FORT EBEN EMAEL
Terug naar de homepage
 

Eben Emael, het fort dat onneembaar werd geacht...

"The past is a source of knowledge, and the future is a source of hope. Love of the past implies faith in the future."

("Het verleden is een bron van kennis, de toekomst een bron van hoop. Houden van het verleden betekent geloven in de toekomst.")

Stephen E. Ambrose, schrijver van 'Band of Brothers'

 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst:

 
 

© foto: Kees Lit.

Rue du Fort 40
BE-4690 Eben-Emael (Bassenge)

BelgiŽ

CoŲrdinaat 31 U 690053.5616809

E-mail info@fortissimus.be

Telefoon 00-32-42862861

Website www.fortissimus.be

Entree: volwassenen € 6,00

Routebeschrijving naar Fort Eben-Emael (© website http://www.fortissimus.be)

Ligging van het fort.

Terug naar Boven

 

RONDLEIDINGEN

Een bezoek aan zowel het fort zelf als de buitenzijde duurt gemiddeld 2½ à 3½ uur, waarbij onder leiding van een gids een deel van het fort kan worden bezocht.

In de bunkers is een constante gemiddelde temperatuur van 11 à 12 graden Celsius; warme kleding wordt aanbevolen.

Vanwege de afstand van ± 2 km worden goede wandelschoenen eveneens aanbevolen, vanwege de kilometers lange gangen, galerijen en lokalen; die zijn ongeschikt voor mensen met claustrofobie.

Met goedvinden van het Belgische Ministerie van Landsverdediging wordt het Fort Eben-Emael sinds 1986 opengehouden door de Vereniging zonder winstoogmerk (VZW) Fort Eben-Emael (FEE) – een vereniging voor de studie, bewaring en bescherming van het fort en zijn locatie. In de VZW FEE zijn Belgen, Duitsers en Nederlanders verenigd.

Terug naar Boven

 

DOCUMENTAIRE 'EBEN EMAEL. EEN KOLOS ONDER DE FORTEN'

Op de Belgische tv-zender Één is op zaterdag 20 juni 2009 de dertig minuten durende documentaire ‘Eben Emael, een kolos onder de forten’ uitgezonden door Televox Nationaal (Belgische Ministerie van Defensie).

Op 10 mei 1940 landden negen Duitse zweefvliegtuigen op het dak van het fort en verrasten de Belgische verdediging volkomen, zowel met de gliders als met de primeur van het gebruik van de holle lading. In amper twintig minuten werden de kanonnen van het fort, die de opmars van de Duitse troepen hadden kunnen stuiten, vernietigd.

De documentaire toont de 36 uren van de val van het onneembaar gewaande fort.

Het programma werd herhaald op zondag 21 juni 2009 om 10.30 uur op Één:

Glider assault on Eben Emael as an archetype for the future - Captain Paul Witkowski (Infantry Magazine, March-April, 2004).Glider assault on Eben Emael as an archetype for the future - Captain Paul Witkowski (Infantry Magazine, March-April, 2004).

Terug naar Boven

 

'ANGRIFF NACHT VERTIKALER UMFASSUNG'

Bijdrage van Edward A. Remeyn van een leergang ‘Heereseinheitliche Taktische Weiterbildung’ (oorlogsgeschiedenis) van de Führungsakademie van de Bundeswehr in Hamburg. Het artikel is afkomstig van het Militär Geschichtliches Forschungs Amt (MGFA) in Potsdam. Het artikel verscheen in het blad 'Mars et Historia' (nummer 4, 2005):

Angriff nach vertikaler Umfassung' - Edward A. Remeyn.Angriff nach vertikaler Umfassung' - Edward A. Remeyn.

Terug naar Boven

 

OVERIGE DOCUMENTATIE

Eben-Emael: grensverleggend in verleden en heden - korporaal L.C.A. van Midden (KMS, vakblad De Onderofficier, 1996).Eben-Emael: grensverleggend in verleden en heden - korporaal L.C.A. van Midden (KMS, vakblad De Onderofficier, 1996).
Luchtmobiele actie anno 2009 - Falcon, juni 2008.Luchtmobiele actie anno 2009 - Falcon, juni 2008.
De verovering van het fort Eben-Emael in mei 1940 - H. A. Baaij en J. Ch. Breukelaar (Militaire Spectator, 1983).De verovering van het fort Eben-Emael in mei 1940 - H. A. Baaij en J. Ch. Breukelaar (Militaire Spectator, 1983).
Een onneembaar geacht fort in achttien minuten uitgeschakeld - eerste luitenant A.J. Roosjen (Qua Patet Orbis, nummer 2, 2006).

