te plaatsen.

Door de Lockheed-affaire stond zelfs het voortbestaan van de monarchie op het spel: Koningin Juliana zou aftreden als de prins strafrechtelijk werd vervolgd, Prinses Beatrix zou weigeren haar moeder op te volgen.

De prins werd gevrijwaard van strafvervolging, maar hem werd uitdrukkelijk verzocht niet langer in het openbaar zijn uniform te dragen.

Prins Bernhard, die ruim 30 jaar zeer verdienstelijk inhoud had gegeven aan de functie van IGK, verzocht met ingang van 8 september 1976 op eervolle wijze ontheffing uit deze functie.

Door de minister van Defensie, ir. Henk Vredeling, werd hem eervol ontslag uit de militaire dienst verleend.

Sinds 1946 is het Defensiecomplex 'De Zwaluwenberg' de residentie van de IGK en zijn staf.

In het landhuis, ontworpen door architect Foeke Kuypers, herinnert veel van de in Engelse stijl opgetrokken inrichting aan de periode van Prins Bernhard.

Het omringende landgoed met Engelse tuinen strekt zich uit tussen de provinciale weg N 417 (Utrechtseweg) en de spoorlijn Hilversum-Utrecht en telt 17 hectare.

Sinds eind 2007 is ook de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) op 'De Zwaluwenberg' gehuisvest.

Zie ook: Prins Bernhard en verzet.

Terug naar Boven

 

INSTAP

Het moment van geforceerd binnendringen (hard knock) in (de ruimte van) een object.

Deze vorm van zich toegang verschaffen wordt toegepast bij het zuiveren van objecten tijdens optreden in verstedelijkte gebieden (OVG), al dan niet met gebruikmaking van speciaal gereedschap (bonkey, hooligan tool of ander breach-materiaal) en/of explosieven (flash-bang of handgranaat).

Te doen gebruikelijk vindt dit plaats door een stick: zeer dicht op elkaar en achter elkaar opgestelde militairen, met de loop van het wapen over de schouder van de voorganger geplaatst, die zich toegang verschaffen tot het object.

Op het instappunt kan een vlag (overdag) of breaklight ('s avonds, 's nachts of bij slechte weersomstandigheden) worden geplaatst die de situatie in het object verduidelijkt:

Blauw

Valstrik in object

Geel

Gewonde in object

Groen

Object veiliggesteld

Rood

Object niet veiliggesteld

Bij de instap moet zo snel mogelijk het meest kritieke punt ('fatal tunnel') worden gepasseerd. In de regel is dit een deur of raam waarop de verdediger van het object zich, liefst vanuit een (onzichtbare) dode hoek, met kleinkaliberwapens focust.

Zie ook: breaklight, flash-bang, handgranaat, hard knock, kleinkaliberwapens (kkw), optreden in verstedelijkte gebieden (OVG) en valstrik.

Terug naar Boven

 

INSTITUUT DEFENSIE GENEESKUNDIGE OPLEIDINGEN

Afgekort: IDGO.

Sinds 1 maart 2006 de benaming voor het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD). Het IDGO is het enige joint Opleidings- en Trainings Centrum (OTC) van de Koninklijke Landmacht.

Van 1950 tot haar sluiting in 1978 was de Juliana van Stolbergkazerne in Amersfoort de thuisbasis voor het OCMGD. In 1977-'78 verhuisde het OCMGD naar de Korporaal van Oudheusdenkazerne, waar sinds 1946 het Marine Opleidingskamp Hilversum (MOKH) was gevestigd.

Op 17 mei 1978 stelde kapitein ter zee van administratie (KTZA) G.L. Dekking het MOKH uit dienst, waarna het bevel werd overgenomen door luitenant-kolonel J. Kruik, commandant van het opleidingscommando van de Militair Geneeskundige Dienst van de Koninklijke Landmacht.

Ingang van de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum.

Het IDGO behoort tot het Commando Diensten Centra (CDC) van het Ministerie van Defensie.

Naast het IDGO telt de geneeskundige tak de volgende organisatie-onderdelen:

Centraal Militair Hospitaal (CMH)

Utrecht

Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG)

Den Haag

Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR)

Den Haag

Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC)

Heerenveen

Militair Revalidatie Centrum (MRC)

Doorn

Militaire Bloedbank (MBB)

Leiden

Op het IDGO wordt het geneeskundig (hulp)personeel van de krijgsmachtdelen opgeleid. Tot de te volgen opleidingen op het IDGO behoren:

Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV'er)

Algemeen Militair Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (AMVIG'er)

Basis Geneeskundige Verzorgende (BGV'er)

Battlefield Advanced Trauma Life Support (NL)

Combat Life Saver (CLS'er, gewondenhelper)

Kerninstructeur HPG en ZHKH

Medic Special Forces

Primary Trauma Life Support (PTLS'er)

Zie ook: Regiment Geneeskundige Troepen.

Terug naar Boven

 

INSTRUCTEURSCODE

In het kader van Opleiding & Training geeft de instructeurscode aan instructeurs, met name onderofficieren, aan welke houding en gedragingen van een instructeur mogen worden verwacht.

Het doel van de instructeurscode is niet om te oordelen over gedrag (persoonlijke mening, waarde en normen) dat niet in overeenstemming is met de code en Defensie: daar is wet- en regelgeving voor.

De instructeurscode, die bestaat uit richtlijnen, is een intentie die iedere instructeur uitspreekt over zijn houding en gedrag en is bedoeld om het gedrag van instructeurs bespreekbaar te maken en elkaar te spiegelen.

De instructeurscode luidt:

1

Ik draag zorg voor een veilig en stimulerend onderwijsleerklimaat, en stel daarbij mijn leerlingen centraal.

2

Ik zorg voor een goede voorbereiding, uitvoering en evaluatie van mijn lessen.

3

Ik houd mijn vakkundigheid op peil, blijf op de hoogte van de recente ontwikkelingen op mijn vakgebied en ben bereid om deze vakkundigheid met anderen te delen.

4

Ik ben eerlijk en open in mijn relatie met leerlingen en behandel hen gelijkwaardig en met respect, en benader hen als volwassenen.

5

Ik maak geen misbruik van mijn deskundigheid of machtspositie.

6

Ik ben in mijn houding en gedrag een voorbeeld voor mijn leerlingen.

7

Ik ga zorgvuldig om met het stimuleren en corrigeren van mijn leerlingen.

8

Ik begeleid mijn leerlingen maximaal tijdens de leer- , vormings- en aanpassingsprocessen.

9

Ik ga zorgvuldig om met vertrouwelijke gegevens van mijn leerlingen.

10

Ik ben mede verantwoordelijk voor het welbevinden van mijn leerlingen, daarbij ben ik mij bewust van het feit dat leerlingen van mij afhankelijk kunnen zijn.

Zie ook: Observer/Trainer (OT'er).

Terug naar Boven

 

INSTRUCTIEBEKWAAMHEID

Geschikt- en deskundigheid om instructie te geven in enige vaardigheid.

Om de onderofficieren, die het domein van de instructie beheren en beheersen, op te leiden en te trainen in de geschikt- en deskundigheid om les te geven, worden de volgende cursussen gegeven:

   

E.I.B.

Elementaire
Instructie
Bekwaamheid

InitiŽle opleiding KMS

A.I.B.

Aanvullende
Instructie
Bekwaamheid

Delta-Compagnie KMS
(voorheen ILMO*)

H.I.B.

