INHOUDSOPGAVE C
Terug naar de homepage
 

Maak uw keuze uit de hieronder getoonde lijst

 

C79 elcan optisch vizier

Het C79 ELCAN optisch vizier.

Engels: Elcan C79 3.4 x Optical Scope.

Het optisch vizier is bedoeld voor bijvoorbeeld het Diemaco C7A1-geweer en de FN Minimi-mitrailleur. Het beeld in het vizier vergroot 3,5 maal.

ELCAN staat voor Ernst Leitz Canada, een producent die onderdeel is van het Raytheon-concern.

Het optisch vizier wordt gerekend tot de snelrichtmiddelen (SRIM), evenals de red-dot.

Toepassing van SRIM zal zowel effectiviteit als letaliteit op korte afstand vergroten omdat de wapens eenvoudiger en sneller inzetbaar zijn.

Terug naar Boven

 

C'S, 4

De 4 C’s zijn een niet serieus te nemen ezelsbruggetje dat wordt gehanteerd door onderofficieren, met name door sergeanten (der eerste klasse).

Feitelijk wordt ermee aangegeven dat de onderofficier via allerlei omwegen en kanalen datgene kan regelen en ritselen wat noodzakelijk is om zich als onderofficier te handhaven tussen enerzijds de manschappen en anderzijds de officieren.

Vergelijk een en ander met de uitleg die wordt gegeven aan het 'elfde gebod': “Gij zult niet gesnaaid worden”. Nagenoeg alles is geoorloofd, mits het ten dienste staat van betere prestaties van de Defensieorganisatie, haar personeel en haar materieel.

Uiteraard is collegialiteit het voornaamste:

C
Chantage
C
Corruptie
C
Connecties
C
Collegialiteit

Terug naar Boven

 

CADET

Duits: Kadett. Engels: cadet. Frans: cadet. Van origine is het woord ontleend aan het Frans, in de betekenis van “aanvoerder”. De huidige betekenis is die van leerling van een militaire academie welke in de toekomst als officier binnen de krijgsmacht werkzaam zal zijn.

Binnen de Koninklijke Landmacht: een leerling van de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

De titel “jonker” voor de cadet is sinds de jaren ’90 van de 20ste eeuw in onbruik geraakt. Maar de aanspreektitel geldt vandaag de dag nog steeds: na de inauguratie tot het Cadettencorps is het dragen van de titel op én buiten de KMA toegestaan. Historisch gezien is de betekenis van jonker overigens die van “adellijke jongeman zonder verdere titel”.

Terug naar Boven

 

CADETTENLIED

Naar de eerste regels ook genaamd: “Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen”. In 1887 geschreven door de cadet P.D. van Essen op muziek van de cadet J.L. Abell. Het Cadettenlied wordt heden ten dage nog altijd door cadetten van het corps als eerste lied aangeheven tijdens corpsvergaderingen, (gala)diners en andere feesten op de Koninklijke Militaire Academie.

Waar het Cadettenlied de aanvang markeert, geeft het Bon Soir het einde aan. Beide liederen worden, evenals het Wilhelmus, in de houding ten gehore gebracht. Alleen het eerste couplet wordt meegezongen.

Het eerste couplet luidt:

“Komt wapenbroeders, Neêrlands zonen
Door 't zelfde levensdoel verwant!
Met heilig vuur bezield voor ’t ene,
Verknocht aan 't zelfde vaderland!
Verheft, verheft den zang, ontbloot, ontbloot uw hoofden
En zweert met ons denzelfden eed, en zweert met ons denzelfden eed
Dien eenmaal onze vaad'ren zwoeren,
Toen vreemd geweld hen zuchten deed.”

Zie ook: Bon Soir.

Terug naar Boven

 

CADI

Voluit: CantineDienst.

Hoewel het leger al sinds 1813 kantines kende en de marketentster kan worden gezien als een voorloopster, werd op 24 juni 1942 in Wrottesley Park, Wolverhampton, Engeland, de eerste kantine als telg van de Prinses Irene Brigade geëxploiteerd onder de naam Cadi. In Engeland was besloten de exploitatie van de kantines niet aan de Engelse NAAFI (Navy, Army and Air Force Institutes) uit te besteden maar in eigen hand te houden.

In de kantine werd aan militairen "tegen matige prijzen" eet- en drinkwaren en andere dagelijkse behoeften verschaft, aanvankelijk gratis of op vertoon van een rantsoenkaart. Tot het assortiment behoorden cake, chocolade, frisdranken, koeken, sigaretten, snoep en andere versnaperingen. Voor een luttel bedrag kon de inwendige mens worden versterkt. Voor dienstplichtigen was het Cadirantsoen het zakgeld om aan de Cadi te besteden.

Sinds 1945 voert de Cadi een eigen vignet: een ruit met horizontale balk. Dit is ontworpen door de eerste commandant, reserve majoor Simon van Kampen, en is afgeleid van de Londense Underground.

Linksboven het door reserve majoor Simon van Kampen ontworpen logo van de Cadi. Rechtsonder de heer Arjo Vaatstra, sinds 1985 bestuurder van én verkoper aan de Cadiwagen/Mobiel Verkooppunt.

 

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de CantineDienst deel uit van de Intendance en werden overal kantines of Cadi-Clubs ingericht.

De kantine onderscheidde zich in het begin duidelijk van de messes, met name die van de officieren en/of onderofficieren die eveneens dienden als ontspanningsruimten. De Cadi-Club was een pied-à-terre - gelegenheid om te verblijven - voor militairen van alle rangen en voor alle gezindten. In 1951 beperkte de Minister van Oorlog "de verstrekking van gedistilleerd" tot officieren en onderofficieren van 25 jaar en ouder.

In de kantines werden ook schrijfmaterialen, toiletartikelen en overige artikelen voor het welzijn van de militairen verkocht, zoals schoensmeer en veters. De service van de Cadi ving aan op de kazernes, maar werd met mobiele kantinewagens uitgebreid tot oefen- en schietterreinen en te velde.

Voor het moreel van de troepen is de Cadiwagen, die tegenwoordig deel uitmaakt van de Paarse Restaurant Organisatie (Paresto), een graag gezien verschijnsel.

De heer F. J. H. Th. Smits van het Kabinet van de Minister van Oorlog ontwierp een groot aantal baretemblemen voor de Koninklijke Landmacht, welke in 1945-'46 zijn ingevoerd.

Het baretembleem van de Cadi is nooit ingevoerd, omdat de CantineDienst werd verricht door de Intendance.

De Fiat Ducato als Mobiel Verkooppunt: sinds 2008 de vervanger van de verouderde Cadiwagen.

In 2008 koos Defensie voor de Cadiwagen de Fiat Ducato als gloednieuw Mobiel Verkooppunt (MVP). De MVP's vervingen de verouderde Cadiwagens uit 1984. De Fiat Ducato is onder andere voorzien van een wasbak met koud en warm stromend water, vriezer, magnetron, koffietoestellen, koelkast en au bain-marie kooktoestel en heeft een uitbreiding van het assortiment mogelijk gemaakt. Zo kunnen vanuit het nieuwe MVP ook verse broodjes ham en kaas worden verkocht.

Militairen die deelnemen aan oefeningen in het buitenland zijn daarnaast sinds jaar en dag gemachtigd om op rantsoen belastingvrije (taxfree) Cadi-artikelen te bestellen: rookwaar en alcoholische drank. Ook kwamen op verschillende kazernes Cadiwinkels, waar onder andere op maandelijks rantsoen luxe artikelen konden worden gekocht. De aantrekkingskracht van de Cadiwinkel op de militair en zijn gezin was groot. Bekend was indertijd de Cadiwinkel op de Legerplaats Seedorf.

Aangezien voor het oefenen in groter verband de Nederlandse oefenterreinen te krap waren, vond in september 1953 in de omgeving van Osnabrück in de Bondsrepubliek Duitsland de legerkorpsoefening 'Grand Repulse' plaats.

Versterkt met de 6th Armoured Division van de British Army of the Rhine (BAOR) nam het kort daarvoor opgerichte 1 Legerkorps (1 Lk) met de in dat voorjaar paraat gestelde 4 Divisie, voor het eerst deel aan NAVO-herfstmanoeuvres.

Aan de NAVO-oefening namen 60.000 militairen deel, behalve Britse en Nederlandse ook uit Canada (2nd Canadian Infantry Brigade) en Denemarken (3. Infanterie-Regiment). Het Nederlandse aandeel bedroeg veruit de meerderheid: 35.000.

Uit de aard van het beoefenen van de fysiek zware opmars en het aanvallend gevecht volgden verschillende momenten waar aan de Cadiwagen de inwendige mens kon worden versterkt.

Foto's: Logisch, blad van 1 Logistieke Brigade, oktober/november 2008.

Volkswagen cadi-wagen op de Veluwe.

Naslag:

'Cantinezorg in het Nederlandse leger vóór de Tweede Wereldoorlog. Enkele fragmenten uit de voorgeschiedenis van de Cadi' - J.A.M.M. Janssen (Sectie Militaire Geschiedenis, 1982).

'Wat is... Cadi. Hoofd CantineDienst KL/KLu' - 1980 (brochure).

Website Museum Bevoorrrading & Transport en Historische Collectie Bevoorrading & Transport.

Zie ook: dienstplicht, Legerplaats Seedorf, marketentster, Paresto (Paarse Restaurant Organisatie) en Prinses Irene Brigade.

Terug naar Boven

 

CALAMITEITENHOSPITAAL

Afgekort: CalHosp.

Noodhospitaal onder de begane grond van het Universitair Medisch Centrum (UMC) en het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht. Het samenwerkingsverband tussen het academisch en militaire ziekenhuis voorziet in gegarandeerde medische en daaraan gerelateerde kortdurende opvangcapaciteit bij ongevallen en rampen voor groepen militaire en burgerslachtoffers, die de reguliere opvangcapaciteit van ziekenhuizen in kwalitatief of kwantitatief opzicht te boven gaan.

Bij groepen moet worden gedacht aan meer dan vijf patiënten met de urgentiebepaling T1 (onmiddellijk) en T2 (urgent).

Mede door het uitbreken van de Golfoorlog in 1990 is het Calamiteitenhospitaal een jaar laterv versneld operationeel geworden.

Het Calamiteitenhospitaal heeft een oppervlakte van 8.000 m². De infrastructuur bestaat uit:

1 röntgenafdeling

3 operatiekamers (OK's) met recovery (uitslaapkamer)

4 isolatieboxen

12 bedden Intensive Care (IC)

35 bedden triage- en behandelruimte (4 x T1 en 6 x T2)

50 bedden Low en Medium Care

150 bedden Low Care

Door een eigen luchtbehandeling met speciale filters is de infrastructuur van het Calamiteitenhospitaal geschikt om een beperkt aantal patiënten onder quarantaine-omstandigheden te verzorgen. Hierdoor is centrale opvang van groepen patiënten met infectieziekten, zoals ebola, MRSA, pokken en SARS, mogelijk.

Plattegrond van het Calamiteitenhospitaal.

Een ziekenauto MB 290GD in de ambulancesluis van het Calamiteitenhospitaal.

Het rampenopvangplan van het Calamiteitenhospitaal beschrijft de procedures voor de opvang van 100 patiënten na een opstarttijd van 30 minuten. Dit aantal is uit te breiden naar 300 patiënten.

Het Calamiteitenhospitaal is inzetbaar bij de volgende vijf scenario's:

► situaties van oorlog(sdreiging), crisis of conflictbeheersing, waarbij grote aantallen militaire slachtoffers moeten worden opgevangen;

► situaties van ongevallen in het buitenland, waarbij te repatriëren groepen Nederlandse ingezetenen (militair en/of burger) betrokken zijn;

► situaties van specifieke calamiteiten, aanslagen of grote ongevallen in Nederland, die de reguliere opvangcapaciteit te boven gaan;

► situaties waarin de Nederlandse overheid hulp aanbiedt bij de medische opvang van buitenlandse slachtoffers van ongevallen in het buitenland.

► opname van een beperkt aantal patiënten met een bijzondere infectieziekte.

Zie ook: Centraal Militair Hospitaal (CMH) en T-classificatie.

Terug naar Boven

 

C.A.L.L.

Ezelsbruggetje, afgeleid van de afkorting voor het Amerikaanse Center for Army Lessons Learned (CALL).

Het kan worden gebruikt voor het toevoegen van de aanbevelingen en conclusies aan een evaluatie, Final Exercise Report (FER), First Impression Report (FIR) of After Action Report (AAR):

C

Conclusies

A

Aanbevelingen

L

Lessons

L

Learned

Zie ook: lessons learned.

Terug naar Boven

 

CAM

Voluit: Chemical Agent Monitor.

Chemische restbesmettingsmeter waarmee de aanwezigheid van aerosol en/of damp van blaartrekkende (lewisiet, mosterdgas) of zenuwblokkerende (sarin, soman, tabun) strijdmiddelen kan worden aangetoond.

De te onderzoeken onbekende substantie wordt 'gesnuffeld' door het apparaat, waarna de verkregen gassen met behulp van een hittepuls via Ionen Mobiliteits Spectrometrie (IMS) worden geïoniseerd.

Chemical Agent Monitor (CAM).

De beweeglijkheid van de ionen geldt als bepalingskenmerk van het gas.

De restbesmetting - 'vuil' of 'schoon' - kan worden bepaald bij mensen, uitrustingsstukken, voertuigen, voorraden en zelfs wonden.

'Schoon' wil zeggen dat de dreiging is verstreken, dat de ontsmetting effectief is geweest en de omgeving vrij van blaartrekkende of zenuwblokkerende strijdmiddelen. Zo niet, dient de decontaminatie (ontsmetting) te worden herhaald, eventueel met R.S.D.L. - maar niet op open wonden.

Specificaties:

gewicht met batterij

1,9 kg

krachtbron

6 Volt-batterij

lengte

38 cm

temperatuurbereik

-30° C tot +55° C

De CAM heeft een aantal beperkingen:

 
► In een dampbesmette omgeving is het gebruik van de CAM voor controle op restbesmetting niet mogelijk.
► Onder lage omgevingstemperaturen kunnen chemische strijdmiddelen niet volledig verdampen, waardoor de concentratie te laag is om detectie mogelijk te maken.
► Wanneer géén contact kan worden gemaakt met aërosol en/of damp van een chemisch strijdmiddel, zal de aanwezigheid niet worden gedetecteerd; daarom werkt het apparaat het best in kalme, stabiele lucht.

Zie ook: C.B.R.N.-middelen en R.S.D.L.

Terug naar Boven

 

CAMBRIAN PATROL

Evenement van de Britse landmacht, dat jaarlijks in de herfst in het nationaal park Brecon Beacons in Centraal-Wales (Cambrian Mountains, Sennybridge Training Area) wordt georganiseerd. De Cambrian Patrol wordt gezien als één van de meest prestigieuze patrouillecompetities op groepsniveau binnen de NAVO.

Het doel van de Cambrian Patrol is een patrouilleoefening om de operationele capaciteit te testen van individuen en patrouilleteams.

Patrouilleteams moeten onder extreme omstandigheden militaire basisvaardigheden uitvoeren, zoals eerstehulpverlening (o.a. CASEVAC), ex- en infiltratie, (rivier)hindernissen oversteken, materieelherkenning, navigeren (overdag en bij nacht), object- en routeverkenning, omgang met krijgsgevangenen, radio- en tactische verbindingen, vuren met persoonlijke wapens en drills in het kader van CBRN, helikopters en ontmijnen. De duur van de patrouille is 48 uur, de afstand 50 à 100 km, onder andere afhankelijk van het in één keer de goede route vinden.

De Cambrian Patrol start met een materiaalinspectie, die onder andere checkt welke minimale middelen worden meegenomen (horloge, kompas, poncho, purificatietabletten t.b.v. drinkwater). Er moet worden gewerkt met Britse uitrustingsstukken en wapens, zoals het geweer SA 80 en het Light Support Weapon (LSW).

De samenstelling van de patrouille is acht militairen: commandant, plaatsvervangend commandant en zes onderhebbenden. Met alle acht deelnemers moet worden gefinisht. De persoonlijke bagage varieert tussen 25 en 45 kg. In de rugzak zit tenminste reservekleding, voor 24 uur Operational Ration Packs (ORP’s) / Meals Ready to Eat (MRE’s), grabbag, slaapzak, complete NBC-uitrusting en een poncho. Verboden items zijn mobiele telefoons en GPS.

Patrouilleteams kunnen medailles (goud, zilver of brons) of een certificaat behalen: het certificaat is voor groepen die binnen de beschikbare tijd de patrouille voltooien of minder dan 55% van de punten behalen.

De C-Tijgercompagnie van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Air Assault Garderegiment Grenadiers en Jagers behaalde in 2009 als eerste Nederlandse eenheid de gouden medaille.

De grootste struikelblokken voor de deelnemers zijn de onbekendheid met het Britse materieel, de lange verplaatsingen te voet door het ruige terrein, het navigeren met alleen kaart en kompas en de altijd onvoorspelbare, extreem wisselvallige weersomstandigheden (koud, regenachtig en winderig).

Met dank aan: Warrant Officer 1st Class Brian Pratt (hoofd wedstrijdleiding).

Terug naar Boven

 

CAMELBAK

Drinksysteem, warme en koude vloeistoffen, woodland NL, inhoud 3 liter.

Rugzaksysteem voor tijdelijke wateropslag en -voorziening van fabrikant CamelBak® ("Hydrate or Die") dat handsfree kan worden gebruikt.

Het draagsysteem, een aanvulling op dan wel vervanging van (veld)flessen water, kan afzonderlijk worden gedragen of worden opgeborgen in een rugzak.

Het water wordt door een gemakkelijk afsluitbaar mondstuk (Big Bite Valve met Big Bite Cover) opgezogen uit een geïsoleerd drinkslangetje dat rechtstreeks uit de waterzak komt.

De isolatie probeert te voorkomen dat water onder warmweeromstandigheden snel verhit en onder koudweeromstandigheden snel bevriest.

De waterzak kan tegen een stootje, is onder normaal gebruik lekbestendig en gemakkelijk schoon te maken met bijgeleverd schoonmaaksetje.

Schoonmaken van zowel waterzak als drinkslangetje kan evengoed met een Steradent® bruistablet, met name ter voorkoming van schimmel door stilstaand water.

Periodiek gebruik van de organieke CamelBak® reinigingstabletten (natriumchloriet) houdt de waterzak vrij van geurtjes, schimmel en bijsmaak; vul hiertoe de CamelBak® met 1 liter warm water, voeg 1 tablet toe, sluit de dop, schudt de waterzak, laat het geheel 5 minuten inwerken, laat de zak leeglopen en spoel de zak goed schoon.

Het niet correct reinigen van de CamelBak® kan braken, buikpijn, diarree, hoesten en/of een zere keel veroorzaken.

Water kan ten hoogste 72 uur in de waterzak worden opgeslagen. Zorg ervoor dat zowel waterzak als drinkslangetje droog in opslag gaan.

Het drinkslangetje kan met een klem (tube trap) aan de schouderbanden van CamelBak® of rugzak worden vastgemaakt. De waterzak zelf heeft enkel een borstband, geen heupband.

Vullen en bijvullen van de waterzak kan via de grote vuldop met schroefsluiting aan de bovenzijde, welke ook aan de buitenkant van de ompakte CamelBak® gemakkelijk bereikbaar is.

Het verdient aanbeveling steeds twee volledig opgetopte waterzakken mee te nemen (een in rugzak, een in grabbag als noodvoorraad water).

Gebruikershandleiding van de CamelBak: draagwijze, vullen en gebruik, reinigen en desinfecteren.Gebruikershandleiding van de CamelBak: draagwijze, vullen en gebruik, reinigen en desinfecteren.

Zie ook: water.

Terug naar Boven

 

CAMISADE

Van het Spaanse “camisa” (shirt).

Verrassingsoverval in de nacht of in de vroege ochtend (BNMS), wanneer de opponent geacht wordt te slapen.

Voor zo'n verrassingsaanval trokken de militairen witte hemden (of anderszins, in elk geval zonder herkenbare insignia of kleding) over hun uniform aan, waardoor ze elkaar in de duisternis herkenden.

Zie ook: night ops.

Terug naar Boven

 

CAMMAERT, PATRICK

Nederlandse generaal-majoor van het Korps Mariniers. Volgens Paul Rosenmöller, in een speciaal aan Cammaert in Afrika gewijd portret op 20 mei 2006: "Hij weet heel veel van vredesoperaties, misschien wel het meest in Nederland."

Cammaert is wellicht tot zijn imposante CV kunnen komen dankzij zijn directe, niet altijd even subtiel-tactvolle en daarom zeker ook keiharde aanpak. In zijn optimisme staat hij het tonen van emoties niet toe.

Zijn emoties verwerkt de generaal bij voorkeur 's avonds en alleen, onder het genot van een sigaar. Curriculum vitae van de generaal-majoor Patrick Cammaert:

11 april 1950

Geboren in Alkmaar

1968

Lid Korps Mariniers

1971

Officier Korps Mariniers

1979-1981

Uitwisselingsofficier bij de Royal Marines in Groot-Brittannië

1984-1986

Commandant van de oorspronkelijk koudweergetrainde Whisky-Compagnie Korps Mariniers, geïntegreerd met 45 Commando Group Royal Marines in Arbroath, Schotland

1986-1988

2IC en commandant van Marinierskazerne Savaneta op Aruba (Nederlandse Antillen)

1989

Promotie tot luitenant-kolonel

1990-1991

Commandant 2de Mariniersbataljon, geïntegreerd in de Allied Command Europe Mobile Force (Land) (AMF(L)

1992-1993

Commandant 1ste Mariniersbataljon

1992-1993

Commandant 'Cambo-II', 1ste Mariniersbataljon, tijdens UNTAC in Cambodja

1995

Adjunct Chief of Staff van de Multi-National Brigade van de UNPROFOR Rapid Reaction Forces; opereert vanuit een vooruitgeschoven commandopost op Mount Igman (Sarajevo)

1995-1998

Promotie tot kolonel; commandant van de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM)

1998-1999

Chef-staf Korps Mariniers

1999

Promotie tot brigade-generaal; commandant Multi National Stand-by Forces High Readiness Brigade (SHIRBRIG) in Kopenhagen

2000-2002

Promotie tot generaal-majoor; Force Commander van UNMEE in Ethiopië/Eritrea

2002-2004

United Nations Military Adviser van het Department of Peacekeeping Operations in New York; eerste militair adviseur van VN-Secretaris-generaal Kofi Annan

2005-februari 2007

Divisiecommandant Eastern Division van de Mission de l`Organisation des Nations Unies en République démocratique du Congo (MONUC), met ± 16.000 militairen)

Sinds 22 maart 2007 is Patrick Cammaert generaal-majoor b.d.

Terug naar Boven

 

CAMOUFLAGE

Camoufleren is zichzelf en/of zijn materieel zodanig onzichtbaar of althans onopvallend maken dat een voordeelsituatie wordt gecreëerd waarbij de militair kan zien zonder gezien te worden en tegelijkertijd niet door de opponent wordt gezien (en ontdekt).

De basisprincipes van camouflage zijn S5:

Shape

Shine

Shadow

Silhouette

Spacing

Daarnaast zijn geluids-, licht- en sporendiscipline van belang om een correct uitgevoerde camouflage in de praktijk werkzaam te houden.

Camouflage in de praktijk: de rode baret onderscheidt de instructeur van het Schoolbataljon Luchtmobiel van de rekruten.
Basiskennis met betrekking tot camouflage is onder andere te vinden in het Handboek KL-militair (VS 2-1352) én in het eerste deel van de BBC-televisieserie 'SAS Survival Secrets' (2003/2004).

SHAPE (Vorm)

  • vermijd onnodige bewegingen
  • indien toch moet worden bewogen: beweeg langzaam, ook in hoog gras en struikgewas
  • maak geen rook- en/of stofwolken
  • breek de vorm van je gezicht, handen, hals en nek door het aanbrengen van een grillig camouflagepatroon

SHINE (Glans & Schittering)

  • vermijd dat schittering afgevende voorwerpen, zoals wapens, ballistische bril, kompas, aansteker, horloge e.d., je positie verraden
  • oogwit is zeer opvallend, ook 's nachts

Hagedis in het gras: een voorbeeld van natuurlijke camouflage.

Download hier
de PowerPoint
over natuurlijke camouflage.

SHADOW (Schaduw)

  • fel zonlicht vermijden
  • verplaats altijd in de schaduw, dus bijvoorbeeld in randen van bossen en verstedelijkte gebieden
  • vermijd de zichtbaarheid van je eigen schaduw en die van je uitrustingsstukken

SILHOUETTE (Aftekening tegen de achtergrond)

  • let op je gezicht, handen, hals en nek; trek bijvoorbeeld handschoenen aan
  • mouwen te allen tijde naar beneden
  • breek de vorm van alle uitrustingsstukken, ook helm, rugzak en wapen
  • probeer zoveel mogelijk een te worden met (achtergrond van) de omgeving
  • pas de camouflagetinten bij optreden in bossen aan het jaargetijde aan

SPACING (Tussenruimte)

  • houd tussenruimte aan, bijvoorbeeld bij een patrouillegang
  • loop in elkaars sporen
  • vermijd open terrein; verplaats zoveel mogelijk door bebost gebied

Geluidsdiscipline

  • praat te allen tijde met gedempte stem; dit is onopvallender dan fluisteren
  • doe, voordat je met draagharnas, rugzak en andere uitrustingsstukken gaat verplaatsen, eerst de rammeltest: rammelen er spullen bij het opspringen en/of neerkomen, verbeter dan eerst de uitrusting
  • geef een gewonde zo nodig pijnstillers om de geluidsdiscipline hoog te houden

Lichtdiscipline

  • maak nooit gebruik van wit licht, ook niet in behuizing of tent, of onder een poncho
  • gebruik als je per se licht nodig hebt, filters op je zaklamp en filters voor de voertuigverlichting
  • zorg dat je voor zonsopkomst uit een schuilbivak opbreekt
  • zorg dat je pas na zonsondergang een schuilbivak inricht; dit is minder opvallend en trekt zo min mogelijk de aandacht

Sporendiscipline

  • loop zoveel mogelijk in elkaars sporen
  • laat geen afval achter; neem alles mee
  • neem ook 'body waist' (eigen uitwerpselen en urine) zelf mee
  • laat de natuur intact; de gemakkelijkste sporen worden gemaakt door afgebroken takken e.d.

Voorbeeld van hoe camouflage niet moet!

Let op de rondslingerende uitrustingsstukken, het persoonlijk wapen achter het voertuig en de niet aan het maaiveld aansluitende camouflagenetten.

Verschillende soorten camouflage van NAVO-bondgenoten:

Amerikaanse camouflage

Belgische camouflage

 

Britse camouflage

Duitse camouflage

 

Franse camouflage

Nederlandse camouflage

  

CAM-Desert (boven) en CAM-Tropical.

De nieuwste gezichtscamouflages binnen de KL zijn:

  • CAM-Desert (NSN 6850-99-160-4210) met de kleuren zandkleurig, bruin en donkergroen
  • CAM-Tropical (NSN 6850-99-924-7383) met de kleuren lichtgroen, bruin en donkergroen

Deze “paint, face, camouflage” is van Amerikaanse makelij, wordt vervaardigd door de firma Caplock en heeft een Sun Protection Factor (SPF) van 15+, d.w.z. dat deze meer dan 92% van de ultraviolette B-straling van de zon afvangt.

Andere gezichtscamouflages van Caplock zijn CAM-Centre Europe (NSN 6850-99-305-7050) en CAM-Snow (NSN 6850-99-853-2949).

 

De camouflagekleuren van het Nederlandse Disruptive Pattern Material (DPM) zijn:

Nederlands

Engels

RAL

RGB (HTML)

Olijfgroen

Olive Drab

6014

#333025

De drie kleuren van het vlekkenpatroon Dutch DPM:

Bronsgroen

Forest Green

6031

#495746

Lederbruin

leather

8027

#504937

Teerzwart

Flat Black

9021

#01050E

 

Het nieuwe camouflagepatroon dat hierboven wordt getoond heet NFP-Green: Netherlands Fractal Pattern Green. De combinatie van woodland en urban is een prototype.

De aride variant, bedoeld voor optreden onder woestijnomstandigheden, heet NFP-Tan en is bruinkleurig.

De fractals in de camouflage laten het tenue 'pixalated' lijken - bestaande uit pixels. Hoe meer pixels, des te meer details. Het is een trend in camouflage die is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Uit in 2009 afgerond onderzoek van TNO Human Factors is gebleken dat het combineren van de effecten van disruptive patterns, zoals de nieuwe NFP-Green/Tan, het beste werkt. Gefragmenteerde digitale patronen, zoals de nieuwe NFP-Green/Tan, werken goed op afstanden groter dan 100 meter.

NFP-Green/Tan is een technisch geavanceerd patroon, dat tot acht kleuren bevat, terwijl de huidige disruptive patterns slechts drie of vier kleuren hebben.

NFP zal niet per se het nieuwe camouflagepatroon voor de landmacht (en mariniers) worden, maar medio 2014 kan een nieuw camouflagetenue in een camouflagepatroon zoals hier wordt getoond als eerste worden ingevoerd bij de gevechtseenheden (fighters first): Korps Mariniers, luchtmobiele infanterie, pantserinfanterie en verkenningseenheden.

Het getoonde textiel is vervaardigd door TenCate Defender™M. Deze stof heeft de traditionele infrarood-reflecterende eigenschap en is daarnaast in hoge mate vlamwerend en insektenwerend. Het is afhankelijk van de aanbestedingen of TenCate Defender™M de nieuwe stof aan Defensie zal leveren.

Het nieuwe camouflagepatroon is voor de eerste maal publiekelijk gepresenteerd tijdens de jaarlijkse infanteriepelotontest- en schietcompetitie (Bartelsbeker) op 17 juni 2011.

De krant Metro publiceerde op 27 oktober 2014 enkele foto's van het nieuwe gevechtstenue.

De bijgaande tekst luidde: "Komt in twee kleuren: groen voor missies in bosrijke en donkere gebieden, bruin voor warme en droge gebieden. Het gevechtstenue camoufleert niet alleen, het biedt ook bescherming tegen vuur en stekende insecten."

Terug naar Boven

 

CANE

Uitgesproken als "keen". Uit het oud-Frans, betekenis "riet"; in het Engels komt het woord voor in "sugarcane" ("suikerriet"). Synoniem: functiestok.

Een dunne, gelakte en in de regel eikenhouten stok van plusminus 90 cm lang, voorzien van een metalen knop aan het uiteinde, die door bepaalde functionarissen wordt gedragen bij het uitoefenen van bijzondere functies.

De cane - van oorsprong een wandelstok uit de tijd van de Britse koning Henry VIII (1491-1547) - is uiteindelijk binnen de gelederen van de krijgsmacht geïntroduceerd als hulpmiddel om lijfelijk te kunnen straffen tijdens met name het drillen van de troep en, daarna, als statussymbool tijdens de exercitie.

In de 18e en 19e eeuw droegen onderofficieren in een aantal Europese krijgsmachten nog altijd stokken als strafwerktuig om de troep, eventueel hardhandig, discipline bij te brengen.

Sergeant-majoor instructeur b.d. Piet de Groot met de cane.

De Groot gaf leiding aan het Exercitiepeloton van de Stichting Ouwestomp (externe link):

"Exercitie is als fietsen. Eenmaal geleerd verleer je het niet meer."

Veel van de tradities en het uiterlijk vertoon binnen de Koninklijke Landmacht verwijzen naar de Britse oorsprong tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Dit geldt ook voor de cane, een gewoonte die ook na 1945 binnen de KL bleef bestaan. Tegenwoordigis de cane een symbool van aanzien en gezag voor onderofficieren op de meest begerenswaardige functies.

Binnen de Koninklijke Landmacht zijn de CSM (compagnies sergeant-majoor) en CA (compagniesadjudant), batterij- of eskadronsopperwachtmeester en compagnies-, bataljons-, brigade-, Regiments-, Korps- en de CLAS-adjudant(en) bij bijzondere gelegenheden gerechtigd tot het dragen van de cane.

De cane van een stafadjudant is voorzien van een goudkleurige metalen knop; bij de overige functionarissen die gerechtigd zijn tot het dragen van de cane is die voorzien van een zilverkleurige metalen knop.

De draagwijze van de cane is horizontaal in de linkerarm, geklemd in de linker okselholte, waarbij de knop naar voren wijst.

De cane wordt met de linker hand omvat, met de duim rechts van de knop en de aaneengesloten gestrekte vingers links van de knop, waarbij de wijsvinger tegen de knop rust (en de cane niet omsloten is). De vlakke hand wordt verticaal gehouden en de linker bovenarm is verticaal tegen het bovenlichaam gedrukt.

De cane wordt niet gedragen wanneer de functionaris bewapend is.

Bron: onder andere Defensie Publicatie (DP) 20-20, Exercitie voor de krijgsmacht.

Terug naar Boven

 

CANNERBERG

Strategisch gelegen mergelgrotten, tot 50 meter onder de grond, met een oppervlakte van in totaal 6.750 hectare en acht km aan gangen. De groeves, gelegen achter het Château Neercanne ten zuiden van en gedeeltelijk onder Maastricht, bevinden zich in het grensgebied met België en Duitsland. Pas in het Belgische weekblad Vox, een uitgave van de Belgische strijdkrachten, van 20 november 1980, werd het bestaan onthuld van een ondergronds NAVO-hoofdkwartier op deze locatie, "ergens in de streek van Maastricht".

Vanaf 1954 huurde het Ministerie van Defensie voor een periode van vijftig jaar de 'groeve Boschberg', ook genaamd: Cannerberg. Op 15 april 1954 sloten Defensie, stichting Limburgs Landschap, freule Louise E.M. Poswick (tot 1947 de eigenaresse van het Château Neercanne) en de paters Jezuïeten uit Maastricht de overeenkomst dat de Cannerberg voortaan kon worden gebruikt door en voor de krijgsmacht.

In 1955 werd de in de mergelberg uitgehakte en met beton verstevigde Cannerberg-bunker, door de NAVO een interim-oorlogshoofdkwartier gevestigd, "a temporary site to be used only in war". Bij Koninklijk Besluit van 17 februari 1956 werd de Cannerberg geplaatst onder de Wet op de Staatsgeheimen. Daarmee had het hoofdkwartier onmiddellijk de status "ultrageheim".

Na de bouw van het IJzeren Gordijn werd de bunker vanaf 1 juli 1963 ook in vredestijd gebruikt, met een permanente militaire bezetting van tenminste drie en ten hoogste vierhonderd militairen. In geval van oorlog kon het regionale hoofdkwartier van de 2nd Allied Tactical Air Force (2ATAF) direct worden verplaatst vanaf haar vredeslocatie in het Duitse Rheindahlen (Mönchen-Gladbach).

Ook het commando van de Northern Army Group (NORTHAG), over de Amerikaanse, Belgische, Britse, Duitse en Nederlandse landstrijdkrachten in het noorden van West-Duitsland, was er gevestigd. Het commandocentrum was 24/7, 365 dagen per jaar, operationeel.

Officieel luidde de benaming van de Cannerberg-bunker: Joint Operations Centre (JOC). De commandant van het JOC was afwisselend een Belgische of Nederlandse generaal. Het onderaardse commandocentrum deed hierbij dienst voor de NAVO-troepen in het noordelijk deel van Centraal-Europa, een sector die zich uitstrekte van Noorwegen tot Italië.

Via het JOC in de Cannerberg en via het communicatiesysteem van het NATO Air Defence Ground Environment (NADGE), zou het commandocentrum in voorkomend geval met vooruitgeschoven commandoposten en haar ondereenheden in verbinding staan.

Via een verwarmingssysteem werd een constante temperatuur van 18 graden Celsius gehandhaafd; airconditioning zorgde voor de juiste temperatuur en luchtvochtigheid in de computerruimten.

De keuken van het zelfbedieningsrestaurant had een capaciteit van 600 maaltijden.

Het commandocentrum had een onafhankelijke watervoorziening; scheepsdieselmotoren stonden klaar om elektriciteit te leveren als de energielevering van Maastricht zou uitvallen. De toegangsdeuren waren bestand tegen de gevolgen van explosies, gas en fall-out.

In 1991 deed TNO in opdracht van het Ministerie van Defensie onderzoek in de Cannerberg, met als resultaat het rapport 'Asbestmeting in de Cannerberg' (3 december 1991): "Op diverse plafonds werden vlokken blauw asbest waargenomen. [...] Drie van de tien luchtmonsters bevatten te veel asbestvezels. [...] Het stof in de luchtleidingen is ernstig verontreinigd." Grote hoeveelheden asbest waren gebruikt als isolatiemateriaal.

De TNO-onderzoekers concludeerden dat "het ernstige gezondheidsrisico, dat met blootstelling aan asbestvezels gepaard gaat, ingrijpen zeer urgent maakt." Hoewel de Cannerberg "op korte termijn" moest worden gesloten, besloten de NAVO en het Ministerie van Defensie dat de bunker tot aan de geplande sluiting eind 1994 in gebruik zou blijven. Uiteindelijk sloot de bunker in 1992 toch haar deuren: met de val van de Berlijnse Muur was de Koude Oorlog voorbij.

Sinds 2003 heeft Defensie, in één van de grootste saneringsoperaties uit de geschiedenis, gewerkt om het complex vrij van kankerverwekkende asbestvezels te krijgen. Naast asbest had de Cannerberg nog een fors milieuprobleem: tientallen jaren lang werd al het afval, uit oogpunt van antispionage, in de berg opgeslagen. Op zestien stortlocaties lag in totaal 12.000 kubieke meter afval. Hieronder bevond zich onder andere afgewerkte olie, die diep in de mergellagen was doorgedrongen. De verontreinigde mergel werd ontgraven.

Terug naar Boven

 

CAPABILITY - CAPACITY

Het verschil tussen capabilities en capacities is voor iedere organisatie essentieel, dus zeker ook voor de krijgsmacht.

Een capacity is slechts een middel (asset), uitgedrukt in een kwantiteit (aantal, grootte, volume).

Door het organiseren van capacities - personeel, boys, en materieel, toys - en met behulp van randvoorwaardelijke elementen - abilities, zoals leiderschap en Opleiding & Training, en facilities, zoals de financiële bestedingsruimte en technologische ontwikkelruimte - worden capabilities verkregen.

Zo bestaan geneeskundige capabilities uit het geneeskundig personeel, (modules in) geneeskundige inrichtingen en het geneeskundig systeem als geheel.

In de nota 'In het belang van Nederland' (2013) wordt aangegeven welke aspecten van belang zijn bij het bepalen van de relevantie van capaciteiten:

► Bruikbaarheid of veelzijdigheid

Usability

► Aanpassingsvermogen

Adaptability

► Toekomstbestendigheid

Durability

Nota 'In het belang van Nederland', 17 september 2013, p. 15.

Tijdens missies komt het voor dat er een overschot aan middelen is, omdat troepenleverende landen de capacities leveren die zij zelf nodig hebben en niet de capabilities die de missie nodig heeft. Omdat in dit geval de assets onsamenhangend zijn ontplooid en daarmee de capacities feitelijk overbodig zijn, wordt het vermogen van de logistiek - als functie van militair optreden - allesbehalve volledig benut.

Het vraagstuk van de capacity-versus-capability gaat over wat de krijgsmacht in potentie aan middelen kan inzetten ten opzichte van hoe de krijgsmacht inzetgerede middelen inzet. Een operationele beperking in deze wordt een capability gap genoemd.

Term

Omschrijving

DOTMLPFI-factoren

Capacity

Kwantiteit (aantal, grootte, volume).

Beschikbaar middel (asset) van de Defensieorganisatie dat met behulp van randvoorwaardelijke elementen een capability kan vormen.

Een capacity op zichzelf is tot niets in staat. Door het organiseren van de capacities, en met behulp van abilities en facilities, kunnen capabilities worden verkregen.

 

► Doctrine
► Organisatie
► Materieel
► Personeel
► Informatie/Interoperabiliteit

Ability

Randvoorwaardelijk element dat vereist is om een capacity om te zetten in een capability.

► Leiderschap
(leiderschapsvisie, wil en durf om noodzakelijke veranderingen door te voeren)
► Training & Opleiding
(ervaring opdoen om de noodzakelijke kennis en vaardigheid te krijgen)

 

Facility

Randvoorwaardelijk element dat vereist is om een capacity om te zetten in een capability.

► Faciliteit
(financiële bestedingsruimte en technologische ontwikkelruimte)

 

Capability

Kwaliteit. Inzetgerede entiteit.

Middel dat geschikt is om een specifiek operationeel effect mee te bereiken en daarmee bijdraagt aan militair vermogen (fighting power) en gevechtskracht (combat power).

Bronnen onder andere:

► 'De Koninklijke Landmacht voorbereiden op de toekomst. Een fundamenteel andere benadering', Land Warfare Centre

► 'In het belang van Nederland', nota van minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert, 17 september 2013

► 'Outsourcing van militaire logistiek. De ISAF-ervaring met contractor-based logistics', luitenant-kolonel P.B.M.J. Pijpers (Militaire Spectator, jaargang 182, nummer 6, 2013)

► Doctrine Publicaties Koninklijke Landmacht

Zie ook: denken in effecten, DOTMLPFI, essentiële operationele capaciteiten (Essential Operational Capabilities), gevechtskracht, leidinggeven, militair vermogen en Opleiding & Training.

Terug naar Boven

 

CAPABLE LOGISTICIAN

Internationale logistieke Field Training Exercise (FTX) gericht op standaardisatie en interoperabiliteit, die van 31 mei tot 22 juni 2013 heeft plaatsgevonden op oefenterreinen en kazernes rond de stad Zvolen in Slowakije.

Belangrijkste doelstellingen van de drieweekse oefening waren het internationaal afstemmen, samenwerken en taken verdelen in het kader van Operational Logistics Chain Management (OLCM, ketenmanagement). Op het gebied van interoperabiliteit bood Capable Logistician hiervoor kansen. Nederland, dat op het gebied van Asset Tracking de rol van lead nation claimt, was leading in Capable Logistician.

Voorop stond het beproeven van de onderlinge uitwisselbaarheid van de track en trace-systemen op voertuigen en goederenstromen (Asset Tracking), inbegrepen het testen van de communicatiemiddelen en het laten communiceren van alle systemen met het NATO Asset Locator Expert System (NALES).

In de toekomst zal eem NAVO-commandant te velde met één druk op de knop inzage kunnen krijgen in het verloop van de ontplooiing van zijn troepen en materieel.

NALES is een geavanceerd scansysteem dat de locatie van alle materieel tijdens het transport kan traceren. Zo kunnen landen ook elkaars materieel vervoeren. Asset Tracking is bijvoorbeeld getest met de internationale treintransporten richting Slowakije.

Het is de nadrukkelijke wens van de NAVO om de logistiek van internationale operaties beter af te stemmen en taken te verdelen, zodat bij steeds krappere Defensiebudgetten kosten worden bespaard. Op een vliegbasis zou niet langer elk land een eigen National Support Element (NSE) moeten uitbrengen, maar één NSE voor alle deelnemende landen.

Het grootste deel van de Nederlandse Primary Training Audience (PTA) werd geleverd door 100 Bevoorradings- & Transportbataljon en de Sectie Verplaatsingen van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL). Nog 34 andere landen met in totaal ruim 1.800 militairen namen aan Capable Logistician deel, zowel NAVO- als niet-NAVO-landen, waaronder Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen en Spanje.

Onderweg naar Slowakije testte de vervoerders van de Koninklijke Landmacht met Belgische en Franse colonnes een gezamenlijke, multinationale Rest Over Night (RON). Waar de drie landen gewoonlijk afzonderlijk van elkaar locaties zouden regelen voor logistieke zaken als eten, brandstof en slaapplaatsen, nam Nederland nu de leiding. Onderweg in Duitsland en Tsjechië werden op vier plaatsen verzorgingslocaties ingericht voor de Belgische, Franse en Nederlandse colonnes die deelnamen aan Capable Logistician. De verkeersleiding op de locaties was in handen van de Sectie Verplaatsingen van het OOCL, in samenwerking met Belgische, Duitse, Franse en Tsjechische militairen.