Een onneembaar geacht fort in achttien minuten uitgeschakeld - eerste luitenant A.J. Roosjen (Qua Patet Orbis, nummer 2, 2006).

De aanval op Fort Eben-Emael. Operatie WINDCHASER - eerste luitenant S. de Winter (Infanterie, 17e jaargang, nummer 1, maart 2012)

De aanval op Fort Eben-Emael. Operatie WINDCHASER - eerste luitenant S. de Winter (Infanterie, 17e jaargang, nummer 1, maart 2012)

Terug naar Boven

 

FOTO's

De restanten van een zweefvliegtuig van de zevende groep. Op de achtergrond is een opgeblazen nepkoepel van Eben-Emael zichtbaar.

(Bron: ‘Eben-Emael: grensverleggend in verleden en heden’, korporaal L.C.A. van Midden, De Onderofficier, 1996).

De uitwerking van een 50 kg holle lading op koepel (cupole) 120.

(Bron: ‘Eben-Emael: grensverleggend in verleden en heden’, korporaal L.C.A. van Midden, De Onderofficier, 1996).

Terug naar Boven

 

HET VERHAAL

Fort Eben-Emael behoort tot de Franstalige gemeente Bassenge in de Belgische provincie Luik (Liège). Tot 1963 maakte het deel uit van de provincie Limburg in BelgiŽ.

Het fort ligt aan de westelijke oever van de Maas (Meuse) en de mondig van het Albertkanaal (Canal Albert), op ongeveer 5 km van Maastricht en ten zuiden van de Sint-Pietersberg en het Nederlandstalige oord Kanne (gemeente Riemst). Het fort ligt dus op de taalgrens.

Toen in 1871 de Frans-Duitse oorlog was beëindigd, was de jonge staat België bang dat Duitsland en Frankrijk nog meer conflicten wilden uitvechten. Omdat nieuwe conflicten evengoed op Belgisch grondgebied konden plaatsvinden, werden in Antwerpen, Luik en Namen forten gebouwd. De Luikse forten waren tegen Duitsland gericht, de Naamse forten tegen Frankrijk, Antwerpen werd het militair hoofdkwartier.

Door geldgebrek bleven de regio Wezet (Visé) en de invalswegen in de omgeving van Maastricht onverdedigd. De Belgische generaal Henri Brialmont, inspecteur-generaal van de generale staf van het Belgische leger, genist en vestingbouwkundige, adviseerde al in 1887 om het gebied tussen Wezet en de Nederlandse grens af te grendelen met een verdedigingslinie bestaande uit twaalf fortifacties met artillerie langs de Maas. Het gebied tussen Visé en Nederland kreeg al gauw de bijnaam ‘Gat van Visé’. Maar de Belgische regering weigerde om financiële redenen Brialmont zijn fort, waarna hij zei: “U zult tranen van bloed huilen, omdat u dat fort niet gebouwd hebt.”

De geschiedenis zou Brialmont gelijk geven: de Duitsers drongen in 1914 via deze regio, over de Maas, België binnen. In de nacht van 15 op 16 augustus 1914 werd het plaatsje Visé bijna compleet verwoest. Toen was er ineens wel geld…

Toch duurde het tot 1932 voordat in de mergelberg ten zuidwesten van Maastricht – op het onverdedigbare gebied dat België scheidde van Duitsland – werd begonnen met de bouw van het Fort Eben-Emael en de daarbij behorende ondergrondse kazerne. Fort Eben-Emael werd het meest noordelijke fort van de buitenste cirkel om Luik (Liège).

Tot 1935 groef de Belgische krijgsmacht de ruwbouw van het fort uit in een uitloper van de Sint-Pietersberg (mergel) om het ‘Gat van Visé’ en de bruggen over het Albertkanaal te versterken; van 1935 tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het fort  almaar verbeterd en aangepast. Het driehoekige fort, één van de sterkste van Europa, was immers van groot strategisch belang en werd zelfs onneembaar geacht.