Hogere
Instructie
Bekwaamheid

Delta-Compagnie KMS
(voorheen ILMO*)

[* ILMO staat voor Instituut voor Leiderschap, Media en Opleidingskunde, opgeheven op 1 april 2002]

Rangonderscheidingsteken van de sergeant der eerste klasse met de 'Kroon van zilverdraad' dat aangeeft dat de ondeofficier de AIB met goed gevolg heeft afgelegd

Het met goed gevolg voltooien van de KMS staat gelijk aan een MBO-opleiding niveau-3 (vakopleiding); daarmee heeft de onderofficier die de KMS heeft voltooid de cursus Elementaire Instructie Bekwaamheid (EIB) behaald. Met de EIB-aantekening is de zojuist opgeleide onderofficier in staat de militaire basisvaardigheden van zijn personeel op peil te brengen dan wel te houden.

De onderofficier die feitelijk instructie geeft aan opleidings- en trainingscentra (OTC'en) dan wel schoolbatajons wordt in de gelegenheid gesteld de cursus Aanvullende Instructie Bekwaamheid (AIB) te volgen.

De elementen van de cursus Aanvullende Instructie Bekwaamheid zijn:

 

►Afnemen van theorie- en praktijktoetsen

►Bedrijfsethische vorming

►Begeleiden van leerlingen met leer- en aanpassingsproblemen

►Begeleiden van leerlingen waarbij de nadruk ligt op (gedrags)vorming

►Begeleiden van vormingsprocessen onder verzwarende omstandigheden

►Houden van functionerings- en beoordelingsgesprekken met leerlingen.

►Opmaken van een leerlingbeoordeling aan de hand van een leerlingbeoordelingsformulier

►Uitwerken van lessen aan de hand van door de opleidingsontwikkelaar aangeleverde leer- en vormingsdoelen

►Voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen

 

Rangonderscheidingsteken voor het Dagelijks Tenue van de sergeant der eerste klasse met de 'Kroon van zilverdraad'.

Indien de cursus AIB met goed gevolg wordt afgesloten, krijgt de onderofficier het certificaat 'Militair Instructeur'. De theoretische en praktische AIB-cursus wordt afgesloten met een toets: het geven van instructie en het houden van een begeleidingsgesprek.

Het certificaat AIB geeft aan dat de onderofficier aanvullend is opgeleid en getraind in didactische vaardigheden, vorming en begeleiding.

Een aantal onderofficieren met het certificaat 'Militair Instructeur' wordt daarna in de gelegenheid gesteld de cursus Hogere Instructiebekwaamheid (HIB) te volgen. De elementen van de cursus Hogere Instructie Bekwaamheid (HIB) zijn:

bedrijfsethiek instructeur

begeleidingsvaardigheden instructeur

case-methode / simulatiespel

leiderschapstraining en vorming

Daarnaast is er de Senior Instructor (SRI). Dit is letterlijk weliswaar de "oudste instructeur", maar niet noodzakelijk de oudste in leeftijd of hoogste in rang: eerder de instructeur met de meest passende ervaringsopbouw.

Zie ook: didactische kernvragen, ECOD, Lead By Example, leidinggeven en onderofficier.

Terug naar Boven

 

INSTRUCTIEGROEP LICHTE WAPENS

Afgekort: IGLW. Devies: Semper Collineo ("Altijd gericht").

Gevestigd op de Legerplaats Harskamp/Generaal Winkelmankazerne in Harskamp (Ede).

De IGLW maakt deel uit van de Schiet Training School van het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre, die is gevestigd op de Bernhardkazerne in Amersfoort.

De IGLW verzorgt onder andere de cursussen tot schietinstructeur (SI) en hoofdschietinstructeur (HSI 1 en 2), waarvan de certificering sinds 1 januari 2007 verplicht is.

Terug naar Boven

 

INSTRUMENTEN VAN MACHT

Desired end-state
(gewenste eindsituatie)

Politiek-strategisch (internationale gemeenschap en ministeries van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie)

► beleidsdocumenten

Objectives
(doelen)

Militair-strategisch (Commandant der Strijdkrachten)

► militaire beleidsdocumenten (Nederlandse Defensie Doctrine)

Effects
(effecten)

Strategisch en operationeel niveau

► doctrinepublicaties

Actions
(acties)

Tactisch niveau

► handboeken en leidraden

Zie ook: operationele niveaus.

Terug naar Boven

 

INSUBORDINATIE

Duits: Gehorsamsverweigerung. Engels: insubordination. Frans: insubordination. Volgens het Wetboek van Militair Strafrecht (artikelen 118 t/m 120) een strafbaar feit (misdrijf), dat erin bestaat dat een militair een militaire meerdere hindert in de uitoefening van zijn functie / taak. Insubordinatie wordt omschreven als een misdrijf tegen de veiligheid van de Staat.

Uit de aard van het misdrijf – een ernstig conflict met de beginselen van de krijgstucht – volgt dat insubordinatie primair een misdrijf tegen de militaire orde is.

De militair in kwestie weigert in algemene zin de krijgstucht te gehoorzamen, is weerspannig tegen zijn militaire meerdere(n) in het bijzonder en/of volhardt in het weigeren van dienst. Het tegenovergestelde van insubordinatie is ondergeschiktheid.

Volgens H.M.F. Landolt (in 1861) kan insubordinatie “als de oorzaak van het grootste gedeelte der militaire misdrijven en overtredingen” worden beschouwd.

Is het verzet tegen de krijgstucht van algemene aard, wordt gesproken van een opstand. In het geval dat de insubordinatie “met verenigde krachten” door twee of meer militairen wordt gepleegd (om collectief belang na te streven), is sprake van feitelijke insubordinatie of muiterij (in het Duits: Meuterei. In het Engels: mutiny. In het Frans: mutinerie). Muiterij bestaat in de regel uit het weigeren van werk of het zich toeëigenen van macht.

Zie ook: muiterij in de Harskamp.

Terug naar Boven

 

INTAKE ENGELS

Intake in de Engelse taal die werd gegeven aan de School Militaire Inlichtingendienst op de kazerne Ede-Oost.

De intake gaat uit van een listening test (10 minuten), grammar test (maximaal 50 minuten) en fluency test (maximaal 10 minuten). De eerste twee zijn de Oxford Placement Tests van Dave Allan, gepubliceerd door Oxford University Press: de listening test bestaat uit honderd multiple choice-vragen met twee mogelijkheden, de grammar test bestaat uit honderd multiple choice-vragen met drie mogelijkheden.

De uitgangspositie voor de taaltest is STANAG 6001, die uitgaat van vier taalvaardigheden:

Luisteren (Listening, L)

Spreken (Speaking, S)

Lezen (Reading, R)

Schrijven (Writing, W)

De vier taalvaardigheden bepalen aan welk taalniveau betrokkene in een functie dient te voldoen. De niveaus zijn:

1
elementair niveau elementary
2
beperkt werkniveau fair, limited working
3
minimum professioneel niveau good, minimum professional
4
volledig professioneel niveau very good, full professional
5
moedertaalsprekend / tweetalig excellent, native/bilingual

Zo kan in een bepaalde functie gevraagd worden dat betrokkene kennis dient te hebben van de Engelse taal conform een in de vier vaardigheden uitgedrukt Standardized Language Profile (SLP) van achtereenvolgens listening, speaking, reading en writing. Voor de functie van (Opvolgend) Pelotonscommandant in een multinationale omgeving dient betrokkene bijvoorbeeld kennis te hebben van de Engelse taal conform SLP 3333, STANAG 6001.