Zie ook: colonne, Field Training Exercise (TFX), interoperabiliteit, National Support Element (NSE), Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL) en Rest Over Night (RON).

Terug naar Boven

 

CAPILLAIRE REFILL

Hervulling van de haarvaten. De haarvaten (capillairen) zijn de kleinste bloedvaten; ze vormen de verbinding tussen slagaders en aders. In de haarvaten vindt onder andere afgifte van zuurstof aan het weefsel plaats. Vanwege de al dan niet verminderde zuurstofafgifte kunnen de haarvaten functioneren als parameter voor het beoordelen van de circulatie.

Vijf seconden achtereen wordt het nagelbed van een vinger ingedrukt. Hierdoor worden de haarvaten tijdelijk bloedleeg gemaakt, waardoor het nagelbed bleek kleurt. Na het loslaten zal het nagelbed bij een goede doorbloeding binnen 1½ à 2 seconden weer roze kleuren.

Als er sprake is van zuurstofgebrek (hypoxie) in de weefsels, zal het hervullen van de haarvaten langer dan 2 seconden duren: de capillaire refill is dan “traag” of “vertraagd”. Hiermee is de perifere weerstand (doorbloeding van en zuurstofafgifte door de haarvaten in de huid) gemeten.

Mede met behulp van de capillaire refill kan een oordeel worden gegeven over het al dan niet optreden van een bedreigde circulatie. Een vertraagde capillaire refill is dan ook één van de specifieke verschijnselen bij shock, naast een tachycardie (snelle hartslag), klamme/koude bleke huid, hypotensie (lage bloeddruk) en sterk verminderde diurese (urinevorming door de nieren).

Terug naar Boven

 

CAPITULATIE

Kapitulation capitulation capitulation.

Ook genaamd: overgave (aan de vijand) in oorlogstijd. Term dateert uit 16e eeuw.

Volgens het oorlogsrecht een overeenkomst tussen de bevelhebbers van strijdende partijen waarbij, in de regel onder bepaalde voorwaarden, wordt aangegeven dat één van de partijen de gewapende strijd van zijn land of strijdmacht staakt. Artikel 35 van de Haagse Conventie uit 1899 bepaalt dat capitulatie moet plaatsvinden in overeenstemming met de regels van de militaire eer.

Hoewel een capitulatie niet per se het einde van een oorlog hoeft te betekenen, moet een (on)voorwaardelijke capitulatie bepalingen bevatten over zowel het tijdstip van inwerkingtreding en als het gebied en de eenheden waarvoor zij geldt.

Capituleren kan verder inhouden dat, indien geen vrije aftocht voor de betreffende eenheden is overeengekomen, ze door de overwinnaar worden ontwapend en krijgsgevangen gemaakt. Militaire voorraden, munitie, uitrusting en wapens(ystemen) vallen onder het buitrecht, waarbij volgens het jus in bello de buit toekomt aan de overwinnaars.

Capitulatie wordt onderscheiden van overgave en wapenstilstand. Overgave is een enkelzijdige handeling, waarbij militairen bijvoorbeeld door het opsteken van beide handen of het laten zien van een witte vlag, te kennen geven dat ze de strijd staken. Wapenstilstand betekent dat troepen gewapend in hun stellingen blijven gedurende een periode van status quo.

Geschreven regels op het gebied van het capituleren staan in het Landoorlogreglement, onderdeel van de Haagse Conventie (1899, herzien in 1907), en de Conventie van Genève.

Voorbeelden met betrekking tot Nederland:

Vijf dagen na de Duitse inval capituleerde Nederland.

Om na het bombardement op Rotterdam en de dreiging van het platgooien van Utrecht onnodig bloedvergieten te voorkomen, tekende de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht, generaal Henri G. Winkelman, op 15 mei 1940 de capitulatie.

Namens de bezettende Duitse troepen was hierbij generaal Georg von Küchler aanwezig, de commandant van de 18. Armee (18de Leger) die de aanval op Nederland had geleid.

De Nederlandse capitulatie gold niet voor de provincie Zeeland, waar met behulp van hoofdzakelijk Franse troepen tot 19 mei 1940 de strijd werd voortgezet.

Op 15 mei 1940 tekende generaal Henri G. Winkelman in de toenmalige Johannes Postschool in Rijsoord, gemeente Ridderkerk, de Duitse capitulatievoorwaarden.

Nederland capituleerde, maar Winkelman zou bij deze gelegenheid nog hebben gezegd: "Wij sluiten geen vrede, wij zetten de oorlog door."

Voor de school die nu oorlogs- en verzetsmuseum is, staat het capitulatiemonument, onthuld op 28 mei 1975.

Op de rand van het natuurstenen voetstuk van het monument staat de tekst: "Een volk dat zijn verdediging verwaarloost zet zijn vrijheid op het spel." Dit citaat is van dr. Loe de Jong, schrijver van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' (1969-1994).

De tekst op de bronzen plaquette van het capitulatiemonument luidt: "Buigend voor de Duitse overmacht ondertekende H.G. Winkelman, opperbevelhebber van land- en zeemacht, in dit gebouw op 15 mei 1940 de capitulatieoverdracht."

 

Uit angst voor een bombardement op de stad Bandoeng én omdat de Japanners met minder dan een algemene capitulatie geen genoegen zouden nemen, capituleerde op 9 maart 1942 - een week na de Japanse landingen op Java - het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) onvoorwaardelijk.

Het capitulatieprotocol werd door luitenant-generaal Hein ter Poorten, commandant van het KNIL en hoofd van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indië, getekend ten overstaan van de Japanse luitenant-generaal Hitoshi Imamura, commandant van het 16de Japanse leger. Plaats van handeling was het militair vliegveld Kalidjati op West-Java.

Zie ook: Bevrijdingsdag (capitulatie Duitse bezetter in 1945) en Dodenherdenking.

Terug naar Boven

 

CASEVAC

CASEVAC; Verwundetenabschub.
évacuation sanitaire par voie aérienne (EVASAN); évacuation des pertes.

Acroniem voor Casualty Evacuation. Synoniemen: Dust Off; gelegenheidsgewondentransport; Opportune Lift.

Uitvoering van een CASEVAC tijdens de Falklandoorlog. Een ambulante gewonde van de Scots Guards wordt door zijn maten naar een Westland Scout helikopter begeleid na de Battle of Mount Tumbledown. Bron: 'Battle for the Falklands (I). Land Forces' van William Fowler (Osprey Publishing, 1982).

Niet-NAVO term voor het vervoer van gewonden en zieken naar een geneeskundige inrichting (Medical Treatment Facility) binnen de gevechtszone (combat zone). CASEVAC wordt niet-planmatig uitgevoerd:

► met non-dedicated transportmiddelen: niet specifiek ingericht voor gewondenafvoer

► zonder de voorgeschreven markering (Rode Kruis)

► zonder (afdoende) medische begeleiding

Gelegenheidsgewondentransport (CASEVAC) vindt bijvoorbeeld plaats bij het afbreken van het gevecht.

In de regel vindt CASEVAC plaats door niet-geneeskundig personeel of in het beste geval door geneeskundig hulppersoneel dat organiek is ingedeeld bij een gevechtseenheid. Tijdens het gewondentransport krijgt de patiënt hierdoor niet of in elk geval niet hoogwaardige (additionele) medische zorg; wanneer de status van de patiënt onderweg verslechter, heeft dat een ongunstig effect op de prognose van zijn gezondheidstoestand.

Gewondenafvoer is een achilleshiel van het optreden van de lichte infanterie, die voor de initiële verzorging van gewonden erg afhankelijk is van luchtsteun ten behoeve van CASEVAC (en MEDEVAC).

Amerikaanse mariniers vervoeren een niet-ambulante patiënt op een draagbaar. Fallujah, Iraakse provincie Al-Anbar, 2006.

Voor het aanvragen van een casevac - een Casualty Evacuation Request (CASEVACREQ) - wordt gebruik gemaakt van een nine-liner (9-liner, voorheen 11-liner). De CASEVACREQ bevat onder andere het aantal gewonden, hun prioriteiten, de aard van hun verwondingen, de locatie van het Pick-Up-Point (PUP) en de tijd van de extractie.

De gewonde wordt naar het PUP gedragen door gebruikmaking van een (geïmproviseerde) draagbaar. Wanneer een CASEVAC wordt uitgevoerd met een helikopter, kan dit door gebruikmaking van een lier (winch), door te hoveren of door te landen op een landingpoint.

Zie ook: Falklandoorlog, landingpoint, MEDEVAC en nine-liner.

Terug naar Boven

 

CASSEIOPEIA

Vorm van het sterrenbeeld Casseiopeia wanneer die zich boven de Poolster bevindt.

Opvallend, M- of W-vormig sterrenbeeld dat op heldere avonden het gehele jaar boven de noordelijke horizon kan worden waargenomen. Wanneer het sterrenbeeld Casseiopeia zich boven de Poolster (Stella Polaris) bevindt, heeft het sterrenbeeld de vorm van de letter M; wanneer het onder de Poolster staat de vorm van de letter W.

Casseiopeia is een circumpolair sterrenbeeld (staat altijd boven de horizon).

Casseiopeia bestaat uit vijf heldere sterren en ligt noordoostelijk van de Poolster, waar de Grote Beer (Ursa Major) zuidwestelijk van de Poolster staat. De Poolster staat dus tussen beide constellaties. De helderste ster is Shedar (Arabisch voor:“borst”).

  

Het sterrenbeeld wordt omringd door Camelopardalis, Cepheus, Lacerta, Andromeda en Perseus.

Wanneer vanaf de ster onderin de eerste punt van Casseiopeia een lijn wordt getrokken naar de Grote Beer, snijdt die lijn de Poolster. Op deze manier kan relatief exact het ware noorden worden bepaald.

Casseiopeia bevat de resten van een supernova, die in 1572 door Tycho Brahe werd waargenomen. Het sterrenbeeld Casseiopeia ontleent zijn naam aan de vrouw van Cepheus, koning van Joppa (Ethiopië). Casseiopeia’s dochter Andromeda werd door de held Perseus gered van het zeemonster Cetus.

De positie van het sterrenbeeld Casseiopeia aan de noordelijke horizon ten opzichte van de Grote Beer en de Poolster.

Zie ook Grote Beer, Kleine Beer en Poolster.

Terug naar Boven

 

CATCH-22

Naar de roman 'Catch-22' (1961) van de Amerikaanse schrijver Joseph Heller (1923-1999).

De antioorlogsroman 'Catch-22' is gebaseerd op Hellers ervaringen als 20-jarige vlieger van een B-25 Mitchell bommenwerper van 488th Bombardment Squadron in 1944 (WO II). Vanuit Corsica vloog hij toen zestig missies naar het Italiaanse front.

'Catch-22' is het verhaal van Heller's alter ego kapitein John Yossarian, die vanaf het eiland Pianosa voortdurend wordt gedwongen om extra missies te vliegen. Alleen als hij zich gek kan laten verklaren, zal hij niet meer hoeven vliegen.

Artikel 22 van het luchtmachtreglement schrijft echter voor: wie géén missies wil vliegen, kan niet echt gek zijn. De situatie is voor Yossarian onoplosbaar, elke mogelijke vluchtpoging - door regelgeving of door zijn eigen paradoxale en onweerlegbare drogredenering - is gedoemd te mislukken: "Wie vliegt, is gek. Wie gek is, wordt afgekeurd. En wie afgekeurd wordt, vliegt niet meer. Maar wie niet meer vliegt, is normaal. En wie normaal is, moet weer vliegen."

Ontsnappen is onmogelijk, maar Yossarian is vastbesloten de oorlog hoe dan ook te overleven en elk middel aan te grijpen om dat voor elkaar te krijgen. Kapitein Yossarian neemt zich voor "to live forever or die in the attempt".

Alleen zijn superieuren schijnen beter te worden van het oorlogsvoeren, maar Yossarian weigert zich als individu te laten mangelen door de autoriteiten en het militair-industrieel complex.

Het boek bereikte tijdens de Vietnamoorlog een cult-status en werd pas daarna, door de jaren heen, een bestseller. ‘Catch-22’, het ultieme boek over de waanzin van oorlog, beschrijft op even humoristische als satirische wijze de absurditeit van de Tweede Wereldoorlog.

Heden ten dage leeft ‘catch-22' in het algemeen spraakgebruik voort als een no-win situatie, paradoxale situatie zonder uitweg of uitzichtloze kringlogica - terechtgekomen in een vicieuze cirkel. Een ‘catch-22' wordt gezien als een raadselachtige vraagstelling waarop het antwoord zéér complex is en misschien zelfs nooit te geven. Wie de vraag wordt gesteld lijkt weliswaar keuzes te hebben, maar geen enkele van de keuzes leidt tot een oplossing. Uit zo'n situatie komt in de regel alleen een verliezer naar voren.

‘Catch-22’ verscheen in 1970 in de verfilming van regisseur Mike Nichols. Van deze film moest Heller niets hebben. In de rolprent vertolkt Alan Arkin de rol van Yossarian. De film mislukte, ook al omdat een paar maanden eerder de kaskraker ‘M.A.S.H.’ werd uitgebracht.

Op 23 november 2008 vond de wereldpremière van ‘Catch-22’ op toneel plaats. Opgevoerd door de Aquila Theatre Company in het Lucille Lortel Theatre in New York, met in de hoofdrol John Lavelle als Yossarian, geregisseerd door Peter Meineck.

Zie ook: sneuvelbereidheid.

Terug naar Boven

 

CAVALERIE ERE-ESCORTE

Vóór de Tweede Wereldoorlog was het Cavalerie Ere-Escorte verantwoordelijk voor de beveiliging van Hare Majesteit de Koningin.

Tijdens het Huwelijk van Prinses Beatrix met Claus von Amsberg in 1966 reed het Cavalerie Ere-Escorte voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog weer als officieel Koninklijk Escorte uit en in 1972 werd de traditie van het Cavalerie Ere-Escorte op Prinsjesdag in ere hersteld.

Zie ook: escouade.

Terug naar Boven

 

CAVALERIE SCHIETKAMP

Afgekort: CSK.

Het (voormalig) CSK is gelegen op de Vliehors ("de Hors"), het westelijke deel (zijde van de Waddenzee) van het Waddeneiland Vlieland.

Op het CSK werden tot 15 april 2004 schietoefeningen gehouden met Leopard-tanks (tankkanonnen) en vanuit pantservoertuigen (mitrailleurs).

Op laatstgenoemde datum heeft een tank het laatste schot gelost op het CSK, waarmee na 48 jaar een einde kwam aan de opleidingsactiviteiten van de Koninklijke Landmacht op het Waddeneiland.

Het CSK is ten prooi gevallen aan milieuwetgeving (oppervlaktewaterverontreiniging en geluidsoverlast) en bezuinigingen; op de Vliehors rusten en fourageren vele duizenden vogels, zoals brand- en rotganzen, dwergsterns, lepelaars en rose grutto's.

In 1953 is het oefenterrein op de Vliehors gevestigd, omdat het terrein ruim van opzet moest zijn en vanwege de grote onveilige sector: de zone rond het schietterrein waar de verschoten munitie terecht kan komen. Sinds 1956 sloten alle tankschutters hun eerste opleiding op het CSK af met een schot scherpe munitie./p>

Naast het CSK kent Vlieland aan de zijde van de Noordzee ten behoeve van de Koninklijke Luchtmacht en NAVO-bondgenoten de Cornfield Range, bedoeld voor schietoefeningen en bombardementen vanuit militaire vliegtuigen.

Het schietseizoen had plaats van 1 september tot 15 april. Op de Vliehors stonden karkassen van afgeschoten tanks, waarop door tankbemanningen geschoten diende te worden. Buiten de schietperiode werden er andere oefeningen gehouden en werd er munitie geraapt.

Zie ook: Vliehors Range.

Terug naar Boven

 

CAVEAT

Uitgesproken als "kav-ee-at". Latijn voor "oppassen".

Uitzondering op de regel. Formeel verzet tegen een gedeelte van de Rules of Engagement (ROE) voor het eigen nationale contingent dart deel uitmaakt van een multinationale operatie. De caveat komt ook aan de orde in de Nederlandse Defensie Doctrine, waar in artikel 236 uitdrukkelijk staat aangegeven dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) verantwoordelijk is voor de aansturing van de operationele eenheden van land-, lucht- en zeestrijdkrachten.

Omdat militair optreden in overeenstemming met de ROE op sommige onderdelen in strijd kan zijn met nationaal beleid of recht, kan een land binnen de ROE een operationeel voorbehoud maken.

Het verschijnsel van de caveats deed zich voor het eerst negatief gelden als gevolg van etnisch geweld in Kosovo op 16 en 17 maart 2004. Caveats binnen de Kosovo Force (KFOR) waren er de oorzaak van dat KFOR de burgerlijke onrust onvoldoende kon beperken.

Vervolgens hielden de caveats ook tijdens de International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. Op 24 oktober 2006 schatte de SACEUR, de Amerikaanse general James L. Jones, het aantal nationale caveats binnen ISAF op 102 - waarvan er vijftig de operaties aanzienlijk belemmerde. Voor deze 102 caveats waren 20 van de 26 NAVO-lidstaten binnen ISAF verantwoordelijk.

Voorbeelden hiervan waren:

► bannen van eigen troepen uit Riot Control-operaties;

► consulteren van de eigen regering voorafgaand aan inzet;

► geografisch gebonden inzet (niet in het oosten en zuiden Afghanistan);

► helpen van de Afghaanse overheid bij het uitroeien van de opiumoogst;

► niet vechten in koudweeromstandigheden (Zuid-Europese landen);

► uitvoeren van patrouillegang uitsluitend bij daglicht (Duitsland);

► vervoeren van Afghanen met militaire helikopters.

Zowel langs ambtelijke als militaire weg wordt voortdurend aangedrongen op het verminderen van (de reikwijdte en strekking van) dergelijke caveats.

Aangezien zij operationele commandanten beperken in de mogelijkheid tot het uitvoeren van een opdracht, zou de afwezigheid van caveats de inzet van troepen in steeds complexere missiegebieden alleen maar vergemakkelijken.

Zie ook: NAVO, Red Card Holder en Rules of Engagement (ROE).

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.

chemisch, biologisch, radiologisch und nuklear (CBRN).
nucléaire, radiologique, biologique et chimique (NRBC).

Nieuwe verzamelnaam in plaats van NBC (Nucleair, Biologisch en Chemisch), in Nederland sinds 1 januari 2012 geformaliseerd. Betekenis: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair.

CBRN omvat alle preventieve en verdedigingsmaatregelen tegen chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanvallen.

In 2003 zijn het Joint Kenniscentrum NBC en de Joint NBC School opgericht.

In 2004 is, om uitgezonden Nederlandse eenheden te kunnen beschermen tegen CBRN-wapens, 101 NBC Verdedigingscompagnie paraatgesteld.

De NAVO beschikt sinds 2004 over het multinationale 31st CBRN Defence Battalion, dat op roulatiebasis door de lidstaten wordt gevuld en waarvan delen in 2004 zijn ingezet tijdens de Olympische Spelen in Griekenland. 31st CBRN Defence Battalion is gestationeerd in Liberec, Tsjechië.

 
Joint Doctrine Publicatie 3.8.8.1. Instructiekaart Persoonlijke CBRN Bescherming.Joint Doctrine Publicatie 3.8.8.1. Instructiekaart Persoonlijke CBRN Bescherming.

Zie ook: CBRN-ploegcommandant, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker), level-indeling CBRN, massavernietigingswapens, maskeroefenruimte, NBC-pak en R.O.T.A.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-KLEDING

Vanaf medio 2001/2002 voert de krijgsmacht als CBRN-beschermende kleding het type M2000.

M2000, opvolger van de NBC-pakken M78 (1978) en M82 (1982), is een aangepaste versie van de Amerikaanse CBRN-kleding.

De CBRN-kleding wordt, in tegenstelling tot de verouderde NBC-pakken, niet op de man verstrekt, maar alleen in het inzetgebied. Broek en parka hebben een betere pasvorm. Het totale pakket bestaat uit:

Binnenhandschoen M2000, maatgebonden 

Broek, M2000, maatgebonden 

Buitenhandschoen M2000, maatgebonden 

Draagzak CBRN

Overlaars, paar M2000, maatgebonden

Parka, M2000, maatgebonden

Rechtsboven de nieuwe CBRN-parka, rechtsonder de nieuwe CBRN-broek en links een militair die volledig in de nieuwe CBRN-kleding is gestoken.

M2000 is gemaakt van koolstofbevattend, luchtdoorlatend materiaal dat bestaat uit een meerlagensysteem: een textiele buitenlaag met een vloeistofwerende en vlamvertragende finish, gecombineerd met een dampafvangende binnenlaag met actieve kool.

De belangrijkste functie van de buitenlaag, die ook hitteflitsbestendig is, is het voorkomen van direct contact tussen vloeibare chemische strijdmiddelen (damp en druppels) en de dampafvangende koollaag. Daarnaast heeft de buitenlaag een filtratiecapaciteit tegenover (bio-)aerosolen.

M2000 beschermt maximaal 6 uur tegen vloeibare chemische strijdmiddelen, maar de beschermingsduur is afhankelijk van de besmettingsconcentratie.

 

Materiaal

Maatvoering

Binnenhandschoen M2000 

Katoen

Maten 7 t/m 10

Broek, M2000

Binnenlaag koolstof, buitenlaag vloeistofwerende coating

Acht maten: M/XL t/m L/XL

Buitenhandschoen M2000

Synthetisch butylrubber

Maten 8 t/m 11

Overlaars, paar M2000

Synthetisch butylrubber

Zes maten: XS t/m XXL

Parka, M2000

Binnenlaag koolstof, buitenlaag vloeistofwerende coating

Negen maten: S/XS t/m L/XL

De maatgegevens van de CBRN-uitrusting (de CBRN-kleding en het CBRN-masker) moet worden genoteerd.

Er zijn maatconversietabellen beschikbaar voor het omzetten van de NAVO-gevechtskledingmaten naar de maten van de CBRN-kleding. Het is van levensbelang dat bij operationele inzet de juiste maten kunnen worden meegenomen en gedragen. Broek, handschoenen, overlaarzen en parka worden opgeborgen in de draagzak CBRN.

Doel van de CBRN-uitrusting is de drager bij een chemische aanval te beschermen en gedurende een zekere tijd in staat te stellen zijn opdracht uit te voeren, ondanks de aanwezigheid van een chemisch strijdmiddel. Daarnaast biedt de CBRN-uitrusting bescherming tegen sommige biologische strijdmiddelen en voorkomt de kleding direct contact van radioactief stof met de huid: de bescherming tegen kernstraling is bijna nihil.

Bij ‘normale’ klimatologische omstandigheden moet de CBRN-kleding preventief worden gedragen volgens de opgedragen Dress State vanaf beschermingsgraad CHEM dan wel BIO MATIG. Na een chemische of biologische aanval dient de CBRN-kleding in complete beschermstelling te worden gedragen. Bij fallout dient de CBRN-kleding in principe niet te worden gedragen: gesloten gedragen gevechts(over)kleding volstaat ook.

De broek en parka kunnen bij normaal gebruik onder operationele omstandigheden gedurende ± 30 dagen worden gedragen zonder dat de beschermende eigenschappen verminderen.

Voor opleidings- en trainingsdoeleinden zijn de normale oefenpakken M2000 beschikbaar. De oefenkleding bevindt zich op brigadeniveau (niveau VI) en is herkenbaar aan het woord 'oefen' op het etiket. De CBRN-kleding vereist het beoefenen van de bijbehorende kleding- en ontsmettingsdrills. De procedure voor het uittrekken van besmette CBRN-kleding maakt hier deel van uit.

Zowel voor de oefen- als operationele pakken M2000 geldt dat bij temperaturen hoger dan 15 graden Celsius rekening moet worden gehouden dat bij de drager het vochtverbruik stijgt en prestatie degradeert.

Zie ook: CBRN, COLPRO, FM-12 (CBRN-masker), level-indeling CBRN en maskeroefenruimte.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-MIDDELEN

22 april 1915: Ieper

Tijdens de Krimoorlog (1853-'56) stelde de Britse admiraal Lord Dundonald voor om Sebastopol met behulp van gifgas op de Russen te heroveren.

Zijn plan hield in om schepen met brandend zwavel naar de fortificaties van de havenstad te varen. De verstikkende rookwolken zouden het beleg van Sebastopol binnen een paar uur opheffen. Zijn plan werd door het Britse kabinet afgewezen: een eervol leger zou een dergelijk afschuwelijk wapen niet gebruiken. In plaats daarvan kozen de Britten voor een klassieke charge van de cavalerie, waarbij duizenden Britten om het leven kwamen.

Hierdoor begon pas zestig jaar later, wat strijdgassen betreft, de moderne krijgsgeschiedenis.

Op 22 april 1915, aan het begin van de Tweede Slag om Ieper, lieten de Duitsers bij Ieper (Ypres) in de Vlaamse Westhoek op grote schaal chloorgas los. Doel van de aanval waren de onbeschermde 87e Division Territoriale Bretagne-Normandie en de 45e Division Algérienne. Met de aanval op Bixschoote, Langemarck en Steenstrate probeerden de Duitsers een doorbraak in de vastgelopen loopgravenoorlog te forceren.

Een groep daartoe opgeleide geniesoldaten draaide rond 17.00 uur 6.000 gascilinders open: 160.000 liter chloorgas dreef vanaf het Duitse front met een breedte van vier kilometer door de gunstige wind over het niemandsland naar de Fransen en Algerijnen.

Gas was nooit eerder bij oorlogshandelingen gebruikt. Bij de aanval, die de krijgsgeschiedenis inging als het officiële begin van de chemische oorlogvoering, stierven tenminste 5.000 geallieerde soldaten. Nog eens 10 à 15.000 geallieerde soldaten werden door het gas buiten gevecht gesteld.

Bij geringe besmetting met het chloorgas ontstond direct branden en pijn in de ogen, heesheid, misselijkheid en braken. Bij een ernstiger besmetting ontstonden benauwdheid, pijn op de borst, een blauwrode gelaatskleur en een snelle pols. Longoedeem zorgde voor een sterk bemoeilijkte ademhaling en hevige benauwdheid, voordat uiteindelijk de dood intrad.

Het geelgroene en bijtende chloorgas is zwaarder dan lucht en gemakkelijk te verdichten tot vloeistof. Het daalde daardoor gemakkelijk neer in de loopgraven, stellingen en door regenval omgewoelde modderpoelen op het slagveld. Door het verrassingseffect - niet zozeer door de aantallen slachtoffers - was de aanval weliswaar een tactisch succes, maar de Duitsers waren zo overweldigd door de chaotische geallieerde terugtocht dat die niet kon worden benut. Bovendien waren hun reserves te gering.

Het idee voor de chloorgasaanval was afkomstig van de Duitse chemicus dr. Fritz Haber, hoofd van de afdeling voor het onderzoek van strijdvoering met gifgassen. Eind 1914 benaderde Haber zijn militaire superieuren met het idee om door het gebruik van chloorgas de soldaten uit hun loopgraven te verjagen.

De keuze viel op Ieper omdat de Oberbefehlshaber van de 4. Armee, Albrecht Herzog von Württemberg, als een van de weinigen de inzet van chloorgas onderschreef. Von Württemberg kreeg zijn orders van de chef van de Duitse Generale Staf, Erich von Falkenhayn.

Duitsland verdedigde zich tegen de internationale verontwaardiging voor de chloorgasaanval door te verkondigen dat bij de legerleiding door spionage bekend was dat de Franse generaal Joseph Joffre al eind 1914 beschikte over projectielen met broom- en chlooraceton en die in maart 1915 tegen de Duitsers zou hebben gebruikt. Dit is feitelijk onjuist: de Fransen gebruikten de traangassen (Weißkreuz) al in 1914! Maar in tegenstelling tot chloorgas waren die niet dodelijk.

Met de chloorgasaanval van de Duitsers begon een wedloop in chemische strijdmiddelen die steeds dodelijker vormen aannam. Waar de dodelijke dosis chloor nog 'slechts' 19 gram per minuut per 1.000 liter was, was dit bij mosterdgas nog maar 1½ gram en bij het zenuwblokkerende VX het absurde minimum van 0,035 gram.

Hoe dodelijk de chloorgasaanval ook toescheen, Von Falkenhayn slaagde er niet in de Duitse beslissing te forceren aan het Westfront te forceren bij Ieper.

Bron onder andere: 'A Higher Form of Killing: The Secret History of Chemical and Biological Warfare' - Robert Harris & Jeremy Paxman (2001).

Ook genaamd: gif-, NBC-, oorlogs- of strijdgassen. CBRN-middelen zijn geschikt om te worden gebruikt in militaire operaties. Doel van CBRN-middelen is de tegenstander buiten gevecht te stellen en/of gebruik van installaties, terrein of materieel te bemoeilijken dan wel te ontzeggen.

Als begindatum van de moderne chemische oorlogvoering wordt genoemd de chloorgasaanval door de Duitsers bij het Belgische Ieper op 22 april 1915 (Eerste Wereldoorlog).

BIOLOGISCH

Biologische strijdmiddelen zijn bacterieen, schimmels, virussen e.d. die met behulp van een sproei-, spuit- of vernevelsysteem bij de vijand worden verspreid, maar ook door het afschieten van granaten of raketten die het strijdmiddel bevatten en zelfs te voren geïnfecteerde insekten of ratten die in vijandelijk gebied worden losgelaten. Zo kunnen relatief eenvoudig grote gebieden worden besmet met een onzichtbare wolk van aërosol, die derhalve ongemerkt wordt ingeademd en geabsorbeerd door de huid. Ook drinkwater- en voedselvoorraden kunnen worden besmet. Primair is het doel het verzwakken van de vijand, niet het doden.

De bekendste zijn cholera, miltvuur (anthrax) en pokken, geschikt gemaakt voor biologische oorlogvoering, maar ook ebola, gele koorts, influenza, marburg, mijtenkoorts, tyfus en West-Nijlkoorts zijn berucht.

CHEMISCH

Chemische strijdmiddelen – die inwerken op het menselijk lichaam en militairen buiten gevechtstellen - kunnen voorkomen in de vorm van aërosol, damp, nevel, rook of een vaste dan wel vloeibare vorm. Vooral de verspreiding in vloeibare vorm is gevaarlijk: benedenwinds van het aangevallen gebied ontstaat een gebied met dampgevaar, waarvan de diepte kan variëren van enkele tot tientallen kilometers. Chemische strijdmiddelen kunnen op velerlei wijzen worden verspreid met behulp van nagenoeg alle bekende wapensystemen: bommen vanuit vliegtuigen, (on)geleide projectielen, landmijnen, (meervoudige) raketwerpers, raketten, sproeitanks en vuurmonden (houwitsers, kanonnen en mortieren).

Door het tijdig nemen van beschermende maatregelen kan het aantal slachtoffers aanzienlijk worden beperkt.

429: Plataea

Volgens Adrienne Mayor, in 'Greek Fire, Poison Arrows & Scorpion Bombs: Biological and Chemical Warfare in the Ancient World' (2003), waren het de Spartanen die al in 429 voor Christus strijdgassen gebruikten in de Slag om Plataea.

Dus niet de verstikkende rook van brandend pek (teer) en zwavel was het eerste strijdgas dat de Sassaniden (Perzen) gebruikten tijdens het beleg van het Romeinse Dura-Europos, aan de Eufraat, in 256 - aldus Simon James van de University of Leicester.

Ook niet de Duitsers bij Ieper, op 22 april 1915.

In 429 werd Plataea belegerd door Boeotië en Sparta. Tijdens de gevechten slaagden de Spartanen erin de stad in brand te steken door takkenbossen met zwavel en pek te doordrenken en die in brand te steken. De inwoners van Plataea beschermden zich door de houten omwalling van de stad te bedekken met dierenhuiden die waren gedrenkt in azijn of pekel.

De indeling van de chemische strijdmiddelen:

Zenuwblokkerende strijdmiddelen
(Nerve agents)
Ook genaamd: organofosfaten of zenuwgassen.

Sarin (GB)
Soman (GD)
Tabun (GA)
VX

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door remming van het enzym acetylcholinesterase; prikkeloverdracht van zenuwen op elkaar, spieren en klieren raakt ontregeld.

Besmettingsverschijnselen zijn slecht zien (miosis), loopneus, spiertrekkingen, hoofdpijn, benauwdheid en speekselvloed.

Celvergiftigende strijdmiddelen
(Blood agents)
Ook genaamd: intoxicantia.

Blauwzuur (AC)
Chloorcyaan (CK)

Dodelijke giftigheid; werking wordt veroorzaakt door stoffen die enzymen in de cellen remmen.

Blaartrekkende strijdmiddelen
(Blister agents)
Ook genaamd: vesicantia of blaargassen.

Fosgeenoxim (CX)
Lewisiet(L)
Mosterdgas (H)
Mosterdgaslewisiet (HL)
Stikstofmosterdgas (HN)

Zonder afdoende bescherming dodelijk; bij inademing worden de longen beschadigd; bij huidcontact treedt blaarvorming op.

Verstikkende strijdmiddelen
(Choking agents)
Ook genaamd: suffocantia of stikgassen.

Chloorpicrine (PS)
Difosgeen (DP)
Fosgeen (PG)

Zonder afdoende bescherming dodelijk; bij inademing worden de longen beschadigd; dit is zeer moeilijk te behandelen.

Incapaciterende strijdmiddelen
(Incapacitating agents)
Ook genaamd: incapacitantia of functieverstorende strijdmiddelen.

BZ
LSD
Psylocibine

Werking belemmert het functioneren zonder te doden.

 

SLAG BIJ BOLIMÓW

Op 31 januari 1915, in de Eerste Wereldoorlog, vond bij het Russische (na 1918: Poolse) oord Bolimów aan het Oostfront de eerste grote aanval met chemische wapens in de krijgsgeschiedenis plaats.

Het Duitse 9de Leger onder August von Mackensen vuurde18.000 artilleriegranaten met een explosieve lading xylylbromide af op de Russische posities ten zuidwesten van Bolimów. De posities waren van het Russische 2de Leger onder generaal Vladimir Smirnov, dat stond opgesteld langs de spoorlijn Lodz-Warschau.

Xylylbromide was weliswaar eerder gebruikt in de Slag om Ieper, waar de Fransen het op 23 augustus 1914 op bescheiden schaal inzette tegen de Duitsers, maar in de Slag bij Bolimów werd het voor het eerst grootschalig gebruikt.

De wind stond echter verkeerd en de wolk met het traangas dreef terug naar de Duitse linies. Behalve dat de concentratie blijkbaar te laag was om schade te veroorzaken, zorgde de vrieskou ervoor dat het vloeibare gas bevroor in plaats van verdampte (zodat er geen werkzame aerosol verspreidde) en daalde het onmiddellijk neer op het maaiveld.

Omdat de aanval met xylylbromide was mislukt, bliezen de Duitsers hun aanval af.
 
Daarop lanceerden de Russen een frontale tegenaanval met elf divisies onder leiding van Vasily Gurko, commandant van het VI Corps dat deel uitmaakte van het 2de Leger. Hoewel de Duitse artillerie de Russische troepen relatief gemakkelijk stopte, vielen aan Duitse kant maar liefst 20.000 slachtoffers. Aan Russische zijde waren 40.000 slachtoffers te betreuren.

Zie ook: adamsiet, auto-injector, Chemical Agent Monitor (CAM), fosgeen, gifgassen, Golfoorlogsyndroom, lewisiet en mosterdgas.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-PLOEGCOMMANDANT

Op het gebied van CBRN de observer (waarnemer) en first responder binnen eenheden op niveau IV (compagnie).

Zijn taken zijn:

  • Voorziet de CBRN-kern van detectie- en meetgegevens.
  • Geeft leiding aan zijn personeel m.b.t. het trainen en uitvoeren van de persoonlijke en onderdeelsbeschermende CBRN-maatregelen voor, tijdens en na inzet van CBRN of Toxic Industrial Materials (TIMs)
  • Verzamelt en rapporteert, als voorgeschreven met een CBRN 1, gegevens van CBRN-aanvallen en TIMs
  • Bedient en controleert de juiste werking van CBRN-onderdeelsmaterieel
  • Geeft leiding aan operationele ontsmettingswerkzaamheden
  • Voert uit en/of leidt chemische, radiologische en TIM-verkenningen (objectinventarisatie)
  • Verzamelt en rapporteert, als voorgeschreven met een CBRN 4, detectiegegevens

Bij het uitvoeren van zijn taken wordt de CBRN-ploegcommandant door de CBRN-kern aangestuurd. Hierbij maakt hij onder meer gebruik van de IK 3-21 (Memorandum voor NBC-ploegcommandanten), CBRN-onderdeelsuitrusting en de bijbehorende (achtergrond)documentatie.

Zie verder: level-indeling CBRN.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-ONTSMETTINGSSTRAAT


Voorbeelden van een CBRN-ontsmettingsstraat.

Terug naar Boven

 

C.B.R.N.-VERDEDIGING

Definitie volgens Joint Doctrine Publicatie 3.8 (CBRN-verdediging):

"Het geheel van plannen, capaciteiten en activiteiten bedoeld om de schadelijke effecten op materieel en personeel tijdens operaties, als resultaat van het gebruik of de dreiging van gebruik van CBRN-strijdmiddelen, te voorkomen, beperken of te neutraliseren.

Daarnaast behelst CBRN-verdediging het beperken of neutraliseren van secundair CBRN-gevaar, dat optreedt als gevolg van eigen of vijandelijke offensieve operaties of het (risico op het) abusievelijk vrijkomen van CBRN-strijdmiddelen en TIM's in het milieu."

De CBRN-capaciteit van de Nederlandse krijgsmacht is met name gericht op verdediging (bescherming, force protection). Hiertoe beschikt de Koninklijke Landmacht over twee gelijksoortige eenheden voor die verkenningen en detecties kunnen uitvoeren, maar ook kritische infrastructuur en materieel (terrein, gebouwen en voertuigen) kunnen ontsmetten.

101 CBRN-Verdedigingscompagnie is ondergebracht bij 11 Pantsergeniebataljon (43 Gemechaniseerde Brigade), 414 CBRN-Verdedigingscompagnie bij 41 Pantsergeniebataljon (13 Lichte Brigade).

Terug naar Boven

 

CENTRAAL MILITAIR HOSPITAAL

Afkorting: CMH.

Het CMH maakt deel uit van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO).

Het CMH ontstond uit de samenvoeging van het Marine Hospitaal Overveen (MHO), dat sloot op 1 juni 1990, en het Militaire Hospitaal Dr. A. Mathijsen (MHAM) dat was gevestigd op het terrein 'Oog in Al' in Utrecht-West en op 30 augustus 1991 de deuren sloot.

Op 24 oktober 1988 sloeg Staatssecretaris van Defensie Jan van Houwelingen de eerste paal voor de bouw van het CMH. Op 22 mei 1991 sloot het CMH een alomvattende overeenkomst met het naastgelegen Academisch Ziekenhuis Utrecht (AZU), nu: Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht), dat de samenwerking tussen beide ziekenhuizen regelt.

De ingebruikname van het CMH per 1 september 1991 completeerde de Krijgsmachthospitaalorganisatie (KHO), die in datzelfde jaar is opgericht.

In 1996 ging het CMH van de KHO over naar het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB). Behalve het CMH bestond het MGFB uit Militair Revalidatiecentrum (MRC) in Doorn, het Opleidingscentrum voor militair-geneeskundige diensten (OCMGD) in Hilversum en het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC) in Heerenveen.

Overzichtsfoto van het Centraal Militair Hospitaal (CMH), genomen vanaf de parkeerplaats.

Specialistische tweedelijns zorg

Het relatief klein(schalig)e en goed geoutilleerde CMH levert specialistische tweedelijnszorg aan alle personeel van alle krijgsmachtdelen. Omdat de fysieke eisen die aan militairen worden gesteld, soms specifieke medische kennis en begeleiding vereisen, heeft het CMH hiervoor alle specialismen en expertise in huis.

Militairen voor het CMH worden in de regel doorverwezen door de onderdeels- of bedrijfsarts op de Gezondheidscentra met de niet-specialistische eerstelijns zorg voor alle actief dienend personeel.

Het CMH is niet alleen ingericht voor de behandeling van militairen die tijdens ernstinzet (uitzending) gewond raken of ziek worden, maar ook voor reguliere tweedelijns zorg in de vredesbedrijfsvoering, zowel met betrekking tot de zorg zelf als de nazorg.

De nadruk binnen het CMH ligt op de dagbehandelingen (poliklinische activiteiten) en kort- en langdurige opnames. In het CMH zijn de volgende specialismen aanwezig: anesthesiologie, cardiologie, chirurgie, dermatologie, diëtetiek, fysiotherapie, gynaecologie (sinds 2009), interne geneeskunde en maag-, darm- en leverziekten, kaakchirurgie, keel-, neus- en oorheelkunde, longziekten, neurologie/neurochirurgie, oogheelkunde, orthopedie, plastische chirurgie, radiologie en urologie. Het CMH heeft een eigen apotheek.

Het ziekenhuis telt ± 300 civiele en militaire medewerkers.

Militairen die worden gerepatrieerd op medische gronden, worden in de regel doorverwezen naar of opgenomen in het CMH.

Het ziekenhuis volgt een isolatiebeleid om de introductie van de Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA) zo veel mogelijk te voorkomen. Dit geldt ook voor militairen die in een buitenlandse (veld-)hospitaal zijn behandeld of opgenomen geweest.

In het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen is het CMH één van de deelsystemen in de militaire gezondheidszorg. Namens de minister is de commandant van het CMH zorgaanbieder. De militaire gezondheidszorg sluit aan bij de ontwikkeling van sectorspecifieke kwaliteitssystemen. Het CMH hanteert het NIAZ model (Nederlands Instituut Accreditatie van Ziekenhuizen).

Calamiteitenhospitaal

Evenals het CMH is het Calamiteitenhospitaal (CalHosp) gehuisvest in het UMC Utrecht. Met het UMC Utrecht heeft Defensie een samenwerkingsplatform gecreëerd.

In het CalHosp, een unieke voorziening voor de onmiddellijke opvang van slachtoffers onder bijzondere omstandigheden, is de uitzonderlijke situatie tot norm verheven en voorbereiding op rampen en grootschalige opvang dagelijkse routine.

Het CalHosp voorziet in gegarandeerde medische en daaraan gerelateerde kortdurende opvangcapaciteit bij ongevallen en rampen voor groepen van militaire en burgerslachtoffers, die de reguliere opvangcapaciteit van ziekenhuizen in kwalitatief of kwantitatief opzicht te boven gaan. Ook kan het CalHosp dienen als opvang van CBRN-slachtoffers, zowel militair als civiel. De opvang vindt plaats aan de hand van een Rampenopvangplan, dat de procedures beschrijft voor de opvang van tenminste 100 patiënten na een opstarttijd van slechts 30 minuten. Onder bijzondere omstandigheden kan de opvangcapaciteit worden uitgebreid naar 300 patiënten.

In het recente verleden verleende het CalHosp bijvoorbeeld hulp bij overstromingen in eigen land.

Role 4 MTF

Behalve als tweedelijns zorginstelling, geldt het CMH - samen met het Militair Revalidatiecentrum - als operationele Role 4 Medical Treatment Facility volgens de NAVO-doctrine. Contemplair verzorgen beide eindpunten van de geneeskundige keten definitieve hospitalisatie (eindbehandeling) en revalidatie.

Het medisch-specialistisch personeel van het CMH is, evenals het personeel van het nstituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR), uitzendbaar. Zo werd personeel uit het CMH in 2000 uitgezonden naar de Brits-Nederlandse oefening SAIF SAREAA II en in 2005-'06 naar het NATO Military Relief Hospital in Pakistan.

Geestelijke zorg

De huidige Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ), gevestigd in het UMC Utrecht, komt voort uit het Militair Neurose Hospitaal (MNH). Dit werd in 1946 door het toenmalige Ministerie van Oorlog in de bossen van Zeist/Austerlitz gevestigd. In 1958 werd het MNH omgedoopt tot het Herstel en Oefencentrum, om in 1964 te worden opgeheven. Vanaf dat moment vond psychiatrische hulpverlening in en vanuit het CMH plaats.