Het fort zou een mogelijke opmars van Duitse troepen in België in een mogelijke toekomstige Europese oorlog tegenhouden; het zou de invalswegen in de buurt van Maastricht beschermen en een centrale rol spelen in de verdediging van de Luikse regio – met Luik als hoofdkwartier voor de verdediging in het oosten van België. Eben-Emael was uitgerust met kanonnen die krachtig genoeg waren om Aken en het omliggend gebied te beschieten.

Fort Eben-Emael telde 5,5 km aan ondergrondse tunnels, verspreid over 66 hectare fort en 45 hectare bovenplateau en zeventien bunkers van uiteenlopende types. Het bovenplateau, in de vorm van een taartpunt, had een oppervlakte van 700 bij 800 meter. In de mergelberg, 60 meter onder het hoogste punt, was een ondergrondse kazerne gebouwd die bij een belegering een garnizoen van 1.322 militairen kon herbergen. Aan alle faciliteiten was gedacht, van douches, hospitaal en keuken tot slaapzalen en voorraadkamers.

Het garnizoen, verdeeld over twee groepen in ploegendienst roulerende artilleristen, diende het fort operationeel te houden. De artilleristen bedienden twee kanonnen van 120 mm, in totaal zestien kanonnen van 75 mm en nog wat antittankkanonnen van 60 mm vanuit diverse artilleriekoepels. Het uiterste bereik van de artillerie van Eben-Emael was zeventien kilometer, met goed zicht op Maastricht en haar onmiddellijke omgeving. Met 22 km ver dragende kanonnen kon een groot deel van het zuiden van Nederlands Limburg onder vuur komen te liggen: Maastricht, de sluizen van het Julianakanaal, Valkenburg e.d.

Rond het fort lag een antitankgracht die was versterkt met antitankversperringen, zoals prikkeldraad, concertina’s en mijnenvelden. Een deel van de omgeving kon worden geïnundeerd en aan de oostzijde van het fort was/is de 65 meter hoge, steile wand aan het Albertkanaal.

Daarnaast herbergde het Fort Eben Emael gevechtsbunkers, loopgraven, machinegeweren in machinegeweerbunkers, observatiekoepels, schijnwerpers en zoeklichten. Luchtafweer was er echter nauwelijks. Het zou tijdens de aanval de achilleshiel van het fort blijken.

De artilleriegroep die geen dienst had, verrichtte werkzaamheden in het oord Wonck, op ± 7 km ten zuidwesten van het fort. Ten tijde van de aanval op het fort stonden zij onder leiding van majoor Jean F.L. Jottrand.

Het Albertkanaal werd indertijd verdedigd door drie regimenten van de Belgische 7de Infanteriedivisie, in totaal ± 17.000 militairen onder leiding van generaal Eugène Van Trooyen. De 7de divisie maakte deel uit van het 1ste Legerkorps, geleid door luitenant-generaal Alexis vander Veken. Drie regimenten werden langs het kanaal opgesteld: het 2de Karabiniers in het noorden, het 18de Linie in het centrum en het 2de Grenadiers in het zuiden (binnen de sector van Eben-Emael).

Hitler had een plan bedacht voor Eben-Emael: de oplossing voor het “onneembare fort” was dat een groep militairen met zweefvliegtuigen boven op het fort zou landen om dan onmiddellijk met explosieve ladingen één voor één de geschutskoepels en bunkers met daarin de stukken onklaar te maken. Bij de drie bruggen over het Albertkanaal – bij Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt – zouden eveneens militairen met zweefvliegtuigen worden afgezet.

Het fort dat zogenaamd niet te veroveren was, werd van 10 op 11 mei 1940 in 18 minuten tijd uitgeschakeld.

Totaal overdonderd en geschrokken van de explosies van een deel van de in totaal 2,5 ton aan holle ladingen waarmee de Duitsers het fort proberen binnen te dringen, wil de Belgische commandant van het fort, majoor Jean F.L. Jottrand, de drie bruggen over het Albertkanaal nog snel opblazen, te beginnen met die bij Kanne.

Vanwege het uitvallen van de communicatielijnen als gevolg van de bombardementen door Stuka’s, komt het niet tot uitvoering van dit bevel. De fortbezetting heeft geen andere keus dan zich 32 uur na de aanval over te geven.

Tegelijk met het fort moesten ook de bruggen van Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne worden veroverd.