Aan de hand van de intake wordt bepaald of betrokkene al dan niet een cursus dient te volgen, in dit voorbeeld in de Engelse taal.

Terug naar Boven

 

INTEGRATED development of entrepreneurial activities

Nederlands: GeÔntegreerde ontwikkeling van ondernemersactiviteiten.

Afgekort: IDEA.

Vrijwilligers van IDEA, dat wordt gefinancierd uit het Defensiebudget, worden ook wel 'IDEA-listen' genoemd. De achterliggende gedachte van IDEA is: "Waar gewerkt wordt, wordt niet gevochten".

Deelnemende reserve-officieren en gemilitariseerde burgers zijn met name vrijwilligers uit het bedrijfsleven (accountants, bankiers, consultants en ondernemers) in dienst van een werkgever. De werkgever verleent buitengewoon verlof voor de duur van de uitzending of betaalt de helft van het verlof. Tijdens de uitzending verdienen de reservisten een salaris van Defensie, waarmee de kosten van het project voor het bedrijfsleven nihil zijn.

Logo van IDEA.

De vrijwilligers gaan mee met militairen op Peace Support Operations (in post-conflict-gebieden) om op kleine schaal hulp te bieden bij de wederopbouw in voormalige oorlogsgebieden. Dit is een onderdeel van Civil-Military Co-operation (CIMIC), waarbij het doel is de militaire operatie af te stemmen op de civiele omgeving én de veiligheid van de uitgezonden troepen te vergroten door sympathie op te wekken bij de plaatselijke bevolking (hearts & minds, W.H.A.M.).

Het belang van IDEA ligt hierbij op de langere termijn: een gezonde (wereld)economie. De vrijwilligers adviseren en helpen het lokale bedrijfsleven bij het:

opzetten van de administratie van een bedrijf
opzetten van een bedrijf
schrijven van een bedrijfsplan
vinden van financiering
vormen van coŲperaties

IDEA is een initiatief van het Platform Defensie-Bedrijfsleven, een overlegorgaan dat in 2001 werd opgericht door de Staatssecretaris van Defensie en de werkgeversorganisatie VNO-NCW. In het platform vindt een permanente afstemming plaats over mogelijkheden tot samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven.

Initiatiefnemer van IDEA is de bedrijfskundige drs. Dick Scherjon, reserve-kolonel bij de Koninklijke Landmacht, in de tijd dat Nederlandse militairen in Bosnië-Hercegovina zaten. Omdat indertijd voor Bosnië een negatief reisadvies gold, waardoor het voor burgers onmogelijk was zich te verzekeren, werden de IDEA-medewerkers als 'burgermilitairen' uitgezonden. Hierdoor vielen ze bovendien onder de Conventies van GenŤve.

Van 2001 tot 2004 hebben ruim 125 IDEA-deelnemers vanaf Bugojno gewerkt; al in 2003 werd de 100 ste IDEA-list uitgezonden naar BosniŽ. In 2005 kwam IDEA in actie in de provincie Baghlan (locatie: Pol-e-Khomri) in het noorden van Afghanistan en sinds 2006 zijn zij ook in de provincie Uruzgan actief.

In uitzendgebied worden de IDEA-vrijwilligers aangestuurd door de Sectie 9 (CIMIC) en, in Afghanistan, ondersteunen de werkzaamheden van IDEA de missie van het Provincial Reconstruction Team (PRT).

(Bron onder andere: NRC Handelsblad, artikel 'Ondernemers in uniform. Vrijwilligers uit het bedrijfsleven op missie in Afghanistan', door Tatiana Scheltema, 16 december 2006)

Zie ook: 1 CMI Commando en CIMIC.

Terug naar Boven

 

INTELLIGENCE PREPARATION OF THE BATTLEFIELD

(Planung und) Aufklšrung zur Vorbereitung des Gefechts.
prťparation d'organigraphes du champ de bataille pour le renseignement.

Nederlands: inlichtingenvoorbereiding van de operatie. Afgekort: IPB.

De Intelligence Preparation of the Battlefield is essentieel voor het operationeel besluitvormingsproces.

Dit proces is dynamisch en vindt systematisch en onafgebroken plaats.

In de IPB worden alle dreiging- en omgevingsfactoren van het gevechtsveld geanalyseerd.

Dreigingfactoren zijn de invloeden van opponent(en) en overige partijen. Hierin worden onder andere conclusies getrokken over de meest waarschijnlijke vijandelijke mogelijkheid (Most Likely Enemy Course of Action (MLECOA) en de kwetsbaarheid van de opponent.

Omgevingsfactoren zijn de invloeden die het terrein en het weer hebben. Hierin worden onder andere conclusies getrokken over hindernissen, tactisch belangrijke gebieden en naderingsmogelijkheden.

In een zo vroeg mogelijk stadium verworven inlichtingen beÔnvloeden het verloop van een operatie in sterke mate.

Terug naar Boven

 

INTENDANCE

Afgekort: int. Duits: Intendantur. Engels: Army Service Corps (GB), Quartermaster Corps (VS). Frans: intendance. Gezegde: "Zonder de intendance, heeft het leger geen kans".

Al vanaf de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) voorzagen boeren en kooplieden de soldaten en dieren van het Staatse Leger van eten. Nog vůůr de oprichting van de militaire administratie, in 1795, werd per korps of regiment een kwartiermeester aangewezen die voor alle compagnieŽn gezamenlijk foerage (voer voor dieren), kleding, uitrusting en voeding kocht.

De opvoer en bereiding van proviand (voeding), juist ook te velde, behoorde tot de kerntaken van de intendance; in 1851 werden dan ook de eerste mobiele veldkeukens in gebruik genomen. Ook de opvoer van munitie was van oudsher een kerntaak.

Links het baretembleem van de intendance, rechts het embleem van het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Bij Koninklijk Besluit van 30 maart 1905, nr. 40 t/m 45, werd niet alleen de vredesorganisatie van de infanterie gewijzigd door een uitbreiding van het aantal divisies van drie naar vier. Ook werd een militaire eenheid in het leven geroepen die belast werd met een intendancetaak: verpleging (voorzien in de levensbehoeften van militairen, met bijvoorbeeld huisvesting, kleding, uitrusting en voeding).

Verpleging vond plaats met intendance- en verplegingsgoederen:

Intendancegoederen

► kampementsvoorwerpen
► kleding
► nachtleger
► uitrusting
► velduitrusting voor de troepen

Verplegingsgoederen

► brandstof
► foerage
► levensmiddelen, zoals brood, conserven en vlees

Water staat in benzineblikken gereed aan het Westelijk front voor de Britse troepen in de Eerste Wereldoorlog. Watervoorziening is een van de taken van de intendance.

 

Karmozijnrood is de kleur van het voormalige Regiment Intendancetroepen.

Het baretembleem is opgebouwd uit korenaren en schakels. De korenaren staan voor het graan, van oudsher de primaire levensbehoefte voor mens en dier, terwijl de schakels de logistieke keten verbeelden.

Na de Eerste Wereldoorlog scheidde de intendance zich bij Koninklijk Besluit nr. 18 van 31 juli 1918 en Legerorder nr. 278 van 30 augustus 1918, IIe afdeling nr. 172, af van de militaire administratie.