De Dienst Militaire Psychiatrie vervulde van meet af aan de functie van Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ). In de militaire psychiatrie vond een ontwikkeling plaats tot poliklinische, klinische en deeltijdbehandelingen. Daarnaast werd voortaan wetenschappelijk onderzoek gepleegd. De Dienst Militaire Psychiatrie evolueerde tot de Afdeling Psychiatrie van het CMH en ging tenslotte over in de MGGZ.

Het patiëntenaanbod van de MGGZ betreft voor een deel veteranen met posttraumatische stresssyndroom (PTSS), voor het overige deel bestaat de patiëntenpopulatie uit militairen in actieve dienst met algemene psychiatrische problematiek.

Bezoek- en contactgegevens CMH:

BezoekadresLundlaan 1, 3584 EZ Utrecht
Telefoonnummer030-2502000
PostadresPostbus 90.000, 3509 AA Utrecht
 
Centraal Militair Hospitaal: ziekenhuis met bijzondere status (De Onderofficier, maart/april 2011)

Centraal Militair Hospitaal: ziekenhuis met bijzondere status
De Onderofficier, maart/april 2011

Zie ook: Militaire Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ), Militair Hospitaal Dr. A. Mathijsen (MHAM), NATO Military Relief Hospital en posttraumatische stresssyndroom (PTSS).

Terug naar Boven

 

CERNEREN

Insluiten, omsingelen. Van het Frans: cerner ("cerne" is "ring").

In onbruik geraakt begrip dat in zwang was tijdens de vestingoorlogen aan het begin van de 20e eeuw. Tijdens de Falklandoorlog (1982) werd het nog gebruikt.

Volgens H.M.F. Landolt legerde de aanvaller zich in de omtrek van de vesting. In de omgeving was een goed geordend stelsel van voorposten, die de gehele gemeenschap afsloten. Bij een gebrek aan voorraden, moest de verdediger in de vesting nu vanzelf in onderhandeling treden om nieuwe voorraden te krijgen of zich – kansloos – een weg naar buiten vechten.

Terug naar Boven

 

C.E.T./F.I.T.

Betekenis: Combat Enhancement Training / Force Integration Training. Samen met de ontplooiing de voorbereidingsfase op het “echte werk” tijdens een oefening. Deze fase bestaat uit acclimatiseren aan de weersomstandigheden én kennismaken met internationale partners

Vaak is in deze fase een speciaal oefenprogramma samengesteld, opdat alle eenheden hun skills en drills nog kunnen vooroefenen onder hun normaal gesproken onbekende weersomstandigheden.

Terug naar Boven

 

CHAFF

Düppel.
window.
paillettes; leurre.

Nederlands: antiradarsneeuw. Misleidingmaatregel tegen vijandelijke radarwaarneming door luchtafweereenheden met behulp van misleidingmunitie (evenals flares).

Hierbij wordt door militaire helikopters en vliegtuigen een kunstmatige wolk gecreëerd door het uitstrooien of -werpen van stroken aluminiumfolie (zilverpapier) of bundels met haarfijne, gemetalliseerde draad- of fiberglasvezels, al dan niet met een aluminium of tinnen coating.

Het gebruik van chaff en flares, in dit geval door transporthelikopters

De lengte van de strook aluminiumfolie is bepalend voor het verstoren van een bepaalde radarfrequentie. Het gevolg hiervan is dat de uitgezonden radarenergie door de stroken aluminiumfolie wordt weerkaatst, waardoor een maximale reflectie wordt verkregen. De reflectie van de op deze manier onnatuurlijk gecreëerde wolk, die gedurende lange tijd in de lucht kan blijven hangen, projecteert met behulp van de elektromagnetische energie van het uitgestrooide radardetecterende materiaal, een misleidend beeld op het radarscherm van de vijand. Omdat de vijandelijke radarstraling niet door de chaff-wolk kan heenkijken, wordt een juiste positiebepaling van de helikopter of het vliegtuig ernstig bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt. Hierdoor kunnen eigen troepen een veilig heenkomen zoeken.

Chaff dateert uit de Tweede Wereldoorlog: de Britse Royal Air Force had de primeur tijdens het massabombardement op Hamburg, dat duurde van 24 juli tot en met 3 augustus 1943 (operatie GOMORRAH).

Het principe van chaff is hetzelfde gebleven. Moderne radarsystemen, die gebruik maken van het Dopplereffect, zijn veel moeilijker te misleiden met chaff, maar nog altijd wordt het gebruikt als actief verdedigingsmiddel (zelfbeschermingsmiddel) tegen geleide raketten.

In het bijzonder transportvliegtuigen zijn slechts beperkt te verdedigen en daardoor kwetsbaar. Een redelijke mate van zelfbescherming wordt gerealiseerd door boordwapens en zelfbeschermingsmaatregelen als chaff en flares, waarmee dan ook verplicht dient te worden gevlogen op gevaarlijke bestemmingen.

Vaak worden chaff en flares tegelijkertijd ingezet met behulp van chaff/flare-dispensers: chaff tegen de radargeleide raketten, flares tegen de infraroodgeleide raketten.

Terug naar Boven

 

CHALK

Militair personeel en/of materieel (inclusief persoons-, groeps-, sectie- of pelotonsgebonden uitrustingsstukken) dat met één helikopter tegelijkertijd kan worden verplaatst. Gewoonlijk bestaat een chalk uit ± 10 à 15 militairen.

De chalk wordt verdeeld in groepen die gekoppeld zijn aan het aantal zitplaatsen in de helikopter. De chalk stijgt in een vast patroon, in een colonne met enen ter linker- en rechterzijde in de helikopter. De twee groepen per chalk worden sticks genoemd. Ook het aantal (luchtmobiele) parachutisten dat tijdens één vlucht boven de dropzone het vliegtuig dient te verlaten aan één zijde via een deur of opening, wordt stick genoemd.

Iedere chalk heeft een eigen chalknummer, dat is gekoppeld aan één helikopter.

Vervolgens wordt één enkele militair met uitrusting pax genoemd. Het soort uitrusting van de militairen bepaalt het aantal pax dat op één vlucht kan worden meegenomen. Het totaal aan pax wordt troops genoemd. Er wordt een verschil gemaakt tussen troops met rugzak en persoonlijk wapen en troops met volledige bepakking, maar beiden worden combat ready troops genoemd. De hoeveelheid pax is helikoptergebonden:

Chinook CH-47D

33 combat ready troops

Cougar MK II

16 combat ready troops

Foto-impressie van pax, stick en chalk.

1 = Chalkverzamelpunt
2 = Afwachtingspunt
3 = Chalkverspreidingspunt
4 = Pelotonsverzamelpunt
PUP = Pick-Up-Point
DOP = Drop-Off-Point

Inzichtelijk gemaakt: chalkverzamelpunt, afwachtingspunt, PUP, DOP, chalkverspreidingspunt en pelotonsverzamelpunt.

Een landing point voor personeel heet touch down point (TDP). Op het TDP stijgt de chalk in de helikopter (emplane) of stijgt de chalk uit (deplane). Een landing point voor materiel wordt cargo touch down point genoemd.

De commandant van één chalk heet chalkcommandant (kan iedere militair zijn die Basis Helikopter Training heeft gehad). Kort vóór de landing stelt de gezagvoerder van de helikopter de chalkcommandant op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, zoals de actuele situatie op het landing point dan wel een gewijzigd coördinaat van het landing point. De gegevens worden kort vóór het uitstijgen door de helikoptergezagvoerder aan de chalkcommandant overhandigd.

Een (gedekte) locatie waar de chalk wordt geformeerd voorafgaand aan de verplaatsing door de lucht, heet chalkverzamelpunt. Op het chalkverzamelpunt worden door de chalk én onder leiding van de chalkcommandant handelingen verricht volgens een vaste procedure vóór het instijgen in de helikopter.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point, waar de chalk wacht tot de helikopter is geland én het personeel kan instijgen, wordt chalkafwachtingspunt genoemd. Deze locatie kan gemarkeerd zijn.

Een (gedekte) locatie nabij het landing point waar de chalk na het uitstijgen wordt ontbonden, wordt chalkverspreidingspunt genoemd.

Zie ook: flashcard en landing point.

Terug naar Boven

 

CHARGE

Cavalerie- of ruiteraanval. Synoniem: stormpas. Duits: Attacke. Engels: charge. Frans: charge.

Aanval in gesloten orde met blanke wapens, met name door de cavalerie te paard. In zo'n manoeuvre wordt met de hoogst mogelijke snelheid agressief verplaatst in de richting van de vijand, waarna in het krijgsgewoel (mêlee) de strijd wordt voortgezet. In historische veldslagen was de charge vaak beslissend.

'Charge of the Light Cavalry Brigade'. Lithografie van Edmund Walker van het schilderij uit 1855 van de Schotse oorlogscorrespondent en -schilder William Simpson (1823-1899).

De litho toont Lord Cardigan vanaf de Russische posities op de heuvels van Fedioukine. Generaal-majoor James Cardigan is opperbevelhebber van de Engelsen, luitenant-generaal FitzRoy Somerset, kortweg Lord Raglan, leidt de charge van de Lichte Brigade richting de Russische artillerie op de linkerflank en voorgrond.

De bekendste charge, de Charge of the Light Brigade, vond plaats op 25 oktober 1854 in Balaklava, gelegen aan de Zwarte Zee in het zuiden van het Krimschiereiland ten zuidoosten van Sebastopol.

Vanuit Sebastopol coördineerden de Engelsen hun aanvallen op de Russem. In de vroege ochtend van de 25ste oktober openden de Russen de aanval op Balaclava. Hoewel de Turken - bondgenoten van de Engelsen - van de hellingen van de vallei werden verdreven, werden de Russen in het dal tegengehouden door de Engelsen en Fransen.

De Russische luitenant-generaal Pavel Liprandi trok zijn troepen terug op de hellingen op drie zijden van de vallei die in Russische handen waren. De op de heuvels van Vorontsov in beslag genomen artillerie van de Turken, plaatste hij in goed verdedigde stellingen.

Hoewel Lord Raglan dit met eigen ogen vanuit Sebastopol had waargenomen, gaf hij alsnog - en ondubbelzinning - opdracht om te voorkomen dat de Russen de Turkse kanonnen in beslag namen.

Tot tweemaal toe vroeg de officier die het bevel in ontvangst nam naar zijn ware bedoeling: de kanonnen waren immers al in Russische handen. Ook in 1854 gold Befehl ist Befehl en werd naar de letter van het bevel gehandeld: 673 Engelse cavaleristen vielen de Russen in front aan. Vanaf de flanken en aan de voorzijde werden ze onmiddelijk zwaar onder vuur genomen. Binnen twintig minuten vonden bij de zinloze frontale Engelse cavalerie-aanval op de Russische stellingen in de vallei van Balaclava 247 cavaleristen en 497 paarden de dood.

Na afloop verklaarde Lord Raglan dat zijn bevel verkeerd was geïnterpreteerd.

De Franse generaal Pierre Bosquet die de grote militaire blunder gadesloeg, zou hebben gezegd: "C'est magnifique, mais ce n'est pas la guerre, c'est de la folie."

Hoewel de Russen er ondanks hun numerieke overmacht niet in slaagden Balaklava te veroveren, verloren de Engelsen de controle over de logistieke aanvoerweg die Balaklava verbond met de hoogten boven Sebastopol.

De Frans-Britse invasie op de Krim kostte uiteindelijk aan 700.000 mensen het leven, exclusief de burgerslachtoffers. De oorlog toonde de verwoestende kracht van nieuw wapentuig (contactmijn, getrokken geweer, granaat) en de kracht van verdediging boven aanval.

Terug naar Boven

 

CHATHAM HOUSE RULE

De regel, wereldwijd onder meer gebruikt in commerciële, Defensie-, diplomatieke, regerings- en wetenschappelijke kringen, luidt:

"Wanneer een vergadering, of een deel daarvan, wordt gehouden onder de Chatham House Rule zijn de deelnemers vrij om de ontvangen informatie te gebruiken, maar noch de identiteit noch de connectie van de spreker(s), noch die van een andere deelnemer, mag worden onthuld."

De regel is in juni 1927 ontstaan aan de denktank Royal Institute of International Affairs (RIIA), die in Chatham House, 10 St. James’s Square in Londen is gevestigd. De regel, die in 1992 en 2002 is verfijnd, wordt internationaal gehanteerd als hulpmiddel bij het voeren van de vrije discussie.

De Chatham House Rule stelt alle aanwezigen in staat openhartig én vertrouwelijk van gedachten te wisselen. Het individu hoeft er niet voor te waken dat zijn mening niet dezelfde is als die van zijn werkgever en/of die welke behoort tot zijn officiële functie of taak.

De anonimiteit en persoonlijke reputaties van alle aanwezigen zijn gegarandeerd; er worden geen publieke notities gemaakt; aanwezigheid wordt niet verspreid buiten de deelnemers aan de vergadering.

De Chatham House Rule bevordert zowel de vrije discussie over standpunten als het delen van informatie. Het binnenskamers delen van informatie en ervaringen zal buitenskamers op geen enkele manier te herleiden zijn naar de eigen werkgever. Wanneer iets naar buiten wordt gebracht, zal dit niet aan één bepaalde spreker worden toegeschreven.

In diplomatiek gebruik wordt met Chatham House Rule een bijeenkomst bedoeld waarvan de besprekingen 'off the record' zijn: na afloop van de bijeenkomst worden geen uitlatingen aan derden gedaan over wat is besproken. Wat binnenskamers wordt gezegd, blijft binnenskamers.

"Bei Veranstaltungen (oder Teilen von Veranstaltungen), die unter die Chatham-House-Regel fallen, ist den Teilnehmern die freie Verwendung der erhaltenen Informationen unter der Bedingung gestattet, dass weder die Identität noch die Zugehörigkeit von Rednern oder anderen Teilnehmern preisgegeben werden dürfen."

"When a meeting, or part thereof, is held under the Chatham House Rule, participants are free to use the information received, but neither the identity nor the affiliation of the speaker(s), nor that of any other participant, may be revealed."

"Quand une réunion, ou l'une de ses parties, se déroule sous la règle de Chatham House, les participants sont libres d'utiliser les informations collectées à cette occasion, mais ils ne doivent révéler ni l'identité, ni l'affiliation des personnes à l'origine de ces informations, de même qu'ils ne doivent pas révéler l'identité des autres participants."

Hoewel het gebruikelijk is alle deelnemers aan een vergadering (workshop, seminar, sessie) er tevoren op te wijzen, wordt de Chatham House Rule gewoonlijk stilzwijgend overeengekomen. Het welslagen van de regel hangt af van de mate waarin de regel als moreel bindend wordt aanvaard door alle aanwezigen, met name in omstandigheden waarin het niet naleven van de regel niet zal leiden tot enige sanctie.

De naam is afkomstig van het gelijknamige huis aan St. James Square in Londen, in 1736 ontworpen door de architect Henry Flitcroft (1697-1769) en gebouwd onder leiding van aannemer Benjamin Timbrell (1683–1754).

Chatham House het verblijf van drie Britse premiers: William Pitt the Elder, 1st Earl of Chatham (van juni 1757 tot oktober 1761), Lord Edward Smith-Stanley, 14th Earl of Derby (van 1837 tot mei 1854) en William Ewart Gladstone (tussen 1889 en 1890).

In 2004 publiceerden Edward Carrington Cabell en Mary Bone het boek ‘Chatham House. Its history and inhabitants’ (Royal Institute of International Affairs, ISBN 9781862031548).

Terug naar Boven

 

CHAUFFEURSSPELD

Formeel: Uitmuntend Voertuigbestuurder. De bijbehorende draagspeld is ingesteld bij Ministeriële Beschikking van 21 juli 1949.

De chauffeursspeld is het vaardigheidsembleem voor chauffeurs en motorrijders die hun motorvoertuig op uitmuntende wijze besturen en onderhouden, evenals de hun opgedragen rijdiensten zeer goed verrichten.

Het embleem van 40 bij 25 mm, uitgevoerd in gebrand zilver, wordt gevormd door een autostuurwiel met drie spaken waardoor een lauwertak is gevlochten. Het autostuurwiel is omgeven door een gestileerde koppelriem (Orde van de Kousenband) met gesp. De koppelriem is voorzien van het opschrift “Voor plichtsbetrachting”. Het geheel is gedekt door de Koninklijke kroon.

Bij het embleem hoort een certificaat. In 1986 is ingevoerd een in zwart geborduurd embleem voor het gevechtstenue (GVT) en een in wit (zilver) geborduurd embleem voor de trui van het dagelijks tenue (DT).

Terug naar Boven

 

CHECKPOINT (CONTROLEPOST)

Kontrollpunkt.
point de contrôle; poste de contrôle.

Letterlijk: controlepost. Voorbeeld van een perimeter defence.

Een checkpoint is een (semi-)permanente hindernis waar passerende personen en voertuigen worden tegengehouden met als doel:

► doorzoeken van voertuigen

► fouilleren van personen

► vaststellen van de identiteit van personen

Vaak is een checkpoint aanwezig op een grens, demarcatielijn e.d., maar - met name in geval van een Mobile Checkpoint (MCP) - bevindt de meest doeltreffende zich op een onaangekondigde locatie: brug, wegversmalling, na een scherpe bocht in de weg of na een heuveltop.

Om een checkpoint klokrond te kunnen bemensen met de organieke vijf ploegen - aanhoud-, controle-, doorzoekings-, dekkings- en reserveploeg - is normaliter een eenheid van pelotonsgrootte nodig.

Alle personen en voertuigen die passeren worden geregistreerd.

Voorbeeld van een waarschuwingsbord bij het naderen van een VN-checkpoint.

Eisen van een checkpoint:

►Herkenbaar en zichtbaar als checkpoint

►Indien gewenst (verrassing?): bekendgesteld aan de lokale bevolking

►Niet te omtrekken

►Snel af te sluiten (concertina’s, Friese ruiter, prikkeldraad)

►Te beveiligen en te verdedigen

►Verkeer dient te kunnen doorgaan

Beoefenen van het checkpoint tijdens een oefening in Nederland.

Vehicle Checkpoint (VCP)

Fahrzeugkontrollpunkt.
poste de contrôle des véhicules.

Het Vehicle Checkpoint (VCP) is een mobiele wegversperring (vergelijk: Mobile Checkpoint) waar passerende voertuigen worden doorzocht, bijvoorbeeld op drugs, explosieven, identiteitspapieren, smokkelwaar en wapens, en de inzittenden worden gecontroleerd of zelfs gefouilleerd.

De breedte van de weg en het verkeersaanbod bepalen de capaciteit van het VCP.

In de regel duurt het uitbrengen van een VCP enkele uren: zodra bekend is dat het checkpoint is uitgebracht, neemt het militaire nut af.

Checkpoint van de United Nations Protection Force (UNPROFOR) in voormalig Joegoslavië.

Een checkpoint van de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL), waaraan Nederland van 1979 tot en met 1985 een bijdrage leverde.

De fysieke bescherming van een compound (base), zoals hier tijdens de NAVO-missie Implementation Force (IFOR) in Bosnië-Herzegovina, lijkt op die van het checkpoint.

Zie ook: hindernis, perimeter defences en roadblock.

Terug naar Boven

 

CHECKPOINT (TIJDSCHRIFT)

Maandblad voor en over veteranen, uitgegeven door het Veteraneninstituut in Doorn.

Checkpoint verschijnt 10 maal per jaar in een oplage van 70.000 exemplaren.

Checkpoint is zowel in hardcopy als digitaal te lezen. Houders van de Veteranenpas, veteranen die de dienst hebben verlaten, ontvangen het tijdschrift gratis. Actieve militairen die aan een uitzending hebben deelgenomen, kunnen een gratis digitaal abonnement per e-mail aanvragen bij het Veteraneninstituut (externe link).

Het eerste nummer verscheen in augustus 2000, als opvolger van het blad 'De Opmaat. Tijdschrift over veteranen in oorlog en vrede', onder verantwoordelijkheid van de Stichting Dienstverlening Veteranen (SDV) uitgegeven door Compaen Uitgevers BV.

In Checkpoint staat informatie over diverse beëindigde en lopende missies, ervaringen van veteranen, het laatste nieuws en diverse achtergrondverhalen over militaire missies vanaf de Tweede Wereldoorlog tot heden.

Daarnaast staan in Checkpoint talloze aanbiedingen voor houders van de Veteranenpas, zoals kortingen op boeken, DVD's en reizen.

Vaste rubrieken in Checkpoint zijn onder andere:

Check Up

(korte nieuwsberichten)

Check uw agenda

(reünies, tentoonstellingen, herdenkingen, vieringen en overige activiteiten)

Checkboek

(boekenrubriek)

Checkpoint Barry

(column van Barry Hofstede)

Checkpoint Charlie

(oproepen personen + vraag en aanbod boeken en diversen)

De Wereld volgens Wecke

(column van Leon Wecke, van 1e nummer tot en met juni 2015)

To the Point

(brievenrubriek)

Cover van de editie juli-augustus 2015 van Checkpoint.

Sinds 2013 kan het tijdschrift voor smartphones en tablets worden gedownload via App Store en Google Play.

QV Uitgeverij (externe link) verzorgt de advertenties voor Checkpoint.

Contact met de redactie van Checkpoint is mogelijk per e-mail (externe link), per post (Postbus 1091, 6501 BB Nijmegen) of telefonisch via 024-3600974.

Het International Standard Serial Number (ISSN) van Checkpoint is 1567-8210.

Zie ook: Polemoloog drs. Leon Wecke overleden (15 juni 2015), Veteraneninstituut en Veteranenpas.

Terug naar Boven

 

CHEETAH

Luchtverdedigingsvoertuig. Officiële naam: PRTL (Pantser Rups Tegen Luchtdoelen) Gepard CA1. Gepard is Duits voor Cheetah. PRTL wordt uitgesproken als "Pruttel". De PRTL, ingedeeld bij de luchtdoelartillerie, is een zelfrijdend geschut (stuk).

De Cheetah is ontworpen voor het neerhalen van laagvliegende objecten zoals kleine spionagevliegtuigjes of helikopters. De pantserluchtafweerbatterijen (paluabt) van de brigades, waar de Cheetah is ingedeeld, hebben als taak de luchtverdediging voor de Gemechaniseerde Brigades (Mechbrigs):

11 Brigpaluabt

41 Gemechaniseerde Brigade (nu: wegbezuinigd)

12 Brigpaluabt

43 Gemechaniseerde Brigade

13 Brigpaluabt

13 Gemechaniseerde Brigade (nu: 13 Lichte Brigade)

Het radarsysteem van de Cheetah, zowel rondzoek- als doelvolgradar, is van Holland Signaal. Het onderstel is van de Leopard 1A5, de toren kan 360 graden draaien binnen vier seconden. De Cheetah is een upgrade van de PRTL, gevoerd in 1978 en tussen 1996 en 2000 gemoderniseerd tot Cheetah.

Specificaties:

actieradius550 km

bemanning

stukscommandant, bedienaar en chauffeur

bewapening

2 x Oerlikon snelvuurkanon kaliber 35 mm

breedte

3 meter 39

brugclassificatie

52

doelvolgradar

volgt het door de rondzoekradar gevonden doel

gewicht

48 ton

hoogte3 meter 02 (zoekantenne omlaag); 3 meter 98 (zoekantenne omhoog)

lengte

8 meter 15

maximum schootsbereik

4.800 meter (FAPDS-munitie); 3.850 meter (HE-munitie)

maximumsnelheid

85 km per uur (weg)

motor

10 cilinder dieselmotor

motorvermogen

845 pk

onderstelgemodificeerd Leopard 1A5

reikwijdte rondzoekradar

maximaal 15 km

vuursnelheid

per loop 550 schoten p/min, aanvangssnelheid 1.400 meter p/sec

Op 5 oktober 2006 om 20.30 uur heeft de Pantser Rups Tegen Luchtdoel (PRTL) Cheetah in het Noord-Duitse Todendorf zijn laatste vuurstoot afgegeven door de commandant van het Commando Luchtdoelartillerie, kolonel Leo J.A. Beulen. Todendorf in Schleswig-Holstein, ± 35 km ten noordoosten van Kiel en gelegen aan de Oostzee, wordt sinds 2005 als schietlocatie door de KL gebruikt.

Het laatste schot van de Cheetah, gelost door kolonel Leo J. A. Beulen vanaf Todendorf over de Oostzee.

Hiermee verlieten de laatste PRTL's na 28 jaar de slagkracht van de KL. Voor het eerst sinds 1997 beschikte de luchtverdediging niet meer over een kanonsysteem.

In 1978 kwamen 95 PRTL's in dienst bij de Koninklijke Landmacht, als eerste bij 43 Pantserluchtafweerbatterij (43 Paluabt). In de daaropvolgende jaren werden negen batterijen opgericht, elk voorzien van drie pelotons met negen PRTL's.

Vanaf 1986 werd gestart met de Kampfwertsteigerung (KWS) om de PRTL met zijn tijd te laten meegaan. Door grote bezuinigingen bij Duitse Defensiepartner viel in 1995 het doek voor het modificatieprogramma KWS en vervielen de periscopen en verbeterde rookbusinstallaties door een te hoge prijs.

Onder de naam GWI (Gevechtswaarde instandhouding) zijn de radar- en vuurleidingssystemen van de PRTL's vanaf 1998 toch voorbereid op het Target Information Command & Control System (TICCS). TICCS, met als doel een doelmatiger en slagvaardiger luchtverdediging, maakte een koppeling in luchtverdedigingsnetwerken mogelijk. Ook kregen de Cheetahs krachtiger munitie voor meer vuurkracht.

Het opdoeken van de Cheetahs is het gevolg van een herstructurering van de luchtverdedigingseenheden die samensmolten op de locatie van de Groep Geleide Wapens in de Peel en de beschikking kregen over drie systemen:

► Stingerplatforms op Mercedes-Benz (18 maal) en Fennek LVB (18 maal)
► Short Range Air Defence-raketsysteem (SHORAD)
► Patriot

De MB’s stroomden in 2007 in, de Fenneks in 2008 en de SHORAD in 2009.


In het geconditioneerde MOB-complex Vriezenveen stonden de 60 PRTL's die Nederland in 2013 verkocht aan Jordanië. Ook de bijbehorende uitrustingspakketten, gereedschappen, documentatie en onderwijsleermiddelen stonden te koop. De deal met Jordanië omvatte ook de levering van 350.000 stuks 35 mm-munitie.
 
De PRTL's waren sinds 2006 niet meer in gebruik. De herstructurering luchtverdediging zorgde ervoor dat de laatste Cheetah in februari 2007 werd ingeleverd bij de Uitvoering Organisatie Vriezenveen (UOV) van de Defensie Materieel Organisatie (DMO).

Terug naar Boven

 

CHEF DEFENSIE STAF

Sinds december 1976 kent de Nederlandse krijgsmacht de Chef Defensie Staf (CDS), voorheen: Chef Generale Staf (CGS). De Chef Defensiestaf, dé militaire adviseur van de Minister van Defensie (MINDEF) en Staatssecretaris van Defensie (STAS), is het hoofd van de Defensiestaf, die belast is met zaken die alle krijgsmachtdelen - Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en Koninklijke Marine - aangaan én met internationale aspecten van het veiligheidsbeleid.

In het zgn. Politiek Beraad - het hoogste overlegorgaan én belangrijkste adviescollege van Defensie waarin de uiteindelijke beleidsbeslissingen worden genomen - legt de CDS wekelijks verantwoordelijkheid af over de uitvoering van zijn beleid.

Feitelijk valt de hoofdtaak van de CDS uiteen in drieën:

► De CDS is primair verantwoordelijk voor het Integraal Defensie Plannings Proces (IDPP), waarin hij de 'corporate planner' is. Het IDPP gaat uit van centrale sturing op hoofdlijnen en decentrale planning en uitvoering door de krijgsmachtdelen.

► De CDS is sinds oktober 1995 belast met de leiding van alle CVH-operaties (crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire operaties), waarbij rekening zal worden gehouden met de internationale context waarin deze operaties worden uitgevoerd. Over deze operaties geeft de Defensiestaf militair advies. Ten behoeve van deze operaties worden vertegenwoordigers van de CDS aangesteld, Contingentscommandant (C-Contco) of Senior National Representative (SNR) geheten, die in het operatiegebied de "ogen en oren" van de CDS zijn.

► De CDS adviseert over de Nederlandse bijdrage aan organisaties als de NAVO, OVSE, VN en WEU.

Sinds december 1976 heeft de Nederlandse krijgsmacht de volgende CDS gekend:

Tijdvak

Naam

Krijgsmachtdeel

vanaf juni 2012

generaal Tom Middendorp

Landmacht

april 2008 - juni 2012

generaal Peter van Uhm

Landmacht

juni 2004 - april 2008

generaal Dick Berlijn

Luchtmacht

juni 1998 - juni 2004

luitenant-admiraal Luuk Kroon

Marine

augustus 1994 - juni 1998

generaal Henk van den Breemen

Marine

mei 1992 - augustus 1994

generaal Arie van der Vlis

Landmacht

december 1988 - mei 1992 

generaal Peter Graaff

Landmacht

juli 1983 - december 1988

generaal Govert Huyser

Landmacht

november 1980 - juni 1983

generaal Cor de Jager

Landmacht

december 1976 - oktober 1980

luitenant-generaal Rob Wijting

Luchtmacht

In het kader van het veranderingsproces bij Defensie zijn maatregelen genomen om de positie van de CDS in de bevelsstructuur te versterken. Deze versterking werd in de Defensienota 2000 onderstreept. Naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen in de voorbereiding van de UNMEE-operatie werd in mei 2000 besloten tot een verdere versterking. Het onder verantwoordelijkheid van de CDS vallende planningsproces voor vredesoperaties werd aangescherpt.

Op 20 augustus 2001 stelde Minister van Defensie Frank de Grave een adviescommissie in die zich moest beraden over de positie van de CDS. De commissie werd met name geacht een advies uit te brengen over het vraagstuk van een eventueel opperbevelhebberschap. Op 19 april 2002 verscheen het eindrapport van deze Adviescommissie Opperbevelhebberschap, 'Van wankel evenwicht naar versterkte defensieorganisatie'. De commissie, onder voorzitterschap van de VVD'er Jan Franssen, bepleit een versterking van de positie van de CDS, opdat die feitelijk wordt gelijkgetrokken met die van de Secretaris-Generaal (SG). Aldus ontstaat een organisatorische driehoek:

Politieke leiding
Ambtelijke leiding
Secretaris-Generaal
Militair-adviserende leiding
Commandant der Strijdkrachten (Chef Defensie Staf)

De CDS wordt zowel wat betreft de operationele inzet als het planingsproces hiërarchisch boven de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen geplaatst. De CDS gaat dus zowel een beleidsadviserende en als een uitvoerende positie innemen. De vraag is hoe de gewenste scheiding tussen uitvoering en beleid zich verhoudt. In het planningsproces betekent de versterkte positie van de CDS ten opzichte van de bevelhebbers dat hij prioriteiten kan stellen en richtlijnen kan geven.

Terug naar Boven

 

CHEF-STAF

Meervoud: chefs van staven. In België: stafchef. Duits: Chef des Stabes; Generalstabsoffizier. Engels: chief of staff (COS); director of staff (DOS). Frans: chef d'état-major.

Hoofd van de staf van een onderdeel van de landmacht. De chef-staf is een hoofdofficier die het bindend element vormt tussen de diverse secties van een staf, het middelpunt is van de commandogroep en het steunpunt is voor alle stafpersoneel. De staf is de planningscapaciteit van de commandant, bestaande uit stafofficieren en (toegevoegde) stafonderofficieren. De staf geeft geen leiding maar ondersteunt de commandant. De staf bestaat uit secties, die worden aangeduid met de letters S (bataljon en brigade) of G (divisie en legerkorps), CG (NAVO-combined) of (C)J (NAVO-combined joint).

De chef-staf neemt, als ondercommandant met de hoogste rang, in de regel de honneurs waar (als waarnemend commandant) bij afwezigheid van de commandant en de plaatsvervangend commandant van het onderdeel.

De chef-staf leidt bevelsuitgiften (of de commandant), operationele analyses (of de plaatsvervangend commandant), het operationeel besluitvormingsproces (OBP), stafplanningen (of de S3) en overige stafbesprekingen. Zo opent de chef-staf een operatieanalyse met de te volgen procedure en eindigt hij met de richtlijnen voor de coördinatie na de bevelsuitgifte.

Een chef-staf leidt uiteindelijk de operatie, stelt prioriteiten in het optreden vast en neemt beslissingen over de werkzaamheden van de staf.

Een bevelsuitgifte op stafniveau vangt aan met een korte weergave door de S2 van vijand, terrein en weer; de S3 gaat in op de opdracht, de mogelijkheden van eigen troepen en leidt daaruit een beargumenteerd plan af; de S1 geeft de laatste informatie over het personeelsbestand; en de S4 geeft de laatste informatie over de operationele logistieke voorzieningen. Het stafoverleg leidt tot een advies aan de chef-staf, die uiteindelijk beslist wat er gebeurt en een verdeling vaststelt van de operationele middelen over de verschillende ondercommandanten. Tot slot worden de verschillende bevelen opgesteld en verzonden.

Terug naar Boven

 

CHestwebbing

Ook genaamd: assault vest, battle vest, chestrig of gevechtsvest.

Draagstel met meerdere tassen dat op de borst wordt gedragen door middel van twee banden over de schouder en een band om de taille. De chestwebbing kan, gemakkelijker dan een opsvest, in combinatie met een rugzak worden gedragen en is daardoor in het bijzonder geschikt voor Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG) en voertuiggerelateerde operaties.

Met de chestwebbing kunnen essentiële uitrustingsstukken op de man meedragen om een gevechtssituatie van 24 à 48 uur te kunnen overleven: gevechtsrantsoenen (MRE’s), GPS, handgranaten, kompas, patroonhouders met munitie, pionierschop, pistool, stafkaarten en veldfles.

In de regel zijn de tassen waterproof. Zowel in Nederland als in België beschikken de gespecialiseerde eenheden lichte infanterie, al dan niet door eigen aanschaf, over de chestwebbing.

Terug naar Boven

 

CHINESE MUUR

Hindernis die ten onrechte doorgaat voor onoverkomelijk, zoals die bijvoorbeeld is te vinden op de Engelbrecht van Nassaukazerne van het Korps Commandotroepen (KCT) in Roosendaal òf als object tijdens een survivalrun.

De hindernis is een steile betonnen, houten of stenen wand waar met behulp van een touw op én over moet worden geklommen.

De naamgeving is afgeleid van de echte Chinese muur: een vele duizenden kilometers lang verdedigingswerk tegen de Mongolen in het noorden van China. Aangezien omlopen niet mogelijk is, kan de hindernis enkel door te beklimmen worden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINESE PARLIAMENT

Operationele briefing, gewoonlijk beperkt tot Special Forces (zoals het Korps Commandotroepen), die plaatsvindt zodra een opdracht is toegewezen. Het Chinese parliament is oorspronkelijk bekend van de Special Air Service (SAS).

Het principe van het Chinese parliament is een open gedachtewisseling waarin alle leden van een team – ongeacht ervaringsopbouw of rang – democratisch en vrijuit kunnen spreken in de voorbereiding op een actie. Ieder lid van het team komt aan het woord. Er wordt niet of nauwelijks gediscussieerd om de besluitvorming te bespoedigen. In deze briefingsvorm komen alle gezichtspunten van alle specialismen binnen een team aan bod.

De leidinggevende beraadt zich ter plekke én in het bijzijn van alle teamleden over alle ingebrachte input en neemt onmiddellijk een beslissing.

De naamgeving Chinese Parliament is afkomstig van de vergaderingen van het Chinees parlement, het Nationaal Volkscongres, in de Volksrepubliek China die bekend stonden als een interne discussieclub waar geen beslissingen werden genomen.

Terug naar Boven

 

CHINOOK CH-47D

De naam is afkomstig van het indianenvolk van de Chinooks in het noordwesten van de Verenigde Staten. De Chinook CH-47D is, dankzij een tandem hoofdrotoren met elk drie rotorbladen, een zeer herkenbare zware transporthelikopter met veel hefvermogen.

Foto-impressie van de Chinook CH-47D transporthelikopter

De taak van de Chinook is, al dan niet als underslung load (grotere en zwaardere vracht onder de helikopter vasthaken), het vervoer van artilleriestukken, bambi-bucket (flexibele waterzak van 10.000 liter), brandstof (klasse III), containers (20-voet én 40-voet), grondtroepen (33 combat ready troops), militaire voertuigen, munitie (klasse V), mortieren, uitrustingsstukken, veldversterkingsmiddelen, voorraden en water (klasse I). Ook wordt de Chinook gebruikt voor brandbestrijding, medical evacuation (MEDEVAC), parachuteren van troepen en uitvoeren van reddingsoperaties.

Specificaties:

breedte

3 meter 80

hoogte

5 meter 75

lading extern

12½ à 17 ton

lading intern

11 ton

lading totaal

25 ton

lengte

ruim 30 meter (inclusief rotorbladen)

topsnelheid

260 km per/uur (140 knots)

vliegbereik

1.100 kilometer (700 mijl)

Profielcontouren van de Chinook CH-47D

Bij de Koninklijke Luchtmacht zijn tussen 1996 en '99 dertien Chinook CH-47D's in bedrijf gesteld bij 298 Squadron van de Tactische Helikopter Groep, welke integraal deel uitmaakt van 11 Air Manoeuvre Brigade.

Op 27 juli en op 31 oktober 2005 hebben zich tijdens operationele inzet in Afghanistan ongevallen voorgedaan met Chinook-transporthelikopters. Beide toestellen zijn bij de ongevallen verloren gegaan. Het eerste toestel is na een brown out-landing geheel uitgebrand, de tweede kon na een crash op een bergplateau van de Hindu Kush als verloren worden beschouwd.

Bestaat de organieke luchtvloot uit Chinooks van het type CH-47D, medio 2008 zijn vier nieuwe Chinooks van het type CH-47F in gebruik genomen. De oudere Delta's kregen een update-standaardisatie tot Foxtrot en tegelijkertijd een modernisering van de cockpit.

Zie ook: bambi-bucket, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load.

Terug naar Boven

 

CHOKE POINT

Letterlijk: versperringspunt. Geografisch punt op een route dat een zich verplaatsende strijdmacht kan noodzaken om in een gewijzigde formatie verder te verplaatsen. Dit is denkbaar omdat het punt de route versmalt, de doorgang op enig andere wijze beperkt of anderszins de snelheid van de verplaatsing naar beneden haalt en de strijdmacht door vijandelijke activiteiten op het punt kwetsbaar maakt.

De vijand zal choke points – zoals een brug, kruising, T-splitsing, vallei of verstedelijkt gebied – benutten voor hinderlagen, sluipschutteractiviteiten, valstrikken en andere voor de strijdmacht levensbedreigende obstakels.

De passage van een choke point door konvooien en patrouilles heeft strategische, tactische én logistieke waarde vanwege de noodzakelijke aanvoer van versterkingen en voorraden.

Zie ook: coup-de-main.

Terug naar Boven

 

CIMIC

Duits: Zivil-Militärische Zusammenarbeit (ZMZ). Engels: Civil-Military Co-operation. Frans: Action Civilo-Militaire (ACM). Civiel-Militaire Samenwerking (CIMIC).

CIMIC is de coördinatie van én samenwerking tussen het geheel van personeel, middelen, procedures en akkoorden waarmee de militaire commandant ter plaatse relaties kan onderhouden met de burgerbevolking. Dit is met inbegrip van de (inter)nationale en lokale autoriteiten, Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's), Internationale Organisaties (IO's) en overige instanties die de militaire opdracht kunnen ondersteunen.

Het principe bij CIMIC is "Zo civiel als mogelijk, zo militair als noodzakelijk". Waar militairen in de regel een groot vertrouwen stellen in de principes van Command & Control en communicatie, worden de civiel-militaire relaties eerder geschraagd door een geest van coöperatie, coördinatie en consensus.

CIMIC-aandachtsgebieden zijn onder andere bestuurlijke aangelegenheden, civiele infrastructuur, culturele en religieuze zaken, commerciële en economische zaken en humanitaire hulpverlening.

De doelstelling van CIMIC is militaire commandanten en eenheden te ondersteunen in de uitvoering van een operatie door het onderhouden van contacten met civiele organisaties en daarmee bij te dragen aan de reconstructie en het herstel van de stabiliteit in de regio.

CIMIC kan dan ook worden beschouwd als een onderdeel van het Nederlandse buitenlandbeleid in het inzetgebied van de operatie, dat is gericht op het herstel van de autonome wederopbouw van de desbetreffende regio.

Ook draagt CIMIC bij aan het draagvlak (hearts & minds) voor de internationale militaire aanwezigheid bij de burgerbevolking, de nationale en plaatselijke autoriteiten en de internationale, nationale en non-gouvernementele organisaties en instellingen. Hiermee wordt de uitvoering van de militaire operatie vergemakkelijkt.

Pas na het einde van de Koude Oorlog werd veel belang gehecht aan CIMIC. Als gevolg van de post-Koude Oorlog-conflicten veranderde de taak van een op de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied ingestelde krijgsmacht in de deelname aan crisisbeheersingsoperaties. Sinds de eerste vredesoperaties op de Balkan in de jaren '90 heeft CIMIC zich ontwikkeld tot een volwaardige militaire activiteit.

In de commandolijn is er vanaf het niveau van bataljon/brigade sprake van een Sectie 9 (G9), die contacten in de burgermaatschappij onderhoudt om de commandant en zijn staf te kunnen voorzien van assessments.

In 2007 verscheen de Catalogus Civiel-Militaire Samenwerking van de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken.

Dit boekwerk geeft een overzicht van de gegarandeerde capaciteiten en reactietijden van de krijgsmacht bij nationale veiligheid (NatOps) en crisisbeheersing.

 

In de Catalogus Civiel-Militaire Samenwerking (2007) worden de gegarandeerd beschikbare defensiecapaciteiten beschreven, zoals neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 24 mei 2006 over de intensivering van de Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS).

Onder deze gegarandeerd beschikbare defensiecapaciteiten vallen ook de geneeskundige capaciteiten.

In het kader van de rampenbestrijding zijn vanaf 1 januari 2007zes geneeskundige hulpposten voor triage en eerstelijnshulp, een noodhospitaal voor tweedelijnsverzorging en een ziekenautopeloton beschikbaar. Voor alle capaciteiten geldt een reactietijd van maximaal 48 uur.

De CIMIC-eenheden bij vredesoperaties - zoals het Cimic Support Element (CSE) van 42 (NL) Battle Group SFIR-III in de Stabilisation Force Iraq (SFIR) - zijn ingebed in de internationale commandostructuur onder het commando van de Force Commander, waarbij geen directe aansturing plaatsvindt door de (Chef) Defensiestaf.

Ook kan de CIMIC-eenheid op verzoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden ingezet. Een voorbeeld hiervan is de inzet van het Nederlands gemechaniseerd bataljon binnen de Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina bij het uitvoeren van kleinschalige hulpprojecten van de zgn. 'Pronk-gelden'. Voorbeelden hiervan zijn de verbouwing van het gemeentehuis in Bugojno en de infrastructurele verbetering van het ziekenhuis in Travnik.

Binnen de NAVO is CIMIC onder andere gebaseerd op de volgende brondocumenten:

► Allied Joint Publication CIMIC-doctrine (AJP-9)
► Joint Doctrine for Civil-Military Operations (CMO) (JP 3-57)
► Military Committee-decision 411/1: NATO Military Policy on Civil-Military Co-operation (MC 411/1)

Zie ook: 1 CMI Commando (voorheen: 1 CIMIC-bataljon), Force Acceptance, Force Protection, Integrated Development of Entrepreneurial Activities (IDEA), Nationale Operaties (NatOps) en Quick Impact Projects.

Terug naar Boven

 

CIRCULATION

Bloedsomloop.

Derde deel van het eerste onderzoek (Primary Survey) volgens het stroomschema van het ABCD-protocol.

De handelingen en beslissingen binnen de circulation houden het controleren en veiligstellen van de circulatie van de zorgvrager (patiënt, slachtoffer) in.

Het ABCD-protocol is een afgeleide van het Advanced Trauma Life Support (ATLS) zoals dat door alle geneeskundig (hulp)personeel van de Koninklijke Landmacht wordt toegepast.