De opdracht hiertoe werd volbracht door de landstrijdkrachten van de 6. Armee van Generaloberst Walter von Reichenau: 151. Infanterieregiment, 20ste Gemotoriseerde Divisie, 3de en 4de Panzerdivision en 51. Pionierbataillon. Hun rol lag in het verhinderen dat de Belgen de tijd kregen om de zo belangrijke bruggen te vernietigen; daarna moesten de bruggenhoofden aan het Albertkanaal worden behouden en uitgebreid.

Het principe van de holle lading toegepast op de pantserkoepels boven op het fort.

De holle lading (Duits: Hohlladung, Engels: hollow charge) was, in het geval van de aanval op Eben Emael, een platte ronde stalen bus met een draaghandvat en aan de binnenkant voorzien van een koperen conus (kegel), een aanvuurlading en een hoofdlading van trotyl. Wanneer de aanvuurlading wordt geactiveerd, ontbrandt de hoofdlading. Omdat de kracht van de explosie altijd loodrecht op een vlak is, ontstaat bij de detonatie een gebundelde kracht die zich met hoge snelheid door het vlak brand waarop de holle lading is geplaatst. Bij de detonatie wordt de vervormde conus naar binnen gezogen.

Het fort was uitgeschakeld door het verrassingseffect van een Duitse luchtlandingeenheid met zweefvliegtuigen en het gebruik van holle ladingen (Monroe-effect); alleen de verdediging rondom het fort was nog enigszins intact. Het effect van de holle lading was dat het grootste deel van de ontploffingskracht op één punt werd geconcentreerd, waardoor pantserstaal tot 30 cm dik kon worden gepenetreerd.

De kazematten aan de bovenzijde van het fort waren opgeblazen met holle ladingen van 12,5 kg TNT, de observatiekoepels en artilleriekoepels werden met 50 kg ladingen uitgeschakeld. Zodoende werd in een mum van tijd het meeste geschut en verschillende observatieposten van het fort uitgeschakeld. 

De Duitsers waren niet over één nacht ijs gegaan. In de verkenning was gebleken dat op het fort geen hindernissen waren. Daarom kon met zweefvliegtuigen op het fort worden geland. Elk zweefvliegtuig, met aan boord een luchtlandingeenheid (Sturmpionieren) had een specifiek doel. De directe dreiging van de kazematten, artillerie- en waarnemingskoepels moest voor de oprukkende Duitse grondtroepen worden vernietigd.

In totaal elf zweefvliegtuigen van het type Lastensegler DFS (Deutsche Forschungsanstalt für Segelflug) 230 van Sturmgruppe ‘Granit’ waren bedoeld voor de aanval op Fort Eben Emael: negen landden er om 04.25 uur vrijwel gelijktijdig op het bovenplateau van het fort. De DFS 230 kon acht tot tien militairen vervoeren, plus een lading van ± 1.200 kg. In totaal landden 69 Sturmpioniers/Fallschirmjäger op het fort.

Later, na ‘Eben-Emael’, werd de DFS 230 succesvol ingezet bij de landing op Kreta (Unternehmen Merkur) – die uitmondde in de Slag om Kreta (20 mei-1 juni 1941), in Noord-Afrika en bij de bevrijding van de Italiaanse dictator Benito Mussolini op 12 september 1943.

De groep maakte met drie andere Sturmgruppen deel uit van de Fallschirmsturmabteilung ‘Koch’ onder leiding van de jonge Oberleutnant Rudolf Witzig, die later - evenals alle andere ondercommandanten - zou worden onderscheiden met het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes. In totaal hadden ze in hun zweefvliegtuigen 85 man en 2.400 kg aan explosieven aan boord.

De Fallschirmjäger van de Sturmabteilung Koch ontspannen zich na de verovering van het Fort Eben Emael.

De Fallschirmsturmabteilung ‘Koch’ van de 7de Fliegerdivision was optimaal voorbereid: de militairen werden getraind in de afgeschermde omgeving van een klein vliegveld bij Hildesheim (Niedersachsen), leefden maandenlang in volledig isolement, mochten op straffe van de dood niets naar buiten doorbriefen en wisten zelf niet eens wat hun doel kon of zou zijn. De groep oefende veelvuldig met de uit twee delen bestaande holle lading. Deze moest op het doel worden gemonteerd en tot detonatie gebracht worden.