Het dienstvak der intendance bestond vervolgens uit het personeel der intendanten en de CompagnieŽn Intendance Troepen (Koninklijk Besluit van 12 maart 1923, nr. 67), allen onder bevel van de hoofdintendant. De hoofdintendant beschikte - behalve over centrale magazijnen voor militaire kleding, uitrusting en nachtleger - over militaire verpleeginrichtingen, een Etappen- en Verkeersdienst en militaire bakkerijen.

De Etappen- en Verkeersdienst werd later een gespecialiseerd Korps Motordienst, dat na de Tweede Wereldoorlog plaatsmaakte voor de Aan- en Afvoertroepen (AAT).

Het personeel der intendanten, dat rond 1830 een militaire status kreeg, droeg zorg voor de verificatie en controle van de militaire administratie.

Tijdens de mobilisatie van 1939 telde het Veldleger drie CompagnieŽn Intendance Troepen. Hun rol was nog altijd het bemannen van de militaire magazijnen voor kleding en uitrusting en de aanvullings- en (hoofd)verdeelplaatsen voor levensmiddelen en foerage bij het parate Veldleger.

Tot de CompagnieŽn Intendance Troepen behoorden onder andere ambachtslieden als bakkers, kleermakers, slagers, schoen- en zadelmakers, die ook te velde hun werk verrichtten.

Als gevolg van motorisering en mechanisering na de Tweede Wereldoorlog moesten voortaan ook brandstof, geneesmiddelen, reserveonderdelen en vele andere artikelen continu worden aangevoerd. Het was dan ook vanzelfsprekend dat de intendance, waarvan de werkzaamheden in het verlengde lagen van het transportwezen (AAT), hier nauw mee samenwerkte.

Na WO II werden een Korps Algemene Uitrusting, intendancecompagnieŽn en cantinediensttroepen geformeerd. In 1946 werd het Korps Algemene Uitrusting gewijzigd in het Regiment Uitrustingstroepen, een jaar later fuseerden de intendancecompagnieŽrn en cantinediensttroepen tot het Korps Verplegingstroepen.

Uniformvoorstelling van officieren van de intendance in zgn. groot tenue. De prent is in 1845 vervaardigd door de Nederlandse lithograaf Willem Charles Magnenat.

Personeel van zowel het Regiment Uitrustingstroepen als het Korps Verplegingstroepen wordt uitgezonden naar voormalig Nederlands-IndiŽ gezonden en neemt deel aan de Politionele Acties. Een deel van de regimentsleden doet hierbij dienst in de verzorgingspelotons van de AAT-compagnieŽn, het Korps Watertransport of de Luchtverplegingstroepen, maar ook in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

Na WO II breekt voor de intendance een zeer drukke tijd aan als Nederland Brits en Canadees legermaterieel aankoopt van in Nederland demobiliserende geallieerde eenheden.

De samenwerking tussen de intendance (Uitrustings- en Verplegingstroepen) en de AAT wordt tijdens de Koude Oorlog onder andere tot uitdrukking gebracht in de oprichting van de bevoorradingscompagnieŽn binnen de brigades. Sinds 1966 werkt personeel van beide dienstvakken hierin samen. De brigadebevoorradingscompagnieŽn zijn initieel samengesteld uit een element van de intendance (ťťn bevoorradingspeloton klasse I, III en V) en elementen van de AAT (drie transportpelotons).

Op 14 oktober 1980 reikte Hare Majesteit Koningin Beatrix op de Kolonel Palmkazerne in Bussum het vaandel uit aan het Regiment Intendancetroepen.

In 1995 worden 100 en 200 Bevoorradings- en Transportbataljon (100 en 200 B&Tbat) opgericht, waarbij eenheden van de Intendance en de Aan- en Afvoertroepen integreren: de transportcompagnieŽn van 105 Transportbataljon en de intendancecompagnieŽn van 102 en 103 Aanvullingsplaatsbataljon.

Sinds 1996 zijn de opleidingscentra van de intendance (OCINT) en Aan- en Afvoertroepen (OCAAT) eveneens geÔntegreerd, in het Opleidingscentrum Logistiek (OCLOG) in Bussum. Later verhuist dit naar Soesterberg en wordt omgedoopt tot Opleidings- en Trainingscentrum Logistiek (OTCLog). Hier worden onder andere de sergeanten distributie (foeriers) en koks opgeleid.

Sinds 7 maart 2001 beschikt ook het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen over een eigen vaandel.

Zie ook: Aan- en Afvoertroepen, CaDi, klasse I t/m X, Korps Militaire Administratie, Koude Oorlog, mobiele veldkeuken en Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen.

Terug naar Boven

 

INTERAGENCY

Van het Latijn "inter" (tussen) en "agens" (middel).

Samen met en tussen regeringen en (maatschappelijke) internationale organisaties, die elkaar van dienst zijn en van elkaar gebruikmaken. De Amerikaanse politicoloog en socioloog James Q. Wilson definieert 'agencies' als “publieke organisaties die met meer of minder zelfstandigheid publieke taken uitvoeren.

Interagency is een van de onderdelen van de geÔntegreerde aanpak en samenwerking met anderen - naast combined en joint - die het mogelijk maken expeditionair vermogen te genereren.

Het expeditionair vermogen van de Nederlandse krijgsmacht berust op drie pijlers:

► kunnen uitvoeren van de drie hoofdtaken door joint, combined en interagency operaties (JCI);

► waarbij de effects-based benadering wordt toegepast (denken in effecten);

► binnen een genetwerkte omgeving (Networked Enabled Capabiliteit).

Daarom spelen andere actoren (die invloed uitoefenen op richting en functioneren van de krijgsmacht) en enablers (die de krijgsmacht daadwerkelijk helpen iets te bereiken) een rol in het bereiken van een vastgestelde politieke doelstelling of de gewenste eindsituatie (end-state), zoals die wordt beschreven in het operatieconcept.

Interagency-partners zijn met name lokale, regionale en nationale overheden, International Organisations (IO's) en Non-Gouvernemental Organisations (NGO's).

De krijgsmacht wordt meer en vaker benut voor alle mogelijke samenwerkingsverbanden met andere actoren en enablers. Omdat de krijgsmacht in samenwerkingsverbanden vaak randvoorwaardenscheppend en minder vaak leidend is, wordt aan interagency-partners de ruimte gelaten in besluitvormingsprocessen en procedures.

Daarnaast zorgt de krijgsmacht voor interoperabiliteit met hun werkwijze. Daarom wordt interagency steeds meer ingebed in Opleiding & Training (O&T).

Voorbeelden van geÔntegreerde interagency-aanpak binnen de vredesbedrijfsvoering van de Nederlandse krijgsmacht zijn onder meer grensbewaking, kustwachttaken en luchtruimbewaking. In internationaal operationeel verband kan worden gedacht aan de-mining, humanitaire activiteiten, militaire hulpactiviteiten (onder andere CIMIC), veiligheidsbriefings e.d.

Zie ook: CIMIC, combined, denken in effecten, end-state, expeditionair, joint, Non-Gouvernemental Organisations (NGO's) en Opleiding & Training (O&T).

Terug naar Boven

 

INTERDICTIE

Abriegelung interdiction interdiction.

Van het Latijn "interdictio" (verbod).

1

Het afsnijden, misleiden, verbieden, verbreken, vernietigen, verstoren of vertragen van de opponent, dan wel van zijn aan- en afvoer van essentiŽle goederen (personeel, klasse I tot en met V), voordat invloed kan worden uitgeoefend op eigen troepen.