In het stroomschema van het ABCD-protocol volgen voorafgaand aan de circulation airway (controleren en veiligstellen van de ademweg) en breathing (controleren en veiligstellen van de ademweg); na de circulation volgt disability (controleren van de bewustzijnsgraad).

 

Zie ook: airway (ademweg), breathing (ademhaling), capillaire refill, disability (bewustzijn) en HOLK-bloedingen.

Stroomschema van de circulation (bloedsomloop).

Terug naar Boven

 

CIS-BATALJON

Afgekort : 101 CISbat.

Het binationale, sinds 1 februari 2004 (deels) operationele CIS-bataljon (Command & Information Systems) is ontstaan door samenvoeging van het inmiddels opgeheven cq. nog op te heffen:

  • 11 (NL) Verbindingsbataljon MND(C)
  • 106 (NL) Verbindingsbataljon
  • 108 (NL) Verbindingsbataljon
  • 110 (GE) Fernmeldebataillon

Logo van 101 CIS-bataljon.

101 CIS-bataljon, gestationeerd in Garderen, is een bataljon met drie verbindingscompagnieën (A, B en C) en een Staf- en Stafverzorgingscompagnie. 101 CIS-bataljon valt onder het OOCL en daarmee onder CLAS. Elke compagnie telt drie identieke communicatiepelotons (Commspels) - waarin alle WAN-middelen zijn ondergebracht - en één CIS-peloton - waarin de LAN-basismodules zijn ingedeeld. Een communicatiepeloton bestaat op zijn beurt uit:

  • commandogroep
  • HF-groep (tweemaal)
  • SATCOM-groep
  • straalzendergroep (tweemaal)

De SSV-Compagnie - bataljonsstaf en logistieke ondersteuningsmiddelen, zoals distributie-, keuken-, klasse III-, onderhoudsdiagnose- en transportgroep - ondersteunt uitsluitend de logistiek én interne opleiding en training op de vredeslocaties in Garderen; bij operationele inzet wordt het CIS-bataljon (of delen van het CIS-bataljon) immers onder bevel gesteld bij de te steunen eenheden.

101 CIS-bataljon kan gemakkelijk worden verward met het CIS-bataljon van het Duits-Nederlandse legerkorps. Dit is een binationale eenheid van bataljonsgrootte met twee compagnieën (één in Eibergen en één in Garderen): 1 CIS-Coy in Eibergen is volledig binationaal, evenals de bataljonsstaf. 2 CIS-Coy in Garderen is zo goed als volledig Nederlands. Het CIS-bataljon van 1 GNC maakt integraal deel uit van het Duits-Nederlands High Readiness Forces Head Quarters ( HRF HQ) in Münster. Binnen HRF HQ ondersteunt het CIS-bataljon de commandovoering en informatievoorziening van de Koninklijke Landmacht door het uitbrengen van een deel van de operationele, flexibele en geïntegreerde Command & Information Systems voor het operationele domein. Tijdens een operatie stelt de commandant van het CIS-bataljon alle CIS-middelen onder bevel bij één of meerdere commandanten.

Het CIS-bataljon is als eerste (verbindings)eenheid overgeschakeld op het nieuwe verbindingssysteem TITAAN: Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network.

Met de invoering van het TITAAN is binnen de binationale Duits-Nederlandse samenwerking een einde gekomen aan zowel het Nederlandse ZODIAC- als het Duitse AUTOKO- verbindingssysteem.

Indien bataljonsstaven en staven van zelfstandige eenheden kleiner dan een bataljon met een Local Area Network (LAN) - basismodule met bijbehorende eindapparatuur - onderling moeten worden verbonden, is de hulp benodigd van 101 CIS -bataljon. In voorkomend geval steekt 101 CIS-bataljon een helpende hand toe met zgn. WAN-middelen (Wide Area Network):

  • satellietcommunicatieapparatuur
  • straalzenders
  • High Frequency-installaties

De WAN-middelen dragen er zorg voor dat grote afstanden tussen de diverse eenheden van bataljonsgrootte kunnen worden overbrugd.

Terug naar Boven

 

CItaten & kreten

“There are three types of intelligence: human, animal and military. In that order.”

Aldous Huxley (1894-1963), Brits schrijver.

“Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.”Voltaire (1694-1778), Frans schrijver.

“Le mieux est l'ennemi du bien.” (“Het beste is de vijand van het goede.”)

Voltaire

“Pain is weakness leaving the body.”

United States Marines Corps.

"Of all manifestations of power, restraint impresses men most.”

Thucydides (4de eeuw v. Chr.), Grieks historicus.

"War makes rattling good history, but peace is poor reading.”

Thomas Hardy (1840-1928), Brits schrijver.

"Though we have heard of stupid haste in war, cleverness has never been seen associated with long delays."Sun Tzu (6de eeuw v. Chr.), Chinees strateeg.

"Strategie zonder tactiek is de langzaamste route naar de overwinning. Tactiek zonder strategie is het geluid voor de nederlaag."

Sun Tzu

“Leaders aren’t good because they are right. They are good because they are willing to learn, and to trust.”

Stanley A. McChrystal (1954-), Amerikaans generaal

"I like pigs. Dogs look up to us. Cats look down on us. Pigs treat us as equals."

Sir Winston Churchill (1874 – 1965), Brits staatsman.

“Oorlog is het enige spel waarbij beide partijen verliezen.”

Sir Walter Scott (1771-1822), Brits schrijver.

"Het gaat om de mens... vechten betekent het gebruik van een wapen en het is alleen de geest van de man achter het wapen die telt."Samuel L.A. Marshall (1900-1977), Amerikaans militair historicus

“The only certain result of your plan will be casualties - mainly the enemy if it is a good plan, yours if it’s not. Either way, foremost in your supporting plans must be the medical plan.”

Rupert Smith, Brits generaal-majoor, commandant 1 (UK) Armoured Division tijdens Operation Desert Storm in 1991

“Een wijs man is ook bevreesd voor een zwakke vijand.”

Publius Sirius, Romeins dichter.

“Only the dead have seen the end of war.”

Plato (427 - 347 v. Chr.), Grieks filosoof.

"Er is maar een plek waar je onmisbaar bent en dat is thuis."

Peter van Uhm (1955), van 2008 tot 2012 Commandant der Strijdkrachten

“Als je niets vertelt, dan lieg je ook niet.”

Oliver North (1943), Amerikaans marinier,  middelpunt tijdens de Iran/Contra-schandaal.

“Pas nadat u hebt opgegeven, bent u overwonnen.”

Prinses Juliana (1909-2004), van 1948 tot 1980 Koningin der Nederlanden.

"The truth of the matter is that you always know the right thing to do. The hard part is doing it."

Norman Schwarzkopf (1934), Amerikaans generaal.

"The battlefield is a scene of constant chaos. The winner will be the one who controls that chaos, both his own and the enemies.”

Napoleon Bonaparte (1769-1821), Frans legeraanvoerder.

"Mannen houden van vechten en vrouwen houden van mannen die vechten. Dat is een van de meest fundamentele redenen waarom oorlog bestaat."

Martin van Creveld (1946), Nederlands-Israëlisch militair historicus.

"Life's most persistent and urgent question is: what are you doing for others?" 

Martin Luther King, Jr., (1929-1968), Amerikaans dominee

"Je kunt 26 uur per dag werken door een uur eerder op te staan en een uur later naar bed te gaan.”

Marc van Uhm & Peter van Uhm, Nederlandse generaals, geciteerd uit Reformatorisch Dagblad (13 december 2003).

''Wars begin where you will, but they do not end where you please.''

Niccolò Machiavelli (1469-1527), Italiaans filosoof en historicus; statement aan het einde van de speelfilm ‘Home of the Brave’ (2007)

"You may not be interested in war, but war is interested in you."Leon Trotski (1879-1940), Russisch politicus.

“After thousands of years of fighting, there is no excuse for not fighting well."

T.E. Lawrence (1888-1935), Brits officier, bijnaam: Lawrence of Arabia

“Theoretical physics can prove that an elephant can hang from a cliff with its tail tied to a daisy.”

Kevin Costner, ‘JFK’, 1991.

“The musket made the infantryman and the infantryman made the democrat.”

John F.C. Fuller (1878-1966), Brits generaal.

"Wat sterk is uit overtuiging, faalt nooit"Johannes Arnoldus ('Frank') van Bijnen (1910-1944), Nederlands verzetsstrijder.

“Elke slag die de generaal in een oorlog verliest, wint hij alsnog in zijn memoires.”

Jan Romein (1893-1962), Nederlands historicus.

“He either fears his fate too much, or his deserts are small, who dare not put it to the touch, to win or lose it all”

James Graham Markies van Montrose (1612-1650), Schots commandant tijdens de English Civil War (1642–1651).

"Zij die zich het verleden niet herinneren, zijn gedoemd het opnieuw te beleven"George Santayana (1863-1952), Amerikaans filosoof
"A good plan violently executed now is better than a perfect plan executed next week."George S. Patton (1885-1945), Amerikaans generaal.

"I am a soldier. I fight where I am told, and I win where I fight."

George S. Patton

“A pint of sweat, saves a gallon of blood.”

George S. Patton

“The quickest way to end a war, is to lose it.”

George Orwell (1903-1950), Brits schrijver.

"Fear is a weapon of mass destruction".Faithless (Britse band), nummer van het album 'No Roots' (2004)

“Ten good soldiers, wisely led, will beat a hundred without a head.”

Euripides (480-406 BC), Grieks tragediedichter; motto uit The Only Thing Worth Dying For (2010) van Eric Blehm.

“De kwaliteit van je leven hangt niet af van wat er met je gebeurt, maar hoe je reageert op wat er met je gebeurt. Aan het eerste kun je toch niet veel doen, aan het tweede alles.”

Erik Hazelhoff Roelfzema, verzetsstrijder (Soldaat van Oranje en ridder Militaire Willemsorde)

"Leiderschap is in staat zijn te beslissen wat er gedaan moet worden en vervolgens anderen te vinden die het doen."

Dwight D. Eisenhower (1890-1969), Amerikaans generaal, later 34ste president van de Verenigde Staten.

“It's fatal to enter any war without the will to win it.”

Douglas MacArthur.

“Old soldiers never die, they just fade away.”

Douglas MacArthur (1880-1964), Amerikaans generaal, afscheidstoespraak voor het Amerikaanse Congres op 19 april 1951.

“I hear and I forget. I see and I believe. I do and I understand.”

Confucius (551-479 v. Chr.), Chinees filosoof.

"Het Nederlandse leger was en is in de eerste en voornaamste plaats een oefenleger. Een leger vol losse-flodder-helden. Een leger vol vakbonden, geestelijke verzorgers en belangenorganisaties. Het zijn - op de commando's en de mariniers na - geen soldaten maar militaire ambtenaren.”

Clifford C. Cremer, Nederlands oud-marinier en schrijver, citaat uit ‘Bomberjack'.

"Alles is zeer simpel in de oorlog, maar het simpele is moeilijk.”

Carl von Clausewitz (1780-1831), Pruisisch generaal; auteur van ‘Vom Kriege’.

"Der Krieg ist nichts als eine Fortsetzung des politischen Verkehrs mit Einmischung anderer Mittel."

Carl von Clausewitz

‘’Oorlog is het domein van het ongewisse, driekwart van de factoren waarop in een oorlog het handelen wordt gebaseerd, ligt gehuld in de nevelen van een min of meer grote onzekerheid.’

Carl von Clausewitz

"War does not decide who is right, war decides who is left."

Bertrand Russell (1872-1970), Brits filosoof.

“By failing to prepare you are preparing to fail.”

Benjamin Franklin (1706-1790), Amerikaans politicus.

"Dead battles like dead generals hold the military mind in their dead grip."Barbara Tuchman (1912-1989), Amerikaans schrijfster en historica

“Als je weet hoe je een hindernis moet overwinnen is het geen hindernis meer”

Bart de Haas (1946), woudloper in Canada en schrijver van ‘Reis door de Grote Leegte’)

Terug naar Boven

 

CIVIEL MEDISCH PERSONEEL

Afgekort: CMP. Personeel dat werkt in één van de relatieziekenhuizen van het Ministerie van Defensie. Dit is een algemeen of academisch ziekenhuis dat de beschikbaarheid van chirurgische teams (bestaande uit medisch specialisten) ten behoeve van missies, oefeningen e.d. garandeert. Een chirurgisch team bestaat uit:

1 x

anesthesioloog

1 x

chirurg traumatologie

1 x

anesthesieassistent

2 x

operatiekamerassistent

Het personeel is geplaatst bij het Project Implementatie Samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR), dat op zijn beurt is ingedeeld bij het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB). CMP’ers behoren tot de actieve reservisten, evenals militairen van Nationale Reserve (NATRES), Nationaal Commando (in het kader van militaire bijstand), CIMIC Group North / IDEA (Integrated Development of Entrepreneurial Activities) en de Cavalerie Ere-escorte.

CMP’ers krijgen opleidingen aan de Koninklijke Militaire Academie én in Advanced Trauma Life Support en, afhankelijk van de missie, een Missie Gerichte Instructie.

Terug naar Boven

 

C-LAS (COMMANDANT LANDSTRIJDKRACHTEN)

Van 25 oktober 2011 tot 24 maart 2016 was luitenant-generaal Mart de Kruif de Commandant Landstrijdkrachten.

Voluit: Commandant Landstrijdkrachten. Voorheen: Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS).

Mouwembleem van de staf van de Commandant Landstrijdkrachten.

De afkorting C-LAS werd van 1976 tot 1992 gebruikt in de betekenis van Chef Landmachtstaf.

C-LAS is, evenals de BLS dat was, de hoogst gegradueerde bevelvoerend militair van het krijgsmachtdeel Koninklijke Landmacht (KL), de landcomponent van de Nederlandse krijgsmacht.

De nieuw naamgegeven operationeel commandant van de KL legt direct verantwoordelijkheid af aan de Chef Defensiestaf (CDS).

Naar aanleiding van de conclusies van het Advies van de Adviescommissie Opperbevelhebberschap ('Van wankel evenwicht naar versterkte Defensieorganisatie', 19 april 2002) heeft de CDS sinds 5 september 2005 als hoogste militaire autoriteit de eenhoofdige leiding over de voorbereiding en uitvoering van de operationele inzet én heeft het initiatief in het planningsproces op het Ministerie van Defensie.

C-LAS krijgt zijn opdrachten in directe lijn van de CDS en is verantwoordelijk voor het beheer, de gereedstelling, instandhouding en nazorg van het personeel dat betrokken is bij operationele inzet.

De laatste BLS was, van 30 augustus 2002 tot 5 september 2005, luitenant-generaal Marcel Urlings.

De eerste C-LAS was vanaf 5 september 2005 luitenant-generaal Peter van Uhm.

In september 2005 verscheen in het blad Landmacht de special 'Bevelhebbers door de jaren heen', waarin vier oud-Bevelhebbers der Landstrijdkrachten terugblikken: Han Roos, Rien Wilmink, Maarten Schouten en Marcel Urlings.

Op 13 maart 2008 droeg luitenant-generaal Peter van Uhm op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot het commando over aan luitenant-generaal Rob Bertholee. Bij zijn afscheid kende Bertholee aan Van Uhm de Bronzen Soldaat toe wegens zijn buitengewone verdiensten.

Links de laatste BLS, luitenant-generaal Marcel Urlings, rechts de eerste C-LAS, luitenant-generaal Peter van Uhm.

Luitenant-generaal Mart de Kruif nam op 25 oktober 2011 op de Legerplaats bij Oldebroek het commando over van luitenant-generaal Rob Bertholee.

In november 2011 heeft generaal De Kruif zijn nieuwe Visie C-LAS (Vechten voor Vrede en Vrijheid."Niet gesloten wegens verbouwing, maar geopend voor vernieuwing") gepresenteerd.

Voorgangers van de huidige Commandant Landstrijdkrachten zijn:

VAN

TOT

WIE

1954

1957

generaal Ben Hasselman

1957

1962

luitenant-generaal G.J. Le Fèvre de Montigny

1962

1963

luitenant-generaal A.V. van den Wall Bake

1964

1968

luitenant-generaal Frans van der Veen

1968

1971

luitenant-generaal Willem van Rijn

1972

1973

luitenant-generaal Gerrit IJsselstein

1973

1977

luitenant-generaal Jan van der Slikke

1977

1980

luitenant-generaal Cor de Jager

1980

1985

luitenant-generaal Han Roos

1985

1988

luitenant-generaal Peter Graaff

1988

1992

luitenant-generaal Rien Wilmink

1992

1996

luitenant-generaal Hans Couzy

1996

2001

luitenant-generaal Maarten Schouten

2001

2002

luitenant-generaal Ad van Baal

2002

2005

luitenant-generaal Marcel Urlings

2005

2008

luitenant-generaal Peter van Uhm

20082011luitenant-generaal Rob Bertholee
20112016luitenant-generaal Mart de Kruif

2016

heden

luitenant-generaal Leo Beulen

In 2008 vond de commando-overdracht plaats van de vertrekkende Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Peter van Uhm, aan de aantredende, luitenant-generaal Rob Berholee, op de Generaal-majoor De Ruyter Van Steveninckkazerne in Oirschot.
  

Visie Commandant Landstrijdkrachten
Vechten voor Vrede en Vrijheid
"Niet gesloten wegens verbouwing, maar geopend voor vernieuwing"

Zie ook: Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS), Every soldier a rifleman en Luitenant-generaal Leo Beulen nieuwe Commandant Landstrijdkrachten (24 maart 2016).

Terug naar Boven

 

CLAS-LEGPENNING

Legpenning in zilver of goud voor personeel dat ressorteert onder het Commando Landstrijdkrachten. De legpenning is een bijzondere onderscheiding voor bijzondere verdiensten.

Op de voorzijde van de legpenning staat het opschrift “Commando Landstrijdkrachten”, op de achterzijde “Aedificator excellens” – wat “Voortreffelijk bouwer” betekent.

De legpenning is tot op heden (2011) aan ruim twintig mensen toegekend, onder wie:

2008

Adjudant Jo Hugens (Persco-adjudant)

2010

Luitenant-kolonel Detlev Simons (Hoofd Landmachtvoorlichting)

2010

Korporaal der eerste klasse Johan Pols (Nationale Reserve)

2010

Adjudant Ad van Gog (hoofdredacteur De Onderofficier)

2011

Kolonel Tjeerd de Vries

Terug naar Boven

 

CLASSIFICEREN

Duits: klassifizieren. Engels: classify. Frans: classifier. Rangschikken van documenten en materieel in bepaalde groepen met het doel passende maatregelen te kunnen nemen om militaire gegevens te beveiligen tegen kennisneming door onbevoegden.

Terug naar Boven

 

CLAUSEWITZ, CARL VON

Veruit het beroemdste en waarschijnlijk meest geciteerde citaat van Von Clausewitz, "Oorlog is enkel de voortzetting van politiek met andere middelen", is afkomstig uit zijn meesterwerk Vom Kriege.

Hiermee bedoelt Von Clausewitz dat oorlog een vorm van politiek uitdrukt, waarbij de politiek in de democratische rangorde het primaat over de krijgsmacht heeft.

De krijgsmacht onderwerpt zich aan de (buitenlandpolitiek van de) democratie. Waar de gebruikelijke middelen van de politiek falen, blijft oorlog over als uiterste machtsmiddel.

De grenzen van oorlogvoering zijn afhankelijk van door politici gestelde doelen: het geweld dat wordt gebruikt om een militair doel te bereiken, moet in verhouding staan tot het politieke doel.

De eerste integrale vertaling ter wereld was de Nederlandse, vertaald door Erardus Henricus Brouwer (1804-1879), van 1836 tot 1877 bibliothecaris van de Koninklijke Militaire Academie.

De vertaling uit het Hoogduitsch verscheen op 11 november 1846 in twee delen bij Broese & Comp. in Breda onder de titel Over den Oorlog.

Bij het uitkomen van de vertaling schreef minister van Oorlog Frederik Carel List aan de bevelhebbers van de Koninklijke Landmacht: "Thans is in het licht verschenen, het zoo belangrijk werk van den Generaal Karel von Clausewitz over den Oorlog. [...] Ik verzoek U van het vorenstaande, aan de korpsen onder uw bevelen mededeeling te doen, ten einde daarvan, in het belang der wetenschappelijke studien, zoodanig gebruik te maken, als men zal vermeenen te behooren."

 

◄ De Israëlische militair historicus en strateeg Martin van Creveld publiceerde in 1991 'The Transformation of War'.

Niet voor niets luidt de ondertitel: 'The Most Radical Reinterpretation of Armed Conflict Since Clausewitz'.

Van Creveld beargumenteert dat de trinitaire verhouding tussen de staat, de krijgsmacht en de bevolking - zoals Clausewitz deze drie-eenheid uiteenzet in 'Vom Kriege' - nauwelijks meer voorkomt.

Veel moderne oorlogen zijn niet langer een gemeenschappelijke onderneming van een staat, haar krijgsmacht en haar bevolking. Zo is de staat geen actor in guerrillaoorlogen en bij terroristische aanslagen.

Van Creveld vindt de trinitaire theorie van Clausewitz niet meer van deze tijd en zet hij hiertegenover zijn non-trinitaire theorie.

Zie ook: citaten & kreten, fog of war, frictie, friendly fire, oorlogsrecht, planningsfactor, Tactiek om te begrijpen (Otto van Wiggen, Theo Pollaert en Erik Jellema), tijd- en ruimtefactoren, Vom Kriege van Clausewitz. Een biografie (Hew Strachan, 2009), zwaartepunt en Zweck - Ziel - Mittel.

Terug naar Boven

 

CLAYMORE

mine anti-personnelle à effet dirigé (MAPED).

Codenaam: M18(A1). Spreek uit: "Kleemoor".

Een op het maaiveld geplaatste directionele (richtings-) fragmentatiemijn met een gerond, holrond oppervlak. Het effect van de detonatie is geconcentreerd in de richting van vijandelijk personeel. Bij detonatie vuurt de claymore 700 stalen lagerkogels ('ball-bearings') met een diameter van 0,3 cm af onder een hoek van 60 graden.

De claymore heeft een olijfkleurige plastic omhulsel met daarop de tekst "Front Toward Enemy"("Voorzijde naar vijand").

De claymore is een speciaal soort antipersoneelsmijn, hoewel deze volgens het Verdrag van Ottawa (1997) - Convention on the Prohibition of the Use, Stockpiling, Production and Transfer of Anti-Personnel Mines and on their Destruction - niet voldoet aan de definitie van een landmijn, onder andere omdat de claymore niet wordt ingegraven.

Claymores mogen voortaan alleen op commando tot detonatie worden gebracht: alleen bediend door militairen in tegenstelling tot automatisch laten afzetten.

Links een op het maaiveld geplaatste claymore, rechts de claymore met toebehoren, onder andere het detonatiekoord.

Uitvinder van de claymore is Norman Macleod, die de mijn vernoemde naar een middeleeuws Schots zwaard. Zijn vinding is het gevolg van de te stoppen massale Chinese aanvallen tijdens de Koreaaanse oorlog (1950-'53).

Een geopende claymore. Duidelijk zichtbaar zijn de kogellagers die in en rond een laag plastic explosief (C4) zijn aangebracht.

De claymore staat boven het maaiveld opgesteld en gericht naar de meest waarschijnlijke aanvalsrichting van de vijand om deze het gebruik van specifieke terreindelen te ontzeggen of te vertragen.

De claymore is zeer effectief tegen uitgestegen infanterie. Als een infanterist voorlangs loopt, gaat het explosief af; mocht de infanterist niet afdoende dichtbij komen, kan de claymore handmatig op afstand tot detonatie worden gebracht. De claymore kan ook prima worden gebruikt als hindernis, hinderlaag of nabijbescherming voor eigen troepen (verdedigingswapen tegen infiltratie e.d.).

Tijdens de Vietnamoorlog werd de claymore voor het eerst op grote schaal toegepast als antipersoneelsmijn (AP-mijn); maandelijks werden 80.000 claymores geproduceerd.

Het afgaan van de claymore is eenvoudig op afstand te bedienen door middel van een detonatiekoord, struikeldraad (tripwire) of handgranaat.

Specificaties:

detonatiehoek

60 graden

effectief (dodelijk) bereik

50 meter

gewicht explosief

0,7 kg explosief C4

gewicht van de claymore

1,6 kg

maximaal bereik250 meter

zelfvernietigingsmechanisme

nee

De opvolger van de claymore is het horizontaaleffectwapen (HEW), die hetzelfde effect heeft (blast met, in dit geval, ruim 900 loden lagerkogels), maar een ontsteker bezit, derhalve bediend moet worden en daarom een wapen is.

De Directional Focussed Charge (DFC) is een geïmproviseerde claymore.

Zie ook: hinderlaag, hindernis, horizontaaleffectwapen (HEW), infiltratie, landmijn, struikeldraad en Vietnamoorlog.

Terug naar Boven

 

CLEAR, HOLD, BUILD

Afgekort: CHB. Wijze om de werkzaamheden in het kader van counter-insurgency (COIN) te omschrijven: verdrijf de insurgents (opstandelingen) uit het gebied; houdt het gebied met voldoende troepen en middelen onder controle; begin met wederopbouw doordat het vertrouwen van de bevolking is gewonnen.

CHB-operaties vinden gelijktijdig plaats, niet opeenvolgend, én te allen tijde ten behoeve van en in samenwerking met de host nation.

De aanwezigheid van voldoende grondtroepen is hierbij cruciaal om een veilige omgeving te realiseren. Als er te weinig grondtroepen zijn zal het proces van wederopbouw slechts langzaam op gang kunnen komen. Bij te weinig grondtroepen zal ook de afhankelijkheid van close air support (CAS) dikwijls groot zijn, wat de kans op collateral damage en burgerslachtoffers vergroot – wat het draagvlak onder de lokale bevolking ten faveure van de internationale troepenmacht ondergraaft.

Ook is de aanwezigheid van voldoende inlichtingencapaciteit noodzakelijk, om steeds op de hoogte te zijn van de troepenomvang en –sterkte van de vijand.

Het onder controle houden van een dergelijk gebied kan onder meer met behulp van cordons, roadblocks, checkpoints e.d. Troepen kunnen (ook) huis voor huis ontruimen of zuiveren, op zoek naar wapens, munitie en illegale activiteiten. In de eindfase, als alle gebouwen zijn gezuiverd/ontruimd, kunnen alle openbare diensten en nutsvoorzieningen worden hersteld: riolering, water, elektriciteit en afvalverwijdering. Eigen troepen blijven in het gebied totdat de strijdmacht van de host nation in staat is het gebied over te nemen en te behouden.

De term ‘Clear, Hold, Build’ is voor het eerst toegepast door de Amerikaanse kolonel Herbert R. McMaster. In september 2005 leidde Operation Restoring Rights in de Iraakse provincie Ninawa en stad Tal Afar ertoe dat de lokale insurgents werden verslagen en strongholds werden opgeruimd. Behalve in Irak (Operation Iraqi Freedom, onder andere tijdens de surge in Bagdad in 2007) ook toegepast in Afghanistan (Operation Enduring Freedom).

Zie ook: counter-insurgency (COIN) en 3D-doctrine (Defence, Development, Diplomacy).

Terug naar Boven

 

CLINOMETER

Instrument waarmee de helling van hoeken in het vrije veld ten opzichte van de horizon kan worden gemeten en afgelezen. De gemeten helling kan worden weergegeven in zowel graden als procenten. Een vizier van de clinometer wordt gericht op een punt in het vrije veld. Doordat een gradenboog meedraait en met behulp van een prisma wordt geprojecteerd, kan de helling worden afgelezen.

Voorbeelden van het gebruik van de clinometer binnen de Koninklijke Landmacht zijn het meten van de horizontale en/of verticale declinatie, de hellingshoek (slope) bij het bepalen van een landing point en de invlieghoek (shoot) bij het bepalen van een landing point. In de laatste twee gevallen maakt de clinometer deel uit van de helikopterlandingsplaatsuitrusting.

Terug naar Boven

 

CLOSE AIR SUPPORT

Afgekort: CAS. Duits: Luftnahunterstützung. Frans: appui aérien rapproché. Luchtsteun door helikopters (rotary wings) of vliegtuigen (fixed wings) die zich richt tegen vijandelijke doelen die zich in de nabijheid bevinden van eigen landstrijdkrachten. CAS is dus nauw verbonden met het gevecht op de grond. In het uiterste geval kunnen hierbij luchtaanvallen worden uitgevoerd op al dan niet tevoren verkende doelen die meestal dichtbij de locatie van eigen eenheden zijn gesitueerd.

CAS vereist nauwkeurige coördinatie tussen de luchtacties, grondgebonden vuursteun, luchtverdediging en manoeuvre, de luchtverdediging en de vereisen. Daarnaast worden de volgende termen gehanteerd:

Emergency CAS

ECAS

Immediate CAS

ICAS

Pre-planned CAS

XCAS

Een toestel met een CAS-taak – met behulp van gevechtshelikopters zoals de Apache AH-64 en de Cobra AH-1 en gevechtsstraaljagers als de F-16 en de A-10 Thunderbolt – is dan ook een verlengstuk van de landstrijdkrachten. De piloot wordt geleid door een Forward Air Controller (FAC) van de grondtroepen, die het aan te vallen doel beschrijft en aanduidt. De FAC'er is een functie binnen de Koninklijke Landmacht.

CAS is ook belangwekkend binnen het Optreden in Verstedelijkte Gebieden (OVG). Daarnaast kunnen toestellen met een CAS-missie de commandant van de grondtroepen voorzien van meer informatie en situational awareness.

Close Air Support mag niet worden verward airstrikes. Zie ook: AN/PRC-117F, danger close en vuuraanvraag.

Terug naar Boven

 

CLOSE COMBAT ATTACK

Afgekort: CCA.

Lucht(vuur)steun van gevechtshelikopters. Vorm van luchtnabijsteun (evenals Close Air Support).

Wanneer grondtroepen in gevechtscontact (TIC) zijn of hierop anticiperen, maar geen directe steun kan worden geboden door een Forward Air Controller (FAC'er), kunnen gevechtshelikopters het grondgebonden optreden in de directe nabijheid alsnog ondersteunen en luchtaanvallen uitvoeren.

Op dat moment verstrekt niet-gekwalificeerd personeel op de grond - dat eyes on target heeft, op de hoogte is van de procedures en in het bezit is van een verbindingsmiddel - de gevechtshelikopterbemanning in een CCA Request de doelinformatie.

Close Combat Attack is een noodprocedure bedoeld om eigen troepen te steunen die in het zwaartepunt van het gevecht zitten en zonder steun van de gevechtshelikopter de situatie niet aankunnen.

Luchtnabijsteun vereist zeer nauwkeurige integratie en coördinatie met gevechts- en vuursteuneenheden.

Elke militair die eyes on target heeft, op de hoogte is van de procedures (Instructiekaart 4-44) en in het bezit is van een verbindingsmiddel, kan met een CCA Request een CCA of ECAS aanvragen:

► Bij een Close Combat Attack (CCA) wordt een gevechtshelikopter gebruikt voor het uitschakelen van vijandelijk vermogen;
► Bij Emergency Close Air Support (ECAS) wordt gebruik gemaakt van een gevechtsvliegtuig voor het uitschakelen van vijandelijk vermogen.

De militair op de grond staat in direct contact met het toestel, geeft zijn eigen positie door, meldt waar de vijand zit en doorloopt een vaste procedure om het toestel op zijn doel te praten, maar de release authority (beslissingsbevoegdheid) ligt bij de piloot.

Gevechtshelikopters kunnen bijvoorbeeld (on)geleide raketten afvuren op mobiele of statische objecten. Ook kunnen doorgunners vuur uitbrengen.

De grootste zwaktepunten van (gevechts)helikopters zijn de momenten aan de grond (opstijgen en landen) en het gebruik van Anti-Aircraft Artillery (AAA, Triple A) door de opponent. Luchtafweer, zoals luchtdoelartillerie en antitankwapens die als luchtverdedigingsmiddel worden gebruikt (RPG's), kunnen het ondersteunend optreden van gevechtshelikopters tijdens een CCA danig in de war gooien of zelfs geheel tenietdoen.

Zie ook: Close Air Support (CAS), doorgunner, eyes on target, Forward Air Controller (FAC'er), RPG en Troops in Contact (TIC).

Terug naar Boven

 

CLOSE PROTECTION

Persoonsbeveiliging door lijfwachten. Het nemen van specialistische voorzorgs- en beschermingsmaatregelen ter protectie van door aanzien of status onderscheiden Very Important Persons (VIP's) om hen te behoeden voor vijandelijk optreden of de effecten daarvan. Aan hen wordt een persoonsbeveiliger toegewezen van een Private Military Company (PMC) of van een daartoe gespecialiseerde militaire eenheid. Het meest bekende voorbeelden daarvan in Nederland is de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

In close protection wordt voorzien op basis van een dreigingsanalyse voor een als bedreigend of vijandig aangemerkte omgeving. Indien nodig zullen gevechtshandelingen niet uitblijven.

Voorbeelden van VIP’s zijn:

  • militaire personaliteiten
  • staats- of regeringsleiders

Zie ook: huurling.

Terug naar Boven

 

CLOSE QUARTER BATTLE

Afgekort: CQB. Duits: Nahkampf. Frans: combat rapproché. Vrije vertaling: man-tot-man gevecht of "gevecht op de vierkante meter".

Behalve de titel van een boek van Special Air Service-auteur Mike Curtis – ‘Close Quarter Battle. The explosive true story of 15 years under fire’ (vertaald als ‘Onder vuur’) – is CQB niets anders dan wat voorheen het man-tot-man gevecht werd genoemd.

Man-tot-man kan zowel gewapend als ongewapend plaatsvinden, maar vanwege de nabijheid van de tegenstander is de ongewapende variant van deze gevechtstechniek het meest waarschijnlijk. Het gevecht wordt dan immers op een zodanige afstand van de tegenstander gevoerd dat traditionele militaire wapens niet (meer) doeltreffend zijn.

CQB'en is een methode van tactische beweeglijkheid, met name in het geval van:

►doorschrijden van de vijand (exfiltratie)

►vijand in front

►plegen van een overval(ling)

Vond het man-tot-man gevecht voorheen vaak plaats door op het wapen een bajonet te plaatsen en stormvurend voorwaarts te gaan, tegenwoordig wordt de CQB hoofdzakelijk uitgevochten met de blote handen, slag- of steekwapens beoefend. De technieken die bij CQB'en worden aangeleerd - binnen de Koninklijke Landmacht hoofdzakelijk bij het Korps Commandotroepen en zowel pantser- als luchtmobiele infanteristen - zijn veelal een combinatie van diverse vechtkunsten. Deze vechtkunsten zijn eenvoudig aan te leren en zeer effectief.

CQB'en is ontstaan in de jaren '60. Met name Special Forces hebben vanaf toen, vanwege de noodzaak van Close Combat met de vijand tijdens conventionele oorlogvoering, een opleidings- en trainingsprogramma ontwikkeld. In de jaren '70 van de 20e eeuw zijn die programma's verfijnd door de opkomst van het internationaal terrorisme, ingeluid met de Palestijnse aanslag tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München.

Zie ook: double-tap.

Terug naar Boven

 

CLOSE TARGET RECCE

Afgekort: CTR. Door infanteristen en Special Forces, zoals Korps Commandotroepen en Special Air Service, uitgevoerde verkenningsopdracht om achtereenvolgens de plaats van een vijandelijk (beveiligd) object te bepalen én essentiële informatie te verzamelen in de gelokaliseerde vijandelijke omgeving. De te verzamelen informatie kan uiteenlopen van posities tot strekten, bevoorradingsroutes e.d.

Bij CTR gaat het erom zo dicht mogelijk op het object te komen om alle benodigde informatie te kunnen vergaren; alle leden van de verkenning zijn dan ook precies op de hoogte van de verkenningsopdracht. De verkenners kunnen op alle mogelijke manieren het object benaderen, zoals afgezet door een helikopter (drop-off point), per parachute of te voet.

Met behulp van de informatie kan vervolgens een aanval worden gepland. Het meest praktisch is om het resultaat van een CTR om te zetten in een maquette, waarmee de overigen worden geïnformeerd over het verkenningsresultaat. Idealiter vindt de CTR plaats gedurende avond of nacht. Als alle benodigde informatie bekend is, kan extractie van de missie plaatsvinden.

Terug naar Boven

 

CLOSURE RATE

De snelheid waarmee militair vermogen beslissend kan ingrijpen in een conflict nadat het de opdracht daartoe heeft ontvangen (is getasked).

Het criterium 'Closure Rate' is uiterst belangrijk, vooral in het eerste stadium van een nieuwe ontwikkeling. Dit is met name het geval bij initiële opdrachten met een expeditionair karakter.

Terug naar Boven

 

CLUSTERBOM

Een door een helikopter of vliegtuig afgeworpen bom die honderden kleine granaten verspreidt. De clusterbom spat in de lucht uiteen, wordt vaak gestabiliseerd met een kleine parachute en vervolgens verspreid over het maaiveld. De clusterbom explodeert bij grondcontact dan wel na een bepaalde periode. De clusterbom kan gemakkelijk de oppervlakte van ruwweg een voetbalveld vernielen, d.i. 5.000 m². De kans op collateral damage is daardoor relatief groot.

Compilatiefoto van clusterbommen

Clusterbommen zijn gericht op het uitschakelen van grond- of oppervlaktedoelen zoals vliegvelden, elektronische installaties, verzamelgebieden van militair materieel en militaire eenheden, gepantserde eenheden en brandstofopslagplaatsen en worden gerekend tot submunitie (munitie in munitie). De submunitie van een clusterbom heeft dezelfde vernietigende werking als een antipersoonsmijn (AP-mijn).

De submunitie gaat niet allemaal af. Schattingen over het percentage submunitie dat niet explodeert, lopen uiteen van 4 tot 12 procent. Deze blindgangers of UXO's zijn nog lang na het beëindigen van een conflict een gevaar voor de burgerbevolking.

Clusterbommen zijn volgens internationale conventies niet verboden. Het gebruik ervan is echter dubieus, met name sinds op 3 december 1997 meer dan honderd landen het Verdrag van Ottawa ondertekenden, dat wél het gebruik van AP-mijnen verbiedt maar niet dat van clusterbommen.

Opengewerkte tekening van een clusterbom die submunitie herbergt en laat ontploffen.

Voorbeelden van clusterbommen binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn:

SOORT

AANTALLEN SUBMUNITIE

munitie M-109 houwitsers

88

munitie MLRS

644

CBU-87 Combined Effects Munitions van de F-16

202

Van 19 tot en met 30 mei 2008 is de Dublin Conference on Cluster Munitions gehouden, een bijeenkomst om clustermunitie wereldwijd in de ban te doen. Hier werden diplomaten uit 111 landen het eens over een totaalverbod op het gebruik van clusterbommen - een belangrijke uitbreiding van het humanitair oorlogsrecht. Een van de ondertekenaars was Nederland.

Afgesproken is ook dat binnen 8 jaar de voorraden clustermunitie moeten zijn vernietigd en dat de slagvelden waar de bommen zijn ingezet worden opgeruimd. De niet-ontplofte kleine bommetjes waarin clusterbommen uiteenvallen veroorzaken nog dagelijks doden. Het verdrag zal niet worden ondertekend door China, India, Israël, Pakistan, Rusland en de Verenigde Staten, allen niet toevallig hoofdproducenten van clustermunitie.

Op 3 en 4 december 2008 is in Oslo (Signing Conference Oslo) de Convention on Cluster Munitions (CCM) gesloten door 94 landen. Voor Nederland tekende de Minister van Buitenlandse Zaken, mr. Maxime Verhagen, het verdrag.

Terug naar Boven

 

COBRA 148 BOORBREEKHAMER

De Cobra 148 boorbreekhamer behoort tot de geniegereedschappen, evenals onder andere grondboor, motorkettingzaag, schiethamer en trilplaat.

Met de bijgeleverde beitels (24, 29, 33, 34 en 45 mm) kan de boorbreekhamer in alle standen boren (stand laag) of breken (stand hoog).

De Cobra 148 boorbreekhamer is een één-cilinder luchtgekoelde tweetaktmotor die werkt op mengsmering 1:20 (diesel : benzine).

Starten gebeurt door middel van een startkoord, waarna de boorbreekhamer 2 à 3 minuten moet warmdraaien. Een ingebouwde compressor zorgt voor perslucht om tijdens het boren het boorgat leeg te blazen.

Tijdens het werken met de Cobra 148 boorbreekhamer mag geen loshangende kleding worden gedragen en moeten oordoppen, veiligheidsschoenen en werkhandschoenen worden gedragen.

Bij gebruik van de Cobra 148 boorbreekhamer in afgesloten ruimten, moet rekening worden gehouden met opeenhoping van koolmonoxide.

Bij het aftanken wordt gebruik gemaakt van een trechter of flexibele tuit; een absorptiedoek wordt gereed gehouden om gemorste brandstof op te vangen of op te deppen.

Werkinstructies voor de boorbreekhamer zijn te vinden in de IK 001190.

Terug naar Boven

 

CODE RED

Disciplinaire militaire maatregel die officieel verboden is maar wel degelijk ten uitvoer wordt gebracht.

Kolonel Nathan Jessup, gespeeld door Jack Nicholson.

De ongeschreven code houdt in: wie het verpest, heeft een lesje nodig. De opdracht hiertoe kan van een militaire meerdere komen, maar de militairen zelf houden elkaar ook in de gaten en de hand boven het hoofd. Het groepsgedrag, dat binnen de krijgsmacht in hoog aanzien staat, is vaak leidend.

De Code Red komt naar voren in de Amerikaanse speelfilm 'A Few Good Men' uit 1992, geregisseerd door Rob Reiner.

Hierin moet het advocatenduo luitenant Daniel Kaffee (Tom Cruise) en luitenant ter zee 1e klasse JoAnne Galloway (Demi Moore) bewijzen dat de commandant van de U.S. Naval Base in Guantanamo Bay op Cuba, kolonel Nathan Jessup (Jack Nicholson), een Code Red heeft bevolen.

Twee van zijn onderhebbenden - Lance Corporal Dawson en Private First Class (PFC) Downey - moesten een derde militair een lesje leren.

Die derde is PFC Santiago, die sociaal en fysiek een van de zwakkere broeders van zijn eenheid is, daarom slecht binnen de groep valt en om overplaatsing heeft gevraagd.

Met de bevolen Code Red ontspoort het groepsgedrag: Dawson en Downey knevelen Santiago, die stikt als hij een pak slaag krijgt.

Uiteindelijk legt kolonel Jessup, die er alles voor over heeft om zijn eer te redden en ervan overtuigd is dat advocaat Kaffee de waarheid niet aankan ("You can't handle the truth!"), in de rechtbank een bekentenis af:

"I have neither the time nor the inclination to explain myself to a man who rises and sleeps under the blanket of the very freedom I provide, then questions the manner in which I provide it!"

("Ik heb niet de tijd noch zin om aan iemand verantwoording af te leggen die nota bene slaapt onder de deken van juist die vrijheid waar ik voor zorg in plaats van te twijfelen aan de manier hoe ik daarvoor heb gezorgd!")

Terug naar Boven

 

CODEWOORD

Codewort; Deckwort code word mot-code.

Geheim(e), vooraf afgesproken woord(en), met een andere dan de letterlijke betekenis. Codewoorden worden binnen de krigsmacht bijvoorbeeld gebruikt om een operatie aan te duiden.

De Britten begonnen in de Eerste Wereldoorlog met het gebruik van codenamen voor belangrijke militaire operaties. Sindsdien zijn codenamen een essentieel onderdeel van het wereldwijde militaire jargon.

Een codewoord vergroot de veiligheid van een militaire actie, alleen al doordat alleen eigen troepen bekend zijn met de geheime betekenis van het codewoord. Daarmee is het gebruik van een codewoord een relatief veilige dekmantel om de uitvoering van zaken te laten aanvangen: afkondigen van radiostilte of wisselen van frequenties op de radio, contact maken met eigen troepen (aanroep- en wederwoordprocedure), gevecht afbreken of vuur uitbrengen.

Voorbeelden van codewoorden en hun betekenis:

CORPORATE

Britse Bevrijding van de Falkland-eilanden op Argentijnse troepen in 1982.