De groep oefende daartoe in Tsjecho-Slowakije op een modern bunkercomplex van de Benès-Linie – gebouwd naar het voorbeeld van de Franse Maginot-Linie – die onbeschadigd in Duitse handen waren gevallen. Ook oefenden de mannen van ‘Koch’ op vestingwerken in de buurt van Legnica (Liegnitz) – toen Duitsland, nu Polen.

Op 9 mei 1940, in het holst van de nacht, vertrokken de zweefvliegtuigen, voortgetrokken door Junkers Ju-52, van de Fliegerhorst-Kommandantur Köln-Butzweilerhof, op de linkeroever van de Rijn, en Fliegerhorst-Kommandantur Köln-Ostheim op de rechteroever. Op 20 km van het doelwit werden de gliders onthaakt van de Junkers en vlogen ze op eigen kracht naar het plateau van het fort.

Segelflugzeug (glider) DFS-230, zoals de Luftwaffe die negen stuks inzette voor de aanval op Eben Emael.

In Fort Eben-Emael wachtte iedereen op een grondoffensief van de Duitsers… maar er kwam een glider-borne aanval: de Duitse legerleiding had gekozen voor een dropping met de zweefvliegtuigen. Al na 18 minuten was de doorbraak van de Duitse troepen een feit: de meeste Belgische bunkers en kanonnen waren direct uitgeschakeld en het fort werd omsingeld.

Na 36 uur strijd gaf het Belgische garnizoen zich over. Op 11 mei om 12.15 uur kapittuleerde majoor Jottrand: de “onneembare vesting” was gevallen. Saillant detail: het fort werd zonder voorwaarden overgegeven aan Hauptmann Haubold van 151. Infanterie Regiment – niet aan de Fallschirmjäger.

Bij de verovering verloren de Duitsers slechts zes man; ze telden achttien gewonden. De Belgen incasseerden vierentwintig doden en tweeënzestig gewonden.

Het Duitse succes in Eben-Emael was compleet. De doorbraak van de Albertkanaalstelling en het bezetten/opblazen van de bruggen, gaf de Belgen en de geallieerden een psychologische knauw, niet alleen omdat het falen van de Belgische contraspionage hierdoor pijnlijk werd geïllustreerd.

De Duitsers bereikten het beoogde strategisch effect: door de aanval op het fort waren de Britse en Franse troepen gevlucht naar het Belgische binnenland. Hierdoor werd de weg vrijgemaakt voor een Duits offensief door de Ardennen, wat op zijn beurt – dankzij een omtrekkende beweging door het noorden van Frankrijk – de inleiding was voor de omsingeling van Calais en Duinkerken. Al achttien dagen na het begin van de aanval op Fort Eben-Emael, op 27 mei 1940, stonden de Duitsers in beide steden aan Het Kanaal. De reputatie van de Wehrmacht was op de kaart gezet. De ondercommandanten van de actie op het Fort Eben Emael werden door Adolf Hitler persoonlijk vereerd met het Eisernes Kreuz (IJzeren Kruis).

De Fallschirmjäger-ondercommandanten van de actie op het Fort Eben Emael werden allen onderscheiden met het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (IJzeren Kruis). Van links naar rechts: Egon Delica, Rudolf Witzig, Walter Koch, Otto Zierach, Adolf Hitler, Helmut Ringler, Joachim Meissner, Walter Kiess, Gustav Altmann en Rolf Jäger.

De aanval op Fort Eben-Emael is uit krijgshistorisch oogpunt nog altijd van groot belang en wordt alleen al hierom door velen bestudeerd.

Dankzij een combinatie van voortreffelijke samenwerking tussen Duitse land- en luchtstrijdkrachten (‘joint’ avant-la-lettre), het gebruik van een nieuw tactisch wapen (gliders in plaats van de door de Belgen gehoopte aanval over land, getuige een steile rotswand aan de ene zijde van het fort en een antitankgracht aan de andere), het gebruik van een geherïntroduceerd wapen (holle lading), het uitbuiten van de juiste tijd- en ruimtefactoren en natuurlijk het element ‘verrassing’, was de Duitse aanvaller van meet af aan in het voordeel geweest. Een onneembaar geacht fort leidde de val in van België en een groot deel van de rest van West-Europa.

Terug naar Boven