Interdictie richt zich op het ontwrichten van de lines of communication tussen het gevechtsveld en het achterland, met als doel het militaire potentieel van de opponent aan te vallen voordat dit kans ziet effectief in stelling te komen of het gevechtsveld te bereiken.

Voorbeelden hiervan zijn het afsnijden van de vijandelijke aanvoer naar de voorste lijn eigen troepen (VLET) of het aangrijpen van opslagplaatsen en transportknooppunten.

Zie ook: diepe operatie.

 

2

Economische sanctie die met militaire middelen wordt nageleefd. Vergelijkbaar met een blokkade. Ook het afsluiten of isoleren van een gebied, naderingsmogelijkheid e.d.

Zie ook: vredesafdwingende operatie.

Uit de eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage aan de missie International Security Assistance Force (ISAF) in de provincie Uruzgan in Afghanistan (2006-2010) blijkt dat de behaalde resultaten niet op het gebied van interdictie lagen: het onderscheppen van drugstransporten met roadblocks, het ontmantelen van werkplaatsen en het oprollen van drugsnetwerken.

Zie ook: diepe operatie, klasse I tot en met V, lines of communication (LOC), Uruzgan, voorste lijn eigen troepen (VLET) en vredesafdwingende operatie (peace enforcement).

Terug naar Boven

 

INTERNATIONALE RECHTSORDE

 

Terug naar Boven

 

INTEROPERABILITEIT

Duits: Interoperabilität. Engels: interoperability. Frans: interopérabilité. Het vermogen om onderling samen te werken en/of uitwisselbaar te zijn, met als doel effectief, veiliger en in synergie op te treden bij de uitvoering van opgedragen taken. Interoperabiliteit is ťťn van de vijf pijlers waarop de KL sinds 1997 is gestoeld, naast flexibiliteit, mobiliteit, modulariteit en multifunctionaliteit.

Door het vergroten van de interoperabiliteit vergemakkelijkt het gezamenlijk (joint) en multinationaal (combined) optreden van (eenheden van) krijgsmachtdelen en strijdkrachten. Hiertoe dienen zo veel mogelijk middelen te worden gestandaardiseerd (STANAG's), zoals (wapen)systemen, communicatie- en commandovoeringssystemen en uitrustingsstukken.

Daarnaast moeten doctrine, opleiding en training (O&T), organisatiestructuur, regelgeving en TTP (technieken, tactieken & procedures) onderling uitwisselbaar zijn om een hoge organisatiegraad te kunnen garanderen. Hoewel aan de interoperabiliteit binnen de Nederlandse krijgsmacht hoge eisen worden gesteld, zal deze toch nog vaak beperkt zijn. Alternatieven voor een gebrek aan interoperabiliteit zijn dan investeren in gezamenlijke opleidings- en trainingsprogramma’s, liaison, onderlinge aanpassing van gezamenlijke activiteiten, plannen en TTP ťn de uitwisseling van niet-gestandaardiseerde middelen.

Terug naar Boven

 

INTERPOSITIE

Duits: Trennung der Konfliktparteien durch das Dazwischen Legen von Truppen. Engels: interposition; interpositioning; interposing force; interposition force; interpositional force. Frans: interposition; force d'interposition.

Militaire actie uit de eerste generatie vredeshandhavende operaties: het ontplooien van vredestroepen - onder het mandaat van de Verenigde Naties - tussen ťn met instemming van partijen, in beginsel na beÔndiging of juist ter preventie van gewelddadigheden, met het doel een stabielere situatie te bereiken en het ontstaan van een duurzame vrede te bevorderen.

Interpositioneren - het innemen van het innemen van opstellingen/posities temidden van (strijdende) partijen - vindt plaats in bufferzones.

Een interpositie-operatie wordt doorgaans uitgevoerd door het organiseren van gebiedsbewaking in de bufferzone: patrouilles uitvoeren en observatieposten inrichten.uitvoeren van patrouilles en het inrichten van observatieposten.

Een van de conclusies die Rudy Richardson en Renť Moelker trekken in het hoofdstuk 'Beeldvorming bij Nederlandse militairen over andere militairen' in Wat veteranen vertellen (Pallas Publications/Amsterdam University Press, 2010).

Ook andere taken kunnen bij interpositie ter hand worden genomen, zoals het assisteren van de lokale autoriteiten bij het handhaven van de openbare orde, het bewaken van ingeleverde/opgeslagen wapens en het toezien op de terugtrekking dan wel demobilisatie van (para-)militaire groeperingen.

Voorbeelden van interpositie zijn:

Missie

Actie

United Nations Peacekeeping Force in Cyprus
(UNFICYP)

Toezien op de handhaving van het staakt-het-vuren in de bufferzone tussen het Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische deel van Cyprus

United Nations Protection Force
(UNPROFOR)

Toezien op de handhaving van de gedemilitariseerde status van de Safe Areas in BosniŽ.

United Nations Truce Supervision Organization
(UNTSO)

Toezien op de handhaving van het staakt-het-vuren tussen IsraŽl en haar buurlanden.

United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea
(UNMEE)

Toezien op het staakt-het-vuren in de grensstreek tussen EthiopiŽ en Eritrea.

Een andere vorm van militaire actie uit de eerste generatie vredeshandhavende operaties is observatie (monitoring).

Bij een relatief statische opdracht als interpositie waarbij twee of meer partijen in het inzetgebied op gespannen voet met elkaar staan, dient de troepenmacht vooral gebruik te maken van haar gezag en autoriteit om het gebruik van geweld te voorkomen en overleg tussen de partijen te bevorderen.

Zie ook: boek Wat veteranen vertellen. Verschillende perspectieven op biografische interviews over ervaringen tijdens militaire operaties (2010, onder redactie van Harry van den Berg, Stef Scagliola en Fred Wester), Dutchbat (UNPROFOR), observatiepost, staakt-het-vuren, UNFICYP, Verenigde Naties en vredeshandhavende operatie.

Terug naar Boven

 

INTERSTATELIJK CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau. Een interstatelijk conflict speelt zich af tussen twee of meerdere soevereine staten of allianties daarvan. Een staat kenmerkt zich als een gebied waarop een bepaalde bevolking woont, die onder het gezag valt van een wettig gezag, overheid of regering.

Een bekend voorbeeld is het conflict tussen EthiopiŽ en Eritrea, waar de United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea (UNMEE) tussenbeiden kwam. De meeste conflicten zijn tegenwoordig intra- in plaats van interstatelijk.

Het jaarboek 2004 van het S.I.P.R.I. (Stockholm International Peace Research Institute) vermeldt dat van de 19 conflicten in 2003 waarbij in elk méér dan 1.000 doden vielen, er slechts twee interstatelijk waren: het conflict tussen India en Pakistan over Kashmir en het conflict tussen Irak en de Verenigde Staten en zijn coalitiepartners.

Terug naar Boven

 

INTRASTATELIJK CONFLICT

Conflicten kunnen worden beslecht op interstatelijk, intrastatelijk of transnationaal niveau. Bij een intrastatelijk conflict is de ene partij een soevereine staat, de andere juist niet. Een intrastatelijke conflict speelt zich af binnen de territoriale grenzen van één staat. Een gewapende groep / factie / militie verzet zich tegen het wettig gezag. Als twee of meerdere gewapende groepen / facties / milities, zonder tussenkomst van het wettig gezag, een intrastatelijk conflict beslechten, is sprake van een burgeroorlog. Een bekend voorbeeld hiervan waren de verschillende oorlogen in voormalig Joegoslavië aan het begin van de jaren '90.