DESERT SHIELD

Ontplooiing van geallieerde troepen in de Golfregio in 1991.

DESERT STORM

Terugverovering van Koeweit in 1992; vervolg op DESERT SHIELD.

EAGLE CLAW

Amerikaanse operatie op 24 april 1980 om gegijzeld Amerikaans ambassadepersoneel in Teheran te bevrijden.

LITANI

Israëlische invasie in Libanon in 1978, tot aan de rivier Litani, die het begin was van de aanwezigheid van UNIFIL.

MUSKETEER

Militaire operatie van Frankrijk, Groot-Brittannië en Israël tegen Egypte in de Suez-crisis in 1956.

OVERLORD

Invasie van Normandië op 6 juni 1944.

PROVIDE COMFORT

Humanitaire hulpverleningsoperatie ten behoeve van de Koerden in het noorden van Irak in 1991.

STORM

Terugverovering door Kroatië van de Krajina in 1995 (Kroatische gebieden die in 1991 waren veroverd door de Serviërs).

URGENT FURY

Amerikaanse invasie op Grenada in 1983.

Zie ook: aanroep- en wederwoordprocedure, Falklandoorlog (CORPORATE), PROVIDE COMFORT en UNIFIL.

Terug naar Boven

 

C.O.K.L.

Voluit: Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht.

Het COKL is opgericht op 1 november 1969 als één van de resultaten van een algemene herstructurering van de staven van de Koninklijke Landmacht in Den Haag. Hiervóór waren zowel de Inspecteur der Opleidingen als de Inspecteurs van Wapens en Dienstvakken belast met de opleidingsfunctie. De inspecteurs beschikten hiertoe ieder over één of meer opleidingseenheden.

Het opleidingsressort COKL was belast met het opleiden van individueel militair en burgerpersoneel van de Koninklijke Landmacht, voor zover dat niet uitdrukkelijk was opgedragen aan andere autoriteiten.

Het betrof niet alleen instroom- en initiële opleidingen, ook vervolg- en functieopleidingen voor alle categorieën personeel, evenals carrièrecursussen (loopbaanopleidingen), opfriscursussen en de Lichamelijke Oefening en Sport (LO/Sport).

De Hogere Krijgsschool, Koninklijke Militaire Academie, het Opleidingscentrum Koninklijke Marechaussee en Opleidingscentrum Mobiele Colonnes waren niet in het COKL opgenomen.

Omdat het primaire proces van de KL het genereren van gevechtskracht is, zou de opleidingsorganisatie van de KL idealiter zo klein mogelijk moeten zijn. Hoewel met de oprichting van het COKL de opleidingseenheden onder eenhoofdige leiding werden geplaatst, bestond het COKL na alle onderbevelstellingen op 23 februari 1970 - behalve de staf en de Centrale Werkplaats Instructiemiddelen - uit maar liefst 23 opleidingseenheden die ook nog eens verspreid waren over het land:

Bij beschikking van de BLS nr. 16 256/E d.d. 28 maart 1979 kreeg het COKL een eigen mouwembleem: nassasaublauw, met in geel een boom die uit een afgehouwen stronk groeit.

Het mouwembleem COKL is gebaseerd op het persoonlijk embleem van Prins Maurits (1567-1625).

  

Artillerie Opleidingscentrum

AOC

Genie Opleidingscentrum

GOC

Hogere Onderofficiersschool

HOOS

Koninklijke Militaire School

KMS

Korps Commandotroepen

KCT

Nucleaire, Biologische en Chemische School

NBCS

Opleidingscentrum Aan- en Afvoertroepen

OCAAT

Opleidingscentrum Algemeen

OCA

Opleidingscentrum Cavalerie

OCC

Opleidingscentrum Infanterie

OCI

Opleidingscentrum Intendance

OCInt

Opleidingscentrum Lichamelijke Opvoeding

OCLO

Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Dienst

OCMGD

Opleidingscentrum Militaire Administratie

OCMA

Opleidingscentrum Militaire Vrouwenafdeling

OCMilva

Opleidingscentrum Officieren Speciale Diensten

OCOSD

Opleidingscentrum Technische Dienst

OCTD

Rijopleidingscentrum

ROC

School Militaire Inlichtingendienst

SMID

Studiecentrum Militair Leiderschap

SCML

Technisch Specialisten Opleidingscentrum-Noord

TSOC-N

Technisch Specialisten Opleidingscentrum-Zuid

TSOC-Z

Verbindingsdienst Opleidingscentrum

VOC

In de loop van haar bestaan daalde het aantal zelfstandige opleidingseenheden door opheffingen en samenvoegingen. De overgang van een dienstplichtleger naar een beroepsleger leidde tot een vergelijkbare behoefte aan initiële opleidingen. Hiertoe werd in 1997 het Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO) van 1 Legerkorps overgeheveld naar het COKL, mede om een betere afstemming tussen de initiële en de functieopleidingen van de KL te garanderen. Onder het OCIO werden alle schoolbataljons ondergebracht die de initiële opleiding verzorgen. Sinds 1 juni 1988 maakte daarom ook het Schoolbataljon Luchtmobiele Brigade deel uit van het OCIO.

Na het opschorten van de dienstplicht werd het militair personeel onderverdeeld in Beroepsmilitairen Onbepaalde Tijd (BOT'ers, die in principe voor onbepaalde tijd in dienst bleven) en Beroepsmilitairen Bepaalde Tijd (BBT'ers, die met een contract voor een vastgestelde periode in dienst bleven).

Soldaten en korporaals met een BBT-aanstelling volgden hun basisopleiding bij de regionale schoolbataljons van het OCIO. Na hun Algemene Militaire Opleiding (AMO) kregen ze bij een van de andere opleidingscentra een specialistische (functie)opleiding, afgestemd op hun toekomstige functie. Ook kreeg het COKL er nieuwe taken bij: het militair onderwijs zoveel mogelijk certificeren naar civiele standaarden en civiele opleidingsmogelijkheden aanbieden aan uitstromend personeel om de kans op een baan bij terugkeer in de burgermaatschappij te vergroten.

Onder verantwoordelijkheid van C-COKL vond, op basis van opleidingseisen en -duur, een efficiënt opleidingsproces plaats. Dit hield onder andere in:

► bewaken van de kwaliteit van het onderwijs

► coördineren

► geven van onderwijstechnische richtlijnen aan de opleidingseenheden

► uitvoeren van onderwijsresearch

De onderwijssystematiek was neergelegd in voorschriften, zoals de 'Regeling opleiding en examen KMS' (VS 2-1256), 'Regeling verdere vorming officieren' (VS 2-980) en 'Grondslagen voor de algemene opleiding en vorming van dienstplichtigen voor alle wapens en dienstvakken' (VS 2-1362). Het opleidingsproces werd beschreven in het Beleid Opleiden COKL (BOC), de voorganger van de Leidraad Opleiden en Trainen (LOT), en alle opleidingen stonden in de Catalogus opleidingen COKL.

Naast het COKL kwamen er, naast 1 Legerkorps, nog vier functionele commando's:

Commando Verbindingen KL (CVKL)

1 juni 1975

Nationaal Logistiek Commando (NLC)

1 september 1975

Nationaal Territoriaal Commando (NTC)

1 september 1975

Geneeskundig Commando KL (GCKL)

1 maart 1976

Met ingang van 1 juni 2003 ging het COKL over in het Opleidings- & Trainingscommando (OTCO). Het OTCO concentreerde de, doorgaans, versnipperde en, soms, schaarse kennis en ervaring op het gebied van opleidings- en trainingsprocessen, onderwijsmethodieken en -technieken en internationale ontwikkelingen. Ook ging het OTCO opleidings- en trainingsfaciliteiten beheren en de opleiding & training verzorgen van Nederlandse eenheden van 1 Duits-Nederlandse legerkorps (1 GNC).

Zie ook: 1 Legerkorps, 1 Duits-Nederlandse legerkorps (1 GNC), KMS, Opleidingscentrum Initiële Opleidingen (OCIO) en Opleidings- & Trainingscommando (OTCO).

Terug naar Boven

 

COEHOORNMORTIER

Synoniemen: kattekop; kwispeldoor; mariam kodok (Nederlands-Indië); steenmortier (op stoel).

De tijdens de oorlog met Frankrijk, tussen 1672 en ’78, door veldheer en vestingbouwkundige Menno van Coehoorn (1641-1704) uitgevonden en naar hem vernoemde mortier.

Het Coehoornmortier is voor het eerst gebruikt bij het Beleg van Grave, toen 30.000 Staatse troepen onder generaal Carl von Rabenhaupt en stadhouder Willem III er op 26 oktober 1674 in slaagden de vesting te heroveren op de Franse troepen. Willem III was onder de indruk van het draagbaar stuk geschut. Als gevolg van de sterk gekromde baan en zeer steile invalshoek – gevolg van de lage aanvangssnelheid van de granaat – kon bij een belegering direct achter de stadswallen en –muren worden geschoten. Dit had in Grave bijgedragen aan de vuurkracht van de infanterie.

Van Coehoorn, die bij de belegering snel, robuust en met grof geschut te werk was gegaan, kreeg als vervolgopdracht de modernisering van de vestingwerken.

Toch kwamen pas in 1701 tweehonderd Coehoornmortieren officieel in de bewapening van het Staatse leger.

De 35 kg zware, met handkracht door twee tot vier man te verplaatsen kleine mortier had een zeer korte loop. Het kaliber bedroeg 13 duim (≈ 34 cm, omdat Van Coehoorn de Rijnlandse duim van 2,61 cm hanteerde). Het uit brons of koper gegoten mortier was onder een hoek van 45 graden op een eikenhouten, 30 kg zware slede (blok tot Coehoornmortier) gemonteerd: de stootplaat die de terugslag opving.

Het Coehoornmortier – een zgn. gladde voorlaadmortier – was een grote pot met onderin een kruitkamer. De bolvormige granaten, aanvankelijk van mortel (steen) en gevuld met zwartkruit, werden erin gerold en wogen ± 40 à 50 kg. De granaten vielen na een maximale schootsafstand van 200 meter neer en spatten met een oorverdovend lawaai uiteen.

Wanneer het Coehoornmortier massaal werd ingezet en het slagveld verzadigd was met exploderende granaten, kon de vijand onmogelijk in de loopgraven verblijven. Daarnaast was de uitwerking van de mortiergranaten op vijandelijke secties die aaneengesloten ten aanval gingen. Hiermee stond het wapen onmiddellijk te boek als effectief anti- personeelwapen.

Tot ver in de 20ste eeuw is het Coehoornmortier door de marine gebruikt als middel om bevoorradingskabels van het ene naar het andere schip te schieten (Coehoorn lijnwerpmortier) en voor het afschieten van lichtkogels. Dit laatste gebruik is in 1921 beëindigd. Onder diverse modificaties bleef het Coehoornmortier eeuwenlang ingezet, zoals tijdens het Beleg van Antwerpen tijdens de Belgische opstand in 1832 en - in de 19de eeuw - door de artillerie in Nederlands-Indië.

De Nederlandse marine voerde vanaf 1849 een verbeterd model Coehoornmortier in de bewapening ten behoeve van de landingsdivisies. Tot vlak voor de 20ste eeuw was dit mortier, dat het bijna tweeënhalve eeuw in de krijgsmacht uithield, nog opgenomen in de leerboeken van de artillerie.

Zie ook: Menno van Coehoorn.

Terug naar Boven

 

C.O.L.D. F.E.E.T.

Ezelsbruggetje om warm te blijven onder koudweeromstandigheden, vergelijkbaar met L.O.R.D.

Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van commandanten maar te allen tijde juist ook een individuele verantwoordelijkheid om onder koudweeromstandigheden warm te blijven en niet ten prooi te vallen aan één van de vormen van koudeletsels (cold weather injuries).

Onderkoeling (hypothermie) kan worden voorkomen wanneer zoveel mogelijk het acroniem C.O.L.D. wordt aangehouden.

 

C

CLEAN

Houd je kleding schoon

O

OVERHEATING

Voorkom oververhitting

L

LOOSE LAYERS

Kleed volgens het meerlagensysteem

D
DRY
Houd je kleding droog
 
F
FIT YOUR CLOTHES
Kleding moet goed passen en intact zijn
E
EXERCISE EXTREMITIES
Houd je vingers en tenen in beweging. Houd ook rekening met je neus en oren
E
EAT YOUR RATION
Eet goed en zorg voor een snackpack. Als hongergevoel optreedt, ben je te laat
T
TIGHT BOOTS ARE TERRIBLE
Zorg voor goed passende schoenen, die goed zijn ingelopen en regelmatig worden onderhouden

Verdere persoonlijke aandachtspunten ter voorkoming van koudeletsels:

► ben bekend met de eerstehulpverlening bij koudeletsels
► drink voldoende (warme) dranken
► houd de persoonlijke hygiëne hoog
► meld zo spoedig mogelijk de eerste verschijnselen van koudeletsel
► vermijd contact met de blote hand aan zowel metaal als benzine, olie, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO, klasse III)
► voorkom moeheid
► zorg voor een positieve instelling

Zie ook: koudeletsels en L.O.R.D. en meerlagensysteem.

Terug naar Boven

 

COLLATERAL DAMAGE

Begeleitschäden; Kollateralschäden; Nebenschäden; Sekundärschäden.

ook: secondary effects.

dommages collatéraux; dommages indirectes.

Bijkomende schade; collaterale schade; nevenschade; omgevingsschade; secundaire uitwerking; zijdelingse schade.

De term is gerelateerd aan de Laws of Armed Conflict (LOAC).

Door militaire operaties veroorzaakte letsel of schade aan personen, zoals slachtoffers onder de burgerbevolking, of infrastructuur, zoals bruggen, elektriciteitscentrales, gebouwenobjecten, wegen en overige schade aan civiele objecten. Deze schade, veroorzaakt door het effect van eigen wapens en wapensystemen, is in beginsel onbedoeld en ongewenst.

Onder meer als gevolg van operatie ALLIED FORCE in Kosovo (1999) is het belang van het trachten te vermijden van collateral damage toegenomen. Mede hierdoor is de inzet van vuursteun (artillerie, mortieren), luchtbombardementen (airstrikes) en anti-tankwapens – vanwege de extreme penetratiekracht – niet langer een automatisme; onder andere de rules of engagement en de collateral damage estimate (CDE) bepalen welke wapensystemen al dan niet kunnen worden aangewend. Zo is bij optreden in verstedelijkte gebieden collateral damage nauwelijks onvermijdbaar. Vaak is collateral damage het gevolg van afketsers of -zwaaiers van ricocheterende munitie

Bij CDE wordt eerst gekeken naar proportionaliteit: het toepassen van geweld moet worden beperkt tot het minimaal noodzakelijke om het gestelde doel te bereiken. Van een aanval op een militair doel moet worden afgezien wanneer het te verwachten militaire voordeel en de te verwachten collateral damage niet in verhouding tot elkaar staan. Naast proportionaliteit (middelen), moet het tijdstip van een aanval zorgvuldig worden gekozen ter beperking van collateral damage.

Collateral damage heeft behalve een militaire ook een politieke lading. Wanneer wapeninzet leidt tot veel slachtoffers en schade, kan daardoor het draagvlak, zowel in het operatiegebied (steun van de bevolking) als in eigen land, snel afnemen. Het effect van collateral damage op media en publieke opinie is groot, maar ondanks hightech in militaire wapentechnologie blijven menselijke fouten onontkoombaar bij een aanval op een militair doel.

Bij het toepassen van de CDE – het uitvoeren van de risicoanalyse voorafgaand aan de wapeninzet – wordt gekeken naar collateral damage objects. Wanneer de afstand tussen doel en collateral damage objects klein is, beperkt dit de mogelijkheden om wapens in te zetten. In de regel zal toepassing van de CDE ertoe leiden dat tegen doelen waar een grote kans op collateral damage bestaat, gebruik wordt gemaakt van precisiewapens en -munitie.

De inzet van een bepaald wapen(systeem) wordt ook bepaald door de gevaren van inzet van een wapensysteem in de nabijheid van eigen troepen (danger close). Hierbij stelt combat identification eigen troepen in staat om deconflictie toe te passen tot op het laagste niveau. Om een juist besluit over wapeninzet te kunnen nemen, dient een strijdmacht ook te beschikken over voldoende near real-time (recent) en real-time (heden) inlichtingen.

Naast operatie Allied Force heeft operatie ENDURING FREEDOM (Afghanistan, vanaf 2011) aangetoond dat het gebruik van precisiewapens en -munitie toeneemt. Dit wil niet zeggen dat het afwerpen van lasergeleide munitie - die met name effectief is bij de aanval op punt- en bewegende doelen - geen collateral damage kan veroorzaken: hoe zwaarder de bom, hoe groter de kans op collateral damage.

Door minimalisering van het gevechtsveld in asymmetrische oorlogvoering (360° rondom) neemt niet alleen de kans op friendly fire blue-on-blue (fratricide) sterk toe, ook het aantal interacties met de burgerbevolking. Hierbij hoort ook de toenemende kans op collateral damage en de onophoudelijke dreiging van improvised explosive devices en aanslagen door scherpschutters of zelfmoordenaars. Wanneer de lokale bevolking het gebied ontvlucht, is de kans op collateral damage kleiner.

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, danger close, deconflictie, friendly fire, proportionaliteit, ricochet, Rules of Engagement (ROE) en trefferbeeld.

Terug naar Boven

 

COLLEGA COACHING

Terug naar Boven

 

COLOCATIE

Ook: co-locatie. Werkwoord: coloceren. Van het Engelse "to co-locate" (een locatie of faciliteit delen met...).

Het ontplooien of toewijzen van een militaire installatie naast een andere militaire installatie, in de regel om tijdelijk en plaatselijk als force multiplier voor eenzelfde doel te gebruiken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een onderkend zwaartepunt in de operatie. Colocatie bevordert de integratie, het efficiënt gecentraliseerd gebruik en een nauwere samenwerking. Met colocatie verbetert het product of de dienst dat in/met de installatie tot stand wordt gebracht.

Zo kan bij de colocatie van twee geneeskundige installaties – role 1 met role 1; role 1 met role 2; role 2 basic met role 2 enhanced – de kwaliteit van zorg toenemen door versnelling van de doorstroom van patiënten als gevolg van afname van de gemiddelde ligduur van patiënten.

Zie ook: allocatie.

Terug naar Boven

 

COLONNE

Marschkolonne.
column formation.
formation en ligne de file.

Vergelijk: marscolonne.

Definitie van een militaire colonne volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990):

"Een aantal zich achter elkaar bevindende militaire dan wel bij een onderdeel van de rampenbestrijdingsorganisatie in gebruik zijnde motorvoertuigen, onder één commandant, die de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgestelde herkenningstekens voeren."

Het RVV 1990 zegt verder dat weggebruikers een militaire colonne niet mogen doorsnijden: niet dwars door een militaire colonne mogen verplaatsen (artikel 16). Dit is echter niet van toepassing op een voorrangskruising, omdat verkeersborden die de voorrang regelen boven de verkeersregels gaan (artikel 63).

Voorbeelden van colonnes, in beide gevallen zonder colonnesignalering.
  

De Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) heeft verder bepaald dat een militaire colonne moet bestaan uit minimaal vijf motorvoertuigen op meer dan twee wielen dan wel speciale transporten van minimaal drie motorvoertuigen.

Daarnaast geeft de Allied Movement Publication (AMovP) 1(A), 'Road Movements and Movement Control' aan dat het aantal voertuigen dat een colonne vormt per NAVO-lidstaat verschilt. Dit staat aangegeven in hoofdstuk 5, annex D.

De 'Verkeersregeling Defensie 2015', artikel 9, bepaalt dat, onder andere voorafgaand aan de verplaatsing van een militaire colonne in of aanvangend in Nederland, toestemming is vereist van de Commandant Landstrijdkrachten.

Wanneer verplaatsingen van eenheden in colonneverband worden uitgevoerd, worden de onderdelen in een door de commandant te bepalen volgorde gegroepeerd.

Een colonne kan worden verdeeld in marscolonnes, -series en -eenheden.

Colonnes kunnen zich verplaatsen in een regelmatige of onregelmatige colonnevorm:

Colonnevorm

Definitie

Bijzonderheden

Regelmatig

Colonnevorm waarbij de afstanden tussen de voertuigen en tussen de marseenheden van een marscolonne zich voordoen als een regelmatig patroon.

De voertuigen voeren de voorgeschreven colonnesignalering.

 

► Gering gevaar voor luchtaanvallen

► Capaciteit van de marsroute optimaal benut

► Kans op aanvallen van subversieve elementen

► Door gecompliceerde marsroute bestaat kans op verbreken van het colonneverband

 

Onregelmatig

Colonnevorm waarbij de voertuigen zich afzonderlijk, in konvooien of pakketten, verplaatsen.

Er is geen regelmaat in de afstanden tussen de voertuigen en/of de verschillende elementen.

De verkeersleidingsorganisatie bepaalt of de voertuigen (beperkte) colonnesignalering moeten voeren.

In de regel voeren de voertuigen alleen het colonnenummer, nadat toestemming weggebruik is verleend.

► Bij subversieve elementen de indruk wekken dat er geen bijzondere verplaatsingen plaatsvinden, maar dat er slechts spraken is van routineverkeer

► Verplaatsingen bij daglicht

► De verkeersintensiteit op de marsroute is zo groot, dat het overige verkeer op de route wordt gehinderd

In Nederland verplaatsen colonnes zich met de volgende snelheden:

rupsvoertuigen alle wegen

40 km per uur (25 mijl per uur)

wielvoertuigen overige wegen

45 km per uur (30 mijl per uur)

wielvoertuigen autosnelwegen

55 km per uur (35 mijl per uur)

Daarnaast heeft een colonne zich te houden aan de dichtheid: het aantal voertuigen per kilometer. In de regel is de dichtheid tien (10) voertuigen per kilometer op autosnelwegen en twintig (20) op overige wegen.

Instructiekaart 55-3, De militaire colonne van voertuigen.

Instructiekaart 55-3, De militaire colonne van voertuigen.
Verschenen bij het vakblad De Onderofficier, november/december 2011.
De jongste instructiekaart is de 'IK Colonnerijden (LAND-LOG-M&T-4)'.

Zie ook: Border Crossing Point (BCP), konvooi, mars en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLONNEFUNCTIONARISSEN

Colonnecommandant

►Belast met het bevel over de gehele colonne.
►Is verplicht het personeel dat deelneemt aan de colonne te briefen.
►Linksvoor op het voertuig wordt een wit/zwarte vlag gevoerd (witte zijde boven).
►Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven.

 

Officier-melder

►Meldt zich namens de colonnecommandant 10 minuten vóór het passeren van de verkeerscontroleposten om colonnegegevens door te geven (LF 15860).
►Belast met de controle op het uitzetten van waarschuwingsposten bij rusten aan de kop van de colonne.
►Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker).
Voert op voor- en achterzijde voertuig een bord waarop de functie wordt aangegeven

 

Snelheidsregelaar

►Bevindt zich in het eerste voertuig.
►Belast met het houden van de juiste route volgens routetijdtabel en snelheid.
►Verantwoordelijk voor het uitzetten van waarschuwingsposten aan de kop van de van de colonne bij halthouden.

 

Opsluiter

►Bevindt zich in het laatste voertuig.
►Belast met regelen van het vertrek van de voertuigen; vaststellen van de locatie van de achtergebleven voertuigen; uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne bij halthouden; oplossen van problemen aan de staart.

 

Officier-opsluiter

►Bevindt zich tijdens de verplaatsing direct achter het laatste voertuig.
►Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker).
►Belast met afmelden (namens de commandant) bij verkeerscontroleposten; bijzonderheden doorgeven aan verkeerscontroleposten (bijvoorbeeld uitgevallen voertuigen); controle op uitzetten van waarschuwingsposten aan de staart van de colonne; dirigeren van achtergebleven voertuigen bij terugkeer bij de colonne.

 

Herstelploeg

►Bevindt zich achter de colonne.
►Rijdt buiten de colonne om (individueel weggebruiker).
►Voertuigen voeren geen colonnesignalering, wel colonnenummers.
►Voert herstellingen uit overeenkomstig de ontvangen instructies (bijvoorbeeld tijdslimietreparatie, Battle Damage Repair, afvoer onherstelbare voertuigen).
►Gerepareerde voertuigen blijven bij de herstelploeg totdat zij op aanwijzingen van de officier-opsluiter naar de organieke plaats in de colonne worden gedirigeerd.

Zie ook: colonne, colonnenummer, colonnesignalering, colonnetekens en mars.

Terug naar Boven

 

COLONNENUMMER

Ten behoeve van een colonneverplaatsing wordt een Aanvraag Toestemming Weggebruik (ARW) ingediend volgens het format Road Movement zoals dat is weergegeven in Allied Movement Publication (AMovP) 3(B).

Het verlenen van de Toestemming Weggebruik vindt plaats door het toekennen van een colonnenummer, dat bestaat uit de volgende gegevens:

►twee cijfers voor de datum van de dag van de maand waarop de verplaatsing aanvangt

►drie letters voor het land dat de toestemming weggebruik afgeeft (DEU, NLD, USA)

►twee of drie cijfers voor het volgnummer van de verplaatsing

►een letter voor de pakketaanduiding/marseenheid (optioneel)

Zie ook: colonne, colonnefunctionarissen, colonnesignalering, colonnetekens en mars.

Terug naar Boven

 

COLONNESIGNALERING

Voor de juiste zijde voor het aanbrengen van de signalering bij de voertuigen van een colonne, geldt: rechtsvoor is de chauffeurszijde (de voertuigzijde gezien vanuit de cabine van het voertuig).

De te voeren herkenningstekens in vredes- en oorlogstijd zijn bij Ministeriële Beschikking bepaald.

In vredestijd geldt:

Voorste voertuig

BLAUWE vlag links- en rechtsvoor
BLAUWE kap over rechterkoplamp

 

Volgvoertuig

BLAUWE vlag rechtsvoor
BLAUWE kap over rechterkoplamp

 

Laatste voertuig

GROENE vlag rechtsvoor
GROENE kap over rechterkoplamp

Afbeelding uit 'November Romeo' (Korpsblad voor de Nationale Reserve), nummer 4, november 2007, 13de jaargang

Alle voertuigen voeren ontstoken groot licht cq. dimlicht. Het laatste voertuig voert knipperende waarschuwings- of alarmlichten:

► wanneer het zicht minder dan 100 meter bedraagt;

► op autosnelwegen;

► van een half uur na zonsondergang tot een half uur voor zonsopgang.

Overige weggebruikers mogen militaire colonnes niet doorsnijden, met uitzondering van motorvoertuigen van hulpverleningsdiensten indien zij optische en akoestische signalen voeren. Bij driekleurige verkeerslichten geldt dat militaire colonnes die het teken bij groen licht zijn begonnen te passeren, mogen blijven doorrijden, ook nadat het verkeerslicht op oranje of rood is gesprongen.

In oorlogstijd geldt dat alleen het voorste en het achterste voertuig van een colonne-element een colonnesignalering krijgen: het voorste voertuig rechtsvoor zowel een blauwe vlag als kap, het achterste voertuig rechtsvoor zowel een groene vlag als kap.

Zie ook: Border Crossing Point (BCP), colonne, colonnefunctionarissen, colonnenummer, colonnetekens, mars en verspreidingspunt.

Terug naar Boven

 

COLONNETEKENS

Ook genaamd: gidstekens.

Onderstaande veertien colonnetekens voor het gebruik bij daglicht en goed zicht: arm- en handgebaren om aanwijzingen te geven aan de chauffeur van een verplaatsend voertuig:

"Alle voertuigen tegelijk keren."

"Halt."

"Instijgen (Instappen)".

"Langzaam rijden om te stoppen."

"Motoren afzetten."

"Motoren starten."

"Onderlinge afstand vergroten."

"Onderlinge afstand verkleinen."

"Snelheid verhogen."

"Snelheid vertragen."

"Uitstijgen (Uitstappen)."

"Verzamelen."

"Voorwaarts in de aangegeven rijrichting."

"Waarschuwingsteken."

Zie ook: colonne, colonnefunctionarissen, colonnenummer, colonnesignalering en mars.

Terug naar Boven

 

COLPRO

Betekenis: Collective Protection. Nederlands: collectieve bescherming. ColPro is de fysieke bescherming tegen CBRN door gebruikmaking van collectieve beschermingsmiddelen. Het meest bekend als ColPro-systemen zijn de opblaasbare tenten waarin militairen in (potentieel) besmet gebied kunnen werken en rusten zonder zelf besmet te raken.

In CBRN-beschermde ruimten, zoals shelters van vrachtauto's, MOGOS en CV-90, behoeven geenn persoonlijke beschermingsmaatregelen tegen CBRN – zoals CBRN-masker en NBC-pak – te worden uitgevoerd. Onder CBRN-omstandigheden vergroot ColPro het voortzettingsvermogen.

Een hulppost – geneeskundige inrichting role-1 – kan optreden als Contamination Control Area (CCA). De CCA is het gebied waar ontsmetting plaatsvindt van personeel en materieel, inbegrepen gewonden en zieken:

LHA

Liquid Hazard Area

Gebied waar vloeistofbesmetting nog mogelijk is

VHA

Vapour Hazard Area

Gebied waar dampbesmetting van de LHA nog mogelijk is

TFA

Toxic Free Area

Gebied waar besmetting door vloeistof of damp niet (meer) mogelijk is

De CCA kent in het optreden een driedeling als:

POS

Personen Ontsmettings Station

GOS

Gewonden Ontsmettings Station

MOS

Materieel Ontsmettings Station

In elk geval moet binnen de CCA aan de volgende zaken aandacht worden besteed:

Besmette kleding moet in plastic zakken worden opgeborgen dan wel begraven, inbegrepen PGU en uitrustingsstukken

CCA moet bovenwinds worden opgebouwd en duidelijk worden gemarkeerd (niet alleen met rood-wit-lint)

NBC-pak moet worden uitgetrokken

Zie ook: CBRN, FM-12 (CBRN-masker), maskeroefenruimte (MOR) en NBC-pak.

Terug naar Boven

 

COMBAT APPLICATION TOURNIQUET

Animatie van het enkelhandig aanleggen van het Combat Application Tourniquet.

Afgekort: CAT.

Met behulp van de 60 gram lichte CAT is het mogelijk om zelf met één of twee handen – of de hulp van een collega – een tourniquet aan te leggen wanneer er sprake is van een grote slagaderlijke bloeding.

Het tourniquet is een efficiënt middel om levensbedreigende bloedingen aan ledematen te stoppen: uit onderzoek blijkt dat maar liefst 60% van de te voorkomen oorzaken van overlijden (“preventable causes of death”) het gevolg is van het doodbloeden door letsel aan de ledematen.

De CAT bestaat uit een sluitband, klittenbandriem, tourniquetstaaf en borgclip.

Bij een slagaderlijke bloeding aan bovenarm of bovenbeen wordt het getroffen ledemaat door de lus van de klittenbandriem gehaald en ± 10 cm boven de bloeding geplaatst. Hierna wordt de klittenbandriem strakgetrokken en de tourniquetstaaf aangedraaid totdat de bloeding stopt.

De tourniquetstaaf wordt in de borgclip geplaatst, zodat deze niet kan losschieten, en de klittenbandriem over de staaf geplaatst. Tot slot worden zowel tourniquetstaaf als klittenbandriem vastgemaakt door de sluitband strak te trekken en aan de tegenoverliggende haak van de borgclip te bevestigen.

Volgens het nieuwe TCCC-protocol vindt het aanleggen van de CAT plaats in de fase Care Under Fire, waarin het creëren van vuuroverwicht de eerste prioriteiten is. TCCC is geïnspireerd op geneeskundig handelen in een hoger geweldsspectrum.

Zie ook: Tactical Combat Casualty Care (TCCC).

Terug naar Boven

 

COmbat cocktail

Nederlands: gevechtscocktail.

In de film Basic (2003, regie John McTiernan, hoofdrollen John Travolta, Connie Nielsen en Samuel L. Jackson) wordt een combat cocktail per injectie gepresenteerd.

Dit is een combinatie van de snel werkende en zwaar verslavende pijnstiller Demerol® (pethidine) en anabole steroïden.

De gevechtscocktail wordt geleverd door arts Pete Vilmer (Harry Connick Jr.), onder andere om de oefening ‘Green Hell’ in de Panamese jungle te kunnen overleven.

De informatie in dit lemma geeft u beter ‘beeld en geluid’, maar vervangt nooit de diensten of informatie van professionals binnen de gezondheidszorg.

Voor diagnoses en medische vragen dient u zich te allen tijde te wenden tot professionele zorgverleners.

 

 

Terug naar Boven

 

COMBAT LIFE SAVER

Afgekort: CLS'er. Nederlandse benaming: gewondenhelper. Combattant met geneeskundige neventaak (CGN), evenals de Medic.

Op het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) in Hollandsche Rading wordt door de vakgroep Militair Geneeskundige Opleidingen (MILGO) onder andere de opleiding verzorgd voor militair geneeskundige neventakers, zoals:

Medic Speciale Operaties (Specops) van het Korps Commandotroepen
EHBO'ers voor de Bedrijfs Hulp Verlening (BHV)
Combat Life Savers (CLS'ers)

De opleiding tot CLS'er neemt vijf weken in beslag. De CLS'er behoort niet tot het geneeskundig personeel en is dus geen non-combattant. Binnen zijn groep of ploeg heeft hij een zgn. dubbelfunctie. Enerzijds is hij bijvoorbeeld Minimi-mitrailleurschutter, aan de andere kant gewondenhelper. Binnen zijn groep of ploeg kan hij organiek optreden, maar ook in een groter (peloton, compagnie) of specialistisch (geneeskundige afvoergroep, geneeskundig peloton) verband. De CLS'er wordt organisatorisch met name ingedeeld bij de manoeuvre, zoals bij 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault en de pantserinfanteriebataljons (17, 42, 44 en 45).

De functie van CLS'er is de noodzakelijke overbrugging tussen de Zelfhulp en Kameradenhulp (ZHKH) zoals die voor elke individuele militair geldt én de handelingen zoals die door het gekwalificeerd geneeskundig personeel mogen worden uitgevoerd, zoals verzorgenden, Algemeen Militair Verpleegkundigen (AMV'ers) en artsen.

Noodzakelijk, omdat de CLS'er in uitzendgebieden zelfstandig opereert in een bepaald gebied van verantwoordelijkheid, waarbij hij in de meeste gevallen niet direct kan teruggevallen op militaire gezondheidszorg, laat staan op civiele gezondheidszorg.

De CLS'er heeft na het doorlopen van en slagen voor de opleiding aanmerkelijk eer kennis en kunde dan de militair die alleen ZHKH beheerst. De geldigheidsduur van het CLS-certificaat is twee jaar, waarna retentie (herhalingscursus) dient plaats te vinden.

De CLS’er kan en mag op en rond de plaats van het ongeval de eerste hulp organiseren en gewonden behandelen met de geleerde kennis en vaardigheden en deze gewonden volgens het ABCD-protocol overdragen aan deskundig geneeskundig personeel.

De geleerde kennis en vaardigheden betreft:

ademhalingsstoornissen

ademwegstoornissen

behandelen met behulp van immobiliserende verbanden

herkennen en behandelen van crush- en blastletsels

herkennen van (fosfor)brandwonden, voorkomen van complicaties bij brandwonden en behandelen van brandwonden

herkennen van bot- en gewrichtsletsels

herkennen van pijnen en het toedienen van onder andere een intramusculaire injectie

herkennen van schedel-, gelaats- en oogletsels, hersenschudding, verhoogde hersendruk en schedelbasisfractuur

herkennen, behandelen en voorkomen van warmte- en koudeletsels

vaststellen van de bewustzijnsgraad

voorkomen van en tegengaan van shock

Zie ook: F.R.O.S.T.

Terug naar Boven

 

COMBAT SEARCH & RESCUE

Afgekort: CSAR. De inzet van gespecialiseerde reddingsteams onder gevechtsomstandigheden, om personeel dat tijdens een militaire operatie in moeilijkheden is geraakt, te redden. CSAR komt in de praktijk neer op h et redden van gewonde militairen, neergeschoten vliegers én in een isolement geraakte militairen achter vijandelijke linies.

Bekende voorbeelden van CSAR in de recente krijgsgeschiedenis zijn:

VLIEGTUIG

DATUM

LOCATIE

WIE

CONFLICT

F-16

2 juni 1995

ten zuiden van Banja Luka in Bosnië-Hercegovina

kapitein Scott O’Grady

oorlog Bosnië-Hercegovina

F-117A Stealth

27 maart 1999

Budjenovci, 40 km van de Servische hoofdstad Belgrado

onbekend

oorlog Kosovo

Tot voor deze acties was CSAR het domein van de U.S. Air Force, maar als gevolg van de conflicten in voormalig Joegoslavië hebben ook Europese luchtmachten SCAR-capaciteit gecreëerd.

CSAR is linke soep: de vijand zal er alles aan doen om bijvoorbeeld een neergestorte en voortvluchtige piloot krijgsgevangen te maken én reddingshelikopters neer te halen. Z waar bewapende transporthelikopters zullen daarom bij nacht en ontij het noodsignaal van de gestrande piloot uitpeilen en pikken deze zo snel mogelijk uit vijandelijk gebied op. Bij gewapende tegenstand zullen de helikopters vuursteun krijgen van gevechtshelikopters en/of jachtbommenwerpers.

In Nederland heeft onder andere het Korps Commandotroepen de CSAR-taak.

Terug naar Boven

 

COMBATTANT

Ontleend aan het Frans: strijder. Leden van strijdkrachten én leden van georganiseerde verzets- en vrijheidsbewegingen (o.a. facties, milities en vrijwilligerskorpsen) die gerechtigd zijn om rechtstreeks aan vijandelijkheden deel te nemen en dan ook niet mogen worden gestraft voor deelname aan de strijd.

In het kader van de Conventies van Genève moeten combattanten aan een aantal kenmerken voldoen om bescherming volgens deze wetten te mogen genieten:

In uniform

Kleding dragen die betrokkene vanaf een afstand herkenbaar maakt als militair

Onder officieren

Gehoorzaam zijn aan een bevelsketen die eindigt bij een politiek leider of regering

Openlijk wapens dragen

Kleinkaliberwapens dragen en gebruiken

Volgens het oorlogsrecht

Geen wreedheden of misdaden begaan, niet doelbewust burgers aanvallen en niet deelnemen aan terrorisme

Non-combattanten – letterlijk: niet-strijders – zijn onder meer:

burgers in de macht van de vijand op vijandelijk gebied

burgers in de macht van de vijand op door de vijand bezet gebied

geestelijk verzorgers (social workers)

geneeskundig personeel

medewerkers van het Rode Kruis / International Committee of the Red Cross (ICRC)

militairen die "hors de combat" zijn (zoals neergestorte piloten e.d.)

oorlogscorrespondenten

Iedere combattant die in handen van de vijand valt, wordt als krijgsgevangene beschouwd. Huurlingen en spionnen zijn onwettige strijders en hebben dan ook géén recht op de status van combattant noch op de status van krijgsgevangene.

Voor de Nederlandse krijgsmacht geldt dat de aspirant-militair, aangesteld vóór de 18 de verjaardag, niet als combattant zullen worden ingezet. De groep van 17-jarigen kan en mag in geen enkele vorm van militair conflict worden ingezet.

Zie ook: Rode Kruis-armband.

Terug naar Boven

 

COMBINED

In coalitieverband; multinationaal. Het optreden betreft delen of eenheden van twee of meer bondgenoten. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15). In beginsel worden alle operaties van de KL in een 'combined' (EU, NAVO, OVSE, VN) omgeving uitgevoerd.


Schoolvoorbeeld van combined optreden. Van links naar rechts een Australische, Amerikaanse en Nederlandse militair tijdens een missie in Afghanistan

Zie ook: interagency en joint.

Terug naar Boven

 

COMBINED ARMS TEAM

Afgekort: CAT. De volledige integratie en toepassing van twee of meer verschillende wapens/wapensystemen in een militaire operatie. Deze benadering heeft tot doel het creëren van synergie: het geheel is meer dan de optelsom van de verschillende eenheden, vergelijkbaar met de taakstelling van verbonden wapens.

Een CAT wordt ad hoc samengesteld en kan bestaan uit een mengeling van eenheden, zoals artillerie, pantsergenie, (luchtmobiele of pantser)infanterie, tanks, verkenners en zelfs gevechtshelikopters. Ook een patrouille in Uruzgan (ISAF Stage III) bestaat te allen tijde uit een minimale samenstelling aan eenheden en voertuigen: een CAT.

Zie ook: smallest unit of action (SUA) en verbonden wapens.

Terug naar Boven

 

COMCEN

Afkorting voor: Communication Center. Nederlands: communicatiecentrum. Spil van alle telefoon- en dataverkeer in, naar en vanuit een operatiegebied. Het personeel bedient en onderhoudt verschillende soorten data-, satelliet- en telecommunicatieverbindingen. Ook leggen zij computer- en internetnetwerken aan, zoals een Local Area Network (LAN). Het Comcen kan ook dienstdoen als relayeerstation. Het Comcen is een restricted area, omdat daar behalve ‘normaal’ berichtenverkeer in klare taal ook geclassificeerd - al dan niet versleuteld (crypto) - berichtenverkeer in- en uitgaat.

Dankzij het Comcen  zijn eenheden in een operatiegebied in staat om met elkaar te kunnen communiceren. Omdat het gezegde “Zonder verbindingen geen bevelvoering” dient te worden gehandhaafd, gaan de verbindelaren in de regel als eerste het inzetgebied in om er als laatste uit te komen.

Het hoofd van een Comcen is meestal een sergeant-majoor van het wapen der verbindingsdienst, maar de operationele eindverantwoordelijkheid ligt bij het hoofd van de Sectie 6. Het personeel draait 24 / 7 in shifts om de operationele verbindingen te allen tijde te kunnen garanderen, vaak ook op de ops-room.

Zie ook: ops-room.

Terug naar Boven

 

COMEDS

Voluit: Comité van de Medische Stafchefs van de NAVO. Engels: Committee of the Chiefs of Military Medical Services in NATO. Frans: Comité des Chefs des Services de Santé Militaires au sein de l’OTAN.

Overlegorgaan van hoogste militaire artsen van de militairgeneeskundige diensten van de NAVO-lidstaten, opgericht op 22 oktober 1993. België levert vanaf de oprichting zowel voorzitter als secretaris en neemt alle kosten op zich. COMEDS, dat tweemaal per jaar vergadert, adviseert en rapporteert weliswaar over medische zaken aan het Militair Comité, maar wordt niet direct betrokken in het operationele werkveld.

COMEDS is verantwoordelijk voor de coördinatie van militairgeneeskundige samenwerkingsverbanden in NAVO-lidstaten. Het doel is standaardisatie en interoperabiliteit op medisch gebied te bevorderen. Het comité treedt op als liaison met relevante organisaties, treedt op als facilitator (scheppen en onderhouden van randvoorwaarden) en streeft consensus na tussen nationale geneeskundige instituties. Leidraden voor het militairgeneeskundig optreden zijn:

  • AJP-4.10 (Allied Joint Medical Support Doctrine
  • MC 326/1 (NATO Medical Support Principles and Policies)
  • MC 326/2 (NATO Principles and Policies of Operational Medical Support)
  • STANAG’s (Standardization Agreements)
  • AMedP’s (Allied Medical Publications)

De nadruk binnen het optreden van de NAVO ligt op:

  • de coördinatie van medische ondersteuning in vredeshandhaving, rampbestrijding en humanitaire operaties
  • de ontwikkeling van gestandaardiseerde procedures
  • de ontwikkeling van protocollen die jointness promoten
  • joint medische training

Om COMEDS bij te staan in de taakuitvoering, zijn er werkgroepen die elkaar tenminste éénmaal per jaar ontmoeten, zoals:

NEDERLANDS

ENGELS

Medisch Materiaal en Militaire Farmacie

Medical Material and Military Pharmacy

Medische Opleiding

Medical Training

Militaire Medische Structuren, Operaties en Procedures

Military Medical Structures, Operations and Procedures

Militaire Preventieve Geneeskunde

Military Preventive Medicine

Militaire Psychiatrie

Military Psychiatry

Noodgeneeskunde

Emergency Medicine

Stuurgroep voor massavernietigingswapens

Ad Hoc Steering Group for WMD matters

Tandheelkunde

Dental Services

Voedselhygiëne, Voedseltechnologie en Diergeneeskunde

Food Hygiene Technology and Veterinary Services

Terug naar Boven

 

COMMAND & CONTROL

 

Terug naar Boven

 

COMMAND RESPONSIBILITY

Letterlijk: bevelsverantwoordelijkheid. Ook genoemd; Superior Responsibility. Duits: Vorgesetztenverantwortlichkeit. Frans: responsabilité de commandement.

Beginsel dat de bevelsmeerdere (superieur, leidinggevende in het algemeen) te allen tijde strafrechtelijk aansprakelijk is voor datgene wat hij doet én nalaat te doen. Binnen het internationaal recht wordt - uiteraard - het zwaarst aangerekend alles dat te maken heeft met het schenden van de gebruiken, regels, mores en wetten van de oorlog (oorlogsrecht).

De bevelsmeerdere is aansprakelijk voor de oorlogsmisdaden die worden gepleegd door zijn onderhebbende, m.a.w. de bevelsmeerdere is verantwoordelijk voor de daden van anderen. Command responsibility, door de Nederlandse juriste Elies van Sliedregt "strafbaar leidinggeven" genoemd, is gebaseerd op drie pijlers;

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een bevelsmeerdere geldt zowel militairen als burgers. Command responsibility staat onder andere omschreven in:

► Artikel 6 van het Handvest van het Internationale Militaire Tribunaal van Neurenberg (1945 en '46), gebaseerd op het Verdrag van Londen dat op 8 augustus 1945 werd gesloten tussen Frankrijk, Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten;
► Artikel 7 van het Statuut van het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY, sinds 1993);
► Artikel 6 van het Statuut van het International Criminal Tribunal for Rwanda (ICTR, sinds 1994);
► Artikel 28, tweede lid, van het Handvest van het International Criminal Court (sinds 2002).

Sinds de Processen van Neurenberg - begonnen op 20 november 1945 tegen Duitslands belangrijkste oorlogsmisdadigers als Bormann, Doenitz, Göring, Hess, Jodl, Kaltenbrunner, Keitel, Seyss-Inquart, Speer, Von Papen en Von Ribbentrop - geeft het binnen en buiten het oorlogsrecht geen pas meer zich te verschuilen achter "Befehl ist Befehl": als onderhebbende heb je de plicht bevelen en voorschriften niet te gehoorzamen als die in strijd zijn met algemene rechtsprincipes.

In de Processen van Neurenberg (november 1945 - oktober 1946) stonden hooggeplaatste nazi's terecht voor onder andere oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Als je - bevelsmeerdere of onderhebbende - jezelf onttrekt aan de eigen verantwoordelijkheid en een keuze maakt ten nadele van de menselijke waardigheid, zullen je oorlogsmisdaden worden getoetst aan het (militaire) strafrecht. De Processen van Neurenberg hebben geleerd dat "Ordnung muss sein" en "Wir haben es nicht gewüsst" het mensdom verlagen tot slaaf van de dictatuur.

Voorbeelden van al dan niet command responsibility zijn:

► De Amerikaanse president Richard Nixon die al dan niet command responsibility droeg voor de oorlogsmisdaden van G.I.'s in Vietnam, onder andere in My Lai
► De Israëlische minister van Defensie Ariel Sharon die in 1982 die al dan niet command responsibility droeg voor tot de invasie in Libanon, waarbij een bloedbad is aangericht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila
► De Joegoslavische president Slobodan Milosevic die al dan niet command responsibility droeg voor de oorlogsmisdaden van facties en milities in Bosnië, Kroatië en Kosovo

Terug naar Boven

 

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

Van 2004 tot 2008 was generaal-vlieger Dick Berlijn Chef Defensiestaf en Commandant der Strijdkrachten (CDS).

Per 5 september 2005 is de naamgeving van de Chef Defensiestaf veranderd in Commandant der Strijdkrachten.

De afkorting CDS voor de hoogste militaire autoriteit van Nederland én hoogste militaire adviseur van de Minister van Defensie bleef dezelfde.

De CDS-nieuwe-stijl is in zijn nieuwe rol verantwoordelijk voor:

operationele planning van de krijgsmacht

aansturing van de krijgsmacht

inzet van de krijgsmacht

Op 5 september 2005 hebben de bevelhebbers van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marine het bevel neergelegd en zijn in plaats daarvan Operationele Commandanten voor de krijgsmachtdelen benoemd.

Voortaan staan binnen de topstructuur van de krijgsmacht de Operationele Commandanten, zoals de Commandant Landstrijdkrachten (CLAS), rechtstreeks onder de eenhoofdige leiding van de CDS-nieuwe-stijl.

Dit is het gevolg van een scheiding tussen beleid en uitvoering. De Operationele Commandanten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de gereedstelling voor militaire inzet in binnen- en buitenland.

Tijdens een militaire ceremonie op het Binnenhof in Den Haag op 17 april 2008 nam generaal Peter van Uhm van de Koninklijke Landmacht het commando van Commandant der Strijdkrachten (CDS) overgenomen van generaal Dick Berlijn.

Op dezelfde plaats nam generaal Tom Middendorp op 28 juni 2012 het commando over de Nederlandse strijdkrachten over van generaal Peter van Uhm, waarna Van Uhm met functioneel leeftijdsontslag ging.

Van 17 april 2008 tot 28 juni 2012 was generaal Peter van Uhm de Commandant der Strijdkrachten.

Sinds 28 juni 2012 is generaal Tom Middendorp de Commandant der Strijdkrachten.

De Commandant der Strijdkrachten, die in de Bestuurstaf ressorteert onder de Secretaris-generaal, heeft de militaire leiding van het Ministerie van Defensie.

Vanuit de Bestuursstaf stuurt de CDS  - de belangrijkste militaire adviseur van de Minister van Defensie – de commandanten van de land-, lucht- en zeestrijdkrachten (krijgsmachtdelen) direct aan, respectievelijk CLAS, CLSK en CZSK.

De Secretaris-Generaal (SG) - de hoogste ambtenaar van het Ministerie van Defensie, die leiding geeft aan de Bestuursstaf - stuurt het vierde krijgsmachtdeel, de Koninklijke Marechaussee (KMar), aan op de beheersaspecten. Dit houdt verband met de bijzondere positie van de KMar, die weliswaar onderdeel van Defensie is maar ook werkzaamheden verricht voor de Ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken.

De CDS stuurt niet de commandanten van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en het Commando Diensten Centra (CDC) aan.

De Defensiestaf is gevestigd aan in het Plein Kalvermarkt Complex aan het Plein 4 in Den Haag.

Zie ook: Chef Defensiestaf.

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S CRITICAL INFORMATION REQUIREMENTS

Afgekort: CCIR.

Onderdeel van de missie-analyse van het besluitvormingsproces. De CCIR is een lijst van informatievereisten die door een commandant zijn vastgesteld als kritisch (belangrijk of dringend) voor het welslagen van zowel het informatiemanagement als het besluitvormingsproces.

De CCIR zijn:

► alleen geschikt voor de commandant die de CCIR omschrijft

► gebeurtenissen die (min of meer) voorspelbaar zijn

► gekoppeld aan de huidige en/of toekomstige tactische situatie

► moeten onmiddellijk worden gerapporteerd aan de commandant, staf en ondercommandanten

► omschreven door de commandant voor elke operatie (in zijn commander's intent)

► opgenomen in een operatiebevel of operatieconcept

► situationeel afhankelijk

► tijdgevoelig (time-sensitive)

► verspreid door een communicatiesysteem dat is omschreven in de SOP

Idealiter telt een CCIR tien of minder punten, om het sturen op uit te voeren activiteiten te vergemakkelijken. Uiteindelijk bepaalt de commandant zelf welke informatie hij kritisch (belangrijk of dringend) vindt, gebaseerd op zijn eigen ervaring, de operatie, de input van zijn staf en de commander's intent van zijn naasthogere commandant.

De informatie die de commandant over de opponent wil weten, betreft de vragen:

  1. Wat wil de opponent?
  2. Waarom wil de opponent dit?
  3. Wanneer wil de opponent het uitvoeren?
  4. Hoe wil de opponent dit uitvoeren?

De CCIR helpt de voor de commandant beschikbare informatie te filteren. Omdat één van de grootste uitdagingen voor commandanten informatie-overbelasting of -overload is, gaat het erom een besluit te kunnen nemen op wat belangrijk én dringend is. De CCIR bepaalt immers direct succes of falen van de operatie.

Conform de OODA-loop vindt de CCIR plaats tussen de Observe- en Orient-fasen binnen het (rationele) besluitvormingsproces; hiermee worden irrationele zaken (emotie, intuïtie en psychologie) zo veel als mogelijk uitgesloten van het te nemen besluit.

Zie ook: commander's intent en OODA-loop.

Terug naar Boven

 

COMMANDER'S INTENT

Eigene Absicht; Absicht des Truppenführers intention.

Oogmerk (van de commandant). Bijgenaamd: "Boekje Bedoelingen".

Het oogmerk is een door de commandant zelf helder en beknopt geformuleerde omschrijving van het hogere doel van de operatie, en daaruit voortvloeiend welke gewenste eindsituatie (desired end-state) hij met zijn opdracht wil bereiken (behalve de te bereiken resultaten: ook het effect van deze resultaten en de manier waarop deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de gewenste eindsituatie) en de daaraan gekoppelde voorwaarden met betrekking tot tegenstander, terrein en civiele aspecten.

Leidinggevenden op lagere echelons dienen op de hoogte te zijn van de bedoelingen van de hogere commandant. De richtlijn van de militaire doctrine geeft aan dat twee niveaus hoger dient te worden gedacht (1UP en 2UP).

Zo dient de pelotonscommandant niet alleen op de hoogte zijn van de commander's intent van zijn compagniescommandant maar ook van die van zijn bataljonscommandant. Bij een zelfstandige compagnie van bijvoorbeeld de gemechaniseerde brigade, moet de pelotonscommandant van een brigadeverkenningseskadron, herstelcompagnie en geneeskundige compagnie ook op de hoogte zijn van de commander's intent van de brigadecommandant.

Op bovenstaande manier houden lagere commandanten te allen tijde rekening met het grotere verband, waarbij alle energie op dezelfde doelen wordt gericht (eenheid van inspanning).

Zie ook: 1UP, 2UP, concept of operations (ConOps) en eenheid van inspanning.

Terug naar Boven

 

COMMANDO MEMORIAL

Monument ter nagedachtenis aan de (Britse) commando's in WO II en een historische plaats voor alle commando's.

Het bronzen beeld bevindt zich 1,5 km ten noordwesten van het oord Spean Bridge en 7 km ten zuidoosten van het oord Achnacarry in het Schotse Crampian gebergte.

Op een van de twee koperen gedenkplaten op de stenen sokkel staat: "In memory of the officers and men of the commandos who died during the Second World War 1939-1945. This country was their training ground."

Onder de voeten van de commando's op de sokkel staat de tekst: "United we conquer."

Het sculptuur, vervaardigd door Scott Sutherland (1910-1984), staat langs de provinciale weg A82 bij de afslag naar de B8004.

Vanaf de locatie van het monument kan niet alleen de top van de Ben Nevis worden gezien, met 1.343 meter de hoogste berg van Schotland, maar ook het oefenterrein van het Commando Training Depot (later: Commando Basic Training Centre) zoals dat vanaf 1942 bij Achnacarry Castle was gevestigd.

Het beeld is 5 meter 20 hoog en stelt drie commando's voor die in de verte turen, getooid met de karakteristieke commandomuts (mutsdas) en het wapen gedragen om de schouder.

Het gedenkteken is op 27 september 1952 onthuld door de Britse koningin-moeder Elizabeth.

 

Zie ook: Korps Commandotroepen (KCT) en mutsdas (commandomuts).

Terug naar Boven

 

COMMANDOPOST, VOORWAARTSE (VCP)

vorgeschobener Gefechtsstand.
Forward Headquarters.
Tactical Command Post.
poste de commandement avancé (PCA).

Afgekort: VCP.

Beweeglijke, in de regel tijdelijke CP van een bataljons- of brigadestaf, van waaruit gedurende langere tijd het gevecht voorin kan worden geleid.

De situationeel samengestelde VCP, in het ideale geval in elk geval gevormd door PBC en S2, ondersteunt de commandant direct in de commandovoering wanneer de staf in een Main CP en Forward CP moet worden gescheiden.

Zodra de ondereenheden voorwaarts gaan en voorin het gevecht voeren, volgt de VCP en betrekt positie.

Zie ook: gevechtsstaf (tactische CP).

Terug naar Boven

 

COMMANDO

De commando was tot het einde van de 2e Boerenoorlog (1899-1902), "een groep burgers opgeroepen voor dienst".<>Het Boer-Commando was een militie afkomstig uit de Boerrepublieken Oranje Vrijstaat en Transvaal. Dienstneming was aanvankelijk niet strikt militair; vanaf september 1899 werd de burgers van Oranje Vrijstaat aangezegd zich gereed te houden om zo spoedig mogelijk in dienst van het commando te treden.

De commando's waren samengesteld om Bosjesmannen, Huttentutten, Kaffers en Zulu's op te jagen, te achtervolgen en uit te roeien wanneer die vee, boerderij en familie van de (blanke) Boer bedreigden.

Als tegenreactie legden de Boer-Commando's hinderlagen om de Britse militairen te doden. De Boerenoorlog tegen de Britse kolonisten maakte de Boer-Commando's tot een gevreesde vijand die er in slaagde op enig moment 250.000 (!) Britse militairen te binden.

De Boer-Commando's vielen de Britten tijdens verplaatsingen onverwacht aan en troffen hun achterwaartse verbindingen. De ruggengraat van de Boer-Commando's kon slechts door wreedheden, uitgevoerd in opdracht van de Britse generaal Horatio Kitchener, worden gebroken.

De toenmalige luitenant Winston Churchill, de latere Britse premier, leerde de commando's kennen toen hij als embedded oorlogscorrespondent voor de Londense krant The Morning Post verslag deed van de Tweede Boerenoorlog. Op 15 november 1899 werd Churchill in een hinderlaag van het Boksburg Commando gevangengenomen toen hij per trein met het leger meereisde; pas na bijna twee maanden wist hij te ontsnappen.

Een andere Brit, luitenant-kolonel Dudley W. Clarke, diende in de jaren '40 van de 20e eeuw in Palestina onder Sir Archibald P. Wavell, de opperbevelhebber van de Britse troepen in het Midden-Oosten. Daar zag hij hoe kleine guerrilla-eenheden met hit-and-run acties een leger konden binden, grote schade toebrachten en demoraliseerde.

Op 15 juni 1940 schreef Clarke een memo aan generaal Sir John Dill, Chief of the Imperial General Staff, waarin hij uiteenzette kleine, mobiele eenheden met offensieve gevechtskracht te trainen voor guerrilla-operaties tegen de Duitsers. Zijn concept was niet alleen gebaseerd op zijn Palestijnse ervaringen, ook op die van de Boer-Commando's.

Premier Winston Churchill keurde Clarke's idee goed, waarna vanaf juni 1940 vrijwilligers uit bestaande eenheden konden worden gerekruteerd. Alle eenheden was verzocht vrijwilligers aan te bieden voor de eenheid, met als opdracht het uitvoeren van raids op de Europese kusten.

Toen in juni 1940 de evacuatie van de British Expeditionary Force (BEF) uit Duinkerken was uitgevoerd - waarbij 220.000 Britse en 110.000 Franse militairen inderhaast ontkwamen aan een Duitse omsingeling - was Churchill Hitler beu. Op 8 juni 1940 gelastte hij het bureau Combined Operations van zijn War Office tot de oprichting van de commando's.

Churchill wilde een "Butcher and Bolt" invasiemacht van tenminste 20.000 commando's, "ready to spring at the throats of any small landings or descents." (De term "Butcher and Bolt" dateert van eind 19e eeuw, waarin Britse strafexpedities in vreemde landen gemakshalve werden vertaald als de tactiek van de verschroeide aarde.) In deze context ging het Churchill er echter om vitale Duitse doelen in bezet Europa te vernietigen door toedoen van keurmilitairen, gespecialiseerd van man-tot-mangevechten tot hit-and-run acties.

Al een dag later stelde Clarke de eerste twee commando-officieren aan:

Operatie COLLAR

Onder leiding van majoor Ronnie Tod, een van de net aangestelde commando-officieren, voerde No. 11 Independent Company in de nacht van 24 op 25 juni 1940 de eerste raid uit: operatie COLLAR.

Vanuit Dover, Newhaven en Ramsgate voerden 120 man in vijf snelle motorboten (Assault Landing Craft) een offensieve verkenning uit op de Franse kust, tussen Boulogne-sur-Mer en Le Touquet.

De actie van No. 11 in het Nauw van Calais werd vooral uit propagandistische overwegingen uitgevoerd.

Helaas was de raid overhaast georganiseerd, met onvoldoende training en te weinig wapens (slechts Thompson pistoolmitrailleurs .45) en daarom weinig succesvol.

Er werden geen inlichtingen vergaard noch schade aangericht.

Slechts twee Duitsers werden gedood en het enige 'slachtoffer' aan Britse zijde was luitenant-kolonel Dudley Clarke, mee als waarnemer. Op de foto in de Assault Landing Craft zit Clarke, rechts van het midden, met een verband om het hoofd vanwege een oorverwonding.

Ondanks de mislukking, keurde Churchill na operatie COLLAR de formatie van gelijksoortige commando-eenheden goed.

Zie ook: binden (fix), guerrilla, hit-and-run, hinderlaag, Korps Commandotroepen, No. 2 (Dutch) Troop, raid en tactiek van de verschroeide aarde.

Terug naar Boven

 

COMMANDOVOERING

Führung Command & Control (C2) commande.

Afgekort: covo. Commandovoering is het (onder operationele omstandigheden) effectief leiden van een militaire organisatie om haar opgedragen doelstellingen op een beslissend moment in tijd en plaats te realiseren door het concentreren van gevechtskracht.

Het omvat personeel, materieel en procedures - onder andere inlichtingen en verbindingen - die de commandant in staat stellen besluitvorming en bevelvoering te realiseren én daarmee zijn opdracht uit te voeren.

Het proces commandovoering bestaat uit gedeeltelijk samenvallende deelprocessen:

Besluitvorming

Hoe wordt de opdracht (wijze van optreden) voorbereid (verdeling van taken en verantwoordelijkheden).

Ter ondersteuning gelden OATDOEM of Operationeel Besluitvormingsproces (OBP).

Het oogmerk van de hogere commandant is richtinggevend.

Bevelvoering

Hoe wordt de opdracht uitgevoerd (directe gevechtsleiding).

De commandant voert, met zijn staf, de troepen aan en coördineert waar nodig.

Leidinggeven

Het bewust beïnvloeden van het gedrag van anderen om, met volledige eigen inzet, gezamenlijk het gestelde doel te bereiken.

Leidinggeven is cruciaal bij zowel de voorbereiding op als de uitvoering en evaluatie van de opdracht.

Commandovoering kent een opdracht- en uitvoeringsgerichte variant:

Opdrachtgericht

De opdracht uitvoeren: HOE is naar eigen inzicht maar in de lijn van de commandant (volgens de commander's intent) als WAT maar wordt gehaald.

 

Uitvoeringsgericht

De opdracht precies uitvoeren zoals die wordt opgedragen: zowel WAT (als omschreven in het bevel) als HOE (gebruikte middelen, gehanteerde tactiek e.d.).

Commandovoering is - naast inlichtingen, manoeuvre, vuursteun, bescherming en logistiek - één van de functies van militair optreden.

Terug naar Boven

 

COMMUNICATIE

Een definitie van communicatie is: "Actief proces waarbij de zender de bedoeling heeft om via een medium een boodschap over te brengen naar een of meer ontvangers, ongeacht hoe die reageren op de boodschap."

Z

Zender

Wie iets mededeelt, overdraagt, wil beïnvloeden.

B

Boodschap

Informatie. Inhoud die door de zender wordt overgedragen.

M

Medium

Kanaal. Hulpmiddel bij het overbrengen van de boodschap.

O

Ontvanger

Tot wie de boodschap is gericht.

F

Feedback

Terugkoppeling. Alle informatie die van de ontvanger naar de zender terugkeert naar aanleiding van de overgebrachte informatie.

Door communicatie wordt gedrag (gedachten, gevoelens, ideeën, meningen e.d.) overgebracht. Hiermee zet communicatie bewust aan tot integratie of juist desintegratie, waardoor mensen elkaar vinden of juist mijden.

Communicatie herhaalt zich tot in het oneindige. Bepalend voor de effectiviteit (E = K x A) van communicatie zijn onder andere:

► relatie tussen de zender en de ontvanger

► gedrag en oogmerk van de zender

► inhoud en vorm (wijze) van de boodschap

► acceptatie van de ontvanger

Zie ook: E = K x A.

Terug naar Boven

 

COMMUNICATIEVE VAARDIGHEDEN

Een van de vijf vaardigheden zoals die worden beschreven op en gehanteerd vanaf de Instructiekaart 2-1250 (IK 2-1250), bijgenaamd "de witte kaart"

Deze IK is een uitreikstuk in het kader van de leiderschapstraining en -vorming (LTV) ten behoeve van de leidinggevende, zowel in opleiding op de Koninklijke Militaire School als daarna.

IK 2 - 1250, 1e druk, januari 1994 (Uitreikstuk LTV ten behoeve van de leidinggevende).IK 2 - 1250, 1e druk, januari 1994 (Uitreikstuk LTV ten behoeve van de leidinggevende).

Zie ook: evaluatieve vaardigheden, sociale vaardigheden, uitvoeringsvaardigheden en voorbereidingsvaardigheden.

Terug naar Boven

 

COMPAGNIE IN DE WEST

Afgekort: CidW.

Door het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), op rotatiebasis van vier maanden en op basis van een tijdelijke tewerkstelling (TTW), permanent te leveren compagnie aan de Commandant der Zeemacht in het Caribische Gebied (CZMCARIB) voor het beteugelen van oproer, leveren van bijstand en territoriale verdediging.

De CZMCARIB van de Koninklijke Marine is de bevelhebber van alle eenheden op de eilanden Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Vanaf 24 augustus 2009 was de Bravo 'Leeuwen' Compagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG) de eerste landmachteenheid die gedurende vier maanden haar taken vervulde als CidW.

De CidW is gestationeerd op Marinebasis Parera op het Benedenwindse Eiland Curaçao.



De taken van de Compagnie in de West zijn:

► Ceremoniële taken, zoals de opening van de Staten-Generaal, Koningsdag, Dodenherdenking e.d.;

► Inrichten van een territoriale verdediging van het Koninkrijk der Nederlanden;

► Ondersteunen opleiding en training Curaçaose militaire eenheden;

► Verlenen van harde bijstand, het beteugelen van woelingen (b.v. het ingrijpen bij conflicten);

► Verlenen van zachte bijstand, bijvoorbeeld indien een gebied wordt getroffen door een orkaan en noodhulp nodig heeft (Hurricane Relief Operation, Humanitarian Assistance).

Het programma bevat onder meer de volgende onderwerpen:

► Uitleg over de taken van de kustwacht, eveneens gelegerd op de Marinebasis Parera;

► Uitvoeren van de marinierszwemtest, in zijn geheel uit te voeren gevechtstenue, in het zwembad (om deel te mogen nemen aan de amfibische oefeningen): 15 meter onder water zwemmen, 15 minuten aaneengesloten zwemmen, 25 meter zwemmen met een wapen, te water van de gevechtsbroek een geïmproviseerd reddingsvest maken, reddingszwemmen (drenkelingpop opduiken van de bodem en vervoeren in de kopgreep) en een verlaatrol maken (hoe te handelen als het sein 'schip verlaten' wordt gegeven);

► Weapon handling tests: aftesten op alle wapenhandelingen Colt, Glock, MAG en Minimi, waarna de militair pas mag deelnemen aan de Life Fire Exercise;

► Acclimatisatieoefening op oefenterrein Wacawa, waarbij marstrainingen zonder uitrusting en looptrainingen centraal staan. Het personeel gewent daardoor aan de klimatologische omstandigheden en het terrein, met de focus op drinkbeleid, kleding en voeding;

► Amfibsche oefeningen en bootdrills onder leiding van het Korps Mariniers;

► Oefening Bonaire, die in het teken staat van NONEX hulpverlening aan het Rode Kruis en het beteugelen van woelingen;

► Oefening Aruba, die in het teken staat van tactisch optreden;

► Een eindoefening die voornamelijk bestaat uit tactische verplaatsingen en amfibisch optreden.

CLAS-personeel dat aan de rotatie heeft deelgenomen ontvangt bij terugkomst de herinneringsspeld Compagnie in de West (CidW).

Zie ook: beteugelen van woelingen en Korps Mariniers.

Terug naar Boven

 

COMPAGNIES SERGEANT-MAJOOR (CSM)

Kompaniefeldwebel; Spieß.
company sergeant-major.
sergent-major de compagnie.

Afgekort: CSM.

De CSM is de hoogst gegradueerde onderofficier van de compagnie. Hij is onder andere verantwoordelijk voor de tradities van de compagnie, stuurt de onderofficieren aan (leider, vakman, instructeur) en is een vraagbaak voor iedereen, van soldaat tot compagniescommandant. De CSM wordt daarom vleiend de "Moeder van de Compagnie" genoemd.

Tevens adviseert hij de compagniescommandant (on)gevraagd over de dagelijkse gang van zaken en beleidstechnische onderwerpen die binnen de compagnie spelen. Daarnaast bemiddelt de CSM in conflicten, bewaakt hij de kwaliteit van het geleverde werk, is hij mentor van zijn jongere collega-onderofficieren, plant hij voor één van de twee compagnies-CP's en vertegenwoordigt hij de eenheid bij afwezigheid van de (plaatsvervangend commandant).

De rangonderscheidingstekens van de CSM (links) en CA (rechts), beiden voorzien van een kroon van zilverdraad met groene lauwerkrans.

De CSM en CA zijn gerechtigd bij het uitoefenen van hun functie een bijbehorende stok (cane) te dragen, in beide gevallen met een zilverkleurige metalen knop - vandaar de bijnaam 'pronkstok'.

De commando-overdracht van een CSM of CA wordt 'stokoverdracht' genoemd.

De CSM is tegenwoordig soms een CA (Compagnies Adjudant). De CSM maakt, samen met de compagniescommandant en zijn plaatsvervanger (Second), deel uit van de compagniesstaf, de (rubberen) driehoek dan wel vierhoek - indien de sergeant-majoor operatiën hierin ook wordt betrokken.

Vanwege zijn functie, onder meer als vertrouwensfunctionaris, is hij direct naast de commandant gepositioneerd - de enige aan wie hij verantwoording aflegt. Naast zijn functionele rol heeft de CSM een vrije rol binnen de eenheid.

De CSM-stok of cane.

Te velde kan de CSM plaatsvervangend leiding geven aan de compagnie bij afwezigheid van de commandant (onder andere bij bevelsuitgiftes).

De CSM controleert het personeel en materieel van de eenheid op orde en netheid (inclusief arbo- en milieuzaken), normen en discipline (bijvoorbeeld een correct tenue), eerlijkheid (“Zeg wat je doet en doe wat je zegt”), saamhorigheid en respect.

Onder andere ten behoeve van zijn ceremoniële taak, beschikt de CSM over goede sociale en communicatieve vaardigheden: hij kan goed luisteren naar ál zijn personeel. Daarnaast moet hij diplomatiek zijn, het lef hebben om pro-actief en reactief op te treden en (in)formeel overwicht hebben: gebaseerd op ervaring en kennis, niet op véél geschreeuw en weinig wol.

Tot slot is het zonder twijfel dat de CSM een militair in hart en nieren dient te zijn: kennis van de Koninklijke Landmacht en de benodigde ervaringsopbouw zijn hierbij absolute voorwaarden.

Op de Secundaire Vorming wordt de onderofficier opgeleid voor de functies die hij als sergeant-majoor gaat vervullen, inclusief het CSM-schap.

Hoofdtaken van de CSM:

► aansturen van de inwendige dienst van de compagnie (onder andere diensten als corvee, wachtregeling e.d., sleutelbeheer, opslaan van briefwisseling en orders)

► controleren en, zo nodig, corrigeren van exercitie en instructie binnen de compagnie

► deel uitmaken van de kwartiermakersgroep voor een nieuwe locatie

► mentor van de onderofficieren

► CBRN-functionaris (level 2)

► veiligheidsonderofficier van de compagnie (onder andere wapenkamer)

► opvangen van het personeel op een nieuwe locatie

► regelen van het compagniesonderkomen van de commandant

► toezicht houden op de distributie van klasse I

► toezicht houden op de evacuatie van gewonden van de compagnie

► toezicht houden op door de compagnie verzamelde krijgsgevangenen

► toezicht houden op en inspecteren van compagnies- en legeringgebouw, gericht op discipline. HPG en veiligheid

► zorgen dat de compagnie tijdens het gevecht voldoende munitie (klasse V) heeft

► zorgen dat de nabijbeveiliging én de wacht van de compagnie geregeld zijn

Omschrijving van de compagnies sergeant-majoor volgens Rob Evers, auteur van Teams door het vuur.

Uit het interview 'Rob Evers: "Een team is geen team zonder een sterke leider" door Erik de Vries, Managementboek, 12 december 2011.

Zie ook: boek Teams door het vuur. 9 krijgsmachtslessen voor managers (Rob Evers, 2011) cane, onderofficier en sergeant-majoor.

Terug naar Boven

 

COMPETENTIE

Kompetenz competence compétence.

Ontleend aan het Latijn "competentia".

Definitie volgens het Competentiewoordenboek Defensie: "Een unieke combinatie van kennis, vaardigheden en houding die tot uiting komt in zichtbaar gedrag, waardoor de persoon succesvol is in de uitoefening van zijn functie of rol."

Een competentie kan verder worden ontwikkeld.

Het ontwikkelingsniveau (van de militair) wordt niet alleen bepaald door competenties, ook door zaken als een goede fysieke en mentale conditie, motivatie en zelfvertrouwen.

De individuele ontwikkeling wordt daarnaast bevorderd door bijvoorbeeld persoonlijke vorming, praktijkervaring en stabiele persoonskenmerken, zoals intelligentie en persoonlijkheid.

Alles aspecten samen bepalen de kwaliteit van werknemers in het bedrijf of de organisatie waar ze werken, op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven.

De militair - het belangrijkste kapitaal van een organisatie, in jargon: "human resources" - zal mét competenties in de regel hoger op de (bedrijfs)maatschappelijke ladder staan dan de militair die verstoken blijft van ontwikkelde competenties.

Competenties ("iemands potentieel") zijn door scholing, Opleiding & Training (O&T), training on the job (werkenderwijs) en praktijkervaring aan te leren en kunnen voortdurend verder in de gewenste dan wel vereiste richting worden ontwikkeld: kennis-, vaardigheids- en attitudecompetenties.

Opleiding & Training (O&T) binnen de krijgsmacht zijn om deze reden steeds meer competentiegericht: in de eindtermen van de leerstof in de syllabus of Learning Support Package (LSP) worden concrete, taakgerichte leer- en oefendoelen geformuleerd, waarin ook vormingsaspecten, zoals creativiteit en zelfstandigheid, zijn opgenomen.

Hoewel de competenties de voor het functioneren bepaalde vereiste kennis-, vaardigheids-, fysieke en mentale houdingsaspecten inhouden, is soms niet geheel duidelijk welke competentie moet worden geselecteerd, ontwikkeld en/of beoordeeld voor een bepaalde functie, opdracht of taak.

Niet alleen competentiegerichte O&T zorgt ervoor dat individuele compententies kunnen worden ingebed in de leer- en werkomgeving van de krijgsmacht.

Ook de erkenning verworven competenties (EVC), functieomschrijvingen en -toewijzingen, begeleidings-, functionerings- en loopbaangesprekken, loopbaanbegeleiding, het persoonlijk ontwikkelplan (POP), portfolio, selectieprofielen en studiemogelijkheden dragen hiertoe bij. Kennis en kunde worden erkend en gewaardeerd: het doorontwikkelen van competenties vergroot de persoonlijke effectiviteit. Een eenheid functioneert pas als alle leden van die eenheid de individuele competenties ten goede van de eenheid kunnen laten komen (synergie).

In theorie kunnen competenties de in-, door- en uitstroom van personeel zo op elkaar afstemmen en met elkaar integreren, dat het personeelsbeleid en –management in het geheel effectiever en efficiënter worden. De ontwikkeling van individuele competenties (aanbod) zorgt voor de bedrijfsmatige benutting (vraag) hiervan.Zo moet bij een onderofficier – uit de aard van zijn werkzaamheden – worden geïnvestereerd in leidinggevende, vaktechnische en instructieve competenties, maar mogen ook zijn attitude (mentale weerbaarheid, opofferingsgezindheid, voorbeeldgedrag) en vaardigheden (op startfunctie: niveau I en II) niet worden verwaarloosd.

Het verwaarlozen van competenties leidt tot onbekwaamheid, onbevoegdheid en ongeschiktheid (incompetentie). Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat de aard van bepaalde functies, opdrachten of taken andere competenties en achtergronden vraagt dan de ‘klassiek’ militaire competentie, welke primair gericht is op het gebruik van geweld. Militairen in de 21ste eeuw moeten de in de basis aanwezige competenties verder kunnen ontwikkelen aan de hand van het snel veranderende omgevings- en organisatiebewustzijn.

De competenties van de onderofficier zijn:

Sergeant (der eerste klasse)
Sergeant-majoor
Adjudant
►durf
initiatief
►integriteit
►communiceren
verantwoordelijkheidsbesef
►leervermogen
►stressbestendig
►flexibiliteit
►creativiteit
►plannen & organiseren
►ontwikkelen medewerkers
samenwerken
►oordeelsvorming

►analyseren
►omgevingsbewustzijn
►organisatiebewustzijn

Bovenstaande competenties zijn cumulatief: de adjudant zal dan ook over alle genoemde competenties moeten beschikken.
De competenties initiatief, samenwerken en verantwoordelijkheidsbesef zijn de 'verplichte' in functioneringsgesprekken.

De 27 competenties uit het Competentiewoordenboek Defensie zijn:

1. Analyseren
2. Beïnvloeden
3. Besluitvaardig
4. Communiceren
5. Conceptueel denken
6. Creatief
7. Delegeren
8. Durf
9. Flexibel

10. Initiatief
11. Integer
12. Klantgericht
13. Kostenbewust
14. Leervermogen
15. Mensgericht
16. Nauwkeurig
17. Netwerken
18. Omgevingsgericht

19. Ontwikkelen medewerkers
20. Oordelen
21. Organisatiegericht
22. Plannen en organiseren
23. Resultaatgericht
24. Samenwerken
25. Stressbestendig
26. Verantwoordelijk
27. Visie

Zie ook: project Zelda en VIS (Verantwoordelijkheidsbesef, Initiatief en Samenwerken).

Terug naar Boven

 

COMPREHENSIVE APPROACH

Nederlands: geïntegreerde aanpak. Afgekort: CA. Aanpak voor moderne conflicthantering waarvan de internationale gemeenschap zich bewust is geworden tijdens de oorlogen in voormalig Joegoslavië. De idee is dat complexe militaire operaties met een hoog operationeel tempo in het hoogste geweldsspectrum niet kunnen slagen wanneer er niet tevens op het gebied van diplomatie/politiek, economie en sociaal wordt ingegrepen.

Binnen het optreden van de International Security Assistance Force (ISAF, Stage III) voerde Nederland de CA uit zoals afgesproken op de NAVO-topconferentie in Riga (Letland) op 29 november 2006: "Today's challenges for conflict prevention and crisis management require a Comprehensive Approach by the international community involving a wide spectrum of civil and military instruments."

CA gaat hand in hand met een campagnebeoordeling, aan de hand waarvan vooruitgang wordt gemeten, en een communicatiestrategie, die acceptatie door beide partijen garandeert. Om een succesvolle end-state in het operatiegebied te kunnen realiseren, zag de benaderingswijze van de Task Force Uruzgan in Afghanistan er als volgt uit:

Economisch

Activiteiten voor wederopbouw

Provincial Reconstruction Team (PRT)

Diplomatiek & Politiek

Evenwichtig anti-drugsbeleid
Goed bestuur
Veiligheid

Battle Group (BG)
&
PRT

Sociaal

Intensief contact met de lokale bevolking

CIMIC, IDEA

Nederland noemt deze aanpak ook wel de 3D-benadering: Defence, Diplomacy en Development. Hiertoe had de Task Force Uruzgan (TFU) drie alomvattend operatie-elementen: de Battle Group (BG), het Provincial Reconstruction Team (PRT) en een civiel element (CIMIC en IDEA).

Op 10 juli 2014 is door de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid & Justitie de Leidraad Geïntegreerde Benadering. De Nederlandse visie op een samenhangende inzet op veiligheid en stabiliteit in fragiele staten en conflictgebieden gepresenteerd.

De Leidraad - een operationele handleiding voor beleidsmakers en -uitvoerders binnen de genoemde ministeries - heeft tot doel dat Nederland bij gezamenlijke inzet langdurig effect bereikt. De Leidraad bevat bijvoorbeeld een stappenplan dat kan helpen een gezamenlijke aanpak in de praktijk goed uit te voeren.

De Leidraad Geïntegreerde Benadering is vooral een praktisch instrument met betrekking tot de gezamenlijke aanpak op het gebied van defensie, diplomatie, handel, justitie, ontwikkelingssamenwerking en politie.

Ervaringen in onder andere voormalig Joegoslavië, Kosovo, Irak en Afghanistan hebben geleerd dat hedendaagse crises buitengewoon complex zijn, vele oorzaken kennen en dat daarvoor geen enkelvoudige oplossingen bestaan.

Een aanpak is daarom alleen effectief als op meerdere terreinen wordt samengewerkt. Aan de 'geïntegreerde benadering' moet de mindset ten grondslag liggen dat onderliggende oorzaken in conflicten en fragiele staten verschillende dimensies kennen, met elkaar samenhangen, elkaar beïnvloeden en niet op zichzelf beschouwd kunnen worden. Verschillende disciplines moeten daarom gecoördineerd en geïntegreerd samenwerken.

Zo heeft Nederland in haar bijdrage aan de United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA) ingestoken op de 'geïntegreerde benadering', zoals die door Nederland ook is toegepast tijdens de missie in Uruzgan (2006-2010).

De Leidraad is dan ook bruikbaar bij geïntegreerde inzet wanneer Nederland een rol speelt om rechtsorde, stabiliteit, veiligheid en/of vrede te brengen in fragiele staten en conflictgebieden. Het document is het Nederlandse antwoord op vragen met betrekking tot het waarom, wat en hoe van de geïntegreerde benadering. Uiteindelijk zal de Leidraad worden uitgewerkt tot een Compendium Geïntegreerde Benadering, een joint staff working document voor Nederlandse beleidsmakers en -uitvoerders.

Leidraad Geïntegreerde Benadering.Leidraad Geïntegreerde Benadering.

Zie ook: 3D-benadering, Effects Based Operations (EBO), grand strategy en Uruzgan.

Terug naar Boven

 

COMPROMITTEREN

kompromittieren compromise compromettre.

Geheel of deels kennis (laten) nemen van gerubriceerde informatie zonder daartoe bevoegd (gemachtigd) te zijn, bijvoorbeeld wanneer die in vijandelijke handen valt. Compromittatie geldt zowel individuen als groepen, ook als slechts (het vermoeden) van een risico op ongeoorloofde kennisneming is geweest.

Informatie beperkt zich niet enkel tot codes, gegevensdragers of hardcopy. Het kennis nemen van informatie breidt zich gemakkelijk uit tot de aanwezigheid van in het geheim opererende personen, ingezette apparatuur of andere middelen. Hieronder valt ook het kennis nemen of verspreiden van gegevens die de operationele veiligheid van leden van de krijgsmacht in het operatiegebied waarborgen, zoals locaties, uitrustingsstukken, tactieken en wijzen van optreden.

De operationele veiligheid mag nooit gecompromitteerd worden.

Zie ook: OPSEC.

Terug naar Boven

 

COMSEC

Kommunikationssicherheit; Fernmeldesicherheit.
sécurité des communications.

Voluit: Communications Security. Nederlands: communicatieveiligheid.

Beveiliging die wordt gehanteerd bij het zenden, versleutelen en verspreiden van informatie via welk medium dan ook. De maatregelen betreffen ook computerbeveiliging (hardware), documentbeveiliging, fysieke beveiliging, personeelsgerelateerde beveiliging en procedurele beveiliging (regelgeving).

Doel van COMSEC is te voorkomen dat niet-geautoriseerde personen kennis nemen van of toegang krijgen tot welke relevante of waardevolle informatie dan ook, die kan worden afgeleid uit het bestuderen en/of observeren van door communicatiemiddelen gegenereerde gegevens. Door COMSEC kan de authenticiteit van communicatie worden gewaarborgd en de overlevingskans op het gevechtsveld toenemen.

Voorbeelden van COMSEC zijn cryptografie (encryptie), gebruikmaking van beveiligde communicatiemiddelen, codewoorden, radiostilte en misleidingmaatregelen, evenals het tijdig wisselen van radiofrequenties en roepnamen.

Terug naar Boven

 

CONCENTRATIEGEBIED

Concentration Area (CA).

Afgekort: concgeb. Synoniem: formeringsgebied.

Tijdens de inzetfase een gebied of plaats in het operatietoneel, in de omgeving van het operatiegebied, waar verschillende eenheden tot een inzetgerede eenheid worden geformeerd. Hier eindigt ook, idealiter, de verplaatsing in het kader van strategische mobiliteit én vindt de overdracht van de operationele bevelsbevoegdheid (transfer of authority) plaats.

In de CA worden materieel (transportmiddelen, uitrusting en voorraden) en personeel met elkaar samengebracht. Daarna kunnen de geformeerde eenheden ontplooien dan wel verder verplaatsen.

De CA en de staging area (SA) kunnen samenvallen. Binnen het optreden van 11 Air Manoeuvre Brigade wordt de CA ook wel aangeduid als committal area.

Zie ook: 1 Legerkorps (1 LK).

Terug naar Boven

 

CONCEPT DEVELOPMENT & EXPERIMENTATION

 


Terug naar Boven

 

CONCEPT OF OPERATIONS

Afgekort: CONOPS. Operatieconcept; operationeel concept; wijze van optreden.

Beknopt gezegd bevat de opsomming het oogmerk dat door een commandant is gekozen (commander's intent) om zijn opdracht te verwezenlijken. De opsomming behelst verder de:

militaire doelstellingen

te bereiken eindsituatie (end-state)

taakstelling

wijze van optreden

De opsomming is gekoppeld aan de vraag hoe lang een opdracht kan worden voortgezet met de middelen die de (uitvoerend) commandant tot zijn beschikking heeft, zowel op strategisch/operationeel als operationeel/tactisch niveau.

Omdat Nederland zijn militaire eenheden altijd in internationaal verband inzet, is het concept of operations van het internationale samenwerkingsverband (combined) altijd richtinggevend. Het concept of operations maakt deel uit van het Toetsingskader 2009; hierin doet Nederland er alles aan om ook de Nederlandse gezichtspunten, gevoeligheden (eventuele caveats) en wensen in het definitieve militaire plan te krijgen.

In het operatieconcept schetst de uitvoerend commandant mondeling of schriftelijk - als deel van paragraaf 3 (Uitvoering) van het NAVO-5-paragrafenbevel - het gedacht verloop van de operatie, eventueel in fasen.

De hoofdtrekken van het gedacht optreden betreffen:

► alle betrokken eenheden: gevechts-, gevechtssteun-, gevechtsverzorgingssteun- en commandovoeringsondersteuningseenheden;

► het zwaartepunt van de operatie, met de afstemming van de manoeuvre, vuursteun en genie in het zwaartepunt;

► de rol van de eventuele reserve;

► het verwacht vijandelijk optreden.

Zonodig kan per fase het beoogd effect worden beschreven en de maatregelen in het kader van de beveiliging bekend worden gesteld.