De ervaringen met vredesoperaties aan het einde van de 20ste eeuw in het algemeen – met traditiegetrouw licht bewapende blauwhelmen – én de VN-missie UNPROFOR (Dutchbat) in voormalig Joegoslavië in het bijzonder, hebben als lessons learned opgeleverd dat na de beeïndiging van een intrastatelijk conflict de partijen zich vaker niet dan wél aan een gesloten akkoord houden.

Niet alleen in een intrastatelijke postconflict-situatie, maar zeker ook in de huidige, begin-21 ste-eeuwse constellatie van intrastatelijke conflicten, is veeleer een zwaar bewapende vredesmacht nodig: als één of meerdere partijen een akkoord schenden kan dan onmiddellijk gewapenderhand worden opgetreden. Dit is de uitgangssituatie voor de partijen in voormalig Joegoslavië na het Dayton-akkoord in december 1995 en verklaart primair het veelbetekenende verschil tussen UNPROFOR aan de ene en IFOR, SFOR en EUFOR aan de andere kant.

Terug naar Boven

 

INUNDATIE

Verouderde waterhindernis. Synoniem: onderwaterzetting. Bij oorlogsdreiging het onder water zetten van een terreingedeelte ter voorkoming van vijandelijke invallen. Zo mogelijk is deze strook land zowel onbegaanbaar als onbevaarbaar.

Al bij de oprichting van de Republiek der Zeven Verenigden Nederlanden was het water ontdekt als verdedigingsmiddel tegen vijandelijke invallen. In de 17de en 18de eeuw, ten tijde van de Hollandse Waterlinie, hebben de inundaties zich bewezen. Aan de westzijde waren de inundatievelden begrensd door de hoofdverdedigingslijn; ten westen hiervan – de latere Vesting Holland – werden terrein en troepenopstellingen verdedigd (ook met andere hindernissen, zoals grachten, mijnenvelden, prikkeldraadversperringen en tankhindernissen); ten oosten hiervan moest het uitzicht vrij blijven.

Dankzij een systeem van dammen, duikers, gemalen, inlaatpunten, (inundatie)sluizen en kanalen kon het rivierwater worden in- en uitgelaten. Hiermee konden alle inundatievelden in enkele dagen tijd onder water worden gezet. De toegangen via de grote rivieren en de kades en dijken (accessen) werden vanuit batterijen, forten, kazematten, koepels en andere versterkingen met vuur verdedigd.

Het stellen van inundaties behoorde tot de genie (fortificatiën).

In 1925 koopt het Nederlandse leger voor proefdoeleinden een Renault FT-17, de meest gebouwde tank van de Eerste Wereldoorlog. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog test de lichte Franse tank (“vechtwagen”) tijdens de mobilisatie inundatiegebied.

Hoewel het stellen van een inundatie algemeen wordt gezien als een uitstekende verdedigingslinie en onderwaterzettingen voor tanks een onoverkomelijke hindernis vormen, vindt de legerleiding een test nodig.

Als op 1 september 1939 Duitsland buurland Polen binnenvalt en Nederland verwacht dat de Duitsers weldra de Nederlandse grens zullen oversteken, worden vanaf september '39 stroken land voor de Grebbelinie ("Valleistelling") onder water gezet.

Op 18 september 1939 wordt een begin gemaakt met de proefinundatie van kom V, gelegen bij Asschat in Leusden. Deze eerste inundatie is een uitgelezen mogelijkheid om de hindernis met zwaar materiaal te testen.

De demonstratie met de Renault FT-17 verloopt voor de legerleiding naar wens: in de ondergelopen polder ten oosten van het Valleikanaal loopt de tank reddeloos vast en zakt schuin weg in de modder. De inundatie blijkt werkelijk ondoordringbaar. Op 4 november 1939 publiceren diverse kranten foto’s van de proefneming; kom V wordt opgenomen in de Grebbelinie. De bevolking is wellicht iets geruster dat het gebied niet door tanks en veldartillerie kan worden doorschreden.

Dat de proefindundatie vooral een staaltje propaganda is, blijkt als de Grebbelinie in mei 1940 verre van gereed is. Het inundatiewater van kom V en VI (Stoutenburg) bereikt een lager peil dan voorheen, waardoor delen droog liggen.

Zie ook: hindernis.

Met dank aan de masterthesis 'Postmoderne interpretaties van militaire cultuurhistorie. Historisch militaire invloed op hedendaagse ruimtelijke ordening' van Johan Vos (2007, Rijksuniversiteit Groningen)

Terug naar Boven

 

INVASIE

Van het Latijn “invader” (binnengaan). Duits: Invasion. Engels: invasion. Frans: invasion. Strategisch offensief. Via land-, lucht- en/of zeewegen met de strijdmacht van één of meer staten binnendringen op het grondgebied van een andere staat zonder toestemming van de regering van laatstgenoemde staat dan wel de bezettende macht van het grondgebied. Bij een invasie zal in de regel een bruggenhoofd worden gevestigd.

De doelstellingen van een invasie lopen uiteen:

►Anticiperen op een vijandelijke aanval

►BeŽindigen van een langdurig destabiliserend conflict

►Beschermen van bondgenoten of bondgenootschappelijke belangen

►Bevrijden van het grondgebied of de regering om controle/gezag over het gebied te herstellen, over te nemen of te veranderen

►Bezetten, heroveren, plunderen of veroveren van het grondgebied

►Vervangen van het bewind/regime

De beroemdste invasie in de krijgsgeschiedenis vond plaats op D-Day, Operation Overlord, de invasie op 6 juni 1944 in NormandiŽ die het einde van de Tweede Wereldoorlog inleidde.

Zie ook: raid.

Terug naar Boven

 

INVASIEKOORD

Ook: decoratiekoord ‘Brigade Prinses Irene’. Het decoratiekoord voor militairen die registratief zijn ingedeeld bij het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene bestaat uit twee om elkaar gedraaide, gevlochten koorden met een doorsnede van 0,5 cm, respectievelijk Nassaus blauw en oranje (kleuren van het Koninklijk Huis), die beginnen en eindigen in een bolvormige schuifpassant en op die manier een lus vormen met een lengte van ± 70 cm. De schuifpassant, met een doorsnede van twee cm, is Nassaus blauw en gevat in een oranje netwerk. Aanvankelijk werd het decoratiekoord “invasie-fluitkoord” (Engels: lanyard) genoemd.

Het invasiekoord wordt gedragen ter herinnering aan de landing van de Brigade Prinses Irene – onder andere opgericht door de Engelandvaarders in de Tweede Wereldoorlog – in Normandië in de periode van 7 t/m 15 augustus 1944. Deze militairen ontvingen in maart 1945 uit handen van Koningin Wilhelmina het eerste invasiekoord, in dat jaar ontworpen door kolonel A.C. de Ruyter van Steveninck, oud-commandant van de Brigade Prinses Irene.

Het invasiekoord wordt gedragen aan de linkerschouder (met het lusvormige deel om het linker armsgat) van in het bijzonder DT, GVT (alleen bij speciale gelegenheden en in opdracht van de Regimentscommandant of bij uitzendingen om de saamhorigheid tussen fuseliers en de tijdelijk ingedeelde militairen van andere onderdelen te bevorderen), GLT en AT. Vrouwelijke militairen dragen het uiteinde van het koord door het bovenste knoopsgat van de jas DT of GLT. Bij het AT wordt het uiteinde van het koord onder de linker revers van de jas gedragen.