In het logistiek operatieconcept - als deel van paragraaf 4 (Logistiek) van het NAVO-5-paragrafenbevel - wordt, eventueel in fasen, het plan voor de logistiek weergegeven. Hierbij worden debeoogde effecten beschreven, inclusief de opgelegde verplichtingen (constraints) en beperkingen (restraints).

Zie ook: bevel, caveat en IK 2-17, 9e druk en zwaartepunt.

Terug naar Boven

 

CONCERTINA

Draadhindernis in de vorm van prikkelband of -draad die in een cilindrische vorm in elkaar is gevouwen en, eenmaal ontplooid, een kunstmatige hindernis creëert.

Concertina geldt als een eenvoudige veldversterking ten behoeve van passieve beveiligingsmaatregelen, zoals de nabijbeveiliging van eenheden en opstellingen en het stoppen van personen en voertuigen.

In de regel worden concertina's door de eigen eenheid gelegd. Nadeel is, zoals bij elke hindernis, dat deze pas effectief is wanneer deze onder waarneming en effectief vuur ligt.

De meest gebruikte vorm is de drierolsconcertina. Het leggen van concertina's is arbeidsintensief: de aanleg van 100 meter kost zo'n twaalf (12) manuren. Hiervoor zijn tientallen lange en korte schroefpiketten, rollen prikkelband en -draad en grondpiketten nodig.


Zie ook: Friese ruiter en perimeter defences.

Terug naar Boven

 

CONDITIEPROEF

Ook genaamd: Couzy-test. Defensie Conditieproef (DCP).

Met ingang van 1 september 1993 ingevoerd door de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Hans Couzy.

Iedere militair moet in staat zijn om aan een basisniveau van militaire fitheid te voldoen om uiteindelijk aan de consequentie van een veranderde taakstelling van de KL te kunnen voldoen ("direct inzetgereed en uitzendbaar").

In de maand van, voorafgaand aan of na de verjaardag - een periode van drie maanden - moet de militair elk jaar opnieuw de conditieproef afleggen. Tot het afleggen van de conditieproef krijgt de militair geen oproep, want de fysieke conditie is een individuele verantwoordelijkheid.

In geval van het niet behalen van de conditieproef kan door het personeel van de LO/Sport een trainingsprogramma worden verstrekt, waarna herkansing in beginsel binnen 3 à 2 maanden dient plaats te vinden. Militairen van 40 jaar of ouder moeten, voorafgaand aan het afleggen van de conditieproef, verplicht een bezoek aan de arts brengen. In het kader van deze zgn. "oude-lullen-test" wordt dan een elektrocardiogram (ECG) gemaakt.

De militair die is teruggekeerd van een uitzending heeft één jaar uitstel van het afleggen van de conditieproef.

De onderdelen van de conditieproef zijn:

PUSH-UPS

Meten van de fysieke kracht door vanuit de voorligsteun op te drukken (plaatsing van de armen is vrij).

 

SIT-UPS

Meten van de fysieke kracht door vanuit rugligging omhoog te bewegen, waarbij het bovenlichaam omhoog komt (knieën hoeven niet gesloten te zijn, armen hoeven niet achter het hoofd gevouwen mogen zijn).

 

COOPERTEST

Meten van het uithoudingsvermogen met de 12-minuten-loop, waarbij in dit tijdsbestek een zo lang mogelijke afstand moet worden hardgelopen.

De gehele conditieproef moet binnen twee uur worden afgelegd.

De eisen voor mannen zijn:

De eisen voor vrouwen zijn:

De score van de conditieproef wordt vastgelegd op het 'Registratieformulier conditieproefscores' (legerformulier 17237), waarvan het eerste exemplaar voor de commandant van de betrokken militair is, het tweede voor de militair zelf, de derde voor de onderdeelsarts en de vierde voor de LO/Sport.

Terug naar Boven

 

CONFIRMATION BRIEF

Afgekort: CB.

Letterlijk: bevestiging van de opdracht.

In het besluitvormingsproces hanteert de commandant die het bevel uitgeeft de Confirmation Brief om te controleren of zijn ondercommandant die het bevel ontvangt goed heeft begrepen wat er bereikt moet worden (denken in effecten) en waarom dit moet worden bereikt.

Zijn controle in de vorm van de CB vindt aansluitend op de bevelsuitgifte door de commandant en de oriëntatie op de opdracht door de ondercommandant plaats. In de oriëntatie op de opdracht (eerste O van OATDOEM) zoekt de ondercommandant naar relevante informatie over de omgeving waarin de opdracht plaatsvindt.

De CB vindt plaats voordat het feitelijke besluitvormingsproces begint; hierin richt de ondercommandant zich als eerste op de analyse van de opdracht (A van OATDOEM).

In de CB bespreekt de commandant met iedere ondercommandant hoe die kijkt naar de omgeving waarin de opdracht plaatsvindt. Omdat het format voor de CB vrij is, heeft de ondercommandant de ruimte om alles wat van belang kan zijn in het kader van de oriëntatie op de opdracht onder de loep te nemen en bespreekbaar te maken.

Voorheen was de CB bij de Koninklijke Landmacht niet in gebruik; een aantal NAVO-partners pasten deze al jaren toe. De invoering van de CB brengt wijzigingen mee in de besluitvorming: het Operationeel Besluitvormingsproces (OBP) werd het Tactische Besluitvormingsmodel (TBM) en de IK 2-17 wijzigde naar de tiende druk (Troepenaanvoering).

Hoewel het format vrij is, dient iedere ondercommandant na de Confirmation Brief tenminste antwoord te kunnen geven op de volgende vragen:

► Wat is mijn rol in het grotere plan (1UP en 2UP)?
► Wat verwacht de commandant van mij in de vorm van te bereiken effecten (Commander's Intent)?
► Welke eindsituatie moet ik voor de commandant bereiken?

Van deze vragen kunnen worden afgeleid:

► Wat is mijn specifieke taak en doelstelling?
► Wat is de relatie tussen mijn opdracht en die van de andere eenheden in de operatie?
► Wat zijn mijn kritieke punten?

Ter afsluiting kan de ondercommandant aan de commandant vragen (ter verduidelijking) stellen, inclusief de vraag of de commandant nog vragen heeft.

Aan het einde van de CB begrijpt de ondercommandant zijn rol in het grotere plan, de te bereiken effecten en de eindsituatie (end-state).

Zie ook: 1UP, 2UP, Commander's Intent, denken in effecten, end-state, Final Commanders' Backbrief (FCBB), Initial Commanders' Backbrief (ICBB), OATDOEM en Tactische Besluitvormings Model (TBM).

Terug naar Boven

 

CONSIGNE

1

Instructie voor een bepaalde groep militairen die moet worden opgevat als een bevel, met name voor een schildwacht die zijn aflossing op een wachtdienst deze instructie - die hij verstrekt heeft gekregen van de wachtcommandant - mondeling en/of schriftelijk overgeeft.

Andere voorbeelden van consignes zijn:

► pas het vuur openen wanneer de vijand daadwerkelijk schiet
post met CBRN-consignes
► vuren vrij

Zie ook: post met CBRN-consignes.

2

Tijdelijke (en plaatselijke) opdracht met betrekking tot een maatregel van orde, met name bekend als het bevel aan een bepaalde groep militairen om de kazerne voor een (on)bepaalde periode niet te verlaten. Deze lastgeving kan in uitzonderingssituaties door een (hogere) commandant worden gedeponeerd om personeel direct beschikbaar te hebben voor de uitvoering van diensten van algemeen belang.

Zie ook: luisterplicht.

Terug naar Boven

 

CONSOLIDATIE

sich in einer genommenen Stellung einrichten.
consolidation of position.
consolidation; organisation d’une position conquise.

Organiseren, behouden en versterken van een genomen aanvalsdoel (opstelling, positie) om die eigen te maken en te gebruiken bij een vijandelijke (tegen)aanval. Consolidatie vindt plaats na vermeestering en zuivering van een aanvalsdoel. Daarom moet de consolidatie onmiddellijk worden begonnen en zo spoedig mogelijk worden beëindigd om er zeker van te zijn dat de eigen troepen in staat zijn om vijandelijke tegenaanvallen af te slaan.

Het meest kwetsbare moment tijdens de consolidatie is het inrichten van de tijdelijke verdediging; hierin dient de (nog aanwezige) vijand voortdurend onder waarneming en vuur te worden gehouden. De tijdelijke verdediging, die gevoelig is voor vijandelijke tegenaanvallen, wordt ingericht op een locatie die voorbij het genomen aanvalsdoel ligt (front vijand of in de verplaatsingsrichting): consolidatie mag nooit op het aanvalsdoel zelf plaatsvinden.

Tijdens de consolidatie bereidt de eenheid zich voor op een vervolgopdracht, waartoe in de regel reorganisatie van personeel en materieel dient plaats te vinden.

Acties tijdens de consolidatie:

Battle Damage Assessment uitvoeren

Battle Damage Repair uitvoeren

► bijtrekken van achtergebleven eenheden en voertuigen

► gewonden behandelen en afvoeren

► hergroeperen personeel

► materiaal inspecteren (FunctieControle)

► munitiestatus en herverdelen (toegenomen munitieverbruik)

nabijbeveiliging uitvoeren

► uitvoeren SitRep aan hogere commandant/gebiedscommandant

► voortzetten van de opdracht

► voortzetten van de verkenning (teneinde achter de toestand van de opponent te komen)

vuursteun richten op verhinderen en bestrijden van vijandelijke verrassingsaanvallen

Terug naar Boven

 

CONSTANT REBECQUE, JEAN VICTOR BARON DE

Geboren in Genève op 22 september 1773. Overleden op kasteel Schönfeld in Silezië op 12 juni 1850.

Officier der infanterie Jean Victor de Constant Rebecque is de eerste chef-staf van het moderne Nederlandse leger.

Als het schoolvoorbeeld van een huurling in de 18e/19e eeuw dient hij achtereenvolgens onder de Fransen (Legioen-Oranje onder Napoleon,1788-1792), de Zwitsers (1792-1793), de geallieerden (bij het Hollandse regiment onder Prins Frederik, 1793-1795), weer de Engelsen (1795-1798), de Pruisen (1798-1811) en opnieuw de Engelsen (1811-1813).

Tot slot is hij in Nederlandse dienst (1811-1837).

In 1813, als de Nederlanden van de Fransen zijn bevrijd en onafhankelijk, wordt hij bevorderd tot kolonel en krijgt hij opdracht een Nederlandse legermacht op te bouwen.

In 1815 speelt generaal-majoor Jean Victor de Constant Rebecque een markante rol in de strijd tegen Napoleon in de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo.

Op 16 juni 1815, als de Hertog van Wellington zich in Brussel bevindt, oordeelt Constant Rebecque dat zijn commandant door onjuiste inlichtingen geen goede kijk op de toestand ter plaatse heeft.

Hij verandert de opdracht van Wellington, concentreert de Nederlandse divisies bij Quatre-Bras en beveelt de positie tot het uiterste te verdedigen.

Felle gevechten met de Franse legermacht onder maarschalk Ney volgt. Hoewel de Nederlanders grote verliezen lijden lukt het toch de terugtocht van de Pruisische generaal Von Blücher te dekken. Ook wordt verhinderd dat de Fransen de hoofdmacht van Wellington direct kunnen aanvallen, waardoor die tijd heeft om zijn troepen te hergroeperen. Zonder noemenswaardige oorlogservaring slaan de Nederlanders talrijke aanvallen van de geharde Franse militairen af, waarmee het optreden van Constant Rebecque des te meer indruk maakt.

De volharding van de Nederlandse troepen bij Quatre-Bras en de daaropvolgende Slag bij Waterloo op 18 juni 1815 zijn niet mogelijk zonder de smoel op het terrein van Constant Rebecque.

Op 27 maart 1815 wordt Constant Rebecque benoemd tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde en in 11816 volgt zijn bevordering tot luitenant-generaal.

Op 23 september 1830 vergezelt hij Prins Frederik - de Prins van Oranje, tevens latere Koning Willem II - bij de aanval op Brussel. Het regeringsleger trekt Brussel binnen via de Naamse Poort. Constant Rebecque treedt hard op tegen de Brusselaren en met name in het Warandepark, maar slaagt er niet in de gehele stad te controleren.

Het lukt slechts ten dele om de Belgische Opstand neer te slaan; revolutionair élan lijkt bij de Belgen alomtegenwoordig.

Tijdens de opstand wordt Constant Rebecque Chef van de Generale Staf.

Tijdens de Belgische Opstand en de Tiendaagse Veldtocht waren zeer veel Nederlandse soldaten in het oord Rijen in Noord-Brabant gelegerd.

Het schilderij van Horace Vernet toont het legerkamp met ruim zeshonderd in lange rijen neergezette tenten, in of na de Tiendaagse Veldtocht in 1831.

Het kampement bevond zich op de heide ten zuiden van Rijen en bood onderdak aan 5 à 6.000 soldaten.

Na het mislukte neerslaan van de Belgische Opstand weigert Koning Willem I de stichting van een onafhankelijk België te accepteren. Constant Rebecque bereidt met de Prins van Oranje een strafexpeditie tegen de Belgen voor.

Vanaf 2 augustus 1831 marcheert het Veldleger - dat met name uit jonge, ongeoefende en niet in de oorlog ervaren soldaten bestaat - opnieuw tegen de Belgen op. Bij Poppel valt het België binnen en ontmoet het eerst Belgen bij Ravels.

De Tiendaagse Veldtocht is begonnen. Overal lijden de Belgen nederlagen: Turnhout wordt bezet, het Maasleger bij Hasselt verslagen.

Bij Leuven is het Scheldeleger omsingeld. De Slag bij Leuven op 12 augustus 1831 is het slotakkoord van de Tiendaagse Veldtocht. Koning Leopold heeft echter de Franse Armée du Nord onder maarschalk Gérard (70 à 90.000 soldaten) te hulp geroepen en die is intussen de grens gepasseerd en bezig met de opmars naar Leuven.

Koning Willem II wenst onder geen beding een confrontatie met Frankrijk en de vijandelijkheden in Leuven worden gestaakt. Constant Rebecque - en luitenant-kolonel Charles baron Nepveu - regelt samen met maarschalk Gérard de voorwaarden voor de capitulatie van Leuven en het terugtrekken van de Nederlandse troepen.

Van 13 tot 20 augustus trekken de Nederlandse troepen zich terug naar Noord-Brabant. Alleen de citadel van Antwerpen blijft tot 1832 in Nederlandse handen (Chassé).

Franse tussenkomst heeft het zegevierende Nederlandse leger gestuit, waarmee de onafhankelijkheid van België een feit is.

Jean Victor de Constant Rebecque, sinds 1846 baron, overleed op het kasteel Schönfeld in Silezië (nu: Siedlimowice, Polen) op 12 juni 1850, waar hij zich na zijn militair pensioen in 1837 had gevestigd.

Bron: Dagblad van 's Gravenhage, 21 juni 1850.

Zie ook: huurling, Militaire Willems-Orde, smoel op het terrein en Waterloo, 18 juni 1815 (militaire canon).

Terug naar Boven

 

CONTACTDRILL

Bij de uitvoering van Normal Framework Operations is het te doen gebruikelijk om wanneer op vijand wordt gestuit contact te proberen vermijden.

Wanneer dat niet mogelijk is, dient onder (in)direct vijandelijk vuur de contactdrill te worden uitgevoerd. De contactdrill is niet alleen voorbehouden aan de infanterist bij de uitvoering van een (gevechts)patrouille, maar dient een militaire basisvaardigheid voor alle militairen te zijn.

Onderstaand voorbeeld beperkt zich tot een groepsdrill bij vijandcontact met kleinkaliberwapens en antitankwapens. De in rood gemarkeerde onderdelen moeten worden uitgevoerd bij vijandcontact waarbij één of meer militairen gewond zijn geraakt. Het doel van de contactdrill bij vijandcontact mét gewonden, is om veilig te kunnen terugtrekken naar een gedekte locatie om het tweede deel van de Tactical Combat Casualty Care (TCCC) te kunnen uitvoeren: Tactical Field Care. De eerstehulpverlening wordt daarom geïntegreerd in het gevecht.

Een volgorde van handelen is:

► Schreeuwen: "Man down!"

► Vijandcontact (gevechtscontact, troops in contact, vuurcontact)

► Nogmaals schreeuwen: "Man down!"

► Onmiddellijke, drillmatige reactie: dekking zoeken, vuurpositie kiezen, vuur uitbrengen: twee schoten (tab) afgeven zonder gebruikmaking van de richtmiddelen.

► Schreeuwend aangeven waar vijandelijk vuur vandaan komt: "Contact front / left / right / back!"

► Vuuroverwicht (fire superiority) verkrijgen om de vijand te neutraliseren of onderdrukken; gericht vuur afgeven door de richtmiddelen, ook met de groepswapens

► Self Aid (Care Under Fire)
► Zelf vuur uitbrengen of, indien onmogelijk, dekking zoeken of, indien onmogelijk, Self Aid uitvoeren (M van M.A.R.C.H.); stil liggen en geen vuur trekken.

► Buddy Aid (Care Under Fire)
► Op bevel van de groepscommandant: extractie door twee collega's (gewonde vastgrijpen, wapen van de gewonde veiligstellen, afvoer van de gewonde naar een dekking); start Tactical Field Care.

Extractie: afbreken van het gevecht onder dekkingsvuur door peel-off (afpeelen)/afwikkelen/tunnelen

Vuurbasis innemen: baseline (achterste lijn) maken

► Uitvoeren van een groepsaanval: snel met vuur en beweging over de vijand heengaan vergroot de overlevingskans

► Verder uitvoeren van de opdracht

► Evacuatie van de gewonde

Zie ook: drill, extractie, M.A.R.C.H., Tactical Combat Casualty Care (TCCC), troops in contact (TIC), vuurbasis en vuur trekken.

Terug naar Boven

 

CONTAINER, 20-VOET

De 20-voet-container (gebruikelijke schrijfwijze: 20’ft container) is 's werelds meest gebruikte container.

In het algemeen wordt de 20"ft container aangewend voor het vervoer van normale Algemene Dienst (AD)-goederen die geen speciale behandeling nodig hebben - zoals bederfelijke goederen (goederen die onder bepaalde temperatuurcondities moeten worden bewaard). Ook gevaarlijke stoffen, zoals brandstof en munitie, kunnen/mogen in de 20’ft container worden vervoerd.

De 20’ft container wordt met name gebruikt in de maritieme en militaire sector. De krijgsmacht zet de 20’ft container onder andere in de keten van de Fysieke Distributie (FD) in.

20'ft container.

Een container wordt opgepikt door een Luna RSL 170-C containerheftruck 165 kN, ook genaamd containerhefmiddel of reach stacker.

Specificaties:

Buitenmaten

► lengte

610 cm (20 ft)

 

► breedte

244 cm (8 ft)

 

► hoogte

259 cm (8,6 ft)

  

Binnenmaten

► lengte

585 cm

 

► breedte

233 cm

 

► hoogte

237 cm

  

Massa

► tarra
(ledig gewicht container)

2.200 kg (4.850 lb)

 

► payload
(maximaal belaadbaar gewicht)

24.000 kg (52.910 lb)

 

► gross weight
(payload + tarra)

26.200 kg (57.760 lb)

► inhoud
(overeenkomstig binnenmaten)

► 32,9 m³ (kuub)
► 1.169 ft³ (kubieke voet)

 

lb = Engelse pond
1 lb = 0,45 kg
1 kg = 2,20 lb

De 20" ft container is een civiele standaard volgens de International Organisation of Standarisation (ISO) en wordt binnen de NAVO algemeen gebruikt als standaardcontainer volgens STANAG 2828 (Military pallets, packages and containers) en STANAG 2926 (Procedurs for the use and handling of freight containers for military supplies).

Het beladen van een container wordt 'stuwen' genoemd.

Het op correcte wijze stuwen van een container zorgt er onder andere voor dat schade aan de vervoerde goederen wordt voorkomen.

Binnen Defensie wordt het stuwen uitgevoerd door zgn. containerpackers en -handlers.

Containerpacking- en handling zorgen ervoor dat de inhoud van de container optimaal en solide "in verband wordt geplaatst" (beladen) en met sjormateriaal, zoals balken en spanmateriaal, klemvast wordt gezet.

Bijna alle 20’ft containers die voor een missie bendoigd zijn worden ingehuurd en zijn dan ook geen eigendom van het Ministerie van Defensie. Is dit wel het geval, dan hebben de containers per krijgsmachtdeel een BIC (Bureau International de Container)-code:

DKL

Koninklijke Luchtmacht (CLSK)

KLA

Koninklijke Landmacht (CLAS)

KMA

Koninklijke Marine (CZSK)

  
De container is de uitvinding van de eeuw (NRC Handelsblad, 11 oktober 2014)De container is de uitvinding van de eeuw (NRC Handelsblad, 11 oktober 2014).
Containers, hoe en wat. Special vakblad DE ONDEROFFICIER, april 2000.

Containers, hoe en wat.
Special vakblad De Onderofficier, april 2000.

Zie ook: Luna RSL 170-C containerheftruck 165 kN, prefab en Scania vrachtauto 165 kN 8 x 8 WLS.

Terug naar Boven

 

CONTINGENCY PLAN 100

Afgekort: CP-100. Codenaam: ‘Willem de Zwijger’, naar de ‘Vader des Vaderlands’ Willem van Oranje, alias Willem de Zwijger (1533-1584).

Draaiboek ‘Begrafenis lid van het Koninklijk Huis’, waarin alle regelingen zijn beschreven zoals die tenuitvoergelegd moeten worden ten behoeve van de staatsbegrafenis en bijzetting van een lid van het Koninklijk Huis.

Bij de voorbereiding en uitvoering van het CP-100 treedt als mandataris (gevolmachtigde) voor de Minister van Defensie de Directeur Operaties van het Commando Landstrijdkrachten op.

Bij het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis treedt in overleg met de Chef van het Militaire Huis van de Koning(in) onmiddellijk het CP-100 in werking.

De laatste drie maal dat dit zich voordeed was ten behoeve van het bijzetten van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus op 15 oktober 2002, Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana op 30 maart 2004 en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard op 11 december 2004, allen in de grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft.

De bedoeling van het CP-100 is om de uitvaartplechtigheid en bijzetting zo waardig en stijlvol mogelijk te laten verlopen, ingebed in het door de overledene gewenste dan wel voorgeschreven militair decorum.

Zowel in 2002 als 2004 brachten de gezamenlijke krijgsmachtdelen ± 9.000 militairen op de been, waarbij op de route van de begrafenisstoet tussen Delft en Den Haag op elke twee meter een lid van de krijgsmacht stond aangetreden.

Terug naar Boven

 

Contingentscommando

Afgekort: Contco.

Ad hoc samengestelde, krijgsmachtbrede eenheid die voor elke missie boven een eenheid wordt geplaatst. In een missiegebied fungeert het Contco als de plaatselijke "ogen en oren" en directe, onafhankelijke vertegenwoordiger van de Commandant der Strijdkrachten (CDS).

De CDS én het coördinerend krijgsmachtdeel (krijgsmachtdeel dat leidend is voor een missie) onderhouden contact met zowel de Directeur Operaties (DOPS) als de Minister van Defensie. Het contact van de C – Contco verloopt op dagelijkse basis met het Defensie Operatie Centrum (DOC) - voorheen Defensie Crisis Beheersings Centrum (DCBC) - wat betreft beleidszaken en actuele ontwikkelingen (sitreps).

C - Contco staat weliswaar boven de operationele eenheidscommandant, maar houdt zich - behoudens eventualiteiten – niet bezig met de inwendige dienst van de operationele eenheidscommandant. De hoofdtaak van het Contco is het afstemmen op en vergemakkelijken van alle randvoorwaardelijke processen op het gebied van personeel, financiën, logistiek en juridische zaken. Bij het Contco zijn in logistieke zin ook Nederlandse militairen ondergebracht die elders voor eenheden van coalitietroepen of andere troop contributing nations in een missiegebied werkzaam zijn.

Taken van het Contingentscommando:

►Als 'ogen en oren' van de Commandant der Strijdkrachten (CDS) toezien op de naleving van zijn aanwijzingen en nationale richtlijnen, met name politieke en/of mediagevoelige zaken, zoals caveats.

►Bemiddelen bij conflicten tussen elementen van de verschillende krijgsmachtdelen.

►Bewaken van het mandaat en het Memorandum of Understanding (MoU).

►Coördinerend autoriteit in het Nederlandse inzetgebied, in samenwerking met het coördinerend krijgsmachtdeel, voor personele en logistieke instandhoudingprocessen.

►Informatie inwinnen om een correcte situational awareness te krijgen, zowel top-down (naasthogere eenheid, internationale operationele commandant) als bottom-up (eigen eenheden).

►Toetsen van de inzet van Nederlandse eenheden aan het Nederlandse mandaat, opdat een Force Commander de Nederlandse eenheden in het missiegebied géén taken laat uitvoeren die strijdig zijn met (inter)nationale afspraken.

►Toezien op zaken die te maken hebben met het welzijn van het personeel.

►Verantwoording dragen voor de nationale informatievoorziening over het verloop van de operatie.

►Voorbereiden en begeleiden van werkbezoeken in het missiegebied.

Het Contco bestaat normaliter uit een klein aantal stafofficieren, die taken vervullen die in het verlengde liggen van de taakstelling van secties. Hieronder bevinden zich enkele specialismen:

Controller (officier die over het financiële beleid adviseert)

Legal Advisor (juridisch adviseur)

Liaison Officer

War diarist (operationeel dagboekschrijver)

officier die contracten afsluit

persofficier/woordvoerder

Chef Staf

Senior Medical Officer (stafarts)

Chauffeurs, wachtdetachement, personeel van de verbindingsdienst en een detachement van de Koninklijke Marechaussee completeren het Contco.

Bij afwezigheid van een Contingentscommando in een missiegebied is vaak een Senior National Representative (SNR) aangesteld.

In internationaal verband wordt de contingentscommandant National Contingency Commander (NCC) genoemd.

Terug naar Boven

 

CONTRAMOBILITEIT

gegnerische Beweglichkeit.
counter-mobility.
contre-mobilité.

Belemmeren van de beweging van de opponent. Een van de ondersteuningstaken van de genie is contramobiliteit: het gereedmaken van het terrein om de mobiliteit (bewegingsmogelijkheden) van de opponent te hinderen, stoppen of anderszins te verstoren.

Bij contramobiliteitsactiviteiten wordt het terrein ten nadele van de opponent voorbereid. De activiteiten storen het vijandelijk gevechtsplan en ontzeggen de opponent het gebruik van het terrein. In hoofdzaak gebeurt dit om, zoals in het vertragend gevecht, tijd te winnen voor het aanvoeren van mobilisabele en reserve-eenheden.

Naast het versterken van natuurlijke hindernissen worden contramobiliteitsmaatregelen uitgevoerd door het voorbereiden en uitvoeren van hindernissen (hindernisgordels) zoals:

► (storende en tactische) mijnenvelden

► antiruimgreppels

► demolitie, zoals brugvernielingen

► draadhindernissen, zoals concertina, hek-, prikkelband- en prikkeldraadversperringen

► ingravingen

inundaties

► overige ontzeggingmaatregelen, zoals het vernietigen van infrastructuur die van belang is voor de opponent

► versperringen, zoals krateringen, tankgrachten, verhakkingen, waterkeringen, wegafsluitingen en overige (opzettelijke) vernielingen

Het effect van hindernissen wordt vergroot door ervoor te zorgen dat ze onder eigen waarneming en vuur liggen.

In de Koude Oorlog was de contramobiliteitstaak zeer belangrijk: ook de door de Nederlandse genie gelegde hindernissen op de Noord-Duitse laagvlakte moesten een mogelijke opmars van de Sovjet-Unie en het Warschau Pact zo veel mogelijk vertragen.

In huidige missies heeft contramobiliteit, als onderdeel van de (nabij)beveiliging, veelal als doel aanvallen op compounds te voorkomen. Ook het inrichten van roadbocks en (tijdelijke) versperringen om de opponent te hinderen - in overleg met de maneouvre-eenheden - behoort tot de contramobiliteitstaken. Van grootschalige vernielingen is nauwelijks meer sprake.

De ondersteuningstaken van de genie kunnen worden verdeeld in:

Mobiliteit

Bevorderen van de beweeglijkheid van eigen troepen.

(Mijn)hindernissen van de opponent worden doorbroken en overwonnen, valstrikken geruimd en mangaten in muren gecreëerd.

 

Contramobiliteit

Hinderen of belemmeren van de beweging van de opponent met gebruikmaking van veldversterkings- of lokaal verworven materiaal.

Hiertoe worden hindernissen, gevechtsopstellingen of -dekkingen gecreëerd.

 

Bescherming

Verminderen van de kwetsbaarheid van eigen troepen.

Hiertoe worden beschermingsconstructies gebouwd, zoals bunkers en compounds, of gebouwen versterkt tot Strong Points (fortificeren) zodat deze zware vijandelijke aanvallen kunnen weerstaan.

 

Algemene genietaken

 

Zie ook: concertina, genie, hindernis, infrastructuur, inundatie, mijnenveld en roadblock.

Terug naar Boven

 

CONVENTIES VAN GENÈVE

Genfer Abkommen.
Geneva Conventions.
Conventions de Genève.

Synoniem: Geneefse Conventies.

De Conventies van Genèves zijn een verzamelnaam voor in het Zwitserse Genève geformuleerde verdragen die, als onderdeel van het internationaal humanitair recht, de rechtsregels bepalen ten tijde van een gewapend conflict.

Deze conventies zijn een factor die van bijzondere invloed is op de uitvoering van - onder andere - het geneeskundige functiegebied. Op 12 augustus 1949 werden in Genève vier conventies bekrachtigd over de behandeling van krijgsgevangenen, gewonden, zieken en burgers.

Als gevolg van de verdragen heeft geneeskundig personeel dat als zodanig herkenbaar is - d.w.z. gemarkeerd is - de status van non-combattant en is beschermd. In de verdragen is ook overeengekomen dat gewondentransportmiddelen en geneeskundige inrichtingen die als zodanig herkenbaar zijn dezelfde beschermde status genieten.

Convention (I) for the Amelioration of the Condition of the Wounded and Sick in Armed Forces in the Field

(1e Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden en zieken in strijdkrachten te velde)

 

Convention (II) for the Amelioration of the Condition of Wounded, Sick and Shipwrecked Members of Armed Forces at Sea

(2e Conventie voor de verbetering van de toestand van gewonden, zieken en schipbreuk lijdende leden van strijdkrachten ter zee)

 

Convention (III) relative to the Treatment of Prisoners of War

(3e Conventie toepasselijk op de behandeling van krijgsgevangenen)

 

Convention (IV) relative to the Protection of Civilian Persons in Time of War

(4e Conventie toepasselijk op de bescherming van burgers in oorlogstijd)

Daarnaast zijn op 8 juni 1977 twee Additionele Protocolen aan deze conventies toegevoegd:

► Protocol Additional to the Geneva Conventions of 12 August 1949, and relating to the Protection of Victims of International Armed Conflicts (Protocol I) (1e Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van internationale gewapende conflicten)

► Protocol Additional to the Geneva Conventions of 12 August 1949, and relating to the Protection of Victims of Non-International Armed Conflicts (Protocol II) (2e Additionele Protocol toepasselijk op de bescherming van slachtoffers van niet-internationale gewapende conflicten)

Volgens de Conventies van Genève zijn onder andere verboden:

Gedwongen prostitutie
Gijzelneming
Lijfstraffen
Marteling
Plundering
Standrechtelijke executie
Terrorisme
Verkrachting
Verminking

Zie ook: combattant, humanitair oorlogsrecht, huurling, krijgsgevangene, non-combattant, oorlogsrecht, Rode Kruis-armband en Wounded in Action (WIA).

Terug naar Boven

 

COÖRDINAAT

Koordinate, Gitterwert.
grid reference; grid value.
coordonnée géographique.

Een verzameling cijfers en letters die samen, min of meer precies, een locatie op het aardoppervlak beschrijven. Wanneer de geografische informatie via cartografie wordt overgebracht naar een stafkaart, kan dezelfde locatie worden bepaald.

Het systeem van kaartcoördinaten maakt het mogelijk om nauwkeurig en consequent locaties te identificeren, ook ten opzichte van andere locaties, en de richting en afstand tot andere locaties te berekenen.

Dankzij het Global Positioning System (GPS) kan met radiosignalen van satellieten door middel van driehoeksmeting de locatie worden bepaald. Op een stafkaart wordt de locatie berekend met behulp van een assenstelsel. De locatie op de stafkaart wordt aangeduid door het snijpunt van de X-as en Y-as onder een rechte hoek. In het assenstelsel wordt eerst het X-coördinaat vermeld, daarna het Y-coördinaat (huisje in, trappetje op).

Terug naar Boven

 

COÖRDINERENDE BEPALINGEN

Lijst van alle gemeenschappelijke maatregelen en regels die betrekking hebben op de uitvoering van (delen van) een opdracht en:

► voor tenminste één ondereenheid (en dus tenminste één ondercommandant) gelden;
► moeten worden genoemd om de diverse ondereenheden onderling te laten afstemmen en synchroniseren;
► niet worden vermeld in een andere paragraaf van het bevel.

De coördinerende bepalingen zijn een subparagraaf van paragraaf 3 (Uitvoering) van het NAVO-5-paragrafenbevel.

Van de coördinerende bepalingen kunnen deel uitmaken:

camouflage

CBRN-maatregelen: CBRN-beschermingsgraad / post met CBRN-consignes

deconflictiemaatregelen: herkenningstekens eigen troepen / markeringen

Dress Code: tenue en uitrusting

fasering

gegevens m.b.t. coördinaten / bezugspunkt / positiezoeker

geweldgebruik: Rules of Engagement / Standing Operation Procedure

graad van gereedheid

graad van gevechtsvaardigheid

maatregelen ter handhaving geluids-, licht- en sporendiscipline

maatregelen voor beveiliging: alert state / nabijbeveiliging / rondombeveiliging

maatregelen voor de nacht

maatregelen voor reorganisatie en consolidatie

overgave en overname (HOTO)

patrouillegang

prioriteiten: vuren

reactie op incidenten / ongevallen

reactietijd

rendez-vous met ondercommandanten

tijdstip 2de commandantenterugkoppeling (CT)

tijdstip oefenalarm / rehearsal

uur U

volgorde: verplaatsing/werkzaamheden

vuuropening: regels / lijn / signaal

waarnemings- en luisterpost (WLP) / post te velde

wachtwoorden

Terug naar Boven

 

COPING

Begrip uit de gedragswetenschap/psychologie.

Gedrag en handelingen die zijn gericht op het omgaan met belastende omstandigheden en het hanteren van de daaruit voortkomende stress.

De omgang met of het controleren van stressoren - negatieve prikkels/onaangename situaties, zoals echtscheiding, oorlog, pijn, werkloosheid - heeft invloed op de stressrespons (al dan niet ervaren van stress). Wie problemen aanpakt en niet uit de weg gaat, heeft een actieve copingstijl, in het algemeen minder last van stress en daarmee een betere geestelijke gezondheid.

Zie ook: stress.

Terug naar Boven

 

CORDON

Kordon.
cordon.
cordon.

Ook gespeld: kordon. Synoniem: soldatenbrug; troepenlinie.

Keten van aangrenzende (militaire of andere) posten om een bepaald gebied van het aangrenzende gebied af te sluiten.

Door de al dan niet denkbeeldige verbindingslijn, die alle cordonpunten (posten) met elkaar verbindt en het  gebied geheel omsluit, wordt een (min of meer) afgesloten lijn van troepen gecreëerd.

Het met behulp van het gevormde cordonsysteem afzetten van de omgeving verhindert dat personen het gebied betreden of verlaten, bevordert het behoud van het gebied en beperkt in het algemeen de bewegingen.

Het wegvallen van één enkele post uit het cordonsysteem is in de regel echter al funest voor de bewaking.

De Chinese Muur is het langste en best bewaarde cordon ter wereld.

Terug naar Boven

 

CORDON AND SEARCH

opération de bouclage et de ratissage.

Nederlands: afsluitings- en opsporingsoperatie.

Techniek waarbij alle kritieke faciliteiten in een oord, gebied of gebouw snel en verrassend, driedimensionaal en hermetisch wordt afgegrendeld door middel van vuur en/of hindernissen om systematische doorzoeking mogelijk te maken. Door de afgrendeling wordt aan een strijdende partij het gebruik van het gebied ontzegd, met inbegrip van bruggen, doorgangen, wegen e.d.

Tijdens de cordon and search wordt gericht gezocht naar de strijdende partij, met het doel deze fysiek uit te schakelen, (verdere) aanvallen op burgers te voorkomen en het militair potentieel (wapens, munitie, documenten en voorraden) van de strijdende partij in beslag te nemen. Hiertoe wordt de strijdende partij geïsoleerd, ontwapend en gedwongen zich over te geven.

Normaliter is een cordon and search een gezamenlijke activiteit van militairen (bij uitstek: Special Forces of air manoeuvre) en (lokale) politie, met name versterkt door CIMIC, PSYOPS en ondervragers/tolken.

Terug naar Boven

 

CORT HEYLIGERSKAZERNE

Voormalige kazerne aan de Van Heelulaan in Bergen op Zoom, die van 1939 tot 2002 bij Defensie in gebruik was.

Het ontwerp is van de kapitein der genie A.G. Boost, vandaar de benaming Boost- of grensbataljonskazerne. Vanaf 1938 gebouwd onder de dreiging van de Tweede Wereldoorlog, werd de kazerne op 15 mei 1939 door het 14e Grensbataljon in gebruik genomen.

De kazerne is vernoemd naar generaal Gijsbertus Marinus Cort Heyligers (1770-1849), onder andere bekend van zijn optreden in de Tiendaagse Veldtocht (1831) en als Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

In WO II werd de kazerne door de Duitsers bezet (6. Schiffsstammabteilung van de Kriegsmarine). Na de oorlog deed de kazerne kortstondig dienst voor de Canadese bevrijdingstroepen en delen van de Prinses Irene Brigade.

Vervolgens was het 3e Regiment Infanterie er gelegerd dat de kazerne als opleidingsdepot (3e Infanterie Depot) gebruikte, het Regiment Zware Luchtdoelartillerie, het Regiment Lichte Luchtdoelartillerie en het Regiment Veldartillerie 'Prins Frederik'. Ook werden er militairen opgeleid die met één van de bataljons naar Nederland-Indië zouden worden uitgezonden.

Van 1971 tot 1996 deed de kazerne dienst als militair rijopleidingscentrum: de Rijschool Bergen op Zoom (RSB). Vanwege de grondige verbouwing van de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal, was de kazerne van eind 1997 tot begin 2002 het tijdelijk onderkomen van het Korps Commandotroepen.

Terug naar Boven

 

CORVEE

Corvée corvée corvée.

Corveedienst. Oudnederlands: "corweie".

De originele betekenis is "bijdrage" of "contributie", van het Latijn "corrogate" dat "oproepen" betekent. Verschijnsel sinds de 14e eeuw, waar corvee bestond uit het verrichten van onbetaald werk door een vazal in het feodale system. Vaak kwam het onbetaald werk in plaats van het betalen van belasting aan de landheer, als heren-, leen- of vroondienst: arbeid ten dienste van de landheer.

In 1669 formaliseerde de Franse koning Lodewijk XIV de corvee als een bijdrage aan de publieke werken ten behoeve van het leger ("corvée militaire"), zoals de aanleg van kanalen of wegen.

Sindsdien is corvee een verzamelnaam geworden voor het uitvoeren van alle regelmatig terugkerende onderhouds-, opruim- en schoonmaakwerkzaamheden (bij een eenheid) op de kazerne, in de regel huishoudelijke, die bij toerbeurt worden uitgevoerd.

Al dan niet volgens een corveerooster worden de militairen van een eenheid - groep, peloton, compagnie - beurtelings aangewezen om de werkzaamheden uit te voeren, aangestuurd door respectievelijk groepscommandant, HID/OPC en compagnies sergeant-majoor (CSM)/compagniesadjudant.

In de regel worden gang, legeringkamer, natte groep (douches en toiletten), trap en gezamenlijk gebruikte ruimten gecorveed. Degene die de werkzaamheden verricht wordt corveeër genoemd.

Het hogere doel van het laten uitvoeren van corvee is het bijbrengen van discipline en het medeverantwoordelijk laten zijn voor de arbeidsomstandigheden: hygiëne, orde en veiligheid. Daarnaast legt corvee de normen in de groep vast en bespaart corvee op de uitgaven.

Corvee komt ook voor als strafcorvee, ten uitvoer gelegd in het kader van een strafdienst.

Zie ook: Bronbeek, compagnies sergeant-majoor (CSM) en gedragsregels.

Terug naar Boven

 

COUGAR MK II

Voluit: Eurocopter AS 532 UC (Utility Cargo) 2 Cougar MK-II.

De Frans-Duitse Eurocopter AS 532 Cougar Mk-II is een Light Transport Helicopter (LTH), in de burgermaatschappij bekend als Super Puma. Fabrikant Eurocopter (Aerospatiale/Dasa) is gevestigd in Marseille.

Vanaf 1996 vliegt de helikopter zowel bij de Franse Armée de Terre als in Nederland. Nederland kocht het toestel voor de transportcapaciteit van de luchtcomponent van 11 Air Manoeuvre Brigade (eerst Tactische Helikopter Groep, THG; daarna Defensie Helikopter Commando, DHC).

Nederland koos voor de transportversie (MK-II UC); er bestaat ook een bewapende versie MK-2 AC.

Behalve in Nederland is de Cougar onder andere ook in dienst van Finland, Frankrijk, Spanje, Zweden en Zwitserland.

De Cougar maakt deel uit van de beschikbare Rotary Wing (RW)-capaciteit van de Nederlandse krijgsmacht.

In 2008 verhuisde 300 Squadron (300 SQN) met haar Cougars van Vliegbasis Soesterberg naar Vliegbasis Gilze-Rijen.

Tot en met 2017 worden acht (8) Cougars aangehouden in plaats van afgestoten. De helikopters vullen het gat op dat tot 2017 op het gebied van transporthelikopters ontstaat vanwege de latere instroom van de nieuwe NH-90 helikopter. Een aantal toestellen is aangehouden voor Nationale Operaties: Search And Rescue (SAR) en patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden (PV).

Specificaties:

avionica

► moderne navigatieapparatuur
► Night Vision Goggles

actieradius

750 km met maximale belading

beladingsgewicht

12 personen met volledige bepakking of 5.000 kg (interne cargo); omdat bergachtig gebied en/of een warm klimaat het liftvermogen negatief beïnvloeden wordt een "nuttige lading" van ± 3.000 kg aangehouden

bemanning

3 (2 x vlieger, 1 x loadmaster)

brandstof1.920 liter
compartiment, breedte1 meter 80
compartiment, hoogte1 meter 50
compartiment, lengte7 meter 90

diameter hoofdrotorbladen

15 meter 60

diameter staartrotor

3 meter 05

gevaarlijke punten

► in staart of neus geplaatste chaff en/of flares
► links/rechts in schuifdeuropening geplaatste doorgun
► opstapje bij schuifdeuren
► pitohbuizen voorzijde
► staartrotor
► uitlaat boven schuifdeuren

herkenningskenmerken

► motoren bevestigd voor de hoofdrotor bovenop de romp
► onderstel met intrekbare wielen (dubbele neuswiel geheel, beiden loopwielen deels), waarbij het landingsgestel gedeeltelijk verdwijnt in sponsors (vleugelvormige wielkasten)
► romp met wielbakken links en rechts
► schuifdeuren (130 x 135 cm) aan weerszijden van de romp, die het beladen vergemakkelijken
► vierbladige hoofdrotor

hoogte

4 meter 97

klimsnelheid op zeeniveau24 km per uur (15 mijl per uur)
lading, externe (slingload) maximale cargo-hook belasting 4.500 kg; bijvoorbeeld 1 x Luchtmobiel Speciaal Voertuig of andere grote uitrustingsstukken
lading, internezie: beladingsgewicht
leeggewicht4.760 kg (exclusief bemanning en brandstof)

lengte met rotorbladen

19 meter 50

lengte zonder rotorbladen15 meter 53

motoren

2 x Turbomeca Makila 1A2-turboshaftmotoren (bevinden zich op een verhoging boven de cabine)

motorvermogen

2 x 2.104 pk (1.569 kW)

snelheid, kruis-

245 km per uur; met slingload en bij tactisch vliegen is de snelheid lager dan normaal

snelheid, maximum-

315 km per uur

speciale uitrusting

Moving Target Indicator radar (Thomson-CSF), die 20.000 km² in 10 seconden scant

take-off gewicht

9.300 kg

take-off gewicht, maximaal9.500 kg
verbindingenRT9600 (airborne set FM9000-familie voor grond-lucht verbinding)
verbruik1 op 0,4

vliegplafond

4.100 meter (13.450 voet)

zelfbescherming

► dubbele, zelfdichtende brandstoftanks
► mogelijkheid om op één motor verder te vliegen
► ballistische bescherming van vitale delen tegen vijandelijk vuur
► chaff/flare-dispensers: uitwerpen van chaff om radargeleide raketten te misleiden of flares om infraroodgeleide raketten te misleiden

Taken (al dan niet met doorgun)

► (Beperkt) maritiem optreden, zoals het ondersteunen van boardings: een aantal Cougars is geschikt gemaakt om ook vanaf de amfibische transportschepen (Landing Platform Docks) Zr. Ms. Rotterdam en Zr. Ms. Johan de Witt te kunnen opereren en daartoe voorzien van opblaasbare drijvers om, indien nodig, de helikopter op het water drijvend te houden

► Bevoorrading met materieel (kritische middelen)

► Brandbestrijding (met bambi- of fire-buckets) bij bos- en andere grote branden; ook internationaal, zoals in Portugal (2005) en Griekenland (2007)

Geneeskundig luchttransport (lutra) en MEDEVAC

Joint training met de Koninklijke Landmacht (11 Luchtmobiele Brigade), Koninklijke Marine en Koninklijke Marechaussee

Liaison

► Ondersteuning van air assault

► Personentransport, met name infanteristen (kritische middelen); maximaal 20 personen zonder rugzak, 16 personen met rugzak

Special Forces-operaties

► Surveillance

Geneeskundig (medical flight)

De Cougar kan, evenals de Chinook, worden uitgerust met de FAME (Forward Aero Medical Equipment): dit is een speciale brancardeenheid met hierop afzuig- en beademingsapparatuur, zuurstof, een monitor en infuuspompen.

De FAME is gecertificeerd door de Militaire Luchtvaart Autoriteit. De Cougar heeft geen drukcabine.

In vredestijd wordt een stretcher configuratie gebruikt waarin maximaal zes (6) patiënten kunnen worden vervoerd, afhankelijk van het aantal benodigde personeelsleden en de te leveren zorg.

In de operationele setting worden de stretchers op de grond geplaatst en beveiligd door middel van cargo-straps.

In deze configuratie kunnen in totaal maximaal drie (3) patiënten worden vervoerd.

De medical unit FAME ingebouwd in een Cougar.

Missies

De Cougar heeft onder andere deelgenomen aan missies in Kroatië, Bosnië, Irak (Stabilisation Force In Iraq) en Afghanistan (International Security Assistance Force).

Naderingsrichting

Nadat de vlieger of loadmaster een thumbs-up heeft gegeven, moet de Cougar worden genaderd vanuit een 10- of 2-uurs. De rugzak wordt aan één schouder gehangen, het wapen wordt in de hand gehouden die het verst van de helikopterwand verwijderd is en de loop van het wapen wijst omlaag.

Zowel links als rechts kan worden uitgestegen uit de schuifdeuren: de huddle formeert zich op vijf meter van de helikopter op de 3-uurs positie van het Touch Down Point (TDP) ter hoogte van de vlieger.

Size

Landing point bij dag size 3 (50 meter); bij nacht, brown out of under slung load size 5 (100 meter).

Surface

Indien een beladen 4-tonner (YA 4442) op de landingslocatie kan staan, kan een Cougar - of Apache, Puma, Sea King of Super Puma - daar landen.

Zie ook: Apache AH-64D, bambi-bucket, Chinook CH-47D, Defensie Helikopter Commando (DHC) en under slung load (slingload).

Terug naar Boven

 

COUNTER-INSURGENCY

Bekämpfung von Aufständen.
contre-rébellion (CREB); guerre anti-insurrectionnelle; guerre anti-subversive; guerre contre-insurrection.

Afgekort: COIN.

Vorm van irregulier optreden en asymmetrische oorlogsvoering.

Counter-Insurgency kan worden gedefinieerd als: alle civiele, economische, (para)militaire, politieke en psychologische actie die wordt gevoerd om, al dan niet politieke, maar in elk geval gezagsondermijnende en veelal georganiseerde oproer of opstand te beteugelen, tegen te gaan of te verslaan. Vaak heeft de rebellie de intentie om het grondwettelijke/gevestigde gezag omver te werpen.

Opstandelingen gebruiken vaak, al dan niet vergezeld van een oorlogsverklaring, middelen als gijzelnemingen, guerrilla-activiteiten, improvised explosive devices (IED’s), kapingen en ontvoeringen om doelen te bereiken, en hebben geen of nauwelijks respect voor burgerslachtoffers of collateral damage.

In de Verenigde Staten worden 'Insurgency and Counter-Insurgency' gezien als een van de vormen van het Low Intensity Conflict (LIC). In de VS is de term in 1960 geïntroduceerd in een, aanvankelijk geheim, handboek ‘Counter-Insurgency Operations’ van de U.S. Army Special Forces, voortkomend uit de Vietnam-oorlog. Het handboek combineerde de traditionele benadering van counter-insurgency, zoals die door koloniale mogendheden is toegepast, met guerrillatactieken. Sinds het begin van de 21ste eeuw hanteert de VS de terminologie ook voor operaties in Afghanistan en Irak.

Zie ook: asymmetrische oorlogvoering, guerrilla, hammer-and-anvilinktvlekstrategieirregulier optreden en pagina Counter-Insurgency (COIN).

Terug naar Boven

 

COUP-DE-MAIN

Gewaltstreich; Handstreich.
coup de force; hit-and-run; raid; storm attack.

Plotselinge, kortdurende en snelle (verrassings)aanval of manoeuvre, in de regel een bestorming van of inval in een doel van geringe afmetingen.

Voorbeelden van coups-de-main zijn:

choke point

hinderlaag

► pre-emptive strike (verrassingsaanval om te voorkomen dat de vijand die tegen eigen troepen doet)

► terroristische aanslag

De eerste luchtlandingaanval in operatie OVERLORD (D-Day), die op Pegasus Bridge, is een schoolvoorbeeld van een coup-de-main.

De aanval op de brug bij Bénouville over het Canal de Caen, in de nacht van 5 op 6 juni 1944, werd geleid door majoor John Howard. Met drie Horsa-zweefvliegtuigen (gliders) landde hij op landingszone X ten zuidoosten van de brug. Het tweede doel van de coup-de-main was de brug bij Ranville over de Orne, 350 meter verderop, waar nog eens drie gliders landden op landingzone Y ten noordwesten van de brug.

De brug bij Bénouville over het Canal de Caen, later 'Pegasus Bridge' gedoopt ter herinnering aan de coup-de-main.

In totaal 181 militairen van D-Company, 2nd Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry (Ox and Bucks Regiment), 6th Airborne Division (met Pegasus, het gevleugelde paard, als mouwembleem) namen eraan deel: twee sneuvelden, 14 raakten er gewond.

De gewonden werden onder andere behandeld in Café Gondrée, aan de westzijde van de brug. Dit café diende tevens als tijdelijke, vooruitgeschoven commandopost.

Het café aan 12 Avenue Commandant Kieffer in Bénouville wordt tegenwoordig geleid door Arlette Gondrée-Pritchett, die zes jaar oud was toen de Britse airborne troepen op Pegasus Bridge landden. Op de gevel van het café prijkt de tekst: "This was the first house in France to be liberated during the last hour of 5th June 1944 by men of the Oxfordshire & Buckinghamshire Light Infantry in the British Airborne Division under the command of Major R. John Howard."

Zie ook: choke point, D-Day, hinderlaag en hit-and-run.

Terug naar Boven

 

COUP D'OEIL

Oogmaat; oogopslag; praktische militaire blik.

Volgens H.M.F. Landolt is de coup d'oeil de:

"[...] eigenschap waardoor men zowel de voor- en nadelen van het terrein met een oogopslag inziet, als de maatregelen beoordeelt, die in het gegeven ogenblik en in de bestaande omstandigheden het geschiktst zijn. Het is een praktische militaire blik, die alles omvat wat op het gelukken en mislukken van een onderneming van enige invloed kan zijn."

Bijvoorbeeld ook omschreven als: "Het instinct voor het juiste moment om hard toe te slaan." ('De oorlogen van Napoleon' van Mike Rapport, 2015).

J.D. Pasteur noemt in zijn 'Handboek voor de officieren van het korps ingenieurs, mineurs en sappeurs' (1837, deel 2) ter onderscheid van de meetkundige oogmaat "de krijgskundige oogmaat (le coup d'oeil militaire)."

Terug naar Boven

 

COVERT OPERATION

Verdeckte Operation.
opération clandestine; opération secrète.

Synoniem: black operation. Letterlijk: geheime operatie. Operatie in een inlichtingen-, militaire en/of politieke context die in planning, voorbereiding en uitvoering geheim en officieus is en, idealiter, geheim blijft. Bij black/covert operations ligt de nadruk op het geheimhouden van de uitvoerenden.

Geheimhouding is met name belangrijk omdat de verrichtingen tijdens de operatie wat betreft ethiek en legaliteit dubieus genoemd mogen worden. Black/covert operations worden in de regel gepland en uitgevoerd door geheime diensten.

Door de gebruikte methodes vallen black/covert operations onder de onconventionele oorlogvoering: tijdens de gevaarlijke maar noodzakelijk geachte acties kan worden gebruikgemaakt van zaken als desinformatie, infiltratie, kidnapping, moord, propaganda, sabotage, plegen van een staatsgreep en steun aan verzetsbewegingen.

Voorbeelden van black/covert operations zijn:

► Activiteiten tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

► Activiteiten tegen terrorisme buiten de eigen landsgrenzen, waarbij de specialismen van Special Forces of inlichtingendiensten weliswaar nodig zijn, maar de medewerking daarvan niet onthuld mag én altijd ontkend zal worden (zoals bij de bevrijding van gijzelaars of - preventief - bij acties tegen trainingsfaciliteiten van terroristen)

► Activiteiten verbieden van cq. vermoorden van sympathisanten buiten de grenzen van een land waar oorlog wordt gevoerd of anderszins een operatie aan de gang is

► Bewapenen van tegenkrachten in landen die zich proberen vrij te maken van onderdrukking, tirannie e.d., met name als de mensenrechten in het geding zijn

► Financieel steunen van buitenlandse media of politieke partijen als medestander in (para)militaire operaties

► Paramilitaire operaties, met name van civiele instanties (inlichtingendiensten) of gekleed en optredend als burger (Special Forces), buiten de officiële kanalen om

Zie ook: geheime oorlog, infiltratie, massavernietigingswapens, propaganda, sabotage, Special Forces en terrorisme.

Terug naar Boven

 

CRASH MOVE

Letterlijk: nood- of spoedverplaatsing.

Zie voor verdere uitleg ook: uitwijkgebied.

De crash move is een plotselinge in plaats van een geplande verplaatsing vanuit een compound, (schuil)bivak, verzamelgebied of afwachtinggebied.

De crash move vindt plaats wanneer de locatie door gevaar van buitenaf wordt bedreigd dan wel is gecompromitteerd door de vijand: de vijand is in opmars of zelfs al in de onmiddellijke nabijheid, binnen effectief bereik van de persoonlijke wapens.

Zo snel mogelijk, binnen maximaal twee minuten, worden alle essentiële spullen (SPEAR) en 1e lijns-bepakking ingepakt. De compound, het bivak, het verzamelgebied of het afwachtinggebied wordt in aller ijl verlaten en de militairen evacueren zich zo snel mogelijk, in de vorm van een snelmars, snelle ren of wielverplaatsing, naar een tevoren afgesproken rendez-vous, in dit geval een Emergency Rendez-Vous (ERV).

In het geval van een verzamel- of afwachtingsgebied wordt het ERV een uitwijkgebied genoemd.

Alleen de meest essentiële spullen worden meegenomen; later kunnen eventueel achtergelaten spullen alsnog worden opgehaald.

Zie ook: afwachtinggebied, compromitteren, rendez-vous, snelmars, SPEAR, uitwijkgebied en verzamelgebied.

Terug naar Boven

 

CRAVATE

Krawatte.
cravat.
cravate.

Lint dat dient als decoratie aan een vaandel of standaard.

De cravate vermeldt historische feiten of wapenfeiten (wanneer een eenheid bij krijgshandelingen betrokken is geweest).

Met een daarvoor bestemde band wordt de cravate niet aan het vaandel zelf maar aan de vaandelstok vastgeknoopt: aan de buis die aan de eikenkrans, onder het voetstuk, maar boven het vaandeldoek, is bevestigd.

De cravate is in de regel een wijziging van of aanvulling op de al vermelde opschriften op het vaandel- of standaarddoek, die aan de vaandelstok blijft hangen, in afwachting van het verlenen van een nieuw vaandeldoek, bijvoorbeeld omdat het huidige versleten is. Dit is het geval bij een naamsverandering of de samenvoeging van eenheden.

Enige uitzondering is de cravate voor namen van opgeheven eenheden, waarvan de traditie wordt bewaard door een bestaande eenheid: deze blijft altijd aan de vaandelstok geknoopt.

Een aanvulling van vaandel- of standaardopschriften vindt altijd plaats in overeenstemming met het advies van de Traditiecommissie Krijgsmacht, een commissie die adviseert inzake aangelegenheden van vaandels, standaarden en de opschriften daarop.

Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard hechtte in 2002 op Paleis Soestdijk een cravate aan het vaandel van het Regiment Stoottroepen. Op de lange strook van de cravate staat: 'Regiment Stoottroepen Prins Bernhard', op de korte strook: '29 - 6 - 2002'.

Het lint is gemaakt van dubbelzijdige, ongevoerde zijde en oranje van kleur. De cravate ziet eruit als de strik van een stropdas en wordt gevormd door een korte en een lange strook. De lengte van de lange strook is 150 cm bij een groot vaandel, 100 cm bij het vaandel van een gemechaniseerde eenheid en 85 cm bij een standaard. De breedte is bij vaandels 14 cm; bij standaarden 10 cm. De lengte van de lange strook verhoudt zich tot de lengte van de korte strook als 7: 6. Aan beide zijden is de lange strook voorzien van een rand met franje en een geborduurde oranje lauwertak.

Voorbeelden van cravates binnen de Koninklijke Landmacht:

Op 16 december 1977 zijn de opschriften op vaandels en standaarden van vele, zowel opgeheven als nog bestaande, regimenten van de Koninklijke Landmacht aangevuld voor krijgsverrichtingen in het voormalig Nederlands-Indië gedurende de jaren 1945-'49.

► Op 28 juni 2002 hechtte Prins Bernhard op Paleis Soestdijk zelf de cravate met daarop de nieuwe naam Regiment Stoottroepen Prins Bernhard.

► 6 (POL) Luchtmobiele Brigade (Pools: 6 Brygada Powietrznodesantowa) heeft de tradities van de Poolse 1ste Onafhankelijke Parachutistenbrigade (Pools: 1 Samodzielna Brygada Spadochronowa) overgenomen. Aan haar vaandel werden op 31 mei 2006 zowel de Militaire Willems-Orde als een cravate met de tekst 'Arnhem 1944' bevestigd.

Zie ook: vaandel en vlaggenband (uitzendlint).

Terug naar Boven

 

CRAZY

De 1 uur en 37 minuten durende non-fictie documentaire 'Crazy', geregisseerd door Heddy Honigmann, gaat over de herinneringen van negen voormalige Nederlandse VN-militairen: acht mannen en een vrouw.

'Crazy' won in 1999 de Publieksprijs op het International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) en een jaar later een Gouden Kalf voor de beste lange documentaire op de Nederlandse Filmdagen in Utrecht én de prijs voor de beste documentaire op het internationale filmfestival in Valladolid (Spanje).

De veteranen verhalen over de gruwelen tijdens hun optreden in recente crisisgebieden: Bosnië-Hercegovina, Cambodja, Kosovo, Libanon en Rwanda.

Allen worstelen ze met hun uitzendervaringen, allemaal ook proberen ze - mentaal vaak gebroken - op te krabbelen uit hun traumatische ervaringen. Ze hebben allemaal gevoelens van onmacht, schaamte, verdriet en woede, evenals vaak een post-traumatisch stresssyndroom (PTSS).

De werking van muziek, al dan niet troostend, komt duidelijk naar voren in een specifiek nummer: 'Crazy' van de Britse zanger Seal.

In 'Crazy' draait een geïnterviewde marinier het nummer, met als refrein: "But we're never gonna survive, unless... we get a little crazy" ("We zullen nooit overleven, tenzij we een beetje gek worden"). Het nummer herinnert de marinier aan het gruwelijke bloedbad op de markt van Sarajevo.

Daarmee is afdoende duidelijk gemaakt waarom Honigmann Seal's 'Crazy' heeft uitgekozen als titelnummer. Niet voor niets zegt een andere geïnterviewde: "De oorlog heeft mij door een gehaktmolen gehaald. Daarna is er een ander mens van gekneed."

'Crazy' van Heddy Honigmann eindigt met 'Crazy' van Patsy Cline, een kort nummer met een hevige impact. Bijna net zo hevig als de getuigenissen van de militairen die aan bod komen in Honigmann's docudrama.

De hoogtepunten zijn de muziekkeuzes van UNIFIL-sergeant Ron de Vos, toenmalig kolonel Patrick Cammaert, humaniste Klazien van Brandwijk en soldaat Peter Jan Dullaert.

camera

Gregor Meerman

geluid

Piotr van Dijk en Rik Meier

muziek

Wouter van Bemmel

productie

Pieter van Huystee

regie

Heddy Honigmann

scenario

Ester Gould en Heddy Honigmann

verteller

Heddy Honigmann

Ooit kreeg ik van een collega een videoband van een BBC-documentaire die een Britse eenheid van de United Nations Protection Force (UNPROFOR) in Centraal-Bosnië volgt.

Op deze videoband - van slechte kwaliteit, waarschijnlijk een kopieskopie - komen vrouwen voor die gepantserde Britse konvooien proberen tegen te houden, evenals veel wapengekletter.

De video is gedateerd "Vitez, 11 mei 1993". In combinatie met de vaak hartverscheurende beelden is de muziek meesterlijk gekozen:

So Far Away

Dire Straits

Civil War

Guns'n'Roses

If Only I Could

Sydney Youngblood

Mad World

Tears For Fears

I Want To Break Free

Queen

Wouldn't It Be Good

Nik Kershaw

Why?

Annie Lennox

With Or Without You

U2

Crazy

Seal

Op 27 mei 2016 werd bekend dat de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs dit jaar naar Heddy Honigmann gaat. Aan de prijs, die wordt uitgereikt op 2 december 2016, is een geldbedrag van € 150.000 verbonden.

Zie ook: muziek bij het boek Tango Twee. Si vis pacem, para bellum (Marcel van Hemert, 2014, externe link) en post-traumatisch stresssyndroom (PTSS).

Terug naar Boven

 

CRISIS RESPONSE OPERATION

Zie: non-artikel 5-operatie.

Terug naar Boven

 

CROSS-FLOT-OPERATIE

Synoniem: X-FLOT.

Zeer risicovolle en complexe inzetoptie waarbij de FLOT (Forward Line of Own Troops) - Nederlands: de VLET (voorste lijn eigen troepen) - wordt gepasseerd. Het optreden is dus in vijandelijk gebied in een per definitie non-permissive omgeving. Voorbeelden van cross-FLOT-operaties zijn bijvoorbeeld het openen van een corridor of het nemen van specifieke aanvalsdoelen.

Cross-FLOT-operaties geven de commandant de mogelijkheid het initiatief te nemen dan wel te behouden.

Vaak vindt een dergelijke diepe aanvalsoperatie 100 à 150 km dieper dan de VLET plaats, met name door de inzetvorm air manoeuvre.

Een cross-flot-operatie wordt diep in vijandelijk gebied uitgevoerd (diepe operatie). Is de gevechtsvoerder een brigade dan kan een (pantser)infanteriebataljon zo'n operatie uitvoeren.

De insertie van een cross-FLOT wordt gekenmerkt door het inbrengen van gevechtskracht vanuit een onverwachte richting. In de regel wordt de insertie afgesloten met een extractie, link-up of het verbreken van vijandcontact om te exfiltreren naar geplande locaties.

Een cross-FLOT-operatie wordt omgeven door vele beschermings- en geheimhoudingsmaatregelen, zoals radiostilte en Suppression of Enemy Air Defences (SEAD).

Eenheden die specifiek worden getasked voor cross-FLOT-operaties zijn bijvoorbeeld eenheden die zijn gespecialiseerd in long range reconnaissance patrols (LRRP's).

Zie ook: air manoeuvre, diepe operatie, exfiltratie, extractie, initiatief, longe range reconnaissance patrol (LRRP), radiostilte en voorste lijn eigen troepen (VLET).

Terug naar Boven

 

CROSSHAIRS

Fadenkreuz.
réticules de visée.

Nederlands: richtkruis.

Crosshairs vanuit een tank.

Richtstrepen (haarlijnen) in de vorm van een kruis in of op een head-up display, optisch vizier, opzetkijker, richtkijker, veldkijker e.d.

Het richtkruis, in de regel geëtst in de lens van het optisch instrument, bestaat uit twee elkaar kruisende haarlijnen: een horizontale en een verticale. Het snijpunt van beide haarlijnen geeft de optische as van het instrument aan.

Bij het richten van wapens is het snijpunt van de haarlijnen tevens trefpunt, afhankelijk van het soort wapen en de afstand waarop het doel zich bevindt ten opzichte van het wapen.

Bij anti-tankwapens van de 2e generatie en jonger, volgens het principe Semi-Automatic Command to Line Of Sight (SACLOS), houdt de schutter het richtkruis op het doel, waarna de raket zichzelf naar het vijandelijke doel stuurt. Voorbeelden van wapens die het SACLOS hanteren zijn de Amerikaanse TOW-, Franse MILAN- en Russische FAGOT-antitankraketten.

Zie ook: M49-observatietelescoop.

Terug naar Boven

 

CROSS SPECTRUM OPERATION

Zie onder: three block war.

Terug naar Boven

 

CROWD AND RIOT CONTROL

Krawallenbekämpfung.
contrôle des foules.

Afgekort: CRC. Nederlands: rellenbestrijding.

Crowd and Riot Control is militair optreden in het lagere geweldsniveau, bijvoorbeeld tijdens een vredesoperatie, dat gericht is op het verlenen van assistentie aan de lokale autoriteiten bij het in bedwang houden van een roerige menigte. De bedoeling hierbij is de ongewapende burgers af te schrikken en/of de openbare orde te handhaven.

De menigte (demonstratie, samenscholing, rellen) kan georganiseerd dan wel opgehitst zijn door één van de partijen in een conflictsituatie en voor de ontplooide strijdmacht een oncontroleerbare situatie in de toekomst opleveren.

Het beheersen of bestrijden van ongeregeldheden en onlusten kan noodzakelijk worden gevonden wanneer die een bedreiging vormen voor de force protection, vrijheid van beweging (freedom of movement) of vrijheid van handelen van de ontplooide strijdmacht. Menigten die deuitoefening van de militaire taak belemmeren vragen om proportioneel en de-escalerend optreden, zonder gebruikmaking van dodelijk geweld en onder de geldende principes van proportionaliteit en subsidiariteit.

Hoewel ordehandhaving in eerste instantie een taak is van de lokale autoriteiten, kunnen hiervoor ook speciaal opgeleide en getrainde militairen worden ingezet. Binnen Defensie is de Koninklijke Marechaussee verantwoordelijk voor de opleidingen op het gebied van Crowd and Riot Control; normaliter behoort CRC tot de militaire politietaken van de KMAR. In principe worden voor CRC eenheden ter grootte van een peloton (30 à 50 militairen) aangewezen.

Op 8 mei 2001 vond tijdens de missie SFOR in Bosnië-Hercegovina een dodelijk ongeval plaats met een Leopard 2 'Buffel' bergingstank bij de compound in Bugojno. Hierbij kwam de 21-jarige kanonnier der eerste klasse Bas Alsemgeest om het leven en raakten drie collega's gewond. Het ongeval vond plaats toen een CRC-peloton van 14 Afdeling Veldartillerie het doorbreken van een barricade beoefende.

Zie ook: beteugelen van woelingen, force protection, freedom of movement (vrijheid van beweging), Koninklijke Marechaussee, peloton (grootte van eenheden) en vrijheid van handelen.

Terug naar Boven

 

CRYPTOGRAFIE

Kryptographie; Schlüsselwesen; Kryptowesen.
cryptography.
cryptographie.

Letterlijk: geheimschrift.

Coderingsmethode waarbij geschreven informatie (plaintext) volgens een bepaald systeem wordt omgezet in eentekst die alleen leesbaar is (ciphertext) voor wie het, met gebruikmaking van de juiste sleutel, kan en mag lezen.

Het vercijferen of -sleutelen van tekst wordt encryptie genoemd, het ontcijferen of -sleutelen - terugbrengen naar klare taal - decryptie.

De Romeinse keizers Caesar en Augustus stuurden bodes met versleutelde berichten op pad om te communiceren met hun veldheren; vielen die berichten in handen van de vijand, dan bleef de inhoud onbekend. Vervingen de keizers in hun berichten elke letter van het alfabet door bijvoorbeeld de derde, cyclisch daaropvolgende letter, dan werd de A geconverteerd in een D, de K in een N, de Y in een B, enzovoorts. Deze vercijferingsmethode bestaat nog steeds en wordt 'Caesar cipher' genoemd.

Cryptografie is niet voor niets van oudsher een militair hulpmiddel ter bescherming van de staatsveiligheid.

Zo was cryptografie in de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog van groot belang. In WO II vond er zelfs een heuse wedloop plaats tussen codemakers en -krakers; vooral de codekrakers van de Britse Government Code & Cypher School (GC&CS) in Bletchley Park werden beroemd bij het ontcijferen van de legendarische Duitse Enigma-versleutelmachine van het Chiffriermaschinen Aktiengesellschaft (AG) in Berlijn. Veelbetekenend was het succes van de decryptie van de Enigmacode van de Duitse onderzeeërs (U-boot), waarna de Kriegsmarine haar gezag op zee definitief aan de geallieerden verloor.

Om te voorkomen dat niet-gemachtigde personen toegang krijgen tot gevoelige informatie is cryptografie een mogelijkheid. Door het toenemende belang in en gebruik van computers en telecommunicatie worden zowel Signals Intelligence (SigInt) en Communication Security (COMSEC) als cryptografie steeds belangrijker.

Terug naar Boven

 

C.S.C.A.T.T.T.

Ezelsbruggetje van de leidende principes in de responsfase van een grootschalige incident (calamiteit, MASCAL, ramp).

Rondom een ongevallocatie met gewonden moeten zo gestructureerd en systematisch mogelijk maatregelen worden genomen voordat met de eerstehulpverlening kan worden begonnen. De wijze waarop is situationeel afhankelijk, de manier hoe is gestandaardiseerd in CSCATTT.

CSCATTT is toepasbaar bij incident management in zowel de prehospitale als hospitale fase.

Het acroniem is ontleend aan de Major Incident Medical Management and Support (MIMMS), komt onder andere voor in de U.K. Clinical Guidelines of Operations en het voorschrift 8-570 (Klinische richtlijnen BATLS-NLD2011 doctrine voor de geneeskundige verzorger en gewondenhelper) en wordt onder meer aangeleerd in de opleiding tot gewondenhelper (Combat Life Saver, CLS):

MEDISCH MANAGEMENT

 

C

Command & Control (C2)

Commandovoering

► eenhoofdige leiding: Commander on Scene (COS)
► zo snel mogelijk aanwijzen van triage-arts

 

S

Safety
(Self, Scene, Survivors)

Veiligheid

► zorg voor eigen veiligheid van de hulpverleners (persoonlijke beschermingsmiddelen)
► zorg voor veiligheid op en rond de locatie van de gewonden (cordons, afzetlint)
► zorg voor veiligheid voor de overlevenden
► attendeer anderen op gevaarlijke situaties, zodat er niet nog meer gewonden vallen

 

C

Communication

Communicatie

► zet verbindingsmiddelen aan
► positioneer voertuigen rond het cordon
► meld bijzonderheden aan de COS

 

A

Assessment

Onderzoek

► houd onafgebroken situational awareness
► bepaal aantal gewonden/oorzaak van gewond raken
► bepaal een gunstige naderingsroute
► overleg met COS hoe de gewonden te evacueren
► markeer de locatie van de gewonden
► zorg voor initiële beoordeling van het incident aan de hand van een METHANE

 

MEDISCH INHOUDELIJK

 

T

Triage

Triage

► wie voert waar welke triage uit?
► deel gewonden in naar behandelprioriteit
► ga hiertoe over op triagesysteem (T-classificatie)

 

T

Treatment

Behandeling

► wie voert waar welke behandeling uit?
► na voltooiing triage aanvang met uitgebreide behandeling van de gewonden
► behandeling van de gewonden volgens het protocol <c>ABCDE

 

T

Transport

Vervoer

► gewonden in veiligheid brengen
► inventariseer de mogelijkheden, beschikbaarheid en geschiktheid van transportmiddelen
► welke patiënt gaat wanneer naar welke instelling?

Terug naar Boven

 

CS-GAS

Ortho-chloorbenzylideenmalononitril. Formule: C10H5ClN2. De naam CS is afgeleid van de initialen van de achternamen van de Amerikanen Ben Carson en Roger Staughton, die CS in 1928 ontdekten.

CS-gas is een lacrimator (traangas) en derhalve incapaciterend: haar inzet heeft tot doel personeel te hinderen in hun functioneren dan wel het uitoefenen van hun taken onmogelijk te maken.

Door - liefst met een windlucifer - een CS-tablet (traangastablet) te ontsteken, ontleedt het wit-kristallijne poeder, verbrandt en vormt CS-gas. Bij twijfel dient dan ook slechts een halve CS-tablet te worden gebruikt om een te hoge gasconcentratie te voorkomen.

Het gas neemt tijdelijk de plaats in van zuurstof en irriteert zo met name de ademhalingswegen, keel, neus en ogen. Het effect verdwijnt na 5 à 10 minuten in de buitenlucht.

Behalve dat traangassen veelgebruikte wapens zijn bij Crowd & Riot Control (CRC) en in conflicten en oorlogen, gebruikt Defensie CS-gas als zgn. ensceneringstof in de maskeroefenruimte (MOR).

In een CS-gasatmosfeer in de MOR dient het personeel het CBRN-masker in beschermstelling te kunnen dragen, maar eveneens tijdelijk zonder beschermstelling: de onbeschermde blootstelling aan CS-gas mag echter maximaal één (1) minuut ononderbroken duren. Buiten de MOR bevindt zich te allen tijde een hulpinstructeur in beschermstelling.

De maximale toegestane concentratie traangas (CS) is 5 mg/m³. Per veelvoud van een ruimte van 80m³ mag maximaal één (1) CS-tablet worden gebruikt; bij twijfel dient altijd een tablet minder te worden gebruikt.

Het verdient aanbeveling om voorafgaande aan een MOR-oefening zeker te stellen dat het personeel voldoet aan de norm bij het plaatsen van het CBRN-masker in beschermstelling buiten de MOR en zonder CS-gasatmosfeer.

OVERIGEN

CS wordt ook ingezet in diverse wapensystemen, zoals clusterbommen of granaten, en veroorzaakt door de veel grotere concentratie CS brandwonden en longoedeem.

In de Vietnamoorlog gebruikte de Amerikaanse krijgsmacht - ter versterking van het effect van lethale wapens - op grote schaal CS-gas om Vietcong-strijders uit hun ondergrondse gangenstelsels te verdrijven en ze vervolgens effectief te kunnen bestrijden.

Zie ook: Crowd & Riot Control (CRC), FM-12 (CBRN-masker) en maskeroefenruimte (MOR).

Terug naar Boven

 

CURVIMETER

Ook genaamd: landkaartmeter.

Praktisch apparaatje waarmee door middel van het rollen van een wieltje over een topografische kaart de afstand van een te plannen route relatief nauwkeurig kan worden gemeten. Het apparaatje meet de papieren afstand, waarna met behulp van een schaalverdeling de reële afstand in kilometers kan worden berekend.

Er zijn elektronische en mechanische curvimeters in de handel. Nadelen zijn dat het wieltje van de curvimeter elke trilling als afwijking op de reële afstand onnauwkeurig registreert. Bovendien houdt een curvimeter geen rekening met de hoogteverschillen (hoogtelijnen) op een kaart.

De curvimeter kan in de regel omrekenen vanuit elke willekeurige schaalverdeling naar diverse afstandsmaten (kilometer, mijl e.d.).

Terug naar Boven

 

CV-90

Voluit: Combat Vehicle 9035NL Mark III.

De aanduiding Mark (Mk) III duidt op de verbeterde, doorontwikkelde versie van de CV-90. Nederlandse aanduiding: CV9035NL. Zweeds: Stridsfordon 90 (Strf 90).

Het Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV) - Engels: Infantry Fighting Vehicle (IFV) - CV-90 is een pantserrupsvoertuig dat wordt gebouwd in de fabriek van BAE Systems Hägglunds AB in het Zweedse Örnsköldsvik.

Nadat in 1984 een eerste ontwerp van de CV-90 werd gepresenteerd, zijn de afgelopen decennia door Hägglunds meer dan 1.000 CV-90's in verschillende varianten geleverd aan de krijgsmachten van onder meer Denemarken, Finland, Nederland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland.

De CV-90 is een kwalitatief hoogstaand hoofduitrustingsstuk van de Koninklijke Landmacht. Met een geplande levensduur van 30 jaar levert het pantserrupsvoertuig, dat beschikt over adequate bescherming en vuurkracht, een belangrijk aandeel in de gevechtskracht. De CV-90 is geschikt voor alle voorkomende operaties in het gehele geweldsspectrum.

Cpvallend aan de CV-90 zijn:

► de beschikbaarheid van het (semi-)automatisch Bushmaster III 35/50 mm-snelvuurkanon van Alliant Techsystems Inc., in plaats van de standaard 25 of 30 mm bewapening van de huidige generatie gevechtsvoertuigen;

► de krachtiger motor dan bij de overige varianten;

► het verhoogde achterdek, vanwege de wens om de infanteriegroep in het manschappencompartiment achterin meer ruimte te kunnen bieden.

Overige sterke punten van de CV-90:

► Battlefield Management System (BMS)/Data Communicatie Mobiel Optreden (DCMO): geïntegreerd in het voertuiginformatiesysteem (VIS), waardoor zowel de chauffeur, boordschutter en voertuigcommandant als de commandant van de infanteriegroep achterin in real time dezelfde situational awareness hebben. De bediening van BMS in de CV-90 vindt plaats via een ruggedized computer met touch screen en on-screen keyboard. De BMS-software-applicatie is OSIRIS.

► dag- en nachtzichtapparatuur met thermische camera's.

► Defensive Add Suite: waarschwingssysteem dat, wanneer het voertuig met een laser wordt aangestraald, tegenmaatregelen neemt.

► elektronisch regel- en besturingssysteem (drive by wire).

hunter/killer-vermogen: door het stealth-achtige ontwerp van de toren kan het voertuig nauwelijks worden waargenomen. Zodra het doel is gedetecteerd door de voertuigcommandant, wordt het overgedragen aan de boordschutter die het doel aangrijpt.

► geautomatiseerd vuurleidingssysteem met een munitieprogrammeur.

► overlevingsvermogen (survivability) van de voertuigbemanning: wordt vergroot door een pantserstalen romp en toren, CBRN-bescherming, air conditioning en een automatisch brandblussysteem.

Animatie van het uitstijgen en uitgestegen optreden van de CV-90.

De Nederlandse krijgsmacht ontdeed de zwaarbepantserde CV-90 van de zes ton wegende bepantsering: een lager voertuiggewicht draagt zorgt voor minder slijtage, lager brandstofverbruik en hogere gevechtsveldsnelheid. In het geval dat het voertuig op missie wordt gestuurd, kan het pantserpakket (Add-On Armour) binnen een week worden aangebracht.

Specificaties van het Bushmaster III 35 mm-snelvuurkanon:

aantal patronen210

gewicht

218 kg

lengte loop

1 meter 76

maximaal effectieve dracht2.000 meter

maximale vuursnelheid

150 tot 200 schoten per minuut

De CV-90 maakte, samen met de Boxer en de Fennek, deel uit van het in 1996 gestarte project Vervanging YPR 765/M577. Het eisenpakket van de KL aan het nieuwe infanteriegevechtsvoertuig stelde onder andere dat het voertuig moest kunnen meedoen in het hoogste geweldsspectrum. De CV-90 haalt een topsnelheid van 70 km per uur, waarmee het een Leopard 2A6 gevechtstank kan bijhouden.

Al in 1990 gingen instructeurs naar Zweden voor een cursus CV-90 en brachten vervolgens ook een aantal voertuigen mee naar Nederland voor testen.

In 2003 is de keuze gemaakt voor de CV-90. In het kader van het project infanteriegevechtsvoertuig (IGV) tekende Nederland op 13 december 2004 met BAE Systems het contract voor het model CV9035 MKIII. De eerste bestelling bedroeg 184 exemplaren, later uitgebreid met acht exemplaren voor opleiding en training (lesvoertuigen). Daarmee kwam het totaal op 192 exemplaren. In 2005 en 2006 werden in twee fasen de door Nederland gewenste modificaties uitgevoerd op het CV9035 QV (Qualification Vehicle). Met de order was een bedrag van ruim € 1,1 miljard gemoeid.

De Nederlandse CV9035NL werd uitgeleverd in het standaardmodel pantserrupsinfanterie (PRI, 150 exemplaren), ten behoeve van een groep van zeven infanteristen, en het model pantserrupscommando (PRCO, 34 exemplaren), die achterin een staf van vier kan vervoeren.

De eerste vijf CV-90's kwamen op 10 januari 2008 aan op het Opleidings- en Trainingscentrum Manoeuvre (OTCMan) op de Bernhardkazerne in Amersfoort.

Op 15 december 2008 werden, in aanwezigheid van de toenmalige Staatssecretaris van Defensie Jack de Vries, de eerste CV-90's overgedragen aan de Koninklijke Landmacht.

De eerste eenheid die overging op de CV-90 was 44 Pantserinfanteriebataljon (44 Painfbat). In 2012 werden de laatste CV-90's uitgeleverd aan 42 Pantserinfanteriebataljon (42 Painfbat).

De kers op de taart van de CV-90 is het Bushmaster 35/50 mm snelvuurkanon. De vuursnelheid (rate of fire) bedraagt tot 200 schoten per minuut.

Het kaliber is 35 mm, maar het wisselen van de loop en enkele kleine modificaties verhogen dit naar 50 mm. Hiermee is het kanon 'dual-feed'.

De munitie van het Bushmaster 35/50 mm snelvuurkanon is interoperabel (uitwisselbaar) met die van het Duitse Rheinmetall 35 mm/50 mm kanon.



Specificaties:

actieradius

600 km

bemanning

► 3 vast: chauffeur, boordschutter en voertuigcommandant
► 7 ten behoeve van uitgestegen optreden: infanteriegroep

bodemvrijheid40 cm

brandstoftank

940 liter

breedte

3 meter 20

breedte track

50 cm

brugclassificatie38 ton
diepwaadvermogen1,5 meter

gewicht

32 ton

hoogte

2 meter 80

kaliber

(middenkaliber) 35 mm x 228 mm, zowel pantser- als airburst

klimvermogen1 meter

lengte incl. niet-geëleveerd kanon

7 meter 49

loopwerk

7 loopwielen geveerd door torsiestaven; aandrijfwiel aan voorzijde bij transmissie

motor

16 liter, 8-cilinder Scania V8 DSI14 turbodiesel met intercooler

motorgewicht2.450 kg
motorvermogen810 pk (604 kW) bij 2.150 toeren per minuut
overschrijdingsvermogen2,6 meter
rupsbandbreedte 53,3 cm

snelheid

70 km per uur voorwaarts (40 km per uur achterwaarts)

transmissie automatisch, 4 voor- en 2 achterwaarts
waadvermogen1 meter

wapensystemen

► Bushmaster MK III 35/50mm-Chain Gun (snelvuurkanon)
► coax mitrailleur 7.62 mm
► lanceerinrichtingen voor Galix-rookwerpers (6 stuks à 80,5 mm op torenwanden) en scherfgranaten

zijwaartse helling

40%

Animatie van de binnenzijde van het Infantry Fighting Vehicle CV-90.

Terug naar Boven

 

CYBER

Afgeleid van het Griekse "kybernetes" ("stuurman").

Voorvoegsel dat een relatie aangeeft met het internet, informatie- en communicatietechnologie (ICT), digitale systemen en computernetwerken waarin of waarmee, zonder geografische beperking, communicatie plaatsvindt of kan plaatsvinden.

Het voorvoegsel wordt onder andere gebruikt in de termen:

► cyber attack (cyberaanval)
► cyber crime
► cyber domein (vijfde dimensie/domein van militair optreden)
► cyber operations (cyberoperaties)
► cyber security (cyberveiligheid)
► cyber space
► cyber warfare (cyber- of informatie-oorlogvoering)

Cyberoorlogvoering is oorlogvoering waarbij hackers bedrijven of staten aanvallen met computer- of netwerksabotage en -spionage. Dit is sinds het einde van de 20ste eeuw verworden tot een permanente dreiging die niet alleen direct de cyberinfrastructuur kan verstoren, maar tevens de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van alle gegevens (onder andere data, programmeercodes, informatie en inlichtingen) die digitaal worden vastgelegd, geanalyseerd en uitgewisseld.

 
 

CYBEROORLOG (CYBER WAR)

Definitie van cyberoorlog (Cyber War) uit de Oxford Dictionary:
"Het gebruik van computertechnologie om de activiteiten van een staat of organisatie te verstoren, in het bijzonder het doelbewust aanvallen van communicatiesystemen door een andere staat of organisatie."

De eerste bekende cyberoorlog werd gevoerd in april en mei op 2007 in Estland, dat sinds 1999 lid is van de NAVO.

Aanleiding was het gerucht dat het monument van de Bronzen Soldaat in Tallinn zou worden verplaatst of vernietigd. Het monument, onthuld in 1947, herdenkt de militairen van het Rode Leger die sneuvelden bij de strijd om Tallinn in 1944.

De grote Russische minderheid in Estland was woedend en de onenigheid werd bovendien aangewakkerd door de Russische media. In de nacht van 27 april 2007 gingen lokale Russen over tot een grootschalige demonstratie in de binnenstad van Tallinn, die uitliep op gevechten met de politie en plunderingen. Deze nacht staat in Estland bekend als 'Pronksiöö': Bronzen Nacht.

De volgende ochtend verplaatste de regering van Estland het monument. Dat leidde tot nog grotere spanningen met de etnische Russen én Rusland. Met servers van de Russische overheid werden zgn. Denial-of-Service (DDoS)-attacks uitgevoerd tegen de Estse regering, ministeries, banken en media. Verschillende bronnen geven aan dat hierachter ultranationalistische hackers zaten, die opereerden in opdracht van de geheime dienst van de Russische president.

Vanwege de overvloed aan netwerkverkeer crashten de servers en waren ze weken achtereen onbruikbaar. Estland blokkeerde alle buitenlandse toegang tot de eigen servers, waarmee het openbare leven in Estland vrijwel tot stilstand kwam.

"At present, NATO doesn't define cyber-attacks as a clear military action. This means that the provisions of Article V of the North Atlantic Treaty, or, in other words collective self-defence, will not automatically be extended to the attacked country." Aldus reageerde de Estse minister van Defensie Jaak Aaviksoo.

De aanvallen waren de directe aanleiding voor de NAVO om haar netwerkbeveiliging te herzien, met als resultaat dat het bondgenootschap op 14 mei 2008 het NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence (NATO CCD COE) oprichtte.

Externe link: NATO Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence (NATO CCD COE).

Terug naar Boven

 

Laatste update: 22.11.2016