Bij Koninklijk Besluit van 30 januari 1954 werden de traditionele gouden koorden en kwasten aan het vaandel van het GFPI vervangen door het Nassausblauw-oranje invasiekoord en kwasten.

De wisseling vond plaats op 18 augustus 1954 op de Westenbergkazerne in Schalkhaar voor het front van het op de binnenplaats van de kazerne aangetreden 411 Gardebataljon Fuseliers Prinses Irene.

Hierbij gold als overweging dat het invasiekoord – dat alle oud-strijders van de voormalige Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene mogen dragen als een herinneringsteken aan de landing van de brigade in de omgeving van Arromanches-les-Bains, Courseulles-sur-Mer en Graye-sur-Mer (NormandiŽ) vanaf 8 augustus 1944 – binnen de Koninklijke Landmacht zal voortbestaan.

Op 1 september 1979 verliet adjudant Meindert van Lienden als laatste actief dienende militair die lid was van de Brigade Prinses Irene de militaire dienst; Van Lienden nam deel aan de landing van de Brigade Prinses Irene in Normandië in 1944.

Als direct gevolg daarvan werd op 15 mei 1982 het invasiekoord door oud-strijders overgedragen aan het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Hiermee zet 17 Pantserinfanteriebataljon GFPI de traditie voort van de Brigade Prinses Irene, wat zorgt voor verbondenheid tussen de parate onderdelen van het regiment (17 Painfbat GFPI en de stafstafcompagnie van 13 Gemechaniseerde Brigade) en de oud-strijders van de Vereniging van Oud Strijders van de Koninklijke Nederlandse Brigade 'Prinses Irene' (KNBPI).

Vanaf 1992 is de traditie dat het invasiekoord door deze oud-strijders wordt uitgereikt op een voor het GFPI historische locatie.

Terug naar Boven

 

INZETGEREED

 

Terug naar Boven

 

I.O.T.

Voluit: InitiŽle Oorlogs Traumatologie. Term waarvan de vlag de lading niet dekt, hoewel de onderofficier IOT in de regel wel degelijk een uitgebreide geneeskundige kennis had. Een categorie onderofficieren van het Regiment Geneeskundige Troepen die behoorde tot het ondersteunend personeel binnen de militaire gezondheidszorg.

De Laatsten der Mohicanen uit deze categorie zijn intussen uitgestroomd, zijn omgeschoold tot Algemeen Militair Verpleegkundige of hebben zich bekwaamd in het middenmanagement. Na het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen de militaire gezondheidszorg professioneler geworden en gereorganiseerd naar civiele standaarden.

De onderofficier IOT vervulde zijn geneeskundige functie juist ook tijdens uitzendingen prima, maar in vredessituaties - waar de meeste uitzendgebieden evenzeer onder vallen - waren zij niet bevoegd/bekwaam om bepaalde geneeskundige handelingen uit te voeren. Niet voor niets is daarom het proces in gang gezet om de functies van de onderofficier IOT om te zetten in die van AMV'er.

Terug naar Boven

 

IRON SWORD

Logo van IRON SWORD.

IRON SWORD was een gecombineerde DeployEx (ontplooiingsoefening) en Field Training Exercise (FTX) die van 23 mei tot 17 juni 2005 in Noorwegen werd uitgevoerd door eenheden van het NATO Response Force (NRF-4) Land Component Command.

De oefening IRON SWORD was de laatste grote oefening in het kader van de NRF-4.

De aansturing van de oefening vond plaats door het internationale NAVO-hoofdkwartier van 1 (GE/NL) Corps.

Door 43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte - hoofdtroepenleverancier van het Nederlandse aandeel in de NRF-4 - werd de oefening gezien als een test-case voor de strategische verplaatsing van ± 5.000 militairen.

Het scenario van de oefening was ingebed in een mandaat van de Verenigde Naties, met out-of-area een troepenmacht die werd geleid door de NAVO in het kader van show of force in een Crisis Response Operation (CRO). Het scenario vond plaats met realistische tijd- en ruimtefactoren door gebruik te maken van de aanwezige infrastructuur in het oefengebied.

De oefening verliep in zes fasen:

Voorbereiding

In het kader van logistiek, planning en procedures (SOP's en SOI's).

Activering

Deployment (ontplooiing) van kwartiermakers (advance party) en verkenningseenheden (recce party).

Deployment

Ontplooiing van de hoofdeenheid (main body).

R.S.O.M.I.

► Reception (ontvangst van personeel en materieel in het inzetgebied)
► Staging (tijdelijke huisvesting van eenheden in de Staging Area)
► Onward Movement (verplaatsing van personeel en materieel naar de Assembly Area)
► Integration (beschikbaar stellen van inzetgerede eenheden aan de Force Commander)

Uitvoering NRF-missie

Showing of force van de Crisis Response Operation.

Redeployment

Hergroepering en administratieve terugverplaatsing.

  

Het oefengebied bevond zich in het zuidoosten van Noorwegen, globaal rond de oorden Elverum, Fredrikstad, Gardermoen en Hamar.

n totaal strekte het oefengebied zich uit over ± 5.000 km². In de havenstad Fredrikstad bevond zich het Sea Port of Debarkation (SPOD), in de stad Rygge het Aerial Port of Debarkation (APOD), Staging Area, Rear Support Command (RSC) en Initial Command Element (ICE).

In de Staging Area werden de voorbereidingen getroffen om de Onward Movement van de RSOMI te kunnen uitvoeren. In de Assembly Area werd onderhoud gepleegd en werden de klassen I, III en V herbevoorraad.

Voor Nederland deden 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Regiment Van Heutsz en 43 Gemechaniseerde Brigade mee aan de oefening; de laatstgenoemde brigade met als ondereenheden onder meer 43 Bevoorradingscompagnie, 43 Geneeskundige Compagnie, 43 Herstelcompagnie en 44 Pantserinfanteriebataljon Regiment Johan Willem Friso.

Oefengebied van IRON SWORD.

Terug naar Boven

 

IRREGULIER OPTREDEN

Guerrilla-achtig opereren met ongeregelde troepen, voorzien van beperkte bewapening en overige uitrusting.

Overigen kenmerken van irregulier optreden:

anarchie en chaos
burgerbevolking neemt deel aan de strijd
heimelijk optreden
hit-and-run en manoeuvre
individuele wapensystemen
kleine eenheden onder lokaal gezag
politiek en/of religieus fundamentalisme
veiligheid van de groep

Voorbeelden van irregulier optreden zijn:

OPERATIE

JAAR

WAAR

DOOR WIE

TEGEN

Restore Hope

1993

Somalië

VS

Mohammed Farah Aideed

Enduring Freedom

2001-heden

Afghanistan

VS

Al-Qaida (Osama bin Laden) en Taliban

Iraqi Freedom

2003-heden

Irak

VS

aanhangers van Saddam Hussein

De operaties in Afghanistan en Irak aan het begin van de 21ste eeuw kunnen gevoeglijk worden geschaard onder de noemer counter-insurgency (COIN).

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, regulier optreden en symmetrische oorlogvoering.

Terug naar Boven

 

ISABELLAKAZERNE

Voormalige kazerne van de Koninklijke Landmacht, gelegen aan de Reutsedijk 7 in Vught. Op het kazerneterrein was voorheen het Fort Isabella gevestigd.

Fort Isabella, gebouwd in 1617-'18 tijdens het Twaalfjarig Bestand, was een vijfhoekige schansvesting voor de verdediging van het zuiden van 's-Hertogenbosch en om de rivier Dommel te behoeden voor vijandelijk ingrijpen.

Tijdens het beleg van 's-Hertogenbosch in 1629 werd het fort veroverd door Frederik Hendrik. Ook speelde het fort een belangrijke rol in de Hollandse Oorlog (1672) tegen Frankrijk. Na de Belgische Opstand in 1830 werd het fort gebruikt ter verdediging tegen een eventuele aanval van de Belgen.

In 1914 is het fort als verdedigingswerk opgeheven en grotendeels gesloopt. Het voormalige poortgebouw van het fort, 'De Puist' uit 1703, is gespaard gebleven en nu Rijksmonument - evenals het hoofdgebouw in het midden van de kazerne, de muziektent en het toegangshek met de tekst 'Isabellakazerne'.

De Isabellakazerne is gebouwd in 1915-'20 volgens de paviljoenbouw. Karakteristiek voor de oorspronkelijke indeling is dan ook dat de hoofdgebouwen (kantine, legering en wachtgebouw) rondom de centrale appŤlplaats waren gepositioneerd, terwijl de keuken en sanitaire voorzieningen daaromheen waren gegroepeerd. De totale oppervlakte van het complex is bijna 9 hectare.

De naam van fort en kazerne is afkomstig van aartshertogin Isabella Clara Eugenie van Aragon (1566-1633), dochter van de Spaanse koning Filips II.

Tussen beide wereldoorlogen waren 17 Regiment Infanterie en het Regiment Wielrijders op de kazerne gehuisvest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Isabellakazerne gebruikt door de Duitse Schutzstaffel (SS) en na de bevrijding van 's-Hertogenbosch in oktober 1944 nam de Britse 51st (Highland) Infantry Division zijn intrek op de kazerne. Vervolgens werden hier de Stoottroepen opgeleid voor de inzet in Nederlands-IndiŽ.

Daarna was de kazerne onder andere in gebruik door het 2e Regiment Lichte Luchtdoelartillerie, 4e Infanterie Depot, 1e Depot Infanterie en het Opleidings Centrum Algemeen (1959-1981). Ten behoeve van het Regiment Van Heutsz waren de opleidingen voor de Suriname Compagnie (TRIS), de Infanteriebeveiligingscompagnie (IBC) en de Schoolcompagnie van 48 Pantserinfanteriebataljon er gevestigd.

in 1993 sloot de kazerne en werd het complex in gebruik genomen als asielzoekerscentrum; na 2012 kregen delen van het kazerneterrein een civiele herbestemming.

Terug naar Boven

 

ISIS

Terug naar Boven

 

ISOLATIE

Fase waarin een militaire opdracht systematisch en onophoudelijk wordt voorbereid. Hierbij gaat een groep militairen in afzondering, van enige minuten tot enkele dagen. In deze fase wordt de opdracht tot in de kleinste details uitgewerkt. Aan het einde van de isolatie is iedereen binnen de groep van al het (on)mogelijke op de hoogte.

De groep heeft Full Force Dress Rehearsals voorgeoefend in het kader van de trappen van voorbereiding. Aan het einde van de isolatie kan de groep onmiddellijk worden ingezet om de voorbereide actie uit te voeren.

De isolatie volgt op de bevelsuitgifte; na de isolatie volgen infiltratie, waarneming, verkenning, uitvoeren van de opdracht en exfiltratie.

Schematisch:

Bevelsuitgifte

Isolatie

Infiltratie

Waarneming

Verkenning

Uitvoering van de opdracht

Exfiltratie

Terug naar Boven

 

I.S.T.A.R.

Op 5 juni 2003 in 't Harde opgericht bataljon - voluit: 103 ISTAR-bataljon - met eenheden op het gebied van tactische verkenning, waarneming en inlichtingenvergaring.

ISTAR staat voor Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance. De vertaling luidt: inlichtingen inwinnen, observeren, doelen opsporen en aangrijpen en verkennen.

Het verkennen wordt, binnen 103 ISTAR-bataljon, uitgevoerd door twee verkenningseskadrons: 103 en 104 Verkenningseskadron. Behalve een aansturende bataljonsstaf bestaat 103 ISTAR-bataljon uit de volgende eenheden:

101 Artillerieondersteuningsbatterij

101 Militaire Inlichtingenpeloton

101 Remotely Piloted Vehicle-batterij

102 Elektronische Oorlogvoeringscompagnie

103 Verkenningsbataljon

104 Verkenningsbataljon

Mortieropsporingsbatterijen

In 2006 zal 103 ISTAR-bataljon de Fully Operational Capable-status behalen. Vooralsnog behoren de samenstellende delen van het bataljon tot het Divisie Gevechtssteun Commando (DGC). Subeenheden van het bataljon kunnen worden ingezet als module.

Zie ook: Defensie Veiligheids- en Inlichtingen Dienst (DIVI), grondgebonden verkenningseenheid (103 en 104 GGVE), JISTARC, Militaire Inlichtingen- en Veiligheids Dienst (MIVD) en target acquisition.

Terug naar Boven

 

I.W.A.B.

Acroniem voor: "Ik Weet Alles Beter". Betweter.

De I.W.A.B. is iemand die alles meent beter te weten dan anderen, maar het feitelijk (helemaal) niet weet. De houding van de I.W.A.B. is vasthoudend, tot op het irritante en onverbeterlijke af. Hoe hoger het I.W.A.B.-gehalte, des te groter de kans dat betrokkene niet (meer) wordt gehoord. De I.W.A.B. duikt op elke misstand die hij ziet, waarbij hij de belangen van de Defensieorganisatie en het Defensiepersoneel gemakkelijk uit het oog kan verliezen.

Een puur voorbeeld uit de militaire praktijk - waaruit in elk geval blijkt dat de term ‘I.W.A.B.' is doorgedrongen tot in de hoogste regionen van de Nederlandse krijgsmacht - is de discussie tussen brigade-generaal G.J.M. Bastiaans, commandant van 11 Luchtmobiele Brigade van 1994 tot 1996, en luitenant-kolonel Thom Karremans, commandant van Dutchbat-III van januari tot juli 1995.

Volgens hoofdstuk 5 in het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica (pagina 306) kwam het in Zagreb tot een heftige botsing tussen beiden. Karremans gaf aan:

"Gedurende de uitzending van Dutchbat III is Bastiaans commandant van de Luchtmobiele Brigade geworden, [hij] heeft nooit de moeite genomen om contact met mij in Potocari op te nemen, is er in mijn periode ook niet geweest en heeft derhalve in zijn verhoor een beeld geschapen over de bataljonsleiding en het optreden ervan welke uitsluitend berusten op de mening van derden; ongenuanceerd, typisch Bastiaans; hij heeft ongetwijfeld enige reservering t.a.v. mijn persoon omdat ik hem in Zagreb bijna heb willen vermoorden en omdat ik hem in het openbaar IWAB heb genoemd (ik weet alles beter).”

Het verhaal is ontleend aan een brief van Thom Karremans, gedateerd 22 november 2002, aan de enquêtecommissie inzake Srebrenica.

Zie ook: leunstoelstrateeg.

Terug naar Boven

 

Laatste update:30.09.2016